CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: was-wordt lijst

Gemeenteraad Voorschoten 7 oktober 2021, gemeente voorschotenBij agendapunt: Vierde wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning1.760 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt lijst Was

Wordt

Artikel 12.1 Aanspraak 1. De persoon met een beperking of chronisch psychisch of psychosociaal probleem kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de met die beperking of chronisch psychisch of psychosociaal probleem verband houdende aantoonbare of aannemelijke meerkosten ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie voor: a. verhuiskosten en/of inrichtingskosten; b. een sportrolstoel; of c. reiskosten in verband met het gebruik van het aanvullend openbaar vervoer in verband met deelname aan het maatschappelijk verkeer als bedoeld in hoofdstuk 10 van de verordening; d. andere kostencategorieën als bedoeld in a tot en met c die in hun onderlinge samenhang betrekking hebben op stapelingseffecten en leiden tot meerkosten. 2. De persoon als bedoeld in het eerste lid kan slechts aanspraak maken op een tegemoetkoming indien deze persoon geen aanspraak heeft of kan hebben op een vergoeding van de (meer)kosten op grond van een voorliggende voorziening. 3. De persoon als bedoeld in het eerste lid kan slechts aanspraak maken op een tegemoetkoming verhuiskosten en/of inrichtingskosten voor zover op deze persoon het primaat van verhuizen van toepassing is als bedoeld in artikel 9.4 eerste lid van de verordening. 4.

De tegemoetkoming voor verhuiskosten en/of inrichtingskosten wordt niet eerder uitbetaald nadat de persoon als bedoeld in het derde lid is verhuisd naar de voor hem meest geschikte beschikbare woning gelet op zijn beperkingen in het normale gebruik van de woning. Artikel 12.2 Aanvraag 1. De tegemoetkoming wordt op aanvraag verleend. 2. De tegemoetkoming voor een sportrolstoel wordt slechts eens per drie jaar verleend. 3. In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming verhuiskosten en/of inrichtingskosten toekennen in het besluit waarin het primaat van verhuizen wordt

Artikel 12.1 Aanspraak 1. De persoon met een beperking of chronisch psychisch of psychosociaal probleem kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de met die beperking of chronisch psychisch of psychosociaal probleem verband houdende aantoonbare of aannemelijke meerkosten ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie voor: a. verhuiskosten en/of inrichtingskosten; b. een sportrolstoel; of c. reiskosten in verband met het gebruik van het aanvullend openbaar vervoer in verband met deelname aan het maatschappelijk verkeer als bedoeld in hoofdstuk 10 van de verordening; 2. De persoon als bedoeld in het eerste lid kan slechts aanspraak maken op een tegemoetkoming indien deze persoon geen aanspraak heeft of kan hebben op een vergoeding van de (meer)kosten op grond van een voorliggende voorziening. 3. De persoon als bedoeld in het eerste lid kan slechts aanspraak maken op een tegemoetkoming verhuiskosten en/of inrichtingskosten voor zover op deze persoon het primaat van verhuizen van toepassing is als bedoeld in artikel 9.4 eerste lid van de verordening. 4. De tegemoetkoming voor verhuiskosten en/of inrichtingskosten wordt niet eerder uitbetaald nadat de persoon als bedoeld in het derde lid is verhuisd naar de voor hem meest geschikte beschikbare woning gelet op zijn beperkingen in het normale gebruik van de woning.

Artikel 12.2 Aanvraag 1. De tegemoetkoming wordt op aanvraag verleend. 2. De tegemoetkoming voor een sportrolstoel wordt slechts eens per drie jaar verleend. 3. In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming verhuiskosten en/of inrichtingskosten toekennen in het besluit waarin het primaat van verhuizen wordt

1

4.

5.

toegepast als bedoeld in artikel 12.1 van de verordening. Het college kan aan een persoon als bedoeld in artikel 12.1 eerste lid een financiële tegemoetkoming in de meerkosten op aanvraag verlenen. Onverminderd artikel 12.1 tweede lid heeft de hoogte van de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 12.1 eerste lid onder d van de verordening betrekking op: a. het verschuldigde volledig verplicht eigen risico op grond van de Zorgverzekeringswet; b. verschuldigde eigen bijdrage(n) op grond van de Regeling zorgverzekering, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of Wet langdurige zorg. De aanvraag om een tegemoetkoming als bedoeld in het vorige lid kan worden ingediend in het laatste kwartaal van het kalenderjaar waarop de kosten betrekking hebben tot uiterlijk zes maanden na afloop van dat kalenderjaar.

toegepast als bedoeld in artikel 12.1 van de verordening.

Artikel 12.3 Hoogte financiële tegemoetkoming eigen risico en eigen bijdrage 1. De hoogte van de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 12.2 lid 4 bedraagt maximaal: a. € 150,00 per kalenderjaar voor een alleenstaande met een bruto jaarinkomen tot € 24.000,00 als hij in dat jaar het volledig verplicht eigen risico heeft betaald voor de zorgkostenverzekering en de voor hem geldende maximale bijdrage voor een maatwerkvoorziening aan het CAK betaald; b. € 150,00 per kalenderjaar per persoon van een meerpersoonshuishouden met een bruto gezinsinkomen tot € 34.000,00 als in dat jaar het volledige verplicht eigen risico is betaald voor de zorgverzekering en de voor hem geldende maximale bijdrage voor een maatwerkvoorziening aan het CAK betaald; c. Als bewijs van het inkomen is een inkomensverklaring (voorheen IB60verklaring) over het jaar voorafgaand aan het jaar van de aanvraag nodig. Deze kan aangevraagd worden via de BelastingTelefoon. Tenzij de aanvrager middels bewijsstukken kan aantonen dat het jaarinkomen in het betreffend jaar is gedaald onder het bruto gezinsinkomen zoals vermeld in lid a en lid b van dit artikel.

2

Artikel 12.4 Hoogte financiële tegemoetkoming in de meerkosten bij aanschaf van een sportvoorziening De aanschaf van een sportvoorziening bedraagt maximaal € 3.500,- voor een periode van minimaal drie jaar, hiervan wordt ook het onderhoud betaald. Uitbetaling vindt plaats aan de aanvrager op basis van een door het college akkoord bevonden offerte of factuur. Artikel 12.5 Hoogte financiële tegemoetkoming in de meerkosten bij de aanschaf van een hulphond De vergoeding van de kosten van een hulphond als hulpmiddel om deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk verkeer bedraagt maximaal € 445,00.

Artikel 12.3 Hoogte financiële tegemoetkoming in de meerkosten bij aanschaf van een sportvoorziening De aanschaf van een sportvoorziening bedraagt maximaal € 3.500,- voor een periode van minimaal drie jaar, hiervan wordt ook het onderhoud betaald. Uitbetaling vindt plaats aan de aanvrager op basis van een door het college akkoord bevonden offerte of factuur. Artikel 12.4 Hoogte financiële tegemoetkoming in de meerkosten bij de aanschaf van een hulphond De vergoeding van de kosten van een hulphond als hulpmiddel om deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk verkeer bedraagt maximaal € 445,00.

Artikel 5.3 Algemene bepalingen bij persoonsgebonden budget 1. Het persoonsgebonden budget wordt geacht in ieder geval toereikend te zijn voor zover van toepassing met de economische levensduur die geldt voor de met het persoonsgebonden budget aan te schaffen dan wel in te kopen maatwerkvoorziening en wordt gesteld op 7 jaar. De budgethouder wordt geacht gedurende deze periode te kunnen gebruikmaken van een maatwerkvoorziening. Is een hulpmiddel afgeschreven dan ontstaat niet automatisch het recht op een nieuw of gebruikt hulpmiddel. Zolang het verstrekte hulpmiddel of het via een persoonsgebonden budget aangeschafte hulpmiddel technisch nog voldoet, bestaat geen recht op vervanging van het hulpmiddel. Dit tenzij een medische noodzaak wordt aangetoond. 2. Indien een cliënt een persoonsgebonden budget voorziening heeft en hij de voorziening niet meer gebruikt in de gemeente Wassenaar, dient de cliënt of de nabestaande(n) binnen een redelijke termijn de restwaarde van de voorziening aan de gemeente terug te betalen. 3. De restwaarde van de nieuwwaarde van de voorziening wordt berekend volgens onderstaande methodiek: 0 - < 1 jaar: 70 % 1 - < 2 jaar: 60 % 2 - < 3 jaar: 45 % 3 - < 4 jaar: 35 % 4 - < 5 jaar: 25 % 5 - < 6 jaar: 15 % 6 - < 7 jaar: 5 % 4. Indien met het persoonsgebonden budget een maatwerkvoorziening tweedehands wordt

Artikel 5.3 Algemene bepalingen bij persoonsgebonden budget 1. Het persoonsgebonden budget wordt geacht in ieder geval toereikend te zijn voor zover van toepassing met de economische levensduur die geldt voor de met het persoonsgebonden budget aan te schaffen dan wel in te kopen maatwerkvoorziening en wordt gesteld op 7 jaar. De budgethouder wordt geacht gedurende deze periode te kunnen gebruikmaken van een maatwerkvoorziening. Is een hulpmiddel afgeschreven dan ontstaat niet automatisch het recht op een nieuw of gebruikt hulpmiddel. Zolang het verstrekte hulpmiddel of het via een persoonsgebonden budget aangeschafte hulpmiddel technisch nog voldoet, bestaat geen recht op vervanging van het hulpmiddel. Dit tenzij een medische noodzaak wordt aangetoond. 2. Indien een cliënt een persoonsgebonden budget voorziening heeft en hij de voorziening niet meer gebruikt in de gemeente Voorschoten, dient de cliënt of de nabestaande(n) binnen een redelijke termijn de restwaarde van de voorziening aan de gemeente terug te betalen. 3. De restwaarde van de nieuwwaarde van de voorziening wordt berekend volgens onderstaande methodiek: 0 - < 1 jaar: 70 % 1 - < 2 jaar: 60 % 2 - < 3 jaar: 45 % 3 - < 4 jaar: 35 % 4 - < 5 jaar: 25 % 5 - < 6 jaar: 15 % 6 - < 7 jaar: 5 % 4. Indien met het persoonsgebonden budget een maatwerkvoorziening tweedehands wordt

3

aangeschaft, dan wordt de resterende afschrijvingstermijn gehanteerd.

aangeschaft, dan wordt de resterende afschrijvingstermijn gehanteerd.

Artikel 5.5.3 - Diensten 1. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten welke door de cliënt mag worden besteed aan een professional bedraagt voor: a. begeleiding individueel (basis): maximaal €35 per uur; b. begeleiding individueel (gespecialiseerd): maximaal €35 per uur; c. kortdurend verblijf inclusief ondersteuning: maximaal €98 per etmaal; d. begeleiding groep (specialistisch): maximaal €43 per dagdeel; e. begeleiding groep (basis): maximaal €30 per dagdeel; f. vervoer van en naar begeleiding groep per dag zonder rolstoel: maximaal €8 per etmaal; g. vervoer van en naar begeleiding groep per dag met rolstoel: maximaal €17 per etmaal; h. huishoudelijke ondersteuning: maximaal het laagste toepasselijke tarief per periode van 4 weken dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; 2. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten welke door de cliënt mag worden besteed aan een persoon die niet als professionele zorgverlener wordt aangemerkt bedraagt voor: a. begeleiding individueel (basis): maximaal €21 per uur; b. begeleiding individueel (gespecialiseerd): maximaal €21 per uur; c. kortdurend verblijf inclusief ondersteuning: maximaal €31 per etmaal; d.

Artikel 5.5.3 Diensten 1.

Het College publiceert jaarlijks een

actueel overzicht van de tarieven artikel 5.5. lid 3.

4

begeleiding groep (specialistisch): maximaal €21 per dagdeel; e. begeleiding groep (basis): maximaal €21 per dagdeel; f. vervoer van en naar begeleiding groep per dag zonder rolstoel: maximaal €6 per etmaal; g. vervoer van en naar begeleiding groep per dag met rolstoel: maximaal €11 per etmaal; h. huishoudelijke ondersteuning: maximaal 58% van het laagste toepasselijke tarief per periode van 4 weken dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; 3. Het College publiceert jaarlijks een actueel overzicht van de tarieven als bedoeld in het eerste en tweede lid.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=b6bfef3a-708e-42e2-8984-732aaeb34b76