CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 De tabel “oud- nieuw” bij het raadsvoorstel inzake de financiële verordening gemeente Voorschoten 2023

Gemeenteraad Voorschoten 28 september 2023, gemeente voorschotenBij agendapunt: Financiële verordening gemeente Voorschoten 20239.124 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage 1 De tabel “oud – nieuw” bij het raadsvoorstel inzake de financiële verordening gemeente Voorschoten 2023 In onderstaande tabel “oud - nieuw” worden in de linker kolom, uitsluitend die onderdelen (artikelen en leden) opgenomen die wijzigen in de nieuwe financiële verordening. In de rechter kolom wordt vervolgens alleen het gewijzigde lid van het betreffende artikel weergegeven. Indien een artikel of lid niet wijzigt, wordt dit niet in de tabel “oud – nieuw” opgenomen. De reden van de actualisatie is dat de financiële verordening: -

voldoet aan de wettelijke regelingen;

-

weer volledig aansluit bij de rubricering van de modelverordening

-

in overeenstemming met de staande praktijk van de gemeente Voorschoten is gebracht en

-

op enkele punten tekstueel is aangepast, hetgeen de leesbaarheid/ helderheid van de verordening ten goede komt. Oud

Nieuw

Nieuw: Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen De begrippen zijn meer in overeenstemming met wettelijke regelingen en tekstueel aangepast, hetgeen de leesbaarheid/ helderheid van de verordening ten goede komt. Nieuw: Paragraaf 2 Begroting en Verantwoording Artikel 2. De programma-indeling

Artikel 2. Vaststelling programmaindeling en paragrafen

1.

De raad stelt ten minste bij aanvang van iedere raadsperiode een programmaindeling voor die raadsperiode vast.

1.

De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast.

2.

De raad stelt een indeling van de programma’s in taakvelden vast.

2.

De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college per programma vast: a. de taakvelden en b. de beleidsindicatoren voor het meten van, en het afleggen van verantwoording over, de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid. Het voorstel van het college bevat in ieder geval de verplichte beleids-indicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het BBV.

3.

Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en baten per taakveld weergegeven.

3.

Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en baten per taakveld weergegeven.

4.

De raad stelt de beleidsindicatoren vast voor het meten van, en het afleggen van verantwoording over, de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de

•

In overeenstemming met modelverordening toegevoegd aan artikel 2 lid 2b.

1

maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid. 5.

Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van gegevens over de maatschappelijke effecten en de geleverde goederen en diensten, opdat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad kunnen worden getoetst.

•

Verplaatst naar art. 29 j, in Overeenstemming met modelverordening

6.

De raad stelt tenminste bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen in de begroting en jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.

4.

De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.

Nieuw, overeenkomstig modelverordening

Artikel 3 Inrichting begroting en

jaarstukken 1.

Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt: a. van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven, en b. in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en artikel 21 van het BBV inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. 2. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. 3. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 50.000 afzonderlijk gespecificeerd. Incidentele baten en lasten die per post minder € 50.000 bedragen worden niet toegelicht en worden per programma onder de post overig opgenomen. Artikel 4. Kaders voor de begroting en

Artikel 3. Kaders voor de begroting

meerjarenraming 1.

Het college biedt vóór het zomerreces aan de raad een Kadernota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming.

2.

De raad stelt deze nota voor het zomerreces vast.

2

1.

Het college biedt, met uitzondering van een raadsverkiezingsjaar, vóór het zomerreces aan de raad een Kadernota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. In een raadsverkiezingsjaar wordt in plaats van een Kadernota een (beleidsarme) kaderbrief opgeleverd.

2.

De raad stelt deze nota voor het zomerreces vast.

3.

In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen van minimaal € 1,- per inwoner. Artikel 4. Autorisatie begroting en

3.

In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen van ten minste € 1,- per inwoner. Artikel 5. Autorisatie begroting en

investeringskredieten

investeringskredieten

1.

De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma.

1.

De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma.

2.

Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.

2.

Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringskredieten worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.

3.

Het college informeert de raad vooraf als op programmaniveau de lasten of baten de geautoriseerde lasten of baten zullen overdan wel onderschrijden, of de investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten met meer dan € 50.000 zullen over dan wel over- dan wel onderschrijden. De raad geeft vervolgens aan of hij hiervoor een voorstel wil voor wijziging van het budget of een voorstel voor bijstelling van het beleid.

3.

Het college informeert de raad tussentijds bij voor- en najaarsnota als zij verwacht dat: a. de lasten of baten van een programma de geautoriseerde lasten of baten met meer dan € 50.000 dreigen te overdan wel onderschrijden, of b. de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet met meer dan € 50.000 zal over- dan wel onderschrijden. c. Sprake is van overschrijdingen groter dan € 250.000. Daarbij wordt niet gewacht op een tussentijdse rapportage, maar informeert het college de raad via een raadsinformatiebrief. De raad geeft vervolgens aan of hij hiervoor een voorstel wil voor wijziging van het budget of een voorstel voor bijstelling van het beleid.

4.

Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het beleid.

4.

Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.

5.

Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. Bij investeringen bedoeld in de eerste volzin groter dan € 50.000 informeert het

5.

Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.. Bij investeringen groter dan € 250.000 informeert het college de raad in het

3

college de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente.

voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente.

Toegevoegd o.b.v. modelverordening: ->

6.

Artikel 5. Uitvoering van de begroting

Bij investeringen met een meerjarig karakter stelt het college aan de raad voor op welke wijze de jaarschijven binnen het investeringsbudget worden opgebouwd. Goedkeuring voor verschuivingen tussen de jaarschijven aan lasten van een investeringsbudget worden aan de raad integraal voorgelegd bij de jaarlijkse actualisatie van het meerjareninvesteringsplan.

Artikel 6. Uitvoering van de begroting (Geen artikel modelverordening)

1.

Voor aanvang van een begrotingsjaar biedt het college een overzicht aan met daarin in tenminste de data voor het aanbieden door het college en het vaststellen door de raad van de jaarstukken, de Voorjaarsnota, de Kadernota, de Najaarsnota en de begroting met de meerjarenraming.

1.

Voor aanvang van een begrotingsjaar geeft het college met de Lange Termijn Agenda (LTA) inzicht in de data voor het aanbieden door het college en het vaststellen door de raad van de jaarstukken, de Voorjaarsnota, de Kadernota, de Najaarsnota en de begroting met de meerjarenraming.

2.

Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.

2.

Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.

Artikel 6. Tussenrapportage

Artikel 7. Tussentijdse rapportages

1.

Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste drie maanden (Voorjaarsnota) en de eerste acht maanden (Najaarsnota) van het lopende boekjaar.

1.

Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste drie maanden (Voorjaarsnota) en de eerste acht maanden (Najaarsnota) van het lopende boekjaar.

2.

De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en de bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar taakveld; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen; c. het overzicht van de geraamde vennootschapsbelasting; d. het totale saldo van de baten en de lasten volgend uit de onderdelen a tot en met c; e. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; f. het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e;

2.

De tussentijdse rapportages bevatten in ieder geval een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar taakveld; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen; c. het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting; d. het totale saldo van de baten en de lasten volgend uit de onderdelen a tot en met c; e. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; f. het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e;

4

g.

3.

de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten.

g.

3.

In de tussenrapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en de lasten van taakvelden en investeringskredieten in de begroting groter dan € 50.000 op programmaniveau toegelicht.

de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten

In de tussenrapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en de lasten van taakvelden en investeringskredieten in de begroting groter dan € 50.000 op programmaniveau toegelicht. De Najaarsnota gebruikt het college tevens om de raad voor te stellen de restantmiddelen van lopende projecten alvast over te hevelen naar het volgende boekjaar.

Toegevoegd aan nieuwe verordening: ->

Artikel 7. De jaarstukken

Artikel 8. De jaarstukken

1.

Bij de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per taakveld weergegeven.

1.

Bij de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per taakveld weergegeven.

2.

In de jaarstukken wordt van de investeringen en meerjarige projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten, de bijdragen van derden, inkomsten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.

•

In aansluiting met modelverordening Verplaatst naar artikel 3, lid 2

3.

Het college legt verantwoording af over de wijze waarop de resultaten zich verhouden tot de in de begroting gestelde doelen.

2.

Het college legt verantwoording af over de wijze waarop de beleidsresultaten zich verhouden tot de in de begroting gestelde doelen.

4.

De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of de beleidsdoelen en de maatschappelijke effecten van de programma’s voor het lopende jaar bijstelling behoeven.

•

Vervalt. heeft niet zozeer betrekking op de jaarstukken.

3.

Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat

4.

Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het college de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar voor zover dat al niet bij de Najaarsnota is gebeurd. Het college biedt dit voorstel uiterlijk in november aan ter behandeling in de raadsvergadering van december van het betreffende jaar.

Toegevoegd o.b.v. modelverordening: 

Toegevoegd o.b.v. modelverordening: ->

Artikel 8. Informatieplicht

Artikel 9. Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen

5

1.

Het college besluit, voor zover dit niet in de begroting is opgenomen, niet over: a.

1.

In het kader van de actieve informatieplicht beslist het college niet over: a. de aan- en verkoop van gronden, goederen, werken en diensten, met uitzondering van bedrijfsvoering, groter dan € 75.000; b. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 75.000, en c. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.

•

In overeenstemming met modelverordening verplaatst naar artikel 10 EMU-saldo.

•

In aansluiting met modelverordening Verplaatst naar artikel 3, lid 1a

•

In aansluiting met modelverordening Verplaatst naar artikel 3, lid 1b

het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 75.000 en

b.

het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen; c. de aan-en verkoop van onroerende goederen en gronden groter dan € 75.000. dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. 2.

3.

4.

Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar weergegeven Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de grondexploitaties en de investeringen.

“Nieuw” (voorheen 8.2)->

Artikel 10. EMU-saldo 1.

Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

Nieuw Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording Toegevoegd o.b.v. modelverordening: ->

Artikel 11. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording

6

1.

De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid.

2.

In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen (fouten en/of onzekerheden) met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves.

3.

In de paragraaf bedrijfsvoering bij de jaarrekening worden de geconstateerde afwijkingen (fouten en/of onzekerheden) die op programmaniveau groter dan € 50.000 nader toegelicht. Artikel 12. Voorwaardencriterium

Toegevoegd o.b.v. modelverordening: ->

Toegevoegd o.b.v. modelverordening: ->

1.

Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.

2.

Het college biedt de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Het college operationaliseert dit normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne beheersing.

Artikel 13. Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen;

7

2.

De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5.

3.

Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal

bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.

Toegevoegd o.b.v. modelverordening: ->

4.

Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.

5.

Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.

Artikel 14. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1.

Het misbruik en oneigenlijk gebruikcriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen.

2.

Het college zorgt voor en legt regels vast voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.

Nieuw: Paragraaf 4. Financieel beleid Artikel 9. Waardering en afschrijving

Artikel 15. Waardering en afschrijving

vaste activa

vaste activa

1.

Materiële en immateriële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in bijlage 1 “afschrijvingsbeleid” bij deze verordening.

1.

Materiële en immateriële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in bijlage 1 “afschrijvingsbeleid” bij deze verordening.

2.

Afschrijvingen worden geraamd in het jaar volgend op de oplevering of ingebruikname van het actief.

2.

Afschrijvingen worden geraamd in het jaar volgend op de oplevering of ingebruikname van het actief.

3.

Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.

3.

Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.

4.

Het college biedt de raad jaarlijks een meerjareninvesteringsplan aan als bijlage bij de begroting, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen en

Toegevoegd o.b.v. modelverordening: ->

8

de daarmee gepaard gaande kapitaallasten voor de komende meerjarenperiode. Artikel 10. Voorziening voor oninbare

Artikel 16. Voorziening voor oninbare

vorderingen

vorderingen

1.

Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.

1.

Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.

2.

Voor openstaande vorderingen betreffende: a. onroerendezaakbelastingen; b. precariobelasting; c. hondenbelasting; d. rioolheffing; e. afvalstoffenheffing; f. bijstandsverstrekking, wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid.

2.

Voor openstaande vorderingen betreffende: a. onroerendezaakbelasting; b. precariobelasting; c. hondenbelasting; d. rioolheffing; e. afvalstoffenheffing; f. bijstandsverstrekking, wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid.

3.

Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden.

3.

Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden.

Artikel 11. Reserves en voorzieningen

Artikel 17. Reserves en voorzieningen

Toegevoegd aan de nieuwe verordening ->

1.

In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt overeenkomstig de nota reserves en voorzieningen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats.

1.

Het college biedt de raad eens in de vier jaar een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt de volgende onderwerpen: a. de vorming en besteding van reserves; b. de vorming en besteding van voorzieningen; c. de rentetoerekening voor zover van toepassing.

2.

Indien er een noodzaak tot aanpassing is, bijvoorbeeld als gevolg van een wijziging in het BBV, biedt het college de raad een gewijzigde nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt de volgende onderwerpen: a. de vorming en besteding van reserves; b. de vorming en besteding van voorzieningen; c. de rentetoerekening voor zover van toepassing.

2.

Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve wordt minimaal aangegeven:

3.

Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve met een specifiek bestedingsdoel wordt in ieder geval aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. de voeding van de reserve c. de maximale hoogte van de reserve d. het bestedingsplan van de reserve of de functie van de reserve; e. de maximale looptijd;

a. b. c. d.

het specifieke doel van de reserve; de voeding van de reserve; de maximale hoogte van de reserve; de functie van de reserve;

e.

de maximale looptijd;

9

f.

de (meerjaren)raming van en de wijze van stortingen en onttrekkingen (structureel of incidenteel), inclusief onderbouwing daarvan.

f.

de (meerjaren)raming van en de wijze van stortingen en onttrekkingen (structureel of incidenteel), inclusief onderbouwing daarvan.

3.

Indien een bestemmingsreserve binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot besteding, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd;

4.

Indien een bestemmingsreserve binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot besteding, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd;

4.

In de jaarstukken en de begroting wordt een actueel overzicht van de stand van zaken en mutaties in van de reserves en voorzieningen opgenomen.

5.

In de jaarstukken en de begroting wordt een actueel overzicht van de stand van zaken en mutaties in van de reserves en voorzieningen opgenomen.

5.

Mutaties van reserves vinden plaats op basis van de werkelijke lasten en baten in enig jaar ten laste van de betreffende reserve en bevinden zich altijd binnen de begrote reservemutatie.

6.

Mutaties in reserves die direct in verband staan met hiermee samenhangende lasten en/of baten vinden plaats op basis van de werkelijke lasten en baten in enig jaar, en bevinden zich altijd binnen de begrote reserve mutatie.

Artikel 12. Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.

2.

Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW), en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid en perceptiekosten betrokken.

Artikel 18. Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2.

Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW), en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid en perceptiekosten betrokken.

3.

Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa. Overeenkomstig modelverordening opgenomen in lid 2.

•

10

3.

Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten.

4.

Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.

5.

Toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, gebeurt als volgt:

4.

Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten.

5.

Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.

6.

Toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, gebeurt als volgt:

Overhead x (aantal aan heffing (of dienst) toegerekende uren) / (totaal aantal verdeelde uren exclusief uren taakveld overhead). 6.

Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten en het rentepercentage van de rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen zoals bepaald overeenkomstig het zevende en achtste lid. De uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt op een half procent afgerond.

7.

Het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen in de omslagrente voor de kostprijsberekening als bedoeld in het zesde lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. De hoogte van het rentepercentage voor de rentevergoeding

Overhead x aantal aan heffing (of dienst) toegerekende FTE) / (totaal aantal verdeelde FTE exclusief aantal FTE op het taakveld overhead). 7.

Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten en het rentepercentage van de rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen zoals bepaald overeenkomstig het zevende en achtste lid. De uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt op een half procent afgerond.

8.

Het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen in de omslagrente voor de kostprijsberekening als bedoeld in artikel 17 eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. De hoogte van het

11

over de reserves en voorzieningen wordt bepaald aan de hand van de bij de begroting geraamde rentekosten als percentage van de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten. De uitkomst van dit rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen wordt op een half procent afgerond. 8.

9.

rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen wordt bepaald aan de hand van de bij de begroting geraamde rentekosten als percentage van de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten. De uitkomst van dit rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen wordt op een half procent afgerond.

Als het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen zoals berekend overeenkomstig het zevende lid een percentage oplevert dat lager of gelijk is aan 0% dan bedraagt het rentepercentage voor deze rentevergoeding 0%.

9.

In afwijking van het zesde lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico.

10. In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden dan de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de portefeuille leningen.

Als het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen zoals berekend overeenkomstig het achtste lid een percentage oplevert dat lager of gelijk is aan 0% dan bedraagt het rentepercentage voor deze rentevergoeding 0%.

10. In afwijking van het zevende lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico. 11. In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden dan de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de portefeuille leningen.

Artikel 13. Prijzen economische

Artikel 19. Prijzen economische

activiteiten

activiteiten

1.

Voor de levering van goederen, diensten of werken aan overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd.

1.

Voor de levering van goederen, diensten en werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht.

2.

Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf

2.

Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht.

12

een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt gemotiveerd. 3.

Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.

Toegevoegd aan nieuwe verordening -> Overeenkomstig modelverordening apart artikel 4 opgenomen voor afwijkingen op lid 1,2 en 3 i.p.v. de toevoeging aan elk afzonderlijk.

4.

Raadbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van: a. leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; b. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; c. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; d. een bevoordeling van sociale werkplaatsen; e. een bevoordeling van onderwijsinstellingen; f. een bevoordeling van publieke mediainstellingen en g. een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.

3.

Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen.

4.

Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd.

5.

Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet.

Artikel 14. Vaststelling hoogte

Artikel 20. Vaststelling hoogte

belastingen, rechten, heffingen en prijzen

belastingen, rechten, heffingen en prijzen

1.

1.

Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffing, de afvalstoffenheffing, begraafplaatsrechten, marktgelden en leges. De raad stelt de tarieven vast.

13

Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffingen, de afvalstoffenheffing, begraafplaatsrechten, marktgelden en leges. De raad stelt de tarieven vast.

2.

Het college biedt de raad eens in de vier jaar een nota aan met de kaders voor de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de huren en de erfpachten.

2.

Indien er een noodzaak tot aanpassing is, biedt het college de raad een gewijzigde nota lokale heffingen en/of nota grondbeleid aan met de kaders voor de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de huren en de erfpachten. De raad stelt deze nota vast.

3.

Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren en erfpachten, bedoeld in het tweede lid, ten opzichte van de kaders uit de nota vooraf een besluit ter vaststelling voor aan de raad .

3.

Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren en tarieven voor erfpachten, die afwijkt van de kaders uit de nota bedoeld in het tweede lid, vooraf een besluit voor aan de raad.

Artikel 15. Financieringsfunctie

Artikel 21. Financieringsfunctie

1.

Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden.

1.

2.

Het college informeert de raad in de paragraaf financiering bij de begroting als de wettelijke kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm, bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale overheden, dreigt te worden overschreden.

3.

Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal voor publieke taken bedingt het college indien mogelijk zekerheden.

2.

Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal voor publieke taken bedingt het college indien mogelijk zekerheden.

4.

Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder het eerste tot en met derde lid en legt deze regels alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een besluit Treasurystatuut. Het college zendt het besluit Treasurystatuut ter kennisgeving aan de raad.

3.

Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder het eerste tot en met het tweede lid en legt deze regels alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een besluit Treasurystatuut. Het college zendt het besluit Treasurystatuut ter kennisgeving aan de raad.

5.

Bij het verstrekken van een garantie wordt het risico dat de gemeente loopt door het verstrekken van deze garantie betrokken bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken.

4.

Bij het verstrekken van een garantie wordt het risico dat de gemeente loopt door het verstrekken van deze garantie betrokken bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken.

Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. Vervallen. zie artikel 25, is wettelijk verplicht onderdeel paragraaf financiering, overeenkomstig artikel 13 BBV

14

Paragraaf 5. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken Artikel 16. Lokale heffingen

Artikel 22. Lokale heffingen

1.

1.

Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. het bedrag aan kwijtschelding per heffing; b. de toerekening van de overhead.

Het college neemt in de paragraaf lokale heffingen bij de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. het bedrag aan kwijtschelding per heffing; b. de kostentoerekening van de geraamde rentekosten en de geraamde overheadkosten aan de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht;

Artikel 17. Financiering

Artikel 25. Financiering

1.

In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten tenminste op: a. de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het verschuldigde rentepercentage; b. de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het verschuldigde rentepercentage.

1.

Het college neemt in de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het verschuldigde rentepercentage; b. de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het verschuldigde rentepercentage.

2.

In de paragraaf financiering bij de begroting neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten tenminste op: a. de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende vier jaar; b. de rentevisie.

2.

In de paragraaf financiering bij de begroting neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten tenminste op: a. de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende vier jaar; b. de rentevisie.

Artikel 18. Weerstandsvermogen &

Artikel 23. Weerstandsvermogen &

risicobeheersing

risicobeheersing

1.

1.

Het college biedt de raad ten minste eenmaal in de vier jaar een nota weerstandsvermogen en risicobeheersing aan. De raad stelt de nota vast. In deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement, het opvangen van risico’s door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen of anderszins. In de nota wordt tevens de benodigde weerstandscapaciteit bepaald.

15

Indien er een noodzaak tot aanpassing is, biedt het college de raad een gewijzigde nota weerstandsvermogen en risicobeheersing aan. In deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement, het opvangen van risico’s door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen en welke informatie aanvullend op de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken moeten worden opgenomen. In de nota wordt tevens de norm voor de benodigde weerstandscapaciteit bepaald. De raad stelt de nota vast.

2.

3.

Het college geeft in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en van de jaarstukken de risico’s aan van materieel belang en een inschatting van de kans dat deze risico’s zich voordoen. Het college brengt hierbij tenminste de risico’s in beeld en actualiseert de risico’s genoemd in de nota bedoeld in het eerste lid.

2.

Het college neemt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten de aanvullende onderwerpen op zoals opgenomen in de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing op.

3.

Vervallen. Geregeld in wet en nota.

Het college geeft in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en van de jaarstukken de weerstandscapaciteit aan en in hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico’s van materieel belang met de beschikbare weerstandscapaciteit kunnen worden opgevangen.

Artikel 19. Onderhoud kapitaalgoederen

Artikel 24. Onderhoud kapitaalgoederen

1.

Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten tenminste op: a. de voortgang van het geplande onderhoud; b. de omvang van het achterstallig onderhoud.

1.

Het college neemt in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de voortgang van het geplande onderhoud; b. de omvang van het achterstallig onderhoud.

2.

De ramingen van onderhoudsbudgetten in de begroting worden gebaseerd op de meerjarige onderhoudsplannen.

2.

De ramingen van onderhoudsbudgetten in de begroting worden gebaseerd op de meerjarige onderhoudsplannen.

3.

Het college biedt de raad tenminste eens in de vier jaar een onderhoudsplan openbare ruimte aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het plan vast.

3.

Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een onderhoudsplan openbare ruimte aan. Het onderhoudsplan openbare ruimte geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het onderhoudsplan openbare ruimte vast.

4.

Het college biedt de raad tenminste eens in de vier jaar een rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen. De raad stelt het plan vast.

4.

Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een rioleringsplan aan. Het rioleringsplan geeft het kader weer voor het beheer van het watersysteem, waaronder het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud. De raad stelt het rioleringsplan vast.

5.

Het college biedt de raad tenminste eens in de vier jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende

5.

Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het onderhoudsplan gebouwen bevat voorstellen voor het te

16

kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het plan vast. Artikel 20 Bedrijfsvoering

plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het onderhoudsplan gebouwen vast. Artikel 26. Bedrijfsvoering

1.

1.

In de paragraaf bedrijfsvoering van de gemeente worden de budgetten voor de raad, het college, de secretaris, de griffie, de rekenkamer, de accountant en inhuur derden opgenomen.

Het college neemt in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het BBV in ieder geval een beleidsinhoudelijk toelichting op de plannen voor de bedrijfsvoering op. Daarnaast bevat de paragraaf een toelichting op de informatiebeveiliging én gaat het college in op het M&O-beleid (misbruik en oneigenlijk gebruik). Vanaf de jaarrekening 2023 neemt het college de rechtmatigheidsverantwoording op in de paragraaf bedrijfsvoering en geeft zij daarbij aan welke verbetermaatregelen zij gaat treffen om rechtmatig handelen in de toekomst te borgen.

Artikel 21. Verbonden partijen

Artikel 27. Verbonden partijen

1.

Het college biedt de raad ten minste eenmaal in de vier jaar een nota verbonden partijen aan. De raad stelt de nota vast.

1.

Indien er een noodzaak tot aanpassing is, biedt het college de raad een gewijzigde nota verbonden partijen aan. De raad stelt de nota vast.

2.

Van elk van de verbonden partijen wordt naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten en provincies weergegeven de doelstelling, visie en beleidsvoornemens en de wijze waarop de verbonden partij bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen.

•

Zie lid 3 van dit artikel

3.

De nota bevat voorts de kaders voor het beleid aangaande (het aangaan van nieuwe) participaties met name de condities waaronder het publiek belang is gediend met behartiging door verbonden partijen, de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verbonden partijen en de financiële voorwaarden.

2.

De nota bevat o.a. de kaders voor het beleid aangaande (het aangaan van nieuwe) participaties met name de condities waaronder het publiek belang is gediend met behartiging door verbonden partijen, de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verbonden partijen en de financiële voorwaarden.

4.

In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden partijen tenminste ingegaan op nieuwe verbonden partijen, het beëindigen van bestaande verbonden partijen, het wijzigen van bestaande verbonden partijen en eventuele problemen bij bestaande verbonden partijen.

3.

Het college neemt in de paragraaf verbonden partijen van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. bij elk van de verbonden partijen: • de doelstelling; • visie en beleidsvoornemens; en • de wijze waarop de verbonden partij bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen. b. In de paragraaf wordt daarnaast ingegaan op: • het ingaan van nieuwe verbonden partijen

17

•

Artikel 22. Grondbeleid

het beëindigen van bestaande verbonden partijen • het wijzigen van bestaande verbonden partijen • eventuele problemen bij bestaande verbonden partijen. Artikel 28. Grondbeleid

1.

In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten tenminste op: a. het verloop van de grondvoorraad; b. de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten.

1.

Het college neemt in de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. het verloop van de grondvoorraad; b. de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten.

2.

Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt aandacht besteed aan: a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; b. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden.

2.

Indien er een noodzaak tot aanpassing is, biedt het college de raad een gewijzigde nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt aandacht besteed aan: a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; b. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden; c. de wijze waarop met de toerekening van bovenwijkse voorzieningen wordt omgegaan.

3.

Indien er noodzaak is tot aanpassing biedt het college de raad ter informatie een geactualiseerde grondprijsbrief aan. Deze bevat o.a. een vastgestelde uitgifteprijs voor zowel maatschappelijke grond als intern door te leveren grond.

4.

De voorziening voor verliesgevende grondexploitaties wordt gewaardeerd tegen contante waarde.

Paragraaf 6. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 23. Administratie

Artikel 29. Administratie

1.

1.

De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is aan: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;

18

De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;

e.

het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en

e.

f.

de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

f.

het afleggen van verantwoording door het college aan de raad over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving, en de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

Artikel 24. Financiële organisatie

Artikel 30. Financiële organisatie

1.

1.

Het college draagt zorgt voor: a. [vervallen]

b. c.

d.

e.

f.

g. h.

i.

een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; de te maken afspraken met de verbonden partijen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de producten van de productenraming en de productenrealisatie; het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

Het college draagt in ieder geval zorg voor: a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met verbonden partijen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; Vervallen: komt niet terug in modelverordening is geregeld via het BBV. f. g.

h.

i.

19

het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan, en het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid

Artikel 25. Interne controle

van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst. Artikel 31. Interne controle

1.

Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=d064f2f0-49fd-4490-b16b-b3efeba33b56