Bijlage 1b Maatregelmodule
Tekst van het document
19
Tabel 3.6.1. Basisgegevens AWZI Leidse Regio
Het afvalwater van Leiden stroomt onder vrij verval naar de AWZI’s. Het overnamepunt bevindt zich op het AWZI-terrein en is de ontvangkelder. Het afvalwater van Leiderdorp stroomt naar een eindgemaal (beheer Rijnland) en wordt van daaruit via een persleiding naar AWZI Leiden Noord gepompt. Dit geldt ook voor Stompwijk (Leidschendam-Voorburg) en Zoeterwoude, waarvan het afvalwater naar AWZI Leiden Zuidwest wordt verpompt. Het afvalwater van Voorschoten gaat via een vrijvervalriool inclusief een zinker onder de Korte Vliet naar de AWZI Leiden Zuidwest. Het meeste afvalwater van Oegstgeest wordt verwerkt in AWZI Katwijk en dit is onderdeel van de afvalwaterprognose van de AWZI Katwijk en is verder geen onderdeel van de Maatregelmodule Leidse Regio. Het water van Poelgeest wordt verwerkt op de AWZI Leiden Noord. Areaalgegevens AWZI’s
20
Om schrijving Eindgemalen
AWZI Leiden Noord
AWZI Leiden Zuidwest
AWTS Wassenaar
Aantal
Aantal
Aantal
Eenheid
Eenheid
Eenheid
2
stuks
2
stuks
6785
km
12409
km
Roostergoedverw ijdering
2
stuks
2
stuks
n.v.t.
stuks
Influentgemaal
1
stuks
1
stuks
n.v.t.
stuks
Voorbezinktanks
2
stuks
1
stuks
n.v.t.
stuks
Selectoren
2
stuks
2
stuks
n.v.t.
stuks
Anaërobe tanks
2
stuks
0
stuks
n.v.t.
stuks
Voordenitrificatietanks
2
stuks
2
stuks
n.v.t.
stuks
Beluchtingstanks
2
stuks
2
stuks
n.v.t.
stuks
Nabezinktanks
4
stuks
4
stuks
n.v.t.
stuks
Retourslibgemalen
4
stuks
4
stuks
n.v.t.
stuks
Zandfilters
20
stuks
0
stuks
n.v.t.
stuks
Zandverw ijdering
2
stuks
1
stuks
n.v.t.
stuks
Slibindikkers
3
stuks
2
stuks
n.v.t.
stuks
Slibgistingstanks
2
stuks
2
stuks
n.v.t.
stuks
Na-indikker
1
stuks
0
stuks
n.v.t.
stuks
Slibontw atering
1
stuks
2
stuks
n.v.t.
stuks
Transportleiding
3 stuks 6165 km
Waterlijn
Sliblijn
Tabel 3.6.2. Areaalgegevens AWZI
7. Grondstoffen onttrekken.
Een duurzame afvalwaterketen vraagt om (energie)besparingen, terugwinning van grondstoffen en reductie van CO2. Afvalwater wordt dan niet meer gezien als afval, maar als een bron van grondstoffen (zoals organische stof, energie, fosfaat en water). Dit is een taak van Rijnland als zuiveringsbeheerder. Bij Riothermie kan ook de gemeente partner zijn. Op zowel AWZI Leiden Noord als AWZI Leiden Zuidwest staat een slibgisting. Bij het vergisten van het zuiveringsslib komt biogas vrij. Met behulp van warmtekrachtkoppelinginstallaties (wkk’s) wordt het gas omgezet in elektriciteit en warmte. Op awzi Leiden Noord staat een PACAS installatie (Powdered activated carbon in activated sludge) om meer microverontreinigingen uit afvalwater te verwijderen. Dit maakt het effluent aantrekkelijker als zoetwaterbron en mogelijk ook voor effluenthergebruik, direct of via het oppervlaktewater. 8. Lozing afvalwater na verwerking. Na verwerking in de AWZI wordt het water teruggebracht in de waterketen door lozing op het oppervlaktewater. Dit verwerkte water heeft een hoge schoonheidsgraad. Hierdoor is het interessant voor drinkwaterbedrijven. Hier worden dan ook vanuit strategische oogpunt verkenningen naar uitgevoerd. Areaalgegevens lozing gezuiverd afvalwater Het gezuiverde water wordt vanaf Leiden Noord via de Stinksloot en in Leiden Zuid West via de Vliet afgevoerd (zie onderstaande figuur).
Areaalgegevens zijn opgenomen bij paragraaf “6. AWZI”.
Figuur 3.8.1. Lozingspunten effluent AWZI Noord en Zuid-West
9. Grondwater Grondwater is water dat zich in de ondergrond, in bodem en gesteenten bevindt. Meestal is dit water afkomstig van neerslag. Nadat het op het oppervlak belandt, infiltreert het direct of indirect in de bodem. 21
Areaal Grondwater Om de grondwaterstand te reguleren, wordt gebruik gemaakt van drainage- en infiltratievoorzieningen. Areaal Grondwater Drainageleidingen (km) Blinde afvoerleidingen (km) Drainagegemalen Infiltratiekratten (m) Infiltratiebuizen (m) Infiltratieput Wadi (aantal) Meetpunten grondwater (peilbuizen) Meetpunten grondwater (loggers) Meetpunten vulling klimaatbuffers
Leiden 110 1 156
-
Leiderdorp Zoeterwoude Oegstgeest 20 13 50 0 1 0 0 0 0 1 23 21 35 20 21 3 -
Voorschoten onbekend onbekend 1 0 600 0 0 25 25
Wassenaar 5 3,3 2 nvt nvt 124 nvt niet funct. niet funct.
-
-
tabel 3.9.1 Areaal grondwater
10. Oppervlaktewatersysteem Het oppervlakte watersysteem is het water in rivieren, sloten, kanalen, meren en dergelijke. De verbinding met het oppervlaktewater wordt gevormd door overstorten uit het riool (bij hevige buien) en door afvloeiend hemelwater (bij afgekoppeld verhard oppervlak via regenwateruitlaten). Voor een overzicht van het areaal, zie bijlage 1 de kaart van het watergebiedsplan Leidse Regio.
22
4 4.1
MAATREGELEN PER FUNCTIONELE DOELSTELLING: VEILIG STELLEN DRINKWATERPRODUCTIE Doel en plaats in de waterketen
Doelstelling Veiligstelling van de drinkwatervoorziening
Verantwoordelijke partij Drinkwaterbedrijven
Beschrijving Drinkwaterbedrijven dragen zorg voor een duurzame veiligstelling van de drinkwatervoorziening. De Drinkwaterwet vloeit voort uit de Europese-Drinkwaterrichtlijn, waarin kwaliteitseisen worden gesteld aan het drinkwater.
De plaats in de waterketen, zie figuur 1.2.1, waar de meeste activiteiten plaatsvinden voor deze doelstelling zijn de stappen 1 en 2: winning, productie en distributie van drinkwater. 4.2
Beschrijving Functioneren Drinkwaterproductie Dunea Het drinkwaterproductieproces is in 1874 ontstaan. De eerste drinkwaterwinning werd door onttrekking van duinwater uit de duinen in Scheveningen gerealiseerd. Rond 1940 was de vraag zo groot dat de duinen onvoldoende drinkwater konden produceren. Door inbrengen van oppervlakte-/rivierwater, met de duinen als natuurlijk filter, maakt Dunea tot op heden drinkwater in de duinen tussen Monster en Katwijk. De voorspelling is dat we rond 2025 opnieuw voor de uitdaging staan om in te grijpen in het huidige systeem. Om zo aan de toenemende vraag naar drinkwater te kunnen voldoen. De uitdaging is om nieuwe bronnen te vinden voor de opslag en productie van zoet water. 4.2.1
De huidige bronrivieren, de Lek en de Afgedamde Maas, zijn in de laatste jaren regelmatig van onvoldoende kwaliteit geweest, waardoor in enkele gevallen de inname is stopgezet. Doordat er twee innamepunten zijn en er voldoende reserve in de duinen is, zijn er nog geen problemen ontstaan. Maar door langere droge perioden, meer chemische bedreigingen en toename van medicijnresten in oppervlaktewater, ontstaat de noodzaak op zoek te gaan naar alternatieve bronnen. Momenteel worden er studies gedaan naar ondergrondse wateropslag (Coastar), de mogelijkheid om water in te nemen uit het Valkenburgs meer (Rijnwater), een pilot bij het Valkenburgse meer is reeds operationeel. Ook het innemen van effluentwater is in onderzoek. Ook is besloten om de zoetwaterbel onder de duinen te vergroten waardoor de overbruggingsperiode groter wordt. Naast deze maatregelen wordt er alles aangedaan om vervuiling van het Maas en Lek water te voorkomen. 4.2.2 Oasen Van oudsher kende Oasen zijn eigen winlocatie in Hazerswoude. Door de verzilting van het grondwater is deze locatie in de beginjaren ’90 verlaten. Het drinkwater in Leiderdorp en Zoeterwoude wordt momenteel gemaakt in zuiveringsstation De Steeg in Langerak (Alblasserwaard). Het wordt door een transportleiding naar Hazerswoude gebracht. Vandaaruit wordt het naar Leiderdorp en Zoeterwoude gepompt.
4.3 Verbetermaatregelen Drinkwaterproductie 4.3.1 Dunea Om aan de groeiende vraag te voldoen, is uitbreiden van productiemiddelen nodig. Er moet gezocht worden naar meer bronwater. Niet alleen nieuwe bronnen maar ook andere en verbeterde zuiveringsmethoden zijn relevant. Nieuwe bronnen vergen een andere aanpak. Maar ook de opkomende stoffen (chemische waterkwaliteit) zorgen ervoor dat nieuwe of verbeterde zuiveringsmethoden nodig zijn. In de pilot bij het Valkenburgse meer worden deze nieuwe technieken getest. 4.3.2 Oasen De winlocaties van Oasen zijn in de loop der jaren noodgedwongen geconcentreerd langs de rivier de Lek, terwijl een groot deel van de gebruikskernen zich in het noordelijk gebied bevinden. Uit het oogpunt van leveringszekerheid is het wenselijk hier een productielocatie te ontwikkelen. Met moderne zuiveringstechnieken behoort dat ook tot de mogelijkheden. 4.4 Beschrijving Huidige staat van onderhoud Drinkwaterproductie De drinkwaterproductie in Nederland is op wereldschaal gezien uitstekend. De grootste bedreigingen zijn ruimtelijke ontwikkelingen die bronnen, transportleidingen en productiemiddelen onder druk zetten. Daarnaast wordt de beschikbare hoeveelheid en daarmee ook de kwaliteit van de zoet water bronnen in de toekomst minder zeker.
De woningopgaaf van de komende jaren, 142.000 woningen binnen de Leidse regio zorgt zowel voor een toenemende druk op de omgeving met risico’s voor bronnen en tegelijkertijd een toenemende watervraag. 23
4.5
Maatregelen Beheer en onderhoud Drinkwaterproductie
4.5.1
Dagelijks onderhoud Drinkwaterproductie
Omschrijving Jobsoort Conditiemeting (assetmanagement afd. TS) Correctieve Reparaties Groot Onderhoud (volgende paragraaf) Inspectie Kalibratie Modificeren Periodiek Onderhoud Preventietieve reparatie /controles Afsluiter Brandkranen
Aantallen per jaar (afgerond) 5 200 >10 >25 >15 >10 5000 9000
4.5.2 Groot Onderhoud Drinkwaterproductie Onderhoud (renovatie/revisie) met een dusdanige omvang dat het levensduurverlenging oplevert. Op basis van conditiebepaling wordt besloten of groot onderhoud plaats moet vinden. Een inspectie, volgens NEN2767, voor het bepalen van de conditie van installatiedelen die als onderhoudsmaatregel TAO3 hebben. 4.5.3 Vervangingen Drinkwaterproductie In de planperiode vinden onderstaande vervangingen plaats. Op jaarbasis saneert Dunea 40 km transport en distributieleidingen in onderstaande tabel is dat per gemeente weergegeven. Reconstructie (km)
2024
2025
2026
2027
Leiden
1,2
1,2
1,2
1,2
1,2
Leiderdorp (Oasen)
0,5
0,5
0,5
0,5
0 ,5
Oegstgeest
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
Zoeterwoude (Oasen)
0,3
0,3
0,3
0,3
0,3
Voorschoten
0,3
0,3
0,3
0,3
0,3
Wassenaar
2028
onbekend onbekend onbekend onbekend onbekend
Nieuwbouw (km)
2024
2025
2026
2027
2028
Leiden
1,7
1,7
1,6
1,6
1,6
Leiderdorp (Oasen)
1
1
1
1
1
Oegstgeest
2
2
1,2
0,5
0,5
Zoeterwoude (Oasen)
0,3
0,3
0,3
0,3
0,3
Voorschoten
0,5
0,6
0,7
0,7
0,6
Wassenaar
onbekend onbekend onbekend onbekend onbekend
Saneringen (km)
2024
2025
2026
2027
2028
Leiden
2,6
1,1
1,1
1,1
1,1
Leiderdorp (Oasen)
1
1
1
3
1
Oegstgeest
0,5
0,5
2,1
0,8
0,8
Zoeterwoude (Oasen)
1
0,3
0,3
0,3
0,3
Voorschoten
0,2
0,2
0,2
0,2
0,2
Wassenaar
onbekend onbekend onbekend onbekend onbekend
Tabel 4.5.3.1. Vervangingen drinkwaterleidingen binnen de Leidse Regio
4.6 Data en Databeheer Drinkwater De data die Dunea/Oasen hebben over het transport- en distributienet is up to date. Deze gegevens worden dagelijks beheerd en bijgehouden. Bij wijzigingen, worden de revisiegegevens verwerkt in de
3 TAO: Toestandsafhankelijk onderhoud. Onderhoudsstrategie waarbij het moment van onderhoud of vervanging bepaald wordt op basis van de toestand/conditie van het installatiedeel (Bijv. onderhoud na een wanddikte meting van een tank).
24
beheersystemen. Onderhouds- en vervangingsplannen worden met een beslissingsondersteunend systeem opgesteld. GIS-informatie, materiaaleigenschappen, aanlegdatum, ondergrond, storingsgegevens, inspectie rapporten, strategische planningen en vervangingsscenario’s worden gebruikt om te bepalen welke leidingen in de komende jaren vervangen of onderhouden worden. Voor gebouwen en installaties wordt een lange termijn assetplanning (Ltap) gebruikt. Ook worden leidingen vervangen bij gemeente werkzaamheden in de openbare ruimte ondanks deze nog niet geheel aan vervanging toe zijn. Dit om te voorkomen dat de straten twee keer in korte tijd worden open gebroken. 4.7 Onderzoeksmaatregelen Drinkwaterproductie Drinkwater en afvalwater zijn twee heel verschillende stromen binnen de waterketen. Daardoor lijkt het alsof de drinkwaterbedrijven, waterschappen en gemeenten in de bedrijfsvoering niet veel gemeen hebben. Uit de huidige samenwerking blijkt dat dit een voorbarige conclusie is. Twee voorbeelden die aantonen dat ook hier kansen liggen voor synergie: •
•
inspectie en onderhoud: Beheer als 1 is een mooie kans om de samenwerking en synergie tussen de deelnemende partijen in de praktijk te laten zien; calamiteiten/storingsorganisatie: Samenwerking tussen het HHR en Dunea voor een gezamenlijke calamiteitenorganisatie biedt kansen voor een bredere samenwerking. Afgelopen drie jaar heeft Dunea met succes de rioolpersleidingen beheerd en onderhouden. Deze samenwerking is per 1 januari 2023 gestopt maar biedt kansen om in de toekomst deze samenwerking in een andere vorm uitgebreider op te pakken Wellicht dat gemeenten hierbij dan kunnen aansluiten.
4.8 Onderzoeksmaatregel Volksgezondheid Door opwarming van de bodem in verhard gebied kunnen temperaturen in het drinkwater optreden die hoger zijn dan de norm van 25 °C. Hierin spelen de drukte in de ondergrond, ligging, hittestress in de steden en opwarmen van oppervlakte water in de stedelijke omgeving een belangrijke rol. Om te bepalen welke maatregelen nodig zijn, wordt er een monitoringsprogramma gestart als er langere periodes van hitte plaatsvinden. Maatregelen zijn niet generiek maar worden per locatie bepaald. 4.9 Bewust en duurzaam drinkwatergebruik Water uit de kraan is het duurzaamste drinkwater: geen plastic en geen transport over de weg. Maar niet al het water uit de kraan wordt gebruikt voor consumptie. En daar liggen kansen om watergebruik te verminderen en zo voldoende water te houden bij bevolkingsgroei en droogte en voor een lagere footprint. Kraanwater dat niet wordt gebruikt, hoeft immers niet te worden geproduceerd en geleverd en ook niet te worden gezuiverd na gebruik. Dit bespaart water, energie en hulpstoffen in de hele waterketen, het hele jaar door. Met het programma Bewust & Duurzaam Watergebruik stimuleert Dunea bij iedereen innovatie in watergebruik, zonder verlies van comfort. Dit kan in huis, in de wijk, in bedrijven en op kantoor.
4.10 Bodem en Water sturend Vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is een brief gestuurd, Bodem en water sturend. Deze brief gaat over ons water en onze bodem. Letterlijk de basis van ons bestaan, en daarmee van groot belang voor iedereen. Het kabinet wil meer rekening houden met deze basis, bij besluiten die genomen over de indeling van ons land. In deze brief worden verschillende acties benoemd, een daarvan is: We werken toe naar een drinkwatergebruik per hoofd van de bevolking van 100 liter in 2035 (thans 125 liter) en beperken laagwaardig gebruik van drinkwater. Grootverbruikers vragen we het toename van de watervraag in relatie drinkwatergebruik ook met 20% te reduceren. Zo beperken we het effect van toename tot de schaarsere beschikbaarheid van water. 4.11
Waterscan
Om het drinkwater verbruik bij de groot zakelijke klant goed in beeld te krijgen worden deze actief benaderd door Dunea om het drinkwater verbruik binnen het bedrijf in beeld te brengen en daarover te adviseren. Het bewust en duurzaam water gebruik is in de scan een belangrijk onderdeel maar ook het laagwaardig gebruik van drinkwater wordt besproken en nagegaan of er andere soorten water kunnen worden ingezet.
25
5 5.1
MAATREGELEN PER FUNCTIONELE DOELSTELLING: VOLKSGEZONDHEID Doel en plaats in de waterketen
Duurzaam beschermen van de Volksgezondheid (afvalwater)
Door: Gemeente en hoogheemraadschap
Het inzamelen, transporteren, verwerken en lozen van effluent van afvalwater of hemelwater of grondwater. Voor drinkwater zie hfst 4.
De plaats in de waterketen, zie figuur 1.2.1, waar de activiteiten plaatsvinden zijn de stappen 3, 4, 5 en 6: ontstaan van afvalwater en vervolgens de inzameling, het transport en de zuivering van dit afvalwater. 5.2 Overnemen van afvalwater Afvalwater dat in gemeentelijke stelsels wordt ingezameld en getransporteerd, wordt door het HHR overgenomen om te zuiveren. Het punt waar het afvalwater over gaat van de rioolbeheerder naar de zuiveringsbeheerder noemen we ‘het overnamepunt’. Deze punten zijn veelal op de ontvangstkelder van een gemaal, maar kunnen ook op een persleiding of direct op de zuivering zijn. Door de overgang van ‘aansluitverordening’ naar ‘afname overeenkomst’ en door de data transitie, dreigen karakteristieke gegevens van de overnamepunten te verdwijnen. In tabel 5.2.1. geeft een overzicht van de overnamepunten per gemeente met de specificaties voor zover bekend, in rood is aangegeven waar het aantal afwijkt van de nu in data beschikbare overnamepunten (rood is oude aantal, zwart in data). Deze omissie heeft overigens geen invloed op de afvalwaterhoeveelheid die wordt overgenomen; afvalwater van de rioolgebieden van een gemeente wordt in de data alleen op een ander aantal punten overgenomen, waardoor kennis van de fysieke punten verloren kan gaan. Zuiveringskring
Gemeente Leiden Leiderdorp Oegstgeest Teylingen
aantal beschrijving overnamepunt 1 (2) Ontvangstkelder AWZI (1 x vrij verval en 1 x persleiding) 1 (3) Ontvangstkelder AWTG Engelendaal (3 x vrij verval ?) AWZI Leiden Noord 1 Ontvangstkelder AWZI 2 (1) Ontvangstkelders AWTG Engelendaal en AWTG Warmond persleiding tussen Hazerswoude Groenendijk en stelsel Zoeterwoude Alphen aan den Rijn 1 naar AWTG de Loethe Zoeterwoude Ontvangstkelder AWZI en inprikker op WTL Zoeterwoude (aan de Leiden 1 (2) zuidzijde van het Rijn-Schiekanaal thv Vlietweg) AWZI Leiden Zuid-West Leidschendam-Voorburg 1 Ontvangstkelder AWTG Stompwijk en AWZI Katwijk 1 (0) via vrij verval stelsel gemeente Leiden Voorschoten 1 Zinkerput zuidwestzijde Kortevliet Zoeterwoude 2 Ontvangskelder AWTG de Loethe Zoeterwoude en AWTG Stompwijk ontvangstkelder AWTG Stoeplaan ( ? niet correct; stroomt waarschijnljk Leidschendam-Voorburg 1 (0) AWZI Harnaschpolder (Delfland) via eigen vrij verval en gemaal naar Harnaschpolder) via AWTG Stoeplaan ontvangstkelders AWTG Backershagen, AWTG Stoeplaan en AWTG van Wassenaar 3 Zuylen van Nijevelt
Tabel 5.2.1 Overnamepunten per gemeente met specificaties
In tabel 5.2.2. de uit data gegenereerde overnamepunten. De komende planperiode zal gewerkt worden aan het verbeteren van de data. Hiervoor moet zowel van de rioolgebieden als van de overnamepunten de voertaf-relatie gecorrigeerd worden met het exacte lozingspunt. AWZI
Gemeente Overnamepunt Code Leiden LN-253-00001 Leiderdorp LP-253-00001 AWZI Leiden Noord Oegstgeest LN-253-00002 Teylingen LP-253-00002 Teylingen WM-253-00001 Alphen aan den Rijn ZD-253-00002 Katwijk LZ-253-00004 Leiden LZ-253-00003 Leidschendam-Voorburg ST-253-00001 AWZI Leiden Zuid-West Leidschendam-Voorburg LZ-253-00002 Voorschoten LZ-253-00001 Zoeterwoude ZD-253-00001 Zoeterwoude ST-253-00002 Leidschendam-Voorburg WA-253-00004 AWZI Harnaschpolder (Delfland) Wassenaar WA-253-00003 Via AWTG Stoeplaan / Wassenaar WA-253-00002 Lus Wassenaar Wassenaar WA-253-00001
Overnamepunt Naam Leiden Noord1 Engelendaal1 Leiden Noord2 Engelendaal2 Warmond1 de Loethe Zoeterwoude2 Leiden Zuid-West4 Leiden Zuid-West3 Stompwijk1 Leiden Zuid-West2 Leiden Zuid-West1 de Loethe Zoeterwoude1 Stompwijk2 Stoeplaan4 Stoeplaan3 Backershagen2 van Zuylen van Nijevelt1
AWTG AWZI Leiden Noord AWTG Engelendaal AWZI Leiden Noord AWTG Engelendaal AWTG Warmond AWTG de Loethe Zoeterwoude Stelsel gemeente Leiden AWZI Leiden Zuid-West AWTG Stompwijk AWZI Leiden Zuid-West Leiding AWZI Leiden Zuid-West AWTG de Loethe Zoeterwoude AWTG Stompwijk AWTG Stoeplaan AWTG Stoeplaan AWTG Backershagen AWTG van Zuylen van Nijevelt
Tabel 5.2.2 Overnamepunten per zuivering zoals in databestand februari 2023
Voor de Leidse Regio is er in samenwerking met Rijnland een ongerioleerde percelencheck uitgevoerd. Hoewel de check nog in ontwikkeling is, zijn de percelen wel al door een aantal gemeenten gecontroleerd. Voor de gemeenten Leiderdorp en Zoeterwoude zijn de resultaten al bekend. Leiden en Wassenaar hebben de gegevens nog niet gecontroleerd. De ongerioleerde percelencheck is nog niet uitgevoerd voor de 26
gemeenten Voorschoten en Leidschendam-Voorburg, dit zal in de komende planperiode gebeuren. Voor Teylingen, Oegstgeest en Katwijk is de check ook beschikbaar maar deze wordt besproken in het clusteroverleg van de Bollenstreek. Met de gemeentes in afgesproken dat komende planperiode, voor zover dit nog niet gedaan is, de ongerioleerde percelencheck uitgevoerd en gecontroleerd wordt. Als dit gedaan is, kunnen er aanvullende gesprekken plaats vinden tussen Rijnland en de gemeenten wat er met deze resultaten gedaan kan worden. 5.2.1 Afvalwaterhoeveelheden nu en in de toekomst Voor het doelmatig functioneren van de gemalen en zuiveringen in de waterketen is het nodig zicht te hebben in de te verwachten hoeveelheid afvalwater. Daarvoor wordt per overnamepunt in beeld gebracht wat de actuele aanvoer is, bij droog weer en regenweer, hydraulisch en biologisch. Daarnaast wordt gekeken naar voorziene wijzigingen in de actuele hoeveelheden. Dat gaat zowel om geplande toename (bijvoorbeeld door grootschalige nieuwbouw) en een inschatting van bevolkingsgroei als om afname, bijvoorbeeld door afkoppelen of krimp. Het ‘prognose proces’ (hst 4.3 beleidsmodule) beschrijft het proces van afstemming tussen gemeenten en het HHR van data, planning en analyse die nodig is om de afspraken over afvalwaterhoeveelheden goed in de beeld te houden.
Tabel 5.2.1.1 geeft de nieuwbouw en afkoppelplannen van de gemeenten, die gebruikt zijn voor de prognoseberekening afvalwater. Deze getallen kunnen afwijken met de getallen in Bijlage 2, die door de gemeente zijn aangeleverd (verschil in momentum). Vanuit het proces Aanbod en Overname van Stedelijk Afvalwater (hoofdstuk 4.3 en bijlage 7 Beleidsmodule) stemmen we de getallen met de gemeente op elkaar af om deze te finetunen en te actualiseren.
Tabel 5.2.1.1 Geplande nieuwbouw en afkoppel projecten per gemeente tot en met 2035
Als geen gegevens over gemeentelijke plannen beschikbaar zijn, maakt HHR een inschatting voor het toekomstige afvalwateraanbod op basis van kentallen. Voor de droogweer afvoer en ontwikkeling in biologische aanvoer wordt gebruik gemaakt van de groeipercentages die door Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in 2022 zijn afgegeven. Voor de regenweer afvoer wordt aangenomen dat de gemeente 1% verhard oppervlak per jaar afkoppelt. In tabel 5.2.1.2 is het huidige en de toekomstige (2035) berekende (met bovenstaande gegevens) afvalwateraanbod per gemeente weergegeven, getotaliseerd per AWZI. Voor een verdere doorkijk is indicatief de aanvoer in 2050 weergegeven, vanwege de beperkte concrete plannen. In bijlage 3 zijn de hoeveelheden per rioolbemalingsgebied terug te vinden. De actuele aanvoer is afkomstig uit de datamodellen: rioolgebieden met actuele inwoners- en bedrijfsgegevens: DAMO 2022). Tabel 5.2.1.2 is met de meest recente gegevens opgesteld (DWA geactualiseerd / poc op basis van vorige iWKP). Tabel 3/DAMO 2022 is verouderd en wordt in een volgende ronde geactualiseerd.. Het prognose proces is verder toegelicht in hst 4.3 van de beleidsmodule en de uitgangspunten voor de berekening van de getallen zijn opgenomen in bijlage 5 van de Beleidsmodule.
Gemaal De Loethe (in Zoetersoude Dorp) verzorgt de afvoer van Zoetersoude Dorp/Rijndijk (inclusief de doorvoer uit Alphen aan den Rijn) en Leidsendam-Voorburg 2 (Stompwijk).
27
Tabel 5.2.1.2 Afvalwaterhoeveelheden per aansluitpunt in bestaande en toekomstige situatie
Afkoppel kans; van VGS naar GS Een kans voor ‘snel afkoppelen’ is het ombouwen van een verbeterd gescheiden stelsel (VGS) naar een regulier gescheiden stelsel (GS). Dit moet altijd eerst onderzocht worden omdat het in sommige gevallen vanwege specifieke kenmerken (meestal waterkwaliteitseisen) van de locatie toch niet kan, maar als het kan is het vrij eenvoudig te realiseren met een snel effect op de rwa-situatie. In figuur 5.2.1.3 zijn de, bij Rijnland bekende, locaties met een VGS weergegeven, in de komende plan periode dienen deze locaties te worden onderzocht, waarna vervolgstappen worden afgesproken. Het is aan de gemeente deze locaties in te plannen voor onderzoek en ombouw.
Figuur 5.2.1.3 Overzicht VGS kansrijk voor ombouw (circa 8 ha)
5.2.2 Aanbodanalyse; theorie versus praktijk In 2023 is er tbv het Basis Zuiveringsplan (BZP) naast de standaard discrepantieanalyse ook een droogweerafvoer analyse (DWAAS) uitgevoerd dit geeft een bredere blik op de betrouwbaarheid van de 28
gemeten waarden. Er is een verschil tussen het theoretische en gemeten afvalwateraanbod. Een belangrijke reden is dat het theoretisch aanbod berekend wordt met (norm) kentallen en in de praktijk geen gebied en geen dag hetzelfde is. Uitgangspunt van de berekeningen voor afname afspraken en ontwerp van gemalen en leidingen zijn de normgetallen (bijlage 5A). In overleg kan hiervan worden afgeweken, waarbij altijd goed gekeken moet worden naar de capaciteit en de staat van de assets, en de invloed op de waterkwaliteit (emissie). -
-
Een klein gemaal met een grote overcapaciteit zorgt voor minder overstort, wat gunstig kan zijn voor de waterkwaliteit maar niet perse duurzaam of nodig. Een gemaal dat ingesteld is boven de b.o.b. (binnen onderkant buis) van het laagste lozingspunt betekent dat het achterliggende stelsel niet helemaal leegstroomt (bergen in het stelsel), met als risico vuilafzetting in het stelsel en extra vervuilde emissie bij regenweer.
Het afstemmen van de juiste instellingen en aanpassingen van gemalen is daarom heel nuttig. In de AWTGRapporten die HHR jaarlijks uitbrengt, worden de afvalwaterhoeveelheden (aanvoerend gebied), objectgegevens (afvoerend systeem) en instellingen en prestatiegegevens van het gemaal bij elkaar gebracht. Het jaarlijks delen van deze rapporten moet leiden tot verbeteren van de statische gegevens en het inhoudelijk gesprek over prestaties in de waterketen. Daarmee kan ook de assetmanagement planning inhoudelijk worden onderbouwd en verscherpt. Bij vervanging of aanpassingen van stelsel, gemalen en leidingen wordt altijd (het effect van) de bestaande situatie vergeleken met de nieuwe situatie. Biologische belasting in theorie en praktijk (discrepantie) Met behulp van een verschillenanalyse kan de theoretische aanvoer van afvalwater worden getoetst aan de in de praktijk gemeten biologische belasting van de AWZI. Hier kunnen ook de door de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) geïnde vervuilingseenheden mee worden vergeleken. Dit geeft een indicatie van de betrouwbaarheid van de theoretische getallen. Deze vergelijkingen zijn weergegeven in figuur 5.2.2.1 voor de zuiveringskringen Leiden Noord en Leiden Zuidwest. Voor Wassenaar zijn geen biologische meetgegevens beschikbaar. Vanuit de BSGR ontvangt Rijnland jaarlijks de definitieve zuiveringsheffingen.
Deze heffingen lopen ongeveer 3-4 jaar achter. Dit heeft te maken met het aangifte proces van de zuiveringsheffing van bedrijven. Bij de meetgegevens gaat het om de gemiddelde i.e. belasting over de periode 2018 t/m 2022. In de theoretisch bepaalde i.e. is een standaard discrepantiefactor van 175/150 meegenomen voor huishoudelijk afvalwater.
29
Figuur 5.2.2.1 Overzicht biologische belasting met discrepantiegegevens
Afwijkingen op basis van heffingsgegevens (geel) De afwijkende waarden voor zuiveringskringen Noord (-10,4%) en Zuidwest (-3,6%) geven een geheel ander beeld dan het landelijke beeld. Het landelijke beeld is dat de gemeten belasting meestal boven die van de heffing ligt, bij Leiden Noord en Leiden Zuidwest ligt de gemeten belasting onder de heffing. Ten opzichte van het vorige IWKp is het percentage sterk gedaald, voor deze daling is vooralsnog geen verklaring. Afwijkingen op basis van de (ontwerp)prognose (blauw) Om te voorkomen dat AWZI’s te klein worden ontworpen of aangepast, wordt een veiligheidsfactor toegepast. Deze heet bij Rijnland ‘de discrepantiefactor’. Voor de theoretische belasting (ontwerpbelasting) hanteert Rijnland een factor van 175/150 (16,7%) over het afvalwater (over i.e. ’s) van inwoners (niet voor bedrijfsafvalwater). Deze factor lijkt in het geval van de zuiveringen in Leiden hoger te zijn dan nodig. Ten opzichte van het vorige IWKp is het verschil tussen de theoretische aanvoer en de meting gestegen, met name voor AWZI-Noord. De theoretische waarde ligt boven de meting wat voor een negatieve afwijking zorgt. Afwijkingen tussen de theoretische waardes (groen) De veiligheidsfactor is geen onderdeel van de vervuilingseenheden die volgens de BSGR worden geïnd. De discrepantie tussen zuiveringsheffing en ontwerpbelasting zou daarom ca.
16,7% moeten zijn bij alleen huishoudelijk afvalwater. Hoe hoger het aandeel bedrijfsafvalwater is, hoe lager dit verschil zou moeten zijn. In het geval van de zuiveringen in Leiden is deze discrepantie juist hoger. Dat betekent dat de geïnde vervuilingseenheden niet overeenkomen met het werkelijke aantal inwoners (plus bedrijfs v.e.). Deels zijn deze verschillen verklaarbaar omdat de heffing is gebaseerd op 1 v.e. voor eenpersoonshuishoudens en 3 v.e. op meerpersoonshuishoudens. Echter dit zou ook een indicatie kunnen zijn dat de betrouwbaarheid van de gebruikte gegevens nader geanalyseerd moet worden. Hydraulische belasting in theorie en praktijk (rioolvreemd water) In het kader van de BZP`s is met behulp van de DWAAS (Droog Weer Afvoer Analyse Systematiek) een analyse van de droogweer aanvoer over het aanvoerjaar 2021 uitgevoerd op alle AWTG`s van beide Leidse zuiveringskringen en die vanuit Wassenaar naar Harnaschpolder afvoeren. Dit geeft een indicatie van het aandeel rioolvreemd water (rvw) binnen het afvalwater aanbod. De resultaten van deze berekeningen zijn nog niet geanalyseerd en zullen worden meegenomen in de besprekingen van AWTG-Rapport en BZP van het Prognose proces.
30
5.2.3 Aanbod analyse en maatregelen Uit de discrepantieanalyse kan worden geconcludeerd dat er sprake is van ongebruikelijke afwijkingen. De landelijke trend is dat de heffingen lager liggen dan de gemeten belasting, met als gevolg positieve discrepantie. Bij beide zuiveringen in Leiden is de gemeten belasting hoger, waardoor de discrepantie negatief is. De Rijnlandse discrepantiefactor lijkt in het geval van AWZI Leiden Noord en AWZI Leiden Zuidwest hoger dan nodig. De afwijking tussen de theoretisch bepaalde i.e. en de v.e. uit het heffingenbestand is groter dan verklaarbaar op basis van de discrepantiefactor. Het is aan te bevelen de ontwikkeling van deze afwijking te volgen. Als het beeld niet verandert, kan de discrepantiefactor worden heroverwogen en/of moet de betrouwbaarheid van het heffingenbestand worden getoetst. Bij de jaarlijkse afstemming op basis van de AWTG-Rapporten kunnen eventuele maatregelen worden besproken, uitgevoerd en geëvalueerd. In de planperiode van dit iWKP kunnen deze per AWTG worden opgepakt. Samenvattend blijkt uit het overzicht van de actuele aanvoergegevens dat de theoretische aanvoergegevens een redelijk betrouwbaar beeld geven van de werkelijke aanvoer en er geen sprake is van een onacceptabel groot aandeel rioolvreemd water.
Onderzoeksmaatregelen • •
• • • • • •
Actueel houden van aanvoergegevens (rioolgebieden, verhard oppervlak, lozingspunten, overnamepunt); controle of alle afkoppelplannen voldoende in beeld en in de gegevens verwerkt zijn. Continu op de hoogte zijn van veranderingen in afvalwater aanbod volgens de afgesproken procedure. o In kaart brengen van de lange termijn afkoppelprojecten. o Minimaal aangesloten verhard oppervlak per rioolgebied benoemen. o De voor de aanvoeranalyse van Stompwijk moet een controleslag op de inputgegevens gedaan worden. Dit ook in verband met een mogelijk tekort aan pompcapaciteit (zie ook paragraaf 5.8). o Vanuit Dataportaal is er voor Leiden en Leiderdorp een verhard oppervlak bepaling gedaan met behulp van de BGT inlooptabel tool. Een vergelijking tussen bestaand oppervlak en BGT is handig. Uitvoeren ongerioleerde percelencheck voor Voorschoten en Leidschendam-Voorburg. Ontwikkeling discrepantiefactor onderzoeken Negatieve discrepantie zuiveringen onderzoeken, oppakken met BSGR. DWAAS op AWTG-niveau automatiseren, zoals nu bij de gemeente Zoeterwoude wordt gedaan. Bij AWTG Warmond zijn op verschillende momenten verschillende maximale capaciteiten gemeten. Er moet verder onderzoek gedaan worden naar de werkelijke capaciteit en of deze voldoende is (zie ook paragraaf 5.8).
Door de gemeente wordt een werkgroep opgezet om verder onderzoek te doen naar de werkelijke aanvoer en de benodigde capaciteit voor Poelgeest. Zolang er geen afdoende oplossing is gevonden voor het foutief aangesloten regenwater blijft het gemaal op een maximum capaciteit van 50 m3/uur.
5.3 Beschrijving Functioneren Riolering: Actualiteit Basis Rioleringsplan Het hydraulisch en vuiltechnisch functioneren van de riolering (stappen 4 en 5 waterketen) staat in het BasisRioleringsplan (BRP). In het BRP worden, voor zover mogelijk, metingen en waarnemingen aan de riolering gekoppeld aan het theoretisch functioneren. Op deze wijze ontstaan rioleringsmodellen die de werkelijkheid steeds beter benaderen. Gemiddeld wordt elke 10 jaar een nieuw BRP gemaakt. Onderstaand is weergegeven in welk jaar het huidige BRP is opgesteld. Dit is een maat voor de actualiteit van het huidige functioneren. Uit de tabel blijkt dat er bij het opstellen van dit IWKp gebruik is gemaakt van recente BRP’s. Gemeente
Leiden
Leiderdorp
Zoeterwoude
Oegstgeest
Voorschoten
Wassenaar
BRP opgesteld in
2019
2015
2021
2022
2018
herberekening 2023
Tabel 5.3.1. Actualiteit BRP
5.4 Beschrijving Functioneren Riolering: Bijzonderheden per gemeente In de BRP”s zijn de voor de komende planperiode voorgenomen maatregelen beschreven. Ook zijn maatregelen beschreven die nog niet als “no-regret” (zekerheid over effect en doelmatigheid) beschouwd kunnen worden. Met Rijnland worden deze nader onderzocht en eventueel alsnog geprogrammeerd. 5.4.1
Leiden
Hydraulisch en Vuiltechnisch Leiden
31
In Leiden ligt voor groot deel een gemengd rioolstelsel. Het gemengde rioolstelsel van Leiden is verdeeld in 9 hoofdbemalingsgebieden, die met elkaar in verbinding staan door vrijvervalleidingen, of rioolgemalen met persleidingen. De hydraulische afvoercapaciteit van het rioolsysteem is middels hydraulische berekeningen, conform de Kennisbank Riolering Hydraulisch Functioneren aan de hand van neerslaggebeurtenis bui 08 bepaald. De berekeningsresultaten van deze bui zijn weergegeven in de volgende figuur. De hydraulische afvoercapaciteit van het rioolstelsel is door middel van de volgende drie categorieën gevisualiseerd:
Overzicht berekeningsresultaten Leiden, bui 08
Tevens is met behulp van een drietal berekeningen de overloopcapaciteit van het stelsel inzichtelijk gemaakt. Hierbij is gerekend met een vaste (stationaire) hoeveelheid neerslag. In de onderstaande figuur zijn de berekeningsresultaten grafisch weergegeven. Uit een analyse van de berekeningsresultaten valt op dat de overloopcapaciteit met name beperkt is in de gebieden waar sprake is van een absoluut stelsel (geen overstort aanwezig), te kleine leidingen (beperkte afvoercapaciteit) en het merendeel van de onderbemaling. Neerslag stationair 40, 90, 150 l/s/ha
32
Klimaatadaptatie Om voorbereid te zijn op de toekomstige hogere temperaturen, heftigere neerslag en kans op langdurige droogte wordt in de wijkvernieuwingsprojecten en in ontwikkelingen rekening gehouden. Door het aanleggen van een HWA leiding met een capaciteit van Bui=10 en tegelijkertijd een grondwater-regulerend systeem aan te leggen wordt ondergronds een klimaat-robuust systeem aangelegd. De bovengronds ruimte wordt klimaat-robuust ingericht met klimaat-adaptieve bouwstenen (wadi, rain-garden, infiltrerende verharding, vergroening e.d.)
Praktijkervaring Leiden Bij het uitvoeren van de berekeningen is het gewenst zoveel mogelijk gebruik te maken van de gegevens over het functioneren in de praktijk. Deze gegevens kunnen helpen bij de interpretatie van de berekeningsresultaten en het bepalen van verbeteringsmaatregelen. De belangrijkste bronnen waaruit kan worden geput zijn klachten en meldingen (waterloket) van burgers en bedrijven, ervaringen van beheerders en meetgegevens: drinkwaterverbruik, metingen vanuit vergunningen (grondwater), regenmetingen, drukhoogtemetingen, debietmetingen, kwaliteitsmetingen in oppervlaktewateren en peilbuiswaarnemingen. In onderstaande tabel onder verbetermaatregelen is weergegeven of een knelpunt ook vanuit de praktijk bekend is.
Verbetermaatregelen Functioneren Leiden Locatie
Knelpunt
Maatregel
Prioriteit
Rijndijkstraat
Ja
verhogen pompcapaciteit ledigingsgemaal;
onderzoeken aanvullende maatregelen om robuustheid te vergroten.
Warmonderweg en Antonie
ja
afkoppelen verharding van het gemengde
In project Raadsherenbuurt
Duycklaan
riool.
Maredijk onderbemaling
ja
onderzoeken functioneren overstortbemaling.
Planperiode 2024-2028
Park die Lythe
ja
onderzoeken functioneren overstortbemaling
Planperiode 2024-2028
Tunnel Oegstgeesterweg
ja
Vergroten hydraulische capaciteit
Planperiode 2024-2028
Tunnel Plesmanlaan
ja
Vergroten hydraulische capaciteit
Planperiode 2024-2028
Tunnel Dr. Lelylaan
ja
Vergroten hydraulische capaciteit
Planperiode 2024-2028
Vuiltechnisch Leiden Het Milieutechnisch functioneren (emissie) is berekend in het BRP 2019 (Basis Riolerings Plan). De vuiluitworp (emissie) uit het gemengde rioolstelsel, zijn getoetst op de methode van de CIW-basisinspanning. De resultaten van de basisinspanning verwoorden dit naar een vuilemissie van 50 kg CZV/ha.jaar voor het jaargemiddelde. Een vuilconcentratie van 200 mg/liter, zoals gehanteerd door het hoogheemraadschap van Rijnland en de wRw, resulteert in een toegestane vuilemissie van 40 kg CZV/ha.jaar voor het jaargemiddelde. Voor de duidelijkheid wordt de door het hoogheemraadschap en de wRw gehanteerde vuilconcentratie aangehouden. Op de gemengde rioolstelsels van gemeente Leiden is momenteel ca. 659 ha verhard oppervlak aangesloten. Verspreid over de kern is er het afgelopen decennium ca. 97 ha. verhard oppervlak op milieutechnisch verantwoorde wijze afgekoppeld. Dit afgekoppelde verhard oppervlak mag bij het bepalen van de basisinspanning opgeteld worden bij het aangesloten verhard oppervlak. Volgens de CIW Basisinspanning mag de gemiddelde jaarlijkse emissie uit de gemengde riolering daarom maximaal (659 + 97) x (40 kg CZV/jr/ha)richtlijn HHRS) = 30.240 kg CZV/jr bedragen. CIW Basisinspanning Leiden: 30.240 kg CZV/jr. Het gemengde rioleringssysteem binnen de gemeente Leiden is in de achterliggende jaren in het kader van basisinspanning geoptimaliseerd.
Er zijn diverse emissie-reducerende maatregelen getroffen om aan de basisinspanning te voldoen. Om vast te stellen of de gemengde stelsels van Leiden volgens de laatste gegevens werkelijk aan de norm voor de vuiluitworp voldoen, is het stelsel door een serie opeenvolgende regenbuien belast. De neerslaggegevens hiervoor zijn afkomstig van het KNMI en zijn de neerslaggegevens van De Bilt van 1955 – 1964 (10 jaar). Aan de hand van de berekende overstortvolumes wordt de verwachte vuilemissie bepaald. Volgens de CIW-basisinspanning(richtlijn HHRS) mag jaarlijks 30.240 kg CZV overstorten naar het oppervlaktewater. Op basis van de resultaten uit de emissieberekeningen wordt geconcludeerd, dat Leiden met een vuilemissie van 27.955 kg/CZV/jaar voldoet aan de voormalige CIW-Basisinspanning en richtlijn HHRS. De vuilemissie is op hoofdlijnen vergeleken met de eerder uitgevoerde berekeningen in 2006. Hieruit wordt enerzijds geconcludeerd dat de afkoppelinspanningen van de gemeente zichtbaar resultaat opleveren. Wij merken hierbij op dat de resultaten niet 1-op-1 te vergelijken zijn. Dit is deels te verklaren door de “gewijzigde” kenmerken van de overstorten. Alle gemengde riooloverstorten zijn recent ingemeten waarbij sommige overstortdrempels lager en/of langer bleken te zijn dan eerder was aangenomen, met een andere vuiluitworp in de berekeningen tot gevolg.
Opgemerkt wordt dat een aantal lopende afkoppelprojecten, zoals Noorderkwartier Oost, Professorenwijk Oost, Centrumroute, Bos Gasthuisdistrict, Morsdistrict niet zijn meegenomen in de berekeningen van 2019. Aangezien er relatief veel verharding wordt afgekoppeld in deze projecten, zal het
33
emissie-overschot voor Leiden op korte termijn(nieuwe berekeningen BRP) nog verder toenemen.
5.4.2
Leiderdorp
Hydraulisch en Vuiltechnisch Leiderdorp In onderstaande figuur is de ligging van de elf verschillende bemalingsgebieden schematisch weergegeven. De pijlen geven de gemalen weer. Tussen de gebieden Engelendaal Hoog en Engelendaal Laag bevindt zich geen gemaal, deze gebieden zijn verbonden door een knijpconstructie. Uiteindelijk lozen alle gebieden op het gebied Engelendaal Laag, waar het gemaal van Rijnland staat op de hoek Engelendaal/Persant Snoepweg. Dit gemaal transporteert het rioolwater naar de AWZI Leiden.
In Leiderdorp is één randvoorziening, gelegen aan de Van Diepeningenlaan in Engelendaal Laag, aanwezig dat is uitgevoerd als bergbezinkbassin. Verder wordt het rioolstelsel van Leiderdorp gekenmerkt door de vele overstorten (51 gemengd en 6 RWA) dit in verband met de geringe afstand tussen oppervlaktewater en maaiveld. In 2015 is er een BRP opgesteld, waarbij inzicht wordt verkregen in het hydraulisch functioneren van de bestaande rioleringssituatie. Hierbij de wordt het rioleringsstelsel doorgerekend met ontwerpneerslaggebeurtenis 8 uit de Leidraad Rioelring (module C2100) dit is een T=2 toetsbui om de kans op water op straat te bepalen. Met deze berekening wordt aangetoond op welke locaties het rioolstelsel theoretisch niet aan de eisen van de gemeente voor de hydraulische afvoercapaciteit voldoet. De locaties waar in de huidige situatie theoretisch water op straat is berekend en het stelsel niet voldoet aan de eisen, zijn grafisch weergegeven in het BRP Leiderdorp Bijlage 2. Om inzicht te krijgen in mogelijke overlastlocaties bij zwaardere neerslaggebeurtenissen is het stelsel aanvullend doorgerekend met ontwerpneerslaggebeurtenis 9 (T=5 toetsbui) en ontwerpneerslaggebeurtenis 10 (T=10 toetsbui). De berekeningsresultaten tonen ook aan dat het stelsel van Leiderdorp over het algemeen over voldoende capaciteit en robuustheid beschikt voor bui 9.
In het BRP zijn aanpassingen voorgesteld, die inmiddels zijn uitgevoerd, waardoor het stelsel nog robuuster is geworden. In de komende planperiode willen we een nieuwe BRP opstellen, waarin bovenstaande punten opnieuw worden getoetst.
Vuiltechnisch Leiderdorp Het gemengde rioolstelsel van Leiderdorp beschikt over veel overstorten die verdeeld over het hele gebied liggen. Dit is ook noodzakelijk, omdat de drooglegging (niveauverschil tussen oppervlaktewaterpeil en maaiveld) niet erg groot is. Hierdoor is de ruimte om de waterstand in het riool te laten stijgen tijdens piek gebeurtenissen niet groot. Doordat de overstorten verspreid door het gebied
34
liggen, komt er bij overstortgebeurtenissen op meerdere locaties een klein debiet in het oppervlaktewater terecht. Dit heeft als voordeel dat het overstortende water snel verdund wordt, grote piekbelastingen op één punt komen hierdoor snel voor.
Praktijkervaring Leiderdorp Gemeente Leiderdorp heeft een robuust stelsel en in de praktijk hebben we dan ook weinig te maken met overlast door een te kort aan capaciteit. Hierbij moet wel gezegd worden dat we de afgelopen jaren weinig te maken hebben gehad met zware piekbuien.
Verbetermaatregelen Functioneren Leiderdorp Het buitengebied van Leiderdorp heeft een drukrioleringssysteem. In de Achthovenerweg ligt een groot systeem die in de loop der jaren flink is uitgebreid. Het huidige systeem heeft bij regenval capaciteitsproblemen. Deze problemen worden veroorzaakt door foutief aangesloten hemelwateraansluitingen op de drukriolering. De afgelopen plan periode is er al een flinke slag geslagen naar het ontkoppelen van deze aansluitingen naar oppervlakte water. De komende plan periode monitoren we de situatie en nemen waar nodig nog aanvullende maatregelen. Leiderdorp Maatregel
Jaar
Effect
Oranjewijk afkoppelen ca 9ha
2023-2026
Doelmatige inzameling
Kreken Zuid afkoppelen ca 1ha
2024
Doelmatige inzameling
Kerkwijk afkoppelen ca 5 ja
2024-2026
Doelmatige inzameling
Buitenstein/ Brittenburg ca 2 ha
2025-2026
Doelmatige inzameling
Rietschans/ Touwbaan ca 0,6 ha
2027
Doelmatige inzameling
Dreven rand ca 0,8 ha
2025-2026
Doelmatige inzameling
Zomen ca 2,4 ha
2025-2026
Doelmatige inzameling
Vogelwijk afkoppelen ca 9 ha
2028-2032
Doelmatige inzameling
Zijlkwartier-Zuid ca 2,2 ha
2028
Doelmatige inzameling
5.4.3
AWZI
Oegstgeest
De gemeente Oegstgeest bestaat uit één (woon)kern. Deze woonkern wordt door het Oegstgeesterkanaal verdeeld in twee gebieden. Daarnaast is er nog een separaat gebied Poelgeest.
Hydraulisch en Vuiltechnisch Oegstgeest De oudere kern inclusief de wijken aan de noordzijde van het Oegstgeesterkanaal bestaat uit 28 stroomgebieden die bestaan uit drukrioleringsgebieden, gescheiden rioolstelsels en gemengde rioolstelsels. De stroomgebieden voeren uiteindelijk af via gemaal de Voscuyl naar de rioolwaterzuivering (AWZI) Katwijk. Van de 28 stroomgebieden voeren er negen vanuit Nieuw Rhijngeest af via gemaal Voscuyl naar de rioolwaterzuivering (AWZI) Katwijk. Stroomgebied Curium voert af naar gemaal Wassenaarseweg, waarna het via een separate kelder in gemaal Voscuyl wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering (AWZI) Katwijk. Twee gebieden; Ontwikkeling Katwijk en Ontwikkeling Rhijnvaart voeren rechtstreeks af naar het stelsel van de gemeente Katwijk. Het gebied Poelgeest voert af richting AWZI Leiden Noord.
Functioneren stelsels in Oegstgeest - huidige situatie zoals opgenomen in het BRP Oegstgeest 2020 De toetsing van het hydraulisch functioneren van de riolering heeft vooral plaatsgevonden op basis van bui 08 uit de Kennisbank van de stichting RIONED. Bui 08 is een bui van 19,8 mm neerslag in 60 minuten en heeft een theoretische herhalingstijd van eens per twee jaar. Het stelsel is aanvullend getoetst op basis van berekeningen van de emissie uit de riolering op basis van een 10-jarige regenreeks. De gemaalcapaciteit van gemaal Voscuyl heeft een significante invloed op deze emissie. Op dit moment is volgens het hoogheemraadschap van Rijnland een gemaalcapaciteit geïnstalleerd van 1200 m3/uur. De normcapaciteit (afnameverplichting) bedraagt echter slechts 841 m3/uur. Het hoogheemraadschap doet hier nog nader onderzoek naar of al het te verpompen water wel van Oegstgeest is en niet ook van Leiden (gebied Universiteit, via gemaal Wassenaar). Bij verlaging van de gemaalcapaciteit van gemaal Voscuyl tot de normcapaciteit wordt niet meer voldaan aan de basisinspanning. Deze basisinspanning geldt sinds een aan aantal jaren niet meer als verplichting, maar voor het hoogheemraadschap van Rijnland geldt dit wel als een belangrijke graadmeter.
Belangrijk om te constateren is dat er op dit moment geen klachten bekend zijn over waterkwaliteitsknelpunten die aanleiding geven tot emissie-reducerende maatregelen. Dit vraagt om nader onderzoek en afstemming met het hoogheemraadschap.
Maatregelen – meer inzicht gedragingen van de gemalen 35
De gemalen Lange Voort, Emmalaan en Haaswijk 2 dienen nog nader onderzocht te worden om de werkelijke pompcapaciteit te achterhalen. Een oplossing voor het aanpassen van de capaciteit van gemaal Voscuyl (zie eerder bij functioneren) is door de gemalen in Oegstgeest beter op elkaar af te stemmen waardoor er tijdelijk meer water geborgen worden in het gehele systeem, met als doel om de emissie niet te hoog op te laten lopen. Een ander spoor dat de vuilemissie kan inperken is het afkoppelen van gebieden. De afgelopen jaren zijn er diverse afkoppelprojecten uitgevoerd. Ook de komende jaren zal er bij de vervanging van riolering verdere “ontvlechting” plaatsvinden van hemelwater en afvalwater door de aanleg van hemelwaterriolering gecombineerd met zoveel mogelijk maatregelen om hemelwater vast te houden onder wegen en plantsoenen, waar het hergebruikt kan worden. Grootschalig in de wijk Oudenhof.
Maatregelen – onderzoek water op straat locaties Een aantal water-op-straat locaties, met name in bemalingsgebied Voscuyl, moet op systeemniveau worden opgelost. Het vergroten van enkele leidingen heeft niet voldoende effect. Hier zal nader gekeken moeten worden naar aangesloten verhard oppervlak, afvoercapaciteit, afkoppelkansen en (het uitbouwen van de) hemelwaterstructuur, maar ook naar de huidig opgenomen gegevens in het rioolsysteem van Geo Visia.
Maatregelen – meer inzicht door meten Momenteel beschikt de gemeente Oegstgeest over sensoren in de gemalen, twee overstortmeters en is er één regenmeter in Oegstgeest. De meetvoorzieningen zijn in een breed tijdsbestek gerealiseerd. Van een volledig meetvraag-dekkend meetnet is nog geen sprake en de kwaliteit van de metingen is beperkt. Meten verdient een belangrijke plaats in het rioleringsbeheer. Met de huidige techniek op het gebied van sensoren, communicatietechnologie en dataverwerking is betaalbaar, routinematig en grootschalig meten in rioolstelsels mogelijk, met als voordelen controle van basisgegevens, optimalisatie van operationeel beheer, een betere onderbouwing van kostbare maatregelen, een eventueel bewijs bij aansprakelijkheid en overmacht, verbeterde afstemming van afvalwaterketen en eventueel verantwoording van prestaties. In gemeente Oegstgeest zien we vooral mogelijkheden voor optimalisatie door verbetering van de onderlinge samenhang tussen gemalen en gemaalcapaciteiten. Hiervoor zal een meetplan opgesteld worden.
Praktijkervaring Oegstgeest Noord en Oegstgeest Zuid Vanuit de berekeningen in het BRP is een aantal locaties aangegeven waar water op straat voor zou komen. Dit wordt niet meteen herkent vanuit de praktijk. Wel zullen de maatregelen zoals hiervoor genoemd ingezet gaan worden.
Hydraulisch en Vuiltechnisch Oegstgeest - Poelgeest Naast de beschreven gebieden Oegstgeest Noord en Zuid is er ook gebied Poelgeest als separaat stroomgebied. Gebied Poelgeest voert het rioolwater af naar Rioolwaterzuivering (AWZI) Leiden Noord. Het gedeelte van Oegstgeest, de wijk Poelgeest, is een separaat gebied. Alle bemalingsgebieden, in totaal 8 stuks zijn voorzien van gescheiden systemen. Dit gebied is qua lozing van het afvalwater aangesloten op de Rioolwaterzuivering (AWZI) Leiden Noord.
Functioneren van de stelsels in Poelgeest - huidige situatie zoals opgenomen in het BRP Oegstgeest 2020 Gefocust is op bui08. Uit de berekeningen blijkt dat het DWA-stelsel naar behoren functioneert, maar dat het HWA-stelsel niet aan bui08 voldoet. De maatregelen hieronder gaan dieper in op de HWA-riolering in heel Poelgeest. In de omgeving van de Kwaakhaven en het noordelijke deel van de Jac. P. Thijsselaan wordt water-op-straat berekend en zijn er meerdere locaties met beperkte waking. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door twee zeer kleine uitstroomleiding (Ø125mm) die voor veel opstuwing zorgen. Daarnaast is er onduidelijkheid over de BOB-leiding in de Adriaan van Royenlaan. De B.o.b’s die momenteel in het model staan resulteren in water-op-straat en beperkte waking, terwijl de B.o.b’s vermoedelijk dieper en onder correct afschot zijn aangelegd. Aan de zuidkant van de Jac P. Thijsselaan wordt op meerdere plekken water-op-straat berekend en is de waking beperkt. Dit wordt veroorzaakt door een krappe leiding voor de overstort in de Hugo de Vrieslaan en te krappe leidingen bij de uitstroomleiding elders in de Jac P. Thijsselaan.
Praktijkervaring Poelgeest De souterrainwoningen in Poelgeest zijn een bekend wateroverlast gebied. In het verleden zijn hier kelders volgelopen met water afkomstig uit de DWA-riolering (aangevuld met regenwater). Eén van de oorzaken van de wateroverlast was verkeerd aangesloten verhard oppervlak in Poelgeest. In 2020 en 2021 zijn aansluitingen gecontroleerd op foutief verhard oppervlak en waar nodig/mogelijk verholpen. Daarnaast is in overleg met het Hoogheemraadschap van Rijnland afgesproken dat de gemaalcapaciteit van eindgemaal Poelgeest tijdelijk in afvoercapaciteit wordt verdubbeld. De ‘oude’ capaciteit is circa 30 m3 /u. Deze is in 2021 tijdelijk verhoogd naar 50 m3 /u om in gevallen van hoog water over voldoende capaciteit te beschikken om het DWA-stelsel leeg te pompen. Zolang er geen afdoende oplossing is gevonden voor het foutief aangesloten regenwater blijft het gemaal op een maximum capaciteit van 50 m3/uur. . Er zal nader onderzoek hiernaar worden ingesteld voor een toekomstbestendige oplossing.
36
Verbetermaatregelen Functioneren stelsels Oegstgeest Maatregel
Jaar
Effect
Doel
gepland Afkoppelen Oudenhof
2023- 2028
Opstellen meetplan gemalen en
2024
Terugdringen emissie/ hemelwater vasthouden Betere sturingsmogelijkheden voor het
gemaalcapaciteiten
creëren van berging
Verbeteren en inrichten meetnet
2024
Meer inzicht gedragingen stelsel
Opstellen Afvoerstructuurplan
2025
Meer inzicht gedragingen stelsel/ meer
Grondwatermodel regionaal maken
2025
Diverse kleine onderzoeken
2024-2029
Afkoppelen diverse kleine gebieden
2024-2029
sturingsmogelijkheden in de stelsels Breder inzicht gedragingen grondwater Meer inzicht gedragingen stelsel Terugdringen emissie/ hemelwater
Maatregel vanuit BRP
vasthouden Vergroten gedeeltes leidingen bij overstorten
2024-2025
Terugdringen emissie
Maatregel vanuit BRP
Aanpassen diverse overstorten gemengd riool
2024-2025
Terugdringen emissie
Maatregel vanuit BRP
door vergroten “brievenbus”
5.4.4
Zoeterwoude
Hydraulisch functioneren Het theoretische functioneren van de riolering is getoetst aan de hand van bui 8 en bui 10 uit de Kennisbank Stedelijk Water. Bui 8 heeft een theoretische herhalingstijd van 1 maal per 2 jaar. Uitgangspunt bij deze toetsing is dat de riolering bui 8 moet kunnen afvoeren zonder dat water-op-straat ontstaat. Met Bui 10, herhalingstijd 1 maal per 10 jaar waarbij maximaal 30 minuten water op straat mag staan, wordt het stelsel doorgerekend om eventuele overlastlocaties inzichtelijk te maken bij grotere buien. Deze grotere buien zullen door de klimaatverandering vaker voor gaan komen. Zoeterwoude Rijndijk: In Zoeterwoude-Rijndijk wordt bij een bui 8 op water-op-straat berekend in het bemalingsgebieden Rijndijk Grote Polder. Dit is terug te zien in onderstaande afbeelding.
Stadhouderslaan Door de aanleg van extra overstorten in de afgelopen periode wordt hier geen water op straat meer berekend. Bij de bouw van het laatste deel van het gebied zal er ook nog een extra lozingspunt op open water worden aangelegd voor het hemelwaterriool. Rijndijk Grote Polder Zowel vanuit het gemengde als vanuit het hemelwaterstelsel wordt bij bui 8 water-op-straat berekend.
37
Bij het hemelwaterstelsel is te zien dat dit op een aantal locaties overbelast is. Dit is te wijten aan de grote hoeveelheid verhard oppervlak die op dit stelsel is aangesloten in combinatie met kleine diameters richting uitstroompunten en op sommige locaties een lokaal laag maaiveld. Door de aanleg van ondergrondse buffering(klimaatmaatregel) zoals in het Julianapark en omgeving Margrietstraat en het deels afkoppelen van kolkenleidingen in de andere gebieden kunnen we iets meer water bergen voor er overlast ontstaat. Water-op-straat vanuit het gemengde stelsel van Rijndijk Grote Polder kan verdeeld worden in locaties op het bedrijventerrein(Energieweg en Produktieweg) en locaties in het woongedeelte(omgeving Zelkovalaan en Rijnstraat) van het bemalingsgebied. Bij het bedrijventerrein is het grootste deel van het wegoppervlak aangesloten op de gemengde riolering. De hoeveelheid verhard oppervlak in combinatie met relatief kleine diameters richting de overstorten veroorzaakt een overbelasting. In het noordelijke deel van Rijndijk Grote polder wordt de berekende water-op-straat veroorzaakt door een combinatie van beperkte beschikbare berging en grote afstanden richting de overstorten. In Zoeterwoude-Rijndijk wordt bij een bui 10 water-op-straat berekend in het bemalingsgebieden Rijndijk Grote Polder. Dit is terug te zien in onderstaande afbeelding.
Bij de doorrekening met bui 10 worden de reeds bij bui 8 berekende overlastlocaties vergroot en komt ook de 5 Meilaan op als overlast locatie. Deze berekende locaties zullen bij eventuele rioolvervangingen en afkoppelprojecten moeten worden voorzien van klimaat adaptieve maatregelen zoals ondergrondse buffering, water infiltrerende verharding, wadi`s of vergroening. Zoeterwoude Dorp: In Zoeterwoude-Dorp wordt op diverse locaties water-op-straat berekend bij doorrekening met een bui 8. Dit is terug te zien in onderstaande figuur.
38
Bij Zoeterwoude-Dorp wordt in alle bemalingsgebieden in meer of mindere mate water-op-straat berekend bij bui 8 en bui 10. Dit wordt per bemalingsgebied verder kort toegelicht:
Bouwlust Doordat al het verhard oppervlak in het bemalingsgebied Bouwlust is afgekoppeld wordt er geen water-op-straat berekend. Al het verhard oppervlak is rechtstreeks afgekoppeld. ’t Watertje In bemalingsgebied ’t Watertje wordt bij alle putten water-op-straat berekend. Dit komt doordat het bemalingsgebied uit een absoluut stelsel bestaat. Bij hevige regenval heeft het stelsel geen uitweg naar een externe overstort maar wordt het water in het stelsel of oppervlakkig geborgen. Door de herinrichting zal er meer water geborgen kunnen worden Noordbuurt In het bemalingsgebied Noordbuurt wordt op verschillende locaties water-op-straat berekend (merendeel van de strengen ligt in achtertuinen waardoor er water in de tuin wordt berekend). De water-op-straat situaties zijn te wijten aan de kleine diameters richting de overstort in combinatie met de hoeveelheid aangesloten verhard oppervlak. Verder zijn er locaties met lokaal laag gelegen maaiveldhoogten. Westwout - Vogelweide In het bemalingsgebied Westwout - Vogelweide wordt op een aantal locaties water-op-straat berekend. Zodra het rioolproject in bemalingsgebied Vogelweide is uitgevoerd zal het water op straat vanuit het gemengde riool zijn verdwenen voor zowel bui 8 als bui 10. Op een aantal locaties is het maaiveld erg laag waardoor er al snel water-op-straat wordt berekend.
Bloemenweide In Bloemenweide wordt water-op-straat berekend vanuit het hemelwater-stelsel. De overstorten veroorzaken een geringe waakhoogte. Verder zijn er een aantal leidingen richting overstorten die opstuwing veroorzaken. In combinatie met de geringe waakhoogte treedt er hierdoor water-op-straat op. Dorp Zuid De berekende water-op-straat in bemalingsgebied Dorp Zuid bij bui 8 en 10.
39
In de figuur hier boven is te zien dat het water-op-straat met name in het noorden van het bemalingsgebied optreedt. Dit komt doordat er in het noordelijk gebied geen externe overstort aanwezig is. Door de geplande rioolvervanging en lozing van hemelwater op de boezem in de Korte Miening e.o. zal de situatie verbeteren maar niet opgelost worden. Ook zijn de diameters voor de externe overstorten te klein in combinatie met de hoeveelheid aangesloten verhard oppervlak. Zuidbuurt De berekende water op straat is na uitvoer van het afkoppelproject bij zowel bui 8 als bui 10 verdwenen. Punt van aandacht is hier de werking van het gemaal Zuidbuurt. De persleiding zit nu gekoppeld op andere persleidingen waardoor deze niet maximaal kan lozen. Zodra de wijk Zwethof gereed is gaat de persleiding van Zuidbuurt door Zwethof en zal deze beter gaan functioneren.
Vuil technisch functioneren In onderstaande afbeelding is de emissietabel weergegeven. Hierin is per bemalingsgebied te zien of het gebied voldoet aan de landelijke norm. Gemeentebreed voldoet Zoeterwoude aan de landelijke norm. De gebieden die niet voldoen hebben een te lage geïnstalleerde poc in combinatie met weinig berging in het stelsel. Door af te koppelen wordt een groter deel van het hemelwater direct afgevoerd naar open water en zal de hoeveelheid overstortend water verminderen.
Praktijkervaring Vanuit de praktijk worden de berekende resultaten niet herkend. Er zijn weinig tot geen meldingen bekend bij zowel de gemeente als bij het waterschap van vervuiling in watergangen door overstorten. Gemeente Zoeterwoude ziet daarom de noodzaak in om het bestaande model te valideren en te kalibreren. Een eerste start hierin is gezet door de bestaande overstorten te gaan bemeten en de capaciteiten (controleren POC) van de rioolgemalen te gaan meten of controleren in het veld.
Verbetermaatregelen Zoeterwoude-Rijndijk 40
Locatie
Situatie
maatregel
urgentie
Duiker Elffenbaan
Waterberging in Elffenbaan wordt niet volledig
Vergroten duikers onder spoor naar 2 x 1200
Maatregel
benut bij extreme neerslag