Bijlage 1 Het beleidsplan voor- en vroegschoolse educatie 2023-2026 vast te stellen
Tekst van het document
Een goede start met gelijke kansen!
Voor- en vroegschoolse educatie in de gemeente Voorschoten Beleidsplan 2023-2026
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ...........................................................................................................................................3
2.
Ontwikkelingen................................................................................................................................5 2.1
Wettelijke ontwikkelingen en wettelijk kader.........................................................................5
2.2
Lokale ontwikkelingen .............................................................................................................7
3.
Evaluatie beleidsplan voor- en vroegschoolse educatie 2019-2022 ...............................................9
4.
Voorschoolse educatie in Voorschoten: het jonge kind centraal..................................................11
5.
4.1
Onze visie...............................................................................................................................11
4.2
Het kwaliteitskader Voorschoolse Educatie Voorschoten.....................................................11
4.3
Doelgroep definitie en toeleiding..........................................................................................12
4.4
Peuteraantallen en het bereik...............................................................................................13
4.5
Extra inzet op non-bereik in 2023 .........................................................................................14
4.6
Ouderbetrokkenheid en leesbevordering .............................................................................14
4.7
Inzet preventieve logopedie..................................................................................................15
Doorgaande lijn: het voorschoolse aanbod en het basisonderwijs sluiten goed aan. ..................16 5.1
Registratie, monitoren en resultaatafspraken.......................................................................16
5.2
Inrichting voorschoolse educatie aanbod in Voorschoten ....................................................18
6.
Financiën .......................................................................................................................................20
7.
Doorkijk nieuwe opgaven beleidsperiode 2023 -2026 ..................................................................21
Begrippenlijst.........................................................................................................................................22
Pagina 2 van 23
1. Inleiding Voor u ligt de beleidsnotitie voor- en vroegschoolse educatie (VVE) voor de jaren 2023-2026. In deze notitie wordt beschreven op welke wijze de gemeente gezamenlijk met haar partners (onderwijs, kinderopvang en de jeugdgezondheidszorg) vorm geven aan de voorschoolse educatie en hoe we de doorgaande leerlijn borgen in samenwerking met de scholen die uitvoering geven aan de vroegschoolse educatie.
Een goede start met gelijke kansen “Een valse start kan een kind niet overdoen en een eenmaal opgelopen achterstand is moeilijk in te lopen.” Ieder kind heeft talenten. Het is belangrijk dat ieder kind de kans krijgt deze talenten tot bloei te laten komen. Daarvoor moeten kinderen zich vanaf jonge leeftijd goed kunnen ontwikkelen. De omgeving van een kind zou hierin nooit een belemmering mogen zijn. Niet ieder kind heeft echter dezelfde uitgangspositie bij de start van de basisschool en dit kan een negatieve invloed hebben op de wijze waarop een kind de schoolperiode doorloopt en daarmee op het later functioneren in de maatschappij. VVE is onderdeel van het onderwijskansenbeleid vanuit de Rijksoverheid. Het is erop gericht om (risico op) onderwijsachterstanden zo vroeg mogelijk te signaleren, te voorkomen en terug te dringen. Op lokaal niveau hebben gemeenten en onderwijs hier beiden een wettelijke taak in. VVE valt in twee delen uiteen: Voorschoolse educatie (VE) is de taak van de gemeente. VE vindt plaats in de kinderopvang met een VE-aanbod en richt zich op peuters van 2,5 tot 4 jaar. We noemen de peuters met een onderwijsachterstand ook doelgroep peuters. Het is een aanbod van spelenderwijs leren waarbij gebruik wordt gemaakt van ontwikkelingsgerichte programma’s.
Deze programma’s richten zich vooral op taalachterstanden, maar besteden ook aandacht aan de ontwikkelingen op het gebied van rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. 2. Vroegschoolse educatie is de taak van het onderwijs. Dit vindt plaats in groep 1 en 2 van de basisschool en is gericht op kleuters. De vroegschoolse educatie valt onder de verantwoordelijkheid van de school en de gemeente speelt hier geen rol in. 1.
Gezamenlijke wettelijke verplichtingen: De gemeente, schoolbesturen en de kinderopvang zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de organisatie van een doorgaande leerlijn. Hiermee bedoelen we de afstemming tussen vooren vroegschoolse educatie, opdat kinderen een ononderbroken ontwikkeling doormaken. Naast ieders verantwoordelijkheid voor de ‘eigen’ taak, zijn gemeenten en onderwijs ook wettelijk verplicht om kwaliteits- en resultaatafspraken met elkaar te maken over de VVE. Pagina 3 van 23
Het doel van VE is: “alle kinderen optimale ontwikkelkansen bieden en onderwijsachterstanden voorkomen dan wel bestrijden”. De gemeente werkt hier in samen met scholen, kinderopvang en maatschappelijke organisaties om de onderwijskansen en kansengelijkheid van kinderen met een minder gunstige uitgangspositie te vergroten. Hiertoe ontvangen gemeenten en scholen vanuit het Rijk middelen voor onderwijsachterstandenbeleid. Deze notitie is opgesteld mede op basis van een evaluatieproces (zie hoofdstuk 3) en door input vanuit het onderwijs, kinderopvang en de jeugdgezondheidszorg. Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat in op de wettelijke en lokale ontwikkelingen Hoofdstuk 3 gaat in op de evaluatie van het beleidsplan VVE 2019-2022 Hoofdstuk 4 gaat in op de voorschoolse educatie in Voorschoten: het jonge kind centraal Hoofdstuk 5 gaat over de doorgaande lijn en overdracht Hoofdstuk 6 bevat het financieel kader Hoofdstuk 7 bevat de planning voor de komende beleidsperiode
Pagina 4 van 23
2. Ontwikkelingen 2.1 Wettelijke ontwikkelingen en wettelijk kader In de afgelopen jaren zijn er diverse wettelijke ontwikkelingen geweest die van invloed zijn op het voorschoolse educatie (VE) beleid van de gemeente. De belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen periode zijn: Wet Ontwikkelkansen door Kwaliteit en Educatie De wet Ontwikkelkansen door Kwaliteit en Educatie (wet OKE uit 2010) is het belangrijkste kader voor de voor- en vroegschoolse educatie. De wet OKE is geen aparte wet, maar een verzamelnaam voor drie wetswijzigingen van de volgende wetten: wet Kinderopvang (Wko), wet op het Primair Onderwijs (WPO) en de wet op het Onderwijstoezicht. (Bij het onderdeel “wettelijke verplichtingen voor de gemeente” wordt dit verder toegelicht. Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang Per 1 januari 2018 is de wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (wet IKK) van kracht, waarmee de Wet kinderopvang (Wko) is gewijzigd. Met deze wetswijziging worden instellingen geprikkeld om meer kwaliteit te leveren en wordt er ruimte geboden voor het bieden van maatwerk. Het achterliggende doel is het realiseren van een kwaliteitsverhoging van de kinderopvang en voorschoolse educatie, waarmee er meer aandacht komt voor de ontwikkeling van kinderen. Op die manier kan er beter maatwerk worden geleverd en helpt het kinderen bij het verkrijgen van een goede start in het basisonderwijs.
Wijzigingen in het landelijk onderwijsachterstandenbeleid Met ingang van 1 januari 2019 startte een nieuwe periode voor het onderwijsachterstandenbeleid (OAB). Vanuit de Rijksoverheid ontvangen gemeenten OAB-middelen, die zij kunnen inzetten om onderwijsachterstanden te verkleinen. In 2019 werd het landelijk budget uitgebreid en verdeeld middels een andere verdeelsystematiek en op basis van een nieuwe indicator om onderwijsachterstanden te voorspellen. Hierdoor kwam de gemeente Voorschoten voor het eerst in aanmerking voor OABmiddelen. De gemeente zet deze middelen in om een kwalitatief goed VE-aanbod aan te kunnen bieden. In hoofdstuk 6 Financiën lichten we dit verder toe.
Wettelijke verplichtingen voor gemeenten: Vanuit de WPO en Wko heeft de gemeente de wettelijke verantwoordelijkheid en opdracht om te zorgen voor: • voldoende en kwalitatief volwaardig aanbod van voorschoolse educatie; (WPO) • een goede spreiding van het aanbod van voorschoolse educatie; (WPO) • het zich inspannen voor het bereik van alle doelgroepkinderen en zorgen voor een goede toeleiding van kinderen naar voorschoolse educatie; (WPO) • toezicht en handhaving op de kwaliteit van kinderopvang en voorschoolse educatie; (Wko) Wettelijke verplichtingen voor kinderopvang: Alle kinderopvanglocaties (voorscholen, kinderen tot 4 jaar) moeten voldoen aan de Wet Kinderopvang en de kwaliteitseisen uit het Besluit kwaliteit kinderopvang. Op voorschoolse locaties
Pagina 5 van 23
met een VE-aanbod is ook het besluit Basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie van toepassing. Vanuit de wet IKK zijn daarnaast de volgende maatregelen doorgevoerd: •
•
•
In 2020 is het aantal wettelijk verplichte uren voorschoolse educatie voor doelgroep peuters1 uitgebreid van 600 uur naar 960 uur in de leeftijdscategorie van 2,5 tot 4 jaar. Dit komt neer op een uitbreiding van gemiddeld 10 uur naar 16 uur per week (40 weken per jaar). De kwaliteit van de voorschoolse educatie werd verhoogd; naast de MBO geschoolde professionals moeten er een aantal uren HBO-geschoolde professionals ingezet worden die werken op de groep en/of andere pedagogisch medewerkers (pm’ers) coachen in het zien van extra ontwikkelingsbehoeften bij kinderen. Pedagogisch medewerkers die werken op een VE-groep dienen te voldoen aan taalniveau 3F (MBO-4). Naast 3F voor de mondelinge taalvaardigheid, geldt deze eis ook voor lezen. (Deze eis geldt voor kleinere gemeenten vanaf 1 augustus 2019)
Wettelijke verplichtingen basisscholen: Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat daarbij op structurele en herkenbare wijze aandacht wordt besteed aan het bestrijden van achterstanden in het bijzonder in de beheersing van de Nederlandse taal, waarin ook door middel van vroegschoolse educatie kan worden voorzien (WPO, art 8). Gezamenlijke wettelijke verplichtingen: Verder gelden vanuit de WPO de volgende verplichtingen voor de gemeente, het onderwijs en de kinderopvang gezamenlijk. Gemeenten voeren tenminste jaarlijks overleg over en dragen zorg voor het maken van afspraken met kinderopvang en scholen over: • • • • •
vaststellen doelgroep voorschoolse educatie wijze van toeleiden naar voor- en vroegschoolse educatie de organisatie van een doorlopende leerlijn van de voorschool naar de vroegschool bestrijden van onderwijsachterstanden, bevorderen van integratie en het maken van afspraken de resultaten van voor- en vroegschoolse educatie
Bovenstaande afspraken hebben zoveel mogelijk het karakter van meetbare doelen. Alle partijen werken mee aan de totstandkoming van de afspraken. Kinderopvang levert gegevens over de voorschoolse educatie aan de basisscholen en zij maken samen afspraken over de wijze van levering. Passend onderwijs en jeugdhulp Met de invoering van passend onderwijs per 1 augustus 2014 zijn gemeenten en onderwijsbesturen gezamenlijk verantwoordelijk voor de afstemming tussen onderwijsondersteuning en de zorg voor 1 Peuters met een achterstand op het gebied van taal, rekenen, motoriek of sociaal-emotionele ontwikkeling.
Pagina 6 van 23
kinderen en jeugdhulp. Schoolbesturen binnen een regionaal samenwerkingsverband maken met elkaar een ondersteuningsplan waarin zij afspreken hoe voor alle leerlingen een passende plek in het onderwijs gerealiseerd kan worden. De samenwerkingsverbanden zijn verplicht om hierover met de gemeenten een op overeenstemming gericht overleg (OOGO) te voeren. In deze ondersteuningsplannen wordt aandacht besteed aan de aansluiting tussen onderwijs en de zorg in en om school. Onderdeel hiervan zijn onder andere vroegsignalering, de aansluiting van voorschoolse educatie (voorschool) op de vroegschoolse educatie en het bereik van doelgroepkinderen. Het VVEaanbod is in het ondersteuningsplan onderdeel van de brede basisondersteuning van het kind.
2.2 Lokale ontwikkelingen Inspectierapport voorschoolse educatie In 2020 kreeg de gemeente Voorschoten een inspectieonderzoek naar de voorschoolse educatie. Naar aanleiding van dit onderzoek volgde een inspectierapport met een aantal, deels dwingende aanbevelingen. De inspectie houdt toezicht op de kwaliteit van de voorschoolse educatie en de doelmatigheid van de besteedde OAB-middelen. De aandachtspunten vanuit het inspectierapport waren: • Jaarlijks overleg tussen de gemeente, de kinderopvang met VE-aanbod en schoolbesturen • Afspraken maken en door ontwikkelen van de doorgaande leerlijn • Opstellen van resultaatafspraken met schoolbesturen • Gemeentelijk beleid opstellen omtrent ouderparticipatie Sinds 2020 is er gewerkt aan het op orde krijgen van deze aandachtspunten. Zo zijn er verschillende trajecten gestart met het onderwijs, kinderopvang en de JGZ om te komen tot resultaatafspraken en een Lokaal Educatieve Agenda (LEA). Met het opleveren van de bovengenoemde afspraken en het uitvoeren van de aandachtspunten kreeg de gemeente in november 2022 bericht van de inspectie dat we inmiddels weer voldoen aan de wettelijke voorschriften. VVE-resultaatafspraken In 2022 zijn er gezamenlijk met de voor- en vroegscholen VVE-resultaatafspraken opgesteld.
De resultaatafspraken geven (voor)scholen inzicht in hoe met name kinderen met risico op een onderwijsachterstand de voorschool (met VE-aanbod) en het basisonderwijs (groep 1) instromen en hoe ze zich ontwikkelen. Dit levert een beeld op wat alle inspanningen in de VVE in de breedte oplevert en is een aangrijpingspunt voor een kwaliteitsdialoog. De resultaatafspraken gelden voor de periode april 2022 tot en met december 2026, zodat deze afspraken synchroon lopen met de OAB-periode 2023-2026 vanuit het Rijk. Voor de complete uitwerking van de afspraken omtrent de uitvoeringsafspraken en implementatierichtlijnen, verwijzen we naar bijlage 1. In hoofdstuk 5 gaan we verder in op de monitoring.
Lokaal Educatieve Agenda In 2022/2023 is er gewerkt aan een lokaal educatieve agenda (LEA). De LEA is een meerjarige beleidsagenda op hoofdlijnen. Hierin is voor de komende vier jaar vastgelegd wat we (de gemeente, scholen, kinderopvang en maatschappelijke partners) gezamenlijk willen gaan aanpakken en wat we daarmee willen bereiken. Elk kind in Voorschoten dient de kans te krijgen om te leren en zijn of haar talenten optimaal te ontwikkelen met, waar nodig, de juiste hulp en ondersteuning op het juiste moment. Pagina 7 van 23
In de LEA zijn drie hoofdthema’s benoemd waar we gezamenlijk met onze partners op willen richten.
De hoofdthema’s: - Een goede verbinding tussen kinderopvang en zorg & tussen onderwijs en zorg - Voorkomen en bestrijden van stagnatie in de (taal)ontwikkeling - Sterke doorgaande lijnen en goede overgangen
In de LEA 2023-2026 zijn drie werkgroepen benoemd, die uitvoering geven aan de LEA. Voor de complete uitwerking van de LEA, verwijzen we naar bijlage 2. Nationaal Programma Onderwijs (NPO) Door de Covid-19 periode en bijbehorende maatregelen hebben kinderen minder mogelijkheden (gehad) om zich te ontwikkelen. Om de gevolgen van de “corona”-maatregelen voor kinderen te beperken heeft het Rijk het Nationaal Programma Onderwijs2 (hierna: NPO) opgezet. Zowel het onderwijs als gemeenten krijgen middelen om vorm te geven aan de uitvoering van het NPO. Deze middelen moeten worden ingezet om de mogelijk opgelopen achterstanden tijdens de Covid-19 periode teniet te doen. De invulling en besteding van de NPO-middelen is verbonden met de drie werkgroepen van de LEA. Zo wordt geborgd dat de besteding van de NPO-middelen aansluit op de LEA thema’s. Voor de uitwerking van de inzet van de gemeentelijke middelen verwijzen we naar de NPO-notitie (Bijlage 3). Oekraïne Sinds maart 2022 is er gewerkt aan de organisatie van opvang en scholing van Oekraïense ontheemden. Per 1 april 2023 is er een regeling specifieke uitkering (hierna: SPUK) in werking getreden voor de voorschoolse educatie aan peuters uit Oekraïne. Deze regeling heeft tot doel tegemoet te komen in de kosten voor het aanbieden van voorschoolse educatie aan Oekraïense peuters.
Deze SPUK kan alleen worden verstrekt als er op 1 november 2022 minimaal vijf peuters ingeschreven waren in de gemeente. Dit is niet het geval in Voorschoten.
2 Staatscourant 2021, 42927 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)
Pagina 8 van 23
3. Evaluatie beleidsplan voor- en vroegschoolse educatie 2019-2022 Sinds het beleidsplan VVE 2019-2022 is er veel gebeurd. De verschillende onderdelen uit het beleidsplan zijn geëvalueerd door het bureau MixSupport, zie bijlage 4. Daaruit kwamen de volgende conclusies: 1. Hoofdstuk 3 van het beleidsplan 2019-2022: Huidige situatie voorschoolse voorzieningen in Voorschoten. Stichting Peuterspeelzalen Leiden (SPL), voorheen Stichting Kinderspeelzaal Voorschoten (SKV) is de enige aanbieder in Voorschoten. Uit een motie (101) van de raad d.d. 13 juni 2019 kwam ook de wens van het hebben van meerdere VE-aanbieders in Voorschoten. De beantwoording van de motie is meegenomen in de evaluatie van het beleidsplan VVE 2019-2022. Conclusie: De SPL is momenteel de enige VE-aanbieder die voldoet en wil voldoen aan de gestelde kwaliteitscriteria van de VE. Daarnaast gebruikt de kinderopvang organisatie “BLOS”, een VEprogramma, maar wil verder niet voldoen aan VE-eisen. 2. Hoofdstuk 3.3 Actualisering van de huidige doelgroep definitie en huidig aanbod Conclusie: • De doelgroep definitie is geactualiseerd in het nieuwe beleidsplan VVE 2023-2026. • Er is een aanbod voor doelgroep peuters van 2,5 tot 4 jaar voor 40 weken per jaar. Daarmee is de uitbreiding van het VE-aanbod van 10 uur naar 16 uur per week behaald. • Er is geen wachtlijst voor doelgroep peuters. 3. Hoofdstuk 3.3.
en 3.9 Kwaliteit Conclusie: De VE-aanbieder voldoet aan de nieuwe kwaliteitseisen. 4. Hoofdstuk 3.6 en 3.7 en 3.11 Doorgaande lijn: observatie en overdracht naar het primair onderwijs Conclusie: De samenwerking is prima, op de inhoudelijke afstemming is mogelijk nog winst te behalen. De meeste reguliere kinderopvang maken inmiddels gebruik van hetzelfde overdrachtsformulier dat door de VE-aanbieder wordt gebruikt. Hierdoor krijgen de scholen (zodra het bij iedereen volledig ingevoerd is) in Voorschoten van praktisch alle kinderen die naar de kinderopvang zijn geweest (m.u.v. gastouders) de informatie op eenzelfde en ‘veilige’ manier. Het streven om alle kinderopvang gebruik te laten maken van het digitale overdrachtsdossier is een actiepunt voor de komende beleidsperiode. 5. Hoofdstuk 3.8 en 5. Toeleiding en Bereik Conclusie: Monitoring en registratie zijn verbeterd. Er zijn nieuwe afspraken gemaakt met de JGZ en is er een nieuwe werkwijze ingevoerd over terugkoppeling en registratie. Hierdoor is nu ook inzichtelijker hoeveel geïndiceerde kinderen uiteindelijk geplaatst zijn en wat de reden is als ze niet van het VE-aanbod gebruik willen maken. 6. Hoofdstuk 3.10 Ouderbetrokkenheid Conclusie: Vanaf 2022 is er ingezet op het verstevigen en verduidelijken van gemeentelijk beleid gericht op ouderbetrokkenheid, het huidige aanbod, de aanbieders en de samenwerking.
Verdere Pagina 9 van 23
uitwerking vindt plaats in de nieuwe beleidsperiode. 7. Hoofdstuk 4 Samenwerkingspartners en overleg Conclusie: Er zijn verschillende werkgroepen en overlegverbanden waar partners met elkaar afstemmen. De lijnen in Voorschoten zijn kort en dat levert veel op. Er wordt, met inachtneming van de AVG, snel en onderling afgestemd. In 2021 en 2022 is er veel extra geïnvesteerd om VEonderdelen te ontwikkelen of te verbeteren (vb. digitale overdracht, toeleiding, ouderbetrokkenheid en de uitbreiding van het aanbod logopedie). Conclusie: Uit de evaluatie van het beleidsplan 2019-2022 blijken nog een aantal onderdelen die een vervolg nodig te hebben in de komende beleidsperiode, 2023-2026. Het gaat om de volgende onderwerpen: • • • •
Hoofdstuk 3: Het terugbrengen van het huidige non-bereik. Hoofdstuk 3.6, 3.7 en 3.11: Inhoudelijke afstemming rondom de doorgaande lijn verscherpen. Hoofdstuk 3.6, 3.7 en 3.11: Het streven om alle kinderdagopvang gebruik te laten maken van het digitale overdrachtsdossier. Hoofdstuk 4: Verder uitwerken van het ouderbetrokkenheid aanbod.
Pagina 10 van 23
4. Voorschoolse educatie in Voorschoten: het jonge kind centraal 4.1 Onze visie De eerste zes levensjaren van een kind zijn cruciaal voor de ontwikkeling, zo blijkt uit talrijke onderzoeken. In deze fase leren kinderen razendsnel. Ze beginnen te praten, gaan samen spelen en ontplooien hun creativiteit. Jonge kinderen leren wanneer ze spelen. De inzet van de ouders is hierbij van groot belang. Ook het netwerk van het gezin en de buurt kunnen een belangrijke positieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kinderen. De gemeente Voorschoten vindt het belangrijk dat kinderen met een goede start beginnen. Goed onderwijs en goede kinderopvang zijn belangrijk om onze kinderen voor te bereiden op de toekomst en ze de kennis en vaardigheden bij te brengen die ze later in de maatschappij en op de arbeidsmarkt nodig gaan hebben. Als er minder inkomen is, als ouders de Nederlandse taal minder goed beheersen of meer praktisch geschoold zijn, mag dat geen belemmering zijn. Door het voorschoolse aanbod kunnen we als lokale overheid ondersteuning bieden aan deze doelgroep. Door samenwerking met de voor- en vroegschoolse partners willen we vanuit onze verschillende rollen betere kansen creëren voor onze kinderen.
4.2 Het kwaliteitskader voorschoolse educatie Voorschoten De gemeentelijke kwaliteitseisen aan het voorschoolse aanbod en de VE-aanbieder staan in de Subsidieregeling VE en zijn gebaseerd op de landelijk vastgestelde kwaliteitseisen waar de Inspectie en de GGD GHOR (minimaal eens per jaar) op controleert. • Er wordt gewerkt met een Nederlands Jeugdinstituut (NJI) erkend VVE-programma • Er wordt gewerkt met een observatie- en registratiesysteem met doorgaande lijn naar het basisonderwijs. • Doelgroep peuters worden, volgens afspraak ‘warm’ overgedragen naar de basisschool. • Per VE-groep wordt minstens 4 uur per week een pedagogisch geschoolde HBO-er ingezet. • In een ouderbeleidsplan staat beleid en inzet op het gebied van ouderbetrokkenheid. • Er is beleid voor kinderen die extra zorg nodig hebben, gericht op het zo vroeg mogelijk signaleren van onderwijs- en ontwikkelingsachterstanden en mogelijke inzet van externe hulp. • De peuteropvang werkt bij het signaleren en bestrijden van eventuele onderwijs- en ontwikkelingsachterstanden samen met de Jeugdgezondheidszorg (JGZ), Voorschoten Voor Elkaar, logopedie en de basisscholen. • Voortdurende inzet op professionalisering van de pedagogische en didactische vaardigheden.
In Voorschoten zijn op dit moment de volgende kinderopvang aanbieders (reguliere dagopvang of voorschoolse educatie aanbieder) werkzaam: • BLOS • De Uitvinder • ’t Kwebbeltje • het Postkantoor • Norlandia • Stichting Peuterspeelzalen Leiden (SPL), voorheen Stichting Kinderspeelzaal Voorschoten (SKV) Van al deze aanbieders is de SPL de enige organisatie die voldoet en wil voldoen aan alle VEvoorwaarden. De SPL heeft 6 locaties in Voorschoten: • De Boschfluiters • De Hooiberg Pagina 11 van 23
• • • •
De Speelboom ’t Kwetternest Olleke Bolleke Pippeloen
De SPL heeft alleen peuteropvang (voorheen het peuterspeelzaalwerk) en voldoet aan alle wettelijke VE-eisen die horen bij een VE-aanbieder. SPL is gericht op innoveren want het ‘kan altijd beter’ en werkt in goede samenwerking en met korte lijnen met alle keten- en zorgpartners. Het SPL pedagogisch beleidsplan is op te vragen bij de SPL. Bij BLOS krijgen kinderen wel een groot deel van de dag een VE-aanbod, maar niet volgens alle VEvoorwaarden.
4.3 Doelgroep definitie en toeleiding Algemene doelgroep omschrijving Voorschoten Gemeenten zijn vrij om samen met partners te bepalen welke kinderen in aanmerking komen voor extra ondersteuning vanuit de voorschoolse educatie. In het kader van de doorgaande lijn is gekozen voor een ruimere doelgroep definitie: Kinderen (tot 12 jaar)3 met een risico op, of een geconstateerde ontwikkelings- of taalachterstand (met accent op Nederlands), die extra ondersteuning nodig hebben om deze (dreigende) ontwikkelingsachterstand in te lopen of te voorkomen. Voor de VE geldt dat het de verwachting is dat een VE-aanbod helpend is voor het Nederlandse onderwijs. Kinderen met een vluchtelingenachtergrond komen sowieso in aanmerking voor VE. Bij de beoordeling voor een VE-indicatie kunnen de volgende factoren een rol spelen: • Een blootstellingsrisico als gevolg van een taalarme thuisomgeving. Dit vergroot het risico op een (taal)achterstand. Er wordt thuis weinig gepraat, gespeeld of voorgelezen. • De taal die de primaire opvoeder spreekt met het kind. Kinderen die thuis geen Nederlands of naast het Nederlands een andere taal spreken. • Opleiding van één of beide ouders. Onderzoek toont aan dat een lage opleiding invloed kan hebben op de kansen van een kind. • De sociale omgeving van het kind, speciale omstandigheden zoals bijvoorbeeld ziekte, armoede, slechthorendheid of schuldenproblematiek.
• Sociaal emotionele achterstand of sociaal-medische indicatie met mogelijk gevolgen voor een goede taal/spraak. Indicering en toeleiding voor de VE De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) is vanuit haar reguliere taakstelling verantwoordelijk voor het indiceren van VE-kinderen, het doorverwijzen naar passende VE-voorzieningen en afstemming met de gemeente en de voorschoolse aanbieder(s). De beoordeling voor indicatie, op basis van de doelgroep definitie, vindt bij voorkeur plaats voor het 2e levensjaar. De JGZ-professional beoordeelt op basis van; 3 Kinderen die naar het voortgezet onderwijs gaan komen niet aanmerking voor aanvullende ondersteuning vanuit OAB. 13-
jarige kinderen in het primair onderwijs komen hier wel voor in aanmerking.
Pagina 12 van 23
• • • •
het “van Wiechen onderzoek” (een methode om ontwikkeling in kaart te brengen) de eigen expertise op advies van de logopediste op advies van de pedagogisch medewerker
Als de logopediste of de pedagogisch medewerker een taalachterstand signaleert en verwacht dat deelname aan het VE-programma helpend zal zijn, neemt de JGZ dit advies serieus voor indicatie. De lijnen tussen de betrokken partners zijn kort, de onderlinge contacten en de samenwerking is goed. Dit werkt in het voordeel van de kinderen.
4.4 Peuteraantallen en het bereik In Voorschoten kunnen peuters vanaf 2 jaar naar de peuterspeelzaal en vanaf 2,5 jaar gebruik maken van voorschoolse educatie. In de onderstaande tabel wordt het aantal 2- en 3-jarigen op 1 januari 2023 aangegeven. Tabel 1 Gegevens GBA Voorschoten 1 januari 2023
Aantal 2-4 jarigen
2 jarigen geboren in 2019 272
3-jarigen Geboren in 2020 309
Totaal 581
Tijdens de Covid-19 periode heeft het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), behalve bij 2-jarige kinderen waar al zorg over was, alleen telefonisch consulten afgenomen. Dit betrof voornamelijk 2en 3-jarigen. Telefonische informatie is, soms vanwege taalbarrière, niet zo betrouwbaar om kinderen te kunnen screenen op achterstanden. Daarnaast durfden sommige ouders niet te komen. Hierdoor was er een te verwachte hiaat in de VE-indicering en daarmee non-bereik van de doelgroep. Om te voorkomen dat gemiste doelgroepkinderen zonder voorschools aanbod naar groep 1 zouden gaan is er middels de NPO-middelen een extra interventie bekostigd. Hierdoor zijn in april 2022 “deze gemiste kinderen” van gemiddeld 2 jaar en 3 maanden oud, extra opgeroepen door het CJG om hen alsnog te zien en te screenen op taal-spraak en andere VE-criteria. Er zijn 129 kinderen extra gezien, daarvan zijn er 12 alsnog geïndiceerd. Van die 12 had 75% (9) een niet Nederlandse thuistaal. Volledig bereik is een utopie, maar een zo hoog mogelijk bereik is zeker de ambitie. Het streven is dat 85% van de doelgroepkinderen tussen de 2,5 - 4 jaar het volledige aantal wettelijke VE-uren ontvangt. Voor volledig bereik is een goede toeleiding naar een VE-voorziening en samenwerking met lokale partners essentieel (zoals SPL, reguliere kinderopvang, scholen, logopedisten, Voorschoten Voor Elkaar).
Behalve informeren en stimuleren van de ouders, is het noodzakelijk dat bij meertalige ouders meer informatie en ondersteuning wordt geboden, zoals ondersteuning bij inschrijving en het aanvragen van kinderopvangtoeslag. In 2022 waren er 69 doelgroepkinderen, waarvan 52 in de leeftijd van 2-4 jaar. Van deze 52 zijn er 38 geplaatst bij de SPL, dat is 73%. 27 % (14 ouders) maakte geen gebruik van VE-aanbod. 11 kinderen gingen naar het kinderdagverblijf, gastgezin of elders (79% van de 14) en 3 ouders wilden geen gebruik maken van de VE. Sommige ouders (kunnen) niet kiezen voor het VE-aanbod, omdat ze hele dagen opvang nodig hebben (voor werk of inburgering). Pagina 13 van 23
Het huidige bereik is 73%. Het vraagt extra inzet om het non-bereik van 27% te verkleinen.
4.5 Extra inzet op non-bereik in 2023 De komende periode wordt ingezet op twee activiteiten om het non-bereik te verkleinen, dit zijn de volgende activiteiten: 1) Vanuit NPO-middelen wordt een VE-peuterconsulent, vanuit Voorschoten Voor Elkaar, ingezet. Kinderen hebben lang thuis gezeten, zijn minder gewend aan interactie, missen soms bepaalde sociale vaardigheden of hebben moeite met prikkelverwerking. Ze missen dan een goede basis om taal te kunnen leren. Sommige ouders hebben geïsoleerd geleefd en hebben daardoor minder beeld van wat er allemaal mogelijk is. Er is dan sprake van een informatie achterstand. De doelgroep van de peuterconsulent zijn VE-geïndiceerde kinderen die om diverse redenen niet geplaatst zijn of die nog geplaatst moeten gaan worden en waarbij de JGZ inschat dat er extra ondersteuning nodig is. Na toestemming gaat de peuterconsulent ouders begeleiden in het traject naar plaatsing op een VE-locatie. De peuterconsulent kan het belang van VE verhelderen, de drempels bespreken en samen naar oplossingen zoeken. Daarbij wordt een check uitgevoerd of kinderen ook daadwerkelijk geplaatst zijn en blijft. Indien ouders daar behoefte aan hebben, blijft de peuterconsulent op de achtergrond aanwezig. Het voordeel van dit aanbod is dat er zicht is op de thuissituatie en of er meer nodig is in het gezin, denk o.a. aan opvoedsteun en armoede.
De peuterconsulent kan zorgen dat ouders beter ondersteund worden. 2) In 2023 worden nieuwe plannen en afspraken uitgewerkt met de kinderopvang om het nonbereik te verkleinen. Samen met de kinderopvang willen we onderzoeken of peuters met een VE-indicatie, die op de dagopvang zitten bij een reguliere kinderopvang zonder VE-aanbod, toch gebruik kunnen maken van VE-aanbod bij de SPL. Peuters kunnen dan, in het meest ideale geval, vier dagdelen in de ochtend naar de SPL voor VE-aanbod en in de middag terug naar de reguliere kinderopvang. Dit onderdeel vergt nader onderzoek. De verwachting is dat deze twee activiteiten op zowel het aanbod als doorverwijzing, positieve effecten zullen hebben op het non-bereik.
4.6 Ouderbetrokkenheid en leesbevordering Ouderbetrokkenheid wordt ook wel omschreven als educatief partnerschap of ouderbetrokkenheid thuis. De definitie die daarbij past is: ‘… een proces waarin de betrokkenen er op uit zijn om elkaar wederzijds te ondersteunen en waarin ze proberen hun bijdrage zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen, met als doel het leren, de motivatie en de ontwikkeling van kinderen te bevorderen’ (Kalthoff, 2011). Diverse onderzoeken4 en ervaringen in binnen- en het buitenland laten overtuigend zien, dat goed partnerschap en ouderbetrokkenheid, de ontwikkeling van kinderen positief beïnvloedt. Kinderen doen het beter als ouders, kinderopvang en de school bij elkaar betrokken zijn en de interactie thuis optimaal is.
4 Menheere (2010) laat zien dat investeren in de (taal)ontwikkeling in zowel de thuissituatie (home based) als in
de kinderopvang/onderwijs (center based) het rendement versterkt.
Pagina 14 van 23
In 2022 is een gezamenlijke visie (gemeente en partners) op ouderbetrokkenheid opgesteld: Ouders als partner om de kansen voor alle kinderen te vergroten! Elke ouder wil het beste voor het kind. Sommige ouders hebben extra ondersteuning nodig. Gemeente en partners zetten in op actieve participatie en betrokkenheid van met name ouders van doelgroep peuters. De hoofdpunten van de “Visie ouderbetrokkenheid” zijn: o We geloven in preventie: voorkomen, vroegtijdig signaleren en inzetten werkt. o Als ouders thuis zelf ook actief zijn met hun kind heeft dat veel effect. o Ouders zijn belangrijk en zijn partner vanuit een gezamenlijk doel: het beste voor het kind. o Wederzijds vertrouwen, toegankelijkheid en gezamenlijke inzet op toeleiding. o We gaan ‘naast de ouder staan’ en kennen de ouder. o Ouders hebben recht op informatie. o Opvoeding en ontwikkeling zijn verbonden. o Uitgaan van eigen kracht maar ook de gezamenlijke kracht van ouders stimuleren o We gaan voor een gezins- en buurtgerichte benadering en partners werken samen. o Deskundigen en betrokken beroepskrachten maken het verschil! o Inzet op samenwerking, borging, continuïteit, draagvlak en monitoren. De SPL en ouderbetrokkenheid Actief ouderbeleid en uitvoering is een vast, verplicht onderdeel in het pedagogisch beleidsplan van de SPL en is gebaseerd op wederzijds vertrouwen en gelijkwaardige rollen.
De pedagogisch medewerkers (PM’ers) investeren vanaf de intake veel in de relatie met ouders, omdat contact en vertrouwen de basis is van elke relatie. Vanuit de vreedzame kinderopvang is veel aandacht voor het ontwikkelen van een open houding vanuit respect voor personen, waarden en normen, een goede luisterhouding en ‘gezonde’ nieuwsgierigheid. Dit staat centraal in de coaching. Bijlage 5 geeft een overzicht van de visie en activiteiten in het kader van ouderbetrokkenheid.
4.7 Inzet preventieve logopedie
Logopedie is gericht op vroeg signalering en het optimaliseren van de spraak- taalproblematiek van kinderen. Binnen het VE-kader levert logopedie een belangrijke bijdrage aan de indicatie, doorverwijzing en deskundigheidsbevordering. Preventieve logopedie is belangrijk om grotere problemen en curatieve logopedie te voorkomen. De JGZ doet standaard screenings en heeft een regiefunctie bij verwijzing. Zij kunnen advies vragen aan of doorverwijzen naar het logopedisch spreekuur (twaalf keer per jaar) van Preventieve logopedie uitgevoerd door de organisatie genaamd “1801”. 1801 screent kinderen, voert een anamnese gesprek met ouders, geeft advies (ook over meertalig opvoeden) en/of verwijst door naar een logopedist. In 2022 is met partners vanuit een basisvisie, het huidige en wenselijke logopedisch aanbod uitgewerkt. Er zijn NPO-middelen ingezet voor extra preventieve voorschoolse logopedie aanbod. Hierdoor kan 1801 ouders goed adviseren bij het meertalig opvoeden. Dit is gekoppeld aan het reguliere spreekuur. Daarnaast is er inzet op deskundigheidsbevordering en coaching in de reguliere kinderopvang (Norlandia, BLOS en de Uitvinder). Dit is gericht op vroegsignalering. SPL heeft al veel kennis in huis, dankzij “coaching on the job” door de Logopedie Praktijk Voorschoten.
1801 verzorgt 2 scholingen voor beroepskrachten en gaat bij de reguliere kinderopvang twee keer per jaar op locatiebezoek en sluit ééns per jaar aan bij een teamoverleg voor deskundigheidsbevordering. Pagina 15 van 23
5. Doorgaande lijn: het voorschoolse aanbod en het basisonderwijs sluiten goed aan Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het voeren van overleg en het maken van afspraken over de organisatie van een doorlopende leerlijn van de voorschoolse periode naar vroegschoolse periode. In 2021 is een nieuw uniform en veilig digitaal overdrachtssysteem ontwikkeld, het Voorschotens overdrachtsformulier. Dit formulier is afgestemd op de wensen van scholen en kinderopvang partners en daarna geïmplementeerd. De privacy is gewaarborgd door het gebruik van dit digitale overdrachtssysteem. Er zijn gezamenlijke afspraken gemaakt over het gebruik en procedure, over de terugkoppeling en afstemming en wat te doen als ouders geen toestemming geven. Dit komt een enkele keer voor. Bij VE-peuters is een “warme” overdracht wettelijk verplicht. Ook moet de kinderopvang minimaal doorgeven dat er een VE-indicatie is en hoe lang er VE-aanbod genoten is. Kinderen worden op drie momenten geobserveerd en uiteindelijk gaat het hele formulier met toestemming van ouders naar de basisschool en de BSO (beide verplicht voor de kinderopvang). De SPL draagt alle VE-geïndiceerde peuters en andere zorgkinderen in een gesprek, waar ouders bij zijn uitgenodigd, ‘warm’ over. Scholen ontvangen vanuit de SPL, Norlandia, BLOS en de Uitvinder van elk kind digitaal dezelfde overdracht.
De basisschool kan verder waar de kinderopvang gebleven is en kan direct inspelen op de specifieke ondersteuningsbehoefte van het kind. Deze digitale overdracht wordt steeds geactualiseerd en verbeterd. Daarnaast vraagt de doorgaande lijn wat betreft pedagogisch beleid, methodiek en ouderbeleid nog aandacht. Uit het pre-cool- onderzoek van 20225 blijkt dat er vaak geen sprake is van een doorgaande lijn in de aangeboden educatieve kwaliteit van voor- naar vroegschools. In de kleutergroepen is de educatieve kwaliteit vaak lager dan in voorschoolse instellingen met een VE-programma. Bovendien stroomden in de helft van de gevallen de doelgroep peuters uit het pre-cool-onderzoek vervolgens door naar een school zonder erkend vroegschoolse educatie-programma. Hier zullen we in de komende jaren, door de resultaatafspraken, beter zicht op gaan krijgen hoe dit in Voorschoten is.
5.1 Registratie, monitoren en resultaatafspraken In mei 2022 zijn met de JGZ nieuwe haalbare registratie- en verantwoordingafspraken gemaakt. Met een (schaduw) registratie systeem worden gegevens verzameld die niet simpel uit het centrale monitor systeem te halen zijn van de JGZ. De JGZ levert rond 1 januari over het afgelopen jaar de volgende gegevens bij de gemeente aan: 1. Het aantal kinderen dat door de JGZ geïndiceerd is (0-2 en 2-4 jaar) met de thuistaal. 2. Het aantal bij de SPL geplaatste kinderen met leeftijd op moment van plaatsing. 3. Het aantal kinderen dat wel geïndiceerd is, maar niet geplaatst is met de reden waarom. De JGZ noteert de reden; • geen interesse 5 Meer informatie op de website van pre-COOL: http://pre-cool.nl/
Pagina 16 van 23
• • • •
gastouder of hele dagopvang voor werk voor taalles is te duur (als ouders dat zeggen)
De gegevens komen ook uit het 6-wekelijkse overleg met de SPL, waarin alle geïndiceerde peuters gecheckt worden op (niet) plaatsing, de redenen en eventuele vervolg acties. Zo krijgen we inzicht in het bereik én het geheel of gedeeltelijke non-bereik van doelgroep peuters. Door hier beter zicht op te krijgen kunnen we ook beter sturen. De inzet van de peuterconsulent gaat hierbij helpen. De SPL registreert onder andere de volgende onderdelen en neemt dit op in het jaarverslag: • start- en einddatum • wel of geen VE-aanbod • land van herkomst • tweede niet Westerse taal • vluchtelingenstatus • werkende ouders • % ouderbijdrage • school van uitstroom Naast het monitoren van het bereik gaan we ook de opbrengsten van VVE voor kinderen op het onderdeel taal in beeld brengen, volgens wettelijk ingestelde resultaatafspraken. In Voorschoten richten de voorschoolse resultaatafspraken zich op peuters met een doelgroep indicatie. Deze groep heeft achterstand in de taalontwikkeling, welke mede door inzet van voorschoolse educatie moet worden ingelopen. Op dit moment zijn de peuters die in de doelgroep vallen, zoals hiervoor beschreven, bij de vroegschoolse aanbieders nog onvoldoende in beeld en dus kijken we in eerste instantie naar alle kleuters die vroegschools met een taalachterstand instromen (ongeveer 20% van alle kleuters).
Door continu te monitoren en de ervaringen van de vroegschoolse aanbieders periodiek te bespreken, komen op termijn de ‘doelgroep kleuters‘ wel in beeld. De volgende resultaatafspraken gaan we monitoren vanaf 2023/2024: De voorschoolse periode (2-4 jaar): Bij minstens 80% van de doelgroep peuters die met een taalachterstand binnenstromen is deze achterstand bij uitstroom afgenomen (volgens de gehanteerde observatiemethode). Deze kinderen maken dus een bovengemiddelde ontwikkeling door op taal en maken hiermee een inhaalslag. De vroegschoolse periode (4-6 jaar): Bij minstens 80% van de (doelgroep) kleuters die met een taalachterstand instromen in groep 1, is deze achterstand eind groep 2 afgenomen (volgens de gehanteerde observatiemethode). Deze kinderen maken dus een bovengemiddelde ontwikkeling door op taal en maken hiermee een inhaalslag.
Pagina 17 van 23
5.2 Inrichting voorschoolse educatie aanbod in Voorschoten Er is een aanbod van 40 weken voor doelgroep peuters van 2,5 tot 4 jaar. Het VE-aanbod is 16 uur per week, verspreid over minimaal 4 dagdelen (ochtenden) van maximaal 4 uur. Er is op dit moment geen wachtlijst voor doelgroep peuters. De gemeente betaalt voor doelgroep peuters twee dagdelen (2 x 4 uur), de ouders betalen zelf twee dagdelen (2 x 4 uur) op basis van de reguliere inkomensafhankelijke ouderbijdrage. Ouders van reguliere (niet VE) peuters kunnen naar wens een aantal dagdelen afnemen van 4 uur. De gemeente betaalt voor maximaal twee dagdelen (2 x 4 uur) Het zijn gemengde groepen. De reguliere peuters doen gewoon mee met het educatieve voorschoolse programma. De gemeente Voorschoten betaalt voor de ouders die geen kinderopvangtoeslag ontvangen de hoogte van de Rijksbijdrage van de kinderopvangtoeslag. Alle type ouders, wel of geen recht op kinderopvangtoeslag (KOT) betalen netto dezelfde inkomensafhankelijke ouderbijdrage, gebaseerd op de kinderopvangtoeslagtabel opgesteld door de VNG. De gemeente betaalt een deel van het verschil tussen de kostprijs peuteropvang en het landelijk tarief kinderopvangtoeslag tot maximaal € 1,- per uur (hierna: kopsubsidie) voor alle peuters. Met als doel om zoveel mogelijk peuters een educatief aanbod te geven.
In 2023 is het KOT-tarief € 9,12,- per uur en de kostprijs van het VE-aanbod € 10,35,-. (De ouder betaalt bovenop het vastgestelde KOT-tarief van € 9,12 dus 23 cent zelf en de gemeente € 1,-.)
Pagina 18 van 23
Tabel 2 Type ouders Ouder(s) van doelgroeppeuter met toeslagaanspraak
Uren 16 uur (4 dagdelen van 4 uur)
Bekostiging Eerste 8 uur wordt bekostigd door de gemeente. Over de laatste 8 uur betaalt de ouder een inkomensafhankelijke ouderbijdrage en krijgt daar via de Belastingdienst Kinderopvangtoeslag over terug tot een maximum van het vastgestelde KOT-tarief (in 2023 € 9,12). Over de laatste 8 uur bekostigt de gemeente de kopsubsidie van € 1,-.
Ouder(s) van 16 uur (4 dagdelen van 4 doelgroeppeuter uur) zonder toeslagaanspraak*
Eerste 8 uur wordt bekostigd door de gemeente.
Ouder(s) van reguliere peuter met toeslagaanspraak
8 uur (1 of twee dagdelen van 4 uur)
Over 8 uur ontvangt de ouder KOT.
Ouder(s) van reguliere peuter zonder toeslagaanspraak*
8 uur (1 of twee dagdelen van 4 uur)
Over 8 uur betaalt de ouder een inkomensafhankelijke ouderbijdrage.
Over de laatste 8 uur betaalt de ouder een inkomensafhankelijke ouderbijdrage. De gemeente vult de inkomensafhankelijke ouderbijdrage over de laatste 8 uur aan tot de kostprijs.
Over 8 uur betaalt de ouder een inkomensafhankelijke ouderbijdrage en krijgt daar via de Belastingdienst Kinderopvangtoeslag over terug tot een maximum van het vastgestelde KOT-tarief (in 2023 € 9,12). Over 8 uur bekostigt de gemeente de kopsubsidie van € 1,-.
De gemeente vult de inkomensafhankelijke ouderbijdrage over deze 8 uur aan tot de kostprijs.
* De categorie “zonder toeslagaanspraak”: Dit betreft de ouders die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag, omdat niet beide ouders werkzaam zijn.
Pagina 19 van 23
6. Financiën In tabel 3 worden de lasten en de baten weergegeven in het kader van onderwijsachterstanden en kansengelijkheid. Het uitgangspunt is dat de baten vanuit de specifieke uitkering (SPUK) onderwijsachterstandenbeleid (SPUK OAB) de komende jaren minimaal gelijk blijft. Het hieronder genoemde bedrag is gebaseerd op de voorlopige beschikking voor 2023. De SPL heeft een begroting ingediend waarbij men uitgaat van de ouderbijdrage die men ontvangt, de onderhuur en de subsidie die men nodig heeft van de gemeente om budgettair neutraal het VE-aanbod uit te kunnen voeren. Voor het jaar 2023 ging het om een begroting van €264.000,-. Door de stijgende kosten sinds 2022 kunnen de lasten van het OAB-beleid hoger uit vallen voor de jaren 2024 en verder. Er is financiële ruimte in de budgetten van 2024 om eventuele verhoogde kosten op te kunnen vangen. Een overschot op de SPUK OAB in 2023 mag worden doorgeschoven naar volgende jaren. Dit kan dienen als dekking bij een lastenstijging in 2024. Tabel 3 Lasten Aanbod voorschoolse educatie Toeleiding en screening door de JGZ Preventieve screening logopedie Ouderbetrokkenheid Vermindering van het non-bereik Digitale overdrachtsformulier Dreumesgroep 1+ Overige kosten* Totaal Lasten
€ 264.000 € 12.000 € 3.000 € 14.500 € 10.000 € 1.100 € 4.000 € 38.600 € 347.200
Baten SPUK onderwijsachterstandenbeleid 2023 SPUK OAB resterend over 2022 Gemeentelijke begroting Totaal baten
€ 242.000 € 59.000 € 86.000 € 387.000
*Doorontwikkeling doorgaande lijn, samenwerkingsafspraken met het veld, begeleiding bij de processen NPO, LEA, resultaatafspraken, evaluatie van het beleidsplan VVE 2019-2022, uitvoering VVE-werkgroepen en netwerkbijeenkomsten door extern bureau Mixsupport voor het jaar 2023. Tabel 4 Overzicht budgetten OAB-budget OAB-budget resterend over 20226 Gemeentelijke middelen
2023 € 242.000,€ 59.000,-
2024 € 242.000,-
2025 € 242.000,-
2026 € 242.000,-
€ 86.000,-
€ 86.000,-
€ 86.000,-
€ 86.000,-
6 Er is nog OAB-budget over uit het jaar 2022, deze zijn overgeheveld naar 2023 en worden incidenteel ingezet
voor de bekostiging van het VE-aanbod.
Pagina 20 van 23
7. Doorkijk nieuwe opgaven beleidsperiode 2023 -2026 De komende beleidsperiode willen we de volgende onderdelen oppakken of verder aanscherpen. 1.
In 2023 willen we meer inzicht krijgen in het non-bereik door monitoring van de JGZ en de terugkoppeling van het onderwijs hoe kleuters instromen in groep 1 (vroegschool).
2.
In 2023 onderzoeken van de mogelijkheid om doelgroep peuters op de reguliere kinderopvang, gebruik te laten maken van VE-aanbod, om zo het non-bereik terug te dringen.
3.
In 2023/2024 ouderbetrokkenheid aanbod verder uitwerken.
4.
In 2023/2024 verscherpen van de inhoudelijke afstemming rondom de doorgaande leerlijn.
5.
In 2024/2025 het evalueren van de kwaliteits- en resultaatafspraken in de voor- en vroegschoolse educatie en eventueel bijsturen met de scholen en VE-aanbieder.
6.
In 2024 is het streven om alle kinderopvang gebruik te laten maken van het digitale overdrachtsdossier.
7.
In 2025 evalueren en eventueel bijsturen van de LEA-stuurgroep en de opgaven.
8.
In 2025 evalueren van het NPO-voorzieningen aanbod.
Pagina 21 van 23
Begrippenlijst (G)OAB
(Gemeentelijke) Onderwijsachterstandenbeleid
CJG
Centrum voor Jeugd en Gezin/ consultatiebureau
Doelgroep peuter
Een kind van 2,5 tot 4 jaar oud met een achterstand op het gebied van taal, rekenen, motoriek of sociaal-emotionele ontwikkeling
IKK
De Nederlandse Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang, afgekort IKK, verbetert de kwaliteit en toegankelijkheid van de kinderopvang
JGZ
Jeugdgezondheidszorg
Kopsubsidie
De gemeente betaalt een deel van het verschil tussen de kostprijs peuteropvang en het landelijk tarief kinderopvangtoeslag tot max. €1,- per uur
LEA
Lokale Educatieve Agenda, bestuurlijk overleg tussen gemeente en lokale, educatieve partners
NPO
Nationaal Programma Onderwijs, ingesteld om coronavertragingen teniet te doen in de periode 2021-2025
Pm’ers
Pedagogisch medewerkers
Pre-COOL
Onderzoek naar de effecten van verschillende vormen van kinderopvang en van voor- en vroegschoolse educatie. Meer informatie op www.pre-cool.nl
Reguliere peuter
Een kind van 2,5 tot 4 jaar oud zonder een achterstand op het gebied van taal, rekenen, motoriek of sociaal-emotionele ontwikkeling
VE
Voorschoolse educatie
VVE
Voor- en vroegschoolse educatie
Voorschool
Kinderopvang waar een verrijkt (taal)aanbod aan peuters wordt gegeven (voorschoolse educatie)
Vroegschool
Groep 1 en 2 van de basisschool waar een verrijkt (taal)aanbod aan kleuters wordt gegeven (vroegschoolse educatie)
Vroeg signalering
Op jonge leeftijd kinderen waarover zorgen zijn in beeld krijgen, zodat tijdig hulp geboden kan gaan worden
Warme overdracht
Overdracht die telefonisch of “face-to-face” plaatsvindt, zodat professionals toelichting kunnen geven en elkaar bevragen
WPO
Wet Primair Onderwijs
Pagina 22 van 23
Wko
Wet Kinderopvang
Pagina 23 van 23