CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Was-wordtlijst zevende wijziging Verordening Maatschappelijk Ondersteuning 2015

Gemeenteraad Voorschoten 4 juli 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Zevende wijziging van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Voorschoten 20151.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Wijzigingen verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 Voorschoten per 1 januari 2024

Artikel

Oude tekst

Nieuwe tekst

Toelichting

Artikel 5.5. Hoogte van een persoons gebonden budget

Artikel 5.5. Hoogte van een persoonsgebonden budget De hoogte van een persoonsgebonden budget:

Artikel 5.5. Hoogte van een persoonsgebonden budget De hoogte van een persoonsgebonden budget:

Artikel 5.5 is zowel qua inhoud als structuur gewijzigd.

1. wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het persoonsgebonden budget gaat besteden;

1. wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het persoonsgebonden budget gaat besteden;

2. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het persoonsgebonden budget toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; en

2. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het persoonsgebonden budget toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering;

3. De hoogte van een persoonsgebonden budget als bedoeld in dit artikel voor een cliënt ten behoeve van een dienst wordt stgesteld op basis van het door het college gecontracteerde tarief in natura waarbij wordt uitgegaan van:

3. De hoogte van een persoonsgebonden budget als bedoeld in dit artikel voor een cliënt ten behoeve van een dienst wordt, voor de maatwerkvoorzieningen ambulante ondersteuning en beschermd wonen, vastgesteld op:

a. 90% van het tarief in natura wanneer het professionele ondersteuning betreft die geboden wordt door een professional in dienst van een zorgaanbieder;

a. 90% van het tarief in natura wanneer het professionele ondersteuning betreft die geboden wordt door een professional in dienst van een zorgaanbieder;

b. 80% van het tarief in natura wanneer het professionele ondersteuning betreft die geboden wordt door een ter zake

b. 80% van het tarief in natura wanneer het ambulante professionele ondersteuning betreft die geboden wordt door een ter zake kundig gediplomeerde zelfstandige zonder

Structuur Voor de leesbaarheid is de structuur als volgt veranderd: lid 3 uit de oude tekst is in de nieuwe tekst opgedeeld in lid 3, 4 en 5, waardoor er nu per categorie voorzieningen een lid is. In de nieuwe tekst zijn lid 3.c en 5.b toegevoegd. Hiermee komen lid 4 en 6 van de oude tekst te vervallen. Wat in de huidige tekst lid 5 is, is in de nieuwe tekst lid 6. Inhoud In 3.b. en 3.c. is “ambulante” toegevoegd om te beklemtonen dat beschermd wonen alleen geleverd kan worden door een instelling (niet door een zzp’er of een informele zorgverlener).

kundig gediplomeerde zelfstandige zonder personeel (zzp’er);

personeel (zzp’er);

c. 50% van het tarief in natura wanneer het nietprofessionele/informele ondersteuning betreft.

c. Voor ambulante ondersteuning vanuit het informele netwerk geldt: het gemiddelde uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende cao VVT. Te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. In de berekening van het gemiddelde uurloon worden eventuele indexaties naar rato meegenomen.

4. Afwijkend van artikel 5.5. lid 3 geldt voor huishoudelijke ondersteuning dat de hoogte van het persoonsgebonden budget: Wanneer het professionele ondersteuning betreft die geboden wordt door een ter zake kundig gediplomeerde zelfstandige zonder personeel (zzp’er) wordt vastgesteld op 70% van het tarief in natura;

4. De hoogte van een persoonsgebonden budget als bedoeld in het derde lid voor een cliënt ten behoeve van een dienst wordt, voor de maatwerkvoorziening Kortdurend verblijf, vastgesteld op basis van het door het college gecontracteerde tarief in natura waarbij wordt uitgegaan van:

3.c. Dit lid is naar aanleiding van een uitspraak van de CRvB. Het gevolg van deze uitspraak is dat voor informele ondersteuning de geldende cao VVT gevolgd moet worden.

a. 90% van het tarief in natura wanneer het professionele ondersteuning betreft die geboden wordt door een professional in dienst van een zorgaanbieder; b. 80% van het tarief in natura wanneer het professionele ondersteuning betreft die geboden wordt door een ter zake kundig gediplomeerde zelfstandige zonder personeel (zzp’er); c. 50% van het tarief in natura wanneer het nietprofessionele/informele ondersteuning betreft

5. Een cliënt aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, kan diensten, zaken en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. Tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet ui het persoonsgebonden budget worden betaald.

5. De hoogte van een persoonsgebonden budget als bedoeld in het derde lid voor een cliënt ten behoeve van een dienst wordt, voor de maatwerkvoorzieningen huishoudelijke ondersteuning, maaltijdvoorziening en kindverzorging, vastgesteld op: a. 90% van het tarief in natura, wanneer het professionele

5. In het verleden heeft de gemeente besloten om de tarieven voor maaltijdvoorziening en kinderopvang gelijk te stellen aan de tarieven voor huishoudelijke ondersteuning. Er is gekozen deze categorisering aan te houden.

ondersteuning betreft die geboden wordt door een professional in dienst van een zorgaanbieder; b. Voor de tarieven van zowel ondersteuning vanuit het informele netwerk als door een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) geldt: het gemiddelde uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij huishoudelijke ondersteuning voor de betreffende periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg). Te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. In de berekening van het gemiddelde uurloon worden eventuele indexaties naar rato meegenomen. 6. Voor de nieuwe ondersteuningsvormen die per 2023 in werking treden worden door het College maximaal de in lid 4 en 5 genoemde percentages gehanteerd. Bij een persoonsgebonden budget voor niet-professionele/informele ondersteuning wordt voor Huishoudelijke Ondersteuning tenminste het wettelijk minimumuurloon aangehouden en voor Begeleiding wordt het bedrag per uur dat Zorgkantoren hanteren voor informele ondersteuning in het kader van de Wet Langdurige Zorg genomen.

6. Een cliënt aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, kan diensten, zaken en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. Tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet ui het persoonsgebonden budget worden betaald.

7. Het college publiceert jaarlijks een actueel overzicht van de tarieven per maatwerkvoorziening welke door de cliënt mag worden besteed aan een professional.

7. Het college publiceert jaarlijks een actueel overzicht van de tarieven per maatwerkvoorziening welke door de cliënt mag worden besteed aan een professional.

5.b. Het gevolg van de uitspraak van de CRvB is dat voor informele huishoudelijke ondersteuning de geldende cao VVT gevolgd moet worden. Dit betekent een ophoging van het te hanteren pgb-tarief voor informele huishoudelijke ondersteuning. Vanwege de gemeentelijke categorisering (zie hoofdtekst van lid 5) worden de pgbtarieven voor informele zorg voor de hele categorie voorzieningen opgehoogd volgens bovenstaande. Het is niet wenselijk dat een informeel tarief hoger is dan een zzp-tarief. Daarom is de gemeentelijke keuze om het pgb-tarief voor zzp-zorg gelijk te stellen aan het pgb-tarief voor informele zorg voor deze categorie voorzieningen. Voor een professional in dienst van een zorgaanbieder wordt het relatief hogere tarief gehandhaafd, vanwege hogere werkgeverslasten en overheadkosten.

Artikel 11.1 Maatwerk voorzieni ng

Artikel 11.1 Maatwerkvoorziening

Artikel 11.1 Maatwerkvoorziening

1.De cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget.

1.De cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget.

2.De cliënt is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor:

2.De cliënt is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor:

a.

a.

rolstoel;

rolstoel;

b.

b.

financiële tegemoetkoming meerkosten;

financiële tegemoetkoming meerkosten;

c.

c.

wanneer de hulpmiddelen zijn bedoeld voor een persoon die wanneer de hulpmiddelen zijn bedoeld voor een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, met als de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, met als uitzondering hierop de woningaanpassingen; uitzondering hierop de woningaanpassingen; d.

d.

een voorziening in gemeenschappelijke ruimtes van wooncomplexen;

een voorziening in gemeenschappelijke ruimtes van wooncomplexen;

e.

e.

collectief vervoer;

collectief vervoer;

f.

f.

de maatwerkvoorziening wonen met zorg en specialistische en of decentrale maatschappelijke opvang;

de maatwerkvoorziening wonen met zorg en specialistische en of decentrale maatschappelijke opvang;

g.

g.

individueel vervoer;

individueel vervoer;

h.

h.

kortdurend verblijf;

kortdurend verblijf;

i.

i.

verhuiskosten;

verhuiskosten;

j.

j.

kosten van reparatie, verwijdering en onderhoud van kosten van reparatie, verwijdering en onderhoud van hulpmiddelen en woningaanpassingen (met uitzondering van hulpmiddelen en woningaanpassingen (met uitzondering van het onderhoud in het pgb voor een hulpmiddel); het onderhoud in het pgb voor een hulpmiddel); k.

k.

In afwijking van artikel 2.1.4.a., vierde lid, van de Wet is de cliënt die in het bezit is van een Wmo-pas een eigen bijdrage verschuldigd voor de maatwerkvoorziening voor het collectief vraagafhankelijk vervoer in de vorm van een instaptarief en tarief per kilometer. Het college maakt voor ingang van het kalenderjaar de hoogte van de bijdrage kenbaar.

In afwijking van artikel 2.1.4.a., vierde lid, van de Wet is de cliënt die in het bezit is van een Wmo-pas een ritbijdrage verschuldigd voor de maatwerkvoorziening voor het collectief vraagafhankelijk vervoer in de vorm van een instaptarief en tarief per kilometer. Het college maakt voor ingang van het kalenderjaar de hoogte van de ritbijdrage kenbaar. Deze ritbijdrage wordt jaarlijks gewijzigd aan de hand van ontwikkelingen van de Landelijke Tariefindex (LTI).

De genoemde bijdrage is uitgedrukt in het prijspeil van 2023 en wordt ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de ontwikkeling van de Landelijke Tariefindex (LTI). 3. Indien een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget wordt verleend ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt, is de bijdrage verschuldigd door: a.

3. Indien een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget wordt verleend ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt, is de bijdrage verschuldigd door: a.

de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen; en Wetboek gegrond verzoek is afgewezen; en b. degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 4.[vervallen]

b. degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

In lid 2.k vinden vier wijzigingen plaats: Voor de leesbaarheid is de white space verwijderd en “de genoemde” vervangen met “deze”. Het volgende deel uit de eerste zin wordt verwijderd: “worden uitgedrukt in het prijspeil van 2023 en”. De reden is dat de genoemde ritbijdrage ieder jaar opnieuw aan de hand van de LTI wordt vastgesteld, gebaseerd op het bedrag van het voorgaande kalenderjaar. Door dit zinsdeel te verwijderen hoeft de verordening niet ieder jaar aangepast te worden. Daarnaast is ‘ieder opvolgend kalenderjaar’ voor de leesbaarheid vervangen door ‘jaarlijks’. Ten slotte is drie keer het woord “bijdrage” vervangen door “ritbijdrage”. Dit maakt duidelijker om wat voor bijdrage het gaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=649b8f20-5595-45d0-bb49-b542c19ac1e8