Bijlage 1 Transitievisie warmte 1.1
Tekst van het document
Overeenkomende kenmerken
Oplossingsrichting/ voorkeurswarmtetechniek
1. Jonge woningbouw:
Krimwijk (nieuw) Starrenburg (nieuw)
Pagina 23 van 39
Jonge woonwijken gebouwd na 2000 Goed energielabel
Elektrische warmtepomp
2. Naoorlogs:
Noord-Hofland Bijdorp Adegeest Nassauwijk Starrenburg (ouder) Vlietwijk
3. Centrum: Centrum Boschgeest Bloemenwijk
4. Voorschoten buitengebied Buitengebied Dobbewijk
Laag energielabel Woonwijken gebouwd voor 2000 Isolatieopgave Veel corporatiebezit
Bouwjaar: divers Woninglabels: Hoog aantal E, F, G Relatief hoog energieverbruik
Buitengebied Zeer lage bebouwingsdichtheid Veel afstand tussen de woningen Woninglabels: Hoog aantal E, F, G Relatief hoog energiegebruik
Nationale kosten van een middentemperatuurwarmte(MT)-net en warmtepomp liggen dicht bij elkaar. Er zijn dus nog verschillende opties mogelijk. Gemiddeld isolatieniveau is laag. Hier ligt een isolatieopgave.
Voor deze buurten is nog geen oplossingsrichting Wel ligt er een isolatieopgave. Woningeigenaren kunnen hiermee starten.
Bewoners kunnen aan de slag met individuele warmtetechnieken. Een warmtenet is geen realistische optie in deze buurten. De afstand tussen de gebouwen is zodanig groot dat een businesscase moeilijk rond te krijgen is.
Op basis van de route naar 2050 zijn dit de hoofddoelstellingen van de transitievisie warmte:
De gemeente Voorschoten is in 2050 CO2-neutraal.
Doelstelling van de gemeente Voorschoten is om de warmtetransitie tegen de laagste nationale kosten te laten plaatsvinden en voor de eindgebruiker zal dit minimaal woonlastenneutraal zijn. Woonlastenneutraal zal bepaald worden volgens een nog te bepalen definitie van het Rijk. Als subsidies of andere maatregelen nodig zijn voor woonlastenneutraliteit zal dit uitsluitend via Rijksregelingen kunnen.
Mogelijke buurten waar voor 2030 gestart kan worden zijn Bijdorp, Vlietwijk en Krimwijk: o Bijdorp (voorkeurstechniek: MT-warmtenet) lijkt een kansrijke buurt vanwege de realisatietijd van een warmtenet, het hoge aandeel corporatiebezit in de buurt en de leeftijd van het gasnetwerk. o Vlietwijk is de buurt met het hoogste percentage corporatiewoningen in Voorschoten en is vanwege deze contracteerbaarheid kansrijk om met de warmtetransitie aan de slag te gaan. o In Krimwijk is het corporatiebezit ook vrij hoog en een groot deel van de woningen is na 2005 gebouwd. De nieuwere woningen in de buurt zijn kansrijk voor verwarming met een elektrische warmtepomp.
Voorschoten gaat tot 2030 in de overige buurten vol inzetten op energiebesparing om daarmee de CO2-uitstoot reduceren. Deze maatregelen gaan bijdragen aan de CO2reductiedoelstelling van het Rijk en zullen ook bijdragen aan de haalbaarheid van meerdere warmte-alternatieven. Dit zijn maatregelen die zorgen voor minder energieverbruik, eventueel comfortverhoging en ook haalbaar en betaalbaar zijn,
Pagina 24 van 39
zoals isolatiemaatregelen.
Gebouweigenaren buiten de startbuurten die zelf wel de ambitie hebben om het gebouw aardgasloos te verwarmen kunnen dit via individuele oplossingen doen. De gemeente faciliteert bewoners via het Duurzaam Bouwloket.
In buurten waar nu al duidelijk is dat collectieve systemen niet de oplossing zijn (het buitengebied) en waar een individueel systeem dus de uitkomst is, kunnen inwoners als tussenoplossing kiezen voor een hybride warmtepomp.
4.2 Handelingsperspectief tot 2030 Hiervoor is de route naar 2050 weergegeven bestaand uit drie stappen. Gebouweigenaren en inwoners kunnen nu ook al aan de slag en willen graag weten welke mogelijkheden nu al geboden worden zonder dat er al een aardgasvrij alternatief is. Oftewel: wat kunnen gebouweigenaren tot 2030 al doen. Tot aan 2030 zal gewerkt worden aan stap 1 isolatie en stap 2 hybride warmtepompen. Bewoners van buurten die pas later in de tweede of derde fase aan de beurt komen om geheel CO2- neutraal te worden, kunnen natuurlijk wel alvast aan de slag met het verduurzamen van hun woning. Tabel 5 geeft per buurtcluster een eerste handelingsperspectief voor bewoners. In deze tabel hebben we het over een Standaard. Het gaat hier om een recent advies vanuit de Rijksoverheid (de zogenaamde Standaard en streefwaarden) over welke isolatie nodig is in woningen. Bewoners kunnen via het Duurzaam Bouwloket, meer te weten komen over wat de Standaard betekent voor hun woning. Eigenaren van monumentale panden kunnen daarnaast ook advies inwinnen bij De Groene Grachten. Tabel 5 - handelingsperspectief per buurtcluster Buurtcluster 1. Jonge woningbouw
Handelingsperspectief
2. Naoorlogs
3. Centrum
Pagina 25 van 39
Woning isoleren volgens de Standaard. Voor isolatieadvies kunt u terecht bij het Duurzaam Bouwloket of bij de Groene grachten voor monumenten. Een elektrische warmtepomp voor woningen met een goed isolatieniveau. De Krimwijk is een potentiële startbuurt, hier kan de gemeente met betrokkenen een buurtplan opstellen. Vanuit de Krimwijk is zelf ook al een bewonersgroep gestart met een aanpak voor verduurzaming van hun woningen. De gemeente omarmt deze aanpak. Woning isoleren volgens de Standaard. Voor isolatieadvies kunt u terecht bij het Duurzaam Bouwloket of bij de Groene grachten voor monumenten. Vlietwijk en Bijdorp zijn potentiële startbuurten indien hier een warmtebron beschikbaar is. Indien dit aanwezig is kan de gemeente met betrokkenen een buurtplan opstellen. Woning isoleren volgens de Standaard. Voor isolatieadvies kunt u terecht bij het Duurzaam Bouwloket of bij de Groene grachten voor monumenten. Hybride warmtepomp als (tussen)oplossing voor woningen met een laag isolatieniveau. Een elektrische warmtepomp voor woningen met een goed isolatieniveau.
4. Voorschoten buitengebied
Woning isoleren volgens de Standaard. Voor isolatieadvies kunt u terecht bij het Duurzaam Bouwloket of bij de Groene grachten voor monumenten. Hybride warmtepomp als (tussen)oplossing voor woningen met een laag isolatieniveau. Een elektrische warmtepomp voor woningen met een goed isolatieniveau.
Meer informatie over het handelingsperspectief per buurt en de laatste stand van zaken staat op de gemeentelijke website met online tool: https://www.Voorschoten.nl/Voorschoten-aardgasvrij Op basis van dit handelingsperspectief heeft de gemeente Voorschoten de ambitie om in 2030:
De gemiddelde CO2-uitstoot per gebouw/woning in 2030 met 11% te reduceren. Dit sluit aan bij de doelstelling van de Regionale Energie Strategie (RES). De gemeente zal hiervoor buurtplannen opstellen samen met bewoners hoe het totaal van de gebouwde omgeving deze ambitie kan gaan realiseren. De realisatiegraad zal afhangen van externe factoren zoals de markt, Rijksregelingen, wet- en regelgeving. De gemeente gaat actief op zoek naar knelpunten die de haalbaarheid van het doel of de snelheid ernaartoe belemmeren. De gemeente treft passende maatregelen om deze knelpunten weg te nemen of te verzachten. Financiële gevolgen worden aan de raad voorgelegd.
Per buurt wordt een routekaart opgesteld inclusief doelstellingen en het bijbehorende tijdpad. Het opstellen van de routekaart per buurt zal direct starten na vaststelling van de transitievisie warmte. We beginnen met een beperkt aantal buurten en breiden dat over de jaren uit. De input die behaald wordt uit de buurtplannen vormt input voor de volgende versies van de transitievisie warmte.
Per buurt wordt minimaal een buurtuitvoeringsplan opgesteld voor het halen van de energie-reductiedoelstellingen uit de routekaart inclusief CO2-reductie via hybride warmtepomp of aardgasvrije systemen.
Vanuit de Krimwijk is zelf ook al een bewonersgroep gestart met een aanpak voor verduurzaming van hun woningen. Deze aanpak bestaat uit isolatie en vervolgens via een elektrische warmtepomp aardgasvrij worden. De gemeente omarmt deze aanpak. In de routekaart en buurtuitvoeringsplannen wordt verder onderzocht of deze aanpak ook kansrijk is voor andere buurten.
Mogelijke buurten waar voor 2030 gestart kan worden zijn Bijdorp, Vlietwijk en Krimwijk: o Bijdorp (voorkeurstechniek: MT-warmtenet) lijkt een kansrijke buurt vanwege de realisatietijd van een warmtenet, het hoge aandeel corporatiebezit in de buurt en de leeftijd van het gasnetwerk. o Vlietwijk is de buurt met het hoogste percentage corporatiewoningen in Voorschoten en is vanwege deze contracteerbaarheid kansrijk om met de warmtetransitie aan de slag te gaan. Er zijn twee mogelijke voorkeurstechnieken: een MT-warmtenet of warmtepompen. o In Krimwijk is het corporatiebezit ook vrij hoog en een groot deel van de woningen is na 2005 gebouwd. De nieuwere woningen in de buurt zijn kansrijk voor verwarming met een elektrische warmtepomp. Voor de buurten Bijdorp en Vlietwijk zal nader onderzocht worden of er daadwerkelijk een warmtebron beschikbaar is. Als dit het geval is wordt aan de hand van de routekaart een uitvoeringsplan opgesteld. De nieuwbouw van Krimwijk is in elk geval kansrijk om over te stappen op een elektrische warmtepomp. Voor deze buurt wordt een uitvoeringsplan opgesteld.
Pagina 26 van 39
Minimaal één iteraties (minimaal eens per 5 jaar) van de transitievisie warmte te hebben opgesteld, met daarin de laatste stand van zaken qua techniek en rijksoverheidsbeleid erin verwerkt.
Voor 80% van de buurten is een eenduidig warmtealternatief bekend voor 2030. Bij de tweede iteratie van de TVW. (2026) is voor 30% van de buurten het warmtealternatief bekend. Daarom beginnen we direct met een zoektocht naar geschikt lokale warmtebronnen.
4.3 Aanvullingen transitievisie warmte 1.1 (2024) Transitievisie warmte 2.0 wordt warmteprogramma De TVW 1.0 beschrijft wanneer de eerste herijking naar een transitievisie warmte 2.0 zal plaatsvinden. Inmiddels weten we dat dit waarschijnlijk anders gaat heten. Als de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wigw) wordt aangenomen verandert de naam van de transitievisie warmte in ‘Warmteprogramma’. Ook wordt het een verplicht programma onder de Omgevingswet. Het eerste warmteprogramma moet dan op uiterlijk op 31 december 2026 zijn vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. De Route naar 2050 Deze route zal niet uit 3, maar uit 4 stappen bestaan: 1. Energieverbruik verminderen Alle oplossingen starten met een vermindering van het energieverbruik door middel van bijvoorbeeld isolatie volgens de Standaard voor woningisolatie, kierdichting en eventueel lagetemperatuurverwarming. 2. Hybride warmtepomp als tussenoplossing Als tussenoplossing kan er door gebouweigenaren voor een hybride warmtepomp worden gekozen. Deze pomp levert de basislast aan warmte en een gasketel levert de piekbelasting. Voordeel van dit systeem is dat het aardgasverbruik daalt. Daardoor draagt het meteen bij aan het verminderen van aardgasverbruik en daarmee de CO2-uitstoot. 3.
In beeld brengen en kiezen van het meest geschikte alternatief voor aardgas In de nieuwe technisch-economische analyse is per warmtecluster het voorkeursalternatief voor aardgas bepaald. In het Warmteprogramma (voorheen: TVW 2.0) wordt per cluster een keuze gemaakt voor het alternatief voor aardgas, en wordt een tijdlijn voor de realisatie beschreven. 4. Realisatie van de warmteoplossing Realiseren van de gekozen warmteoplossing per cluster volgens de vastgestelde tijdlijn uit het Warmteprogramma. Nieuwe wijken om voor 2030 te starten met de warmtetransitie De TVW 1.0 ziet Bijdorp en Vlietwijk nog als geschikte wijken om vroeg te starten met de warmtetransitie. Met de nieuwe inzichten uit de technisch-economische analyse zullen deze wijken een andere plek in de fasering krijgen. Er zal nu in de clusters ‘All-electric’ en ‘NoordHofland’ worden gestart. In de startwijk Krimwijk is al begonnen met het opstellen van een uitvoeringsplan. Dat werk kan worden doorgezet en de geleerde lessen worden bij de twee volgende clusters, en ook in het buiten- en tussengebied, toegepast. In Noord-Hofland starten we, op basis van de nieuwe onderzoeken en inzichten, met de ontwikkeling van een collectief warmtesysteem.
Pagina 27 van 39
Duurzaam Bouwloket In TVW 1.0 wordt gesproken over het Duurzaam Bouwloket. We vinden het belangrijk om te vermelden dat dit een externe partij is die het energieloket van de gemeente verzorgt. We bedoelen dus het energieloket van de gemeente als we over dit loket spreken. Handelingsperspectief per warmtecluster tot 2030 Door de aanpassing naar warmteclusters heeft het handelingsperspectief ook een update nodig. In Tabel 6 hieronder is dit perspectief uitgeschreven tot waar we nu staan. In 2024 zal dit verder uitgewerkt worden. Tabel 6 - Handelingsperspectief per warmtecluster Warmtecluster
Handelingsperspectief
Noord-Hofland
> Kleine energiebesparende maatregelen > Woning isoleren volgens de Standaard. Voor isolatieadvies kunt u terecht bij het Duurzaam Bouwloket of de Groene grachten (voor monumenten). > In geval van een defecte CV-ketel, overweeg het huren van een CVketel > Kleine energiebesparende maatregelen > Woning isoleren volgens de Standaard. Voor isolatieadvies kunt u terecht bij het Duurzaam Bouwloket of de Groene grachten (voor monumenten). > Hybride warmtepomp of CV-ketel. > Kleine energiebesparende maatregelen > Woning isoleren volgens de Standaard. Voor isolatieadvies kunt u terecht bij het Duurzaam Bouwloket of de Groene grachten (voor monumenten). > Hybride warmtepomp of CV-ketel. > Kleine energiebesparende maatregelen > Woning isoleren volgens de Standaard. Voor isolatieadvies kunt u terecht bij het Duurzaam Bouwloket of de Groene grachten (voor monumenten). > Hybride warmtepomp of CV-ketel. > Kleine energiebesparende maatregelen > Woning isoleren volgens de Standaard. Voor isolatieadvies kunt u terecht bij het Duurzaam Bouwloket of de Groene grachten (voor monumenten). > Hybride warmtepomp of CV-ketel. > Kleine energiebesparende maatregelen > Woning isoleren volgens de Standaard. Voor isolatieadvies kunt u terecht bij het Duurzaam Bouwloket of de Groene grachten (voor monumenten). > Hybride warmtepomp of CV-ketel.
> Kleine energiebesparende maatregelen > Woning isoleren volgens de Standaard. Voor isolatieadvies kunt u terecht bij het Duurzaam Bouwloket of de Groene grachten (voor monumenten). > Hybride warmtepomp of CV-ketel. > Woning isoleren volgens de Standaard. Voor isolatieadvies kunt u terecht bij het Duurzaam Bouwloket of de Groene grachten (voor monumenten). > Hybride warmtepomp als (tussen)oplossing voor woningen met een laag isolatieniveau. > Het aanbrengen van een lage temperatuur afgiftesysteem zoals vloerverwarming of lage temperatuur radiatoren of convectoren. > Een elektrische warmtepomp voor woningen met een goed isolatieniveau en een lage temperatuur afgiftesysteem.
Boschbloem
Vlietdorp
Nassaucentrum
Groot Adegeest
Oud Starrenburg
Dobbewijk
All-electric
Pagina 28 van 39
Buiten-en tussengebied
Aardgasvrij
Pagina 29 van 39
> Kleine energiebesparende maatregelen > Woning isoleren volgens de Standaard. Voor isolatieadvies kunt u terecht bij het Duurzaam Bouwloket of de Groene grachten (voor monumenten). > Hybride warmtepomp als (tussen)oplossing voor woningen met een laag isolatieniveau. > Het aanbrengen van een lage temperatuur afgiftesysteem zoals vloerverwarming of lage temperatuur radiatoren of convectoren. > Een elektrische warmtepomp voor woningen met een goed isolatieniveau en een lage temperatuur afgiftesysteem. > Niet van toepassing
5. Uitvoeringsprogramma Uit de transitievisie warmte komen de volgende projecten voort die de gemeente Voorschoten na de vaststelling gaat uitvoeren.
5.1 Project: Opstellen Buurtgerichte Routekaarten a.
2022: Proces opstellen met belanghebbenden en doelstellingen 2030 bepalen
b.
2023: Uitvoeringsplan isolatie of aardgasvrij per buurt opstellen met belanghebbenden
c.
2023-2030: Uitvoering en monitoring
In de buurtgerichte routekaart geven wij nadere invulling aan het proces van het opstellen van het uitvoeringsplan. Hiervoor zullen eerst de belangrijkste belanghebbenden waaronder de inwoners, netwerkbeheerder en gebouweigenaren in kaart gebracht worden. Via dit participatietraject wordt invulling gegeven aan het te doorlopen proces. Tevens worden hierbij ook de doelstellingen bepaald waar in onder andere bepaald worden welke maatregelen en CO2-reductiedoelen gehaald kunnen worden. Deze route zal vervolgens concreet gemaakt worden in het op te stellen Uitvoeringsplan. Op basis hiervan kan gestart worden met de uitvoering en realisatie. De gemeente zal tot slot toe zien op de vooruitgang en monitoring van het behalen van doelstellingen.
5.2 Project verankering transitievisie warmte in omgevingsvisie a.
2023: Inventarisatie
b.
2024-2025: Inpassing
Op basis van de transitievisie warmte en vervolgtraject naar realisatie zal waar nodig de warmtetransitie verankerd worden in de omgevingsvisie. Eerst zal een inventarisatie plaats vinden wat nodig is voor in de omgevingsvisie. Vervolgens zal dit ingepast worden.
5.3 Onderzoek lokale alternatieve warmtebronnen Momenteel wordt veel onderzoek gedaan naar de nieuwe, toekomstige warmtebronnen voor Voorschoten. Voorbeelden zijn onderzoek naar de winbaarheid van aardwarmte (geothermie) en de haalbaarheid van de inzet van restwarmte (via de warmteleiding die mogelijk doorgetrokken wordt naar Leiden WLQ+). Daarnaast zullen mogelijk nog nieuwe (lagetemperatuur)warmtebronnen mogelijk zijn. Om de potentie en beschikbaarheid goed in kaart te brengen met name ook voor potentiële startbuurten Vlietwijk en Bijdorp, zal een onderzoek gedaan worden naar lokale alternatieve warmtebronnen.
Pagina 30 van 39
5.4 Update transitievisie warmte naar de 2.0 versie In 2026 wordt het warmteprogramma opgesteld. De transitievisie warmte wordt binnen vijf jaar herzien. Nieuwe ontwikkelingen en innovaties in technieken en warmtebronnen nemen we hierin mee. Tevens worden ook kosten- en marktontwikkelingen meegenomen in de doorrekening van de nationale- en eindgebruikerskosten van de warmtetransitie.
5.5 Communicatie en participatie Om de doelstellingen 2030 en 2050 te kunnen bereiken zijn goede communicatie en participatie cruciaal. Communicatie en participatie krijgen daarom hun eigen strategie en doelstellingen die onderdeel wordt van het uitvoeringsprogramma. Bij het opstellen van de eerste transitievisie warmte heeft de gemeente een uitgebreid communicatie- en participatietraject uitgevoerd. De gemeente heeft veel informatie bij de inwoners opgehaald: hoe denken inwoners van Voorschoten over de overstap naar duurzame warmtebronnen, wat vinden zij belangrijk, waar maken ze zich zorgen over. Tegelijk heeft de gemeente veel informatie gegeven aan de inwoners. Over de warmtetransitie en de warmtevisie, maar ook voorlichting over energiebesparende maatregelen (Duurzaam Bouwloket, Energy Webinars) posts op social media, etc. Deze vormen van communicatie en participatie waren passend bij deze eerste fase waarin we een globale visie voor heel Voorschoten maakten, gereflecteerd in deze transitievisie warmte. In de fase van het uitvoeringsprogramma blijft communicatie heel belangrijk en zal participatie intensiveren. Soms zal de scheidslijn tussen het participatie en communicatie ook niet heel duidelijk zijn. Het doel van de communicatie en participatie is dat de warmtetransitie op de best mogelijke manier voor de inwoners van Voorschoten tot stand kunnen brengen.
Dat betekent goed informeren (wat kun je nu al doen, wat zijn de mogelijkheden) en in gesprek gaan (waar zijn zorgen en waar kansen). Het in gesprek gaan is dan niet alleen tussen de gemeente en de inwoners maar vooral ook tussen inwoners onderling die elkaar kunnen helpen en enthousiasmeren. De gemeente heeft daarin een faciliterende rol, in de zin van ondersteuning bij praktische zaken zoals het beschikbaar stellen van ruimte voor samenkomsten en voorzien in inhoudelijke kennis over de onderwerpen die aan de orde zijn. Voor wat betreft het niveau van participatie wordt een onderscheid gemaakt tussen de buitenruimte (infrastructuur en openbaar gebied) en binnenruimte (gebouw). Over de buitenruimte zijn meerdere partijen betrokken. Uiteraard de gemeente en bijvoorbeeld ook de netbeheerder, waterdrinkbedrijf, etc. Voorafgaand zal een inventarisatie gemaakt worden per buurt wie de belangrijkste belanghebbenden zijn. Daarbij zal ook bepaald worden wat de mate van participatie zal zijn. Veel beslissingen over de binnenruimte liggen bij de eigenaar van het gebouw (op de participatietrap in de rol van meebepalen, waarbij de gemeente faciliteert). In sommige gevallen is de eigenaar zelfs de enige die beslist, en heeft de gemeente daar geen rol in. Deze tweedeling kan een spanningsveld opleveren, aangezien de infrastructuur wel moet aansluiten bij de aanpassingen in de woning.
Het is daarom van groot belang dat de bewoners intensief worden geïnformeerd over en betrokken worden bij de infrastructurele keuzes met als doel het draagvlak daarvoor zo groot mogelijk te maken. Dit betekent dat er veel aandacht moet worden besteed aan communicatie en interactie, met inzet van verschillende middelen. Voor het draagvlak en de acceptatie van de te maken infrastructurele keuzes moet het van tevoren helder zijn welke de rol en invloed de bewoners hebben in de deelprocessen. Dit betekent dat vooraf afspraken moeten worden gemaakt en vastgelegd, om misverstanden en teleurstelling te voorkomen. Voorafgaan aan het opstellen van de routekaart zal geïnventariseerd worden wie de belanghebbenden zijn. Tevens zal bepaald worden wat de mate van participatie zal zijn.
Pagina 31 van 39
In het uitvoeringsprogramma krijgt de warmtetransitie meer concretisering. Dat betekent communicatie en participatie samen met inwoners en stakeholders en op maat. Als eerste betreft dat communicatie en participatie over de 'Routekaart’, de manier hoe we aan de slag gaan na deze eerste transitievisie warmte. De routekaart wordt in overleg met de inwoners gemaakt, maar de gemeente beslist uiteindelijk over de inhoud. Het is belangrijk dat de inwoners dat bij de start van het participatieproces weten, zodat er geen misverstanden ontstaan over de rol, bevoegdheden en bijdragen van de partijen. Vanaf 2022 wordt gestart met het opstellen van de buurtplannen. Ook hier geldt dat de wederzijdse verwachtingen helder moeten zijn. Intensieve inwonerparticipatie en -communicatie is nodig voor de (delen van) buurten waar al concretere plannen voor kunnen worden gemaakt (zie hoofdstuk Handelingsperspectief tot 2030). Subdoelen zijn: 1.
2.
Vergroten van kennis a. Over het handelingsperspectief (wat kun je nu al doen?) b. Over subsidies, acties etc. En verwijzing naar bijvoorbeeld Duurzaam Bouwloket (die gemeente inhuurt om advies te geven aan de inwoners van Voorschoten). Vergroten van bewustzijn
Beide worden ondersteund door:
Inzet van communicatiemiddelen: o website www.Voorschoten.nl/Voorschoten-aardgasvrij continu up to date houden o Sociale media (FB, LinkedIn, Instagram, Tiktok etc.) o Papieren media (waar nodig) o Borden bij toegangswegen o Voorschotense Krant o Persoonlijk contact o Evenementen Meten van draagvlak, en vervolgens verhogen van draagvlak o Acties steeds combineren in relatie tot handelingsperspectief 2030 en/of doelstellingen 2050
Aanvullingen transitievisie warmte 1.1 (2024) Van buurtgerichte routekaarten naar uitvoeringsplannen In de TVW 1.0 werd ingezet op een tussenstap tussen de visie zelf en het opstellen van uitvoeringsplannen: de buurtgerichte routekaarten. Deze tussenstap bleek in de praktijk niet nodig. Daarom is besloten direct te beginnen met het opstellen van een uitvoeringsplan voor één van de startbuurten uit de TVW 1.0, de Krimwijk. Een uitvoeringsplan is een plan om de gebouwde omgeving in een gebied aardgasvrij te maken, of als tussenstap ten minste ‘aardgasvrij-ready’. Het is een gedetailleerde uitwerking van de voorkeurs-warmteoplossing. De gemeente heeft hierin de regie, maar een uitvoeringsplan wordt altijd gemaakt sámen met bewoners en partners. Het uitvoeringsplan voor de Krimwijk wordt in 2024 afgerond. Daarna starten we met het opstellen van een uitvoeringsplan voor het cluster ‘Noord-Hofland’. Vastleggen van de warmtetransitie in de omgevingsvisie Het proces voor het opstellen van de omgevingsvisie is begin 2024 gestart. Onderzoek naar lokale alternatieve warmtebronnen is inmiddels afgerond Tijdens het maken van de nieuwe technisch-economische analyse is een bronnenonderzoek uitgevoerd. Dit bronnenonderzoek bouwt op de bronnenanalyse die is uitgevoerd door Holland Rijnland.
Hierin is er gekeken naar de winbaarheid (mogelijkheid om het uit de grond te halen) van aardwarmte (geothermie) en de haalbaarheid van de inzet van restwarmte (WarmtelinQ). Het onderzoek concludeert dat de mogelijke (basislast) warmtevraag voor de hele regio bij elkaar
Pagina 32 van 39
opgeteld in de buurt komt van de optelsom van het mogelijke aanbod van warmte. Er is dus geen overschot aan warmte in de regio. Opstellen warmteprogramma in 2025 en 2026 Zoals eerder beschreven wordt in 2026 het warmteprogramma (voorheen: TVW 2.0) vastgesteld. Dit is het vervolg op de TVW 1.0. In dit programma worden in de doorrekening van de nationale- en eindgebruikerskosten van de warmtetransitie ook kosten- en marktontwikkelingen meegenomen. Zo komt bijvoorbeeld het Planbureau voor de Leefomgeving eind 2024 met een bijgewerkte Startanalyse. Communicatie en participatie Het communicatie- en participatietraject in de eerstvolgende cluster ‘Noord-Hofland’ waar een uitvoeringsplan wordt gemaakt zal uitgebreider zijn dan in de Krimwijk. Dat komt onder andere doordat het hier gaat om het toewerken naar een collectief warmtesysteem. Dat is voor bewoners nieuw en onbekend. Denk aan onbekende apparatuur, een onbekende leverancier en een andere contractvorm die daarbij komt kijken. Daar staat tegenover dat de bewoners van Noord-Hofland voor een minder grote isolatieopgave zullen staan. Dit zou anders zijn als ze overstappen op een individuele elektrische warmtepomp. De communicatie- en participatiedoelen blijven net zoals in TVW 1.0.
Wel voegen we één communicatiemiddel toe aan de lijst, dat is het Platform Voorschoten voor Duurzaamheid (bereikbaar via: voorschotenvoorduurzaamheid.nl). Verder is het goed te vermelden dat de genoemde pagina voorschoten.nl/voorschoten-aardgasvrij ook bereikt kan worden via: voorschoten.nl/aardgasvrij.
Pagina 33 van 39
Bijlage 1 Technische-economische analyse van TVW 1.0 In de eerste helft van 2021 is door CE Delft een technisch-economische analyse opgesteld, waarvan de resultaten een belangrijke inbreng hebben in deze transitievisie warmte. In de technisch-economische analyse zijn de technologische mogelijkheden van kansrijke warmtealternatieven uiteengezet, maar is tegelijk ook gekeken naar de economische haalbaarheid van de betreffende warmteoplossingen. CE Delft heeft op verzoek van de gemeente Voorschoten een technisch-economische analyse uitgevoerd. Dat is gedaan met de geactualiseerde informatie die in 2020 beschikbaar kwam, waaronder de vernieuwde Startanalyse die in het najaar van 2020 is gepubliceerd door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Zoals in de inleiding staat is de transitievisie warmte opgesteld aan de hand van een technischeconomische analyse en een traject van inwonerparticipatie. Over de inwonerparticipatie leest u meer in hoofdstuk 3. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de technisch-economische analyse.
Doelstellingen De technisch-economische analyse van CE Delft moest voldoen aan de volgende doelstellingen: 1. Inventariseren welke warmtebronnen en energiedragers beschikbaar zijn voor de gemeente Voorschoten. 2. Het inschatten van de kosten die de verschillende warmtetechnieken met zich meebrengen. Hierbij is gekeken naar de nationale kosten en de eindgebruikerskosten (toelichting in Tabel 1). 3. Het in kaart brengen van de gevolgen die aardgasvrije warmtetechnieken hebben op woningen, gebouwen, de openbare ruimte en de ondergrondse ruimte. 4. Inventariseren welke kansen er zijn om te starten met de warmtetransitie in de gemeente Voorschoten. 5. Inzicht bieden in welke route in de buurtaanpak mogelijk is om in 2050 aardgasvrij te zijn. 6. Het bieden van een handelingsperspectief voor inwoners van de gemeente Voorschoten voor de periode tot 2030. Tabel 7 - Toelichting op de verschillende kostensoorten Kostensoort
Definitie
Nationale kosten
De totale kosten voor de maatschappij van alle maatregelen die (ergens) nodig zijn om over te stappen op een aardgasvrije warmtetechniek, ongeacht wie die kosten betaalt, exclusief belastingen en subsidies.
Eindgebruikerskosten
Alle kosten die een eigenaar/bewoner of huurder betaalt voor de overschakeling op aardgasvrij verwarmen.
Proces In 2019 is door het Rijk een Leidraad voor het opstellen van de transitievisie warmte beschikbaar gesteld. De Leidraad bestaat uit twee onderdelen, namelijk de ‘Handreiking voor lokale analyse’ van het Expertise Centrum Warmte (ECW) en de ‘Startanalyse’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). In 2020 is vervolgens een update van de Startanalyse aan de gemeente Voorschoten verstrekt. De Startanalyse is gebaseerd op landelijke data en
Pagina 34 van 39
geeft inzicht in de technisch-economische gevolgen van vijf verschillende warmtestrategieën die je kunt toepassen ter vervanging van aardgas. Voor achtergrondinformatie: ga naar de website van het Expertise Centrum Warmte: Infographic Startanalyse - Expertise Centrum Warmte. Om ook op buurtniveau inzicht te krijgen in de (technische en economische) haalbaarheid van de verschillende warmtestrategieën heeft CE Delft een technisch-economische analyse opgesteld. Hierbij heeft nauw overleg plaatsgevonden tussen de gemeente Voorschoten, de provincie ZuidHolland, woningcorporaties, de netbeheerder en vertegenwoordiging vanuit inwoners. De technisch-economische analyse schetst per buurt een tijdpad voor de warmtetransitie, biedt een concreet handelingsperspectief (‘Wat kunt u doen?’), en wordt Voorschoten-breed gekeken naar de beste kansen om te starten met de warmtetransitie. Aan de hand van Figuur 6 is te zien hoe in de technisch-economische analyse toegewerkt is naar de drie belangrijkste eindresultaten (doelstelling 4 t/m 6, in het geel).
Figuur 6 - De opbouw van de technisch-economische analyse
Resultaten Hierna worden per onderdeel de resultaten van de technisch-economische analyse beschreven.
Beschikbare warmtebronnen voor de gemeente Voorschoten In (de regio) Voorschoten zijn verschillende lagetemperatuur (LT-)warmtebronnen beschikbaar, maar de beschikbaarheid van warmtebronnen van hogere temperatuur is nog onzeker. LTwarmtebronnen met potentie in de gemeente Voorschoten zijn aquathermie, zonthermie en lokale restwarmte. Aquathermie is verwarmen (en koelen) door het gebruik van warmte en koude uit water. Dat kan oppervlakte-, afval- of drinkwater zijn. Zonthermie is het gebruiken van de warmte van de zon, voor warm water, om ruimten te verwarmen of om elektriciteit van te maken door opvang via zonnepanelen. Restwarmte is warmte die vrijkomt bij een productieproces en die een bedrijf zelf niet meer kan gebruiken. Meer uitleg over deze warmtebronnen leest u in de bijlage Technische economische analyse. Deze LT-warmte kan met behulp van elektriciteit worden opgewaardeerd naar MT-niveau. De enige warmtebronnen van hogere temperatuur in de regio zijn geothermie en WarmtelinQ+ (industriële restwarmte uit de haven van Rotterdam). De potentie en/of totstandkoming van deze warmtebronnen is echter nog onzeker. Nader onderzoek moet hierover meer duidelijkheid geven. Warmtebronnen van lage temperatuur zijn warmte uit water (aquathermie) en zon(zonthermie). Vaak is voor deze bronnen opslag van warmte in de ondergrond nodig. De
Pagina 35 van 39
mogelijkheid voor deze opslag is beperkt in Voorschoten. Kansrijkheid van lagetemperatuurwarmte in een collectieve oplossing moet op buurtniveau verder worden onderzocht. Groengas en waterstof als energiedrager zijn naar verwachting tot 2030 niet beschikbaar voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Ook na 2030 zijn deze gassen waarschijnlijk alleen een optie als er geen andere reële warmtealternatieven voorhanden zijn. De reden is dat het beperkt beschikbare gas eerst nodig is voor de verduurzaming van andere processen (bijvoorbeeld industrie en zwaar transport). Onderstaande figuur geeft de gedachtegang hierover weer.
Een hybride warmtepomp kan in veel gevallen een aantrekkelijke tussenoplossing zijn voor lastig te isoleren woningen om niet volledig, maar wel verregaand CO2 te kunnen verminderen. De hybride warmtepomp combineert een elektrische warmtepomp met een hrketel op gas. Op momenten dat de hr-ketel bijspringt is als traditioneel fossiel-/aardgas wordt gebruikt de hybride warmtepomp dus nog niet CO2-neutraal. Mochten duurzame gassen in de toekomst toch beschikbaar komen voor het verwarmen van gebouwen, is het mogelijk om met een hybride warmtepomp zonder CO2-uitstoot te verwarmen.
Kosten van de warmtetransitie In de TEA is zowel gekeken naar de kosten van de warmtetransitie voor de maatschappij als geheel (nationale kosten), als naar de kosten voor eigenaar-bewoners (eindgebruikerskosten). Bij die laatste gaat het zowel om de eenmalige kosten voor de techniek en om een woning geschikt te maken (aardgasvrij-ready) voor een duurzame warmtetechniek, als de kosten van de energierekening.
Pagina 36 van 39
De analyse laat een aantal belangrijke zaken zien. Bij zowel de nationale- als de eindgebruikerskosten van de warmtetransitie wordt duidelijk dat het blijven verwarmen op aardgas op dit moment de goedkoopste oplossing is. Dit komt doordat alle infrastructuur al aanwezig is en er niets aan woningen aangepast hoeft te worden. Echter, bij het verbranden van aardgas komt CO2 vrij, daarom past dit niet bij een CO2-neutrale gemeente. Het landelijke uitgangspunt is dat de overstap naar een aardgasvrije warmtetechniek woonlastenneutraal (op de eindgebruikerskosten) moet zijn. Op basis van de doorrekeningen van CE Delft is met de huidige kostensystematiek nog geen warmtealternatief woonlastenneutraal aan te bieden in Voorschoten. Elders in Nederland zijn er wel nu al mogelijkheden om buurten woonlastenneutraal aardgasvrij te maken. Mogelijk zijn in Voorschoten individuele woningen te vinden die woonlastenneutraal gemaakt kunnen worden. Dit detailniveau is echter niet meegenomen in de studie van CE Delft. Subsidies en nieuw landelijk beleid kunnen helpen om de kosten voor gebouweigenaren te verlagen. Subsidies hebben echter geen invloed op de nationale kosten. Landelijk beleid dat effect sorteert op het verlagen van de prijs van de verduurzaming kan wel effect hebben op de nationale kosten.
Betaalbaarheid van de warmtetransitie voor woningeigenaren (eigenaar-bewoners, commerciële verhuurders en woningcorporaties) en huurders is een belangrijk uitgangspunt in de uitwerking van de transitievisie warmte.
Voorkeurswarmtetechniek Technisch gezien zijn er veel verschillende mogelijkheden om van het aardgas af te stappen in de gebouwde omgeving, met verschillende technieken en met verschillende temperaturen. Daarbij wordt over het algemeen onderscheid gemaakt in collectieve oplossingen en individuele oplossingen. Bij collectieve oplossingen stapt meer dan één woning over op een bepaalde techniek, vaak gaat een heel gebied in een keer over. Een voorbeeld van een collectieve oplossing is een warmtenet. Individuele oplossingen kunnen voor iedere woning afzonderlijk worden toegepast. Een voorbeeld daarvan is een warmtepomp. In deze transitievisie warmte wordt onderscheid gemaakt in drie oplossingsrichtingen: 1. Individuele elektrische warmtepompoplossingen 2. Warmtenetten 3. Duurzame bronnen waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande gasnetten Per buurt is door CE Delft een eerste advies over de voorkeurstechniek(en) opgesteld, zie Tabel 8. Dit beeld is tot stand gekomen op basis van de criteria uit het afwegingskader, gecombineerd met specifieke bebouwingskenmerken en de beschikbaarheid van warmtebronnen in een buurt. De criteria uit het afwegingskader zijn: Nationale kosten; Eindgebruikerskosten; Impact openbare en ondergrondse ruimte; Ruimtelijke impact in de woning; Benodigde realisatietijd van de warmtetechnieken.
Dit een voorlopig advies is op basis van technisch-economische criteria. Andere (bijvoorbeeld sociale of organisatorische) overwegingen of beschikbare ruimte in de boven- en ondergrond kunnen ook een rol spelen bij het tot stand komen van een voorkeurswarmtetechniek. Bovendien zullen niet alle gebouwen in een buurt geschikt zijn voor dezelfde warmtetechniek. Vooral wanneer een gebouw sterk afwijkt van de bebouwing in de rest van de buurt, kan een andere warmtetechniek meer voor de hand liggen. Tabel 8 - Buurtkenmerken en voorkeurswarmtetechnieken per buurt Buurtnaam
Voorkeurstechniek(en)
Noord-Hofland
MT-warmtenet — Mogelijk uitbreiding van het warmtenet vanuit Leiden — Potentiële LT-restwarmtebronnen in de buurt aanwezig
Adegeest
MT-warmtenet — Mogelijke restwarmtebron in de buurt: zwembad
Pagina 37 van 39
Toelichting/aandachtspunten
Boschgeest
MT-warmtenet — Geen LT-restwarmtebron in de buurt aanwezig
Bijdorp
MT-warmtenet (stap naar LT mogelijk) — Gelegen naast de Vlietland: grote potentiële bron voor aquathermie
Vlietwijk
MT-warmtenet of elektrische warmtepomp — Beide opties lijken geschikt: overleggen met stakeholders in de buurt — Gelegen naast de Vlietland: grote potentiële bron voor aquathermie
Starrenburg
Starrenburg II: elektrische warmtepomp Starrenburg I: elektrische warmtepomp of MT-warmtenet — Potentiële LT-restwarmtebronnen in de buurt aanwezig Gelegen naast de Vlietland: grote potentiële bron voor aquathermie
Dobbewijk
Onderzoeken of MT-net rendabel kan zijn of groengas — Geen LT-restwarmtebronnen in de buurt aanwezig, wel potentie thermische energie uit drinkwater (TED) — Groengas en waterstof in ieder geval tot 2030 niet beschikbaar Hybride warmtepomp geschikte tussenoplossing
Krimwijk
Nieuwbouw: elektrische warmtepomp Oudere woningen: ‘mee’ met eventueel warmtenet Adegeest
Centrum
Niet één duidelijke voorkeurstechniek — Verder onderzoek nodig
Nassauwijk
Nieuwbouw: elektrische warmtepomp Rest van de buurt: MT-net — Kleine waterloop in noordwesten van de buurt mogelijke bron voor aquathermie
Bloemenwijk
MT- of HT-warmtenet — Eén potentiële LT-restwarmtebron aanwezig Aandachtspunt: smalle straten
Buitengebied
Individuele oplossing: elektrische warmtepomp of gasgestookte oplossing — Groengas en waterstof in ieder geval tot 2030 niet beschikbaar
Beschikbaarheid middentemperatuurwarmtebron belangrijk voor realisatie middentemperatuurwarmtenetten Uit Tabel 8 blijkt dat een groot aantal buurten in Voorschoten een MT-warmtenet als voorkeurstechniek heeft. Zoals gezegd zijn in Voorschoten verschillende LT-warmtebronnen beschikbaar, maar is de beschikbaarheid van warmtebronnen van hogere temperatuur is nog onzeker. Gezien de potentie die we zien voor warmtenetten zal Voorschoten de lokale bronnen nader onderzoeken en werkt, samen met vijf andere gemeenten in de Leidse regio, aan het project WarmtelinQ+ Warmtelinq is een ondergrondse leiding die Gasunie wil aanleggen vanuit Rotterdam om huizen en bedrijven in Zuid-Holland van warmte te voorzien. Warmtelinq+ is het doortrekken van die leiding naar Leiden waardoor onder andere ook Voorschoten aan kan sluiten. De hoofdleiding kan restwarmte van bedrijven, warmte via geothermie (warmte diep uit de bodem (zo’n 2000-2500 meter) en aquathermie (warmte verkregen via oppervlakte-, afval-, of drinkwater) transporteren. Kleinere, nog aan te leggen leidingen, vervoeren de warmte vervolgens naar de huizen en bedrijven.
Mogelijke startbuurt(en) en fasering Bijdorp, Vlietwijk en Krimwijk: kansen om samen te starten met corporaties en huurders
Bijdorp (voorkeurstechniek: MT-warmtenet) lijkt een kansrijke buurt vanwege de realisatietijd van een warmtenet, het hoge aandeel corporatiebezit in de buurt en de leeftijd van het gasnetwerk.
Pagina 38 van 39
Vlietwijk is de buurt met het hoogste percentage corporatiewoningen in Voorschoten en is vanwege deze contracteerbaarheid kansrijk om met de warmtetransitie aan de slag te gaan. Er zijn twee mogelijke voorkeurstechnieken: een MT-warmtenet of warmtepompen. In de Krimwijk is het corporatiebezit ook vrij hoog en een groot deel van de woningen is na 2005 gebouwd. De nieuwere woningen in de buurt zijn kansrijk voor verwarming met een elektrische warmtepomp.
Overige buurten: al wel aan de slag met verduurzaming (handelingsperspectief) De buurten die in latere fases aan de beurt komen, kunnen al wel starten met verduurzamen. De pandeigenaren kunnen hun bezit gaan isoleren. Als richtlijn voor het gewenste isolatieniveau heeft het Rijk een voorstel voor een Standaard en bijbehorende streefwaarden ontwikkeld. Deze standaard geeft aan wanneer uw woning goed genoeg is geïsoleerd om aardgasvrij te worden. Ook kunnen eigenaren hun woning of pand gereedmaken voor een hybride warmtepomp, zodat die kan worden bijgeplaatst bij de huidige hr-ketel, of geplaatst kan worden zodra de hr-ketel aan vervanging toe is. Of dit een nuttige stap is, hangt af van de uiteindelijke warmtetechniek die wordt gekozen voor de buurt en de termijn waarop de buurt gaat overstappen.
Pagina 39 van 39