CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Technisch-economische analyse transitievisie warmte 1.1

Gemeenteraad Voorschoten 4 juli 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Collectief warmtesysteem29.221 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

6.2.2

Kostenraming

Hieronder volgen de resultaten van de kostenramingen.

Distributienet De aanleg van het distributienet is de grootste kostenpost. Daarom zijn de kosten hiervoor op verschillende manieren onderzocht. Er zijn vier locaties onderzocht voor de WOS in en rondom het gebied Noord-Hofland. Hierbij werden de volgende scenario’s onderzocht, met de bijbehorende kosten in Tabel 22. 1. 2. 3. 4.

Lucht-waterwarmtepomp in het midden van het gebied (buurtwarmtenet) Warmteoverdrachtsstation in de buurt van de Hofweg Warmteoverdrachtsstation in Leiden (in de buurt van de Stevenshof, aan de andere kant van het spoor, langs het tracé van WarmtelinQ) Restwarmte uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Leiden-Zuidwest

Tabel 22 - Kosten distributienet Noord-Hofland bij verschillende locaties van warmtebronnen Nr. 1 2 3 4

Directe bouwkosten distributienet € 14.309.344 € 14.486.707 € 14.435.626 € 14.741.436

Extra kosten voor boringen

€ 320.000 € 180.000

Totaal

Verschil

%

€ 14.309.344 € 14.486.707 € 14.755.626 € 14.921.436

€ 0,00 € 177.363,00 € 446.282,00 € 612.092,00

0,0% 1,2% 3,1% 4,3%

Scenario 1, met een buurtwarmtepomp is het goedkoopste. Scenario 4, met de rioolwaterzuiveringsinstallatie als warmtebron, is de duurste. De onderlinge verschillen zijn klein: minder dan 5%. Dit is ruim onder de onzekerheidsmarge van 20%. Uit deze resultaten blijkt dat de kosten voor het distributienet niet veel verschillen bij andere locaties van de warmtebron. Voor de schaalgrootte speelt de locatie van de warmtebron dus nauwelijks een rol. Bij de vergelijking tussen gebieden wordt daarom slechts één scenario per gebied vergeleken. Deze vergelijking is te zien in Tabel 23.

Pagina 47 van 69

Tabel 23 - Kosten distributienet voor verschillende buurten in Voorschoten Naam Noord-Hofland (S2) Adegeest Bijdorp en Vlietwijk Bloemenwijk Boschgeest Centrum Nassauwijk Verspreide huizen buitengebied Dobbewijk Verspreide huizen Adegeest Starrenburg I

Directe bouwkosten distributienet € 14.486.707 € 7.137.113 € 12.535.366 € 3.805.229 € 4.101.244 € 2.167.402 € 3.019.555 € 3.041.107 € 524.499 € 1.756.059 € 2.948.449

Aantal woningen 2892 1388 2704 725 718 543 557 186 102 163 526

Kosten per woning € 5.009 € 5.142 € 4.635 € 5.248 € 5.712 € 3.991 € 5.421 € 16.350 € 5.142 € 10.773 € 5.605

De kosten zijn overal redelijk vergelijkbaar. Gemiddeld zijn de kosten ongeveer €5000 tot €5500 per woning. Er zijn een aantal uitschieters. Met name de verspreide huizen in het buitengebied en in Adegeest zijn duurder. Deze gebieden zijn veel ruimer opgezet, wat de hogere kosten verklaart. De lagere kosten in het centrum zijn te verklaren door de hoge woningdichtheid. Wanneer de individuele gebieden met elkaar verbonden moeten worden is ook een hoofdleiding nodig. Daarvoor zijn drie varianten onderzocht, zie Tabel 24. Het derde scenario is flink goedkoper. Op de totale schaal van heel Voorschoten is het verschil echter klein (minder dan 5%). Of deze besparing opweegt tegen de hogere kosten van extra installaties voor het realiseren van leveringszekerheid moet verder onderzocht worden. Tabel 24 - Kosten transportnet voor verschillende scenario’s Nr.

Naam

1 2

Alles aangesloten op WOS WarmtelinQ Backbone tussen WOS WarmtelinQ en WOS geothermie (bij station) Gesplitste backbone

3

Directe bouwkosten hoofdleiding € 6.283.022 € 7.092.369

Verschil

%

€ 809.347

13%

€ 4.821.003

-€ 1.462.019

-23%

De gebruikte software is ontwikkeld om woonwijken te analyseren. Utiliteitsgebouwen worden daarbij niet altijd goed meegenomen. Om de invloed hiervan te onderzoeken is een vergelijking gemaakt voor Adegeest, een wijk met veel utiliteitsbouw. Hier zijn de utiliteitsgebouwen handmatig aangepast naar een passender vermogen en dit is vergeleken met het automatische gegenereerde scenario. Het verschil in kosten is slechts 2,9%. Dit betekent dat bovenstaande resultaten ook toepasbaar zijn voor wijken met relatief veel utiliteitsbouw. Verder zijn de extra kosten voor het aansluiten van het Zwembad Het Wedde op het warmtenet onderzocht. Hiervoor is een vermogen van 950 kW aangenomen. De extra bouwkosten om het zwembad aan te sluiten op het distributienet in Adegeest komen op ongeveer €340.000 uit. Tot slot is er gekeken naar de mogelijke kostenbesparingen die voortkomen uit het koppelen van de aanleg van een distributienet met het vervangen van de riolering, zie Tabel 25. Het gaat dan vooral om besparingen die voor beide werkzaamheden nodig zijn, zoals grondwerken, bemaling en het aanbrengen van verharding achteraf. Voor deze activiteiten is per gebied een schatting gemaakt van het percentage kosten dat bespaard kan worden. Koppeling van werkzaamheden is niet mogelijk in Adegeest en de Dobbewijk omdat de riolering hier recentelijk is vervangen.

Pagina 48 van 69

Tabel 25 - Mogelijke kostenbesparing door koppelen met de aanleg van riolering Naam

% besparing

Noord-Hofland (2) Adegeest

Besparing bouwkosten koppeling riolering € 3.063.126 Koppeling niet mogelijk

Bijdorp en Vlietwijk

21% -

€ 1.462.890

12%

Bloemenwijk Boschgeest

€ 855.078 € 990.459

22% 24%

Centrum

€ 269.893

12%

€ 346.464 Niet onderzocht

11% -

Koppeling niet mogelijk Koppeling niet mogelijk

-

Niet onderzocht

-

Nassauwijk Verspreide huizen buitengebied Dobbewijk Verspreide huizen Adegeest Starrenburg I

Warmtecentrale Op basis van referentiegegevens van TNO zijn de volgende kengetallen aangehouden in deze analyse [26]. In Tabel 26 staat ‘gb’ voor geen basislast en ‘bl’ voor basislast. Hoe de warmtecentrale wordt ingezet bepaalt het aantal vollasturen. Dit heeft een grote impact op de kosten. Restwarmte en diepe geothermie zijn over de goedkoopste warmtebronnen. Aquathermie, ondiepe geothermie en lucht-waterwarmtepompen zijn aanzienlijk duurder. Tabel 26 - Relatieve kosten per warmtebron Warmtecentrale

Vermogen (MW)

Vollasturen (h/jaar)

Investering (€/kW)

CAPEX (€/kWh)

OPEX (€/kWh)

Totaal (€/kWh)

Ondiepe geothermie (gb) Ondiepe geothermie (bl) Diepe geothermie (gb) Diepe geothermie < 12MW (bl) Diepe geothermie 12-20 MW (bl) Diepe geothermie > 20MW (bl) Aquathermie TEO (gb) Aquathermie TEO (bl) Aquathermie TEA (gb) Aquathermie TEA (bl) Lucht-waterwarmtepomp (gb) Restwarmte (WarmtelinQ) Restwarmte (WarmtelinQ)

8 8 18 9 16 26 0,88 0,88 1 1 0,5 8 8

3500 6000 3500 6000 6000 6000 3850 6350 3500 6000 3850 3500 6000

2504 2274 2147 1909 1423 1119 2072 2590 1536 1536 1806 1095 1095

0,0477 0,0253 0,0409 0,0212 0,0158 0,0124 0,0359 0,0272 0,0293 0,0171 0,0313 0,0209 0,0122

0,0601 0,0335 0,0450 0,0187 0,0219 0,0224 0,0762 0,0697 0,0577 0,0526 0,0903 0,0101 0,0061

0,1078 0,0588 0,0859 0,0399 0,0377 0,0348 0,1121 0,0969 0,0869 0,0696 0,1216 0,0310 0,0182

Gemiddelde verwarmingskosten De resultaten uit de voorgaande delen zijn teruggebracht tot één waarde die goed vergelijkbaar is: de gemiddelde verwarmingskosten (levelized cost of heating, LCOH). Deze zijn berekend per gebied en per warmtebron. De resultaten zijn weergegeven in Tabel27. De resultaten zijn alleen te gebruiken voor de vergelijking van scenario’s. Deze kostenraming is niet volledig en zal in de praktijk anders zijn.

Pagina 49 van 69

Tabel 27 - Gemiddelde verwarmingskosten per gebied en per warmtebron (€/kWh) Noord-Hofland Groot Adegeest Vlietwijk & Bijdorp Nassauwijk & Centrum Bloemenwijk & Boschgeest Dobbewijk Starrenburg 1 Voorschoten

Restwarmte (WarmtelinQ) 0,43 0,40 0,46 0,44 0,35 0,36 0,56 0,43

Geothermie

Aquathermie (TEA) 0,50 0,52 0,42 0,45 0,48 0,51 0,47 0,49 0,38 0,40 0,34 0,42 0,59 0,62 0,45 0,48 Gemeentebreed

Aquathermie Lucht-water (TEO) warmtepomp 0,51 0,53 0,48 0,46 0,49 0,51 0,51 0,50 0,42 0,42 0,43 0,42 0,45 0,42 0,51 0,48 Buurtoplossing

Conclusies Op basis van deze paragraaf kunnen een aantal conclusies getrokken worden. Daarbij moet wel rekening gehouden door de grote mate van onzekerheid die er in deze fase nog is. De kosten van het distributienet verschillen niet veel tussen een gemeentebreed warmtesysteem of een buurtwarmtenet. Bij de warmtecentrales zijn de verschillen groter. Buurtbronnen zijn twee tot vier keer duurder als gemeentebrede warmtebronnen. Voor het gehele systeem concluderen we dat buurtsystemen ruwweg 10% duurder zijn als gemeentebrede systemen. Daarnaast zijn er nog een aantal andere factoren die moeten meegewogen bij het maken van de afweging. In een groter systeem zijn mee- en tegenvallers beter te verdelen, waardoor de gemiddelde kosten in de praktijk naar verwachting lager zullen blijven. Dit is een reden waarom veel financiers liever een groter systeem financieren. Een grotere schaal heeft daarnaast lagere organisatiekosten. Er hoeft namelijk maar één groter warmtebedrijf opgericht te worden, in plaats van meerdere kleinere warmtebedrijven. Verder maakt een grotere schaal socialisering van kosten en tarieven beter mogelijk. De conclusies uit deze paragraaf komen overeen met de conclusies uit een eerder onderzoek van de samenwerking Warmte Leidse Regio [24].

Daaruit kwam naar voren dat de kosten voor een regionaal warmtesysteem (ORES) over 30 jaar gemiddeld 13% lager zijn dan een collectief warmtesysteem op kleinere schaal. Door in te zetten op een gemeentebreed warmtesysteem, kan dit gemakkelijker uitgroeien tot een regionaal warmtesysteem. Daarmee zijn naar verwachting nog grotere kostenreducties mogelijk.

6.2.3

Kwalitatieve afwegingen

In dit deel worden kwalitatieve afwegingen uit hoofdstuk 5 vertaald naar een schaalgrootte.

Duurzaamheid & tijdige realisatie Alle oplossingen zorgen voor een aanzienlijke en vergelijkbaar grote reductie van de uitstoot per woning. De transitie naar aardgasvrij is waarschijnlijk beter planbaar met een gemeentebreed warmtenet. Vanwege netcongestie is het minder zeker of we met buurtwarmtepompen op tijd aardgasvrij zullen zijn. De meeste warmtenetten maken in de beginjaren waarschijnlijk gebruik maken van piek- & backup-centrales op aardgas, waardoor er een beperkte uitstoot van CO2 blijft bestaan. Buurtwarmtepompen gebruiken meer elektriciteit. De uitstoot voor de opwek van elektriciteit hiervoor zal in beginjaren groter zijn. Het is daarom aannemelijk dat een gemeentebreed of regionaal warmtenet duurzamer is dan een systeem met buurtwarmtepompen.

Haalbaarheid Op haalbaarheid scoort een gemeentebreed warmtenet beter dan een buurtwarmtenet. Hoewel de ruimtelijke impact in en om de woning vergelijkbaar is, is de bovengrondse impact van een gemeentebreed systeem kleiner. Dit heeft met name te maken met het kleinere aantal warmtecentrales en de extra infrastructuur die nodig is voor de verzwaring van het elektriciteitsnet. Het verschil voor de ondergrondse impact is onzeker. Daar moet namelijk niet

Pagina 50 van 69

alleen het warmtenet aangelegd worden, maar ook ondergrondse warmtebronnen (geothermie en WKO), en mogelijk extra verzwaring van het elektriciteitsnet in de wijken. Naar verwachting is ook de ondergrondse impact van buurtwarmtenetten wat groter. Ook op organisatorisch niveau scoort een gemeentebreed warmtenet beter. Buurtwarmtenetten vergen elk een eigen warmtebedrijf met bijbehorende governance. Er zijn naar verwachting te weinig mensen met relevante ervaring in Voorschoten en omstreken om dit goed in te kunnen richten. Ook aan de kant van de gemeente levert het een lagere druk op de ambtelijke organisatie. Het is effectiever om met slechts één warmtebedrijf samen te werken en te hoeven controleren, in plaats van meerdere. Een gemeentebrede organisatie heeft de beste kans op een haalbare organisatie voor bewoners.

Betrouwbaarheid Voorschoten heeft momenteel last van netcongestie. Buurtwarmtepompen hebben hier meer last van dan gemeentebrede of regionale warmtebronnen, dit is af te leiden uit Tabel 28. Dit kan in de toekomst onbetrouwbaar blijken, ook vanwege mogelijke nieuwe energiecrises. Gemeentebrede of regionale warmtenetten hebben daarom de voorkeur voor het beperken van netcongestie, omdat dit minder negatief effect heeft op vertraging of stilvallen van andere ontwikkelingen. Een buurtwarmtenet is minder robuust dan een gemeentebreed of regionaal warmtesysteem. De inzet van meerdere warmtebronnen biedt de mogelijkheid om onderling te schakelen in noodgevallen of bij hoge energieprijzen, waardoor het energiesysteem robuuster wordt. Gemeentebrede of regionale warmtesystemen zijn de betrouwbaarste vorm van een collectief warmtesysteem. Tabel 28 - Efficiëntie en uitstoot van verschillende warmtebronnen [27] WLQ

Geo

Aqua (TEA)

Aqua (TEO)

LW-WP

10

8

4

3

2

Individuele warmtepomp 3

3,3

4,2

8,3

11,1

16,7

11,1

1

1,25

2,5

3,3

5

3,3

Efficiëntie/ COP (kWth/kWe) Uitstoot (kg CO2/GJ) Factor

Gemeentebreed

Buurtoplossing

Individueel

Overlast & impact op andere ontwikkelingen De ervaring van overlast is grotendeels subjectief en op basis van dit criterium is geen duidelijke uitspraak te doen over de schaalgrootte. Voor de nadelige impact op andere ontwikkelingen is er, in lijn met hoofdstuk 5, een licht voordeel voor een gemeentebreed collectief warmtesysteem.

6.3 Conclusies Zowel de kostenramingen als de kwalitatieve overwegingen tonen een voorkeur voor een gemeentebreed collectief warmtesysteem. Buurtwarmtenetten scoren op geen van de punten beter. Als er een collectief warmtesysteem wordt gerealiseerd in Voorschoten, dan heeft het dus de voorkeur om dit als één systeem voor de hele gemeente aan te leggen. Deze overweging zal worden meegenomen bij de keuze voor het voorkeursalternatief voor aardgas. Door voor een gemeentebreed warmtesysteem te kiezen zullen de verschillen tussen strategie 2 en 3 in de praktijk kleiner worden. Daarmee is de keuze per gebied dus niet zozeer strategie 1, 2 of 3, maar eerder individueel (strategie 1) of collectief (strategie 2 of 3). Bij de keuze voor een gemeentebreed collectief warmtesysteem, zal er naar verwachting een mix van warmtebronnen worden ingezet. Dit kunnen MT-warmtebronnen zijn (strategie 2), zoals WarmtelinQ of geothermie. Maar dit kunnen ook LT-warmtebronnen zijn, zoals aquathermie of lage temperatuur restwarmte. Vanwege de kenmerken van de bebouwing in Voorschoten lijkt een MT-warmtenet de meest voor de hand liggende optie.

Pagina 51 van 69

7. Voorkeursalternatieven voor aardgas Het afwegingskader geeft voor ieder warmtegebied een strategie om van het aardgas af te komen. De analyse voor de schaalgrootte in hoofdstuk 6 laat echter zien dat deze strategie niet zomaar integraal overgenomen kan worden om tot een voorkeursalternatief voor aardgas te komen. Daarom geeft paragraaf 7.1 eerst de totaalscore uit het afwegingskader. In paragraaf 7.2 worden deze scores geïnterpreteerd en beoordeeld op praktische haalbaarheid. Dit geeft het voorkeursalternatief voor aardgas in paragraaf 7.3 en in paragraaf 7.4 wordt dit vervolgens uitgewerkt tot een aantal warmteclusters.

7.1 Totaalscore afwegingskader Uit de verschillende criteria in het afwegingskader komt een strategie per warmtegebied naar voren. Voor elk van de 43 warmtegebieden in Voorschoten zijn de scores voor de criteria samengevoegd. Tabel 29 geeft een overzicht van de totaalscore en de daaruit voortkomende concretisering voor aardgasvrij verwarmen per warmtegebied. In sommige gevallen liggen de scores dicht bij elkaar, toch is de hoogste score leidend bij de concretisering. Tabel 29 - Totaalscore afwegingskader en concretisering aardgasvrije warmte Gebied

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23

Totaalscore S1

S2

S3-LT

S3-MT

Concretisering aardgasvrije warmte Afgifte Bron

33 27 19 37 22 31 27 25 27

43 43 33 33 33 35 37 43 31

26 22 14 26 15 22 16 16 20

38 36 38 34 38 38 36 36 36

MT-warmtenet MT/ HT MT-warmtenet MT/ HT MT-warmtenet LT Individuele warmtepomp MT-warmtenet LT MT-warmtenet LT MT-warmtenet MT/ HT MT-warmtenet MT/ HT MT-warmtenet LT

33 20 31 27 29 37 36 31 27 27 19 19 24 31

33 43 43 39 43 33 33 43 31 29 33 33 42 43

30 17 26 14 22 28 19 22 18 18 14 14 20 18

36 36 38 38 36 32 36 36 36 34 38 38 33 28

MT-warmtenet

Pagina 52 van 69

LT

MT-warmtenet MT/ HT MT-warmtenet MT/ HT MT-warmtenet MT/ HT MT-warmtenet MT/ HT Individuele warmtepomp Nader te bepalen LT MT-warmtenet MT/ HT MT-warmtenet LT MT-warmtenet LT MT-warmtenet LT MT-warmtenet LT MT-warmtenet MT/ HT MT-warmtenet MT/ HT

24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43

24 25 27 19 31 27 37 27 25 26 31 25 21

33 43 36 43 43 31 39 43 33 33 35 33 41

15 14 23 24 24 20 26 22 18 15 22 16 26

29 26

41 41

20 25

MT-warmtenet 38 MT-warmtenet 36 MT-warmtenet 37 MT-warmtenet 36 MT-warmtenet 38 MT-warmtenet 36 MT-warmtenet 38 MT-warmtenet 38 MT-warmtenet 38 MT-warmtenet 38 MT-warmtenet 38 MT-warmtenet 38 MT-warmtenet 38 Aardgasvrij MT-warmtenet 38 MT-warmtenet 38

MT/ HT MT/ HT LT MT/ HT MT/ HT LT MT/ HT MT/ HT LT LT LT LT MT/ HT

25 23 37

43 43 31

24 16 30

Aardgasvrij MT-warmtenet MT/ HT 38 MT-warmtenet MT/ HT 36 Individuele warmtepomp 36

MT/ HT MT/ HT

7.2 Praktijktoets totaalscore De vorige paragraaf geeft de hoofdrichting voor het voorkeursalternatief voor aardgas per warmtegebied. Toch kunnen er praktische redenen zijn om tot een andere conclusie te komen. Deze paragraaf bespreekt hier een aantal van.

7.2.1

Gemeentebreed warmtesysteem

Uit hoofdstuk 6 wordt duidelijk dat een gemeentebreed systeem in Voorschoten de voorkeur heeft boven meerdere buurtsystemen. Bij een gemeentebreed collectief warmtesysteem is er in de praktijk geen verschil tussen strategie 2 of 3-MT. Er zal één systeem worden gerealiseerd met waarschijnlijk een combinatie van warmtebronnen. In de praktijk zal de bronnenstrategie worden bepaald door het nog aan te wijzen publieke warmtebedrijf. De gemeente kan daarin limiterende of faciliterend randvoorwaarden scheppen, maar maakt niet de uiteindelijke keuze. Verder wordt uit paragraaf 7.1 duidelijk dat strategie 3-LT voor geen van de gebieden de voorkeur heeft. Dit maakt dat in Voorschoten het beste ingezet kan worden op één collectief MTwarmtenet of een individuele oplossing. Het lijkt vooralsnog niet kansrijk om op een LTwarmtenet te realiseren. Mogelijk kan in de toekomst gekeken worden naar cascadering. Daarbij wordt de restwarmte uit het ene cluster, nogmaals ingezet in een volgend cluster, waar warmte met een lagere temperatuur ingezet kan worden. Dat vergt nader onderzoek.

7.2.2

Vergelijkbare scores

Voor sommige gebieden liggen de totaalscores dicht bij elkaar. Het verschil tussen die scores valt binnen de onzekerheidsmarge. Binnen deze analyse wordt een onzekerheidsmarge van 5 punten gehanteerd (10% van de maximale score). In de gevallen waar scenario’s dicht bij elkaar liggen kan niet met zekerheid gesteld worden dat de hoogste totaalscore in de praktijk ook de beste oplossing zal zijn. Deze onzekerheid moet bij de eindbeoordeling worden meegewogen. Verder onderzoek is vereist om tot een verfijndere conclusie te komen voor een gebied.

Pagina 53 van 69

7.2.3

Eindgebruikerskosten

Een strategie kan de beste eindscore krijgen, maar als de eindgebruikerskosten te hoog zijn, dan zullen bewoners deze optie alsnog liever niet hebben. Daarom moeten de eindgebruikerskosten bij de eindbeoordeling apart worden meegewogen. Als de eindgebruikerskosten van het best scorende alternatief hoger zijn dan van een ander scenario, dan wordt dat meegenomen in de eindbeoordeling. Zo kan het voorkomen dat er voor een ander voorkeursalternatief wordt gekozen, ondanks dat dit alternatief mogelijk niet de hoogste totaalscore heeft. In deze gevallen stellen we het individuele belang van bewoners dus boven het algemeen maatschappelijk belang. In gevallen waar de scores vergelijkbaar zijn, wordt in principe het algemeen belang voorop gezet, maar zal vervolgonderzoek nodig zijn om dit te bevestigen.

7.2.4

Geografische ligging

Uit de beoordeling kan een duidelijk voorkeursalternatief naar voren komen. De geografische ligging kan echter ook effect hebben op de keuze. Als een warmtegebied bijvoorbeeld als een eiland tussen warmtegebieden met een andere uitkomst ligt, dan kan het in sommige gevallen wenselijk zijn om dit gebied te laten aansluiten bij de omliggende gebieden. In deze gevallen zal nader onderzoek nodig zijn. Een ander voorbeeld is het buitengebied (warmtegebied 39). Hoewel een MT-warmtenet hier als beste naar voren komt, wordt de individuele warmtepomp hier toch als uitgangspunt gekozen. De datagedreven aanpak loopt hier tegen de grenzen aan en moet handmatig bijgestuurd worden. De te overbruggen afstanden met het warmtenet zijn te groot en zullen in de praktijk naar verwachting niet goed realiseerbaar blijken. Deze conclusie wordt ondersteund door Tabel 23. De kosten van aansluitingen in het buitengebied zijn veel hoger.

7.3 Voorkeursalternatief warmtegebieden De totaalscores zijn beoordeeld op basis van de praktijktoets. Dit is een vergelijking tussen het individuele en het collectieve alternatief. Het uiteindelijke voorkeursalternatief voor aardgas is weergegeven in de rechterkolom van Tabel 30. In Figuur 12 zijn de resultaten weergegeven op een kaart. Tabel 30 - Voorkeursalternatief warmtegebieden Gebied

Schil

Totaalscore

Eindgebruikerskosten Voorkeursalternatief

Indiv.

Coll.

+/-

Indiv.

Coll.

1

MT

33

43

10

8

10

MT-warmtenet

2

MT+

27

43

16

2

10

MT-warmtenet

3

MT

19

38

19

4

10

MT-warmtenet

4

LT

37

34

3

10

8

Warmtepomp, tenzij…

5

Mix

22

38

16

6

10

MT-warmtenet

6

MT

31

38

7

6

10

MT-warmtenet

7

MT

27

37

10

2

10

MT-warmtenet

8

MT

25

43

18

2

10

MT-warmtenet

9

LT

27

36

9

10

8

Warmtepomp, tenzij…

10

LT

33

36

3

10

8

Warmtepomp, tenzij…

11

Mix

20

43

23

4

10

MT-warmtenet, tenzij…

12

LT of MT

31

43

12

10

10

MT-warmtenet, tenzij…

13

MT

27

39

12

10

10

MT-warmtenet, tenzij…

14

MT+

29

43

14

6

10

MT-warmtenet

15

LT

37

33

4

10

8

Warmtepomp, tenzij…

Pagina 54 van 69

16

Mix

36

36

0

10

10

Warmtepomp, tenzij…

17

MT

31

43

12

8

10

MT-warmtenet

18

LT

27

36

9

10

8

MT-warmtenet, tenzij…

19

LT

27

34

7

10

6

Warmtepomp, tenzij…

20

MT

19

38

19

4

10

MT-warmtenet

21

MT

19

38

19

4

10

MT-warmtenet

22

Mix

24

42

18

8

10

MT-warmtenet, tenzij…

23

LT of MT

31

43

12

10

10

MT-warmtenet, tenzij…

24

Mix

24

38

14

8

10

MT-warmtenet, tenzij…

25

MT+

25

43

18

2

10

MT-warmtenet, tenzij…

26

MT+

27

37

10

2

10

MT-warmtenet

27

MT+

19

43

24

4

10

MT-warmtenet

28

MT

31

43

12

6

10

MT-warmtenet

29

LT

27

36

9

10

8

MT-warmtenet, tenzij…

30

LT of MT

37

39

2

10

10

MT-warmtenet, tenzij…

31

MT+

27

43

16

2

10

MT-warmtenet

32

LT of MT

25

38

13

8

10

MT-warmtenet

33

Mix

26

38

12

10

10

MT-warmtenet, tenzij…

34

LT of MT

31

38

7

10

10

MT-warmtenet, tenzij…

35

LT of MT

25

38

13

8

10

MT-warmtenet

36

LT of MT

21

41

20

4

10

Warmtepomp, tenzij…

37

LT

38

MT+

29

41

12

4

10

MT-warmtenet

39

Mix

26

41

15

10

10

Warmtepomp

40

LT

41

LT of MT

25

43

18

8

10

MT-warmtenet

42

MT+

23

43

20

0

10

MT-warmtenet, tenzij…

43

LT

37

36

1

10

8

Warmtepomp

Aardgasvrij

Aardgasvrij

In dit hoofdstuk geven we een voorlopig voorkeursalternatief op basis van de technischeconomische criteria. De resultaten geven een duidelijke richting, maar de uiteindelijke techniekkeuze per warmtegebied ligt nog niet vast. Dit geldt met name voor de gebieden die zijn weergegeven met ‘tenzij…’. In deze gebieden zal vervolgonderzoek moeten uitwijzen of het voorkeursalternatief inderdaad het beste is voor bewoners. Bovendien moet uit toekomstige participatietrajecten blijken of de voorlopige voorkeurstechnieken ook kunnen rekenen op draagvlak onder de inwoners van Voorschoten. Verder wordt benadrukt dat mogelijk niet alle gebouwen in een warmtegebied geschikt zullen zijn voor dezelfde warmtetechniek. Het kan voorkomen dat een gebouw sterk afwijkt van de bebouwing in de rest van de buurt, waardoor een andere warmtetechniek beter geschikt blijkt. Bewoners behouden de mogelijkheid om dan voor een andere oplossing te kiezen.

Pagina 55 van 69

Figuur 12 - Voorkeursalternatief per warmtegebied op de kaart

7.4 Warmteclusters en warmtevraag De 43 warmtegebieden zijn er te veel om de warmtetransitie effectief aan te sturen. Daarom is het wenselijk om het aantal gebieden te reduceren. Op basis van de resultaten van de vorige paragraaf zijn de 43 warmtegebieden samengevoegd tot 10 warmteclusters. De warmteclusters bestaan uit warmtegebieden die op elkaar lijken. De warmteclusters zijn weergegeven in Figuur 13. Een overzicht van de bijbehorende warmtevraag is te vinden in Tabel 31. Tabel 31 - Warmteclusters en warmtevraag [28] Nr.

Naam

Aantal

Warmtevraag GWh

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Noord-Hofland Boschbloem Vlietdorp Nassaucentrum Groot Adegeest Oud Starrenburg Dobbewijk All-electric Buiten- en tussengebied Aardgasvrij Totaal

2.691 1.607 2.718 1.042 1.528 543 115 1.522 147 499 12.411

35 25 32 14 21 8 2 18 3 158

Collectief warmtesysteem

10.243

136

Pagina 56 van 69

22% 16% 20% 9% 13% 5% 1% 11% 2% 0%

Piekvraag

Basislast

MW

MW

14 10 14 7 9 5 4 11 2 1 77

4 3 4 2 3 1 1 4 1 0 23

63

19

Figuur 13 - Warmteclusters op de kaart

Pagina 57 van 69

8. Fasering in de tijd De gemeente Voorschoten heeft nog ongeveer 25 jaar de tijd om aardgasvrij te worden. De gebouwde omgeving van Voorschoten bestaat uit ongeveer 11.500 woningen en 1.800 utiliteitsgebouwen. Dat betekent dat we gemiddeld 500 gebouwen per jaar van het aardgas af moeten krijgen. In de transitievisie benoemt de gemeente tenminste de eerste buurten waarmee zij tot 2030 aan de slag gaat met de warmtetransitie. Voor het houvast proberen we ook een zo goed mogelijk beeld te geven voor de andere buurten daarna. In deze planning zit nog veel onzekerheid, want we zitten nog in een opstartfase. We moeten dus nog flink aan de slag.

8.1 Kansen voor startclusters Om startclusters te selecteren, kijken we naar waar kansen zijn om te starten. Dit kunnen kansen zijn om mee te gaan met geplande werkzaamheden in de gemeente, maar ook bijzondere omstandigheden die een bepaalde warmtetechniek in een cluster aantrekkelijker maken. De volgende alinea’s beschrijven verschillende kansen om te starten.

8.1.1

Vervangingsopgave riolering

Bij de aanleg van de riolering, kan op meerdere manieren rekening gehouden worden met de aanleg van een warmtenet. De simpelste variant is om bij de aanleg van riolering ook ruimte over te laten voor de toekomstige aanleg van warmtenetten. De riolering wordt dan iets uit het midden van de weg gelegd, zodat het warmtenet ernaast kan komen. Maar er kan ook meer gedaan worden. Uit de analyse in paragraaf 6.2 blijkt dat de kosten voor de aanleg van het warmtenet mogelijk tot 24% lager kunnen zijn, wanneer dit samen wordt opgepakt met de vervanging van riolering. Het gaat hierbij vooral om besparingen op activiteiten die voor beide werkzaamheden nodig zijn, zoals grondwerken, bemaling en het aanbrengen van verharding achteraf. Voor heel Voorschoten gaat dit potentieel om miljoenen euro’s. Het is dus de moeite waard om te proberen deze besparing te realiseren. De riolering in de gemeente Voorschoten is op meerdere plekken verouderd en aan vervanging toe. De staat van de riolering wordt op dit moment in detail geïnventariseerd. Uit de eerste analyses blijkt dat met name Noord-Hofland, Boschgeest en Bijdorp voor 2030 vervangen of vernieuwd moeten worden.4 Dit biedt kansen voor het warmtenet, omdat dat het voorkeursalternatief is voor aardgas in deze buurten. De totale doorlooptijd van dit soort rioleringsprojecten is 8 tot 10 jaar.

Dit is vergelijkbaar met warmtenetten, maar het aanlegtempo verschilt wel. Het vereist een nauwkeurige planning, om overlast voor bewoners te voorkomen. Tegelijkertijd zijn er andere buurten die juist minder prioriteit hebben. Delen van de Nassauwijk zijn net aangepakt en kunnen er “weer even tegenaan”. Verder heeft de gemeenteraad in 2024 besloten om de openbare ruimte in Adegeest geheel te vernieuwen. Het zou kapitaalvernietiging zijn om daar binnen korte termijn de straat weer open te breken voor een warmtenet.

8.1.2

Vervangingsopgave energie-infrastructuur

Netbeheerder Liander is verantwoordelijk voor het gas- en elektriciteitsnetwerk in de gemeente Voorschoten. Het is belangrijk om bij het plannen van de warmtetransitie rekening te houden met deze infrastructuur. Tabel 32 geeft per buurt inzicht in het percentage van het gasnet dat is Voor Bijdorp is levensverlengend onderhoud van de riolering voorzien. Dit gebeurt ondergronds en hiervoor zijn geen graafwerkzaamheden nodig. 4

Pagina 58 van 69

afgeschreven. Een hoog percentage afschrijving in een bepaald gebied kan een reden zijn om in dat gebied te starten met de aanleg van een collectief warmtesysteem. Zo kan er namelijk voorkomen worden dat er nieuwe investeringen in het gasnet moeten worden gedaan. Hiermee voorkomen we dubbele aanleg van infrastructuren en blijven de maatschappelijke kosten het laagste. Hiervoor is het wel nodig dat er geen achterblijvers meer zijn, waarvoor het gasnet alsnog vernieuwd moet worden. De inzet van de nieuwe Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie kan hierbij helpen. De tabel laat zien dat het rond het gasnet kansrijk is om in de clusters Vlietdorp, Noord-Hofland en Boschbloem te starten met de uitrol van een warmtenet. Voor de clusters Groot Adegeest, Nassaucentrum en Dobbewijk is er juist een antikans, omdat het hier op korte termijn verwijderen van gasinfrastructuur leidt tot kapitaalvernietiging. In die transitiefase speelt nog een onderdeel een rol: grondroeringsgevoelige leidingen. Als er in de transitie in de grond gegraven moet worden, bijvoorbeeld om het elektriciteitsnet te verzwaren of een warmtenet aan te leggen, dan verwijdert Liander deze leidingen preventief vanuit veiligheidsoverwegingen. Er zijn verschillende soorten grondroeringsgevoelige leidingen: wit-pvc, grijs gietijzer en asbestcement.

Grijs gietijzer en asbestcement liggen met name in het midden van de gemeente. De netbeheerders zijn verplicht om deze materialen voor 2030 te vervangen. Hier hoeft dus geen rekening mee gehouden te worden voor de fasering van het collectieve warmtesysteem. Wit PVC ligt met name in de buurten Noord-Hofland en Boschgeest en moet vervangen worden als er gegraven gaat worden op één meter van een gasleiding. Daarmee is de aanwezigheid van wit PVC dus een negatieve koppelkans. Tabel 32 - Koppelkansen vervangingsopgave energie-infrastructuur [21] Buurtnaam

Afschrijving gasnet (%)

Bijdorp Noord-Hofland Bloemenwijk Boschgeest Buitengebied Vlietwijk Starrenburg Centrum Krimwijk Nassauwijk Dobbewijk Adegeest

94 85 81 76 75 68 67 62 49 48 44 36

Grondroeringsgevoelige leidingen (%) 9 31 7 49 31 12 12 2 1 10 4 5

8.1.3 Investeringsagenda woningcorporaties, contracteerbaarheid en blokverwarming In de gemeente Voorschoten zijn vier woningcorporaties actief: Woonzorg Nederland, De Sleutels, Rijnhart Wonen en Ons Doel. Rijnhart Wonen is in Voorschoten verantwoordelijk voor het beheer van de woningen van Ons Doel. Het kan voordelig zijn om de investeringen van grote vastgoedeigenaren (zoals woningcorporaties) te koppelen aan de plannen rondom de warmtetransitie. Dit kan kostenvoordelen opleveren (als investeringen gecombineerd kunnen worden), maar ook andere voordelen zoals minder overlast voor bewoners. De investeringsagenda’s van de woningcorporaties richten zich momenteel, in lijn met de Nationale Prestatieafspraken, vooral op het uitfaseren van de slechte energielabels E, F en G. Complexen met dergelijke labels staan verspreid over Voorschoten, waardoor er op dit moment geen concrete koppelkansen zijn met betrekking tot de investeringsagenda van woningcorporaties. Echter, de woningcorporaties geven aan de zij bij het opmaken van investeringsbeslissingen wel degelijk rekening houden met plannen van de gemeente om van het gas af te gaan. Wanneer bijvoorbeeld een bepaalde buurt over zou gaan op een warmtenet, is het mogelijk dat de corporaties investeringen in complexen in deze buurt hierop afstemmen.

Het is daarom van belang dat de gemeente en woningcorporaties met elkaar in gesprek blijven over de plannen, zodat deze waar mogelijk op elkaar kunnen aansluiten.

Pagina 59 van 69

Het voordeel van een hoog aandeel corporatiebezit in een buurt is dat een groot gedeelte van de huizen onder één eigenaar valt. Omdat er dan minder partijen betrokken zijn, is het eenvoudiger om beslissingen te nemen over grotere groepen woningen. Dit is gunstig bij de aanleg van een warmtenet: als er in een buurt veel corporatiebezit is en die corporatie stemt in met het warmtenet, dan is de kans op voldoende aansluitingen groter. Dit geldt naast woningcorporaties ook voor andere vastgoedbezitters. Tabel 33 geeft een overzicht van het percentage koop, sociale huur en particuliere huur in de warmteclusters. Vlietdorp heeft duidelijk het hoogste percentage corporatiebezit. Bijna de helft (43%) van de woning is in bezit van een corporatie. Andere clusters met veel corporatiebezit (meer dan 20%) zijn ‘Boschbloem’, ‘Noord-Hofland’, ‘Oud Starrenburg’ en ‘All-electric’. In ‘Noord-Hofland’ en ‘Nassaucentrum’ is er een relatief groot aantal woningen in particuliere verhuur, waarbij een aantal eigenaren aanzienlijke portefeuilles bezitten. Tabel 33 - Eigendomssituatie per warmtecluster [29] Nr.

Naam

Percentage koop

Percentage sociale huur

Percentage particuliere huur

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Noord-Hofland Boschbloem Vlietdorp Nassaucentrum Groot Adegeest Oud Starrenburg Dobbewijk All-electric Buiten- en tussengebied Aardgasvrij

57 74 52 72 76 74 100 65 93 -

23 23 43 9 16 21 0 29 6 -

20 3 5 19 8 5 0 6 1 -

Ook de aanwezigheid van blokverwarmingsinstallaties kan een kans zijn voor de warmtetransitie. Als er in een gebouw al blokverwarming aanwezig is, is het gemakkelijker om dit gebouw aan te sluiten een collectief warmtesysteem. Een deel van het systeem is dan al aanwezig in de woningen. Het voornaamste wat in de woning veranderd moet worden is de warmtebron. Dit maakt het gemakkelijker om over te stappen op een warmtenet of een collectieve warmtepomp. Blokverwarming komt in de gemeente Voorschoten het meest voor in woningen die in het bezit zijn van corporaties. In het cluster ‘Noord-Hofland’ staan de meeste blokverwarminginstallaties. Ook de clusters ‘Groot Adegeest’, ‘Vlietdorp’ en ‘All-electric’ hebben er een aantal.

8.1.4

Geografische locatie en bebouwingsdichtheid

Bij de aanleg van een warmtenet ligt het voor de hand om dicht bij de warmtebron te starten en vanaf daar uit te breiden. De aanwezigheid van een warmtebron in of nabij een cluster is dus een kans om te starten met een warmtenet. Deze kans geldt alleen voor de clusters waar een warmtenet de voorkeursoplossing is. In de gemeente zijn verschillende LT-warmtebronnen aanwezig (zie paragraaf 2.2). Er is echter nog veel onzeker over de capaciteit, ontwikkelbaarheid en toekomstbestendigheid van deze bronnen. Om die reden worden LT-warmtebronnen niet meegenomen als kans. Hetzelfde geldt voor geothermie en aquathermie, omdat de komst daarvan nog onzeker is. Over de komst van WarmtelinQ is meer zekerheid. Het tracé van WarmtelinQ en de beoogde locatie voor een warmteoverdrachtstation (WOS) bieden een kans om de collectieve warmtetransitie in Voorschoten te starten in het cluster ‘Noord-Hofland’. Een andere kans voor het starten met de ontwikkeling van een warmtenet is in clusters met een hoge bebouwingsdichtheid, omdat het hier naar verwachting gemakkelijker is om voldoende warmtevraag te ontwikkelen. Dit bevordert de haalbaarheid van een warmtenet. Bovendien kunnen de kosten per aansluiting verlaagd worden door de schaalvoordelen die ontstaan bij het aansluiten van een groot aantal gebruikers binnen een compact gebied.

Tabel 34 geeft een overzicht van het percentage gestapelde bouw per warmtecluster. Met gestapelde bouw bedoelen we appartementen of andere woningen boven elkaar. Hieruit blijkt de clusters ‘Groot Adegeest’,

Pagina 60 van 69

‘Noord-Hofland’ en ‘Vlietdorp’ relatief veel gestapelde bouw bevatten, wat dus een kans biedt voor het starten van de ontwikkeling van een collectief warmtesysteem. Tabel 34 - Aandeel gestapelde bouw per warmtecluster [29] Nr. 1 2 3 4 5 6

7 8 9 10

Naam Noord-Hofland Boschbloem Vlietdorp Nassaucentrum Groot Adegeest Oud Starrenburg Dobbewijk All-electric Buiten- en tussengebied Aardgasvrij

8.1.5

Percentage hoogbouw 24% 6% 23% 4% 35% 13% 0% 16% 12% -

Kansen voor individuele warmtepompen

Overschakelen naar verwarming met een elektrische warmtepomp vraagt onder andere om een goed isolatieniveau van de panden en voldoende ruimte op het elektriciteitsnetwerk. Buurten die al voldoen aan deze vereisten, bieden een kans om daar te starten. Immers, in deze buurten is de inspanning om over te gaan op een elektrische warmtepomp minder groot. De woningen in het cluster ‘All-electric’ zijn over het algemeen goed geïsoleerd of vereisen slechts enkele aanpassingen om de overstap naar aardgasvrij te kunnen maken. Dit biedt een kans. Echter, het elektriciteitsnetwerk in Voorschoten heeft beperkte capaciteit. Geen enkele buurt kan volledig overstappen op elektrische verwarming zonder dat het elektriciteitsnetwerk verzwaard hoeft te worden. Daarom is het beter dat de overgang naar aardgasvrij in het cluster ‘All-electric’ geleidelijk plaatsvindt, waarbij natuurlijke momenten zoals renovaties en verhuizingen de transitie sturen.

8.1.6

Conclusie

Om de meest geschikte clusters te selecteren voor de start van de warmtetransitie, zijn de beschreven kansen beoordeeld. Voor de vervangingsopgave van riolering wordt per cluster maximaal 3 punten toegekend, vanwege de aanzienlijke kostenbesparing en de vermindering van overlast die deze koppelkans kan opleveren. Voor de vervangingsopgave van de energieinfrastructuur worden maximaal 2 punten per cluster toegekend, omdat een goede afstemming kapitaalvernietiging kan voorkomen. De investeringsagenda van woningcorporaties, contracteerbaarheid en aanwezigheid van blokverwarming krijgen elk maximaal 1 punt, evenals de geografische locatie, bebouwingsdichtheid en de kans voor individuele warmtepompen. Als een kans slechts van toepassing is op een deel van een cluster, wordt het aantal punten gehalveerd. Dit geldt ook wanneer een bepaalde kans significant vaker voorkomt in het ene cluster ten opzichte van een ander cluster, zoals bij blokverwarming. Antikansen worden beoordeeld met een negatieve halve punt. De punten per kans en de totaalscore zijn weergegeven in Tabel 35. Hieruit blijkt dat Noord-Hofland, Boschbloem en Vlietdorp het beste scoren om mee te starten.

Pagina 61 van 69

Tabel 35 - Overzicht kansen voor startclusters voor de warmtetransitie Kans/ Cluster Nr.

1

2

3

Vervangingsopgave riolering

3

2

1

Vervangingsopgave energie-infrastructuur

1,5

1,5

Investeringsagenda woningcorporaties, contracteerbaarheid en blokverwarming

2

0,5

Geografische locatie en bebouwingsdichtheid

1,5

4

5

1

-0,5

-0,5

1,5

0,5

0,5

0,5

6

7

0,5

1 0,5

8,5

4

4

0

1

0,5

-0,5

1

8.2 Startclusters & fasering in de tijd In deze analyse is Voorschoten verdeeld in warmteclusters en per cluster is er een voorkeur voor een alternatief voor aardgas geïdentificeerd. Nu moeten deze clusters nog aardgasvrij worden. Dit kan niet allemaal tegelijkertijd. Vooral voor de clusters waar een collectief warmtesysteem als voorkeur naar voren komt is het waardevol om een fasering aan te brengen. De aanpak voor warmtenetclusters is beter te plannen, dan die voor clusters met individuele warmtepompen. De warmtepompclusters zijn afhankelijk van natuurlijke momenten om over te stappen. In de TWV 1.0 kwamen Bijdorp, Vlietwijk en Krimwijk als startbuurten naar voren. In de tussentijd is daarom gestart met het wijkuitvoeringsplan voor de Krimwijk. In de Krimwijk komt de individuele warmtepomp voor de nieuwbouw als voorkeursalternatief naar voren (toen en nu). Deze warmtetransitie verloopt geleidelijk, totdat alle woningen van het aardgas af zijn. Het werk voor het wijkuitvoeringsplan is dus niet voor niets geweest en kan voortgezet worden. De geleerde lessen kunnen ook elders in het all-electric cluster, en ook het buiten- en tussengebied, worden toegepast. Het ‘All-electric’ cluster wordt daarom (opnieuw) als startcluster aangewezen. De aanpak die hiervoor nu ontwikkeld wordt is er een voor de lange adem en het zal mogelijk tot 2050 duren voordat deze helemaal is uitgevoerd.

Tabel 36 toont de startclusters in geel. Voor collectieve warmtesysteem is er wel wat veranderd. Inmiddels zijn er regionaal verschillende ontwikkelingen geweest, zoals de komst van WarmtelinQ en de samenwerking Warmte Leidse Regio. Dit maakt dat de oorspronkelijke startbuurten Bijdorp en Vlietwijk niet meer de meest logische. In de vorige paragraaf komt ‘Noord-Hofland’ als een geschikter startcluster naar voren. Daarom wordt dit cluster aangewezen als nieuw startcluster voor het collectieve warmtesysteem. Na ‘Noord-Hofland’ lijken ‘Boschbloem’ of ‘Vlietdorp’ de meest logische vervolgclusters. De keuze voor het ene of het andere cluster hangt af van de vervangingsopgave voor de riolering. Als wordt besloten om ‘Boschgeest’ of ‘Bloemenwijk’ op dezelfde manier aan te pakken als met ‘Adegeest’ is gedaan, dan is het logisch om een warmtenet daarin mee te nemen. Als er toch voor een andere oplossing wordt gekozen voor de riolering daar, dan is het cluster ‘Vlietdorp’ waarschijnlijk een logischer vervolgcluster voor het collectief warmtesysteem. Tabel 36 - Fasering warmtetransitie en startclusters (geel) Nr.

Naam

Alternatief

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Noord-Hofland Boschbloem Vlietdorp Nassaucentrum Groot Adegeest Oud Starrenburg Dobbewijk All-electric Buiten- en tussengebied Aardgasvrij

MT-warmtenet MT-warmtenet MT-warmtenet MT-warmtenet MT-warmtenet Nader onderzoek Nader onderzoek Warmtepomp Warmtepomp Geen actie

Richtjaar (+/- 2 jaar)

2030 2032* 2038* 2040* 2042* 2042* 2042* 2045 2050 2024

* Indicatief en afhankelijk van toekomstige besluitvorming warmteprogramma

Pagina 62 van 69

9

-0,5 0,5

Kansen voor individuele warmtepompen Totaalscore

8

0

9. Conclusies In deze technisch-economische analyse is onderzocht hoe de gebouwde omgeving in Voorschoten aardgasvrij kan worden. Hierbij stonden de volgende vragen centraal. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Welke alternatieven voor aardgas zijn er beschikbaar voor de gemeente Voorschoten? Welke warmtebronnen zijn beschikbaar voor de gemeente Voorschoten? Wat is een optimale clustering van warmtegebieden in Voorschoten? Welk alternatief voor aardgas heeft de voorkeur voor deze warmteclusters? Wat is de beste schaalgrootte voor de implementatie van een collectief warmtesysteem? Welke route (fasering) in de aanpak is mogelijk om in 2050 volledig aardgasvrij te zijn?

In dit hoofdstuk presenteren we de conclusies.

Alternatieven voor aardgas Het Planbureau voor de Leefomgeving maakt onderscheid tussen vijf strategieën om de gebouwde omgeving op een duurzame manier te verwarmen. Dit zijn: (1) een individuele elektrische warmtepomp, (2) een warmtenet met midden- of hogetemperatuurbron, (3) een warmtenet met lagetemperatuurbron, (4) groengas, en (5) waterstof. Groengas en waterstof zullen zeer waarschijnlijk tot ruim na 2030 geen belangrijke rol spelen in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Strategieën 4 en 5 zijn in dit onderzoek niet verder onderzocht.

Beschikbare warmtebronnen Tabel 37 geeft een overzicht van de beschikbare warmtebronnen in en om Voorschoten. De potentie van de warmtebronnen staat aangegeven in gigawattuur (GWh) of megawatt (MW), afhankelijk van de beschikbare informatie. Tabel 37: De potentie van de beschikbare warmtebronnen in en om Voorschoten Bron WarmtelinQ Geothermie Aquathermie (TEO) Aquathermie (TEA) Aquathermie (TED) Zonthermie LT-restwarmte

Potentie minimaal (MWth) 100

-

Potentie maximaal (MWth) 84 190

5,87

Potentie minimaal (GWh)

18 0 45 -

Potentie maximaal (GWh)

514 52 45 -

Status Zeker Onzeker Onzeker Onzeker Onzeker Voorkeur zon-PV Zeer onzeker

Warmteclusters, voorkeursoplossing, schaalgrootte en fasering Er zijn in Voorschoten 10 warmteclusters geïdentificeerd (zie Figuur 14 en Tabel 38). Voor de helft van de clusters is een MT-warmtenet het voorkeursalternatief voor aardgas. Dit zijn ‘NoordHofland’, ‘Boschbloem’, ‘Vlietdorp’, ‘Nassaucentrum’ en ‘Groot Adegeest’. Voor ‘Oud Starrenburg’ en ‘de Dobbewijk’ is extra onderzoek nodig om het optimale alternatief te bepalen. De clusters ‘All-electric’ en ‘het Buiten- en tussengebied’ hebben als voorkeursalternatief een individuele warmtepomp. De gebouwen in het cluster ‘Aardgasvrij’ worden al volledig aardgasvrij verwarmd.

Pagina 63 van 69

Voor ongeveer 80% van Voorschoten heeft een MT-warmtenet de voorkeur. Uit deze analyse blijkt dat dit collectieve warmtesysteem het beste gemeentebreed ontwikkeld kan worden. Voor de fasering in de tijd zijn de clusters ‘All-electric’ en ‘Noord-Hofland’ aangewezen als clusters om voor 2030 mee te starten. In de Krimwijk, onderdeel van het ‘All-electric’-cluster, is al begonnen met het opstellen van een uitvoeringsplan. Het werk uit het uitvoeringsplan kan worden doorgezet. Wat we in de Krimwijk hebben geleerd kunnen we ook in de rest van het ‘Allelectric’-cluster en het buiten- en tussengebied toepassen. Noord-Hofland komt uit het onderzoek naar voren als het cluster om te starten met het collectieve warmtesysteem. Na Noord-Hofland lijken Boschbloem of Vlietdorp de meest logische vervolgclusters.

Figuur 14 - Warmteclusters Voorschoten Tabel 38: Warmteclusters, voorkeursalternatief en fasering Nr.

Naam

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Noord-Hofland Boschbloem Vlietdorp Nassaucentrum Groot Adegeest Oud Starrenburg Dobbewijk All-electric Buiten- en tussengebied Aardgasvrij

Aantal

Alternatief

Richtjaar (+/- 2 jaar)

2.690 1.610 2.720 1.040 1.530 540 120 1.520 150 500

MT-warmtenet MT-warmtenet MT-warmtenet MT-warmtenet MT-warmtenet Nader onderzoek Nader onderzoek Warmtepomp Warmtepomp Geen actie

* Indicatief en afhankelijk van toekomstige besluitvorming warmteprogramma

Pagina 64 van 69

2030 2032* 2038* 2040* 2042* 2042* 2042* 2045 2050 2024

Bronnen [1] CDA, D66, Groenlinks, ONS Voorschoten, Motie 226: Herijking transitievisie warmte, Voorschoten: Gemeenteraad Voorschoten, 2021. [2] Expertisecentrum Warmte (ECW), „Handreiking voor lokale analyse: Verrijking Startanalyse ten behoeve van de transitievisie warmte,” 2021. [3] Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), „Startanalyse aardgasvrije buurten,” 2020. [Online]. Available: https://themasites.pbl.nl/leidraad-warmte/2020/#. [Geopend januari 2024]. [4] RVO, „Dashboard,” 2023. [Online]. Available: https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/. [Geopend 25 juli 2023]. [5] Nederlandse Emissieautoriteit, „Publicatie standaard emissiefactor aardgas 2020,” 22 april 2020. [Online]. Available: https://www.emissieautoriteit.nl/documenten/publicatie/2020/04/22/standaardemissiefactor-2020. [6] B. Urban en C. Aptroot, Wensen en bedenkingen over de concept-RES Holland Rijnland, Voorschoten, 2020. [7] K. Ollongren, Stand van zaken Klimaatakkoord Gebouwde omgeving, Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 2021. [8] E. Wiebes, Kabinetsvisie waterstof, Den Haag: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, 2020. [9] M. Prins, „Waterstof: de waterstofladder,” Natuur & Milieu, 26 mei 2020. [Online]. Available: https://natuurenmilieu.nl/publicatie/waterstof-de-waterstofladder/.

[10] Holland Rijnland, „Bronnenanalyse: Inzicht in warmtebronnen en warmtevraag potentie in de regio Holland Rijnland,” 2024. [11] Alles over Aardwarmte, „Vier opsporingsvergunningen voor Zuid-Holland,” 30 augustus 2021. [Online]. Available: https://www.allesoveraardwarmte.nl/vier-opsporingsvergunningen-voor-zuid-holland/. [12] Deltares, „Aquathermie in Holland Rijnland,” WarmingUP, 2022. [13] Hoogheemraadschap van Rijnland, „Aquathermie viewer,” [Online]. Available: https://rijnland.omgevingswarmte.nl/rijnland. [Geopend april 2024]. [14] Dunea, „[Voor dit rapport verstrekte informatie],” 2021. [15] CE Delft, „Verkennend onderzoek zonthermie Zuid-Holland,” Delft, 2020. [16] RVO, „Warmteatlas,” [Online]. Available: https://www.warmteatlas.nl/viewer/app/Warmteatlas/v2. [Geopend maart 2024]. [17] Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), „Functioneel ontwerp Vesta-MAIS 5.0 - Achtergrondstudie,” Den Haag, 2021. [18] TNO, Dashboard Eindgebruikerskosten, Expertisecentrum Warmte (ECW), 2023. [19] Greenvis, Regionaal warmtesysteem regio Holland Rijnland - Maatschappelijke meerwaarde transportverbindingen, RES Holland Rijnland, 2024. [20] CE Delft, „Warmtetechnieken,” [Online]. Available: https://ce.nl/method/warmtetechnieken/. [21] Liander, „Buurtanalysetool,” januari 2024. [Online]. [22] Witteveen+Bos, „Ruimtelijke verkenning Warmteoverdrachtstation (WOS),” Gemeente Voorschoten, 2024.

[23] The People Group, „GSD Heat,” januari 2024. [Online]. Available: https://www.thepeoplegroup.nl/software/geoheat/. [24] Liander, „Rapport: Scenario-analyse Leidse warmteopgave,” 2023. [25] Liander, „Bestuurlijk overleg gemeente Voorschoten,” 2024. [26] TNO, DNV, „Eindadvies Basisbedragen SDE++ 2024,” Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Den Haag, 2024. [27] Greenvis, Fakton Energy, „Open Regionaal Energiesysteem (ORES),” Warmte Leidse Regio, 2022. [28] PBL, TNO, CBS, „Referentieverbruik warmte woningen,” 2023. [Online]. Available: https://www.pbl.nl/publicaties/referentieverbruik-warmte-woningen. [29] CBS, „CBS Statline,” [Online]. Available: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/. [Geopend 2024].

Pagina 65 van 69

Bijlage A – Nationale kosten

Tabel 39 - Nationale meerkosten per weq per jaar ten opzichte van referentiescenario [3] Gebied 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43

S1A € 1.100 € 1.474 € 1.216 € 578 € 1.932 € 1.002 € 1.342 € 1.371 € 866 € 651 € 2.044 € 1.870 € 900 € 1.311 € 1.241 € 895 € 1.050 € 857 € 479 € 1.193 € 1.100 € 1.422 € 1.501 € 2.839 € 1.234 € 1.279 € 1.910 € 1.206 € 784 € 1.186 € 1.413 € 1.529 € 2.179 € 950 € 1.749 € 2.497

S1B € 2.754 € 3.158 € 2.173 € 3.152 € 2.193 € 1.144 € 1.551 € 1.580 € 1.012 € 818 € 2.593 € 2.143 € 1.038 € 1.476 € 1.069 € 976 € 1.191 € 937 € 623 € 1.353 € 1.235 € 1.624 € 1.690 € 3.083 € 1.378 € 1.484 € 1.909 € 1.377 € 990 € 1.374 € 1.588 € 1.720 € 2.506 € 1.098 € 1.953 € 2.585

€ 1.587 € 2.314 € 1.877 € 1.457 € 606

Pagina 66 van 69

S2A € 1.544 € 1.741 € 1.610 € 850 € 1.617

S2B € 1.598 € 1.791 € 1.665 € 900 € 630 € 1.784 € 2.350 € 1.614 € 1.110 € 737 € 1.187 € 1.770 € 1.168 € 1.576 € 1.526 € 1.793 € 1.327 € 752 € 971 € 1.668 € 1.537 € 902 € 2.289 € 908 € 1.401 € 2.018 € 1.426 € 1.645 € 695 € 1.939 € 1.941 € 1.957 € 1.049 € 1.374 € 2.299 € 2.217

S2C € 1.598 € 1.791 € 1.665 € 900 € 630 € 1.784 € 2.350 € 1.614 € 1.110 € 737 € 1.187 € 1.770 € 1.168 € 1.576 € 1.526 € 1.793 € 1.327 € 752 € 971 € 1.668 € 1.537 € 902 € 2.289 € 908 € 1.401 € 2.018 € 1.426 € 1.645 € 695 € 1.939 € 1.941 € 1.957 € 1.049 € 1.374 € 2.299 € 2.217

€ 1.791 € 2.363

€ 2.295 € 1.598

€ 2.295 € 1.598

€ 1.749 € 1.450

€ 2.153 € 1.633 € 768

€ 1.363 € 1.712 € 1.013

€ 1.363 € 1.712 € 1.013

€ 1.137 € 1.265 € 1.004

€ 1.042 € 1.224 € 1.600

€ 1.420 € 796

€ 1.284

S2D € 1.078 € 1.341 € 1.178 € 854 € 1.415

€ 1.005 € 830 € 1.139

€ 1.011 € 624

€ 1.073

€ 1.925 € 1.802 € 1.426 € 1.593

S2E € 1.138 € 1.397 € 1.239 € 910 € 549 € 1.415 € 1.794 € 1.214 € 815 € 747 € 1.176 € 1.437 € 838 € 1.174 € 1.533 € 1.409 € 934 € 630 € 976 € 1.286 € 1.188 € 768 € 1.463 € 897 € 1.030 € 1.668 € 1.320 € 1.197 € 697 € 1.549 € 1.431 € 1.154 € 938 € 1.009 € 1.389 € 1.931

Warmtestrategie S2F S3A € 1.138 € 1.175 € 1.397 € 1.594 € 1.239 € 1.396 € 910 € 698 € 549 € 1.072 € 1.415 € 1.172 € 1.794 € 1.900 € 1.214 € 1.755 € 815 € 766 € 747 € 531 € 1.176 € 1.417 € 1.437 € 1.613 € 838 € 948 € 1.174 € 1.366 € 1.533 € 1.338 € 1.409 € 1.203 € 934 € 1.080 € 630 € 703 € 976 € 1.286 € 1.188 € 768 € 1.028 € 1.463 € 1.901 € 897 € 1.030 € 1.668 € 1.387 € 1.320 € 1.218 € 1.197 € 1.252 € 697 € 520 € 1.549 € 1.370 € 1.431 € 1.495 € 1.154 € 1.831 € 938 € 1.445 € 1.009 € 1.023 € 1.389 € 1.851 € 1.931 € 1.681 Aardgasvrij € 1.749 € 1.914 € 1.450 € 1.431 Aardgasvrij € 1.137 € 1.266 € 1.265 € 1.826 € 1.004 € 622

S3B € 1.167 € 1.616 € 1.462 € 725 € 1.076 € 1.158 € 1.889 € 1.781 € 860 € 562 € 1.772 € 1.603 € 945 € 1.362 € 1.327 € 1.189 € 1.077 € 700

€ 1.382 € 1.341 € 1.229 € 510 € 1.374 € 1.484 € 1.777 € 1.512 € 1.000 € 1.853 € 1.889

S3C € 1.908 € 1.565 € 2.045 € 2.388 € 338 € 2.157 € 2.531 € 1.453 € 1.588 € 1.362 € 1.155 € 1.347 € 1.553 € 1.634 € 2.092 € 1.994 € 1.593 € 1.329 € 1.691 € 1.707 € 1.460 € 1.029 € 1.983 € 347 € 1.422 € 2.288 € 1.406 € 1.895 € 1.486 € 2.022 € 1.656 € 2.120 € 582 € 1.715 € 2.049 € 1.930

S3D € 1.262 € 1.746 € 1.632 € 890 € 1.017 € 1.317 € 2.204 € 1.882 € 1.227 € 607 € 1.497 € 1.693 € 1.329 € 1.689 € 1.310 € 998 € 1.193 € 606 € 656 € 1.468 € 1.387 € 1.226 € 2.185 € 1.070 € 1.540 € 1.590 € 1.428 € 1.415 € 192 € 1.680 € 1.774 € 1.852 € 1.475 € 1.099 € 1.960 € 1.641

€ 1.900 € 1.414

€ 2.107 € 1.401

€ 1.259 € 1.851 € 603

€ 1.073 € 1.524 € 1.808

€ 1.031 € 1.892

S3E € 1.185 € 1.576 € 1.426 € 683 € 1.050

€ 1.514 € 1.484 € 1.199 € 205 € 1.518 € 1.620 € 1.750 € 1.509 € 976 € 2.001 € 1.927

€ 1.469 € 1.604 € 1.319 € 825 € 1.291 € 1.463 € 604 € 1.538 € 685 € 849 € 1.998

S3G € 1.453 € 1.691 € 1.560 € 1.203 € 605 € 1.777 € 2.205 € 1.496 € 1.085 € 994 € 1.356 € 1.685 € 1.110 € 1.415 € 1.831 € 1.699 € 1.218 € 849 € 101 € 458 € 365 € 949 € 1.842 € 768 € 1.134 € 1.897 € 1.503 € 1.467 € 938 € 1.923 € 1.770 € 1.465 € 1.037 € 1.309 € 1.734 € 2.171

€ 2.213 € 1.415

€ 1.278

€ 1.628 € 1.418

€ 2.108 € 1.606

€ 1.919 € 1.547

€ 1.357 € 1.951 € 688

€ 1.841 € 1.813 € 576

€ 1.319 € 1.496 € 899

€ 1.076 € 1.544 € 1.303

€ 1.195 € 1.521 € 714

€ 1.742 € 824 € 525 € 1.784 € 1.024 € 1.435 € 1.826 € 1.115 € 374 € 420 € 1.387 € 1.238 € 1.077 € 1.824

S3F € 1.179 € 1.574 € 783 € 761 € 1.087 € 1.239 € 1.506 € 1.632 € 606 € 624 € 1.850 € 1.499 € 825 € 1.354 € 1.425 € 1.308 € 1.049 € 732

€ 1.018 € 2.051

S3H € 1.128 € 1.658 € 1.509 € 758 € 1.048 € 1.011 € 1.903 € 1.447 € 280 € 577 € 1.831 € 1.713 € 604 € 1.301 € 1.337 € 1.201 € 1.093 € 452

€ 1.860 € 1.350 € 1.276 € 1.489 € 1.234 € 517 € 1.338 € 1.315 € 193 € 1.488 € 1.038 € 1.864 € 1.871

Bijlage B – Eindgebruikerskosten

Tabel 40 - Eindgebruikerskosten per aansluiting per jaar ten opzichte van referentiescenario [18] Gebied 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43

S1A € 259 € 682 € 552 -€ 13 € 262 € 410 € 653 € 632 -€ 98 -€ 86 € 316 € 42 € 134 € 365 -€ 32 -€ 20 € 281 -€ 115 -€ 147 € 592 € 570 € 263 € 99 € 108 € 682 € 689 € 316 € 356 -€ 64 € 124 € 573 € 267 € 107 €7 € 168 € 519

S1B € 489 € 987 € 866 € 262 € 529 € 646 € 958 € 906 € 127 € 116 € 582 € 277 € 309 € 586 € 151 € 65 € 501 € 47 € 58 € 861 € 851 € 496 € 383 € 374 € 997 € 992 € 582 € 605 € 79 € 413 € 880 € 570 € 347 € 261 € 442 € 805

S2A € 632 € 977 € 810 € 321 € 738 € 736 € 944 € 1.004 € 250 € 321 € 803 € 437 € 752 € 856 € 302 € 602 € 680 € 355 € 314 € 890 € 885 € 591 € 467 € 570 € 943 € 963 € 803 € 736 € 387 € 459 € 856 € 569 € 599 € 360 € 563 € 880

S2B € 632 € 977 € 810 € 321 € 738 € 736 € 944 € 1.004 € 250 € 321 € 803 € 437 € 752 € 856 € 302 € 602 € 680 € 355 € 314 € 890 € 885 € 591 € 467 € 570 € 943 € 963 € 803 € 736 € 387 € 459 € 856 € 569 € 599 € 360 € 563 € 880

€ 510 € 47

€ 809 € 298

€ 820 € 463

€ 257 € 731 -€ 69

€ 467 € 1.040 € 164

€ 742 € 1.003 € 304

Pagina 67 van 69

S2C

S2D € 241 € 276 € 284 € 321 € 86 € 259 € 250 € 208 € 200 € 257 € 60 € 149 € 160 € 221 € 277 € 177 € 239 € 230 € 228 € 273 € 260 € 255 € 155 € 75 € 296 € 281 € 60 € 248 € 222 € 226 € 246 € 232 € 215 € 246 € 134 € 234

S2E € 241 € 276 € 284 € 321 € 86 € 259 € 250 € 208 € 200 € 257 € 60 € 149 € 160 € 221 € 277 € 177 € 239 € 230 € 228 € 273 € 260 € 255 € 155 € 75 € 296 € 281 € 60 € 248 € 222 € 226 € 246 € 232 € 215 € 246 € 134 € 234

€ 820 € 463

€ 258 € 163

€ 258 € 163

€ 742 € 1.003 € 304

€ 185 € 290 € 261

€ 185 € 290 € 261

Warmtestrategie S2F S3A € 688 € 1.075 € 907 € 418 € 836 € 789 € 1.042 € 1.090 € 310 € 365 € 901 € 507 € 790 € 916 € 324 € 601 € 731 € 379 € 364 € 963 € 966 € 644 € 564 € 668 € 1.041 € 1.055 € 901 € 804 € 399 € 556 € 954 € 666 € 690 € 423 € 661 € 978 Aardgasvrij € 918 € 550 Aardgasvrij € 805 € 1.101 € 368

S3B € 500 € 819 € 650 € 161 € 579 € 602 € 785 € 858 € 113 € 190 € 645 € 295 € 643 € 724 € 174 € 513 € 553 € 240 € 181 € 745 € 736 € 455 € 308 € 412 € 784 € 807 € 645 € 595 € 281 € 299 € 697 € 410 € 443 € 219 € 405 € 721

S3C

S3D € 688 € 1.074 € 907 € 418 € 836 € 789 € 1.042 € 1.090 € 310 € 365 € 901 € 507 € 790 € 916 € 324 € 601 € 731 € 379 € 364 € 963 € 966 € 644 € 564 € 668 € 1.041 € 1.055 € 901 € 804 € 399 € 556 € 954 € 666 € 690 € 422 € 661 € 978

S3E € 500 € 819 € 650 € 161 € 579 € 602 € 785 € 858 € 113 € 190 € 645 € 295 € 644 € 725 € 174 € 513 € 553 € 240 € 181 € 745 € 736 € 455 € 308 € 412 € 784 € 807 € 645 € 595 € 281 € 299 € 697 € 410 € 443 € 219 € 405 € 721

S3F € 106 € 117 € 123 € 161 -€ 73 € 124 € 90 € 58 € 62 € 126 -€ 100 €6 € 43 € 84 € 150 € 77 € 108 € 115 € 96 € 126 € 109 € 117 -€ 5 -€ 85 € 136 € 124 -€ 100 € 106 € 114 € 66 € 86 € 72 € 59 € 104 -€ 25 € 74

S3G

S3H € 106 € 117 € 123 € 161 -€ 73 € 124 € 90 € 58 € 62 € 126 -€ 100 €6 € 43 € 84 € 150 € 77 € 108 € 115 € 96 € 126 € 110 € 117 -€ 5 -€ 85 € 136 € 124 -€ 100 € 106 € 114 € 66 € 86 € 72 € 59 € 105 -€ 25 € 74

€ 661 € 311

€ 918 € 550

€ 661 € 311

€ 98 € 10

€ 98 € 10

€ 605 € 844 € 164

€ 805 € 1.101 € 368

€ 605 € 844 € 164

€ 47 € 130 € 121

€ 47 € 130 € 121

Bijlage C – Kwalitatieve beoordeling

Tabel 41 - Beoordeling kwalitatieve criteria (nummering zie Tabel 15) per warmtestrategie en per warmtegebied Gebied 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43

1 2 2 2 3 3 2 2 2 3 3 3 3 2 2 3 3 2 3 3 2 2 3 3 3 2 2 2 2 3 3 2 3 3 3 3 3 3 2 3 3 3 2 3

2 0 0 0 1 0 0 0 0 1 1 0 1 0 0 1 0 0 1 1 0 0 0 1 0 0 0 0 0 1 1 0 1 0 1 1 1 1 0 0 1 1 0 1

3 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

Pagina 68 van 69

4 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3

5 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2

S1 6 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

7 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2

8 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

9 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2

10 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

1 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3

2 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3

3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3

4 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 0 1 1 1 0 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

5 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2

S2 6 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3

7 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3

8 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3

9 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

10 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3

1 2 2 2 3 3 2 2 2 3 3 3 3 2 2 3 3 2 3 3 2 2 3 3 3 2 2 2 2 3 3 2 3 3 3 3 3 3 2 3 3 3 2 3

2 1 1 1 2 1 1 1 1 2 2 1 2 1 1 2 1 1 2 2 1 1 1 2 1 1 1 1 1 2 2 1 2 1 2 2 2 2 1 1 2 2 1 2

3 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

4 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 0 1 1 1 0 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

S3-LT 5 6 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2

7 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

8 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2

9 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

10 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2

1 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3

2 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3

3 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

4 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 0 1 1 1 0 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

S3-MT 5 6 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2

7 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

8 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3

9 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

10 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=a047d563-7e68-4ee7-a690-40d7f27c5d2c