Bijlage 1 Was - wordt overzicht Verordening Jeugd
Tekst van het document
Bijlage
Was - wordt lijst Vierde Wijziging verordening Jeugdhulp gemeente Voorschoten De verordening wordt slechts op twee kleine punten gewijzigd. Aan één artikel (13) komen twee leden te vervallen en er wordt een nieuw artikel (13.1) ingevoegd. Daarom wordt niet de hele tekst van zowel de oude als de gewijzigde verordening in de was-wordt lijst opgenomen.
Huidige Verordening Jeugdhulp gemeente Voorschoten Artikel 13 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 1. Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening. 2. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken indien het college vaststelt dat: a.de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; b.de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het pgb zijn aangewezen; c.de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; d.de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb, of e.de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3.
Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb. 4. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken indien blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 5. Het college onderzoekt uit oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s. 6. Het college wijst een toezichthouder aan die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering
Vierde wijziging van de Verordening Jeugdhulp gemeente Voorschoten Artikel 13 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 1. Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening. 2. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken indien het college vaststelt dat: a.de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; b.de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het pgb zijn aangewezen; c.de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; d.de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb, of e.de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3.
Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb. 4. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken indien blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
Toelichtin g Lid 5 en 6 van artikel 13 worden verwijderd.
van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet. Artikel 13.1 Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid van voorzieningen in natura en in pgb. 1. Het college wijst een toezichthouder aan die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige en doelmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet en de kwaliteit van de uitvoering van de wet. 2. De toezichthouder onderzoekt met inachtneming van de paragrafen 6a en 6b, van de Regeling Jeugdwet de rechtmatigheid en doelmatigheid van individuele voorzieningen. 3. De toezichthouder onderzoekt met inachtneming van de contractuele of subsidie bepalingen de kwaliteit van de gecontracteerde of gesubsidieerde individuele voorzieningen en met inachtneming van de verordening, beleidsregels en budgetplannen de kwaliteit van de hulp die door aanbieders uit een persoonsgebonden budget (pgb) bekostigd wordt. 4.
De aangewezen toezichthouder is belast met: • de bevoegdheid om inlichtingen te vorderen; • de bevoegdheid om de (cliënten)administratie te vorderen bij de zorgaanbieder; • de bevoegdheid om de administratie te vorderen van de beheerder van het persoonsgebonden budget; • de bevoegdheid om inzage in identificatie te verkrijgen; • het verkrijgen van inzage in documenten en toegang tot gegevens; • de bevoegdheid tot het betreden van plaatsen (met uitzondering van woningen); Aan de toelichting bij de Verordening wordt onderstaande toelichting bij het nieuwe artikel 13.1 gevoegd. Artikel 13.1 Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid van voorzieningen in natura en in pgb. In lid 1 van dit artikel wordt een grondslag gecreëerd op grond waarvan het college een toezichthouder kan aanwijzen die toezicht houdt op de rechtmatigheid, doelmatigheid en de kwaliteit van de uitvoering van de geboden jeugdhulp voor alle individuele voorzieningen zowel in natura als in de vorm van een pgb. Deze uitwerking is niet opgenomen in de Jeugdwet, daarom is het noodzakelijk om op te nemen in de verordening. Het aanwijzen van een toezichthouder voor het doen van onderzoek heeft als voordeel dat een toezichthouder gebruik mag maken van toezichthoudende bevoegdheden zoals deze beschreven zijn in hoofdstuk 5 van de Awb.
Ter verduidelijking zijn de belangrijkste bevoegdheden van de toezichthouder voor het houden van toezicht op de rechtmatigheid, doelmatigheid en kwaliteit van de uitvoering van jeugdhulp ook
Een nieuw artikel 13.1 wordt toegevoegd .
opgenomen in lid 4 van dit artikel. Hier worden dus geen nieuwe bevoegdheden gecreëerd. In lid 2 van dit artikel wordt verwezen naar de paragrafen 6a en 6b van de Regeling Jeugdwet. Hierin is opgenomen aan welke regels een onderzoek naar de rechtmatigheid en doelmatigheid van geboden individuele voorzieningen moet voldoen. Aan deze regels zal de toezichthouder zich bij zijn onderzoek moeten houden. Lid 3. In artikel 2.6, lid 1, sub a, van de Jeugdwet is vastgelegd dat het college er in ieder geval verantwoordelijk voor is dat: er een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod is om aan de taken als bedoeld in de artikelen 2.2, 2.3 en 2.4, tweede lid, onderdeel b, te kunnen voldoen. Daarnaast staat in artikel 8.1.1. lid 2 onder c vermeld dat “een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, indien: naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is. Om te beoordelen of de geboden jeugdhulp van goede kwaliteit is, is het onvoldoende om enkel vooraf te controleren of een zorgaanbieder op papier voldoet aan de eisen die in de raamcontracten, verordening, beleidsregels en/of beschikkingen genoemd zijn. Het gaat erom dat de hulp ook in de praktijk van goede kwaliteit is.
Dit kan door steekproefsgewijs en als gevolg van signalen toezichtonderzoeken uit te voeren.