Bijlage 1. Advies van de ASDV
Tekst van het document
Voorschoten, 25 oktober 2023 Geacht college,
Het Beleidsplan Re-integratie en Participatie is eerder door onze werkgroep van een advies voorzien. Wij hebben een aantal ontwikkelingen positief genoemd, met name de visie dat meer maatwerk nodig is om het juiste traject aan een cliënt aan te kunnen bieden. Ook de nazorg krijgt aandacht: kan de cliënt de financiële consequenties overzien? Worden er financiële problemen verwacht? Is de klant op de juiste plek beland? Bij wie kan men terecht als er vragen zijn over het re-integratie of participatietraject. Hierbij zien wij het liefst dat cliënten door een vaste consulent worden begeleid. Na het Beleidsplan wordt nu ons advies gevraagd over de Verordening die de regelgeving hierbij vastlegt. Uit dit vooral technische stuk blijkt dat er voor de consulenten en voor de werkgevers veel verschillende voorzieningen zijn, waaruit te kiezen valt. Het breed offensief om mensen met een beperking te laten participeren op de arbeidsmarkt krijgt ruim aandacht. Het is goed dat er ook voor minderjarigen persoonlijke ondersteuning op het werk mogelijk is. De inzet van jobcoaches en een jobcoachcheque kan hierbij een positief resultaat opleveren. Het zal echter ook inspanning kosten om werkgevers geïnteresseerd te krijgen voor deze doelgroep. Gezien vanuit het perspectief van de cliënt is het belangrijk dat het traject en de daarbij behorende voorziening duidelijk is.
Klanten weten vaak helemaal niet wat er allemaal mogelijk is om hun kansen op betaald werk te vergroten. Consulenten moeten hen daarbij goed voorlichten en begeleiden. Daar waar men een handtekening zet op een overeenkomst, moet deze geen vragen meer oproepen. De mogelijkheid om aan klanten een extra opleiding of cursus aan te bieden kan een verstandige investering zijn. We denken hierbij aan bijvoorbeeld statushouders die een goede vooropleiding in hun land van herkomst genoten. Hierbij moet ook het voorbereidingstraject op ondernemerschap worden genoemd. Positief zien wij ook de andere benadering van wat in de Participatiewet de tegenprestatie heet. Hier heeft nu de term perspectiefaanbod de voorkeur, die in feite al aangeeft dat de klant centraal staat en niet wat hij of zij te bieden heeft aan de maatschappij. Nadruk ligt op het betrekken van mensen in de samenleving, zodat hun isolement doorbroken wordt.
Dat de voorzieningen voor deze cliënten in de Verordening niet alle specifiek benoemd worden, maar later in beleidsregels zullen worden opgenomen, toont aan dat er gekeken wordt naar de behoefte van de individuele cliënt. Al met al zien wij in deze Verordening veel mogelijkheden om voor cliënten een geschikte plek op de arbeidsmarkt te vinden. Wij zijn geïnteresseerd in de uitwerking in beleidsregels van een aantal nieuw genoemde voorzieningen. Tenslotte hebben wij nog twee opmerkingen over deze Verordening. Als eerste: Waar kan de cliënt beroep aantekenen wanneer hij of zij het niet eens is met de beslissing van het college? Ten tweede: Artikel 2 noemt dat er 4x per jaar verslag wordt uitgebracht aan de gemeenteraad over de doelmatigheid van de Verordening. Ook dat dit verslag het oordeel van de Cliëntenraad moet bevatten. Dit is tot op heden voor zover wij weten nog nooit gebeurd. Bovendien lijkt het ons goed om ook van de kant van de werkgevers te horen of zij met deze voorzieningen voldoende geholpen zijn of dat zij zaken missen. Hoogachtend, Namens de ASDV Bruno van Dunné