Bijlage 1 knoppen AEF
Tekst van het document
Bijlage Maatregelen o.b.v. het AEF rapport Inleiding In het rapport van AEF wordt een groot aantal knoppen genoemd waar gemeenten aan kunnen draaien, al dan niet met effect op inhoud, kwaliteit en/of kosten. Een deel van deze knoppen is reeds opgenomen in het actieplan Jeugd. In deze bijlage worden de vijf maatregelen uit het AEF-rapport omschreven die voorgesteld zijn om uit te voeren. Ook is vermeld of u ze reeds heeft vastgesteld en welke alternatieven u kunt kiezen. Maatregel
Thema
Type knop Meer
Investering (indien van toepassing) Max € 312.000 per jaar*, reeds voor de periode 2022 t/m 2025 zoals besloten in de kaderbrief 2022. € 186.000 incidenteel voor 2022
Verwacht resultaat
Ondersteuner jeugd en gezin bij de huisartsenpraktijken intensiveren
Toegang en instroom/uitstroom
Versterken kwaliteit toegang
Toegang en instroom
Meer
Bestedingsruimte
Uitvoering en zorglevering geïndiceerde zorg
Meer
€ 60.000 incidenteel voor 2022
Uitstroom
Minder
Ambtelijke inzet en eventuele inzet begeleiding vanuit de jeugdwet
Toegang en instroom
Meer
Ambtelijke inzet
Meer grip op declaratiegedrag van aanbieders, stimuleren bevorderen uitstroom. € 26.500 o.b.v. schatting min de eventuele aanvullende begeleidingskosten (deze maatregel valt buiten het voorstel) Volgt later.
Het verplaatsen van jeugdhulp in groepsverband naar kinderopvang en BSO Een duidelijker afbakening tussen jeugdhulp en onderwijs
Inschatting minimaal budgetneutraal
Kostenombuiging, normalisatie, minder verwijzingen naar tweede lijn.
* Dit betreft een verdubbeling van het budget dat van 2019 t/m 2021 (€ 156.000) jaarlijks is geraamd voor de inzet van de OJG bij de huisartsen.
Pagina 1 van 11
Maatregel 1 Ondersteuner jeugd en gezin bij de huisartsenpraktijken intensiveren Thema Naam knop
1 Toegang en instroom/ 3. Uitstroom Intensiveren inzet Ondersteuner jeugd en gezin
Bestaande maatregel
De Ondersteuner Jeugd en Gezin (OJG) begeleidt jeugdigen en gezinnen die zich melden bij de huisarts met GGZ-problematiek. De OJG begeleidt en/of behandelt de jeugdige en het gezin en/of verwijst hen naar tweedelijns zorg. Voor ongeveer 45% van de cliënten blijft inzet van tweedelijns jeugdhulp noodzakelijk. Laagdrempelig ondersteunen van jeugdigen en het voorkomen van doorverwijzing naar de tweedelijns zorg. Indien deze verwijzing toch noodzakelijk is kan de inzet van de OJG ertoe leiden dat deze korter of minder intensief is. 32 uur per week per 1 juli 2019 tot en met 31 december 2021. Kosten circa € 156.000 per jaar, inclusief praktijkkosten. Meer Verdubbelen van de inzet van de OJG. Uit de dashboards blijkt dat ongeveer 57% van de verwijzingen naar geïndiceerde jeugdhulp in de eerste tien maanden van 2020 van de huisarts komt. De OJG kent de lokale partners aan wie hij kan terugverwijzen. Hierdoor worden verwijzingen naar tweedelijns jeugdhulp voorkomen. De OJG heeft zelf ook jeugdhulpexpertise en kan instroom voorkomen en uitstroom bevorderen door het bieden van kortdurende begeleiding en/of behandeling. 32 uur per week extra kost in de huidige situatie € 156.000 extra en kan mogelijk op termijn besparing opleveren.
Dit is afhankelijk van het aantal aanmeldingen en de bereidheid van aanbieders om cliënten vervroegd te laten uitstromen, bijvoorbeeld door de nazorg door de ojg te laten doen.
Doel bestaande maatregel
Huidige kosten Type knop Omschrijving knop
Gevraagde investering
Verwacht resultaat
Momenteel worden overige mogelijkheden onderzocht om de OJG in te zetten. Een van de opties is via Voorschoten voor Elkaar (VvE). De huidige inschatting is dat kosten voor de inzet van een ojg door VvE met dezelfde kwalificaties als de huidige ojg ((hoog) specialistische GGZ-aanbieder) lager kunnen uitvallen, namelijk dat voor hetzelfde bedrag ongeveer 40 uur jeugdhulp bij de huisartsen geboden kan worden. Bovendien zijn de OJG’s in het plan van VvE tevens werkzaam als gedragswetenschapper jeugd binnen de toegangsorganisatie. Vanuit deze functie bieden zij vereiste inhoudelijke ondersteuning aan de uitvoering. Als we ervanuit gaan dat de verdubbeling van inzet OJG leidt tot een verdubbeling van jeugd- en opvoedvragen (in- en uitstroom) bij en via de huisartsen die de OJG op kan pakken en zelf kan afsluiten, dan kunnen we uitgaan van een besparing. Echter, gezien de verwijzingen van de huisartsen voorafgaande aan de pilot niet specifiek meetbaar zijn, de OJG nog niet via VvE ingezet wordt en nog onbekend is of verdubbeling van inzet leidt tot halvering van het aantal verwijzingen, gaan we (nog) niet uit van een besparing door inzet van de OJG. Wel leidt inzet tot normalisatie van jeugdhulp, het voorkomen van onnodige verwijzingen naar tweedelijns hulp, hogere kwaliteit van dienstverlening en zal de inzet minimaal budgetneutraal zijn.
De schatting van besparing over het eerste jaar van de pilot OJG is als volgt tot stand gekomen (evaluatierapport pilot OJG, sept 2020): Als we ervan uitgaan dat door de OJG primair verwijzingen naar basis GGZ voorkomen worden, en daardoor de doorstroom naar (hoog) specialistische jeugd GGZ wordt verminderd, dan illustreert dat een besparing van €3.946,- op elke cliënt die de OJG heeft afgesloten.
Pagina 2 van 11
Bij de huidige inzet van 32 uur per week, kan de praktijkondersteuner jeugd max. ongeveer 150 cliënten helpen in één jaar. Gedurende het eerste jaar heeft hij 144 cliënten gezien. Hiervan kon hij gedurende het eerste jaar 51 cliënten zelf behandelen en heeft hij 13 cliënten verwijzen richting het lokale veld. 61 cliënten (43%) hebben een verwijzing tweedelijns jeugdhulp nodig gehad. Op basis van deze schatting leidt de inzet van de OJG in het eerste jaar tot een besparing van €252.500,- aan tweedelijns jeugdhulp. Verminderd met de kosten van de pilot (raming 182.000 per jaar) kan de inzet van de OJG leiden tot een vermindering van €70.500,- per jaar op het budget voor tweedelijns jeugdhulp (maatwerkvoorzieningen 18-). Wanneer de extra OJG evenveel cliënten kan afsluiten, is de extra geschatte besparing van deze inzet €70.500, de totale geschatte besparing op tweedelijns jeugdhulp door inzet van OJG zou in deze situatie neerkomen op €141.000. Er zijn verschillende manieren om een OJG in te zetten. Momenteel is er een samenwerkingsovereenkomst tussen aanbieder, huisartsen en gemeenten en is de OJG vooral gespecialiseerd in GGZ begeleiding.
Indien uitgebreid wordt, kan samengaan met een uitbreiding van het functieprofiel, bijvoorbeeld door het inzetten van een orthopedagoog en/of een jeugd- en gezinsprofessional (bijvoorbeeld een jeugdbeschermer), zodat er meer aanvullende expertise beschikbaar is voor triage, begeleiding en behandeling. Momenteel worden mogelijkheden en voorwaarden onderzocht of de toegangsorganisatie de jeugdhulp bij de huisartsen deels of volledig kan organiseren, zodat de verbinding met het lokale veld nog steviger wordt. Verwachte termijn resultaat
Afhankelijk van het moment van toetreding van de OJG. Verwachting is dat de inzet direct tot resultaat kan leiden wegens het terugdringen van het aantal doorverwijzingen en het opvangen van cliënten die klaar zijn om uit te stromen uit de geïndiceerde zorg.
Effect jeugdige en gezin
Ondersteuning is snel en laagdrempelig inzetbaar en waar verwijzing toch noodzakelijk is, kan een goede overdracht ervoor zorgen dat de geïndiceerde zorg effectiever en doelmatiger is. Tevens kan met extra inzet van de OJG meer ingezet worden op regie en daarmee het bevorderen van de uitstroom uit de tweedelijns zorg. Tegelijkertijd kunnen gezinnen de OJG als drempel ervaren, zeker als voorheen direct door de huisarts een verwijzing werd afgegeven voor de geïndiceerde zorg.
Effect maatschappij Risico’s
Aanvullende opmerkingen
Voorkomen van kosten door de ondersteuning en triage die de OJG biedt en daarmee het beschikbaar hebben van middelen voor andere zaken. Indien een groot deel van de jeugdigen voldoende heeft aan de inzet van de OJG, zullen de opbrengsten voor aanbieders in de geïndiceerde zorg dalen, wat voor hen natuurlijk nadelig is en een prikkel kan zijn om andere zorgvormen langer of intensiever in te zetten om zo hun inkomsten te kunnen genereren. Alternatief is het stopzetten van de inzet van de OJG om zo direct kosten te besparen. Er is daarmee geen invloed meer op verwijzingen van de huisartsen naar tweedelijns jeugdGGZ. De kosten voor deze zorg zullen dan waarschijnlijk oplopen.
Pagina 3 van 11
Maatregel 2 Extra investeren in het versterken van de kwaliteit van de toegang en het hulpverlenend vermogen van de toegang Er is noodzaak om de toegang tot jeugdhulp kwalitatiever en (kosten)efficiënter laten werken en daarmee de kosten meer om te buigen naar de voorkant (eerste lijn), waardoor er meer grip komt op de kwaliteit van en de uitgaven voor de jeugdhulp. Sinds 1 januari 2020 is de toegang tot het sociaal domein 0-100+ belegd bij de brede welzijnsorganisatie Voorschoten voor Elkaar. De gemeente is de toegang jeugdhulp verder aan het door-ontwikkelen samen met Voorschoten voor Elkaar (VvE). Het plan is er om de jeugdhulpexpertise in een jeugdteam te bundelen onder één brede toegang, waar deze op dit moment gedifferentieerd is onder verschillende organisaties. Hierbij willen we insteken op toegankelijkheid, normaliseren, de-medicaliseren, regie, samenspel en de jeugdige, het gezin en het netwerk als uitgangspunt. In de huidige, gedifferentieerde situatie hebben inwoners te maken met meerdere organisaties, waardoor trajecten langer kunnen duren en ingewikkelder kunnen zijn dan nodig is. Een kwaliteitsslag is nodig om de inwoner beter van dienst te kunnen zijn en de kosten beter in de hand te kunnen houden.
Door het bundelen van de jeugdhulpexpertise binnen één jeugdteam en tevens te investeren in de professionaliteit en deskundigheid van de jeugdprofessionals, zal de juiste hulp eerder op de juiste plek geboden worden. Hierdoor kunnen trajecten in duur en aantal afnemen, tevens kan de gemeente beter monitoren en sturen op de kosten voor deze trajecten. Uiteindelijk zal er een sterk(er) lokaal jeugd en gezinnenteam gevormd worden met uitgebreide jeugdhulpexpertise, met als doel meer jeugdigen en gezinnen dichter bij huis de hulp en ondersteuning te kunnen bieden die nodig is door alle expertise onder te brengen in één team. Extra investeringen zijn nodig om de toegang te verstevigen, waardoor minder jeugdigen en gezinnen instromen in de duurdere tweedelijns zorg en bestaande cliënten eerder kunnen uitstromen naar de lokale jeugdhulp. Deze stevige toegang zal bijdragen aan de-medicalisering en normalisering van jeugd- en gezinsproblematiek. . Om deze efficiëntie- en kwaliteitsslag te kunnen maken is extra capaciteit nodig, onder andere om de transformatie van de toegang jeugd naar VvE te coördineren en de samenwerking tussen het jeugdteam van VvE en de jeugdconsulenten te organiseren en daarbij de samenwerking met de jeugd- en veiligheidsketen verder vorm te geven.
Ook zijn er jeugd- en gezinsprofessionals nodig aan de voorkant om de hulpvragen te dekken, om ervoor te zorgen dat de juiste hulp eerder op de juiste plek is, waarbij de inwoner gesterkt wordt in de eigen kwaliteiten met als uitgangspunt dat de hulp die wordt geboden zo zwaar als nodig en zo kort als mogelijk is. Voor deze grote (verdere) verandering is gedurende het traject investering nodig. De investeringen die minimaal nodig zijn om het juiste fundament te creëren voor deze transformatie lichten we hieronder toe. De baten van de investeringen zullen een kostenombuiging van jeugdhulp in de tweede lijn naar het lokale veld bewerkstelligen. Hierdoor krijgt de gemeente meer grip op de uitgaven en de verwachting is dat de investeringen minimaal een budgetneutraal effect zullen hebben. Op termijn zal de gemeente zelfs kosten kunnen besparen, doordat er meer jeugdhulpproblematiek vanuit de eerste lijn opgelost kan worden. Alleen de investeringen voor 2022 worden genoemd en nog niet die voor daarna, omdat na een jaar specifieker te beoordelen valt wat de verwachte resultaten zullen zijn van het versterken van de toegang en beter inzichtelijk zal zijn welke expertise meer of juist minder nodig is. Tevens geeft het de toegangsorganisatie de drive om daadwerkelijk kwaliteit en resultaten te bewerkstelligen.
Daarbij kunnen de nodige investeringen voor 2023 gekoppeld worden aan de Hervormingsagenda jeugd vanuit het Rijk, waar vanaf begin 2022 landelijk uitvoering aan gegeven zal gaan worden. Kanttekening bij deze maatregel is dat een deel van het succes ook zal afhangen van de mogelijkheden om te voorkomen dat jeugdigen instromen maar vooral ook dat zij uitstromen. De gemeente is hierbij niet altijd in de lead. Ter illustratie:
Pagina 4 van 11
Een ouder met GGZ-problematiek kan ervoor zorgen dat jeugdzorg nodig is, maar de gemeente kan niet altijd voorkomen dat deze problematiek aanwezig is. Een cliënt met jeugdhulp die 18 wordt zou kunnen uitstromen uit jeugdhulp (bijvoorbeeld uit verblijfsplek of pleeggezin), maar door een gebrek aan betaalbare woningen en lange wachtlijsten voor huurwoningen is er geen optie tot uitstroom.
Onderstaande knop is uitgewerkt op basis van de huidige werkwijze, waarbij de gemeente Voorschoten zelf verantwoordelijk is voor de indicatiestelling. Vanaf het derde kwartaal 2021 wordt onderzocht welke taken behorende bij het indiceren van jeugdhulp gemandateerd zouden kunnen worden aan Voorschoten voor Elkaar. De financiële consequenties hiervan zijn nog onbekend en zodoende niet opgenomen in deze knop. Hierbij dragen we er zorg voor dat een investering gebaseerd op onderstaande knop ook overdraagbaar is naar Voorschoten voor Elkaar. Bijvoorbeeld: de kosten voor een fte aan voor een jeugdconsulent, die in een van de mogelijke toekomstscenario’s ondergebracht wordt bij Voorschoten voor Elkaar. Het is echter nog te vroeg om hier definitieve uitspraken over te doen.
Thema Naam knop Bestaande maatregel
Doel bestaande maatregel
Huidige kosten
Type knop Omschrijving knop
1. Toegang en instroom / 3. Uitstroom Investeren in de kwaliteit van de toegang door middel van het ombouwen naar een jeugd- en gezinnenteam binnen de brede welzijnsorganisatie. In het Actieplan Jeugdhulp zijn reeds diverse acties omschreven om de toegang te versterken en laagdrempelig hulp te bieden aan jeugdigen en hun gezinnen. Zo is voor 2021 Cardea gecontracteerd voor het verlenen van vrij toegankelijke jeugdhulp bij multiproblematiek zonder wachtlijst. Laagdrempelig ondersteunen van jeugdigen en het voorkomen van doorverwijzing naar de tweedelijns zorg en het bevorderen van de uitstroom uit geïndiceerde zorg door het “terugnemen” van jeugdigen. Ambtelijke inzet vanuit actieplan jeugd 2019 t/m 2021 (totaal €270.000), per 2022 structurele kosten en de kosten voor Cardea (€192.500 per jaar). (Dit is exclusief de overige kosten voor Voorschoten voor Elkaar en exclusief de kosten voor ambtelijke inzet voor de doorontwikkeling en daarmee het versterken van de toegangsorganisatie.) Meer Het vormen van een sterk Jeugd en Gezinsteam binnen Voorschoten Voor Elkaar waarin alle jeugdhulpexpertise gebundeld is of samenkomt. Daarbij dient ook intern bij de gemeente Voorschoten de ambtelijke inzet verhoogd te worden voor de uitvoering van de werkzaamheden om tot dit team te komen en de benodigde randvoorwaarden te scheppen voor het succes van dit team.
Hierbij gaat het onder meer om extra inzet van een beleids- en kwaliteitsadviseur. Daarnaast is de wens om de voorziening Intensieve Ambulante Gezinsbegeleiding toe te voegen aan het aanbod van Voorschoten voor Elkaar. Deze voorziening wordt nu nog middels een apart contract ingekocht door de gemeente Voorschoten.
Pagina 5 van 11
Gevraagde investering
Tabel: Versterken kwaliteit van de toegang (thema 1. Instroom en thema 3. Uitstroom) Extra inzet 2022 Kosten 2022 Projectregisseur transformatie toegang tot 75.000 jeugdhulp (incidenteel t/m juni 2022) Beleidsmedewerker jeugd (+/- 0,22 fte) 21.000 Kwalititeitsmedewerker jeugd (+/- 0,22 fte) Teamcoördinator jeugd VvE (+/- 0,22 fte, inzet vanaf juni 2022) Jeugd- en gezinsprofessionals bij VVE (1 fte, inzet vanaf juni 2022)* Totaal 2022
19.000 21.000 50.000 186.000
* VvE zal tevens de intensieve ambulante gezinsbegeleiding gaan uitvoeren. Dit wordt sinds 2018 door Cardea uitgevoerd. Hiervoor wordt jaarlijks een bedrag van ongeveer €192.500 geraamd op de begroting, wat middels subsidie zal worden overgeheveld naar VvE. Benodigde extra inzet De gevraagde investering betreft een incidentele investering voor het jaar 2022. De gemeente monitort de doorontwikkeling van de toegang, om aan de hand van de resultaten te beoordelen welke inzet na 2022 nodig is om de kwaliteit van de jeugdhulp in de toegang te waarborgen en om grip op de kosten verder te verstevigen. De projectregisseur wordt voor een bepaalde tijd aangesteld om het proces van transformatie van de toegang tot jeugdhulp en de organisatie van jeugdhulp door de gemeente en VvE te begeleiden en hiervoor een stuurgroep en projectgroep op te zetten waarin alle benodigde partijen een rol hebben. De projectregisseur zal met de betrokken partijen de nodige voorbereidingen treffen voor de start van het Jeugd en Gezinnenteam. Een teamcoördinator is vanaf de start in juni 2022 nodig om sturing te geven aan het jeugdteam en om de samenwerking met de gemeente (jeugdconsulenten) te coördineren. Tevens is er in het jeugdteam vanaf juni 2022 extra inzet nodig zijn van jeugd- en gezinsprofessionals, de inschatting is ongeveer 1 fte.
Inschatting resultaat
Effect jeugdige en gezin
De transformatie van de toegang vraagt aanpassing van zowel verordening als beleid en de interne en externe werkprocessen. Hiervoor is extra ambtelijke capaciteit nodig van een beleidsmedewerker jeugd en een kwaliteitsadviseur jeugd voor heel 2022. De baten van de investeringen zullen een kostenombuiging van jeugdhulp in de tweede lijn naar het lokale veld bewerkstelligen. Hierdoor krijgt de gemeente meer grip op de uitgaven en de verwachting is dat de investeringen minimaal een budgetneutraal effect zullen hebben. Op termijn zou de gemeente zelfs kosten kunnen besparen, doordat er meer jeugdhulpproblematiek vanuit de eerste lijn opgelost kan worden. Door strikt te monitoren verwacht de gemeente in Q4 een goed onderbouwde inschatting te kunnen doen voor de (eventueel) benodigde investeringen in 2023. Jeugdigen en ouders ervaren hulp in de nabije omgeving. Dat maakt dat zij sneller hun vraag zullen neerleggen en hiermee geholpen worden. Nu is het zo dat ouders (en scholen) te lang aanmodderen omdat ze niet weten waar ze terecht kunnen, dan wel dat niet direct de juiste expertise voorhanden is, omdat alles via Voorschoten Voor Elkaar loopt (en zij nog geen opdracht hebben om jeugdhulp uit te voeren). Tevens zullen jeugdigen en hun gezinnen minder lang hulp nodig hebben,
Pagina 6 van 11
Effect maatschappij
Risico’s
eerder de juiste hulp ontvangen en zal het aantal trajecten afnemen, doordat er meer expertise in één team en organisatie gebundeld is. Doordat de toegang steviger binnen Voorschoten Voor Elkaar als toegangsorganisatie is gepositioneerd, zullen alle jeugdhulpprofessionals meer een gezamenlijkheid ervaren dan in de huidige situatie, waarin er verschillende partijen los van elkaar de lokale nulde en eerstelijns jeugdhulp uitvoeren. Elk kind is belangrijk en met elkaar kijken we naar de hulp die zo kort en efficiënt mogelijk is. De gemeentelijke organisatie is in een periode van doorontwikkeling met re-organisatie en toewerken naar omklap sociaal domein. Dit brengt veel personele wisselingen met zich mee, tevens is er sprake van zeer beperkte ambtelijke capaciteit (te weinig personeel). Elke vernieuwing leidt tot meer druk op de organisatie. -
Voorschoten voor Elkaar moet nog starten met het verlenen van (toegang tot) jeugdhulp en het inzetten van jeugdhulpexpertise bij de huisartsen. Ondanks het wederzijdse vertrouwen in het slagen van de plannen binnen de kaders die de gemeente geeft en de noodzaak die zowel de gemeente als VvE zien, is nog niet te zeggen of met het versterken van de (toegang tot) jeugdhulp via VvE daadwerkelijk de beoogde effecten behaald zullen worden.
-
Het aantrekken van de juiste professionals kan in tijden van krapte op de arbeidsmarkt moeilijk zijn.
De gemeente gaat sturing geven aan de toegang middels het verstrekken van een zoveel mogelijk gespecificeerde subsidie-opdracht en het monitoren en bijstellen van kwaliteit en resultaten door het hanteren van prestatieindicatoren.
Aanvullende opmerkingen
Alternatief is dat er niet langer intensieve ambulante gezinsbegeleiding (IAG) geboden wordt en daarmee kosten bespaard worden. Deze gezinnen zullen dan aangewezen zijn op geïndiceerde zorg, die mogelijk duurder is dan IAG waardoor er uiteindelijk geen sprake is van een besparing.
Pagina 7 van 11
Maatregel 3 Bestedingsruimte N.B. In de H10 is ervoor gekozen om geen budgetplafond maar een bestedingsruimte te hanteren. Thema Naam voorziening/maatregel Bestaande maatregel
2 Uitvoering en zorglevering geïndiceerde zorg Bestedingsruimte (budgetplafond) Bij een budgetplafond wordt een maximumbedrag toegekend per gemeente per aanbieder (en soms per zorgvorm), waarvoor de aanbieder de totale jeugdhulp moeten verlenen. De aanbieder moet dan zelf keuzes maken over instroom en uitstroom en heeft, zo is de gedachte, een prikkel om effectief en efficiënt te werken. In de H10 is er geen budgetplafond maar bestedingsruimte. Grootste verschil is dat er geen hard plafond is maar dat er in dialoog wordt onderzocht welke keuzes aanbieders kunnen maken. Contractueel gezien betekent dit wel dat er geen harde stop op het budget vastgesteld kan worden.
Doel bestaande maatregel Huidige kosten Type knoppen Omschrijving knop
De maatregel is per 1 januari 2021 vanuit de H10 regio ingesteld. Om in lijn te blijven met de ontwikkelingen en besluitvorming in de regio, is het van belang om verder uitvoering te geven aan deze maatregel. Drempelwaardes zorgen voor prikkels bij aanbieders om kosten te beperken en daardoor ruimte in hun budget te houden, waardoor zij mogelijk scherpere keuzes maken over instroom, afschalen en uitstroom. Ambtelijke capaciteit binnen de organisatie (monitoren, voeren van gesprekken). Meer Het ontbreken van een hard plafond betekent niet dat er in zijn geheel niet gestuurd kan worden op basis van de bestedingsruimte. Dit doen we met name in combinatie met het richtinggevend kader:
Over elk verzoek dat boven het richtinggevend kader uitgaat wordt een gesprek gevoerd; Bij aanbieders waar overschrijding van de bestedingsruimte dreigt wordt een gesprek gevoerd over de mogelijke oorzaken en oplossingen; Regionaal is een werkgroep bezig met het opzetten van formats voor de bespreking van overschrijdingen.
Met de huidige ambtelijke bezetting kan er onvoldoende ingezet worden op de bestedingsruimte, of er moeten keuzes gemaakt worden om dit voorrang te geven aan andere (wettelijke) taken. Gevraagde investering
Om de effecten van de maatregel bestedingsruimte te kunnen monitoren, deel te nemen aan regionale overleggen en de dialoog te kunnen voeren met aanbieders over individuele casussen en de bestedingsruimte als geheel is een investering nodig in fte. Er is geen ruimte in de huidige formatie om de maatregelen goed uit te kunnen voeren. Er zal daarom geïnvesteerd moeten worden in ambtelijke capaciteit, waaronder een kwaliteitsmedewerker (0,22 fte), contractmanager (0,22 fte) en beleidsmedewerker (0,22 fte). Voor 2022 betekent dit dat er een bedrag van €60.000,- benodigd is voor het uitvoeren van de maatregel bestedingsruimte. *Voor de uitvoering van het richtinggevend kader is al extra capaciteit voor de uitvoering geraamd in de kaderbrief 2022 (1,5 fte jeugdconsulent t/m 2024).
Inschatting resultaat
Dit is moeilijk in te schatten omdat er vele factoren zijn die bij kunnen dragen aan de daadwerkelijke hoeveelheid geleverde zorg. Hierbij schatten we in dat met name de coronacrisis zal leiden tot meer zorg, omdat mensen langer wachten met het vragen van hulp en de mentale gezondheid van jeugdigen en volwassenen gedurende deze pandemie flink wat te verduren
Pagina 8 van 11
heeft. Effect jeugdige en gezin
Wegens het ontbreken van een hard plafond zal een gezin er in de praktijk weinig van merken dat er een bestedingsruimte is ingesteld. Zij zullen hoogstens iets langer moeten wachten voordat er een besluit wordt genomen over de omvang van de zorg wanneer deze buiten het richtinggevend kader is of wanneer de bestedingsruimte besproken moet worden.
Effect maatschappij
Geen.
Risico's
Geen.
Aanvullende opmerkingen
Zoals hierboven is omschreven is het gezien het huidige contract niet mogelijk om een hard budgetplafond in te stellen. Als de gemeente Voorschoten dit toch wenst te doen (de knop zal dan het uitvoeren van een hard plafond zijn), zal het gevolg zeer waarschijnlijk een rechtszaak zijn, waarbij we de kansen op het winnen van de zaak nihil inschatten. Regionaal wordt ingeschat dat op zijn vroegst in 2023 er een hard plafond in de contracten opgenomen zou kunnen worden.
N.B. Deze knop hangt tevens samen met de knop ‘Versobering maatwerk binnen jeugdwet’(zie bijlage 3)
Maatregel 4 Het verplaatsen van jeugdhulp in groepsverband naar kinderopvang en BSO Thema Naam knop Type knop Omschrijving knop
Gevraagde investering
Inschatting besparing
3 Uitstroom Het verplaatsen van jeugdhulp in groepsverband naar kinderopvang en BSO (buitenschoolse opvang) Minder Voor kinderen die jeugdhulp in groepsverband krijgen (zoals op een medisch kinderdagverblijf of naschoolse opvang) geldt dat er geen eigen bijdrage is voor de ouders. Dit in tegenstelling tot de reguliere kinderopvang, terwijl de noodzaak voor opvang vaak gelijk is aan die van reguliere kinderopvang: het werk van de ouder(s). Dit brengt ongelijkheid met zich mee én leidt tot hoge kosten in het kader van de Jeugdwet. Een maatregel kan zijn om deze opvang te verplaatsen naar reguliere kinderopvang of BSO met extra ondersteuning vanuit de jeugdhulp. De ouders betalen voor de opvang (i.c.m. kinderopvangtoeslag) en de extra begeleiding wordt gefinancierd vanuit de Jeugdwet. De investering zal met name zitten in het voeren van gesprekken met alle betrokken partijen om te zorgen dat kinderen op basis van de nieuwe voorwaarden naar de opvang kunnen gaan. Dit vraagt een forse inzet, zo blijkt uit ervaringen uit andere gemeenten. In 2020 is voor Voorschoten een bedrag van € 62.000 gedeclareerd aan producten dagbesteding/begeleiding groep voor acht kinderen, met een gemiddelde van € 8.813 per kind. In deze groep is het jongste kind geboren in 2014, het oudste kind in 2004. Het gaat hier dus om kinderen die niet vallen onder de reguliere doelgroep kinderopvang 0-4 jaar.
Het is op basis van de data lastig om te bepalen of alle kinderen met een indicatie voor opvang hiervan gebruik maken wegens het werken van ouders. Een deel van deze kinderen maakt waarschijnlijk gebruik van de opvang als onderdeel van de behandeling of omdat zij niet naar school kunnen (ouder dan vier jaar). Deze opvangvormen kunnen waarschijnlijk
Pagina 9 van 11
niet verplaatst worden naar reguliere kinderopvang en BSO. Stel dat 40% (schatting AEF) van de huidige geïndiceerde Voorschotense kinderen ook in de reguliere kinderopvang terecht zou kunnen, zou dit een besparing kunnen opleveren van 3 x € 8813 = € 26.439. Het daadwerkelijke bedrag hangt uiteraard af van welke kinderen geplaatst kunnen worden (kosten per kind kunnen sterk verschillen) en hoeveel aanvullende begeleiding geboden moet worden. Wanneer instromende kinderen ook in Voorschoten zelf geholpen zouden kunnen worden binnen de reguliere opvang, dan wordt mogelijk ook op vervoerskosten bespaart. De aanvullende begeleidingskosten die wel vanuit de Jeugdwet betaald worden en de kosten voor opvang op sociaal-medische indicatie voor ouders die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag zijn in bovenstaande berekening niet meegerekend. Dat geldt ook voor kosten voor het Rijk voor kinderopvangtoeslag. Verwachte termijn besparing Effect jeugdige en gezin Effect maatschappij Risico’s
Verwachte meerkosten op termijn Aanvullende opmerkingen
2022 en verder. De termijn hangt ook af van de looptijd van de huidige indicaties. De maatregel kan bijdragen aan een betere toegankelijkheid en meer passende en inclusievere kinderopvang. De maatregel kan bijdragen aan een betere toegankelijkheid, en meer passende en inclusievere kinderopvang. Wanneer een kind gebruik maakt van reguliere kinderopvang moeten er wellicht aanvullende kosten gemaakt worden voor de extra begeleiding van dit kind. Onbekend Alternatief is het vragen van een eigen bijdrage aan de ouders gelijk aan de kosten die zij kwijt zouden zijn bij reguliere opvang (minus de toeslag die in dit geval niet aangevraagd kan worden omdat veel aanbieders niet aangemerkt zijn als kinderdagverblijf). De bijdrage is vrijwillig omdat de jeugdwet niet toestaat dat een eigen bijdrage verplicht wordt gesteld.
Maatregel 5 Een duidelijker afbakening tussen jeugdhulp en onderwijs Thema Naam knop Indien het een bestaande maatregel/voorziening is: korte neutrale omschrijving
Indien het een bestaande maatregel/voorziening is: doel huidige maatregel/voorziening Huidige kosten Type knop Omschrijving knop
1 Toegang en instroom Verduidelijken van de afbakening tussen jeugdhulp en onderwijs Verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp versterken, meer samenhang en samenwerking bevorderen tussen professionals onderwijs en jeugdhulp. Inzetten van jeugdhulpexpertise (vanuit lokale toegang) in het onderwijs, welke ervoor zorgdraagt dat onderwijsvragen niet in jeugdhulp terecht komen en waar nodig kan inzetten op het integraal arrangeren van de benodigde ondersteuning vanuit onderwijs en jeugdhulp. Vanuit de verbinding kan er strikter afgebakend worden, waardoor meer gefinancierd kan worden uit het onderwijs en tevens de trajecten korter duren en in aantal afnemen door het gerichter inzetten en op elkaar aansluiten van de nodige ondersteuning op zowel onderwijs- als jeugdhulpgebied. Binnen huidige uitgaven aan ambtelijke capaciteit. Meer Verduidelijken van de afbakening jeugdhulp en onderwijs door training van lokale jeugdhulpprofessionals en consulenten en samenwerking met de
Pagina 10 van 11
Gevraagde investering Inschatting besparing Verwachte termijn besparing Effect jeugdige en gezin Effect maatschappij
Voorschotense scholen. Ambtelijke capaciteit Minimaal kostenneutraal 2022 en verder De juiste zorg op de juiste plek met de juiste financiering Idem
Pagina 11 van 11