CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Beleidsnotitie gemeentelijke visie op kindcentra

Gemeenteraad Voorschoten 29 januari 2026, gemeente voorschotenBij agendapunt: Vaststellen beleidsnotitie “Gemeentelijke visie op kindcentra”4.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Beleidsnotitie gemeentelijke visie op kindcentra

Beleidsnotitie gemeentelijke visie op kindcentra December 2025

Inhoudsopgave

1. 2. 3. 4. 5. 6.

7. 8.

Samenvatting Inleiding 2.1 Bepaling definities Van kinderopvang naar kindcentrum 3.1 Rol van gemeente Doel en aanleiding 4.1 Doorlopende leerlijnen HEVO-analyse: onderzoek en ruimtebehoefte Beleidsuitgangspunten voor realisatie kindcentra 6.1 Uitgangspunten 6.2 Opties voor huisvesting: verkoop of verhuur van de opvanglocatie 6.2.1 Gronduitgifte c.q. verkoop 6.2.2. Verhuur van locatie 6.3 Risico’s Conclusie Vervolgstappen

3 5 5 7 7 8 9 10 10 11 11 11 12 12 12 13

2

1. Samenvatting In deze beleidsnotitie geeft de gemeente Voorschoten haar visie op de ontwikkeling van kindcentra, waarin kinderopvang, onderwijs en kindontwikkeling geïntegreerd zijn. Kindcentra binnen of in de nabijheid van onderwijshuisvesting dragen bij aan een pedagogisch verantwoorde verbinding tussen kinderopvang en zorg & tussen onderwijs en zorg. Deze beleidsnotitie heeft als doel om een effectieve afstemming tussen kinderopvang, onderwijs, jeugdhulp en jeugdgezondheidszorg te realiseren wat leidt tot sterke doorgaande lijnen en vervolgens tot een pedagogisch verantwoorde overgang van Primair Onderwijs (PO) naar Voortgezet Onderwijs (VO).

Doel en aanleiding De beleidsnotitie biedt kaders voor besluitvorming over de ontwikkeling van kindcentra waarin kinderopvang, onderwijs en kindontwikkeling centraal staan. Deze beleidsnotitie is opgesteld mede naar aanleiding van: - Het herijkte Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2024–2039; - Motie 243 uit 2022 (afgedaan), waarin de raad oproept tot integratie van kinderopvang in schoolbouwplannen; - Ambities uit de Lokale Educatieve Agenda (LEA); - Voorschoolse Educatie (VE). Faciliterende rol van de gemeente De gemeente ondersteunt initiatieven van scholen en opvangorganisaties door: Samenwerking te stimuleren; Kwaliteit van voorzieningen te bewaken; Visie en kaders van de integrale samenwerking te bewaken. Gemeente als samenwerkingspartner De gemeente stimuleert integraliteit door in te zetten op de participatie en samenwerking in: LEA; Sportaccommodatiebeleid (2024-2030); Sportvisie (2023-2026); Jeugdhulpverlening; Voorschoten Voor Elkaar. Ruimtebehoefte en HEVO-analyse •

Een analyse door HEVO toont dat op meerdere locaties behoefte is aan integratie of uitbreiding van kinderopvang naar kindcentra. Met ingang van 2026 worden de conclusies uit deze analyse toegepast op het moment dat er sprake is van bouwkundige aanpassingen. Tevens worden ze meegenomen in de volgende herijking van het IHP.

3

Beleidsuitgangspunten - De gemeente doet geen directe investeringen in commerciële kinderopvang; - Faciliterende rol: meedenken, kwaliteit van voorzieningen bewaken en handhaven, en samenwerking stimuleren; - Samenwerking: duurzame relatie tussen school en opvangorganisatie met gedeelde pedagogische visie. Opties voor huisvesting Hoewel het vigerende beleid de gemeente noch een verantwoordelijkheid, noch een wettelijke grondslag toekent om kindcentra te realiseren, zijn er wel uitgangspunten geformuleerd om de verschillende mogelijkheden en (samenwerkings)vormen uit te kunnen werken.

- Gronduitgifte/verkoop: voorkeursscenario, mits met terugkoopregeling en zorgvuldige bestemmingskeuze: Voordelen: geen bouw- of exploitatierisico, geen onderhoud, wel inkomsten uit verkoop Nadelen: minder sturing, risico bij faillissement. Desondanks kan de gemeente met gerichte beheersmaatregelen de nadelige effecten beperken en haar sturingsmogelijkheden versterken. - Verhuur door gemeente: meer regie, maar hogere risico’s en (investerings-) kosten.

4

2. Inleiding De schoolbesturen in Voorschoten hebben samen met de gemeente een gezamenlijke visie opgesteld om de samenwerking tussen basisscholen en kinderopvangorganisaties te versterken (bijlage 2). Deze visie sluit aan bij en maakt deel uit van de herijking van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2024–2039. Daarmee is tevens uitvoering gegeven aan motie 243 (2022) van de raad, waarin werd verzocht te onderzoeken hoe kinderopvang beter kan worden geïntegreerd in (toekomstige) schoolbouwplannen (bijlage 4). De visie richt zich op het creëren van een omgeving waarin kinderen gezond, veilig en met plezier kunnen opgroeien, hun talenten kunnen ontwikkelen en naar vermogen kunnen participeren in de samenleving. De doorgaande leerlijn van kinderen vormt daarbij de verbindende factor tussen onderwijs en kinderopvang. Het kindcentrum is een middel om dit te realiseren. Het realiseren van deze visie vraagt om samenwerking tussen basisscholen, kinderopvangorganisaties, jeugdhulpverlening en andere partners. Om die samenwerking te versterken, hebben de schoolbesturen vier fasen opgesteld hoe de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang moet verlopen (bijlage 3). Momenteel ontbreekt echter nog een eenduidige, gezamenlijke visie om dit proces richting te geven.

Deze beleidsnotitie heeft als doel om een gezamenlijke visie en duidelijke kaders te ontwikkelen voor de integratie van kinderopvang en onderwijs binnen de onderwijshuisvesting van Voorschoten. De visie in deze beleidsnotitie biedt een kader voor de ontwikkeling van een doorlopende pedagogische en educatieve omgeving voor kinderen van 0 tot 12 jaar, waarin kinderopvang, scholen en jeugdhulpverlening naadloos op elkaar aansluiten. De ontwikkeling van het kind staat centraal. Dit sluit aan bij de ambities van de Voorschoolse Educatie (VE), de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) en het IHP. In de komende jaren zullen bovendien drie basisscholen naar verwachting nieuwbouw krijgen. Daarbij is een belangrijke afweging of de gemeente kiest voor gronduitgifte (verkoop) of verhuur van gemeentelijke kinderopvangruimten. De beste optie voor de gemeente is om bij nieuwbouw de grond te verkopen, omdat dit de minste risico’s met zich meebrengt. 2.1 Bepaling definities Deze beleidsnotitie heeft als doel een eenduidige visie en kaders te ontwikkelen voor de integratie van kinderopvang en onderwijs binnen de onderwijshuisvesting van Voorschoten. De definiëring van een aantal begrippen draagt bij aan de eenduidigheid. Kinderopvang Kinderopvang is gericht op het bieden van veilige en kwalitatief goede opvang aan kinderen van 0 tot 12 jaar.

Kinderopvangorganisaties hebben een eigen regelgeving, pedagogisch beleid en staan onder toezicht van de GGD. Kinderopvang staat los van scholen en andere voorzieningen, waardoor er geen directe verbinding met het onderwijs van kinderen is. In deze beleidsnotitie wordt kinderopvang gebruikt als verzamelnaam voor alle vormen van formele opvang van kinderen buiten het gezin en schooltijd. Het is een overkoepelend begrip binnen de Wet kinderopvang (Wko). Hieronder vallen het kinderdagverblijf (KDV: 0-4 jaar), de Voorschoolse Educatie (VE: 2-4 jaar), de peuterspeelzaal (PSZ: 2-4 jaar) en de buitenschoolse opvang (BSO: 4–12 jaar).

5

VE valt onder de Wko en is gericht op peuters met (risico op) een taal- of ontwikkelingsachterstand. De gemeente heeft hierbij aanvullende wettelijke taken die later worden toegelicht. De tussenschoolse opvang (TSO: 4-12 jaar) valt niet onder de Wko, maar onder de verantwoordelijkheid van de school. Voorschoolse Educatie (VE) VE is een ontwikkelingsgericht programma voor peuters van 2 tot 4 jaar. Het doel is om deze kinderen te stimuleren in hun taal-, reken-, motorische en sociale vaardigheden en zodoende voor te bereiden op de basisschool. Het biedt gelijke ontwikkelkansen, vooral voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben in taal of sociaal-emotionele ontwikkeling. Het voorkomt of verkleint onderwijsachterstanden bij jonge kinderen. VE richt zich dus op peuters met (risico op) taal- of onderwijsachterstand. VE draagt bij aan een pedagogisch verantwoorde overgang tussen peuteropvang/peuterspeelzaal en groep 1 van de basisschool. Vanuit de Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (OKE) hebben gemeenten enkele verantwoordelijkheden en wettelijke taken met betrekking tot VE, namelijk: • • • •

• •

het zorgen dat kinderen die in aanmerking komen worden aangemeld (toeleiding); het aanwijzen van kinderdagverblijven of peuterspeelzalen die VE wettelijk mogen aanbieden (VE-locaties); het inzetten van voldoende gekwalificeerd personeel; het aanbieden van een toereikend en kwalitatief programma dat aansluit bij de ontwikkelingsbehoeften van de kinderen (artikel 166 Wet op het Primair Onderwijs (Wpo): voldoende voorzieningen in aantal en spreiding); het samenwerken met maatschappelijke partners zoals kinderopvangorganisaties, basisscholen, jeugdhulp en sport (artikel 167 Wpo: doorlopende leerlijn); het afleggen van verantwoording over de behaalde resultaten.

Kinderdagverblijf Een kinderdagverblijf is een opvanglocatie waar beroepskrachten, tegen betaling, kinderen van 0 tot 4 jaar opvangen en verzorgen. De opvang vindt plaats buiten de woning van de (gast)ouder en valt onder de Wko. Waar VE zich richt op peuters met (een risico op) een taal- of onderwijsachterstand, richt een kinderdagverblijf zich op de opvang en de brede ontwikkeling van alle kinderen in de leeftijdscategorie van 0 tot 4 jaar. Het kinderdagverblijf is dus toegankelijk voor alle kinderen (0-4 jaar), ongeacht eventuele ontwikkelingsrisico’s. Kindcentrum Een kindcentrum is een samenwerkingsvorm tussen kinderopvang en onderwijs die streeft naar een doorgaande ontwikkelingslijn van 0 tot 12 jaar, gebaseerd op één gezamenlijke visie en vaak gehuisvest in één gebouw. Het gaat over de integraliteit tussen meerdere samenwerkingspartners. Zo wordt een directe verbinding gemaakt, wat ontbreekt bij kinderopvang. Een kindcentrum combineert kinderopvang met basisschool en soms ook met peuterspeelzaal op één locatie of binnen één organisatie. Kindcentra werken volgens een eenduidige pedagogische visie en besteden aandacht aan de samenwerking met ouders, het vroegtijdig signaleren van ontwikkelingsachterstanden en het aanbieden van doorgaande leerlijnen. Integraal Kindcentrum (IKC)

6

Een integraal kindcentrum (IKC) is een geïntegreerde organisatie die is opgebouwd uit onderwijs, kinderopvang en zorg. Een IKC heeft een gezamenlijke aansturing en een gedeelde pedagogische en educatieve visie. In deze geïntegreerde organisatie wordt gewerkt met één team van professionals, één bestuur en één doorgaande ontwikkellijn voor kinderen van 0 tot 12 jaar. Bij een kindcentrum is er een samenwerkingsvorm tussen kinderopvang en onderwijs, maar blijven beide partijen bestuurlijk en organisatorisch zelfstandige instellingen. Er is dus sprake van afstemming en samenwerking, maar niet van volledige integratie. Bij een IKC is dit wel het geval, waarbij de samenwerking volledig wordt samengebracht tot één organisatie. Gastouderopvang Gastouderopvang is kleinschalige kinderopvang in een huiselijke omgeving, verzorgd door een erkende gastouder via een geregistreerd gastouderbureau, met een maximum van zes kinderen tegelijk (inclusief eventuele jonge eigen kinderen van de gastouder). Onderwijshuisvesting Onderwijshuisvesting gaat over de gebouwen en ruimtes waarin onderwijs en kinderopvang plaatsvinden, en alles wat nodig is om deze omgevingen geschikt te maken voor leerlingen, kinderen en personeel. Onderwijshuisvesting zorgt ervoor dat de fysieke omgeving het leren, spelen en ontwikkelen van kinderen optimaal ondersteunt. 3.

Van kinderopvang naar kindcentrum Kinderopvang is gericht op het bieden van veilige en kwalitatieve opvang, met eigen regelgeving, pedagogisch beleid en toezicht. De leeftijdscategorie is van 0 tot 12 jaar. Kinderopvang is losstaand van scholen en andere voorzieningen, waardoor er geen directe verbinding is met het onderwijs van kinderen. Er ontbreekt een naadloze aansluiting tussen kinderopvang, scholen en jeugdhulpverlening. Om een doorlopende ontwikkelingslijn te realiseren, is een samenwerking tussen eerdergenoemde partijen vereist. Een kindcentrum is een middel om dit te realiseren. Een kindcentrum is een samenwerkingsvorm tussen kinderopvang en onderwijs die streeft naar een doorgaande ontwikkelingslijn van 0 tot 12 jaar, gebaseerd op één gezamenlijke visie en vaak gehuisvest in één gebouw. Het gaat over de integraliteit tussen meerdere samenwerkingspartners. Vanuit dit uitgangspunt heeft het kindcentrum één gemeenschappelijk doel: bijdragen aan het opvoeden, ontwikkelen en onderwijzen van kinderen. Het kind staat centraal. Waarbij er aandacht wordt besteed aan de samenwerking met ouders, het vroegtijdig signaleren van ontwikkelingsachterstanden en het aanbieden van doorgaande leerlijnen. De invulling en toepassing van de pedagogische en educatieve visie kan per kindcentrum verschillen.

Deze beleidsnotitie heeft als doel om een gezamenlijke visie en duidelijke kaders te ontwikkelen voor de integratie van kinderopvang en onderwijs binnen de onderwijshuisvesting van Voorschoten. 3.1 Rol van gemeente De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting, zoals het bouwen en verbouwen van schoolgebouwen voor het Primair Onderwijs (PO) en Voortgezet Onderwijs (VO). Kinderopvang, met uitzondering van VE, valt hier niet onder: de gemeente is niet wettelijk verplicht om huisvesting voor kinderopvang te realiseren, evenals de integratie van kinderopvang, onderwijs en ontwikkeling binnen haar onderwijshuisvesting. De Wpo en Wet op voortgezet onderwijs (Wvo) voorzien niet in een zorgplicht inclusief bekostiging van

7

gemeenten voor huisvesting van kinderopvang. Voor deze wijze van bekostiging is er geen wettelijke grondslag. De gemeente doet geen directe investeringen in commerciële kinderopvang. Een kinderopvangorganisatie moet zich zelf zien te bedruipen. De gemeente speelt wel een belangrijke faciliterende rol. Bijvoorbeeld door afspraken te maken over samenwerking met haar partners. De onderwijspartners en de gemeente zullen monitoren of de gezamenlijke visie zoals omschreven in deze beleidsnotitie wordt uitgedragen. Dit wordt een vast agendapunt bij het bestuurlijk Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) over onderwijshuisvesting en/of het bestuurlijk LEA. Daarbij is de gemeente verantwoordelijk voor het bewaken en handhaven van de kwaliteit van de kinderopvang. Deze kwaliteitseisen zijn vastgesteld in de Wet kinderopvang. Om de kwaliteit in de kinderopvang te waarborgen is de intentie van de gemeente Voorschoten om een aanvullend juridisch beleidsstuk op te stellen. Dit beleidsstuk heeft als doel om toezicht te houden op de kwaliteitseisen en derhalve op te handhaven. De handhaving op kinderopvang heeft betrekking op: • • •

Kinderdagverblijven met of zonder voorschoolse educatie; Buitenschoolse opvang; Gastouderopvang via gastouderbureaus.

Vanuit de ‘Beleidsregels toezicht en handhaving kinderopvang 2025’ is het college verantwoordelijk voor het geven of intrekken van toestemming, de registratie, het toezicht op en de handhaving van de kwaliteit en kan binnen de wettelijke kaders haar taken invullen. De GGD is de aangewezen toezichthouder voor kinderopvang. De toezichthouder doet onderzoek naar de kwaliteit en beoordeelt of kindercentra, gastouderbureaus, voorzieningen voor gastouderopvang en gastouders aan de eisen voldoen. 4. Doel en aanleiding Uit hoofdstuk 3 ‘Van kinderopvang naar kindcentrum’ is inzichtelijk geworden dat het gemeenschappelijke doel van een kindcentrum kan verschillen met de visie die wordt uitgedragen ten opzichte van een ander kindcentrum. Deze beleidsnotitie heeft als doel om een duurzame en toekomstgerichte samenwerking te ontwikkelen voor basisscholen, kinderopvangorganisaties en jeugdhulpverlening. Dit wordt gerealiseerd door een eenduidige visie met betrekking tot kindontwikkeling op te stellen, wat eveneens dient als leidraad om tot besluiten te komen. Daarnaast heeft deze beleidsnotitie als doel een breed gedragen, eenduidige visie en met kaders te ontwikkelen voor de integratie van kinderopvang en onderwijs binnen de onderwijshuisvesting van Voorschoten. Zo beoogt de beleidsnotitie meer duidelijkheid te scheppen in de rol van de gemeente.

De gemeente heeft een faciliterende rol in de integratie van een kindcentrum. De schoolbesturen en kinderopvangorganisaties nemen zelf initiatief in de ontwikkeling van een kindcentrum. Zij dragen zorg voor het uitdragen van de visie en kaders. Daarnaast betrekken zij ouders in het proces van ontwikkeling en de keuzes die gemaakt worden. De gemeente zal de ontwikkeling van kindcentra in Voorschoten op verschillende manieren stimuleren, ondersteunen en faciliteren. Aan het einde van de komende IHP-periode (2024-2039) en conform de LEA is er in 2030 een duurzame samenwerkingsrelatie en worden de visie en kaders eenduidig toegepast. De visie en kaders zijn gericht op een pedagogisch verantwoorde verbinding tussen kinderopvang en zorg & tussen onderwijs en zorg. De beleidsnotitie heeft als doel om een effectieve afstemming tussen onderwijs, jeugdhulp en jeugdgezondheidszorg

8

te realiseren wat leidt tot sterke doorgaande lijnen en vervolgens tot een pedagogisch verantwoorde overgang van PO naar VO. Uit de evaluatie van de vorige beleidsperiode (20192022) van “Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE)” is gebleken dat er positieve resultaten met betrekking tot de voorwaarden van het kwaliteitskader van VE, signaleren en bestrijden van eventuele onderwijs- en ontwikkelingsachterstanden en een verdere afstemming in de doorgaande lijn van PO naar VO zijn gerealiseerd. De gemeente, scholen en kinderopvang hebben een gezamenlijke wettelijke verplichting om dit in de aankomende jaren te optimaliseren. Eveneens moet deze beleidsnotitie daaraan bijdragen. 4.1 Doorgaande leerlijnen De gemeente Voorschoten wil de komende periode de doorgaande leerlijn van PO naar VO versterken. Een sterke basis staat centraal, waardoor de kinderen veilig, gelukkig en gezond verder kunnen opgroeien, hun talenten kunnen ontwikkelen en naar vermogen kunnen bijdragen aan de maatschappij. Dit wil de gemeente realiseren door een effectieve afstemming en samenwerking met de kinderopvangorganisaties, onderwijs, jeugdhulp en jeugdgezondheidszorg. Een samenspel vanuit verschillende visies (VE, LEA, IHP, Sportvisie) en eerdergenoemde partners is vereist. Passend onderwijs versterkt de doorgaande leerlijn van kinderen. De partners zetten hiervoor benodigde middelen en expertise in.

In het kader van de concretisering van passend onderwijs en jeugdhulp worden er in het ‘Onderwijsbeleid en leerlingzaken 2023-2026’ drie thema’s benoemd, namelijk: -

Thema 1: onderwijs en jeugdhulp; Thema 2: het jonge kind; Thema 3: MBO-doorgaande lijn en kwaliteitsagenda minder zelfredzame jongeren (komen te vervallen sinds 2022).

Thema 1 en 2 zijn van toepassing op deze beleidsnotitie, namelijk: 1.

Onderwijs en jeugdhulp

Aanpak taalachterstand en laaggeletterdheid Het actieplan laaggeletterdheid (2020) wordt uitgevoerd in samenwerking met Werk en Inkomen. Uitvoerende organisaties zijn via aanbesteding gecontracteerd en de bibliotheek blijft een belangrijke rol vervullen. Samenwerking jeugdzorg en onderwijs De samenwerking tussen jeugdzorg en onderwijs wordt vormgegeven via overleg met scholen en het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs, ondersteund door een ontwikkelagenda. 2.

Het jonge kind

Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid De gemeente richt zich binnen dit beleid op voorschoolse educatie (16 uur per week) voor kinderen met een taal- en ontwikkelachterstand. Aanpak taalachterstand en laaggeletterdheid

9

Het actieplan laaggeletterdheid (2020) wordt uitgevoerd in samenwerking met Werk en Inkomen. Uitvoerende organisaties zijn via aanbesteding gecontracteerd en de bibliotheek blijft een belangrijke rol vervullen. De gemeente hanteert een proactief onderwijsbeleid zodat de doorgaande leerlijn wordt versterkt en kinderen passend onderwijs kunnen volgen. Door een integrale aanpak tussen de gemeente, basisscholen, kinderopvang en maatschappelijke partners krijgt elk kind in Voorschoten de kans om te leren en hun talenten optimaal te ontwikkelen, met waar nodig ondersteuning op het juiste moment. 5. HEVO-analyse: onderzoek en ruimtebehoefte Het onderzoek naar duurzaamheid en ruimtebehoefte is uitgevoerd door HEVO, een adviesbureau dat zich specialiseert in huisvesting en vastgoed voor onder andere onderwijs en zorg. Dit onderzoek richt zich op de vraag in hoeverre uitbreiding of aanpassing van kinderopvang binnen bestaande schoolgebouwen nodig is. Daarbij wordt gekeken naar de toekomstige opvangbehoefte die direct verbonden is aan basisscholen, ook wel bekend als kindcentra. Tussen november 2024 en april 2025 heeft HEVO gesprekken gevoerd met alle basisscholen en kinderopvangorganisaties in Voorschoten. De uitkomsten zijn per locatie in kaart gebracht. De analyse laat zien dat er op meerdere plekken behoefte is aan uitbreiding of integratie van kinderopvang in schoolgebouwen.

Deze inzichten vormen een belangrijke bouwsteen voor toekomstige besluitvorming. Met ingang van 2026 worden de conclusies uit deze analyse (bijlage 5) toegepast op het moment dat er sprake is van bouwkundige aanpassingen. Tevens worden ze meegenomen in deze beleidsnotitie en de volgende herijking van het IHP. Bij nieuwbouw van basisscholen wordt gestreefd naar het realiseren van extra ruimte of, indien deze voldoet, handhaven van de huidige capaciteit voor kinderopvang, mits er sprake is van een duurzame samenwerking en een langlopend huurcontract tussen de school en opvangorganisatie. Lukt dat niet, dan kan huisvesting van een kinderopvanglocatie in bestaande bouw worden overwogen. Momenteel bestaat er geen wettelijke grondslag voor de gemeente om zelf kindcentra te realiseren; in het vigerende beleid is dit daarom niet toegekend. Wel zijn uitgangspunten geformuleerd om de verschillende mogelijkheden en (samenwerkings)vormen in beeld te brengen. Daarbij wordt uitgegaan van maatwerk, aangezien de inrichting en realisatie van een kindcentrum per locatie en partnersamenstelling kunnen verschillen. 6. Beleidsuitgangspunten voor realisatie van kindcentra De gemeente Voorschoten heeft op dit moment geen specifiek beleid voor de realisatie van kinderopvanglocaties. Wel zijn uitgangspunten geformuleerd om de verschillende mogelijkheden en (samenwerkings)vormen in beeld te brengen.

Daarbij spelen de volgende overwegingen een rol: -

Investeert de gemeente in de bouw van een kinderopvanglocatie onder de voorwaarde van een langlopend huurcontract tussen de gemeente en de kinderopvangorganisatie? Blijft de grond waarop gebouwd gaat worden in eigendom van de gemeente of is een erfpachtconstructie nodig? Draagt de gemeente grond over aan de kinderopvangorganisatie onder de voorwaarde dat bij onverhoopte beëindiging van de kinderopvang, de gemeente het recht op eerste koop heeft?

10

-

De gemeente heeft geen erfpachtbedrijf en het opzetten daarvan voor een zeer beperkt aantal panden is te kostbaar om te moeten beheren.

6.1 Uitgangspunten De belangrijkste uitgangspunten voor het realiseren van kindcentra zijn als volgt: 1.

De gemeente doet geen directe gemeentelijke investeringen in commerciële kinderopvang

De gemeente is wettelijk niet verantwoordelijk voor de integratie van kinderopvang, onderwijs en ontwikkeling binnen haar onderwijshuisvesting. De Wpo en Wvo voorzien niet in een zorgplicht inclusief bekostiging van gemeenten voor huisvesting van kinderopvang. Voor deze wijze van bekostiging is er momenteel dus geen wettelijke grondslag. De gemeente doet geen directe investeringen in commerciële kinderopvang. Een kinderopvangorganisatie moet zich zelf zien te bedruipen. 2.

De gemeente heeft een faciliterende rol

De gemeente is wettelijk niet verantwoordelijk voor de huisvesting van kinderopvang. Wel speelt de gemeente een belangrijke faciliterende rol door bijvoorbeeld de kwaliteit van de voorzieningen te bewaken en handhaven. Daarnaast maakt de gemeente afspraken over de samenwerking met onderwijspartners. Zowel de onderwijspartners als de gemeente zullen monitoren of de gezamenlijke visie, zoals omschreven in deze beleidsnotitie, wordt uitgedragen. 3.

Er is een duurzame samenwerking tussen school en opvangorganisatie

Er moet sprake zijn van een duurzame samenwerking tussen school en opvangorganisatie. De opvangorganisatie committeert zich in die situatie aan de visie uit het IHP en deze beleidsnotitie. Daarbij zal er gericht worden op een samenwerking in: gedeelde verantwoordelijkheid, gezamenlijke visie, en afstemming over zorg, sport en onderwijs. 4.

Gebruik van ruimtelijke normen

De volgende ruimtelijke normen zijn van toepassing vanuit het HEVO-onderzoek bij de realisatie van kinderopvang: - Kinderdagverblijf: 115 m² bruto per groep (12–18 kinderen); - BSO: ca. 150 m² bruto per groep (vaak gedeeld met school); - Buitenruimte: minimaal 3 m² per kind, veilig en afsluitbaar. 6.2 Opties voor huisvesting: verkoop of verhuur van de opvanglocatie De centrale afweging betreft de keuze tussen gronduitgifte/verkoop of de verhuur van een door de gemeente gerealiseerde kinderopvanglocatie. Zowel aan het uitgeven van grond als aan het zelf realiseren van een gebouw voor kinderopvang zitten voor- en nadelen. 6.2.1 Gronduitgifte c.q. verkoop Voordelen voor het uitgeven van grond/verkoop: • Verkoop van grond levert inkomsten op; • Geen onverwachte (bouw)kosten; • Geen exploitatierisico; • Geen onderhoud; • Geen bouwheerschap (bouwverantwoordelijkheid); • Geen activering van lening op de balans;

11

• •

Geen precedentwerking waardoor gemeente opeens meerdere kinderopvanglocaties in portefeuille heeft met marktrisico voor de gemeente; Geen risico op marktverstorende werking.

Nadelen uitgeven grond/verkoop: • Minder sturing op gedeelde voorzieningen; • Eens verkocht, blijft verkocht (tenzij er een terugkoopbeding wordt opgenomen); • Bij een faillissement bestaat het risico op leegstand of op een ongewenste invulling. Desalniettemin kan op de nadelen beheersmaatregelen toegepast worden, waardoor de gemeente alsnog invloed kan uitoefenen. 6.2.2 Verhuur van locatie Een andere optie is dat de gemeente investeert in de realisatie van een kinderopvanglocatie onder de voorwaarde dat er een langjarig huurcontract gesloten wordt met de kinderopvangorganisatie. Voordelen gemeentelijke realisatie met verhuur: • Gemeente blijft eigenaar en kan samen met de school integraal de locatie ontwikkelen • Sturing op gebruik van het gebouw en de bezetting; • Als er in de toekomst door veranderende omstandigheden de opvang niet meer nodig is kan de gemeente zelf de toekomstige invulling bepalen.

Nadelen gemeentelijke realisatie met verhuur: • Bouwheerschap voor de kinderopvang ligt bij de gemeente; • Bouwheerschap van de school komt mogelijk ook naar de gemeente; • Risico tijdens de bouw ligt bij de gemeente; • Exploitatierisico; • Risico op marktverstorende werking; • Precedentwerking; • Lening op de balans; • Leegstandsrisico (deels op te lossen door langjarig te verhuren); • Beslag op de ambtelijke capaciteit voor vastgoedbeheer; • Onderhoudsverantwoordelijkheid bij de gemeente; • Er is op dit moment nog geen budget gereserveerd. 6.3 Risico’s Een risico is dat bij de voorbereiding van nieuwbouw van een basisschool er vanuit de kinderopvangorganisaties geen of onvoldoende belangstelling is. Hoewel dit risico momenteel erg laag is, kan vanwege de conjunctuurgevoeligheid en de vergoedingen niet voorspeld worden hoe dit zich gaat ontwikkelen op de lange termijn. De gemeente heeft geen wettelijke taak op het realiseren van kinderopvanglocaties, dus zal derhalve geen rol daarin hebben. 7. Conclusie Het is voor de gemeente de beste optie om bij nieuwbouw de grond te verkopen. Dit levert voor de gemeente het minste risico op. Bij deze optie verliest de gemeente wel (tijdelijk) zeggenschap op grond en het gebruik daarvan. Dit is echter op te vangen door een recht van eerste koop te bedingen en de bestemming vast te leggen.

12

Bij de realisatie van kindcentra in huisvesting zijn er twee scenario’s: 1. Nieuwbouw: Bij nieuwbouw van een basisschool wordt kinderopvang idealiter meegenomen in het ontwerp. De grond wordt dan overgedragen aan de opvangorganisatie, die zelf investeert in de bouw. Er wordt een recht van eerste koop afgesproken voor het geval de opvang stopt. Bij het recht van eerste koop kan de gemeente in dat geval per casus bekijken of terugkoop gewenst is. 2. Bestaande bouw: Bij leegstand in schoolgebouwen kan kinderopvang in leegstaande lokalen worden gehuisvest, mits er afspraken zijn over huur en samenwerking tussen scholen en kinderopvangorganisatie. Voor het gebruikmaken van leegstand moet de school volgens de verordening ‘onderwijshuisvesting gemeente Voorschoten 2015’ toestemming vragen aan het college. In gemeentelijke panden wordt een langlopende huurovereenkomst gesloten. De gemeente heeft het tweede scenario (bestaande bouw) als voorkeur. Het sluit aan bij het IHP 2024–2039 en biedt duidelijkheid voor toekomstige projecten. Om deze voordelen optimaal te kunnen benutten is het uitgangspunt van de gemeente Voorschoten dat bij nieuwbouw van basisscholen extra ruimte wordt gecreëerd voor kinderopvang. De gemeente verbindt hier wel de voorwaarden aan dat er: -

-

sprake is van een duurzame samenwerking tussen partners waarbij minimaal fase 3 (bijlage 2, pagina 15-16 uit IHP: Er is sprake van een gezamenlijke pedagogische visie en een gezamenlijke visie op ontwikkelen en leren. Er is sprake van een doorgaande lijn qua zorg, partnerschap met ouders en onderwijsprogramma. Of er is zelfs een gezamenlijke managementstructuur en er zijn afspraken over de inzet van (elkaars) personeel) gerealiseerd wordt; sprake is van een langdurig huurcontract (minimaal 10 jaar) tussen gemeente en kinderopvangorganisatie(s).

8. Vervolgstappen Deze beleidsnotitie wordt gedeeld met schoolbesturen en kinderopvangorganisaties ter consultatie. Daarnaast wordt deze beleidsnotitie gebruikt voor de herijking van het IHP 2028– 2043. In 2026 zal in het derde kwartaal gestart worden met het evalueren van het huidige IHP. Dit zal in nauw overleg met de schoolbesturen gedaan worden. Vervolgens zal deze evaluatie mede input zijn voor de herijking van het IHP 2028-2043. In 2026 en 2027 zal er verdere uitwerking gegeven worden aan het beleid op het gebied van kinderopvang. Voor de komende herijking van het IHP zal dus van meerdere kanten input komen: -

De evaluatie van het IHP voor de periode 2024-2029; De op basis van het huidige IHP uitgevoerde onderzoeken door HEVO; De beleidsnotitie vroeg en voorschoolse educatie “Een goede start met gelijke kansen!”; De lokale educatieve agenda (LEA);

13

-

Sportvisie 2023-2026 (sport levert een bijdrage aan de ontwikkelingsfasen binnen pedagogiek); Sportaccommodatiebeleid 2024-2030; De beleidsnotitie “Gemeentelijke visie op kindcentra”.

Daarnaast zal in 2026 het beleidsplan “Een goede start met gelijke kansen!” worden geactualiseerd. Dit vindt plaats in overleg met alle betrokken partijen.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=a696f0d6-497d-43ef-bb24-15ce8d734abf