Bijlage 1 Samenwerkingsovereenkomst maatschappelijke zorg 2023 Leidse regio
Tekst van het document
Ontwerp Samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke zorg 2023 Leidse regio – versie 2 De colleges van de gemeenten Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude Gelet op:
het bepaalde in de Wet basisregistraties personen; het bepaalde in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015; het bepaalde in het Uitvoeringsbesluit Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015; het bepaalde in de Uitvoeringsregeling Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015; het bepaalde in de Wet normering topinkomens; het bepaalde in de Wet tijdelijke huisverbod; het bepaalde in de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling; het bepaalde in de Wet op de langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet; het bepaalde in de artt. 1 en 8, vierde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen; het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb); de besluiten van de raden van de gemeenten in Holland Rijnland tot het verlenen van toestemming aan de colleges en de burgemeesters van deze gemeenten tot het aangaan van de samenwerking en het treffen van deze regeling.
Overwegende dat: a. De gemeenten in Leidse regio willen samenwerken op het terrein van maatschappelijke zorg (hierna maatschappelijke zorg). Deze samenwerkingsovereenkomst sluit aan bij de samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke Zorg Holland Rijnland 2023. Gemeenten voor de lokale taken samenwerken in de subregionale verbanden: a. Duin- en Bolllenstreek: gemeenten Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk en Teylingen. b. Leidse regio: gemeenten Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude. c. Rijnstreek: gemeenten Alphen aan den Rijn, Kaag en Braassem en Nieuwkoop.
b. Met de wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in 2015 de gemeenten verantwoordelijk zijn geworden voor het beschermd wonen (BW) van inwoners met GGZ-problematiek.
2
c. De gemeenten al verantwoordelijk waren voor taken op het gebied van maatschappelijke opvang (MO), verslavingszorg en -preventie (VZ) en OGGZ (bemoeizorg), eveneens Wmotaken.
d. Tot nu toe de gemeenten in de Leidse regio de taken voor BW middels mandaat hebben belegd bij Leiden. Voor BW/MO/VZ/OGGZ beschikt Leiden over het regionale budget conform de Wmo, die zij van het Rijk via een doeluitkering ontvangt.
e. De raden van de gemeenten in Holland Rijnland het ‘Beleidskader Maatschappelijke zorg Holland Rijnland 2017-2025’ in 2016 hebben vastgesteld. Vanuit dit beleidskader voeren de gemeenten in Holland Rijnland met ingang van 1 januari 2023 de taken voor BW en MO/VZ/OGGZ zelf uit. f.
De raden van de gemeenten in Holland Rijnland in 2021 vooruitlopend op de besluitvorming van het rijk hebben besloten de budgetten zowel voor BW als MO door te decentraliseren naar de gemeenten.
g. Voor sommige voorzieningen en doelgroepen het noodzakelijk is de zorg regionaal te blijven organiseren. Er is daarbij sprake van een specifieke ondersteuningsbehoefte die niet lokaal of subregionaal te organiseren of te financieren is. Veelal gaat het om doelgroepen die regionaal klein van omvang zijn en een specialistische ondersteuning behoeven. Dit noemen we de specialistische maatschappelijke zorg. In bijlage 1 is beschreven welke voorzieningen onder specialistische maatschappelijke zorg vallen. Onder lokale maatschappelijke zorg wordt verstaan alle andere taken op het gebied van maatschappelijke zorg die niet behoren tot de regionale maatschappelijke zorg. h. Regionale en subregionale samenwerking en afspraken nodig zijn om toe te kunnen werken naar een stabiele (financiële) situatie waarin vraag en aanbod van voorzieningen in evenwicht zijn en inwoners zorg en ondersteuning krijgen die passend en dichtbij is. i.
Voor de transformatieopgave comfort in de bestuurlijke en ambtelijke samenwerking nodig is overeenkomstig scenario 1a, ‘open luiken met inhoudelijke beheersmaatregelen (elkaar vasthouden op beleidskeuzes) vanuit het AEF-rapport ‘Meer comfort in de regionale afspraken’ van 1 juni 2022, besloten in het portefeuillehoudersoverleg (PHO ) van 15 juni 2022.
j.
De gemeenten in Holland Rijnland de afspraken nader hebben uitgewerkt in een inhoudelijk plan met richtinggevende afspraken, dat is vastgesteld in het PHO van 21 september 2022, rapport Op- en afbouwplan, startfoto 2022, AEF 31 augustus 2022. Deze samenwerkingsafspraken en de bijlagen ook van toepassing zijn voor de gemeenten in de Leidse regio.
k. De gemeente Leiden draagt zorg voor het subregionale budget maatschappelijke zorg van de Leidse regio en de subregionale programma-organisatie. De Leidse regio maakt daarover nadere werkafspraken. Samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke zorg LR 2023 – versie 1.3
3
Besluiten: vast te stellen de Samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke Zorg Leidse regio 2023 (ook wel de regeling).
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Doelstelling 1.1 De doelstelling van de overeenkomst is een gedragen, sluitende en zorgvuldige aanpak voor de doordecentralisatie van de maatschappelijke zorg in de Leidse regio per 1 januari 2023. a. De gezamenlijke voorbereiding en uitvoering van de Transformatie Maatschappelijke Zorg, waaronder het ontwikkelen en realiseren van een Ontwikkelagenda waarin in samenhang wordt gewerkt aan o.a.: - de preventie van dakloosheid, - de benodigde algemene (gesubsidieerde) voorzieningen, - een spreidingsplan van voorzieningen in de Leidse regio om de op- en afbouwopgave te realiseren, - de doorontwikkeling van de lokale toegang. b. De gezamenlijke uitvoering van ondersteunende (reguliere) taken, zoals de monitoring en de subsidieverstrekking. c. Afspraken over de financiën, die betrekking hebben op deze bovengenoemde taken. Artikel 2 Centrumgemeente De gemeente Leiden wordt aangewezen als centrumgemeente in deze regeling. Artikel 3 Voorzieningenniveau 3.1 De gemeenten van de Leidse regio dragen gezamenlijk zorg voor een infrastructuur van preventie, vroegsignalering en laagdrempelige toegang voor inwoners die vallen onder de doelgroep maatschappelijke zorg.
3.2 Gezamenlijk dragen gemeenten van de Leidse regio zorg voor aanbod van integrale ondersteuning en woonvormen danwel voor opvang voor inwoners die behoren tot de doelgroep maatschappelijke zorg. Passend voor de subregio dragen zij zorg voor de op- afof ombouwopgave, zoals afgesproken in de Leidse regio zie bijlage 1 voor de huidige situatie per 2022.
Samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke zorg LR 2023 – versie 1.3
4
Artikel 4 Taken centrumgemeente 4.1 De centrumgemeente taken omvatten: a. Het beheer van het subregionaal budget Maatschappelijke Zorg, volgens de afspraken in bijlage 1 b. De subregionale programma-organisatie zal worden gepositioneerd bij gemeente Leiden. Leiden zal zorgdragen voor de personele taken en de programma-organisatie faciliteren c. Het verstrekken van subsidies voor de gezamenlijke algemene voorzieningen Maatschappelijke Zorg van de Leidse regio.
Artikel 5 Wederzijdse informatieplicht 5.1 De gemeenten in de Leidse regio informeren elkaar actief over gewijzigde wet- en regelgeving, over beleidsvoornemens en te ontwikkelen beleid in de eigen gemeente, in zoverre die informatie van belang is voor de andere gemeenten. 5.2
Als sprake is van vooraf niet te voorziene ontwikkelingen die leiden tot een substantiële stijging of daling van de kosten informeren de gemeenten in de Leidse regio elkaar daarover terstond. Indien nodig maken de gemeenten in de Leidse regio aanvullende afspraken om de effecten van de in dit lid genoemde ontwikkelingen te beheersen en te minimaliseren.
Samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke zorg LR 2023 – versie 1.3
5
Hoofdstuk 2 Overlegstructuur, mandatering, financiering en privacy Artikel 6 Overlegstructuur 6.1 Beleid en (voorgenomen) besluitvorming over de brede maatschappelijke zorgopgave vindt plaats in het Bestuurlijk Overleg Sociaal Domein Leidse regio , voordat besluitvorming in de colleges van burgemeester en wethouders plaatsvindt. 6.2
De colleges van de gemeenten in de Leidse regio dragen zorg voor de besluitvorming over deze samenwerkingsafspraken en gerelateerde gezamenlijke onderwerpen
6.3
Ambtelijke beleidsafstemming en voorbereiding voor besluitvorming vindt plaats in het Programmateam MZ/Wmo en Managersoverleg Sociaal Domein Leidse regio. Het Programmateam MZ/Wmo Leidse regio volgt de (tijdelijke) projectgroep, na de projectfase, op per 2023. De hoofdtaak van het Programmateam is het begeleiden van de transformatie vanaf 1-1-2023. Het Programmateam bestaat uit de medewerkers van de vijf gemeenten en, als voorzitter, een onafhankelijk programmamanager.
6.4
Het Managersoverleg Sociaal Domein Leidse regio heeft een strategisch adviserende rol naar het bestuurlijk overleg, is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van de benodigde capaciteit voor de transformatieopgave en fungeert als ambtelijk opdrachtgever en klankbord naar het Programmateam. Het Managersoverleg bestaat uit de managers Sociaal Domein van de vijf gemeenten . die elkaar periodiek spreken over de bestuurlijke en strategische ontwikkelingen maatschappelijke zorg in de Leidse regio. Bestuurlijke en strategische vraagstukken kunnen door het Programmateam voor advies worden voorgelegd aan het Managersoverleg. Het programmateam wordt in het Managersoverleg vertegenwoordigd door de programmamanager. Indien er verschillen van inzicht zijn, waar het programmateam niet uitkomt, kan opgeschaald worden naar het Managersoverleg. Het Managersoverleg wordt minimaal twee keer per jaar geïnformeerd over de voortgang.
6.5
Minimaal een maal per 2 maanden vindt bestuurlijk overleg plaats over de stand van zaken van de transformatie van de maatschappelijke zorg tussen de gemeenten van de Leidse regio. Ook wordt in het Bestuurlijk overleg de Commissie Maatschappij van de regio Holland Rijnland voorbereid.
Artikel 7 Mandatering en facilitering 7.1 De gemeenten in de Leidse regio dragen er zorg voor dat alle bevoegdheden, die nodig zijn voor het uitvoeren van de taken van centrumgemeente worden gemandateerd dan wel bij machtiging worden verleend aan het college van Leiden, een en ander met inachtneming van het bepaalde in de Gemeentewet en de Awb en hetgeen hierboven is opgenomen met betrekking tot wederzijdse verantwoordelijkheden en taken.
Samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke zorg LR 2023 – versie 1.3
6
7.2
De gemeenten in de Leidse regio dragen er gezamenlijk zorg voor dat alle benodigde faciliteiten, gegevensuitwisselingen en (informatie)voorzieningen, die in het kader van de samenwerking benodigd zijn voor de uitvoering van de regionale toegang, binnen redelijke termijn beschikbaar worden gesteld. Dit geldt visa versa ook voor de centrumgemeente richting de andere gemeenten in de Leidse regio.
Artikel 8 Financieringssystematiek en kosten uitvoering 8.1 In 2023 ontvangt de gemeente Leiden de middelen voor Maatschappelijke zorg (Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang) nog volgens het huidige (oude) rekenmodel vanuit het Rijk. In 2023 zal de gemeente Leiden daarom conform het verdeelmodel, dat door adviesbureau Andersson Elffers Felix in opdracht van de gemeenten in Holland Rijnland is gemaakt, de budgetten overmaken naar de gemeenten in Holland Rijnland. 8.2
De gemeente Leiden zal na de invoering van het landelijke objectieve verdeelmodel Beschermd wonen nog altijd het historische budget Beschermd wonen voor de hele Holland Rijnland regio ontvangen van het rijk en dit conform het verdeelmodel van AEF overmaken aan de gemeenten in Holland Rijnland. Hetzelfde geldt voor de decentralisatie uitkering voor Maatschappelijke opvang. Deze zal tot de doordecentralisatie Maatschappelijke opvang (die door het Rijk is uitgesteld) worden ontvangen door de gemeente Leiden en worden verdeeld over de gemeenten in Holland Rijnland, conform het rekenmodel van adviesbureau Andersson Elffers Felix. Vanaf het moment dat de doordecentralisatie van Beschermd wonen definitief wordt (waarschijnlijk in 2024) zal het historische budget voor Beschermd wonen afnemen en het objectieve budget voor Beschermd wonen toenemen (zie bijlage 4).
8.3
De regionale kosten en verdeling van de regionale budgetten voor Maatschappelijke Zorg zijn uiteengezet in de memo ‘Financiering van regionale kosten en verdeling regionale budgetten’ van 8 juni 2022 door adviesbureau Andersson Elffers Felix, in bijlage 3.
8.4
De vijf gemeenten van de Leidse regio brengen de budgetten Beschermd Wonen, ontvangen van het rijk volgens het objectieve verdeelmodel, en de vanuit gemeente Leiden ontvangen budgetten Beschermd Wonen (historisch) en Maatschappelijke Opvang bijeen in een subregionaal budget Maatschappelijke Zorg, dat beheerd wordt door gemeente Leiden.
8.5
Vanuit dit subregionaal budget Maatschappelijke Zorg worden alle kosten betaald die betrekking hebben op de ontwikkeling en uitvoering van de Maatschappelijke Zorg. Gemeenten kunnen per kwartaal decalaraties indienen en per kwartaal vindt kostenverrekening plaats. Personele uitvoeringskosten worden door de gemeenten vooraf in mindering gebracht op het subregionale budget Maatschappelijke Zorg.
Samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke zorg LR 2023 – versie 1.3
7
8.6
De gemeente Leiden is verantwoordelijk voor de subregionale begroting Maatschappelijke Zorg Leidse regio, conform de indeling van de Memo Financiele Raming Maatschappelijke Zorg Leidse regio 2023-2026 en stelt daarnaast een egalisatiereserve Maatschappelijke Zorg Leidse regio in.
. Artikel 9 Privacy, gegevensuitwisseling en gegevensbewerking 9.1 Op de verwerking en uitwisseling van Persoonsgegevens door de gemeenten in de Leidse regio (hieronder ook verstaande: door deze gemeenten aangewezen derden, waaronder de (gemeentelijke) toegang voor Wmo en Jeugd, waarmee verwerkersovereenkomsten zijn afgesloten), zijn de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Uitvoeringswet AVG (UAVG) van toepassing. Aanvragen en gegevensuitwisseling tussen de gemeenten in de Leidse regio vinden plaats volgens de regels van de AVG en in principe digitaal. 9.2
De gemeenten in de Leidse regio zijn ieder voor zich verwerkingsverantwoordelijk voor de onder deze samenwerkingsovereenkomst uitgevoerde verwerkingen van persoonsgegevens.
9.3
De gemeenten in de Leidse regio zorgen voor passende technische en organisatorische maatregelen om de persoonsgegevens goed te beveiligen, zoals bedoeld in artikel 32 van de AVG. Hiervoor wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van beveiligd versturen van Persoonsgegevens en vertrouwelijke informatie volgens de geldende regels en wordt, waar nodig en toepasselijk, toegang gegeven tot de benodigde registratie- en informatiesystemen.
9.4
Personen die werken voor de gemeenten in de Leidse regio moeten Persoonsgegevens waarmee zij werken geheimhouden.
9.5
De gemeenten in de Leidse regio zijn ieder voor zich verantwoordelijk voor de uitvoering en afhandeling van bij de deelnemende gemeente in kwestie binnen gekomen verzoek(en) m.b.t. artikel 15 t/m 21 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
9.6
De gemeenten in de Leidse regio zijn ieder voor zich verantwoordelijk voor het doen van een melding bij de Autoriteit Persoonsgegevens, en indien van toepassing bij betrokkene(n), op het moment dat bij deze deelnemende gemeente een inbreuk in verband met persoonsgegevens is geconstateerd. Deze melding verloopt ten alle tijden via de betrokken privacy officer.
Samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke zorg LR 2023 – versie 1.3
8
9.7
In de Data Protection Impact Assessment (DPIA) zijn de verschillende verwerkingen van persoonsgegevens en bijbehorende fasering opgenomen die horen bij de uitvoering van de hierboven beschreven dienstverlening met betrekking tot toezicht en handhaving. Ook aanvullende informatie met betrekking tot bijvoorbeeld dataminimalisatie, gegevensbeveiliging en bewaartermijnen is in deze DPIA opgenomen. Gegevensverwerkingen vinden alleen plaats binnen de in deze DPIA beschreven kaders. De werkzaamheden en uitvoering van deze dienstverlening is continu in ontwikkeling, aan de hand van de DPIA wordt jaarlijks gecontroleerd of de uitvoering voldoet aan de (op dat moment) geldende privacy wetgeving. De DPIA is opvraagbaar bij de privacy officer.
Samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke zorg LR 2023 – versie 1.3
9
Hoofdstuk 3 Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing Artikel 10 Wijziging van de regeling 10.1 Iedere deelnemer kan een voorstel doen tot wijziging van de regeling. 10.2
De gewijzigde regeling wordt pas voorgelegd aan de gemeenteraden van de deelnemers, indien alle deelnemers met de gewijzigde regeling akkoord zijn.
10.3
De deelnemers gaan niet over tot wijziging van deze regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden van de deelnemers.
10.4
De gewijzigde regeling treedt in werking op de dag volgend op die waarop deze door de deelnemers bekend is gemaakt, tenzij bij de gewijzigde regeling anders is bepaald.
10.5
Op de wijziging van deze regeling is artikel 19 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
Artikel 11 Toetreding tot de regeling 11.1 Iedere deelnemer kan een voorstel doen tot toetreding van een college en burgemeester van een gemeente aan deze regeling. 11.2
Bij toetreding van een college maken de deelnemers afspraken over een herschikking van de financiële budgetten.
11.3
De toetreding wordt pas ter toestemming voorgelegd aan de gemeenteraden van de deelnemers en de gemeenteraad van het toetredende college en burgemeester als over de toetreding overeenstemming met de andere deelnemers is bereikt.
11.4
Op toetreding tot deze regeling is artikel 19 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
11.5
Naar aanleiding van het toetreden wijzigen de overige deelnemers de regeling, conform artikel 11.
Artikel 12 Uittreding uit de regeling 12.1 Een deelnemer die wenst uit te treden dient dit voornemen schriftelijk kenbaar maken aan de overige deelnemers. 12.2
Een deelnemer besluit tot uittreding nadat zijn raad hiertoe toestemming heeft verleend en dit besluit heeft bekendgemaakt.
Samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke zorg LR 2023 – versie 1.3
10
12.3
Uittreding kan niet eerder plaats vinden dan een jaar na afloop van het kalenderjaar waarin het besluit tot uittreding is genomen.
12.4
Aan de uittreding van een deelnemer zijn kosten verbonden en er dient een financiële afwikkeling te komen.
12.5
Naar aanleiding van het uittreden wijzigen de overige deelnemers de regeling, conform artikel 11.
Artikel 13 Opheffing van de regeling 13.1 De regeling kan worden opgeheven bij gelijkluidend besluit van alle colleges (instemming) van de deelnemers. 13.2
Iedere deelnemende gemeente is bij opheffing van deze gemeenschappelijke regeling gehouden aan de centrumgemeente de financiële verplichtingen te voldoen welke ten laste van de centrumgemeente zijn of zullen blijven ter uitvoering van de taken beschermd wonen en opvang zolang Leiden als centrumgemeente voor die taken is aangewezen. De centrumgemeente is belast met de uitvoering van het besluit zoals genoemd in het eerste lid van dit artikel.
Samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke zorg LR 2023 – versie 1.3
11
Hoofdstuk 4 Overige bepalingen Artikel 14. Inwerkingtreding, looptijd en evaluatie 14.1 De samenwerkingsovereenkomst treedt [per datum] in werking na bekrachtiging door alle gemeenten in de Leidse regio en bekendmaking. 14.2
De overeenkomst loopt na inwerkingtreding tot 1 januari 2029 (6 jaar). Om op tijd een eventuele andere juridische vorm te bepalen voor de samenwerking wordt er in 2027 gestart met een evaluatieproces.
14.3
Na zes jaar is het mogelijk om de samenwerking te stoppen. De financiële consequenties bij eventuele stopzetting worden in kaart gebracht en de gemeenten in de Leidse regio maken dan andere financiële afspraken.
14.4
De gemeenten in Leidse regio hebben de mogelijkheid om binnen de termijn van zes jaar een andere vorm van samenwerking te kiezen en bestuurlijk vast te leggen. De financiële consequenties bij eventuele stopzetting worden in kaart gebracht en de gemeenten in de Leidse regio maken dan andere financiële afspraken.
Artikel 15 Overmacht De gemeente stelt de andere gemeente(n) in de Leidse regio onverwijld op de hoogte van de ontstane overmachtssituatie zoals grote personeelsstakingen en tekorten aan personeel en materieel bij leveranciers. Indien één van de deelnemende gemeenten in de Leidse regio gedurende een periode van meer dan tien werkdagen ten gevolge van overmacht niet kan nakomen c.q. tekortschiet in haar verplichtingen op grond van deze overeenkomst, heeft de andere gemeente het recht na overleg met onmiddellijke ingang maatregelen te treffen in verband met de continuïteit.
Artikel 16 Onvoorziene omstandigheden Indien binnen het kader van de samenwerkingsovereenkomst zich omstandigheden voordoen waarin deze overeenkomst niet voorziet, treden de gemeenten in de Leidse regio met elkaar in overleg en komen zij tot een oplossing.
Artikel 17 Geschillenregeling 17.1 Geschillen over de specialistische maatschappelijke zorg kunnen worden gemeld bij het Regionaal Programmateam Maatschappelijke Zorg Holland Rijnland waarin alle subregio’s ambtelijk zijn vertegenwoordigd. Samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke zorg LR 2023 – versie 1.3
12
17.2
Binnen twee weken na melding van het geschil in het Regionaal Programmateam Maatschappelijke Zorg Holland Rijnland stuurt elke partij zijn zienswijze over het geschil met een oplossingsgericht voorstel aan de andere partij waar het geschil mee is en aan het Programmateam Maatschappelijke Zorg Holland Rijnland. Hierna overleggen partijen zo spoedig mogelijk over de oplossing van het geschil.
17.3
Als het geschil niet in het Regionaal Programmateam Maatschappelijke Zorg Holland Rijnland kan worden opgelost, dan wordt er geëscaleerd naar het Ambtelijke Klankbord Maatschappelijke Zorg voor besluitvorming.
17.4
Wanneer dit niet leidt tot overeenstemming wijst iedere deelnemer een onafhankelijke deskundige aan. De aangewezen deskundigen benoemen gezamenlijk een deskundige die als voorzitter van de adviescommissie optreedt. Het opdrachtgeverschap aan de commissie wordt door de deelnemers gezamenlijk vervuld.
17.5
De kosten voor het optreden van de onafhankelijke deskundige komen voor rekening van de deelnemer, waarvoor deze optreedt.
17.6
De kosten voor het optreden van de gezamenlijk deskundige, die als voorzitter optreedt, zoals bedoeld in het derde lid, worden verdeeld over de deelnemers, waarbij de verdeling naar verhouding van het aantal inwoners is.
17.7
Geschillen die spelen tussen de gemeenten binnen de Leidse regio worden voorgelegd aan het programmateam Leidse regio. Indien in het programmateam geen oplossing wordt gevonden voor het geschil wordt geëscaleerd naar het Managersoverleg Sociaal Domein Leidse regio.
Artikel 18 Overige bepalingen 18.1 De gemeenten in de Leidse regio achten zich jegens elkaar verbonden, waarvoor deze meerjarige samenwerkingsovereenkomst model staat. 18.2
Ingeval een van de deelnemende gemeenten de in deze overeenkomst vastgelegde afspraken niet of onvoldoende naleeft, is hij verantwoordelijk voor de financiële gevolgen die daaruit mogelijk voortvloeien.
18.3
Voor zover niet anders geregeld is het gestelde in het Awb van toepassing op deze overeenkomst.
Artikel 19 Aanwijzing artikel 26 Wgr gemeente
Samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke zorg LR 2023 – versie 1.3
13
Het college van de centrumgemeente is aangewezen om uitvoering te geven aan artikel 26 van de Wgr. Artikel 20 Archivering De archivering van de door de centrumgemeente uitgevoerde taken geschiedt op basis van de bepalingen die de centrumgemeente ook voor haar eigen processen hanteert.
Artikel 21 Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als “Samenwerkingsovereenkomst maatschappelijke zorg Leidse regio 2023”.
Artikel 22 Bijlagen Samenwerkingsovereenkomst maatschappelijke zorg Leidse regio 2023 1. Financiële werkafspraken Leidse regio. 2. AEF-advies Samenwerking in de Leidse regio
Samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke zorg LR 2023 – versie 1.3
14
Aldus vastgesteld door het college van [gemeente] op [datum].
Datum,
Datum,
[naam] [functie]
[naam] [functie]
Samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke zorg LR 2023 – versie 1.3
15
Bijlage 1: Besluitpunten AEF-rapport op- en afbouw Leidse regio 1. De budgetten (historisch en objectief) voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang zoals berekend in het verdeelmodel van AEF voor een periode van 6 jaar samen te voegen tot een gezamenlijk budget. 2. Dit budget onder te brengen bij de gemeente Leiden. 3. De kosten die de zorgaanbieders in rekening brengen bij de individuele gemeenten 3maandelijks te verrekenen met het gezamenlijk budget. 4. De beleidscapaciteit en de toegangsmedewerkers zoals berekend in het Financiële overzicht 2023 onder te brengen bij de individuele gemeenten. 5. De begrote kosten van de genoemde medewerkers bij de individuele gemeenten te laten en in te houden op de storting in het gezamenlijk budget. 6. Vanaf 1.1.2023 een egaliseringsreserve in te stellen met een minimum van 5% en een maximum van 10%. 7. De egaliseringsreserve wordt ondergebracht bij de gemeente Leiden. 8. In de balans van de andere deelnemende gemeenten een vordering op te nemen op basis van het ingebrachte aandeel vanuit het verdeelmodel AEF. 9. De op- en afbouw opgave voor decentrale opvangplekken voor maatschappelijke opvang voor 1 jan. 2024 gerealiseerd te hebben. 10. De op- en afbouw opgave voor beschermd wonen voor 1 jan. 2027 gerealiseerd te hebben. 11.
In de prestatieafspraken met de woningcorporaties in te zetten op realisatie van meer kleine, betaalbare woningen voor uitstroom uit de maatschappelijke zorg. 12. Deze werkafspraken zullen als bijlage toegevoegd worden aan de Samenwerkingsovereenkomst MZ 2023 Leidse regio
Samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke zorg LR 2023 – versie 1.3