Bijlage 1 Omgevingsvisie Voorschoten 2040
Tekst van het document
Omgevingsvisie Voorschoten 2040
91
7. Uitvoering en monitoring
Omgevingsvisie Voorschoten 2040
92
7
7. Uitvoering en monitoring 7.1 Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we uitwerking en vervolg geven aan deze omgevingsvisie. Eerder is al beschreven dat de toekomst van Voorschoten een verantwoordelijkheid is van de gehele samenleving. Zeker niet van de gemeente alleen. Veel ambities realiseren we samen met onze inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, medeoverheden en regionale partners. Samen ontwikkelen we Voorschoten tot het ‘toekomstbestendige groene dorp, met een rijke historie in verbinding met andere gemeenten’ zoals we dat in hoofdstuk 4 hebben benoemd. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe de doorwerking van de omgevingsvisie in de andere Omgevingswetinstrumenten plaatsvindt. En we beschrijven op welke manier we als gemeente de uitvoering van onze ambities zullen monitoren en actualiseren als daar aanleiding toe is.
U I T VO E R I N G E N M O N I TO R I N G
Als gemeente spreken we in de omgevingsvisie onze ambities en doelen uit. Dit helpt om initiatieven ‘van onderaf’ beter te faciliteren, meer gebiedsgericht en van buiten naar binnen werkend. Initiatiefnemers weten immers beter waar we als gemeente op koersen en wat voor ontwikkelingen wenselijk zijn. Dat past goed bij de geest van de Omgevingswet. We zetten in op coalitievorming, we zoeken naar partners om gezamenlijke ambities en doelen te verwezenlijken. We hebben daarbij oog voor de relatie met onze samenwerkingspartners en we moedigen actief burgerschap aan. De sturingsfilosofie gaat overigens niet alleen over de rolneming van de gemeente ten opzichte van de samenleving, maar ook over de rolneming van de raad ten opzichte van het college. Deze omgevingsvisie is in goede wisselwerking tussen college, gemeenteraad en samenleving tot stand gekomen. Ook bij de verdere uitwerking van de omgevingsvisie vinden we de dialoog met de samenleving en de betrokkenheid van de gemeenteraad van groot belang. Het college zal de raad daarom raadplegen over de verdere uitwerking van de omgevingswetinstrumenten en informeren over de monitoring van de voortgang op doelen en ambities.
7.2 Sturingsfilosofie De Omgevingswet is erop gericht om ontwikkelingen mogelijk maken en tegelijkertijd de kwaliteit van de leefomgeving waarborgen. Met onze omgevingsvisie willen we in Voorschoten initiatieven stimuleren en ondersteunen die een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de leefomgeving en brede welvaart.
Omgevingsvisie Voorschoten 2040
93
7
U I T VO E R I N G E N M O N I TO R I N G
7.3 Operationalisering in Omgevingswetinstrumenten
We zien de omgevingsvisie als een dynamisch document dat we als gemeente samen met betrokkenen zullen actualiseren als daar aanleiding toe is.
7.3.1
Omgevingsplan
Relatie met Omgevingswetinstrumenten
De Omgevingswet voorziet in een zestal Omgevingswetinstrumenten waarvan de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de omgevingsprogramma’s de belangrijkste beleidsmatige instrumenten zijn2. De Omgevingswet gaat uit van beleidsontwikkeling op basis van de beleidscyclus. De verschillende instrumenten worden in samenhang ontwikkeld en actief gemonitord en waar nodig aangepast. De omgevingsvisie vormt de eerste stap in deze beleidscyclus (zie figuur 29).
Terugkoppeling
Beleidsontwikkeling Handhaving Monitoring Evaluatie
Omgevingsvisie Programma
Kleine Beleidscyclus Activiteiten Omgevingsvergunning Toezicht
Programma Omgevingsplan
Uitvoering
Volgens de Omgevingswet kent een gemeente één omgevingsplan. De verschillende bestemmingsplannen voor het stedelijk- en het buitengebied, zoals we die kenden voor de omgevingswet, zijn niet meer aan de orde. Onderdelen uit de verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving worden in het omgevingsplan opgenomen. Het omgevingsplan is het enige kerninstrument uit de Omgevingswet dat de burger, bedrijven, andere overheden en de gemeente juridisch bindt. De omgevingsvisie is zelfbindend: ze bindt alleen het bestuursorgaan (bevoegd gezag) dat het document heeft vastgesteld. De omgevingsvisie is zo opgesteld dat de uitwerking naar het omgevingsplan relatief eenvoudig kan plaatsvinden. Daarom hebben we in deze omgevingsvisie de kwaliteiten en beleidsprioriteiten van Voorschoten als geheel - en per deelgebied – opgenomen. Deze worden in het omgevingsplan verder uitgewerkt. In het omgevingsplan zijn de doelen en ambities uit de omgevingsvisie vertaald. Initiatieven die aansluiten op deze doelen en ambities voldoen daarmee aan het omgevingsplan, waardoor verzoeken snel kunnen worden behandeld. Als een initiatief niet blijkt te passen in het omgevingsplan, dan kan hiervan afgeweken worden en kunnen we terugvallen op de uitgangspunten van de omgevingsvisie.
Beleidsdoorwerking
Omgevingsprogramma Figuur 29 - Beleidscyclus van de Omgevingswet
2
De zes Omgevingswetinstrumenten zijn: de omgevingsvisie, het programma, decentrale regels, algemene rijksregels, omgevingsvergunning en het projectbesluit.
Omgevingsvisie Voorschoten 2040
Met de omgevingsvisie stellen we ambities voor de toekomst van Voorschoten en beschrijven we het strategisch beleid dat de realisatie van die ambities moet nastreven. Concretere uitwerking van het strategisch beleid kan op onderdelen nodig en wenselijk zijn. Hiervoor kunnen omgevingsprogramma’s opgesteld worden. De omgevingsprogramma’s geven concrete uitwerking aan belangrijke
94
7
onderdelen van onze omgevingsvisie. De vaststelling van omgevingsprogramma’s is een bevoegdheid van het college. De omgevingsprogramma’s kunnen zowel gebiedsgericht of thematisch van aard zijn.
U I T VO E R I N G E N M O N I TO R I N G
Omgevingswaarden
•
Warmteprogramma (verplicht)
•
Volkshuisvestingsprogramma (verplicht)
•
‘Binnendorpse’ verdichting
Het is mogelijk om in het omgevingsplan voor de gehele gemeente omgevingswaarden vast te leggen. Dit zijn (meetbare) normen of doelen voor de (milieu)kwaliteit van de leefomgeving. Deze kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op de uitstoot van schadelijke stoffen, de productie van geluid of andere vormen van hinder of mogelijke overlast. Vooralsnog zien wij in Voorschoten geen noodzaak om omgevingswaarden te stellen. Mocht in de toekomst blijken dat bepaalde doelen niet worden gehaald dan overwegen we dan alsnog omgevingswaarden vast te stellen in het omgevingsplan. Dit is ook een aspect wat aan bod komt bij de monitoring en evaluatie van deze eerste omgevingsvisie.
•
Ontwikkeling stationsgebieden
Inspiratie- en afwegingskader
Binnen deze omgevingsvisie, zie we op dit moment de volgende omgevingsprogramma’s:
•
Ontwikkelprogramma toekomstbestendige bedrijventerreinen
•
Mobiliteitsaanpak Voorschoten 2040
•
Groenprogramma Voorschoten
•
Programma Klimaatadaptatie
•
Programma Energietransitie
•
Programma kostenverhaal
Omgevingsvisie Voorschoten 2040
De omgevingsvisie is ook op zichzelf ook een instrument voor het toetsen van nieuwe ontwikkelingen. Hierbij hanteren we als gemeente de ‘Ja, mits benadering’ uit de Omgevingswet. De Omgevingswet beoogt enerzijds het beschermen van waarden en anderzijds ruimte bieden voor ontwikkelingen. Dat laatste vraagt om een andere houding van overheden naar burgers en bedrijven met initiatieven. Het is van belang daarbij de balans tussen borgen van kwaliteiten en ruimte bieden voor ontwikkelingen inzichtelijk te maken.
95
7
De volgende beginselen uit de Omgevingswet en afwegingsprincipes uit de NOVI (zie paragraaf 3.5.5 Nationale omgevingsvisie) zijn nuttige algemene kaders: •
het voorzorgsbeginsel;
•
het beginsel van preventief handelen;
U I T VO E R I N G E N M O N I TO R I N G
In paragraaf 3.5 Voorschoten in de regio is gereflecteerd op een aantal belangrijke regionale visies van onze partners. We blijven met onze samenwerkingspartners werken aan belangrijke gemeente-overstijgende regionale opgaven.
7.5 Uitvoering
•
het beginsel dat de vervuiler betaalt;
•
combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;
De gemeente zet zich actief in om de ambities uit deze omgevingsvisie te realiseren. Dat kan in de vorm van een programma, via de juridische vertaling in het omgevingsplan, door het stimuleren van gedrag door subsidies en educatie of door het realiseren van projecten. Na vaststelling van de omgevingsvisie werken we uit welke projecten en processen, die de gemeente heeft lopen of op gaat starten, een relatie hebben met de ambities uit de omgevingsvisie.
•
kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal en;
7.6 Grond en financiën
•
afwenteling wordt voorkomen.
De gemeente kan een faciliterende of een actieve rol spelen bij de realisatie van de omgevingsvisie. Voorschoten hanteert overwegend een faciliterend grondbeleid, maar actief waar mogelijk. Wanneer er sprake is van een particulier initiatief vervult de gemeente een faciliterende rol. De gemeentelijke rol is in dat geval beperkt tot het mogelijk maken van de ontwikkeling. De kosten die hiermee gemoeid zijn worden verhaald op de initiatiefnemer. Wanneer de gemeente kiest voor een actieve rol, dan transformeert zij gronden die in eigendom zijn, om die als bouwgrond uit te geven, om een ontwikkeling op gang te brengen. Waar nodig kan de gemeente ook gronden verwerven met dit doel. De kosten die hiervoor gemaakt worden, worden verdisconteerd in de gronduitgifteprijs. De afweging om een actievere of passievere rol te spelen, wordt gemaakt op basis van de maatschappelijke en/of ruimtelijke doelstellingen en de beschikbare financiële middelen.
• het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden;
Aanvullend op deze algemene kaders geven thematische uitwerking (zie hoofdstuk 5) de afwegingskaders voor de deelgebieden (zie hoofdstuk 6) uit de omgevingsvisie richting aan de beoordeling van initiatieven.
7.4 Lokale en regionale samenwerking Voorschoten is geen eiland en ontwikkelingen in Voorschoten staan natuurlijk niet op zichzelf. Ontwikkelingen bij buurgemeenten of elders in de regio kunnen van invloed zijn op onze gemeente. Daarom werken we actief samen met buurgemeenten, de provincie Zuid-Holland en ketenpartners in regionale samenwerkingsverbanden.
Omgevingsvisie Voorschoten 2040
96
7
Financiële uitvoerbaarheid De gemeente Voorschoten heeft in de omgevingsvisie ambities en opgaven opgenomen waarvoor investeringen nodig zijn. De financiële uitvoerbaarheid hiervan is dynamisch en voortdurend aan verandering onderhevig. Nog niet alle ambities zijn uitgewerkt en we zullen nieuwe projecten formuleren. Ook de daadwerkelijke kosten en opbrengsten van projecten kunnen veranderen op basis van prijsontwikkelingen en aangescherpte eisen en regelgeving. We zullen de financiële uitvoerbaarheid - op basis van nieuwe inzichten en projecten - periodiek evalueren, en zo nodig bij te stellen. Op projectniveau maakt de financiële uitvoerbaarheid deel uit van het omgevingsplan. Kostenverhaal en verevening De ambities en keuzes in deze Omgevingsvisie vragen te zijner tijd om ruimtelijke investeringen. De gemeente zal als trekker van deze maatschappelijke opgaven (een deel zal door andere partijen worden uitgevoerd) delen hiervan bekostigen. Ontwikkelaars van bouwlocaties hebben echter ook profijt van deze investeringen. De gemeente is op grond van de Omgevingswet verplicht om de kosten die zij als gemeente maakt voor een bouwinitiatief, te verhalen op de initiatiefnemers. Dit gebeurt onder meer naar redelijkheid en mate van profijt. Dit heeft bijvoorbeeld betrekking op kosten voor infrastructuur, groen, waterberging of maatschappelijke voorzieningen.
De gemeente is verplicht om kosten die direct samenhangen met het bouwplan te verhalen op de (private) initiatiefnemer. Dit is ‘regulier’ kostenverhaal. De omgevingsvisie biedt ook de mogelijkheid om financiële bijdragen aan bovenwijkse voorzieningen te verhalen. Dit betreft kosten die samenhangen met bredere maatschappelijke doelstellingen. Dit ‘kostenverhaal van financiële bijdragen’ is niet verplicht maar wel mogelijk via beleidsregels die de gemeente kan vastleggen in het omgevingsplan.
Omgevingsvisie Voorschoten 2040
U I T VO E R I N G E N M O N I TO R I N G
De gemeente Voorschoten zal de mogelijkheid onderzoeken om verevening en kostenverhaal in een afzonderlijk, nog op te stellen ‘programma kostenverhaal’ op te nemen.
7.7 Samenhang milieueffectrapportage 7.7.1
Milieubelang
Een milieueffectrapportage (MER) is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten. Het doel van een MER is het milieubelang een volwaardige plaats geven in de besluitvorming bij planvorming en projectontwikkeling. De omgevingsvisie wordt periodiek geactualiseerd en we schatten in dat grotere (projectMER-plichtige) ontwikkelingen met een grote milieu-impact pas op de middellange en langere termijn spelen. Daarom achten we het op dit moment niet nuttig en noodzakelijk om nu al een planMER voor de omgevingsvisie op te stellen. In het kader van het programma ‘Binnendorps verdichten’ zullen concretere keuzes worden gemaakt over onder andere het woningbouwprogramma en planologische en stedenbouwkundige uitgangspunten. In dit traject zal een milieueffectrapportage opgesteld worden. Bij de evaluatie van de omgevingsvisie bekijken we opnieuw het nut en de noodzaak van een milieueffectrapportage.
7.8 Omgevingsvisie, een levend document 7.8.1
Monitoring en evaluatie
Met de omgevingsvisie hebben we de koers voor de inrichting van onze fysieke leefomgeving vastgelegd. De wereld is niet statisch en nieuwe ontwikkelingen zullen zich aandienen. De omgevingswet schrijft geen actualiseringstermijn voor een omgevingsvisie. Het is daarom belangrijk om
97
7
onze omgevingsvisie regelmatig te herijken. Liggen we nog op koers, zijn er nieuwe ontwikkelingen waar we rekening mee moeten houden, halen we onze ambities wel met onze huidige aanpak? Daarom werken we een monitoringssysteem uit waarmee we zicht houden op de voortgang van onze koers. We kiezen als gemeente voor een jaarlijkse evaluatie van de omgevingsvisie. In die evaluatie brengen we in beeld welke vraagstukken en opgaven in de nabije toekomst een actualisatie van de omgevingsvisie wenselijk maken. Het monitoren van de voortgang van de omgevingsvisie stemmen we af met het monitoren van het Beleidsplan Sociaal Domein om te bevorderen dat we de keuze van indicatoren en acties vanuit het sociale en het fysieke domein zoveel mogelijk in samenhang uitwerken.
7.8.2
U I T VO E R I N G E N M O N I TO R I N G
omgevingsvisie (en uitwerkingen) en van een ambtelijke organisatie die dan een ontwikkeling heeft doorgemaakt naar meer integraal werken. In een volgende versie van de omgevingsvisie zullen we verder gaan in het daadwerkelijk opstellen van een integrale visie waarin (nieuw) strategisch ruimtelijk beleid wordt geïntegreerd met sectorale thematische, gebiedsgerichte of opgavegerichte uitwerkingen.
Naar een volledig integrale omgevingsvisie
Met deze eerste omgevingsvisie voor de gemeente Voorschoten hebben we een stap gezet naar strategische beleidsintegratie. Het uiteindelijke doel is dat deze visie de centrale plek wordt voor al het gemeentelijk strategisch ruimtelijk beleid. Dat betekent dat vanaf nu geen andere thematische visies (met ruimtelijke relevantie) meer als losstaand beleid worden vastgesteld. Om de beleidsintegratie te realiseren zien we de omgevingsvisie als een ‘levend’ document dat indien nodig kan worden aangepast. In deze eerste omgevingsvisie hebben we alle ruimtelijke thema’s en de verschillende (bestaande) sectorale beleidstrajecten en ontwikkelingen met elkaar verbonden. Daarmee is een belangrijke eerste stap gezet naar een daadwerkelijk integrale aanpak van ruimtelijke/maatschappelijke opgaven. De volgende stap bestaat enerzijds uit het integraal uitwerken van de omgevingsprogramma’s die volgen uit de visie. En anderzijds uit het voornemen om bij de herziening van de omgevingsvisie (advies is over een jaar of vier) de ambitie voor een integrale visie daadwerkelijk te realiseren. Daarbij kan worden geprofiteerd van de ervaringen van de huidige
Omgevingsvisie Voorschoten 2040
98
Bijlage 1 OMGEVINGSVISIE VOORSCHOTEN 2040 PARTICIPATIETRAJECT
Omgevingsvisie Voorschoten 2040
99
OMGEVINGSVISIE VOORSCHOTEN 2040 PARTICIPATIETRAJECT
April 2025
1