Bijlage 2 Participatieplan WLQ Rijswijk - Leiden.pdf
Tekst van het document
Participatieplan Verkenning/planfase WarmtelinQ Rijswijk – Leiden
Rapport Participatieplan Verkenning/planfase WarmtelinQ Rijswijk – Leiden
Datum versie 9 december 2021
© 2021 WarmtelinQ
Pagina 1 van 16
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .......................................................................................................... 2 1.
Inleiding ........................................................................................................... 3 1.1 Over WarmtelinQ.............................................................................................. 3 1.2 Provinciaal inpassingsplan (PIP) en milieueffectrapportage (plan-MER) .................... 4 1.3 Participatie: betrekken van publiek, professionals en openbaar bestuur ................... 4 1.4 Betrokkenheid gemeenten bij participatieplan....................................................... 4 1.5 Relatie met communicatie ................................................................................. 5
2.
Doelen, uitgangspunten en inhoud van participatie ................................................. 6 2.1 Doelen van participatie...................................................................................... 6 2.2 Uitgangspunten van participatie ......................................................................... 7 2.3 Inhoud van participatie: hier gaat het wel (en niet) over ........................................ 8
3.
Participatieaanpak bij PIP en plan-MER ............................................................... 10 3.1 Organiseren van publieke betrokkenheid (inwoners en bedrijven) ......................... 10 3.2 Organiseren van professionele betrokkenheid (stakeholders) ................................ 11 3.3 Organiseren van bestuurlijke betrokkenheid (openbaar bestuur) ........................... 12
4.
Fasering van de participatie .............................................................................. 14 4.1 Fasering besluitvormingsprocedure ................................................................... 14 4.2 Documenten en instrumenten .......................................................................... 14 4.3 Karakter van participatie per fase in besluitvormingsprocedure ............................. 15
© 2021 WarmtelinQ en provincie Zuid-Holland
Pagina 2 van 16
1. Inleiding 1.1 Over WarmtelinQ Ruim de helft van de energie in Nederland gaat op aan warmte. 47% hiervan wordt gebruikt voor het verwarmen van woningen en bedrijven. Deze warmte komt nu nog grotendeels uit fossiele bronnen. Vooral uit aardgas. De Rijksoverheid wil in 2050 bijna 7 miljoen woningen en 1 miljoen andere gebouwen aardgasvrij hebben. Bij bedrijven in de Rotterdamse komt veel warmte vrij. Zij lozen deze restwarmte in de lucht of het oppervlaktewater. WarmtelinQ is een ondergrondse regionale warmtetransportleiding die deze restwarmte nuttig kan maken. WarmtelinQ transporteert de restwarmte uit de Rotterdamse haven naar het stedelijk gebied. Lokale warmtenetten kunnen op de hoofdleiding aansluiten en zo 120.000 woningen en bedrijven in Zuid-Hollandse gemeenten verwarmen. Op deze manier levert WarmtelinQ een aanzienlijke bijdrage aan de doelstelling van het Rijk. Als in de toekomst de industrie overstapt op elektriciteit en waterstof komt daar nog altijd veel restwarmte bij vrij. en WarmtelinQ kan deze duurzame restwarmte blijven gebruiken. Daarnaast is het de bedoeling dat WarmtelinQ op den duur warmte uit duurzame lokale bronnen gaat transporteren, zodra deze beschikbaar zijn. Uit verschillende studies blijkt dat voor stedelijke gebieden in de provincie Zuid-Holland collectieve warmtenetten een betaalbare oplossing zijn.
De provincie Zuid-Holland stimuleert daarom de ontwikkeling van WarmtelinQ. De leiding is onderdeel van het regionale warmtetransportnet in de provincie, dat is vastgelegd in provinciaal beleid. De warmtetransportleiding WarmtelinQ RijswijkLeiden sluit in Rijswijk aan op het tracé van Vlaardingen naar Den Haag, dat al in ontwikkeling is. Naar verwachting wordt voorjaar 2022 gestart met de werkzaamheden.
© 2021 WarmtelinQ en provincie Zuid-Holland
Pagina 3 van 16
1.2 Provinciaal inpassingsplan (PIP) en milieueffectrapportage (plan-MER) Het tracé van de warmtetransportleiding van Rijswijk naar Leiden doorkruist het grondgebied van verschillende gemeenten. Sommige bestemmingsplannen in dit gebied staan de aanleg en het gebruik van een warmtetransportleiding en bijbehorende bouwwerken niet toe. Om dit toch mogelijk te maken, besloot Provinciale Staten van Zuid-Holland op 22 september 2021 voor de warmtetransportleiding van Rijswijk naar Leiden een Provinciaal Inpassingsplan (PIP) en milieueffectrapportage (plan-MER) op te stellen. Een Provinciaal Inpassingsplan is vergelijkbaar met een gemeentelijk bestemmingsplan en wordt in dit geval vastgesteld door de provincie. De voorbereiding wordt integraal en in nauwe samenwerking met gemeenten gedaan. De ruimtelijke besluitvorming ligt bij Provinciale Staten. 1.3 Participatie: betrekken van publiek, professionals en openbaar bestuur Zodra de Omgevingswet van kracht is (naar verwachting 1 juli 2022), vervangt het instrument ‘Projectbesluit’ het Provinciaal Inpassingsplan uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het Projectbesluit is een instrument voor waterschappen, provincies en het Rijk voor het mogelijk maken van vaak complexe projecten met een publiek belang. Participatie is een van de speerpunten van de Omgevingswet.
Initiatiefnemers moeten belanghebbenden1 betrekken bij het proces van besluitvorming over een project of activiteit. Belanghebbenden zijn inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden. De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie om zo tijdig belangen, meningen en alternatieven op tafel te krijgen. De initiatiefnemer kan zo tot zorgvuldige en meer gedragen besluiten komen. WarmtelinQ en provincie Zuid-Holland werken al in de geest van de Omgevingswet. Ze investeren nadrukkelijk in het betrekken van mensen bij de warmtetransportleiding. Dit participatieplan beschrijft hoe publiek, professionals en besturen tijdens het besluitvormingsproces van het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) en plan-MER (en later het Projectbesluit) worden betrokken. Dit participatieplan richt zich op het tracé Rijswijk-Leiden, de technische voorzieningen en lokale aansluitmogelijkheden. Het besluitvormingsproces rondom de aanleg van WarmtelinQ Rijkswijk-Leiden begint met de procedure om te komen tot een Provinciaal Inpassingsplan c.q. Projectbesluit en bijbehorende planMER. WarmtelinQ en provincie Zuid-Holland organiseren gezamenlijk participatie tijdens het opstellen van het Provinciaal Inpassingsplan c.q. Projectbesluit (inclusief mer-procedure).
Zij vragen belanghebbenden te reageren op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor de plan-MER, het ontwerp-inpassingsplan en het definitieve inpassingsplan c.q. Projectbesluit. De provincies gebruikt deze input bij het opstellen van de plan-MER en vaststellen van het Provinciaal Inpassingsplan c.q. Projectbesluit. 1.4 Betrokkenheid gemeenten bij participatieplan WarmtelinQ en de provincie Zuid-Holland zijn afzender van dit participatieplan. Ze beschrijven hier hoe zij samen betrokkenheid bij de zienswijzeprocedure organiseren. Vanzelfsprekend spelen ook 1
In dit participatieplan wordt met de term belanghebbende niet exclusief de juridisch belanghebbende bedoeld.
© 2021 WarmtelinQ en provincie Zuid-Holland
Pagina 4 van 16
gemeenten Rijswijk, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Voorschoten, Zoeterwoude, Oegstgeest, Leiden, Wassenaar, Leiderdorp en Katwijk een cruciale rol bij het betrekken van publiek, professionals en openbaar bestuur. Gemeenten hebben een sterke relatie met (groepen) inwoners en ondernemers. Zij kennen de ingangen en de dynamiek in de lokale samenleving goed en kunnen waardevolle input leveren voor de uitvoering van de participatie. Daarnaast zijn gemeenten steunzenders voor communicatie met de omgeving. Gemeenten hebben meerdere rollen in het besluitvormingsproces van het PIP en plan-MER. Vanuit het perspectief van participatie zijn gemeenten belanghebbenden van het project, terwijl zij vanuit het perspectief van besluitvorming bevoegd gezag zijn in het verlenen van de nodige vergunningen. Dit participatieplan is dan ook in nauwe samenwerking met gemeenten tot stand gekomen. 1.5 Relatie met communicatie Participatie en communicatie hebben veel met elkaar te maken. Ze versterken elkaar. In dit participatieplan staan dan ook keuzes die consequenties hebben voor communicatie. Zorgvuldig afstemmen van beide disciplines is vereist. WarmtelinQ en provincie Zuid-Holland ontwikkelen aanvullend een communicatieaanpak. Zij betrekken communicatieprofessionals van de betrokken gemeenten bij het ontwikkelen van een integraal communicatieplan, zodat dit aansluit bij het participatieplan.
© 2021 WarmtelinQ en provincie Zuid-Holland
Pagina 5 van 16
2. Doelen, uitgangspunten en inhoud van participatie 2.1 Doelen van participatie Participatie gaat in brede zin over het betrekken van belanghebbenden en belangstellenden bij het project. Door participatie al in de verkenningsfase van de plan MER-procedure te organiseren, kan iedereen zelf informatie, oplossingen of koppelkansen aandragen. Participatie brengt zo de effecten van het project in beeld en zorgt dat argumenten voor alternatieven goed worden afgewogen, waardoor het project beter aansluit bij maatschappelijke behoeften. Ook ontstaat samenhang in de diverse belangen. WarmtelinQ en de provincie Zuid-Holland geven belanghebbenden al in de verkenningsfase de mogelijkheid hun belangen naar voren te brengen. Iedereen die zich bij het project betrokken voelt, kan zijn expertise, zorgen en wensen inbrengen. WarmtelinQ en de provincie gebruiken deze input om de plannen zoveel mogelijk af te stemmen op de belangen van de omgeving. In dit participatieplan wordt beschreven hoe we vooruitlopend op de Omgevingswet bovenop de wettelijke inspraakmogelijkheden op het Provinciaal Inpassingsplan c.q. Projectbesluit en de planMER een bredere betrokkenheid van mensen bij het project willen organiseren. Anders gezegd: we gaan in het betrekken van belanghebbenden verder dan wat wettelijk gezien op dit moment strikt noodzakelijk is.
We investeren in een langdurige constructieve relatie met belanghebbenden en stimuleren op deze manier zoveel mogelijk de acceptatie van het project. We investeren in een langdurige constructieve relatie met belanghebbenden in de vorm van verschillende informatiekanalen en diverse gespreks- en overlegvormen (kennissessies, keukentafelgesprekken en informatiebijeenkomsten). Het proactief organiseren van brede betrokkenheid past ook bij de uitgangspunten uit het participatiebeleid van gemeenten. Daarnaast geven we ermee invulling aan motie 995, waarin Provinciale Staten verzoeken inwoners zorgvuldig te betrekken bij het regionaal warmtenetwerk. In deze aanpak onderscheiden we twee doelen van participatie: Doel 1: Belangen van de omgeving in kaart brengen Het participatieplan is erop gericht om belangen van de omgeving in kaart te brengen. We organiseren daarvoor formele procedurestappen, waarin betrokkenen hun zienswijzen kunnen indienen, zodat deze door het bevoegd gezag kunnen worden betrokken bij de besluitvorming. Op deze manier kunnen we het project waar mogelijk laten aansluiten bij de wensen vanuit de omgeving. Doel 2: Vergroten van het begrip voor de afwegingen in de besluitvorming Het participatietraject is erop gericht het begrip voor het besluitvormingsproces te vergroten.
We vergroten maatschappelijke acceptatie door afwegingen in tracékeuze kenbaar te maken en met mensen te bespreken en mensen te wijzen op de formele invloed die ze hebben door het indienen van formele zienswijzen op PIP en plan-MER. Acceptatie voor het project organiseren we óók door te investeren in een langdurige constructieve relatie met belanghebbenden. Zo vergroten we begrip voor nut en noodzaak van WarmtelinQ bij de omgeving.
© 2021 WarmtelinQ en provincie Zuid-Holland
Pagina 6 van 16
NB: Dit participatieplan richt zich primair op de besluitvormingsfase voor het project. Voor de uitvoeringsfase wordt separaat een participatieplan opgesteld. 2.2 Uitgangspunten van participatie Ieder participatietraject heeft zijn eigen dynamiek. Voldoende flexibiliteit helpt om deze dynamiek ruimte te geven. Tegelijkertijd geeft een herkenbare structuur met duidelijke ‘spelregels’ houvast aan betrokkenen. We hanteren de volgende uitgangspunten in ons participatieplan: We betrekken belanghebbenden en belangstellenden zo vroeg mogelijk Om met belanghebbenden en belangstellenden tot een betekenisvol gesprek over WarmtelinQ te komen, moeten zij op het juiste moment betrokken worden en over de juiste informatie beschikken. Hoe eerder mensen betrokken worden, des te meer ze het proces, hun invloed en de besluitvorming accepteren. Zodra WarmtelinQ Rijswijk - Leiden op de lokale maatschappelijke agenda staat, kan een constructief gesprek ervoor zorgen dat kansen (en overlast) van de warmtetransportleiding vertrouwd worden bij inwoners en andere belanghebbenden. We investeren in vertrouwenwekkende samenwerking met andere overheden Inwoners maken geen onderscheid tussen overheidslagen. Of het nu gaat om het Rijk, de provincie, gemeenten of andere bevoegde gezagen: overheid is overheid.
Als samenwerkende overheden in het publieke debat het zichtbaar met elkaar eens zijn, wekt dit vertrouwen bij het publiek. In ons participatieplan investeren we daarom in een vertrouwenwekkende samenwerking met andere overheden. We stimuleren andere overheden gezamenlijk één verhaal te vertellen. Tegelijkertijd blijven we als afzonderlijke overheden aanspreekbaar op onze eigen verantwoordelijkheden. We zijn duidelijk over waarop mensen invloed hebben (en waarop niet) WarmtelinQ en provincie Zuid-Holland verschaffen samen helderheid over de verwachtingen die betrokkenen mogen hebben over hun rol en invloed. We communiceren hier expliciet over. De participatie richt zich op datgene waarover meegedacht kan worden. Het gesprek met omwonenden en andere belanghebbenden gaat vooral over de consequenties van het project voor de leefomgeving. Samen met hen ontwikkelen we ideeën voor een optimale uitvoering van het project. Dit kan in theorie suggesties voor nieuwe tracés opleveren, die gescreend kunnen worden op haalbaarheid en in plan-MER onderzocht worden. Daarnaast laten we zien wat we terugdoen voor de omgeving en het verbeteren van de leefkwaliteit, bijvoorbeeld aan de hand van inspraak in herinrichtingsplannen.
We zijn altijd bereid tot een constructieve dialoog Net als bij andere ontwikkelingen in de openbare ruimte zullen niet alle betrokkenen het project WarmtelinQ met open armen ontvangen. Waar de een op de deskundigheid en integriteit van de initiatiefnemers vertrouwt, kan de ander zich tegen de plannen keren. Het ervaren van weerstand is subjectief en een lastig grijpbaar onderdeel van het publieke debat. Het is denkbaar dat een dynamiek ontstaat die een open gesprek over afwegingen met sommige mensen in de weg staat. Een constructieve relatie met critici opbouwen kan lastig zijn. WarmtelinQ en provincie Zuid-Holland benadrukken dat zij openstaan voor ieders perspectief en altijd bereid zijn de dialoog aan te gaan.
© 2021 WarmtelinQ en provincie Zuid-Holland
Pagina 7 van 16
Het organiseren van unaniem draagvlak voor restwarmte en/of WarmtelinQ is echter niet het ultieme doel van het participatietraject. Het participatieplan richt zich op het verkrijgen van expertise en zienswijzen van betrokkenen en het vergroten van het begrip voor afwegingen en besluitvorming. WarmtelinQ en de provincie gebruiken de expertise en zienswijzen van betrokkenen om de plannen zoveel mogelijk bij de belangen van de omgeving te laten aansluiten. We richten een proces in dat mensen als rechtvaardig ervaren Mensen accepteren besluitvorming beter als zij het besluitvormingsproces rechtvaardig vinden. Participatie gebeurt daarom binnen duidelijke, vooraf gestelde kaders. De projectorganisatie is vooraf glashelder over welke invloed mensen (niet) hebben en hoe het besluitvormingsproces verloopt. Open eindjes zorgen voor onrust en geven het gevoel alsof de regels gaandeweg worden aangepast. We delen daarom een heldere planning, brengen mensen zorgvuldig op de hoogte van de voortgang en communiceren duidelijk hoe de resultaten van het participatieproces worden meegenomen in de afweging en besluitvorming. We hebben spelregels voor een eerlijk, gelijkwaardig en respectvol proces Alle deelnemers zijn verantwoordelijk voor het slagen van het participatieproces. We vragen deelnemers expliciet akkoord te gaan met een aantal basisregels en omgangsvormen.
Belangrijkste uitgangspunt van deze regels is dat het oké is om het met elkaar oneens te zijn. Ieders perspectief is immers waardevol. Zo lang we elkaar respectvol en begripvol benaderen. 2.3 Inhoud van participatie: hier gaat het wel (en niet) over Voor participatie is het van belang helder te zijn over waar belanghebbenden wel en niet over kunnen meepraten. Waar heeft de omgeving wel en geen invloed op? Bij ruimtelijke ontwikkelingen zoals warmtetransportnetwerk WarmtelinQ spelen drie kernvragen een belangrijke rol, namelijk de vragen of we dit project willen doen, waar we dit project willen doen en hoe we dit project willen doen. In dit participatieplan maken we duidelijk onderscheid tussen deze drie vragen, om zo vooraf helder te zijn over waar participatie wel en niet over gaat. Door hierover vooraf duidelijk te zijn, werken we aan het vergroten van het begrip van mensen voor keuzes die niet (meer) beïnvloedbaar zijn. Of we dit willen doen De vraag of we WarmtelinQ willen doen, gaat over nut en noodzaak van het project. Het antwoord op de deze vraag is inmiddels door het Rijk en de Provincie Zuid-Holland gegeven. Het kabinet gaf opdracht voor het warmtetransportnet en investeert in de aanleg ervan.
Op Prinsjesdag 2021 kondigde het Kabinet aan extra middelen beschikbaar te stellen voor energie-infrastructuurprojecten die belangrijk zijn voor de klimaat- en energietransitie, waaronder het WarmtelinQ-project. Ook provincie Zuid-Holland stimuleert de ontwikkeling van WarmtelinQ. Provinciale Staten hebben besloten om voor de warmtetransportleiding van Rijswijk naar Leiden een Provinciaal Inpassingsplan (PIP) en milieueffectrapportage (planMER) te gaan opstellen. Feitelijk staat de vraag of we dit willen doen in de participatie met de omgeving dus niet ter discussie. Mag je dan niet kritisch zijn? Jawel. Mensen kunnen hun persoonlijke kijk op het warmtetransportnet in de dialoog kenbaar maken. Ook zij die het nut en de noodzaak niet onderschrijven.
© 2021 WarmtelinQ en provincie Zuid-Holland
Pagina 8 van 16
Waar we dit willen doen De vraag waar we WarmtelinQ willen doen, gaat over het tracéontwerp. Het ontwerpen van het voorkeurstracé gebeurt in nauwe co-creatie met gemeenten. De keuzes voor het tracé zijn nog niet gemaakt. WarmtelinQ Rijswijk – Leiden zit nog in de beginfase. Vooruitlopend daarop heeft WarmtelinQ onderzocht welk tracé het meest efficiënt is en welke alternatieven denkbaar zijn. Het participatieproces rondom het voorkeurstracé vindt momenteel plaats met grondeigenaren en belanghebbende organisaties, zoals natuur en milieuorganisaties en weg-, spoor en waterbeheerder. Met hen wordt gesproken over de consequenties van de aanleg van het warmtetransportnet en gezocht naar oplossingen of alternatieven die de aanleg van het tracé mogelijk maken. Hoewel het voorkeurstracé op allerlei plekken nog onderwerp van gesprek is, zijn WarmtelinQ en provincie Zuid-Holland graag duidelijk over de verwachtingen die betrokkenen mogen hebben over hun rol en invloed op het tracéontwerp. In ons participatieproces bieden we diverse mogelijkheden om suggesties en zienswijzen voor het tracéontwerp aan te geven, maar besluitvorming gebeurt door WarmtelinQ en de provincie Zuid-Holland in samenspraak met de gemeenten en andere bevoegde gezagen.
Hoe we dit willen doen De vraag hoe we WarmtelinQ willen doen, is bij uitstek een relevante publieke vraag in het gesprek met inwoners, bedrijven, belangenorganisaties en bevoegde gezagen. Participatie met hen over de hoe-vraag zal gaan over de consequenties van het project voor de directe leefomgeving van mensen. Hier gaat het dus vooral over de manier waarop het project wordt uitgevoerd. Naarmate het project vordert en uitvoering nadert, neemt de betrokkenheid van direct omwonenden en bedrijven toe. Gesprekken zullen dan op wijk, buurt en straatniveau plaatsvinden. Onderwerpen die hier aan bod komen, zijn bijvoorbeeld (her)inrichting van de openbare ruimte, meekoppelkansen (werk met werk maken), planningskwesties (start en duur) en andere uitvoeringsaspecten, zoals veiligheid en overlast.
© 2021 WarmtelinQ en provincie Zuid-Holland
Pagina 9 van 16
3. Participatieaanpak bij PIP en plan-MER 3.1 Organiseren van publieke betrokkenheid (inwoners en bedrijven) Bewoners en bedrijven kennen hun omgeving als geen ander. WarmtelinQ en de provincie willen deze groepen daarom zorgvuldig informeren en betrekken. Direct tijdens de voorbereidingsfase nodigen we inwoners die zich betrokken voelen uit zich te laten informeren over het project (inhoud), de besluitvormingsprocedure (proces) en de invloed die zij hebben op die besluitvorming (participatie). We bieden ze verschillende mogelijkheden om betrokken te raken bij het proces. Gedurende het gehele project hebben belanghebbenden en belangstellende de gelegenheid in het participatieproces in te stappen. Online enquête: informeren en aanleg infrastructuur van betrokkenheid Een van de uitdagingen bij het organiseren van publieke betrokkenheid in deze aanpak is het regionale karakter van het project WarmtelinQ. Betrokken inwoners wonen in een regio met tien gemeenten. In de voorbereidingsfase is het zaak in het gehele plangebied brede betrokkenheid onder inwoners te organiseren. Dit doen we door te starten met een regionale online enquête. Met een online enquête zijn we in staat op hetzelfde moment alle inwoners in het gehele plangebied te benaderen.
In de enquête vragen we inwoners in het plangebied aan te geven of en op welke manier zij betrokkenheid ervaren bij WarmtelinQ Rijswijk – Leiden. We brengen de enquête onder de aandacht van mensen aan de hand van een campagne. We gebruiken verschillende kanalen (bijvoorbeeld via social media, lokale kranten en gemeentelijke kanalen) om zoveel en divers mogelijk mensen te bereiken. De online enquête dient drie doelen: 1. Ophalen eerste beeld uit omgeving De online enquête is ons eerste visitekaartje in de richting van de groep die wij aan het project willen binden. Deze eerste indruk is belangrijk. We nemen in de enquête een open houding aan en bieden tegelijkertijd ook duidelijkheid. In de online enquête presenteren we richtinggevende uitgangspunten en vragen we mensen welke ideeën zij hierbij hebben. We vragen ze wat zij belangrijk vinden bij de aanleg van het warmtetransportnet. Zo krijgen we een eerste beeld van de dominante (en unieke) ideeën van inwoners over het project. Deze inzichten helpen ons bij het inhoudelijk vormgeven van het vervolggesprek. 2. Betrokkenheid voor vervolg in beeld brengen ‘One size fits all’ bestaat niet bij participatie. Mensen hebben hun eigen voorkeuren voor manieren waarop zij betrokken willen zijn. Dus bieden we verschillende participatiekanalen aan.
In de online enquête kunnen mensen aangeven of en op welke manier zij geïnformeerd willen worden en/of willen meedenken over het Provinciaal Inpassingsplan en de plan-MER. Mensen kunnen hun voorkeur aangeven. Zo identificeren we groepen mensen die we in de vervolgaanpak benaderen om verder te praten. Groot voordeel van deze aanpak is dat mensen bij ons project betrokken raken op een manier die bij ze past. Dit zorgt voor meer diversiteit in participatie en een hogere betrokkenheid.
© 2021 WarmtelinQ en provincie Zuid-Holland
Pagina 10 van 16
3. Informeren over de plannen, procedure en participatie Een online enquête is naast een instrument om mensen te raadplegen een krachtig communicatiekanaal. We bieden in de vraagstelling en het duiden van de context direct informatie over plannen, procedure en participatiemogelijkheden. Daarnaast informeren we mensen ook in de campagne die we voeren om de enquête onder de aandacht te brengen. Infrastructuur van betrokkenheid voor vervolgaanpak Uit de online enquête leren we hoe inwoners in het vervolg geïnformeerd willen worden over ons project en op welke manier(en) mensen met ons in gesprek willen. Hier stemmen we onze vervolgaanpak op af. Aan de hand van verschillende informatie- en participatiekanalen leggen we een infrastructuur van betrokkenheid voor de vervolgfase aan. We bieden een mix van kanalen. Mensen kiezen zelf op welke manier zij met ons in gesprek willen. We bieden keuze tussen individuele en groepsgesprekken, informerende en consulterende kanalen, online en offline. Voor ieder wat wils. Op deze manier bereiken we een brede vertegenwoordiging van de samenleving. Ervaring leert dat keuze in deelnamemogelijkheden tot een significant hogere betrokkenheid leidt en meer waardering en acceptatie van het participatieproces. In de enquête vragen we mensen naar hun postcode (AVG proof). Hiermee krijgen we een overzicht van waar respondenten wonen.
Het biedt tevens de mogelijkheid om lokaal groepen mensen uit te nodigen voor vervolggesprekken. We bieden 4 informatiekanalen om geïnformeerd te blijven (informeren) 1. 2. 3. 4.
(Online) bewonersbijeenkomst/ informatieavond/ webinar Bericht in het huis-aan-huis blad of de regionale krant Informatie op de website van WarmtelinQ Digitale nieuwsbrief
We bieden 5 manieren om betrokken te blijven (consulteren/ raadplegen) 1. 2. 3. 4. 5.
(Online) bewonersbijeenkomst/ kennissessies Lokale werkgroep met andere betrokkenen in de gemeente Schriftelijke reactie op de plannen geven Op een interactieve website op de plannen reageren Vaker meedenken in een (online) enquête
Uitnodiging via campagne in gemeentelijke kanalen en social media (via geo-targeting) In een campagne nodigen we mensen in het plangebied uit deel te nemen aan de enquête. We gebruiken onze eigen kanalen, gemeentelijke kanalen, klassieke media (print) en social media. Met geo-targeting (gericht communiceren met mensen die zich op een specifieke locatie bevinden) benaderen we mensen gericht in het plangebied. Daarnaast gebruiken we bestaande communicatiekanalen in de wijken om onze enquête onder de aandacht te brengen. 3.2 Organiseren van professionele betrokkenheid (stakeholders) Tijdens de voorbereidingsfase betrekken we nadrukkelijk ook professionals bij het opstellen van het Provinciaal Inpassingsplan c.q. Projectbesluit. Ook hen informeren we over het project (inhoud), de besluitvormingsprocedure (proces) en de invloed die zij hebben op die besluitvorming (participatie).
© 2021 WarmtelinQ en provincie Zuid-Holland
Pagina 11 van 16
We organiseren een proces, waarin professionele stakeholders kunnen reageren op uitgangspunten en hoofdlijnen van het project. WarmtelinQ investeert in een persoonlijke relatie met professionele belanghebbenden. De omgevingscoördinatoren zijn eerste aanspreekpunt voor deze stakeholders. De omgevingscoördinatoren hebben ieder hun eigen aandachtsgebied: • • • •
Den Haag Rijswijk Leiden, Katwijk, Oegstgeest Leidschendam-Voorburg, Voorschoten, Zoeterwoude, Leiderdorp, Wassenaar
We onderscheiden vier groepen professionele betrokkenen (stakeholders): 1. Natuur- en milieuorganisaties WarmtelinQ Rijswijk – Leiden kan (tijdelijk) gevolgen hebben voor natuurwaarden. WarmtelinQ informeert en raadpleegt natuur- en milieuorganisaties als direct betrokken partijen en weegt hun kennis en inbreng mee in de besluitvorming. 2. (Private) grondeigenaren WarmtelinQ brengt in beeld welke percelen de warmtetransportleiding mogelijk kruist. Met (private) grondeigenaren van deze percelen gaat WarmtelinQ individueel in gesprek. We maken afspraken met hen via het zakelijk recht. De meeste grondeigenaren zijn ook bewoners van het plangebied. Vanzelfsprekend zijn ze daarom ook welkom deel te nemen aan de overige participatiekanalen. 3. Weg-, spoor- en waterbeheerders We informeren en betrekken weg-, rail- en waterbeheerders proactief. We raadplegen ze en gebruiken hun expertise bij het maken van keuzes in relatie tot kruisende wegen, rails en waterstaatswerken. 4. Kabel- en leidingeigenaren Kabel- en leidingeigenaren hebben kennis over de aanwezige ondergrondse infrastructuur. Zij kunnen mogelijkheden aangegeven voor verlegging of inpassing van deze infrastructuur. WarmtelinQ informeert hen en weegt hun kennis en inbreng mee in de besluitvorming.
3.3 Organiseren van bestuurlijke betrokkenheid (openbaar bestuur) Naast contact met bovenstaande groepen betrokkenen vindt ook een politiek-bestuurlijk proces plaats. Dit proces loopt parallel aan de overige participatiemomenten. We nemen verschillende bevoegde gezagen in het participatieproces en voortgang van het project mee. Dit gebeurt op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau. Bestuurlijk – gemeenteraden Online webinar gezamenlijke gemeenteraden (bovenlokaal) Brede lokaal bestuurlijke betrokkenheid bij het opstellen van het Provinciaal Inpassingsplan in noodzakelijk. We betrekken de raden van alle gemeenten binnen het plangebied. Hoewel sommige raden reeds individueel gehoord zijn, organiseren we in de verkenningsfase één gezamenlijk online
© 2021 WarmtelinQ en provincie Zuid-Holland
Pagina 12 van 16
webinar, waarvoor we alle raadsleden tegelijk uitnodigen. Hier informeren we raadsleden op hoofdlijnen over het project (inhoud), de besluitvormingsprocedure van het PIP (proces) en hun betrokkenheid bij het project (participatie). Zij kunnen naar aanleiding van het webinar hun vragen en reactie formuleren en zich zo degelijk voorbereiden op de individuele raadsbijeenkomst voor de meeste gemeenteraden nog volgt. Individuele raadsinformatiebijeenkomsten (lokaal) De provincie is volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenteraden te horen bij het opstellen van een Provinciaal Inpassingsplan. WarmtelinQ en Provincie Zuid-Holland bezoeken alle raden van gemeenten in het grondgebied afzonderlijk. De raadinformatiebijeenkomsten zijn een vervolg op het gezamenlijk regionaal webinar. De bijeenkomsten hebben enerzijds als doel de gemeenteraden te informeren over het project (inhoud), de besluitvormingsprocedure (proces) en het participatieproces en anderzijds ze te horen en hun aandachtspunten mee te nemen in afwegingen. Informeren gemeenteraden over voortgang besluitvorming Gemeenteraden worden regelmatig geïnformeerd over de voortang van het project en de besluitvorming rondom het PIP en de plan-MER. Algemene informatie delen we tijdens gezamenlijke informatiemomenten (bijvoorbeeld webinars), specifieke lokale ontwikkelingen delen we in individuele raadbijeenkomsten.
In maart 2022 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Zodra de nieuwe gemeenteraden zijn geïnstalleerd, informeren we ze proactief over de voortgang van het project. De provincie ZuidHolland en WarmtelinQ bezoeken de nieuwe gemeenteraden op hun verzoek graag nogmaals in een raadsinformatiebijeenkomst. Bestuurlijk – colleges WarmtelinQ en de provincie betrekken bestuurlijke partners (gemeenten Rijswijk, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Voorschoten, Zoeterwoude, Oegstgeest, Leiden, Wassenaar, Leiderdorp en Katwijk, waterschappen en Rijkswaterstaat) bij het besluitvormingsproces van het inpassingsplan c.q. Projectbesluit en plan-MER. Bestuurders van deze partners worden periodiek op de hoogte gehouden van de voortgang in een bestuurlijk overleg. Projectgroep gemeenten en overige bevoegde gezagen Een projectgroep met ambtenaren van betrokken gemeenten en de overige bevoegde gezagen (Hoogheemraadschap Delfland, Hoogheemraadschap Rijnland en Rijkswaterstaat) stemt de verschillende processtappen en producten af. In dit overleg wordt ook het beoogde participatieproces besproken.
© 2021 WarmtelinQ en provincie Zuid-Holland
Pagina 13 van 16
4. Fasering van de participatie 4.1 Fasering besluitvormingsprocedure De besluitvormingsprocedure van het Provinciaal Inpassingsplan en plan-MER heeft drie fasen. Zodra de Omgevingswet van kracht is (naar verwachting 1 juli 2022), vervangt het instrument ‘Projectbesluit’ het Provinciaal Inpassingsplan uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In de fasering hebben we de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de vervanging van de instrumenten alvast opgenomen. 1. Verkenningsfase (NRD/plan-MER) Tijdens de verkenningsfase informeert en raadpleegt de provincie belangstellenden en belanghebbenden over het voornemen. Publiek, professionals en openbare besturen kunnen in deze fase reageren op het voornemen en suggesties doen voor alternatieve oplossingen en start het plan-MER. Na afronding van het MER wordt in overleg met WarmtelinQ het voorkeursalternatief gekozen. 2. Terinzagelegging (ontwerp) Zodra de provincie het plan-MER heeft vastgesteld en het voorkeursalternatief is gekozen wordt het ontwerp Inpassingsplan c.q. projectbesluit opgesteld en gepubliceerd voor de zienswijzenprocedure. Een ieder kan tegen de stukken zienswijzen indienen. De provincie neemt de zienswijzen mee in de besluitvorming over het inpassingsplan en het projectbesluit. 3.
Definitieve fase (vaststelling en beroep) Nadat de provincie het projectplan definitief heeft vastgesteld, kunnen belanghebbende hiertegen beroep instellen bij de Raad van State. 4.2 Documenten en instrumenten Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) De NRD is de eerste stap in de MER-procedure (milieueffectrapport). In de NRD staat beschreven welke tracés in het MER zullen worden onderzocht, naar welke milieueffecten wordt gekeken en hoe deze worden beoordeeld. Belangstellenden en belanghebbenden kunnen een zienswijze indienen op de NRD en ook de gemeenten en waterschappen en de commissie MER worden gevraagd om een advies af te geven over de reikwijdte en detailniveau van het MER. Milieueffectrapport (MER) Een milieueffectrapport (MER) brengt de milieueffecten van het project in beeld voordat de provincie en WarmtelinQ een besluit nemen over het tracé van project WarmtelinQ. De commissie MER brengt als onafhankelijke organisatie een advies uit over het milieueffectrapport, waarin de commissie toetst of alles wat belangrijk is voor het project, ook beschreven is. NB: NRD en plan-MER worden samen gezien als verkenning in de procedure van een Projectbesluit.
© 2021 WarmtelinQ en provincie Zuid-Holland
Pagina 14 van 16
Provinciaal Inpassingsplan (PIP) Een Provinciaal Inpassingsplan is vergelijkbaar met een gemeentelijk bestemmingsplan en wordt vastgesteld door de provincie. De voorbereiding gebeurt integraal en in samenwerking met gemeenten. De besluitvorming ligt bij één bevoegd gezag (Provinciale Staten). Met het Provinciaal Inpassingsplan wordt een planologisch-juridische basis gelegd voor de realisatie van de warmtetransportleiding en de (technische) bouwwerken die nodig zijn (zoals een pompstation). Projectbesluit (na invoering Omgevingswet) Zodra de Omgevingswet van kracht is (naar verwachting 1 juli 2022), vervangt het instrument ‘Projectbesluit’ het Provinciaal Inpassingsplan uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het Projectbesluit is een instrument voor waterschappen, provincies en het Rijk voor het mogelijk maken van vaak complexe projecten met een publiek belang. NB: Het Projectbesluit vervangt het PIP bij inwerkingtreding van de Omgevingswet
4.3 Karakter van participatie per fase in besluitvormingsprocedure
Fasen besluitvormingsproces
Karakter van participatie
Kennisgeving voornemen en kennisgeving participatie
Informeren en activeren
(dec 2021/ jan 2022)
WarmtelinQ en de provincie benaderen de brede samenleving (inwoners, bedrijven, stakeholders en openbaar besturen). We informeren ze op hoofdlijnen en activeren betrokkenheid bij ons project/ proces. Participatie instrumenten: • • • • •
Campagne online enquête inwoners en bedrijven Online enquête inwoners en bedrijven Webinar gemeenteraden Eén op één gesprekken stakeholders Bestuurlijke overleggen
Verkenning:
Raadplegen en informeren
Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)
WarmtelinQ en de provincie raadplegen adviseurs en overheidsorganen die bij de voorbereiding van het plan worden betrokken over de reikwijdte en het detailniveau van het plan-MER. Ze informeren openbaar over de voortgang.
(Q4 2021/Q1 2022)
Participatie instrumenten: • • • •
© 2021 WarmtelinQ en provincie Zuid-Holland
Kennissessies NRD/ plan-MER Raadinformatiebijeenkomsten Raadpleging Commissie MER Bestuurlijke overleggen
Pagina 15 van 16
Verkenning:
Raadplegen en informeren
Milieueffectrapport (MER)
WarmtelinQ en de provincie raadplegen de brede samenleving over het milieueffectrapport. Ze vragen input vanuit het perspectief van verschillende belanghebbenden. Ze informeren openbaar over de voortgang.
(Q2 2022)
Participatie instrumenten: • • • • Voorkeursalternatief/besluit + Ontwerp Provinciaal Inpassingsplan / c.q. Projectbesluit (Q3 2022)
Kennissessies plan-MER Raadpleging Commissie MER Eén op één gesprekken belanghebbenden Bestuurlijke overleggen
Raadplegen, dialoog en informeren WarmtelinQ en de provincie raadplegen de doelgroepen over het voorkeursalternatief en over de gevolgen van de Omgevingswet en de overgang naar het Projectbesluit. Ze vragen hiervoor input vanuit het perspectief van verschillende belanghebbenden. Ze informeren openbaar over de voortgang. Participatie instrumenten: • (Online) informatiebijeenkomst • Lokale meedenkgroepen • Interactieve website • Online enquête • Eén op één gesprekken belanghebbenden • Bestuurlijke overleggen
Kennisgeving en zienswijze ontwerp Projectbesluit (Q4 2022)
Informeren en horen De provincie legt het ontwerp projectbesluit en plan-MER met de overige onderzoeken ter inzage. Belanghebbenden en belangstellenden kunnen zienswijzen indienen. Participatie instrumenten: • •
Definitief Projectbesluit en Beroepsprocedure (Start Q1 2023)
Kanalen kennisgeving terinzagelegging Hoorzitting (optie)
Informeren De provincie legt het definitieve projectbesluit samen met alle uitgevoerde onderzoeken ter inzage. Belanghebbenden die het niet eens zijn met het vastgestelde Projectbesluit kunnen beroep aantekenen bij de Raad van State. Participatie instrumenten: •
© 2021 WarmtelinQ en provincie Zuid-Holland
Kanalen kennisgeving terinzagelegging
Pagina 16 van 16