Bijlage 1 klimaatadaptatiebeleid Groen, leefbaar en klimaatrobuust Voorschoten
Tekst van het document
KLIMAATADAPTATIEBELEID VOORSCHOTEN
31
Uitvoeringsagenda Onderwerp
Planning
Borging
In de Omgevingsvisie Centrum worden kansen verkend voor een klimaatadaptieve inrichting.
2023
Omgevingsvisie Centrum
Adegeest is een grootschalige herinrichting waarin wordt onderzocht of gebruik kan worden gemaakt van de impulsregeling DPRA.
Q1-Q2 2023
Projectplan
In diverse gebiedsontwikkelingsprojecten waaronder Starrenburg III en Segaar Arsenaal en wordt klimaatadaptatie waar mogelijk geïntegreerd in het Stedenbouwkundigplan
Divers
Stedenbouwkundig plan
Risicodialoog deel II: Participeren met inwoners, ondernemers en andere (keten)partijen over klimaatadaptatie in Voorschoten.
Q1-Q2 2023
Plan van Aanpak
Er wordt onderzocht of een Lokaal Hitteplan nodig en wenselijk is in Voorschoten.
Q1-Q2 2023
Lokaal Hitteplan
In 2023 wordt verkend welke mogelijkheden er zijn om klimaatadaptieve maatregelen voor particulieren en ondernemers te stimuleren.
2023
Mogelijke subsidie
Meekoppelkansen: De riolering in Voorschoten wordt aankomende jaren vernieuwd. Het gemengde riool wordt vervangen door een gescheiden stelstel. Ook bij bodemsaneringen en het plaatsen van onder andere geluidschermen zijn er mogelijkheden om klimaatadaptieve maatregelen mee te koppelen.
2023-2040
Projectplan
In 2023 wordt onderzocht of er een Bomencompensatiefonds kan worden gerealiseerd zodat bomen die worden gekapt altijd gecompenseerd worden. Ook als dat niet past binnen het plangebied.
2023
Groen beleid
Plan van Aanpak voor het oplossen van knelpunten die naar voren zijn gekomen uit de risicodialoog.
2023
Plan van Aanpak
KLIMAATADAPTATIEBELEID VOORSCHOTEN
32
5. En verder 5.1 Wat doet Voorschoten al? Klimaatadaptatie & biodiversiteit De afgelopen jaren zien we niet alleen dat de weersextremen toenemen, maar ook dat de biodiversiteit afneemt. De afname van biodiversiteit wordt, net als de toenemende hitte, droogte en wateroverlast, deels veroorzaakt door klimaatverandering. Inzetten op klimaatadaptatie betekent dus ook inzetten op biodiversiteit, en andersom. Een klimaatbestendige leefomgeving is gebaat bij het creëren van meer biodiversiteit. Om de gevolgen van klimaatverandering aan te kunnen en de biodiversiteit te vergroten worden gebouwen en openbare ruimte anders ingericht en beheerd. Deze aanpak is alleen haalbaar en betaalbaar in combinatie met andere lopende/reguliere grootonderhoudprojecten. Een voorbeeld is het vervangen van de riolering in Adegeest. De straat moet open om bij het riool te kunnen, en dat biedt meteen een kans om de openbare ruimte na de werkzaamheden aan het riool klimaatadaptief en biodivers in te richten. Zo wordt al bij de vervanging van groen gekozen voor een groot deel aan inheemse en bij vriendelijke beplanting, die in diverse perioden van het jaar bloeien. Gemeente Voorschoten gebruikt de bij als indicator voor de biodiversiteit, en heeft daarom het bijenconvenant van Stichting Bijenlandschap ondertekend.
Bijen hebben enerzijds groen nodig om te overleven, dus de aanwezigheid van bijen toont de hoeveelheid bloemen en planten in een gebied aan. Anderzijds dragen bijen door verstuiving bij aan de bloei en groei van groen, en ondersteunen daarbij ook dat een gebied groener wordt. Behalve een biodiverse inrichting is er ook een verandering in het beheer van de openbare ruimte en openbaar groen. Er wordt bijvoorbeeld anders gemaaid, om zo de leefomgeving van de bij te beschermen. Voor het maaien markeert een deskundige/ecoloog de locaties die niet gemaaid mogen en kunnen worden omdat er veel bij vriendelijke bloemen staan en belangrijke verbindingsroutes voor insecten zijn. Ook worden er eisen gesteld aan aannemers. Zo moeten zij het Kleurkeur certificaat hebben, een keurmerk voor verantwoord en ecologisch bermbeheer. In Voorschoten wordt al enkele jaren ingezet op het vergroten van voedselplekken voor bijen door bijenlinten aan te brengen in bermen en op diverse groenlocaties gazon om te vormen naar kruiden- en bloemrijk gras. Het maairegime voor bloemrijkgras is op daarvoor geschikte plekken aangepast om voedselplekken langer te laten staan, of pas een volgend seizoen te maaien. Bij het vervangen van groenvoorzieningen worden minimaal 50% inheemse bomen en heesters aangebracht met bijvriendelijke vaste planten op prominente plaatsen.
Door deze werkwijze neemt de biodiversiteit in Voorschoten met kleine stapjes toe. Gescheiden rioolstelsel Het riool door heel Voorschoten wordt op termijn vervangen. Voorschoten gaat van een gemengd rioolstelsel naar een gescheiden stelsel. Een gemengd stelsel heeft één buis, hierin komt al het afvalwater en hemelwater terecht en dit wordt naar de zuiveringsinstallatie afgevoerd. Bij hevige regenval kan het afvalwater, dat weliswaar verdund is met regenwater, via overstorten toch in het oppervlaktewater terecht. Dit gebeurt niet bij een gescheiden rioolstelsel. Een gescheiden systeem heeft twee buizen: één voor huishoudelijk afvalwater en één voor hemelwater. Daardoor komt er minder afvalwater in het oppervlaktewater terecht bij hevige regenval.
KLIMAATADAPTATIEBELEID VOORSCHOTEN
33
5.2 Participatie en communicatie In de participatienota Samen Maken We Voorschoten wordt o.a. vermeld dat: “De ontwikkeling van Voorschoten is niet alleen een verantwoordelijkheid van de gemeente, maar vraagt om een goed samenspel met inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en regionale partners. Wij vinden het belangrijk om ideeën en expertise uit de samenleving meer te benutten en om telkens weer te kijken welke rol de gemeente het beste kan vervullen. Waar de gemeente plannen en beleid maakt willen we inwoners en belanghebbenden in een zo vroeg mogelijk stadium betrekken. We leggen daarvoor kaders en spelregels vast en letten er ook op dat die daadwerkelijk worden toegepast. We realiseren ons dat dit ook een leerproces is.” Klimaatverandering is omvangrijk en raakt veel facetten en stakeholders. Klimaatadaptatie is bovendien nieuw in gemeente Voorschoten, daarom is er voor gekozen om als startpunt binnen de gemeentelijke organisatie ervaringen en expertise op te halen. Hiervoor is gestart met de zogenaamde risicodialoog om zo de knelpunten te inventariseren en ook om samenwerking op te zoeken. Daar zijn ook inhoudelijke stakeholders bij betrokken, zoals buurgemeenten, de GGD/Hecht, het Hoogheemraadschap Holland Rijnland en de provincie Zuid-Holland.
Binnen de gemeentelijke organisatie is een risicodialoog gevoerd om alle relevante kennis en aandachtspunten op te halen, maar ook om samenwerking op te zoeken. We noemen dit de risicodialoog deel I. In deze fase gaat het vooral om te reguleren en te regisseren waardoor de nadruk op meeweten en meedenken ligt (blauw in figuur 14) Ook bewoners, ondernemers en ontwikkelaars binnen Voorschoten merken iets van klimaatverandering, en daarmee ook van de klimaatadaptieve maatregelen. Daarom is het belangrijk om ook deze stakeholders bij het klimaatadaptatiebeleid te betrekken. Andersom is het belangrijk dat de gemeente op de hoogte blijft van hoe collega’s, bewoners en ondernemers de gevolgen en de maatregelen rondom klimaatadaptatie ervaren. Wat zijn hun zorgen, wensen en ervaringen? Hiervoor wordt een participatieproces opgezet. Dit is onderdeel van de risicodialoog deel II. In deze fase ligt de nadruk op regisseren, stimuleren en faciliteren. Dit gaat om meedenken, meewerken en in sommige gevallen zelfs meebepalen (groen in figuur 14).
Risicodialoog Meeweten
Meedenken
Meewerken
Meebepalen
Reguleren Regisseren Stimuleren Faciliteren Loslaten Risicodialoog deel I
Risicodialoog deel II
Figuur 14 Participatieproces klimaatadaptatiebeleid
KLIMAATADAPTATIEBELEID VOORSCHOTEN
34
6. Begrippenlijst Afkoppelen
Zorgen dat hemelwater niet op een riool (met afvalwater) wordt geloosd. Bij afkoppelen wordt het relatief schone hemelwater afgevoerd naar het oppervlaktewater of direct geïnfiltreerd in de bodem (dat laatste heeft de voorkeur).
Afvalwater
Vies water dat gebruikt is door huishoudens, bedrijven en instellingen.
Biodiversiteit
Hoeveelheid verschillende soorten dieren en planten in een bepaald gebied.
Boezempeil
De (streef)hoogte van het water in de boezem. Het boezem is een stelsel van wateren en kanalen waarop het water van lager gelegen polders wordt uitgemalen of ingelaten.
Bouwpeil
Het bouwpeil wordt gebruikt als uitgangspunt (referentiepunt) voor de hoogtemaatvoering van een nieuw gebouw ten opzichte van het aansluitende terrein.
Blauw-groene daken
Dit een is groen dak met (tijdelijke) waterberging
Gebiedsontwikkeling
Een integrale ontwikkeling van een plangebied waarbij naast nieuwbouw ook nieuwe openbare ruimte wordt aangelegd. Een kavelontwikkeling geld niet als gebiedsontwikkeling. Bij een kavelontwikkeling wordt er geen nieuwe openbare ruimte aangelegd maar moet er worden aangesloten op bestaande openbare ruimte.
Infiltratie
Infiltratie is een term uit de hydrologie, bodemkunde en het waterbeheer en omschrijft het proces waarbij water in de bodem dringt.
Maaiveldniveau
Het maaiveld is het aardoppervlak inclusief bestrating en aardwerken zoals een talud of dijk, maar zonder vegetatie en bouwwerken zoals huizen en viaducten. Het is de hoogte waarop het omliggende terrein aansluit op de woning. Zie ook figuur 13.
Natuurinclusief
Natuurinclusief bouwen is een vorm van duurzaam bouwen waarbij zodanig gebouwd en ingericht wordt dat een bouwwerk bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden.
Ontwateringsdiepte
De ontwateringsdiepte wordt gedefinieerd als de afstand tussen het maaiveld en het grondwater. Zie ook figuur 13.
Oppervlaktewater
Water dat boven de grond zichtbaar is zoals: sloten, grachten, kanalen, rivieren en meren.
Oxidatie
Een scheikundig proces waarbij zuurstof reageert met andere stoffen.
Piekneerslag
Hevige buien (vaak in de zomer) waarbij er veel neerslag valt in een korte tijd waardoor er plaatselijke wateroverlast kan ontstaan.
KLIMAATADAPTATIEBELEID VOORSCHOTEN
35
Plangebied
Het terrein wat valt binnen de projectgrenzen van een (voorgenomen) ontwikkeling.
Primaire kering
De primaire waterkeringen bieden bescherming tegen overstromingen bij hoogwater vanuit de Noordzee, de Waddenzee, de grote rivieren Rijn, Maas en Westerschelde, de Oosterschelde, het IJsselmeer , het Volkerak-Zoommeer, het Grevelingenmeer, het getijdedeel van de Hollandsche IJssel en de Veluwerandmeren.
Regenwaterbenutting
Regenwater wordt traditioneel via goten afgevoerd naar het riool. Regenwater kan ook opgevangen worden zodat het bijvoorbeeld gebruikt kan worden voor het besproeien van de tuin of groen in plaats van drinkwater. Door regenwater te gebruiken in en rondom het huis wordt drinkwater bespaard.
Regionale kering
Regionale waterkeringen, die ons land beschermen tegen overstroming vanuit binnenwater uit de vele meren, kleine rivieren en kanalen.
Risicodialoog
Een risicodialoog is een open gesprek met als doel het bepalen van een aanpak. Deze is nodig om kwesties te bespreken waar geen normen voor zijn, om schade en overlast te beperken. In een risicodialoog wegen deelnemers af welke risico’s acceptabel zijn en welke niet. Daarnaast gaan de gesprekken over meekoppelkansen, bepalen van nodige inzet, handelingsperspectief en het maken van strategische keuzes.
Stresstest
Test waarbij gekeken wordt of een gebied klaar is voor extreem weer. De kwetsbaarheden van een gebied of van infrastructuur worden in kaart gebracht in geval van wateroverlast, hitte, droogte en een overstroming.
Verharding
Grond met een harde laag erop (bijvoorbeeld stenen of asfalt), zoals een straat, oprit of terras. Deze harde laag laat vrijwel geen water door naar de ondergrond.
Verzilting
De toename van het zoutgehalte in de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater.
Waterberging
De opslag van regenwater voor korte of langere tijd. Regenwater wordt vaak opgeslagen om wateroverlast op straat, in de tuin, of in het riool tegen te gaan. Na het opvangen kan het water langzaam worden afgevoerd of worden geïnfiltreerd.
Wadi
Een begroeide verlaging in de grond waarin water tijdelijk opgevangen kan worden. Deze staat bij mooi weer droog en vult zich tijdens een regenbui met regenwater. Het water zakt beetje bij beetje de grond in.
Waterrobuust
Bestand tegen een overschot en een tekort aan water.
KLIMAATADAPTATIEBELEID VOORSCHOTEN
36
Zetting en restzettingseis
Zetting is bodemdaling als gevolg van krimp of inklinking. Autonome zetting is het natuurlijke proces van inklinken van de bodem. Dit is afhankelijk van het bodemtype; veengronden zijn zettingsgevoeliger dan zandgronden. Zetting kan ook optreden ten gevolge van het ophogen van het maaiveld met grond, bijvoorbeeld voor de bouw van een nieuwe wijk. De bodem kan dan onder invloed van de nieuw aangebrachte grond extra worden samengedrukt. De restzettingseis is de hoeveelheid zetting die maximaal mag optreden na ophoging van een terrein over een periode van (meestal) 30 jaar.
KLIMAATADAPTATIEBELEID VOORSCHOTEN
37
7. Bijlagen A
B
Beleidscontext Beleid
Organisatie
Jaar
Sustainable Development Goals
Verenigde Naties
2015
Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA)
Rijksoverheid
2018
Klimaatadaptatiestrategie
Provincie Zuid-Holland
2019
Uitvoeringsagenda
Provincie Zuid-Holland
2021-2023
Leidraad Bouw Adaptief
Provincie Zuid-Holland
2022
Visie op Energie en Klimaat
Gemeente Voorschoten
2021
Tools Tool Blauwe Lens Klimaatschadeschatter Klimaatatlas Zuid-Holland Bodemdalingskaart Amsterdam Rainproof Leidraard Bouw Adaptief
KLIMAATADAPTATIEBELEID VOORSCHOTEN
38
C
Oplossingen Hitte
• Zorg voor verkoeling door groen/water • Maak bereikbare, schaduwrijke plekken (hittestressvrije zones) • Voorkom warmteaccumulatie (materiaalgebruik) en gebruik hitte-reflecterende materialen • Gebruik hittereflecterende materialen • Groene daken, groene gevels
Droogte
• Monitoren van de grondwaterstand (peilbuizennetwerk vergroten) • Bodeminfiltratie (Drainage Infiltratie Transportriool) • Natuurvriendelijke oevers • Boomspiegels vergroenen • Vochtverlies van de bodem beperken • Gezonde bodem • Regenwatervijvers • Tegels er uit, groen er in • Watervertragende groenstroken • Greppels • Wadi’s • Infiltratiekratten • Infiltratievelden • Halfverharding (bijv. grasbetonstenen) • Waterpasserende verharding • Geveltuintjes • Groene gevels • Groene erfafscheidingen • Beplanten (voor droog en nat) • Regenpijp afkoppelen • Reliëf • Infiltratieputten • Omgekeerd drainageriool • Regenton • Regenwaterschutting • Helofytenfilter
KLIMAATADAPTATIEBELEID VOORSCHOTEN
39
Neerslag
• Waterbergingscapaciteit vergroten • Rioolstelsel herstellen/vernieuwen • Omgekeerd drainage riool • Vergroten riooldiameter • Infiltratiecapaciteit van het oppervlak vergroten > ander materiaalgebruik open verharding, halfverharding) • Greppels • Wadi’s • Open goten • Bedekte goten • Gezonde bodem • Geleiding van regenwater over de weg • Holle weg • Waterpleinen • Stedelijke waterlopen • Regenpijp afkoppelen • Watervasthoudende plantenbakken • Helofytenfilter • Verhoogd bouwen • Pomp met terugslagklep • Kelders waterrobuust maken
KLIMAATADAPTATIEBELEID VOORSCHOTEN
40
D
Achtergrondinformatie restzettingseis Er is sprake van autonome zetting van Voorschoten (niet het gevolg van ophoging en voorbelasting). Informatie hierover is te raadplegen op: https://bodemdalingskaart.portal.skygeo.com/portal/bodemdalingskaart/u2/viewers/basic/
Voor de gemeente Voorschoten is dat ca. 1 à 2 mm/jaar (3 à 6 cm in 30 jaar) en valt binnen de voorgestelde restzettingseis. Voorschoten is te verdelen in een zettingsgevoelig (vanaf maaiveld bestaan de eerste meters uit een slappe laag met voornamelijk klei en veen, al dan niet voorzien van een ophooglaag van zand) en minder zettingsgevoelig gebied (vanaf maaiveld bestaan de eerste meters vooral uit zandige bodem). Voor de uniformiteit van het gemeentelijke beleid en de toetsing aan deze eis door de gemeente wordt één restzettingseis voor de gehele gemeente gehanteerd. De restzettingseis is voorgesteld rekening houdend met het meer maatgevende zettingsgevoelige deel van de gemeente Voorschoten. Vaak is het nodig om bij herinrichting of nieuwbouw het oorspronkelijke maaiveld op te hogen. Hierdoor kunnen zettingen ontstaan groter dan de autonome zetting en de restzettingseis. Wanneer er meer zetting optreedt dan de voorgestelde restzettingseis heeft dit direct gevolgen voor de restlevensduur van de openbare ruimte (wegen, riolering etc). Het doel van de restzettingseis is om in de aanlegfase ervoor te zorgen dat de benodigde onderhoudsfrequentie gedurende de levensduur van de openbare ruimte acceptabel is. De restzettingseis dient te zijn afgestemd op de bodemopbouw. Vaak wordt er ook gekeken naar de onderhoudsfrequentie en levensduur van het riool.
Uitgangspunt is dat het vrij verval riool bij een zetting van 30 cm niet meer goed functioneert waardoor er noodzaak voor vervanging is. De gemeente gaat ervan uit dat met een marge van 15 cm de primaire zetting niet de primaire reden is voor onderhoud aan de openbare ruimte. De (rest)-zetting wordt beschouwd in het geotechnisch ontwerp van de voorbelasting en daarnaast gemonitord op basis van te plaatsen meetpunten (zoals meetbouten) die regelmatig worden ingemeten. De toetsing vindt plaats op de gemeten waarden, inclusief eventuele effecten van autonome bodemdaling. Begrippen/definities • Autonome zetting: zetting ten gevolge van inklinking in polders door polderpeilverlaging, voortgaande zetting door vroegere ophogingen, gas- en zoutwinning en dergelijke (achtergrondzetting die niet optreedt door de betreffende ophoging); • Restzetting: hoeveelheid zetting die mag optreden/verwacht wordt na aanleg over 30 jaar
KLIMAATADAPTATIEBELEID VOORSCHOTEN
41
E
Achtergrondinformatie ontwateringsnorm Voor het functioneren van de openbare ruimte en de particuliere kavels is het wenselijk dat de grondwaterstand op een bepaald niveau beneden het maaiveld voorkomt. De ontwateringsnorm is afhankelijk van de functie. Vaak is het nodig om bij herinrichting of nieuwbouw het oorspronkelijke maaiveld op te hogen. De noodzaak voor ophoging wordt mede bepaald door de ontwatering. Opgemerkt wordt dat door het optreden van zetting gedurende de restlevensduur van de openbare wegen, de ontwatering afneemt. Het doel van de ontwateringsnormen is om in de aanlegfase ervoor te zorgen dat de benodigde onderhoudsfrequentie gedurende de levensduur van de openbare ruimte acceptabel is, zonder nadelige gevolgen van te hoge (en te lage) grondwaterstanden. Om invulling te kunnen geven aan de waterbergingseis op privaat/openbaar terrein op of onder maaiveld bij extreme neerslag is het noodzakelijke een grotere ontwateringsnorm te hanteren (zie toelichting onder voor ontwerpcriteria van verschillende bergingsvoorzieningen afkomstig uit de kennisbank van Rioned).
Begrippen/definities gemeente Voorschoten • Drooglegging: Afstand van maaiveld tot het oppervlaktewaterpeil; • Ontwatering: Afstand van maaiveld tot de grondwaterstand; • Opbolling: verschil in (grond)waterstand tussen de ontwateringsmiddelen en daartussen Toelichting op bepalen ontwerpmaaiveldniveau Het ontwerpmaaiveldniveau wordt onder andere bepaald door de volgende aspecten: • Aansluiting op het maaiveldniveau in de omgeving; • Bouwwijze (met of zonder kruipruimte); • Drooglegging en ontwatering; • Onder vrij verval aansluiten van riolering in de omgeving; • Ophoging en voorbelasting (integraal); Deze aspecten moeten per locatie worden afgewogen om tot een onderbouwd integraal ontwerpmaaiveldniveau te komen. Opgemerkt wordt dat dit niveau in een voorstadium van de herinrichting/nieuwbouw vaak één niveau betreft, waarbij het bouwpeil hoger wordt vastgesteld (bijvoorbeeld 0,2 m hoger). Dit ontwerpmaaiveldniveau is richtinggevend voor de verdere uitwerking in een VO/DO-fase, waarin vervolgens ook het hoogteverloop wordt meegenomen.
KLIMAATADAPTATIEBELEID VOORSCHOTEN
42
F
Handvaten voor Klimaatadaptatie in het proces In het huidige landelijke coalitieakkoord is het volgende opgenomen: “Water en bodem worden sturend bij ruimtelijke planvorming.” Tevens neemt Provincie Zuid-Holland in haar Omgevingsvisie op dat er aangetoond moet worden dat er vooraf een inschatting is gemaakt welke klimaatrisico’s er zijn en een welke maatregelen en voorzieningen hiervoor worden getroffen. Onderstaande proces geeft hier invulling aan:
Stappen Klimaatadaptatie Definitiefase
Analyseer klimaatstresstesten Klimaatatlas | Zuid-Holland. Zijn er risico’s ten aanzien van wateroverlast, droogte, hittestress, bodemdaling en bereikbaarheid? Bespreek dit met experts en ervaringsdeskundigen binnen de gemeente. Wat is er bekend vanuit de praktijk? Ga naar de locatie om een eerste beeld te krijgen. Is er wel of geen schaduw? Hoe zit het met grondwaterstanden? Wat voor bodemgesteldheid heeft het gebied? Wat zijn er voor kansen en knelpunten in de omgeving? Een eerste bureaustudie/QuickScan onderzoek naar grondwaterstanden en bodemgesteldheid zodat er invulling gegeven kan worden aan water- en bodemgestuurde ruimtelijke planvorming. Hieruit volgt welke afspraken er moeten worden vastgelegd in de startnotitie over onderzoek in de vervolgfase.
Ontwerpfase
Ambities vastleggen De eerste stap die gezet wordt is ambities formuleren. Hiervoor kan het Ambitieweb | Duurzaam GWW gebruikt worden (waarin ook direct andere duurzaamheidsthema’s aan bod komen voor het project). Met het stellen van ambities wordt onderbouwd aan welke doelstellingen uit 3.2 meer of minder prioriteit wordt gegeven. Het stellen van een hoge ambitie betekent ook een hogere investering, niet alleen voor grondexploitatie maar ook voor het toekomstige beheer. Dit wordt vastgelegd in de beheerparagraaf. Hoge ambities moeten dan ook worden ingezet om knelpunten op te lossen en risico’s te beheersen. De leidraad 2.0 van Bouw Adaptief is de leidraad voor het proces. Onderzoeken • Er moet onderzoek worden gedaan om de haalbaarheid van maatregelen te kunnen toetsen. Het volgende moet tenminste in beeld zijn: • Grondwaterstanden (jaarrond); • Bodemgesteldheid voor de (on)mogelijkheden voor waterinfiltratie in de bodem; • Geotechnisch bodemonderzoek als er opgehoogd wordt: wat voor bodemopbouw is er in het plangebied en wat zegt dit over zettingen?
KLIMAATADAPTATIEBELEID VOORSCHOTEN
43
Een onderbouwd ontwerp maaiveldniveau/voorlopig stedenbouwkundig plan (VOSP) Met daarin: • De aangehouden ontwatering; • Een onderbouwing hoe aan de restzettingseis wordt voldaan; • Hoe wordt er in hemelwaterberging voorzien. Aangeven hoe deze zich verhoudt tot de grondwaterstand; • Bij ondergrondse berging: hoe wordt in de vertraagde afvoer of infiltratie voorzien (indien van toepassing). • Een onderbouwing in hoeveel tijd de berging leeg is en klaar voor de volgende piekbui; • Hoe het hemelwater afstromend over maaiveld terecht komt in de (ondiepe) bergingsvoorzieningen, zoals een wadi of een berging onder de wegfundering, of naar oppervlakte water; • Wat betekenen eventuele aanpassingen van het huidige maaiveldniveau voor het behoud van huidige en nieuwe bomen; • Hoe worden te hoge en te lage grondwaterstanden beperkt? Is er voldoende grondwater beschikbaar in droge perioden voor bomen en planten?; Kansenkaarten en/of plan van aanpak voor de ambities die zijn geformuleerd. (Voor ontwerpoplossingen zijn er verschillende informatiebronnen te raadplegen: Elke druppel telt | Amsterdam Rainproof en Maatregelen | Bouw adaptief Verder • Als er speciale klimaatadaptieve maatregelen worden getroffen is het verstandig om ook een beheerplan op te laten stellen. • Geformuleerde klimaatadaptatie eisen, criteria en ambities kunnen worden vastgelegd in een Anterieure overeenkomst.
Voorbereiding
Doelstellingen vertalen naar eisen of criteria voor aanbesteding.
Realisatie
Communicatie aan omgeving (en/of nieuwe bewoners) over klimaatadaptieve maatregelen.
Beheer
In de definitiefase is er budget vastgesteld voor het beheer. Het beheerplan wordt aangepast op het ambitieniveau voor klimaatadaptatie.
KLIMAATADAPTATIEBELEID VOORSCHOTEN
44