CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Was Wordt

Commissie Mens & Samenleving Voorschoten 24 november 2022, gemeente voorschotenBij agendapunt: Zesde wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Voorschoten 2015 en eerste wijziging beleidsregels19.799 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

de aanpassingskosten van een woonwagen of woonschip indien: a. de technische levensduur van de woonwagen of het woonschip nog minimaal vijf jaar is; b. de stand- en ligplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt. 2. Indien niet wordt voldaan aan de in het vorige lid onder a. of b. genoemde termijnen, kan het college toch besluiten een persoonsgebonden budget toe te kennen. De hoogte van het persoonsgebonden budget bedraagt niet meer dan € 6.000,00. Artikel 5.6 Persoonsgebonden budget en kwaliteit 1. Bij de verstrekking van een persoonsgebonden budget voor een hulpmiddel, een woningaanpassing of diensten dient te worden voldaan aan de door het College gestelde voorwaarden voor wat betreft de kwaliteit als bedoeld in de wet. Daaronder wordt in ieder geval verstaan dat de maatwerkvoorziening: a. als veilig, doeltreffend en cliëntgericht kan worden aangemerkt; b. wordt afgestemd op de individuele situatie van de cliënt; c. wordt verstrekt in overeenstemming met de professionele standaard; d. wordt verstrekt met respect voor en met inachtneming van de rechten van de cliënt. 2.

Indien het college op basis van het gesprek en het daarbij behorend opgestelde verslag tot het oordeel komt dat de cliënt als een zeer kwetsbaar persoon moet worden gezien, kunnen in aanvulling op het vorige lid, nadere aanvullende voorwaarden, waaronder een verklaring omtrent het gedrag, worden gesteld. Artikel 5.7 Uitwerking begrip bemiddelingsbureaus Onder (administratieve) bemiddelingsbureaus als bedoeld in artikel 5.1, lid 3 onder b van de Verordening worden ook tussenpersonen/belangenbehartigers verstaan.

a. de technische levensduur van de woonwagen of het woonschip nog minimaal vijf jaar is; b. de stand- en ligplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt. 2. Indien niet wordt voldaan aan de in het vorige lid onder a. of b. genoemde termijnen, kan het college toch besluiten een persoonsgebonden budget toe te kennen. De hoogte van het persoonsgebonden budget bedraagt niet meer dan € 6.000,00. Artikel 5.6 Persoonsgebonden budget en kwaliteit 1. Bij de verstrekking van een persoonsgebonden budget voor een hulpmiddel, een woningaanpassing of diensten dient te worden voldaan aan de door het College gestelde voorwaarden voor wat betreft de kwaliteit als bedoeld in de wet. Daaronder wordt in ieder geval verstaan dat de maatwerkvoorziening: a. als veilig, doeltreffend en cliëntgericht kan worden aangemerkt; b. wordt afgestemd op de individuele situatie van de cliënt; c. wordt verstrekt in overeenstemming met de professionele standaard; d. wordt verstrekt met respect voor en met inachtneming van de rechten van de cliënt. 2. Indien het college op basis van het gesprek en het daarbij behorend opgestelde verslag tot het oordeel komt dat de cliënt als een zeer kwetsbaar persoon moet worden gezien, kunnen in aanvulling op het vorige lid, nadere aanvullende voorwaarden, waaronder een verklaring omtrent het gedrag, worden gesteld.

Artikel 5.7 Uitwerking begrip bemiddelingsbureaus Onder (administratieve) bemiddelingsbureaus als bedoeld in artikel 5.1, lid 3 onder b van de Verordening worden ook tussenpersonen/belangenbehartigers verstaan.

HOOFDSTUK 6 - MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING

HOOFDSTUK 6 - MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING

Artikel 6.1 Maatschappelijke ondersteuning

Artikel 6.1 Maatschappelijke ondersteuning

1. Onder maatschappelijke ondersteuning wordt in ieder geval verstaan:

1. Onder maatschappelijke ondersteuning wordt in ieder geval verstaan:

a. b. c. d. 2.

3.

4.

hulp bij het verrichten van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen; hulp bij het voeren van een gestructureerd huishouden; hulp bij het deelnemen aan het maatschappelijke verkeer; en het bieden van beschermd wonen of opvang.

Het college kan in plaats van maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in het eerste lid individueel gerichte maatregelen treffen of laten treffen gericht op de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. De maatregelen bedoeld in het tweede lid kunnen betrekking hebben op de afstemming als bedoeld in artikel 2.3.5 vijfde lid onder a tot en met h van de wet. Het college kan een maatwerkvoorziening verlenen gericht op het ontlasten van de mantelzorger met het oog op het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen wonen van de cliënt.

Artikel 6.2 Soorten maatwerkvoorzieningen 1. Het college kan de volgende maatwerkvoorziening in ieder geval verlenen: a. Kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger en zonodig het aldaar noodzakelijk vervoer; b. Hulpmiddel; c. Woonvoorziening. d. Hulp bij het huishouden; e. Begeleiding; f. Dagbesteding en zonodig het noodzakelijk vervoer; g. Vervoersvoorziening.

a. b. c. d. 2.

3.

4.

hulp bij het verrichten van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen; hulp bij het voeren van een gestructureerd huishouden; hulp bij het deelnemen aan het maatschappelijke verkeer; en het bieden van beschermd wonen of opvang.

Het college kan in plaats van maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in het eerste lid individueel gerichte maatregelen treffen of laten treffen gericht op de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. De maatregelen bedoeld in het tweede lid kunnen betrekking hebben op de afstemming als bedoeld in artikel 2.3.5 vijfde lid onder a tot en met h van de wet. Het college kan een maatwerkvoorziening verlenen gericht op het ontlasten van de mantelzorger met het oog op het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen wonen van de cliënt. 4.

Artikel 6.2 Soorten maatwerkvoorzieningen 1. Het college kan de volgende maatwerkvoorziening in ieder geval verlenen: a. Kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger en zonodig het aldaar noodzakelijk vervoer; b. Hulpmiddel; c. Woonvoorziening. d. Hulp bij het huishouden; e. Begeleiding; f. Dagbesteding en zonodig het noodzakelijk vervoer; g. Vervoersvoorziening. h. Verblijf in een opvang of beschermd wonen instelling.

2.

In plaats van een maatwerkvoorziening in natura kan de cliënt aanspraak maken op een persoonsgebonden budget.

Artikel 6.3 Primaat en kortdurende maatschappelijke ondersteuning 1. Het college kan maatschappelijke ondersteuning als collectieve - en individuele maatwerkvoorziening verlenen waarbij het primaat ligt bij de collectieve maatwerkvoorziening.

2.

In plaats van een maatwerkvoorziening in natura kan de cliënt aanspraak maken op een persoonsgebonden budget.

Artikel 6.3 Primaat en kortdurende maatschappelijke ondersteuning 1. Het college kan maatschappelijke ondersteuning als collectieve - en individuele maatwerkvoorziening verlenen waarbij het primaat ligt bij de collectieve maatwerkvoorziening. 2. Het college kan de maatwerkvoorziening als bedoeld in het eerste lid kortdurend verlenen indien de cliënt of personen van wie

2. Het college kan de maatwerkvoorziening als bedoeld in het eerste lid kortdurend verlenen indien de cliënt of personen van wie gebruikelijke hulp kan worden gevergd leerbaar zijn. 3. De maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in het tweede lid is gericht op het versterken of verbeteren van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. Daaronder kan ook toeleiding naar algemene voorzieningen of voorliggende voorzieningen worden verstaan.

gebruikelijke hulp kan worden gevergd leerbaar zijn. 3. De maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in het tweede lid is gericht op het versterken of verbeteren van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. Daaronder kan ook toeleiding naar algemene voorzieningen of voorliggende voorzieningen worden verstaan.

HOOFDSTUK 7 - HULP BIJ SCHOON EN LEEFBAAR HUIS

HOOFDSTUK 7 - HULP BIJ SCHOON EN LEEFBAAR HUIS

Artikel 7.1 Maatschappelijke ondersteuning Het college kan aan de cliënt die aanspraak heeft op maatschappelijke ondersteuning een maatwerkvoorziening verlenen in de vorm van huishoudelijke ondersteuning.

Artikel 7.1 Maatschappelijke ondersteuning Het college kan aan de cliënt die aanspraak heeft op maatschappelijke ondersteuning een maatwerkvoorziening verlenen in de vorm van huishoudelijke ondersteuning.

Artikel 7.2 Specifieke criteria 1. Een cliënt komt niet in aanmerking voor huishoudelijke ondersteuning indien tot de leefeenheid van de cliënt één of meer personen behoren die naar oordeel van het college gebruikelijk hulp kunnen verlenen. 2. De cliënt of een persoon die behoort tot diens leefeenheid kunnen in aanmerking komen voor kortdurende huishoudelijke ondersteuning als bedoeld in dit hoofdstuk indien zij naar oordeel van het college leerbaar zijn. 3. De maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in het tweede lid is gericht op het versterken of verbeteren van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. Daaronder kan ook toeleiding naar algemene voorzieningen of voorliggende voorzieningen worden verstaan. 4. Bij het oordeel van het college of gebruikelijke hulp kan worden gevergd wordt onverminderd de definitie in ieder geval rekening gehouden met: a. de aard en de omvang van de ondersteuningsbehoefte; b. de leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen; c. de leerbaarheid van de cliënt en/of de personen van wie gebruikelijke hulp kan worden gevergd.

Artikel 7.2 Specifieke criteria 1. Een cliënt komt niet in aanmerking voor huishoudelijke ondersteuning indien tot de leefeenheid van de cliënt één of meer personen behoren die naar oordeel van het college gebruikelijk hulp kunnen verlenen. 2. De cliënt of een persoon die behoort tot diens leefeenheid kunnen in aanmerking komen voor kortdurende huishoudelijke ondersteuning als bedoeld in dit hoofdstuk indien zij naar oordeel van het college leerbaar zijn. 3. De maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in het tweede lid is gericht op het versterken of verbeteren van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. Daaronder kan ook toeleiding naar algemene voorzieningen of voorliggende voorzieningen worden verstaan. 4. Bij het oordeel van het college of gebruikelijke hulp kan worden gevergd wordt onverminderd de definitie in ieder geval rekening gehouden met: a. de aard en de omvang van de ondersteuningsbehoefte; b. de leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen; c. de leerbaarheid van de cliënt en/of de personen van wie gebruikelijke hulp kan worden gevergd.

Artikel 7.3 Huishoudelijke ondersteuning Artikel 7.3 Huishoudelijke ondersteuning

1.

De te bereiken resultaten van huishoudelijke ondersteuning worden slechts geboden indien deze gericht zijn op:

1. De te bereiken resultaten van huishoudelijke ondersteuning worden slechts geboden indien deze gericht zijn op: a.

a.

het kunnen wonen in een huis dat schoon is. Dit geldt ten aanzien van de ruimten die nodig zijn voor het normale gebruik van de woning. Om dit resultaat te bereiken kan maatschappelijke ondersteuning worden geboden bij het verrichten van lichte en/of zware huishoudelijke taken; b. het voorzien zijn van de dagelijks benodigde hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten waarop iets genuttigd wordt, evenals toilet- en schoonmaak artikelen. Ook de noodzakelijke bereiding van maaltijden kan hieronder vallen; c. het aanwezig zijn van gewassen, al dan niet gestreken en zo nodig opgevouwen of opgehangen kleding of ander linnengoed. In beginsel wordt er van uit gegaan dat iedereen kan beschikken over strijkvrije bovenkleding. d. de dagelijkse gebruikelijke hulp voor in het huishouden aanwezige minderjarige kinderen. Om dit resultaat te bereiken kan tijdelijk ondersteuning worden verleend, tenzij de cliënt gebruik kan maken van aanwezige en bruikbare voor-, tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of andere opvangmogelijkheden. HOOFDSTUK 8 - BEGELEIDING, DAGBESTEDING EN KORTDUREND VERBLIJF IN EEN INSTELLING

b.

c.

d.

het kunnen wonen in een huis dat schoon is. Dit geldt ten aanzien van de ruimten die nodig zijn voor het normale gebruik van de woning. Om dit resultaat te bereiken kan maatschappelijke ondersteuning worden geboden bij het verrichten van lichte en/of zware huishoudelijke taken; het voorzien zijn van de dagelijks benodigde hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten waarop iets genuttigd wordt, evenals toilet- en schoonmaak artikelen. Ook de noodzakelijke bereiding van maaltijden kan hieronder vallen; het aanwezig zijn van gewassen, al dan niet gestreken en zo nodig opgevouwen of opgehangen kleding of ander linnengoed. In beginsel wordt er van uit gegaan dat iedereen kan beschikken over strijkvrije bovenkleding. de dagelijkse gebruikelijke hulp voor in het huishouden aanwezige minderjarige kinderen. Om dit resultaat te bereiken kan tijdelijk ondersteuning worden verleend, tenzij de cliënt gebruik kan maken van aanwezige en bruikbare voor-, tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of andere opvangmogelijkheden.

HOOFDSTUK 8 - BEGELEIDING, DAGBESTEDING EN KORTDUREND VERBLIJF IN EEN INSTELLING

Artikel 8.1 Maatschappelijke ondersteuning Het college kan aan de cliënt die aanspraak heeft op maatschappelijke ondersteuning maatwerkvoorziening verlenen in de vorm van: a. Begeleiding bij het in staat stellen tot algemeen dagelijkse levensverrichtingen of dagbesteding waaronder zonodig het noodzakelijke vervoer b. Kortdurend verblijf in een instelling.

Artikel 8.1 Maatschappelijke ondersteuning Het college kan aan de cliënt die aanspraak heeft op maatschappelijke ondersteuning maatwerkvoorziening verlenen in de vorm van:

Artikel 8.2 Algemene criteria

Artikel 8.2 Algemene criteria

1. Het college kan de maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in dit hoofdstuk:

1. Het college kan de maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in dit hoofdstuk:

a. combineren met eigen kracht, ondersteuning vanuit het sociaal netwerk en informele hulp uit de sociale omgeving;

a. combineren met eigen kracht, ondersteuning vanuit het sociaal netwerk en informele hulp uit de sociale omgeving;

a.

b.

Begeleiding bij het in staat stellen tot algemeen dagelijkse levensverrichtingen of dagbesteding waaronder zonodig het noodzakelijke vervoer; Kortdurend verblijf in een instelling.

b. verlenen in de vorm van een totaal aan afspraken zoals neergelegd in een ondersteuningsplan;

b. verlenen in de vorm van een totaal aan afspraken zoals neergelegd in een ondersteuningsplan;

2. Voor de maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 8.1 van de verordening geldt het principe van het primaat van de collectieve maatwerkvoorziening.

2. Voor de maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 8.1 van de verordening geldt het principe van het primaat van de collectieve maatwerkvoorziening.

Artikel 8.3 Specifieke criteria begeleiding 1. De cliënt komt niet in aanmerking voor begeleiding indien tot de leefeenheid van de cliënt één of meer personen behoren die naar oordeel van het college gebruikelijke hulp kunnen verlenen. 2. Bij het oordeel van het college of gebruikelijke hulp kan worden gevergd wordt onverminderd de definitie in ieder geval rekening gehouden met:

Artikel 8.3 Specifieke criteria begeleiding 1.De cliënt komt niet in aanmerking voor begeleiding indien tot de leefeenheid van de cliënt één of meer personen behoren die naar oordeel van het college gebruikelijke hulp kunnen verlenen.

a. de aard en de omvang van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt; b. de aard van de relatie van de persoon binnen de leefeenheid met de cliënt; c. de leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen; d. de leerbaarheid van de cliënt en/of de personen van wie gebruikelijke hulp kan worden gevergd.

a. de aard en de omvang van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt; b. de aard van de relatie van de persoon binnen de leefeenheid met de cliënt; c. de leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen; d. de leerbaarheid van de cliënt en/of de personen van wie gebruikelijke hulp kan worden gevergd.

3. De cliënt komt in aanmerking voor kortdurende begeleiding ter versterking of verbetering van zijn zelfredzaamheid indien de cliënt naar oordeel van het college leerbaar is. Daaronder kan ook de toeleiding naar algemene voorzieningen of voorliggende voorzieningen worden verstaan. 4. De cliënt kan in aanmerking komen voor begeleiding indien dat bijdraagt aan het behouden of mogelijk verbeteren van diens zelfredzaamheid en participatie. Daaronder wordt in ieder geval verstaan ondersteuning: a. bij en opbouwen van een sociaal netwerk; b. van de thuisadministratie; c. bij participatie (dagbesteding); d. bij zelfzorg. 5. Het college draagt zonodig zorg voor het noodzakelijke vervoer inclusief de eventuele begeleiding zodat de cliënt gebruik kan maken van de dagbesteding. 6. Het vervoer als bedoeld in het vorige lid wordt in ieder geval noodzakelijk geacht indien:

2.Bij het oordeel van het college of gebruikelijke hulp kan worden gevergd wordt onverminderd de definitie in ieder geval rekening gehouden met:

3.De cliënt komt in aanmerking voor kortdurende begeleiding ter versterking of verbetering van zijn zelfredzaamheid indien de cliënt naar oordeel van het college leerbaar is. Daaronder kan ook de toeleiding naar algemene voorzieningen of voorliggende voorzieningen worden verstaan. 4.De cliënt kan in aanmerking komen voor begeleiding indien dat bijdraagt aan het behouden of mogelijk verbeteren van diens zelfredzaamheid en participatie. Daaronder wordt in ieder geval verstaan ondersteuning: a. bij en opbouwen van een sociaal netwerk; b. van de thuisadministratie; c. bij participatie (dagbesteding); d. bij zelfzorg. 5.Het college draagt zonodig zorg voor het noodzakelijke vervoer inclusief de eventuele begeleiding zodat de cliënt gebruik kan maken van de dagbesteding. 6.Het vervoer als bedoeld in het vorige lid wordt in ieder geval noodzakelijk geacht indien:

a. de cliënt niet in staat is zelfstandig lopend, al dan met een algemeen gebruikelijk loophulpmiddel, de dagbesteding te bereiken of zelfstandig met een algemeen gebruikelijk vervoermiddel te reizen; c.

de cliënt niet met beschikbare hulp van personen uit diens sociale netwerk of vrijwilligers kan reizen of op een andere manier door hen kan worden begeleid.

Artikel 8.4 Begeleiding De te bereiken resultaten van begeleiding worden slechts geboden indien deze gericht zijn op: 1. het zo lang mogelijk zelfstandig in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen; en/of 2. het zoveel mogelijk op gelijke voet met anderen kunnen meedoen in de maatschappij. Artikel 8.5 Specifieke criteria kortdurend verblijf in een instelling 1. De cliënt kan in aanmerking komen voor kortdurend verblijf in een instelling, niet zijnde een ziekenhuis, indien het kortdurend verblijf noodzakelijk is ter ontlasting van de mantelzorger én de cliënt in dat geval aangewezen is op ondersteuning dat gepaard gaat met permanent toezicht. 2. Het kortdurend verblijf in als bedoeld in het eerste lid omvat een dagdeel of een etmaal per week. 3. Het college kan in individuele gevallen afwijken van het gestelde in het vorige lid. Artikel 8.6 Kortdurend verblijf in een instelling Het te bereiken resultaat van kortdurend verblijf wordt slechts geboden indien deze gericht is op het ontlasten van de mantelzorger met het oog op het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen laten wonen van de cliënt. HOOFDSTUK 9 - HULP GERICHT OP HET WONEN

a. de cliënt niet in staat is zelfstandig lopend, al dan met een algemeen gebruikelijk loophulpmiddel, de dagbesteding te bereiken of zelfstandig met een algemeen gebruikelijk vervoermiddel te reizen; b. de cliënt niet met beschikbare hulp van personen uit diens sociale netwerk of vrijwilligers kan reizen of op een andere manier door hen kan worden begeleid. Artikel 8.4 Begeleiding De te bereiken resultaten van begeleiding worden slechts geboden indien deze gericht zijn op: 1. het zo lang mogelijk zelfstandig in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen; en/of 2. het zoveel mogelijk op gelijke voet met anderen kunnen meedoen in de maatschappij. Artikel 8.5 Specifieke criteria kortdurend verblijf in een instelling 1.De cliënt kan in aanmerking komen voor kortdurend verblijf in een instelling, niet zijnde een ziekenhuis, indien het kortdurend verblijf noodzakelijk is ter ontlasting van de mantelzorger én de cliënt in dat geval aangewezen is op ondersteuning dat gepaard gaat met permanent toezicht. 2.Het kortdurend verblijf in als bedoeld in het eerste lid omvat een dagdeel of een etmaal per week. 3.Het college kan in individuele gevallen afwijken van het gestelde in het vorige lid.

Artikel 8.6 Kortdurend verblijf in een instelling Het te bereiken resultaat van kortdurend verblijf wordt slechts geboden indien deze gericht is op het ontlasten van de mantelzorger met het oog op het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen laten wonen van de cliënt. HOOFDSTUK 9 - HULP GERICHT OP HET WONEN

Artikel 9.1 Maatschappelijke ondersteuning

Artikel 9.1 Maatschappelijke ondersteuning

Het college kan aan de cliënt die aanspraak heeft op maatschappelijke ondersteuning maatwerkvoorzieningen verlenen in de vorm van: a. woonvoorzieningen; b. voorzieningen om zich in en om de woning te verplaatsen.

Het college kan aan de cliënt die aanspraak heeft op maatschappelijke ondersteuning maatwerkvoorzieningen verlenen in de vorm van: a. woonvoorzieningen; b. voorzieningen om zich in en om de woning te verplaatsen.

Artikel 9.2 Woonvoorzieningen Het te bereiken resultaat ten aanzien van woonvoorzieningen wordt slechts geboden indien deze bestaat uit het kunnen gebruiken van de noodzakelijke gebruiksruimten in verband met het normale gebruik van de woning waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben.

Artikel 9.2 Woonvoorzieningen Het te bereiken resultaat ten aanzien van woonvoorzieningen wordt slechts geboden indien deze bestaat uit het kunnen gebruiken van de noodzakelijke gebruiksruimten in verband met het normale gebruik van de woning waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben.

Artikel 9.3 Specifieke criteria woonvoorzieningen

Artikel 9.3 Specifieke criteria woonvoorzieningen

1. Met het oog op het normale gebruik van

1. Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een maatwerkvoorziening worden verleend aangaande de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. 2. Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woning waaraan de maatwerkvoorziening wordt getroffen.

2.

de woning kan een maatwerkvoorziening worden verleend aangaande de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woning waaraan de maatwerkvoorziening wordt getroffen.

3. De aanvraag voor een woonvoorziening kan in ieder geval worden geweigerd indien:

a. de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen in het normale gebruik van de woning ten gevolge van beperkingen geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was; b. de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; c. deze betrekking heeft op woonvoorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan: 1° het verbreden van toegangsdeuren; 2° het aanbrengen van elektrische deuropeners; 3° de aanleg van een hellingbaan van de openbare weg naar de toegang van het gebouw, mits de woningen in het gebouw te bereiken zijn met een rolstoel; 4° het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders; 5° het aanbrengen van een trapleuning bij een portiekwoning;

3. De aanvraag voor een woonvoorziening kan in ieder geval worden geweigerd indien: a.

b.

c.

de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen in het normale gebruik van de woning ten gevolge van beperkingen geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was; de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; deze betrekking heeft op woonvoorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan: 1° het verbreden van toegangsdeuren; 2° het aanbrengen van elektrische deuropeners; 3° de aanleg van een hellingbaan van de openbare weg naar de toegang van het gebouw, mits de woningen in het gebouw te bereiken zijn met een rolstoel; 4° het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders; 5° het aanbrengen van een trapleuning bij een portiekwoning; 6° het plaatsen van een opstelplaats voor een rolstoel bij de toegangsdeur van het gebouw;

d.

e.

f.

g.

h.

6° het plaatsen van een opstelplaats voor een rolstoel bij de toegangsdeur van het gebouw; 7° het aanbrengen van een traplift, indien het een gemeenschappelijke ruimte betreft die afgesloten kan worden van de openbare weg en onder de voorwaarde dat de eigenaar en de medegebruikers van de betrokken ruimte schriftelijk te kennen hebben gegeven hiertegen geen bezwaren van overwegende aard te hebben, de cliënt verhuisd is naar een woonruimte die niet bestemd en/of geschikt is om het gehele jaar door bewoond te worden; de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; de noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud dan wel slechts strekt ter renovatie van de woning of om deze in overeenstemming te brengen met de eisen die redelijkerwijs aan de woning mogen worden gesteld. het betreft een woonvoorziening aan hotel/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen en bij kamerverhuur. het betreft een woonvoorziening in, specifiek op mensen met beperkingen gerichte woongebouwen wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten dan wel woonvoorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kunnen of hadden kunnen worden meegenomen.

7° het aanbrengen van een traplift, indien het een gemeenschappelijke ruimte betreft die afgesloten kan worden van de openbare weg en onder de voorwaarde dat de eigenaar en de medegebruikers van de betrokken ruimte schriftelijk te kennen hebben gegeven hiertegen geen bezwaren van overwegende aard te hebben, d.

de cliënt verhuisd is naar een woonruimte die niet bestemd en/of geschikt is om het gehele jaar door bewoond te worden;

e.

de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen;

f.

de noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud dan wel slechts strekt ter renovatie van de woning of om deze in overeenstemming te brengen met de eisen die redelijkerwijs aan de woning mogen worden gesteld. g. het betreft een woonvoorziening aan hotel/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen en bij kamerverhuur. h. het betreft een woonvoorziening in, specifiek op mensen met beperkingen gerichte woongebouwen wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten dan wel woonvoorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kunnen of hadden kunnen worden meegenomen.

4. a. Alleen bij hoge uitzondering wordt een geschikte en/of brandveilige stalling voor een individuele scootmobiel verstrekt. Voorliggend zijn de algemene en gebruikelijke voorzieningen in en rondom het huis of appartement. b. De burger dient in alle redelijkheid medewerking te verlenen om een individuele dan wel collectieve stallingsmogelijkheid te realiseren. c. Het college kan een aanvraag voor een individuele scootmobiel weigeren wanneer er geen adequate berging in of rondom het huis of appartement mogelijk is.

4. a. Alleen bij hoge uitzondering wordt een geschikte en/of brandveilige stalling voor een individuele scootmobiel verstrekt. Voorliggend zijn de algemene en gebruikelijke voorzieningen in en rondom het huis of appartement. b. De burger dient in alle redelijkheid medewerking te verlenen om een individuele dan wel collectieve stallingsmogelijkheid te realiseren. c. Het college kan een aanvraag voor een individuele scootmobiel weigeren wanneer er geen adequate berging in of rondom het huis of appartement mogelijk is.

Artikel 9.4 Criterium primaat van verhuizen 1. Het college kan het primaat van verhuizen toepassen indien de kosten van een noodzakelijke woningaanpassing niet

Artikel 9.4 Criterium primaat van verhuizen 1. Het college kan het primaat van verhuizen toepassen indien de kosten van een noodzakelijke woningaanpassing niet als de

als de goedkoopst passende bijdrage is aan te merken.

goedkoopst passende bijdrage is aan te merken.

2. Indien de kosten van de woningaanpassing meer dan € 6.000,00 bedragen, zal het college onderzoeken of het primaat van verhuizen kan worden toegepast. 3. Het college kan de cliënt op wie het primaat als bedoeld in het eerste lid van toepassing is zonder aanvraag in aanmerking brengen voor een tegemoetkoming als bedoeld in hoofdstuk 12 van de verordening. 4. De cliënt kan voor een woningaanpassing in aanmerking komen indien blijkt dat verhuizing als bedoeld in het eerste lid niet binnen een redelijke en/of medische aanvaardbare termijn mogelijk is.

2. Indien de kosten van de woningaanpassing meer dan € 6.000,00 bedragen, zal het college onderzoeken of het primaat van verhuizen kan worden toegepast. 3. Het college kan de cliënt op wie het primaat als bedoeld in het eerste lid van toepassing is zonder aanvraag in aanmerking brengen voor een tegemoetkoming als bedoeld in hoofdstuk 12 van de verordening.

Artikel 9.5 Zich verplaatsen in en om de woning De te bereiken resultaten van het zich verplaatsen in en om de woning worden slechts geboden indien deze gericht zijn op het in staat zijn de noodzakelijke gebruiksruimten te bereiken gericht op het normale gebruik van de woning, waaronder met een rolstoel of een traplift.

Artikel 9.5 Zich verplaatsen in en om de woning De te bereiken resultaten van het zich verplaatsen in en om de woning worden slechts geboden indien deze gericht zijn op het in staat zijn de noodzakelijke gebruiksruimten te bereiken gericht op het normale gebruik van de woning, waaronder met een rolstoel of een traplift.

Artikel 9.6 Afschrijvingsperioden en de hoogte van de vergoeding

Artikel 9.6 Afschrijvingsperioden en de hoogte van de vergoeding 1. Onverminderd de toepassing van artikel 9.3 vierde lid onder f worden voor woonvoorzieningen op basis van de economische levensduur afschrijvingsperioden gehanteerd voor vervanging van de keuken en badkamer.

1. Onverminderd de toepassing van artikel 9.3 vierde lid onder f worden voor woonvoorzieningen op basis van de economische levensduur afschrijvingsperioden gehanteerd voor vervanging van de keuken en badkamer.

4. De cliënt kan voor een woningaanpassing in aanmerking komen indien blijkt dat verhuizing als bedoeld in het eerste lid niet binnen een redelijke en/of medische aanvaardbare termijn mogelijk is.

2. De hoogte van de vergoeding wordt volgens onderstaande methodiek berekend: 0 - < 5 jaar: 100 % 5 - < 10 jaar: 75 % 10 - < 15 jaar: 50 % 15 - < 20 jaar: 25 % >20 jaar: 0% (in verband met economische afschrijving

2. De hoogte van de vergoeding wordt volgens onderstaande methodiek berekend: 0 - < 5 jaar: 100 % 5 - < 10 jaar: 75 % 10 - < 15 jaar: 50 % 15 - < 20 jaar: 25 % >20 jaar: 0% (in verband met economische afschrijving

HOOFDSTUK 10 - HULP BIJ HET DEELNEMEN AAN HET MAATSCHAPPELIJK VERKEER

HOOFDSTUK 10 - HULP BIJ HET DEELNEMEN AAN HET MAATSCHAPPELIJK VERKEER

Artikel 10.1 Maatschappelijke ondersteuning

Artikel 10.1 Maatschappelijke ondersteuning

Het college kan aan de cliënt die aanspraak heeft op maatschappelijke ondersteuning

Het college kan aan de cliënt die aanspraak heeft op maatschappelijke ondersteuning

maatwerkvoorzieningen verlenen in de vorm van: a. het zich kunnen verplaatsen in de leefomgeving; b. medemensen ontmoeten en sociale verbanden aangaan, gericht op zelfredzaamheid en particticipatie.

maatwerkvoorzieningen verlenen in de vorm van: a. het zich kunnen verplaatsen in de leefomgeving; b. medemensen ontmoeten en sociale verbanden aangaan, gericht op zelfredzaamheid en participatie. Artikel 10.2 Specifieke criteria

Artikel 10.2 Specifieke criteria 1. 1.

2.

3.

4.

Met het oog op het zich verplaatsen, kan een maatwerkvoorziening worden verleend ten aanzien van het verplaatsen over de korte afstand rond de woning en het verplaatsen over de langere afstand binnen de leefomgeving van de cliënt. Het college hanteert het principe van het primaat van de collectieve maatwerkvoorziening. Voor het verplaatsen buiten de wijk wordt de regiotaxi verstrekt, en binnen de wijk de scootmobielpool of een individuele scootmobiel. Voor individuele scootmobielen worden in principe driewielscootmobielen verstrekt, tenzij een ander type scootmobiel noodzakelijk blijkt te zijn. Bij het verstrekken van een individuele vervoersmiddel wordt rekening gehouden met de vervoersbehoefte van de cliënt en diens partner, de leeftijd van de cliënt, de beschikbaarheid van een ander verplaatsingsmiddel en de mate waarin het verplaatsingsmiddel in de vervoersbehoefte voorziet.

Artikel 10.3 Het zich kunnen verplaatsen 1.

Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich kunnen verplaatsen gericht op zelfredzaamheid en participatie bestaat in ieder geval uit: a. het kunnen doen van boodschappen; b. het kunnen onderhouden van sociale contacten; c. het deelnemen aan activiteiten, d. binnen de leefomgeving van de cliënt. 2.

3. 4.

Het te bereiken resultaat als bedoeld als bedoeld in artikel 10.3 eerste lid onder a, b en c (tezamen) maakt participatie mogelijk met een omvang van 1500 kilometer per jaar. Het college kan in individuele gevallen afwijken van het gestelde in het vorige lid. Het college kan in individuele gevallen afwijken van de het gestelde in het vorige lid. De scootmobielpool is

2.

3.

4.

Met het oog op het zich verplaatsen, kan een maatwerkvoorziening worden verleend ten aanzien van het verplaatsen over de korte afstand rond de woning en het verplaatsen over de langere afstand binnen de leefomgeving van de cliënt. Het college hanteert het principe van het primaat van de collectieve maatwerkvoorziening. Voor het verplaatsen buiten de wijk wordt de regiotaxi verstrekt, en binnen de wijk de scootmobielpool of een individuele scootmobiel. Voor individuele scootmobielen worden in principe driewielscootmobielen verstrekt, tenzij een ander type scootmobiel noodzakelijk blijkt te zijn. Bij het verstrekken van een individuele vervoersmiddel wordt rekening gehouden met de vervoersbehoefte van de cliënt en diens partner, de leeftijd van de cliënt, de beschikbaarheid van een ander verplaatsingsmiddel en de mate waarin het verplaatsingsmiddel in de vervoersbehoefte voorziet.

Artikel 10.3 Het zich kunnen verplaatsen 1. Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich kunnen verplaatsen gericht op zelfredzaamheid en participatie bestaat in ieder geval uit: a. het kunnen doen van boodschappen; b. het kunnen onderhouden van sociale contacten; c. het deelnemen aan activiteiten, d. binnen de leefomgeving van de cliënt. 2.

3. 4.

Het te bereiken resultaat als bedoeld als bedoeld in artikel 10.3 eerste lid onder a, b en c (tezamen) maakt participatie mogelijk met een omvang van 1500 kilometer per jaar. Het college kan in individuele gevallen afwijken van het gestelde in het vorige lid. Het college kan in individuele gevallen afwijken van de het gestelde in het vorige lid. De scootmobielpool is voorliggend aan een individuele verstrekking, mits deze te bereiken is.

voorliggend aan een individuele verstrekking, mits deze te bereiken is.

HOOFDSTUK 11 - BIJDRAGE IN DE KOSTEN Artikel 11.1 Maatwerkvoorziening

HOOFDSTUK 11 - BIJDRAGE IN DE KOSTEN Artikel 11.1 Maatwerkvoorziening

1. De cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget. 2. De cliënt is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor: a. rolstoel; b. financiële tegemoetkoming meerkosten; c. wanneer de hulpmiddelen zijn bedoeld voor een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, met als uitzondering hierop de woningaanpassingen; d. een voorziening in gemeenschappelijke ruimtes van wooncomplexen. e. collectief vervoer.

1. De cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget. 2. De cliënt is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor: a. rolstoel; b. financiële tegemoetkoming meerkosten; c. wanneer de hulpmiddelen zijn bedoeld voor een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, met als uitzondering hierop de woningaanpassingen; d. een voorziening in gemeenschappelijke ruimtes van wooncomplexen. e. collectief vervoer. f. de maatwerkvoorziening wonen met zorg en specialistische opvang 2. Indien een maatwerkvoorziening dan wel g. individueel vervoer persoonsgebonden budget wordt verleend ten behoeve van een woningaanpassing voor h. kortdurend verblijf een minderjarige cliënt, is de bijdrage i. verhuiskosten verschuldigd door: j. kosten van reparatie, verwijdering en a. de onderhoudsplichtige ouders, onderhoud van hulpmiddelen en daaronder begrepen degene tegen wie een woningaanpassingen (met uitzondering van op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk het onderhoud in het pgb voor een Wetboek gegrond verzoek is afgewezen; en b. degene die anders dan als ouder samen hulpmiddel) met de ouder het gezag uitoefent over een k. In afwijking van artikel 2.1.4.a., vierde lid, cliënt. van de Wet is de cliënt die in het bezit is van 4.

[vervallen] een Wmo-pas een eigen bijdrage verschuldigd voor de maatwerkvoorziening voor het collectief vraagafhankelijk vervoer in de vorm van een instaptarief en tarief per kilometer. Het college maakt voor ingang van het kalenderjaar de hoogte van de bijdrage kenbaar. De genoemde bijdrage is uitgedrukt in het prijspeil van 2023 en wordt ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de ontwikkeling van de Landelijke Tariefindex (LTI).

2. Indien een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget wordt verleend ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt, is de bijdrage verschuldigd door: a. de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen; en b. degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 4. [vervallen] Artikel 11.2 Verschuldigde eigen bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening

Artikel 11.2 Verschuldigde eigen bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening

1. De bijdrage in de kosten is verschuldigd met inachtneming van de regels waaronder het bijdrageplichtig inkomen als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit. 2. De bijdrage in de kosten bedraagt niet meer dan de kostprijs van de maatwerkvoorziening. 3. Onder de kostprijs van de maatwerkvoorziening is inbegrepen een door het College te bepalen bedrag voor instandhoudingskosten die aan de maatwerkvoorziening zijn verbonden. 4. De bijdrage in de kosten is ten hoogste gelijk aan de maximale bedragen zoals opgenomen in het Uitvoeringsbesluit en volgen telkens de aanpassingen door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

1. De bijdrage in de kosten is verschuldigd met inachtneming van de regels waaronder het bijdrageplichtig inkomen als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit. 2. De bijdrage in de kosten bedraagt niet meer dan de kostprijs van de maatwerkvoorziening. 3. Onder de kostprijs van de maatwerkvoorziening is inbegrepen een door het College te bepalen bedrag voor instandhoudingskosten die aan de maatwerkvoorziening zijn verbonden. 4. De bijdrage in de kosten is ten hoogste gelijk aan de maximale bedragen zoals opgenomen in het Uitvoeringsbesluit en volgen telkens de aanpassingen door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel 11.3 Periode waarover eigen bijdrage is verschuldigd 1. De periode waarover voor een hulpmiddel, woningaanpassingen, de tegemoetkoming voor verhuis- en/of inrichtingskosten en aanpassingen aan de eigen auto een eigen bijdrage is verschuldigd, is de periode totdat de kostprijs is betaald. 2. De periode waarover voor een voorziening in de vorm van een geleverde dienst een eigen bijdrage is verschuldigd, is de periode van gebruiksduur.

Artikel 11.3 Periode waarover eigen bijdrage is verschuldigd 1. De periode waarover voor een hulpmiddel, woningaanpassingen, de tegemoetkoming voor verhuis- en/of inrichtingskosten en aanpassingen aan de eigen auto een eigen bijdrage is verschuldigd, is de periode totdat de kostprijs is betaald. 2. De periode waarover voor een voorziening in de vorm van een geleverde dienst een eigen bijdrage is verschuldigd, is de periode van gebruiksduur. 3. Wanneer de cliënt gebruik maakt van een hulpmiddel via zorg in natura en dit

3.

Wanneer de cliënt gebruik maakt van een hulpmiddel via zorg in natura en dit hulpmiddel wordt door de gemeente gehuurd, dan geldt de eigen bijdrage per vier weken op basis van het maandbedrag dat de gemeente betaalt aan de leverancier van het hulpmiddel, bijvoorbeeld een scootmobiel. 4. Voor dure woningaanpassingen van meer dan € 6.000,00 wordt de eigen bijdrage gebaseerd op een afschrijvingstermijn van 20 jaar.

hulpmiddel wordt door de gemeente gehuurd, dan geldt de eigen bijdrage per vier weken op basis van het maandbedrag dat de gemeente betaalt aan de leverancier van het hulpmiddel, bijvoorbeeld een scootmobiel. 4. Voor dure woningaanpassingen van meer dan € 6.000,00 wordt de eigen bijdrage gebaseerd op een afschrijvingstermijn van 20 jaar. Artikel 11.4 Algemene voorziening 1. Het college int geen bijdrage voor algemene voorzieningen. 2. De aanbieder van de algemene voorziening kan een bijdrage vragen in de kosten voor maaltijdvoorzieningen en de klussendienst. Deze mag niet hoger zijn de kostprijs.

Artikel 11.4 Algemene voorziening 1. Het college int geen bijdrage voor algemene voorzieningen. 2. De aanbieder van de algemene voorziening kan een bijdrage vragen in de kosten voor maaltijdvoorzieningen en de klussendienst. Deze mag niet hoger zijn de kostprijs.

Artikel 11.5 Kostprijs 1. De kostprijs van een maatwerkvoorziening is gelijk aan de prijs waarvoor de gemeente de maatwerkvoorziening afneemt of aanschaft van een (gecontracteerde) aanbieder, inclusief de bijkomende kosten. 2. De kostprijs van een persoonsgebonden budget is gelijk aan het bedrag van het persoonsgebonden budget.

Artikel 11.5 Kostprijs 1. De kostprijs van een maatwerkvoorziening is gelijk aan de prijs waarvoor de gemeente de maatwerkvoorziening afneemt of aanschaft van een (gecontracteerde) aanbieder, inclusief de bijkomende kosten. 2. De kostprijs van een persoonsgebonden budget is gelijk aan het bedrag van het persoonsgebonden budget. HOOFDSTUK 12 - TEGEMOETKOMING MEERKOSTEN

HOOFDSTUK 12 - TEGEMOETKOMING MEERKOSTEN

Artikel 12.1 Aanspraak

Artikel 12.1 Aanspraak

1.

1. De persoon met een beperking of chronisch psychisch of psychosociaal

De persoon met een beperking of chronisch psychisch of psychosociaal

probleem kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de met die beperking of chronisch psychisch of psychosociaal probleem verband houdende aantoonbare of aannemelijke meerkosten ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie voor: a. verhuiskosten en/of inrichtingskosten; b. een sportrolstoel; of c. reiskosten in verband met het gebruik van het aanvullend openbaar vervoer in verband met deelname aan het maatschappelijk verkeer als bedoeld in hoofdstuk 10 van de verordening; 2. De persoon als bedoeld in het eerste lid kan slechts aanspraak maken op een tegemoetkoming indien deze persoon geen aanspraak heeft of kan hebben op een vergoeding van de (meer)kosten op grond van een voorliggende voorziening. 3. De persoon als bedoeld in het eerste lid kan slechts aanspraak maken op een tegemoetkoming verhuiskosten en/of inrichtingskosten voor zover op deze persoon het primaat van verhuizen van toepassing is als bedoeld in artikel 9.4 eerste lid van de verordening. 4. De tegemoetkoming voor verhuiskosten en/of inrichtingskosten wordt niet eerder uitbetaald nadat de persoon als bedoeld in het derde lid is verhuisd naar de voor hem meest geschikte beschikbare woning gelet op zijn beperkingen in het normale gebruik van de woning.

probleem kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de met die beperking of chronisch psychisch of psychosociaal probleem verband houdende aantoonbare of aannemelijke meerkosten ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie voor: a. verhuiskosten en/of inrichtingskosten; b. een sportrolstoel; of c. reiskosten in verband met het gebruik van het aanvullend openbaar vervoer in verband met deelname aan het maatschappelijk verkeer als bedoeld in hoofdstuk 10 van de verordening; 2. De persoon als bedoeld in het eerste lid kan slechts aanspraak maken op een tegemoetkoming indien deze persoon geen aanspraak heeft of kan hebben op een vergoeding van de (meer)kosten op grond van een voorliggende voorziening. 3. De persoon als bedoeld in het eerste lid kan slechts aanspraak maken op een tegemoetkoming verhuiskosten en/of inrichtingskosten voor zover op deze persoon het primaat van verhuizen van toepassing is als bedoeld in artikel 9.4 eerste lid van de verordening. 4. De tegemoetkoming voor verhuiskosten en/of inrichtingskosten wordt niet eerder uitbetaald nadat de persoon als bedoeld in het derde lid is verhuisd naar de voor hem meest geschikte beschikbare woning gelet op zijn beperkingen in het normale gebruik van de woning. Artikel 12.2 Aanvraag

Artikel 12.2 Aanvraag 1. De tegemoetkoming wordt op aanvraag verleend. 2. De tegemoetkoming voor een sportrolstoel wordt slechts eens per drie jaar verleend. 3. In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming verhuiskosten en/of inrichtingskosten toekennen in het besluit waarin het primaat van verhuizen wordt toegepast als bedoeld in artikel 12.1 van de verordening. 4. [vervallen] 5. [vervallen] Artikel 12.3 Hoogte financiële tegemoetkoming in de meerkosten bij aanschaf van een sportvoorziening De aanschaf van een sportvoorziening bedraagt maximaal € 3.500,- voor een periode van minimaal drie jaar, hiervan wordt ook het onderhoud betaald. Uitbetaling vindt plaats aan de aanvrager

1. De tegemoetkoming wordt op aanvraag verleend. 2. De tegemoetkoming voor een sportrolstoel wordt slechts eens per drie jaar verleend. 3. In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming verhuiskosten en/of inrichtingskosten toekennen in het besluit waarin het primaat van verhuizen wordt toegepast als bedoeld in artikel 12.1 van de verordening. 4. [vervallen] 5. [vervallen] Artikel 12.3 Hoogte financiële tegemoetkoming in de meerkosten bij aanschaf van een sportvoorziening De aanschaf van een sportvoorziening bedraagt maximaal € 3.500,- voor een periode van minimaal drie jaar, hiervan wordt ook het onderhoud betaald. Uitbetaling vindt plaats aan de aanvrager op basis van een door het college akkoord bevonden offerte of factuur;

op basis van een door het college akkoord bevonden offerte of factuur; Artikel 12.4 Hoogte financiële tegemoetkoming in de meerkosten bij de aanschaf van een hulphond De vergoeding van de kosten van een hulphond als hulpmiddel om deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk verkeer bedraagt maximaal € 445,00. HOOFDSTUK 13 - NIEUWE FEITEN EN OMSTANDIGHEDEN, HERZIENING, INTREKKING OF TERUGVORDERING

Artikel 12.4 Hoogte financiële tegemoetkoming in de meerkosten bij de aanschaf van een hulphond De vergoeding van de kosten van een hulphond als hulpmiddel om deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk verkeer bedraagt maximaal € 445,00.

HOOFDSTUK 13 - NIEUWE FEITEN EN OMSTANDIGHEDEN, HERZIENING, INTREKKING OF TERUGVORDERING

Artikel 13.1 Beëindiging

Artikel 13.1 Beëindiging

Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een toegekende aanspraak op een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk te beëindigen, indien: a. niet wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens de wet of de verordening; b. de cliënt wordt opgenomen in een instelling; c. de cliënt zich niet houdt aan de verplichtingen verbonden aan het gebruik van de maatwerkvoorziening; d. de cliënt is overleden.

Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een toegekende aanspraak op een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk te beëindigen, indien: a. niet wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens de wet of de verordening; b. de cliënt wordt opgenomen in een instelling; c. de cliënt zich niet houdt aan de verplichtingen verbonden aan het gebruik van de maatwerkvoorziening; d. de cliënt is overleden.

Artikel 13.2 Herziening of intrekking

Artikel 13.2 Herziening of intrekking

1. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college desgevraagd of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot een heroverweging van de beslissing als bedoeld in de artikelen 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. 2. Het college kan onder toepassing van het eerste lid een besluit tot toekenning tegemoetkoming als bedoeld in hoofdstuk 12 van de verordening intrekken indien achteraf blijkt dat de persoon bedoeld in dat hoofdstuk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zouden hebben geleid. 3. Een besluit tot verlening van een persoonsgebonden budget kan worden herzien of ingetrokken indien blijkt dat de cliënt niet heeft voldaan aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 5.1 van deze verordening.

1. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college desgevraagd of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot een heroverweging van de beslissing als bedoeld in de artikelen 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. 2. Het college kan onder toepassing van het eerste lid een besluit tot toekenning tegemoetkoming als bedoeld in hoofdstuk 12 van de verordening intrekken indien achteraf blijkt dat de persoon bedoeld in dat hoofdstuk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zouden hebben geleid. 3. Een besluit tot verlening van een persoonsgebonden budget kan worden herzien of ingetrokken indien blijkt dat de cliënt niet heeft voldaan aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 5.1 van deze verordening.

Artikel 13.3 Terugvordering en verrekenen

Artikel 13.3 Terugvordering en verrekenen

Onverminderd artikel 2.4.1 van de wet kan het college nadat het besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget of tegemoetkoming als bedoeld in hoofdstuk 12 van de verordening is herzien of ingetrokken: a. het ten onrechte of tot een te hoog bedrag genoten aan persoonsgebonden budget terugvorderen; b. de ten onrechte ontvangen tegemoetkoming terugvorderen; c. de geldswaarde van een maatwerkvoorziening in natura terugvorderen; d. de wijze waarop de terugvordering geïnd wordt, kan verrekening zijn. De hoogte van het (periodieke) bedrag van verrekening moet in redelijke verhouding staan tot de te compenseren beperkingen.

Onverminderd artikel 2.4.1 van de wet kan het college nadat het besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget of tegemoetkoming als bedoeld in hoofdstuk 12 van de verordening is herzien of ingetrokken: a. het ten onrechte of tot een te hoog bedrag genoten aan persoonsgebonden budget terugvorderen; b. de ten onrechte ontvangen tegemoetkoming terugvorderen; c. de geldswaarde van een maatwerkvoorziening in natura terugvorderen; d. de wijze waarop de terugvordering geïnd wordt, kan verrekening zijn. De hoogte van het (periodieke) bedrag van verrekening moet in redelijke verhouding staan tot de te compenseren beperkingen.

HOOFDSTUK 14 - BESTRIJDING MISBRUIK OF ONEIGENLIJK GEBRUIK Artikel 14.1 Fraudepreventiebeleid Het college voert een actief fraudepreventiebeleid. Onderdeel daarvan is de wijze waarop het college cliënten informeert over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget zijn verbonden en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik. Artikel 14.2 Controle Het college beoordeelt steekproefsgewijs de besteding van de persoonsgebonden budgetten als bedoeld in artikel 5.1 van de verordening. Tevens beoordeelt het college of de cliënt nog voldoet aan de criteria om voor een persoonsgebonden budget in aanmerking te komen.

HOOFDSTUK 14 - BESTRIJDING MISBRUIK OF ONEIGENLIJK GEBRUIK Artikel 14.1 Fraudepreventiebeleid Het college voert een actief fraudepreventiebeleid. Onderdeel daarvan is de wijze waarop het college cliënten informeert over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget zijn verbonden en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik. Artikel 14.2 Controle Het college beoordeelt steekproefsgewijs de besteding van de persoonsgebonden budgetten als bedoeld in artikel 5.1 van de verordening. Tevens beoordeelt het college of de cliënt nog voldoet aan de criteria om voor een persoonsgebonden budget in aanmerking te komen.

HOOFDSTUK 15 - OVERIGE BEPALINGEN

HOOFDSTUK 15 - OVERIGE BEPALINGEN

§ 1. Jaarlijkse blijk waardering mantelzorgers Artikel 15.1 De wijze van waardering 1. Het college draagt jaarlijks zorg voor een blijk van waardering voor mantelzorgers indien mantelzorg wordt verleend aan een cliënt die zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Voorschoten. 2. De wijze van waardering als bedoeld in het eerste lid komt tot stand in samenspraak met een welzijnsorganisatie. 3. Bij de waardering als bedoeld in het eerste lid heeft het college oog voor mantelzorgers van cliënten die mogelijk

§ 1. Jaarlijkse blijk waardering mantelzorgers Artikel 15.1 De wijze van waardering 1. Het college draagt jaarlijks zorg voor een blijk van waardering voor mantelzorgers indien mantelzorg wordt verleend aan een cliënt die zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Voorschoten. 2. De wijze van waardering als bedoeld in het eerste lid komt tot stand in samenspraak met een welzijnsorganisatie. 3. Bij de waardering als bedoeld in het eerste lid heeft het college oog voor mantelzorgers van cliënten die mogelijk alleen gebruik maken van algemene voorzieningen.

alleen gebruik maken van algemene voorzieningen. § 2. Klachtafhandeling en medezeggenschap Artikel 15.2 Regeling voor klachtenafhandeling 1.

2.

Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van de voorzieningen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. 2.

Artikel 15.3. Regeling voor medezeggenschap 1. Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van maatwerkvoorzieningen. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.

§ 2. Klachtafhandeling en medezeggenschap Artikel 15.2 Regeling voor klachtenafhandeling 1. 2.

Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van de voorzieningen Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.

Artikel 15.3. Regeling voor medezeggenschap 1. Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van maatwerkvoorzieningen. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. § 3. Kwaliteit Artikel 15.4 Kwaliteitseisen

§ 3. Kwaliteit Artikel 15.4 Kwaliteitseisen 1.

Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt en het aansluiten bij de informele zorg; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg waaronder inbegrepen de informele zorg; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen

2.

Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt en het aansluiten bij de informele zorg; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg waaronder inbegrepen de informele zorg; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse

door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. 3. Artikel 15.5 Prijs kwaliteitsverhouding Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: 1. artikel 2.6.4 van de wet a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de en het aangaan van een overeenkomst met de derde; of Aanbestedingswet 2012 b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor: 1. een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde, en 2. de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. 2. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet, en b. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in , tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet 3. Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. de kosten van de beroepskracht; b. redelijke overheadkosten; c.

kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d. reis en opleidingskosten; e. indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; f. overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen, en Het college kan het eerste lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een reële prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in het tweede en derde lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=54ba89ba-0f6d-4c6d-9cdd-05aa2c4bf7be