CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota schuldenbeheersing 2022

Commissie Burger & Bestuur Voorschoten 23 juni 2022, gemeente voorschotenBij agendapunt: Nota schuldenbeheersing 20224.087 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota schuldenbeheersing

Voorjaar 2022

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding ............................................................................................................................. 2 Hoofdstuk 2. Kaders en uitgangspunten ................................................................................................. 3 2.1 Kaders ............................................................................................................................................ 3 Wettelijke kaders............................................................................................................................. 3 Financiële kengetallen ..................................................................................................................... 3 Netto schuldquote........................................................................................................................... 3 Beoordeling schuldenplafond ......................................................................................................... 4 Ontwikkelingen................................................................................................................................ 4 2.2. Uitgangspunten ............................................................................................................................ 4 Hoofdstuk 3.

Schulden en financiële positie ........................................................................................... 5 3.1 Schulden ........................................................................................................................................ 5 3.2 Schuldontwikkeling en ambities in beeld ...................................................................................... 6 3.3 Renterisico ..................................................................................................................................... 6 Hoofdstuk 4. Beleidskader ...................................................................................................................... 8 4.1. Huidig kaders schuldenbeheersing............................................................................................... 8 4.2 Voorstel kaders schuldenbeheersing ............................................................................................ 8 4.3 Ontwikkeling op basis van scenario 1 ......................................................................................... 10 4.4 Ontwikkeling op basis van scenario 2 ......................................................................................... 11 4.4. Afwegingen en Advies ................................................................................................................ 11

Bijlage 1. Balansprognose en kapitaallasten ......................................................................................... 13

1

Hoofdstuk 1. Inleiding In 2018 is de nota schuldenbeheersing opgesteld naar aanleiding van een aangenomen motie ‘Schuldreductie’ bij de behandeling van de begroting 2018. In de motie werd het college verzocht om ten behoeve van besluitvorming door de gemeenteraad een beleidskader voor de schuldreductie te ontwikkelen waarbij nadrukkelijk een relatie wordt gelegd tussen de ontwikkeling van de schuldpositie en het voorzieningenniveau van de gemeente. Met de nota schuldenbeheersing heeft de raad kaders vastgesteld waardoor er goede afwegingen gemaakt worden tussen de schuldpositie enerzijds en een passend voorzieningenniveau anderzijds. De relatie tussen beiden is zodanig dat nieuwe voorzieningen (investeringen) leiden tot een hogere schuldpositie. In dat kader wordt gesproken van een gezonde schuldenbeheersing die past bij de voorzieningen die gewenst zijn binnen onze gemeente. De raad heeft ook besloten dat deze nota eens per vier jaar herzien dient te worden. De actualisatie en doorontwikkeling van dit beleid vindt u dan ook in deze nota. In deze nota schuldenbeheersing worden verschillende aspecten, die met de financiering van de gemeentelijke activiteiten samenhangen besproken. Hoofdstuk 2 beschrijft de actuele kaders, definities en uitgangspunten. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de schulden in relatie tot de balans.

Hoe ontstaan schulden en hoe verhouden die zich tot de balans van de gemeente (financiële positie)? In hoofdstuk 4 komt het beleidskader aan bod en worden er twee scenario’s aan de raad voorgelegd. Wat zijn ontwikkelingen uit het verleden en welk perspectief geeft de laatst vastgestelde begroting? Daarbij wordt de raad gevraagd te besluiten over de nieuwe normering.

2

Hoofdstuk 2. Kaders en uitgangspunten 2.1 Kaders Wettelijke kaders Op basis van artikel 212 van de Gemeentewet zijn gemeenten verplicht een financiële verordening te hebben. In deze financiële verordening zijn de financiële beleidskaders vastgelegd door de raad. Daarin staan onder andere regels over de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie. Ook kent de gemeente een Treasurystatuut. Deze is in 2021 geactualiseerd en vastgesteld door de raad. Hierin zijn de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen, limieten, bevoegdheden en de administratieve organisatie voor het aantrekken en verstrekken dan wel beleggen van gelden opgenomen. Naast de gemeentewet en het BBV is aanvullende wet- en regelgeving van toepassing op de financiering van gemeenten zoals: • • • • • • •

de Wet financiering decentrale overheden (FIDO); het Besluit inwerkingtreding Wet financiering decentrale overheden; de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden; de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden; het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden; de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden; de wet houdbare overheidsfinanciën (HOF).

Deze wettelijke kaders bieden richtlijnen waarbinnen een gemeente dient te acteren, financieringsrisico’s worden daarmee zoveel mogelijk beperkt.

Financiële kengetallen Sinds 2017 zijn gemeenten verplicht een vijftal financiële kengetallen op te nemen in de begroting en jaarrekening. Kengetallen geven een bepaalde mate van inzicht in de financiële positie van een gemeente. Het gaat daarbij echter wel om een momentopname. Schulden kunnen in korte tijd aanzienlijk dalen, bijvoorbeeld door verkoop van gronden of door incidentele meevallers. Het is daarom van belang de ontwikkeling in perspectief van meerdere jaren te plaatsen. Binnen het kader van schuldenbeheersing is vooral de netto schuldquote van belang. Dit is hieronder nader toegelicht.

Netto schuldquote Voor de netto schuldquote wordt de volgende definitie gehanteerd: “De mate waarin de schuld van de gemeente met het inkomen kan worden gedragen”. De netto schulden zijn gedefinieerd als de som van de langlopende schulden, kortlopende schulden en overlopende passiva. Daarop zijn in mindering gebracht de kortlopende vorderingen en uitzettingen, liquide middelen, overlopende activa en langlopende uitzettingen. Voor de omvang van de exploitatie wordt uitgegaan van de baten voor bestemming, en exclusief mutaties in de reserves. Vanuit de VNG wordt een schuldquote tussen 100% en 130% als ‘matig’ aangeduid omdat dit kengetal een indicatie is van de mate waarin de rentelasten op de exploitatie drukken. Het is daarmee een indicatie van de ‘terugbetalingscapaciteit’. Hoe lager het percentage des te geringer het beslag op de exploitatie en des te waarschijnlijker dat de vreemd vermogen-positie wordt afgebouwd. Een netto schuld als aandeel van de exploitatie hoger dan 130% wordt als niet wenselijk beschouwd. Dat leidt tot te grote (rente)risico’s. Een fors deel van de inkomsten wordt dan uitgegeven aan rentebetalingen op schulden. De VNG adviseert dan ook om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen.

3

Beoordeling schuldenplafond De financiële vermogenspositie van gemeenten wordt mede op basis van de omvang van de schulden beoordeeld. De gewenste vermogensstructuur is niet voor iedere gemeente gelijk. Het is daarom van belang op basis van een eigen risicoprofiel hier beleid op vast te stellen. In 2018 is de raad hiermee gestart en heeft zij een netto schuld quote van 100% als grens genomen; deze heeft zich destijds vertaald in een absoluut schuldenplafond van € 53 miljoen.

Ontwikkelingen De commissie BBV heeft in september 2020 in de notitie ‘Meerjarig financieel inzicht voor de raad’ aangegeven dat het sturen op de financiële positie in ontwikkeling is. De commissie BBV adviseert het inzicht te vergroten door te werken met trendanalyses en niet alleen met momentopnamen. In deze actualisatie van de nota schuldenbeheersing worden dan ook met name de trendlijnen van de ontwikkeling van de schulden en de investeringen in beeld gebracht. Daarin zijn zowel het verleden, heden en de toekomstige verwachtingen meegenomen.

2.2. Uitgangspunten Voor deze nota is de meerjarenbegroting 2022 inclusief de daarin opgenomen balansprognose (zie bijlage 1 van deze nota) als uitgangspunt gehanteerd. Binnen de meerjarenbegroting gaan we er van uit dat vrijvallende kapitaallasten ingezet worden voor vervangingsinvesteringen en dat nieuwe beleidswensen leiden tot hogere investeringen en bijbehorende hogere schulden. In de meerjarenbegroting wordt daar rekening mee gehouden. De realisatie wil nog wel eens lager uitvallen omdat niet alle geplande investeringen gerealiseerd (kunnen) worden. Aan de balansprognose uit de meerjarenbegroting 2022-2025 zijn de gewijzigde investeringsvolumes vanuit de Kadernota 2023-2026 toegevoegd. Voor een vervangingsinvestering geldt dat deze als vervangingsinvestering wordt beschouwd zo lang de kapitaallast nog beschikbaar is in de begroting. Daarmee is er dekking, voor de vervanging, binnen de begroting. De oude kapitaallasten worden opgevolgd door de nieuwe kapitaallasten. Zijn de kapitaallasten reeds vrijgevallen of is de nieuwe investering duurder, dan wordt de herinvestering of het hogere investeringsbedrag als ‘nieuwe investering’ gezien. Deze lasten leggen namelijk een nieuw beslag in de begroting. Bijvoorbeeld bij vervanging van een gebouw dat in 40 jaar is afgeschreven en pas na 50 jaar wordt vervangen: de kapitaallasten zijn na 40 jaar vrijgevallen.

De vervanging 10 jaar later leidt dan tot nieuwe kapitaallasten. De investering wordt als ‘nieuwe investering’ gezien. De (vervangings)investeringen in de kapitaalgoederen maken onderdeel van het investeringsvolume. Een deel van deze investeringen zijn benodigd om de kapitaalgoederen op een voldoende niveau houden. Tijdig investeren kan nodig zijn om kapitaalvernietiging als gevolg van uitgesteld onderhoud danwel vervanging te voorkomen. Periodiek dient beoordeeld te worden of er een (aanvullend) investeringsvolume benodigd is om de kapitaalgoederen op het (door de raad) vastgestelde kwaliteitsniveau te behouden. Wat betreft de ontwikkeling van de grondexploitaties wordt uitgegaan van de meest recente en vastgestelde Meerjaren Prognose Grondexploitatie (MPG). Het MPG wordt jaarlijks bij het opstellen van de jaarrekening geactualiseerd.

4

Hoofdstuk 3. Schulden en financiële positie 3.1 Schulden De treasuryfunctie zorgt ervoor dat de gemeente altijd over voldoende liquide middelen beschikt om haar activiteiten te betalen. Dit doet de gemeente door aanvullend op de inkomsten, indien noodzakelijk, vreemd kapitaal aan te trekken. Bij een overschot aan liquide middelen moeten deze middelen op een veilige manier worden uitgezet. Dat houdt in dat alle liquide middelen boven de € 250.000 automatisch bij het Rijk worden uitgezet. Voor een goede behoefteraming is inzicht in de toekomstige kasstromen nodig. De ontwikkeling van de financiële positie is van groot belang voor de houdbaarheid van de gemeentefinanciën. Het is daarom verstandig de treasuryfunctie niet als een losstaande taak te zien, maar integraal te betrekken bij het financiële beleid. De ontwikkeling van de financiële positie is tevens van belang voor het Rijk in verband met naleving van de EMU-vereisten uit het Europees Verdrag en het Stabiliteitspact. Daaruit volgt ook het EMU-saldo van de gemeente. Globaal gezien kan het opnemen van nieuwe leningen plaatsvinden voor: -

Nieuw te plegen investeringen Voor het realiseren van een ‘goed’ dat een meerjarig nut heeft en onder de activa van de gemeente geactiveerd en afgeschreven wordt. Hier vallen ook investeringen onder waarvoor in de meerjarenbegroting geen dekking is opgenomen. Voorbeelden zijn de bouw van een nieuw gemeentehuis, een nieuw zwembad, een nieuwe rotonde of een onderwijslocatie waarvoor geen dekking is opgenomen in de meerjarenbegroting.

-

Grondexploitatie Voor het opbouwen en ontwikkelen van grondvoorraad is (tijdelijk) geld nodig.

-

Exploitatie tekorten Als er sprake is van een tekort op de reguliere exploitatie kan dit leiden tot een liquiditeitsbehoefte. Dit kan ook voortkomen uit het inzetten van reserves en voorzieningen voor het dekken van (incidentele) lasten.

Indien de gemeente een sluitende (meerjaren)begroting heeft, zal er niet snel sprake zijn van een liquiditeitsbehoefte als gevolg van een exploitatietekort. Bij de meeste gemeenten nemen de schulden toe als gevolg van de eerste twee punten: investeringen en grondexploitatie. Het is daarom van belang om de schuldontwikkeling in relatie tot de investeringsontwikkeling en de ontwikkeling van grondexploitatie te beschouwen.

5

3.2 Schuldontwikkeling en ambities in beeld In onderstaande grafiek ziet u de ontwikkeling van de schulden en de investeringen (inclusief grondexploitatie). U ziet verleden, heden en toekomstige verwachtingen in één beeld terug. Daarbij wordt uitgegaan van de uitgangspunten zoals die hiervoor zijn benoemd.

Figuur 1: De ontwikkeling van de schuld- en investeringspositie. In bovenstaande figuur is onder Investeringen opgenomen het totaal van (im)materiële vaste activa, financiële vaste activa en de voorraad bouwgronden. Voor de schulden is het totaal aan schulden (kort en langlopend) opgenomen. Dit is exclusief de banksaldi, vorderingen en overlopende activa / passiva. In figuur 1 is te zien dat zowel de schulden als ook de investeringen zijn afgenomen vanaf 2018 t/m 2021. De ambities die gelden, voor de jaren 2022 en verder, leiden tot een verhoging van de bezittingen en tegelijk tot een toename van de schuldpositie. De gewenste investeringen (voorzieningen) worden in samenhang met de schuldpositie weergegeven.

3.3 Renterisico De nieuw aangetrokken leningen komen veelal voort uit een investeringsbeslissing of een vastgestelde grondexploitatie. In beide gevallen is beoordeeld of de investering past binnen de gestelde kaders. Een grondexploitatie wordt normaliter alleen geopend bij een positief te

6

verwachten resultaat. Dit betekent dat de rentelasten opgenomen zijn in de begroting en dat het de verwachting is dat de grondexploitatie per saldo een positief effect heeft op de schuldpositie Voor investeringen geldt dat de financiering en de afschrijvingstermijnen niet gelijk hoeven te lopen, omdat bij de gemeente sprake is van totaal financiering. Dat betekent dat de lening een andere looptijd heeft dan de gemiddelde afschrijvingstermijn van de investeringen. De afschrijvingstermijn is in de meeste gevallen langer dan de gemiddelde looptijd van een nieuw op te nemen lening. De huidige rentestand is zeer laag. Het is onzeker hoe de rente zich de komende jaren ontwikkelt. Bij herfinanciering leidt dit tot een renterisico. Om het renterisico bij herfinanciering te beperken verdient het de aanbeveling een leningenportefeuille met een gespreide looptijd aan te houden. In de paragraaf financiering van de begroting en jaarrekening is de informatie opgenomen over het renterisico middels de renterisiconorm en het voldoen daaraan. Daarbij is ook informatie opgenomen ten aanzien van de schuldennorm. In de te gebruiken normering zal een relatie moeten zijn met de absolute omvang van de schulden en het tempo waarin de schulden toenemen.

7

Hoofdstuk 4. Beleidskader 4.1 Huidig kaders schuldenbeheersing In de laatst vastgestelde nota schuldbeheersing heeft u de volgende normeringen vastgesteld: 1.

De omvang van de schulden gerelateerd aan de inkomsten van de gemeente, de netto schuldquote, wordt vastgesteld op maximaal 100%. In 2018 is dit vastgesteld op de absolute grens van € 53 miljoen.

2.

Er mag per jaar maximaal € 100.000 aan nieuwe kapitaallasten bijkomen. Nieuwe kapitaallasten zijn exclusief vervangingsinvesteringen en investeringen in het gesloten systeem.

Met deze twee limieten wordt een fasering van investeringen bewerkstelligd en is er geen sprong in de schuldenomvang mogelijk. Hierbij moet worden opgemerkt dat de absolute grens van € 53 miljoen niet mee veranderd. De toename van de kapitaallasten werkt beperkend ten aanzien van het investeringsvolume, ook als er investeringen doorschuiven naar een volgend jaar. In dat laatste geval is de beperking niet persé gewenst. In de nota van 2018 is gewerkt met een absoluut bedrag van € 53 miljoen als limiet. Daarmee zou de 100% netto schuldquote niet overschreden worden. Het percentage is gerelateerd aan de inkomsten (voor mutaties reserves), dat wil zeggen dat bij een netto schuldquote van 100% de schulden niet hoger mogen zijn dan het niveau van de inkomsten. Bij een stabiel inkomen kan er gewerkt worden met een vast bedrag als limiet. Echter, op het gebied van de gemeentefinanciën spelen diverse onzekerheden onder ander op het gebied van accressen en herverdeling, waardoor de inkomsten de komende jaren kunnen fluctueren. Door met een vast bedrag te werken bestaat het risico dat een te hoge of een te lage limiet wordt aangehouden. Wij stellen daarom voor om als kader de limiet vast te stellen op de netto schuldquote in plaats van een absoluut bedrag.

4.2 Voorstel kaders schuldenbeheersing Voorgesteld wordt om meer flexibiliteit aan te brengen en de normering aan te passen. Daartoe zijn twee scenario’s uitgewerkt: Scenario 1: De huidige norm van 100% netto schuldquote voortzetten. In dit scenario zijn de volgende normeringen gehanteerd: 1. De schuldennorm relateren aan 100% netto schuldquote en dit als volgt te faseren: o < 90% netto schuldquote = groen, dit betekent dat er geen beperkingen zijn en dat vervangingsinvesteringen en gesloten systeem investeringen kunnen plaatsvinden. o 90 – 100% netto schuldquote = oranje, een verhoogd risico waarbij er nog wel investeringen kunnen plaatsvinden. De investeringen worden opnieuw afgewogen (inclusief de vervangingsinvesteringen en gesloten systeem investeringen). Daarbij zullen investeringen vanuit een wettelijke taak voorrang krijgen op investeringen waarop veel beleidsvrijheid is. o > 100% netto schuldquote = rood, in principe vinden er geen investeringen plaats, ook geen vervangingsinvesteringen tenzij de investeringen noodzakelijk zijn om het minimale niveau van dienstverlening aan burgers en bedrijven te kunnen blijven bieden (bijv. instandhouding rioleringsstelsel).

8

2. De toename van de kapitaallasten van maximaal € 400.000 voor de raadsperiode 2023-2026 (exclusief vervangingsinvesteringen en investeringen in gesloten systeem, zoals riolering). Dit geeft over de jaren heen meer flexibiliteit, en het resultaat op het einde van de raadsperiode blijft gelijk. Hierdoor wordt de toename niet strikt per jaar vastgezet op € 100.000 zodat investeringen die een vertraging oplopen in enig jaar wel door kunnen gaan zolang het past binnen de maximale toename voor vier jaar. Scenario 2: De norm vaststellen op 130% netto schuldquote. In dit scenario zijn de volgende normeringen gehanteerd: 1. De schuldennorm relateren aan 130% netto schuldquote en dit als volgt te faseren: o < 100% netto schuldquote = groen, dit betekent dat er geen beperkingen zijn en dat vervangingsinvesteringen en gesloten systeem investeringen kunnen plaatsvinden. o 100 – 130% netto schuldquote = oranje, een verhoogd risico waarbij er nog wel investeringen kunnen plaatsvinden. De investeringen worden opnieuw afgewogen (inclusief de vervangingsinvesteringen en gesloten systeem investeringen). Daarbij zullen investeringen vanuit een wettelijke taak voorrang krijgen op investeringen waarop veel beleidsvrijheid is.

o > 130% netto schuldquote = rood, in principe vinden er geen investeringen plaats, ook geen vervangingsinvesteringen tenzij de investeringen noodzakelijk zijn om het minimale niveau van dienstverlening aan burgers en bedrijven te kunnen blijven bieden (bijv. instandhouding rioleringsstelsel). 2. De toename van de kapitaallasten van maximaal € 400.000 voor de raadsperiode 2023-2026 (exclusief vervangingsinvesteringen en investeringen in gesloten systeem, zoals riolering). Dit geeft over de jaren heen meer flexibiliteit, en het resultaat op het einde van de raadsperiode blijft gelijk. Hierdoor wordt de toename niet strikt per jaar vastgezet op € 100.000 zodat investeringen die een vertraging oplopen in enig jaar wel door kunnen gaan zolang het past binnen de maximale toename voor vier jaar.

9

4.3 Ontwikkeling op basis van scenario 1 Op basis van de begroting 2022 is de verwachting weergegeven in figuur 2. In deze begroting is rekening gehouden met de actuele nieuwe investeringswensen vanuit de Kadernota 2023-2026.

Figuur 2: De ontwikkeling van de schuld- en investeringspositie met scenario 1 normering. In bovenstaande figuur is onder Investeringen opgenomen het totaal van (im)materiële vaste activa, financiële vaste activa en de voorraad bouwgronden. Voor de schulden is het totaal aan schulden (kort en langlopend) gebruikt. Daarnaast is een norm prognose aangegeven voor de schuldpositie t.a.v. 90% en 100% netto schuldquote. Ruimte ten opzichte van de Meerjarenbegroting 2022-2025 (inclusief gewijzigd investeringsvolume vanuit Kadernota 2023-2026). -

-

Op basis van het schuldenplafond van 90% netto schuldquote is er nog investeringsruimte in deze periode van bijna € 10 miljoen in 2025. Ten opzichte van 100% netto schuldquote bedraagt de ruimte in 2025 nog ruim € 16 miljoen. Aan begrote kapitaallasten is voor de periode 2022-2025 een toename begroot van € 387.000 (zie bijlage 1). Dit scenario geeft aan dat de afschrijvingen binnen het kader van € 400.000 uitkomen (exclusief gesloten systeem investeringen en vervangingsinvesteringen).

10

4.4 Ontwikkeling op basis van scenario 2 Op basis van de begroting 2022 is de verwachting weergegeven in figuur 3. In deze begroting is rekening gehouden met de actuele nieuwe investeringswensen vanuit de Kadernota 2023-2026.

Figuur 3: De ontwikkeling van de schuld- en investeringspositie met scenario 2 normering. In bovenstaande figuur is onder Investeringen opgenomen het totaal van (im)materiële vaste activa, financiële vaste activa en de voorraad bouwgronden. Voor de schulden is het totaal aan schulden (kort en langlopend) gebruikt. Daarnaast is een norm prognose aangegeven voor de schuldpositie t.a.v. 100% en 130% netto schuldquote. Ruimte ten opzichte van de Meerjarenbegroting 2022-2025 (inclusief gewijzigd investeringsvolume vanuit Kadernota 2023-2026). -

-

Op basis van het schuldenplafond van 100% netto schuldquote is er nog investeringsruimte in deze periode van ruim € 16 miljoen in 2025. Ten opzichte van 130% netto schuldquote bedraagt de ruimte in 2025 nog ruim € 36 miljoen. Aan begrote kapitaallasten is voor de periode 2022-2025 een toename begroot van € 387.000 (zie bijlage 1). Dit scenario geeft aan dat de afschrijvingen binnen het kader van € 400.000 uitkomen (exclusief gesloten systeem investeringen en vervangingsinvesteringen).

4.4 Afwegingen en Advies De twee scenario’s wijken af op het vlak van de grens op de netto schuldquote: maximaal 100% of 130%. De netto schuldquote geeft indirect een antwoord op de vraag of de schuldverplichtingen ook

11

in de toekomst gedragen kunnen worden met het inkomen. Een hoge netto schuldquote geeft aan dat bij een recessie de druk van de schuldverplichtingen op de exploitatie-uitgaven hoog kan oplopen. De VNG hanteert voor de netto schuldquote een rode signaalwaarde als deze boven de 130% uitkomt. Als deze waarde tussen de 100% en 130% uitkomt stelt de VNG het signaal op oranje. Deze signaalwaarden geven aan dat er sprake is van een hoger risico voor een hoge schuldendruk. Scenario 2 sluit hierbij aan, mede hierdoor is scenario 2 te overwegen. Het scenario dient mede afgewogen te worden in een breder kader van de financiële huishouding: is er sprake van een sluitende meerjarenbegroting, voldoet de gemeente aan de renterisiconorm, behoudt de gemeente voldoende financiële weerbaarheid? Dit dient jaarlijks bij de opstelling van de begroting betrokken te worden.

Het voorstel is om de kaders voor de komende vier jaren vast stellen op basis van scenario 2. Afwegingen die daarin meespelen zijn onder andere de normeringen die de VNG aanreikt op dit terrein en de investeringen die voor latere jaren nog niet meegenomen zijn in de meerjarenbegroting 2022 en Kadernota 2023-2026 (zoals Sporthal en Integraal Kindcentrum). Concreet is het voorstel om de volgende kaders vast te stellen: 1. De schuldennorm relateren aan netto schuldquote en dit als volgt te faseren: a. < 100% netto schuldquote = groen, dit betekent dat er geen beperkingen zijn en dat vervangingsinvesteringen en gesloten systeem investeringen kunnen plaatsvinden. b. 100 – 130% netto schuldquote = oranje, een verhoogd risico waarbij er wel investeringen kunnen plaatsvinden, maar dat de vervangingsinvesteringen en gesloten systeem investeringen ook afgewogen dienen te worden. c. > 130% netto schuldquote = rood, in principe vinden er geen investeringen plaats, ook geen vervangingsinvesteringen tenzij dit leidt tot onveilige situaties.; 2. De toename van kapitaallasten maximeren op € 400.000 voor de raadsperiode 2023-2026 (exclusief vervangingsinvesteringen en investeringen in gesloten systeem, zoals riolering). Daarbij de mogelijkheid te bieden om bij de begroting een voorstel te kunnen doen om het kader te herzien op basis van prijsontwikkelingen en/of begrotingsvolume.

12

Bijlage 1. Balansprognose en kapitaallasten In onderstaande tabel is de balansprognose, waarvan 2018-2021 op basis van werkelijke cijfers en 2022-2025 op basis van begrote cijfers, opgenomen. Meerjarenbalans (31/12 ) ACTIVA Immateriele vaste activa Bijdrage aan activa in eigendom van derden Materiele vaste activa Volgens staat C Financiele vaste activa Aan woningbouwcorporaties Overige langlopende leningen u/g Deelnemingen Voorraden MPG Uitzettingen <1 jaar Vorderingen openbare lichamen R/C Rijk Overig Liquide middelen Overlopende activa afronding Totaal Activa/investeringen

2018 Werkelijk

PASSIVA Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Onverdeeld resultaat Vreemd vermogen Voorzieningen Vaste geldleningen Kortlopende schulden <1 jaar Banksaldi Overige schulden Overopende passiva afronding Totaal passiva/financiering

2019 Werkelijk

2020 Werkelijk

2021 Werkelijk

2022 Begroot

2023 Begroot

2024 Begroot

2025 Begroot

9.000

9.000

9.000

9.000

9.000

8.700

8.400

8.100

56.159

55.853

54.376

54.062

56.478

56.549

72.278

74.737

6.710 290

6.197 290

1.351 290

3.817 290

1.332 290

1.332 290

1.332 290

1.332 290

8.530 6.450

4.172 12.097

2.715 16.661

3.079 13.128

7.075

5.089

2.854

-

7.244 3.670 1.980 -1 87.068

7.244 3.670 1.980 84.854

7.244 3.670 1.980 -1 98.047

7.244 3.670 1.980 97.353

19.996 9.769

19.947 8.719

19.897 7.904

19.848 7.605

12.058 29.983

11.920 29.238

12.067 43.143

12.442 42.442

5.449 3.357 6.457 -1 87.068

5.217 3.357 6.457 -1 84.854

5.222 3.357 6.457 98.047

5.202 3.357 6.457 97.353

5 1.752

4 1.447

1 2.645

59 2.888

88.896

89.060

87.038

86.323

35.172

37.217

35.116

34.304

2.503 11.077 31.506 6.419

10.905 26.257 9.297

13.070 28.007 1.785

13.284 23.457 4.156

4.723

5.385

9.061

8.619

88.896

89.060

87.038

86.323

De balansposten 'Materiële vaste activa' en 'Vaste geldleningen' zijn gemuteerd op basis van het gewijzigde investeringsvolume op basis van de concept-Kadernota 2023-2026.

In onderstaande tabel is het (verwachte) verloop van de kapitaallasten voor nieuwe investeringen opgenomen. Kapitaallasten

2018

2019

2020

2021

2022*

2023*

2024*

2025*

bedragen x 1000€

Afschrijving (#473000) Rente (#474000) Rente GREX (#474010)

2.276 578 269 3.123

2.215 574 92 2.881 -242

2.292 662 48 3.002 121

2.295 647 38 2.980 -22

2.587 340 65 2.992 12

2.818 355 67 3.240 248

3.063 387 46 3.496 256

3.135 400 21 3.556 60

840

893

885

910

967

1.023

1.104

1.200

2.283

1.988 -295

2.117 129

2.070 -47

2.025 -45 -45

2.217 192 146

2.392 176 322

2.356 -36 286

-112

-139

-129

-118

11 0

-8.499 -17

4.664 -292

4.968 220

-157

-10

-99

387

Correctie kapitaallasten vervanginginvesteringen en gesloten systeeminvesteringen

subtotaal

Mutatie kapitaallasten nieuwe investeringen Cumulatief - kapitaallasten nieuwe investeringen 2022-2025 * bron: begroting 2022

Effect Jaarrekening 2021 - cumulatief Wijzigingen vanuit concept Kadernota 2023-2026 Mutatie investeringsvolume - cumulatief (excl. Gesloten systeem) Mutatie kapitaallasten - cumulatief nieuwe investeringen Totaal cumulatief - kapitaallasten nieuwe investeringen (Begroting '22 + Jaarrekening '21 + concept Kadernota '23-'26)

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=413c5c33-7ad2-41df-8d56-95866ce79f16