bijlage 2. Kadernota 2023 GR ODWH
Tekst van het document
Kadernota 2023 25 november 2021 Concept (versie 0.3)
INHOUDSOPGAVE 1
Voorwoord
3
2
Ontwikkelingen Terugblik 2021: “tussenjaar” 2022 en 2023: Strategische tussenperiode
4 4 5
3
Beleidsinhoudelijke kaders 2023 Actuele inhoudelijke thema’s Samenwerking Zuid-Hollandse omgevingsdiensten Investeren in informatie Portefeuille en bedrijfsvoering verder op orde
5 5 6 7 7
4
Financiele kaders 2023 Indexering Tarief 2023
8 8 9
5
Proces en planning
10
6
Ondertekening
10
Agendapunt 4 AB 7 februari 2022: Kadernota 2023 0.3 (2021007594)
2 / 10
1
VOORWOORD
Wat kan ik zeggen over 2023, nu we weten dat veel van wat we voorzagen voor 2022 toch niet helemaal is uitgekomen: we zitten nog midden in de Covid-crisis; het van kracht worden van de Omgevingswet is nog niet helemaal zeker; we hebben de nieuwe Strategie, om goede redenen, uitgesteld; het nieuwe regeringsbeleid is er nog steeds niet, …. 2021 voelt aan als een ‘surplace’. Toch zal 2022 geen verloren jaar worden. De gemeenteraadsverkiezingen gaan door en een vernieuwd bestuur van de dienst zal er komen. We zullen onze nieuwe bestuurders graag verwelkomen en inwerken. Er zal meer duidelijkheid komen over de opvolging van de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen en de samenwerking tussen de diensten in Zuid-Holland zal ongetwijfeld positieve vruchten afwerpen. 2022 wordt een jaar van investeren, dat is niet veranderd. Maar nadat we in financiële zin de basis op orde hebben gebracht, moeten we dat nu vooral ook met ons informatiemanagement doen: meer dan we voorzien hadden moeten we terug naar de basis en opnieuw bouwen, maar dan wel steviger en meer op de toekomst voorbereid. En ondertussen moeten we heel veel zorg besteden aan onze medewerkers, koesteren wie we hebben, opleiden en faciliteren, maar ook aan het aantrekken van nieuwe collega’s, uit soortgelijke organisaties of juist niet, want dat laatste kan erg verfrissend zijn voor de cultuur van de dienst.
Vanaf 2022 moeten we beter gaan rapporteren over onze dienstverlening. Met onze dienstverlening zelf is, wat ik zo hoor, in het algemeen niet zo heel veel mis. Maar met onze verantwoording wel. Goed rapporteren over wat we doen en hoe we er voor staan ten opzichte van de opdrachten die we hebben gekregen gaat ons niet goed af. Daarmee doen we niet alleen onze opdrachtgevers tekort, maar ook onszelf. Dat moet anders. Wat betekent dat allemaal voor 2023? We hebben de Strategie 2018-2021 geëvalueerd en daaruit conclusies getrokken over de benodigde acties voor de komende twee jaar. Die acties vatten we concreet samen in een tien-punten-plan waarmee we aan de slag gaan. Vier jaar geleden startte ik als directeur van de dienst, ook met een nieuwe strategie en ook binnen drie maanden gemeenteraadsverkiezingen. Ik heb toen mijn bevindingen van de eerste honderd dagen samengevat in een tien-punten-plan, dat heel goed heeft gewerkt om bestuurders mee te nemen en concrete resultaten te behalen. Dat proberen we te herhalen. 2023 wordt dan een jaar van consolideren en doorpakken. De basis is steeds meer op orde, de dienst doet de goede dingen, en doet dat goed. Alle veranderingen krijgen in 2023 hun plaats en vertaling in een nieuwe Strategie voor de toekomst. Laten we weer gaan coursen!
Marlies Krul-Seen Directeur Omgevingsdienst West-Holland
Agendapunt 4 AB 7 februari 2022: Kadernota 2023 0.3 (2021007594)
3 / 10
2
ONTWIKKELINGEN TERUGBLIK 2021: “TUSSENJAAR”
“2021 wordt een jaar van afronden en voorbereiden. De Strategienota die in 2018 startte kent 2021 als laatste jaar en de nieuwe strategie voor 2022 tot en met 2025 wordt voorbereid. De laatste voorbereidingen voor het van kracht worden van de Omgevingswet worden getroffen. De ontwikkelingen bij Duurzaamheid kennen meer focus, met name op energiebesparing.” Bij het schrijven van de Kadernota 2022 was dit het beeld van 2021. Inmiddels is besloten de Strategienota 2018-2021 te evalueren, en met twee jaar te verlengen, op basis van een concreet actieplan. De nieuwe Strategie zal dan met de nieuwe bestuurders met name in 2023 worden opgepakt, om voor de periode 2024-2027 weer gesteld te staan. Inmiddels is de inwerkingtreding van Omgevingswet uitgesteld tot 1 juli 2022, en is het op dit moment, mede gelet op de stand van de formatie van het nieuwe kabinet, nog steeds niet helemaal zeker dat die datum ook gehaald gaat worden. En inmiddels is de aandacht voor duurzaamheid en de noodzaak van acties voor energiebesparing enorm toegenomen. In 2021 is de financiële situatie van de dienst sneller dan verwacht verbeterd, en is de algemene reserve veel minder diep uitgeput hoeven te worden als gevolg van de verhuizing naar de Vondellaan.
De Coronacrisis heeft naast veel negatieve effecten voor de dienst ook een positief effect gehad omdat alle leegstaande ruimten aan de Schipholweg op de een of andere manier aan de RDOG zijn onderverhuurd. Overigens zijn de negatieve effecten van de Coronacrisis er bij de dienst ook: dachten we vorig jaar nog dat we Covid-vrij 2022 zouden ingaan, inmiddels weten we dat we er nog (lang) niet vanaf zijn. De regels om in principe thuis te werken en alleen in uitzonderlijke gevallen naar kantoor te komen zijn weer onverminderd van toepassing verklaard. De rek is er uit bij de mensen, het aantal ziektegevallen -met name Covid, maar ook stress gerelateerde klachten- neemt toe. Het verlofstuwmeer is nog niet echt afgebouwd kunnen worden. Wel hebben we ons voornemen uitgevoerd om te investeren in kantoormiddelen die nu het thuiswerken en straks het ‘nieuwe werken’ faciliteren. 2021 is ook gekenmerkt door een toenemende maatschappelijke belangstelling voor het werkveld van de dienst, met name de zorg voor het milieu. In dat kader heeft de Commissie Van Aartsen het functioneren van het VTH-stelsel onderzocht en is met aanbevelingen gekomen voor verbeteringen.
Dat biedt kansen voor de toekomstige ontwikkeling van de omgevingsdiensten; in afwachting van het gevolg dat het kabinet aan deze aanbevelingen gaat geven noodzaakt het ook tot een pas op de plaats, bijvoorbeeld bij het opstellen van de nieuwe Nota VTH, die mede om die reden nogmaals is verlengd. In 2021 zou de dienst de inbedding van kwaliteitscriteria in het nieuwe zaaksysteem ter hand nemen. Een onderzoek dat daartoe in de eerste helft van het jaar is uitgevoerd heeft aan het licht gebracht dat niet alleen het nieuwe zaaksysteem, maar het gehele informatiemanagement van de dienst grondig herzien diende te worden. Met een nieuwe ploeg IM-mensen is in de volle breedte in kaart gebracht wat er aan schort en in een plan van aanpak is in beeld gebracht welke verbeteringen noodzakelijk zijn. Er zal zeker anderhalf jaar nodig zijn om het gewenste niveau te bereiken, maar dan is ook de basis gelegd voor verdere ontwikkeling. Agendapunt 4 AB 7 februari 2022: Kadernota 2023 0.3 (2021007594)
4 / 10
2022 EN 2023: STRATEGISCHE TUSSENPERIODE Op 16 maart 2022 vinden de Gemeenteraadsverkiezingen plaats. Voor de dienst als gemeenschappelijke regeling van twaalf gemeenten en de provincie heeft dit vanzelfsprekend gevolgen voor de samenstelling van het bestuur, zowel het algemeen bestuur als het dagelijks bestuur. De dienst zal in de loop van 2022 een passend kennismakings- en inwerkprogramma voor de nieuwe bestuurders opzetten en uitvoeren. In 2023 zal de dienst samen met het nieuwe bestuur de nieuwe strategie ontwikkelen. De verwachting is dat er dan meer zicht is op de landelijke ontwikkelingen en de acties en maatregelen die daaruit voortkomen, zodat die in de strategie vertaald kunnen worden. Ook de opdracht van de provincie aan de vijf Zuid-Hollandse diensten om een samenwerkingsprogramma op te stellen zal dan tot resultaat hebben geleid.
Tot het zover is zal de dienst verder werken aan belangrijke onderwerpen, die te maken hebben met de verbetering van de opdrachtgeversrelatie tussen deelnemers en dienst, en met de interne huishouding van de dienst: - aandacht voor inhoudelijke onderwerpen die mede worden ingegeven door de actualiteit, en hun vertaling krijgen in het VTH-beleid (vergunningverlening, toezicht en handhaving) - het transparant maken van het takenpakket, onderverdeeld naar basistaken, plustaken en ontwikkelingstaken, om de discussie met de deelnemers over de inbreng en uitvoering van taken te faciliteren - kwaliteitsverbetering, op het gebied van sturing en rapportage - investeren in medewerkers, in een aantrekkelijke werksfeer en in arbeidsmarktcommunicatie, om het menselijk kapitaal op peil te houden - aanpakken van de informatievoorziening, opdat die toekomstbestendig wordt en de basis legt voor verdere ontwikkeling - blijvende aandacht voor de bedrijfsvoering, onder andere door het uitvoeren van ontwikkelpunten uit de Nota Planning en Control, zoals het onderzoeken van verschillende vormen van tariefdifferentiatie en het optimaliseren van de norm voor productiviteit.
3
BELEIDSINHOUDELIJKE KADERS 2023 ACTUELE INHOUDELIJKE THEMA’S
Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) staan ook de komende jaren volop in de belangstelling. Niet alleen het stelsel, maar ook de inhoudelijke thema’s. Steeds meer zal, mede door schaarste aan middelen, maar ook door toenemend gebruik van data, risicogericht gewerkt worden. Niet aantallen controles zijn bepalend voor het resultaat, maar de effectiviteit van de acties, zowel repressief als preventief. Door gerichte samenwerking in de keten en nauwe afstemming van informatie neemt de slagkracht toe, ook op ingewikkelde thema’s als ondermijning. Samen en gericht kunnen we criminaliteit beter aanpakken, op milieugebied en daarbuiten.
Agendapunt 4 AB 7 februari 2022: Kadernota 2023 0.3 (2021007594)
5 / 10
De aandacht van publiek, media en onderzoeksjournalisten voor de werkvelden Milieu en Bodem lijkt nog niet af te nemen. Of het nu gaat om uitstoot van fijnstof, de recycling van asfalt, weer nieuwe zeer zorgwekkende stoffen, oude bodemvervuilingen: de dienst is er van en wil er ook van zijn. Als voorbeeld heeft de dienst de uitnodiging om samen te werken met de gemeente Katwijk en de provincie Zuid-Holland om problemen met batterijen in de toegepaste bouwstof voor de verbreding van de provinciale weg op te lossen graag aangenomen. Het biedt de mogelijkheid om onze toegevoegde waarde te laten zien, maar het houdt ons ook alert, door vanuit de samenleving naar het eigen werkveld te blijven kijken. Op het gebied van bouwen zal met de komst van de Omgevingswet ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) van kracht worden. Dit zal van invloed zijn op de opdracht van- en de taakuitvoering voor de gemeente Noordwijk, maar wellicht biedt deze wet ook kansen voor samenwerking met andere deelnemers. De gemeente Noordwijk laat een onafhankelijk onderzoek uitvoeren naar de kwaliteit en kosten van de uitvoering van de bouwtaken door de dienst, in vergelijking met de optie om deze taken weer zelf uit te gaan voeren. De resultaten zijn nog niet bekend.
Als deze taak niet meer aan de dienst wordt opgedragen zal dit grote gevolgen hebben voor de dienst, voor het onderdeel bouwen, maar ook voor de bedrijfsvoering, en zal dit een intensief traject vergen dat ook in 2023 zal doorlopen. Voor de Omgevingswet gaan we er van uit dat 2022 het overgangsjaar zal zijn. We blijven ons voorbereiden en ontwikkelen om de overgang goed te kunnen maken, maar realiseren ons dat er ook na de start een groeitraject zal zijn, in het ontwikkelen van kunde en van vaardigheden. Naast blijvende aandacht voor een goede voorbereiding zal ook de ontwikkeling van- en het aansluiten op het DSO, het digitale stelsel van de Omgevingswet, de nodige aandacht blijven vragen. In onze advisering op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu zal er steeds meer aandacht zijn voor de integrale benadering van vraagstukken en zal de samenwerking in de keten met partners in de regio, zoals de Veiligheidsregio, de RDOG en de politie, verder worden geïntensiveerd. Energiebesparing zal bij Duurzaamheid nog meer dan voorheen een zeer belangrijk thema zijn, ook omdat de basistaken op dit gebied worden uitgebreid. Vanuit de rol die we al hebben zullen we het gesprek aangaan in de regio hoe we effectiever kunnen samenwerken en daardoor meer kunnen bereiken. Ook de samenwerking met Holland Rijnland zal hiertoe worden geïntensiveerd.
Daarnaast zullen nieuwe thema’s, waarbij raakvlakken zijn met bestaande deskundigheid van de dienst, worden aangepakt. De MER voor de RES is een bestaand voorbeeld, maar bijvoorbeeld ook op gebied van gebruik van de bodem voor warmtetoepassingen kan de dienst deskundigheid bijdragen.
SAMENWERKING ZUID-HOLLANDSE OMGEVINGSDIENSTEN De intensivering van de samenwerking tussen de vijf diensten in Zuid-Holland zal ongetwijfeld een verbreding en een verdieping van de beschikbare denk- en ontwikkelingskracht bij de dienst teweeg brengen. Op het gebied van arbeidsmarktbenadering en van informatievoorziening worden vanuit het bestuur specifieke opdrachten meegegeven, maar elkaar beter kennen biedt ook mogelijkheden voor het stellen van hulpvragen op allerlei gebied: een collega van een andere dienst vervult nu op interim basis een ingewikkelde functie bij de dienst. Agendapunt 4 AB 7 februari 2022: Kadernota 2023 0.3 (2021007594)
6 / 10
INVESTEREN IN INFORMATIE De uitvoering van de lang gekoesterde wens van dienst om alle informatie, producten, rapporten en adviezen van de dienst te ontsluiten met een digitale kennisbank -die door middel van topografie wordt ontsloten en die gekoppeld is met systemen en informatie van ketenpartners- heeft door de ontwikkelingen op het gebied van informatiemanagement stagnatie opgelopen. De dienst werkt aan een algemene aanpak die de basis niet alleen op orde brengt maar ook verstevigt, zodat doorontwikkeling op verschillend gebied mogelijk is. Zodra de dienst ver genoeg is gevorderd met onderdelen daarvan, zoals verbetering datakwaliteit, zal dit project alsnog doorgestart worden.
PORTEFEUILLE EN BEDRIJFSVOERING VERDER OP ORDE Regelmatig stellen deelnemers de vraag welke taken ze wettelijk verplicht zijn bij de dienst in te brengen (basistaken) en voor welke taken ze de keuze hebben (plustaken): of om die al dan niet door de dienst te laten uitvoeren of om die om budgettaire redenen al dan niet tijdelijk te schrappen. De dienst wil deze keuzes zo goed mogelijk faciliteren en maatwerk leveren waar dat kan: waar zit de winst voor de deelnemers, hoe kunnen we daar flexibel op inspelen en voorkomen dat vragen niet opgepakt kunnen worden. In de werkplannen leggen we de afspraken vast, maar de rapportages over de uitvoering zijn nog niet op het gewenste niveau, en met name het detailniveau waarop gerapporteerd dient te worden is nog een zoektocht. Door de sturing en verantwoording beter met elkaar in balans te brengen wil de dienst hierin een verbeteringsslag doorvoeren. Inhuur blijft een punt van aandacht: niet alleen de arbeidsmarkt is krap, maar ook bij inhuur wordt het steeds lastiger om geschikte kandidaten te vinden. Om die reden heeft de dienst de aanpak met 5 trainees bij bouwen inmiddels uitgebreid met nog eens 7 trainees, bij milieu en bij duurzaamheid, maar ook voor juridisch werk en informatiemanagement.
Trainees zijn ingehuurde medewerkers die met weinig ervaring tegen een laag tarief worden ingehuurd, en als ze voldoende ingewerkt zijn in dienst komen bij de dienst. Het blijkt een goede manier te zijn om in deze lastige markt toch goede mensen te werven, maar ook om de zo gewenste verjonging van de dienst te bereiken: de dienst heeft inmiddels meer dan twintig twintigers in haar midden! Daarnaast worden de kosten van inhuur in de hand gehouden door de inzet van ingehuurde medewerkers doeltreffender te maken en daarmee het verschil in kosten tussen vaste medewerkers en ingehuurde medewerkers te beperken. Op financieel gebied is een aantal ontwikkelpunten uit de Nota Planning en Control 20202023, die het komende jaar vernieuwd zal worden, nog niet aangepakt. Dit betreft met name tariefdifferentiatie en de financieringsstructuur. Voor de eerste zal een voorstel worden voorbereid dat zowel rekening houdt met de kwaliteit van de inzet als met de wijze van contracteren (meerwerk of niet, vraag-gestuurd of niet). Voor de tweede is van belang dat de financiële situatie van de dienst als geheel aanzienlijk gezonder is geworden, maar dat relatief gezien de bijdragen van de deelnemers niet altijd in een goed te verdedigen verhouding tot elkaar staan. Een nadere analyse van de financiële inrichting van de dienst zal worden uitgevoerd en als basis dienen voor verdere voorstellen.
Agendapunt 4 AB 7 februari 2022: Kadernota 2023 0.3 (2021007594)
7 / 10
4
FINANCIELE KADERS 2023 INDEXERING
In de nota Planning en Control 2020-2023 is vastgelegd dat het uurtarief en de materiële budgetten van de deelnemers jaarlijks worden geïndexeerd, op basis van de richtlijn van de commissie Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden (FKGRHM), tenzij het algemeen bestuur vanuit een oogpunt van ordentelijk begroten anders besluit. Met de richtlijn van de commissie FKGRHM beschikken de gemeenten in de regio HollandsMidden sinds 2010 over een gedragen instrument om met alle gemeenschappelijke regelingen waarin zij deelnemen uniforme afspraken te maken over indexering en algemene taakstelling voor de op te stellen begrotingen. De Provincie Zuid-Holland neemt niet deel in de bovengenoemde commissie en is niet verbonden met deze kaderstelling. De Provincie heeft in haar kaderbrief de financiële kaders aangegeven voor de gemeenschappelijke regelingen waarin zij deelneemt. Het financiële kader van de provincie is lager dan de kaderstelling die is bepaald in de commissie FKGRHM. Tabel 1 – Overzicht verschillen indexatie Onderdeel Indexatiepercentage Provincie ZuidHolland Loon 2,30% Materieel 1,90%
Indexatiepercentage Verschil FKGRHM 3,70% 2,50%
- 1,50% - 0,60%
Het grote verschil tussen beide is niet zozeer te verklaren vanuit de gekozen uitgangspunten (gebaseerd op publicaties van het CPB en kenbaar gemaakt in de mei- en septembercirculaires), als wel vanuit de andere insteek van de commissie FKGRHM. De commissie FKGRHM gaat voor een waardevaste indexering, houdt daartoe rekening met tussentijdse ontwikkelingen in 2021 en 2022 en rekent die door in het uiteindelijke indexeringspercentage; de provincie doet dat niet of veel minder. Dat leidt tot een substantieel verschil in de uiteindelijke indexeringspercentages, zoals te zien is in Tabel 2 en Tabel 3. In deze tabellen is het indexeringspercentage als gewogen gemiddelde van loonkosten en materieelkosten berekend, volgens de voor de dienst vastgestelde vaste verhouding van 75- en 25%. Tabel 2 – Berekening Indexering 2023 conform FKGRHM Onderdeel Indexatiepercentage Naar rato Loon Materieel
3,70% 2,50%
Gewogen gemiddelde 75% 2,78% 25% 0,63% Indexering 2023 3,40%
Agendapunt 4 AB 7 februari 2022: Kadernota 2023 0.3 (2021007594)
8 / 10
Tabel 3 – Berekening Indexering 2023 conform kaderbrief Provincie Zuid-Holland Onderdeel Indexatiepercentage Naar rato Gewogen gemiddelde Loon 2,30% 75% 1,73% Materieel 1,90% 25% 0,48% Indexering 2023 conform kaderbrief Provincie Zuid-Holland 2,21% Het is aan het algemeen bestuur om te besluiten over het indexeringspercentage. Vooralsnog zijn wij, in lijn met voorgaande jaren, uitgegaan van de toepassing van het indexeringspercentage zoals dat door de commissie FKGRHM is vastgesteld. Samenvatting financiële kaders 2023 De toegestane prijsindexatie voor 2023 bedraagt 3.70% voor beloning werknemers en 2,50% voor materiële kosten. Op basis van een gewogen gemiddelde van 75% van de indexering van de personeelskosten en 25% van de indexering van de materiële component, geeft dit een indexeringspercentage voor 2023 van 3,40%.
TARIEF 2023 Uurtarief deelnemers In overeenstemming met de aangegeven indexering bedraagt het uurtarief voor 2023 € 97,45 voor alle deelnemers. Dit is als volgt opgebouwd: Tabel 4 – Berekening uurtarief 2023 Tarief 2022 € 94,25 Indexering 3,40% € 3,20 Tarief 2023 € 97,45 Tabel 5 - Ontwikkeling uurtarief deelnemers Begroting 2021 2022 Uurtarief € 93,02 € 94,25
2023 € 97,45
Overige tarieven De Omgevingsdienst verstrekt bodeminformatie via het Bodem Informatiepunt (Bip). Vooral makelaars vragen bodeminformatie op. Hiervoor betalen zij een vergoeding per aanvraag. Tabel 6 – Berekening tarief per aanvraag 2023 Tarief 2022 € 42,71 Indexering 3,40% € 1,45 Tarief 2023 € 44,16 Tabel 7 – Ontwikkeling tarief per aanvraag via Bip BIP 2021 2022 Tarief per aanvraag € 42,15 € 42,71
2023 € 44,16
Agendapunt 4 AB 7 februari 2022: Kadernota 2023 0.3 (2021007594)
9 / 10
5
PROCES EN PLANNING
Het concept voor deze Kadernota is in de vergadering van het dagelijks bestuur van 13 december 2021 vastgesteld en direct daarna toegezonden aan de leden van het algemeen bestuur, ter definitieve goedkeuring in de vergadering van 7 februari 2022. In de tussentijd is het mogelijk om raden en staten te informeren over deze nota en deze desgewenst te laten toelichten door de dienst. Na goedkeuring in het algemeen bestuur vormt de Kadernota 2023 de basis voor de Begroting 2023, die in februari-maart wordt opgesteld en in de vergadering van het dagelijks bestuur van 11 april 2022 wordt vastgesteld. Daarna wordt de begroting voor zienswijzen voorgelegd aan de raden en staten van de deelnemers. Op 11 juli 2022 neemt het algemeen bestuur een definitief besluit over de Begroting 2023.
6
ONDERTEKENING
Vastgesteld door het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst West-Holland op 7 februari 2022,
De voorzitter,
De secretaris,
Y. Peters-Adrian
M.E. Krul-Seen
Agendapunt 4 AB 7 februari 2022: Kadernota 2023 0.3 (2021007594)
10 / 10