Bijlage 2 Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders gemeente Voorschoten 2022
Tekst van het document
Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders gemeente Voorschoten 2022
De raad van de gemeente Voorschoten; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 september 2022; gelet op de artikelen 41c, tweede lid en 69, tweede lid van de Gemeentewet;
besluit: 1. De Gedragscode bestuurlijke integriteit wethouders en burgemeester van 24 april 2003 in te trekken. 2. De Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders gemeente Voorschoten 2022 vast te stellen.
Inleiding Deze inleiding maakt integraal onderdeel uit van deze gedragscode. Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient eenieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede)verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels. Zonder dat zal het vertrouwen in de democratische rechtsstaat worden ondermijnd en het draagvlak voor de naleving van de wetten en regels verdwijnen.
Vertrekpunt voor de politieke ambtsdrager is dan ook de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt. Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van groot belang. De volksvertegenwoordiging stelt zowel voor de eigen leden als voor de dagelijkse bestuurders (voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur) een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Gemeentewet. De gedragscode is richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Voor de twee groepen van politieke ambtsdragers (volksvertegenwoordigers en dagelijkse bestuurders) is er een afzonderlijke gedragscode. Onderhavige gedragscode heeft betrekking op de dagelijkse bestuurders: de burgemeester en de wethouders. Veel bepalingen kunnen voor dagelijkse bestuurders en volksvertegenwoordigers gelijk
zijn. Er zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities en met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels. De gemeenteraad is een politiek orgaan.
In de volksvertegenwoordigingen worden specifieke of (partij-)politieke belangen ingebracht voor het algemeen belang van de gemeente. Deze politieke ambtsdragers krijgen het mandaat van hun kiezers en de gedragscode dient de vervulling van het kiezersmandaat te ondersteunen. Het handelen van het dagelijks bestuur en van de bestuurders staat ten dienste van de gemeente. De ambtsdragers aan wie en de organen waaraan het dagelijks bestuur is opgedragen, zijn over hun bestuurlijke handelen en over hun functioneren verantwoording schuldig aan de volksvertegenwoordigende organen. Aan het dagelijks bestuur en de bestuurders worden ook in de gedragscode bijzondere eisen gesteld om optimale openheid en controleerbaarheid mogelijk te maken. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies. Het niet naleven van de gedragscode heeft geen rechtsgevolgen. Sprake is van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf.
In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De bestuurders kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en politieke gevolgen hebben. Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘doing the right thing, even when no one is watching’. Integer handelen kan alleen in een cultuur en organisatie waar ook de andere waarden van goed bestuur worden nagestreefd. De Nederlandse Code voor Goed Openbaar Bestuur 1 benoemt een aantal kernwaarden van goed openbaar bestuur. Integriteit wordt hierin in één adem genoemd met openheid. ‘Openheid en integriteit’: “het bestuur is open en integer en maakt duidelijk wat het daaronder verstaat.” De wetgeving (en de gedragscode in aanvulling hierop) bevat diverse voorschriften inzake openheid met het oog op de integriteit.
Die voorschriften hebben betrekking op openbaarmaking van nevenfuncties en/of neveninkomsten, van geschenken, buitenlandse reizen, excursies en evenementen. De registraties in de codes zijn bedoeld om de transparantie te bevorderen die belangenverstrengeling en onverantwoord en/of onjuist gebruik van publieke middelen door politieke ambtsdragers moeten tegengaan. De politieke ambtsdrager is primair zelf verantwoordelijk voor zijn integriteit en hij zal zich daar in alle openheid over moeten verantwoorden. De Nederlandse Code voor Goed Openbaar Bestuur verbindt openheid en integriteit met de kernwaarden participatie, behoorlijke contacten met burgers, doelgerichtheid en doelmatigheid,
legitimiteit, lerend en zelfreinigend vermogen en verantwoording. Al deze kernwaarden klinken in verschillende mate door in deze gedragscode.
Artikel 1 Algemene bepalingen 1. Onder het college wordt verstaan: het college van burgemeester en wethouders. 2. Deze gedragscode geldt voor de burgemeester en de wethouders van Voorschoten. 3. In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het college. 4. De code is openbaar en via internet te raadplegen. 5. De burgemeester en de wethouders ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de code. 6. De burgemeester en de wethouders zijn aanspreekbaar op de naleving van deze code. Artikel 2 Voorkomen van belangenverstrengeling 1. a. De voorzitter en alle leden van het college leveren de gemeentesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de nevenfunctie alsook de wijzigingen daarin. b. De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor welke de nevenfunctie wordt verricht, wat het (verwachte) tijdsbeslag is en wat de inkomsten daaruit zijn. c. De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 2. De burgemeester of de wethouder vervult geen nevenfuncties die een risico vormen voor een integere invulling van de politieke functie. 3.
De burgemeester of de wethouder die een nevenfunctie wil vervullen anders dan uit hoofde van het ambt, bespreekt dit voornemen in het college. Daarbij komt tevens aan de orde hoe wordt gehandeld met betrekking tot eventuele vergoedingen en de te maken kosten. 4. De kosten die de burgemeester of de wethouder maakt in verband met een nevenfunctie uit hoofde van het ambt (een q.q.-nevenfunctie), worden vergoed door de instantie waar de nevenfunctie wordt uitgeoefend. 5. a. Het college van burgemeester en wethouders sluit de burgemeester en wethouders gedurende een jaar na aftreden uit van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente. b. De uitsluiting geldt niet bij aanvaarding van een dienstbetrekking bij de gemeente waar hij/zij burgemeester dan wel wethouder was. Voor werving, selectie en indiensttreding bij de gemeente zijn de voor het ambtelijk personeel geldende regels ter zake van overeenkomstige toepassing. 4. De burgemeester en de wethouders handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden. 6. De burgemeester en de wethouders doen opgave van hun financiële belangen. 7.
Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van de burgemeester of de wethouder over een onderwerp in het geding kan zijn (bijvoorbeeld bij een financieel belang, bij familie- of vriendschaps-betrekkingen of een anderszins persoonlijke betrekking met een aanbieder van diensten of zaken), geeft hij/zij bij de besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat. Hij/zij draagt, indien dit wenselijk is, dit dossier over en onthoudt zich van deelname aan beraadslaging en besluitvorming. 8. Het college maakt nadere afspraken over de gewenste omgangsvormen met burgers in verband
met de schaalgrootte van de gemeente. Deze afspraken moeten nader worden uitgewerkt als bedoeld in artikel 6 lid 2 onder b. 9. De burgemeester of de wethouder neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen persoonlijke geschenken, faciliteiten of diensten aan die zijn/haar onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kunnen beïnvloeden. 10. Bij publiek-private samenwerkingsrelaties voorkomt de burgemeester of de wethouder (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen. Artikel 3 Informatie 1. De burgemeester of de wethouder gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij/zij uit hoofde van het ambt beschikt. Hij/zij zorgt ervoor dat stukken met vertrouwelijke gegevens veilig worden opgeborgen en dat computerbestanden beveiligd zijn. 2. De burgemeester of de wethouder verstrekt geen informatie die vertrouwelijk of geheim is. 3. De burgemeester of de wethouder maakt niet ten eigen bate of ten bate van zijn/haar persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie. 4. De burgemeester of de wethouder houdt geen informatie achter. 5. De burgemeester of de wethouder gaat verantwoord om met de e-mail en internetfaciliteiten alsmede met de sociale media van de gemeente. 6.
De burgemeester of de wethouder onthoudt zich van uitingen op privé sociale media die de positie van de gemeente kunnen schaden. 7. De burgemeester of de wethouder gebruikt geen privé mailadres voor zakelijke doeleinden. Artikel 4 Geschenken, diensten en uitnodigingen 1. a. De burgemeester of de wethouder accepteert geen geschenken, faciliteiten of diensten (en biedt deze niet aan) indien zijn/haar onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. b. De burgemeester of de wethouder kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50,00 of minder vertegenwoordigen, behouden. c. Geschenken die de burgemeester of de wethouder uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50,00 vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de gemeente. Voor dergelijke geschenken wordt een gemeentelijke bestemming gezocht. d. De gemeentesecretaris legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50,00. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. e. Geschenken en giften worden niet op het huisadres ontvangen.
Indien dit toch is gebeurd, meldt de burgemeester of de wethouder dit in het college, waarna een besluit over de bestemming van het geschenk wordt genomen. 2. a. Uitnodigingen voor excursies en evenementen op rekening van anderen dan de gemeente legt de burgemeester respectievelijk de wethouder vooraf ter bespreking voor aan het college. b. Deelname aan excursies en evenementen voor rekening van anderen dan de gemeente maakt de burgemeester respectievelijk de wethouder openbaar binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden. Hij/Zij maakt daarbij in ieder geval openbaar wie deze kosten voor zijn/hun rekening heeft/hebben genomen. c. Deze informatie is via internet beschikbaar. 3. a. De burgemeester of de wethouder die het voornemen heeft om uit hoofde van zijn functie een buitenlandse reis te maken of is uitgenodigd voor een buitenlandse reis of een werkbezoek op kosten van derden, heeft vooraf toestemming nodig van het college. De gemeenteraad wordt van het besluit op de hoogte gesteld.
b. De burgemeester of de wethouder die het voornemen van een reis meldt, verschaft informatie over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het reisgezelschap en de geraamde kosten. c. Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van derden worden altijd besproken in het college en onder meer getoetst op het risico van belangenverstrengeling. Het gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming. d. Van de reis wordt een verslag opgesteld. Buitenlandse reizen worden vermeld in een jaarverslag. e. Het meereizen van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is toegestaan en wordt in dat geval bij de besluitvorming van het college betrokken. f. Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden is toegestaan, mits dit is betrokken bij de besluitvorming van het college. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor rekening van de bestuurder. g. De in verband met de buitenlandse dienstreis gedane functionele uitgaven worden vergoed conform de geldende regelingen. Uitgaven worden vergoed voor zover zij redelijk en verantwoord worden geacht. h. De gemeentesecretaris legt een register aan met de buitenlandse reizen en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. Artikel 5.
Gebruik van gemeentelijke voorzieningen 1. Het college van burgemeester en wethouders richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een plichtsgetrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente. 2. De burgemeester of de wethouder legt verantwoording af over het gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgestelde regels en procedures. 3. Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. Hiervoor dient in ieder geval te worden aangetoond dat met de uitgave het belang van de gemeente is gediend en de uitgave voortvloeit uit de functie. 4. Gebruik van gemeentelijke voorzieningen voor privédoeleinden is niet toegestaan tenzij het bruikleen betreft of dit wettelijk of volgens interne regels is toegestaan. 5. De burgemeester of de wethouder declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed. 6. Een declaratie wordt ingediend door middel van een daartoe vastgesteld formulier. Bij het formulier wordt een betalingsbewijs gevoegd en op het formulier wordt de functionaliteit van de uitgave vermeld. 7.
Gemaakte onkosten worden voor het einde van het kalenderjaar waarop zij betrekking hebben dan wel uiterlijk de eerst maand van het opvolgend kalenderjaar, gedeclareerd. 8. De gemeentesecretaris is verantwoordelijk voor een deugdelijke administratieve afhandeling en registratie van declaraties. Declaraties van de burgemeester en de wethouders worden administratief afgehandeld door een daartoe aangewezen ambtenaar. 9. In geval van twijfel omtrent een declaratie wordt deze ter besluitvorming aan het college voorgelegd. Artikel 6. Uitvoering gedragscode
1. De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van de gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de gemeenteraad daarin. 2. Op voorstel van de burgemeester maakt het college afspraken over de volgende onderwerpen: a. de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in zijn algemeenheid en van de gedragscode in het bijzonder; b. de manier waarop omgegaan dient te worden met de korte lijnen binnen de gemeente in verband met de schaalgrootte van de gemeente; c. de aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit; d. de processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitsschending door een politieke ambtsdrager van de gemeente. 3. De afspraken als bedoeld onder 2, worden vastgelegd in een bijlage die aan deze gedragscode wordt gehecht en daar onderdeel van uitmaakt.
Artikel 7. Inwerkingtreding Deze gedragscode treedt in werking een dag na bekendmaking.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Voorschoten, gehouden op 3 november 2022
B.J. Urban, de griffier
drs. N. Stemerdink, de voorzitter