CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Erfgoedverordening voorschoten 2023

Gemeenteraad Voorschoten 5 april 2023, gemeente voorschotenBij agendapunt: Vaststellen Erfgoedverordening 20239.918 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De termijn waarbinnen op de aanvraag moet worden beslist, is acht weken, met de mogelijkheid om tot ten hoogste zes weken te verdagen. Mocht de beschikking niet tijdig zijn gegeven, dan is de vergunning van rechtswege verleend. Vergunningaanvragen voor gemeentelijke monumenten kunnen worden verdaagd vanwege de meervoudige aanvraag (bouw en monumenten). De reden tot verdaging dient altijd te worden onderbouwd. Indien er meerdere activiteiten voor het project moeten worden uitgevoerd en voor één van de andere activiteiten de uitgebreide procedure op grond van de Wabo gevolg moet worden, dan wordt voor het hele project de uitgebreide procedure gevolgd. Het bevoegd gezag kan bij verordening op grond van artikel 2.26, derde lid, Wabo ‘andere instanties’ aanwijzen die in de gelegenheid worden gesteld advies uit te brengen. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed. Gegeven een beslistermijn van 8 weken heeft de Commissie een redelijke adviestermijn (4 weken) alsmede het bevoegd gezag (4 weken) om het advies van de Commissie te verwerken en een besluit voor te bereiden. In artikel 3.9. lid 3 van de Wabo is een positieve fatale beslistermijn opgenomen. Deze positieve fatale beslistermijn houdt in dat de overschrijding van de beslistermijn leidt tot een omgevingsvergunning van rechtswege.

De omgevingsvergunning wordt conform de aanvraag verleend. Men spreekt ook wel van de fictieve vergunningverlening. De bepalingen uit paragraaf 4.1.3.3 van de Awb zijn van toepassing verklaard, met uitzondering van artikel 24

4:20b, derde lid en 4:20f. De van rechtswege verleende vergunning treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking en wordt opgeschort totdat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is verstreken of indien bezwaar is gemaakt, op dit bezwaar is beslist. Artikel 11 In het kader van dit artikel moet worden afgewogen in hoeverre het belang van monumenten in het geding is. Het algemene toetsingscriterium is dat het behoud van het monument, en van alle bijbehorende onderdelen van dat monument, altijd de voorkeur heeft boven vernieuwing. Bij vernieuwing gaat er onherroepelijk historisch materiaal verloren. Wordt er toch iets gewijzigd, dan is het bestaande monument – de optelsom van ontwerp, hoofdvorm, materiaal, uitvoering en details – het uitgangspunt. Dat is immers het geheel dat om weloverwogen redenen in het erfgoedregister is opgenomen. Bij wijzigingen draait het telkens om het vinden van een goede balans tussen de wensen van de gebruiker en de mogelijkheden die het monument in de relatie tot de instandhouding van de monumentale waarden biedt. Daarom dient elke ingreep te worden gemotiveerd met een zorgvuldige afweging. Eén van de pijlers in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (2009) is dat monumenten nooit op zichzelf staan, maar onlosmakelijk verbonden zijn met hun omgeving.

De ruimtelijke en maatschappelijke context zegt vaak iets over de functie en het type monument. Het monument zelf kan als een groter geheel worden bezien, maar ook worden ‘ontleed’ in aparte onderdelen: de gevels, de kap, de draagconstructie, de indeling van de plattegrond, interieurafwerking etc., die vaak een functionele relatie en betekenis met elkaar hebben. In het Besluit Kwaliteit Leefomgeving wordt in art 5.130 gesteld dat moet worden voorkomen dat de omgeving van het monument wordt aangetast. De gemeente Voorschoten beschouwt monumenten op drie verschillende schaalniveaus. Het eerste schaalniveau is de inpassing van het monument in zijn landschappelijke of stedenbouwkundige omgeving. Type monument, verschijningsvorm, en bouwstijl bepalen het tweede schaalniveau. Het derde schaalniveau tenslotte heeft betrekking op de toepassing van materialen en kleuren, de uitwerking in details en authenticiteit. Deze schaalniveaus spelen bij de wijziging aan het monument en de beoordeling daarvan door het bevoegd gezag een essentiële rol en zijn voor de gemeente Voorschoten het kader waarbinnen vergunningaanvragen worden beoordeeld en zijn tevens kaderstellend voor wat de gemeente beschouwd als ‘het belang van de monumentenzorg’ waarover dit artikel spreekt. Zie hiertoe de bij artikel 9 genoemde bijlage 6 van de Kadernota 2013–2017, Uitgangspunten voor het omgaan met monumenten.

25

HOOFDSTUK 4 Aanwijzing gemeentelijk beschermd dorpsgezicht of beeldbepalend object Het doel van het aanwijzen van een dorpsgezicht of beeldbepalende zaak is het behouden van de Voorschotense karakteristiek. Voor dorpsgezichten geldt dat het met name gaat over de beeldkwaliteit van zowel de bebouwing als de inrichting van de openbare ruimte en de samenhang daarvan. Dit betreft dus de landschappelijke en stedenbouwkundige structuur en de architectonische waarden. Beeldbepalende objecten zijn solitair en van cultuurhistorische waarde. Hierbij het is gehele exterieur beschermd behoudens de in artikel 17 lid 2 genoemde uitsluitingsgronden. HOOFDSTUK 5 INSTANDHOUDING ARCHEOLOGISCHE TERREINEN Artikel 18 Dit artikel is overgenomen uit de erfgoedverordening 2016. Op grond van dit artikel kan het college nadere regels stellen wat betreft de eisen aan de uitvoering van de bodemverstorende werkzaamheden in een archeologisch monument of verwachtingsgebied. Deze dienen verankerd te worden in het PvE/PvA. Artikel 19 Het goedkeuren en vaststellen van een Plan van Aanpak (voor booronderzoek) en een Programma van Eisen (voor gravend onderzoek) is een bevoegdheid van het college en wordt gemandateerd aan de adviseur archeologie van de gemeente.

HOOFDSTUK 6 OVERIGE BEPALINGEN Artikel 20 Deze strafbepaling is alleen van toepassing op de nadere voorschriften die het college kan stellen op grond van artikel 9, lid 2 en artikel 15 tot en met 17. De strafbaarstelling van de omgevingsvergunning voor gemeentelijke monumenten is geregeld in de Wet economische delicten (Wed). Het handelen zonder vereiste omgevingsvergunning of in strijd met de voorschriften daarvan wordt aangemerkt als economisch delict. Voor de strafbaarstelling van de nadere regels geldt dat artikel 154, lid 1, van de Gemeentewet aan de raad een keuzemogelijkheid laat om op overtreding van verordeningen straf te stellen, maar geen andere of zwaardere dan hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. In artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht zijn de geldboetecategorieën opgenomen. Het is de gemeente niet toegestaan om een hogere geldboete op te nemen dan in genoemde categorieën.

26

Op gemeentelijk niveau is, gelet op de ernst van dit vergrijp en de wens om enige preventieve werking te bereiken, de keuze voor de geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van drie maanden voor het overtreden van de nadere regels voor de hand liggend. Art 21 De artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering wijzen de ambtenaren aan die met de opsporing van strafbare feiten zijn belast. Artikel 141 noemt de ambtenaren met een algemene opsporingsbevoegdheid, zoals politieagenten. Uit de bewoordingen van artikel 142 blijkt dat de gemeentelijke wetgever bevoegd is om in zijn verordeningen buitengewone opsporingsambtenaren aan te wijzen. Aangezien de gemeente geen opsporingsambtenaar kent, kan het bevoegd gezag medewerkers van de gemeente Voorschoten aanwijzen als toezichthouder.

HOOFDSTUK 7 SLOTBEPALINGEN

Artikel 22 Dit artikel regelt de intrekking van de vorige verordening, zodat niet twee verordeningen van kracht zijn die hetzelfde onderwerp regelen. Het uitdrukkelijk intrekken van een oude regeling mag niet achterwege worden gelaten met een beroep op het beginsel dat een vroegere regeling ter zijde wordt gesteld door een latere regeling. Artikel 23 Vanwege de rechtszekerheid en de eerbiediging van bestaande rechten is in deze verordening een overgangsbepaling opgenomen. De bestaande rechten betreffen in dit geval de aanwijzing tot monument en de vergunningverlening. In het eerste lid worden de, op grond van de oude verordening, op de gemeentelijke monumentenlijst voorkomende monumenten geacht te zijn aangewezen en geregistreerd overeenkomstig deze nieuwe verordening in het erfgoedregister. In het tweede lid is geregeld dat aanvragen om een omgevingsvergunning voor gemeentelijke monumenten, die zijn ingediend vóór het van kracht worden van deze verordening, worden afgehandeld op grond van de oude verordening. Voor een bepaalde overgangsperiode zullen er dus twee procedures gelden. Artikel 24 Uit artikel 142 van de Gemeentewet volgt dat een verordening in werking treedt de dag na bekendmaking. Artikel 25 Dit artikel noemt de naam van de verordening, zijnde ‘Erfgoedverordening Voorschoten 2016’.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=a73df0f3-7bbb-458a-a6a4-76cd0eedb17c