Bijl. 1 Nota van beantwoording
Tekst van het document
Nota van wijzigingen op VO MBP # 1
Van 19 juni 2020 tot en met 17 juli 2020 heeft het VO MBP – vanwege Corona digitaal en daarom verkort – ter inzage gelegen. Er zijn 7 reacties binnengekomen, waarvan 2 vragen en 5 aparte bijlagen met meerdere opmerkingen. Iedere indiener heeft een mail ontvangen waarin is bedankt voor de reactie en is medegedeeld dat er op terug wordt gekomen in de nota van beantwoording. Op iedere reactie is ook separaat teruggekomen middels een brief. Indien een reactie tot tekstuele aanpassingen heeft geleid, is dit aangegeven in de rechterkolom van onderstaande tabel. In het document zelf (Visie op Energie en Klimaat) zijn wijzigingen doorgevoerd, daar waar van toepassing is dit aangegeven met een opmerking en de bijbehorende inspraakreactie. Reacties zijn genummerd en geanonimiseerd. Vraag / reactie
antwoord
In het MBP staat op blz. 38 3e regel dat het onderzoek op oppervlaktewater in 2019 is uitgevoerd, dit is onjuist. Volgens de uitvoerder is het onderzoek afgerond in november 2017 en het rapport uitgebracht op 1 maart 2018. Niemand heeft dit rapport mogen inzien, hieruit maken wij op dat de waterkwaliteit slecht tot zeer slecht is, in ieder geval slechter dan als beschreven.
Het klopt dat er in 2017 onderzoek is gedaan naar het oppervlaktewater. Dit is ook openbaar gemaakt. In 2019 is er vervolgonderzoek gestart, dit is nog niet afgerond (en dus nog niet openbaar gemaakt). De reactie leidt niet tot aanpassingen in het MBP.
2 In bovenstaand concept plan wordt melding gemaakt van het warmtenet. In de krant lees ik dat er volgens wethouder Erica Spil al uiterlijk 1 november 2020 een besluit genomen moet worden voor wat betreft deelname door Voorschoten. Mijn vraag is: als Voorschoten gaat deelnemen, wat gaat dit betekenen voor mij of iedere andere inwoner van Voorschoten? Daarbij denk ik aan kosten per inwoner en verplichting om deel te nemen? Hopelijk kunt u mij meer informatie hierover geven?
3A1
Bewondering voor de kleurige publieks-samenvatting op 2 bladzijden in de Voorschotense Krant. Een fraai en duidelijk overzicht, waarbij het mooie motto “Denk mondiaal, handel lokaal” gevolgd lijkt te zijn. Hierna enkele opmerkingen over zaken die (nog) meer aandacht verdienen.
Op dit moment is er niet meer informatie te geven. Als Voorschoten gaat deelnemen aan een restwarmtenet, betekent dit dat een deel van de wijken in Voorschoten een extra alternatief heeft voor aardgas. Voor welke wijken een aansluiting op restwarmte interessant en haalbaar is, is nog niet bekend (dit zal tevens blijken uit de transitievisie warmte, zie ook antwoord 4A3). De kosten verbonden aan een aansluiting op het restwarmtenet zijn nog niet te berekenen (en zijn mede afhankelijk van de huidige kenmerken van een woning). Of en onder welke omstandigheden gebouweigenaren verplicht kunnen worden tot een aansluiting op een warmtenet is afhankelijk van een mogelijke wijziging van de Warmtewet (Warmtewet 2). Vaststelling van de warmtewet door het rijk op dat punt wordt afgewacht (zowel inhoudelijk als financieel). Uiteraard zal het college de ontwikkelingen volgen om te voorkomen dat Voorschotenaren hiervoor veel geld moeten betalen. De reactie leidt niet tot aanpassingen in het MBP. Het is goed om te horen dat de publieksversie ondersteunend heeft gewerkt en positief is ontvangen. Deze opmerking wordt ter kennisgeving aan college en raad doorgezet. De reactie leidt niet tot aanpassingen in het MBP.
# 3A2
Vraag / reactie Fietsen moet echt prioriteit krijgen, om vele redenen (milieu, gezondheid, sociaal). Veilig fietsen krijgt nog steeds te weinig aandacht. Zo heeft het wel heel lang geduurd en heel veel duwen en trekken door bezorgde burgers en politici (met name Cees Bremmer) voordat de nieuw aangelegde rotonde bij de Bachlaan werd aangepakt. Naar het schijnt ingericht volgens de geldende normen maar voor fietsers letterlijk(!!) levensgevaarlijk. Bij sneeuwval zijn ook de doorgaande fietspaden te lang moeilijk of niet begaanbaar. Fietsen in buurtstraten is dan vrijwel onmogelijk. Her en der zijn er plekken in fietspaden waar water blijft staan; na ieder nachtvorstje zijn die plekken dan bevroren en spiegelglad, en dus gevaarlijk. De Gemeente heeft weinig gedaan om het fietsen in de Schoolstraat beter in te passen in het gebruik van die straat. In sommige gemeenten staat er bij dat soort winkelstraten dat “fietsers te gast” zijn, of soortgelijke aanduidingen; in Voorschoten is voor “alles of niets” gekozen. Terwijl fietsen nu overdag niet meer is toegestaan, is weinig rekening gehouden met de gebruikers. Wie b.v. van AH naar Digros wil met een vol beladen fiets (met boodschappen of een kind) kan fietsend alleen met een hele wijde boog om het centrum heen; lopend naar het andere eind van de straat is dan een moeizaam alternatief.
Ik zelf kom duidelijk minder in de Schoolstraat dan voorheen. En om b.v. ook de hele Erasmusstraat fietsvrij maken lijkt op fietsertje pesten.
antwoord In het milieubeleidsplan zijn enkel thema’s opgenomen waarvoor nog geen sectoraal beleid is ontwikkeld (zie 1.3). Er is dus voor gekozen om in het milieubeleidsplan in te zoomen op elektrisch (auto)vervoer. In beleidsmatige is er een goed punt gemaakt (fietsen en wandelen stoot minder CO2 uit dan een elektrische auto), en dit kan meer benadrukt worden in het milieubeleidsplan. Daarom is figuur 3G1 en een zinsnede hierover toegevoegd. De specifieke punten die genoemd worden achter de bullets, zijn meer praktisch van aard en gericht op veiligheid. Voor wat betreft fietsen is er onlangs een fietsveiligheidsplan vastgesteld door de gemeenteraad van Voorschoten.
Wandelen is goed voor het milieu en voor de gezondheid, maar krijgt nauwelijks aandacht in Voorschoten Voor senioren is het voor lichamelijke en geestelijke gezondheid belangrijk om veel te wandelen. De Gemeente lijkt dat soms te denken dat onlogisch aanleggen van voetpaden het wandelen bevordert. Loop maar eens langs de Beethovenlaan richting noord, dan is er een fors stuk waar opeens geen voetpad meer bestaat. Of draai vanaf noordelijke richting de Mozartlaan is: dan is er opeens geen logisch vervolg meer voor de voetganger. Als oppas-opa heb ik veel met een wandelwagen door het dorp gelopen. Dan blijkt dat op héél veel plekken het publieke domein is geannexeerd door tuinbezitters. Hagen, al dan niet netjes gesnoeid, steken dan ver uit boven de voetpaden zodat er regelmatig te weinig ruimte overblijft voor een wandelaar. Zeker met een wandelwagen is het dan moeizaam voortbewegen. Het wordt tijd dat de Gemeente dergelijke tuinbezitters er op gaat wijzen dat de erfgrens met het voetpad óók de grens van de haag moet zijn. 3A3
De praktijk in Voorschoten is “groen weg uit de tuin, en tegels er in”. En de Gemeente laat dat lijdzaam begaan. Voorschoten schijnt lid te zijn van de Stichting Steenbreek, maar dat moet dan wel een slapend lidmaatschap zijn. In mijn buurt (Noord-Hofland) zijn de afgelopen jaren vele tientallen, zo niet honderden, vierkante meters groen in tuinen vervangen door tegels. In de rest van Voorschoten is het wellicht niet beter. Maar ik heb nooit enige concrete uiting van de Gemeente gezien om die trend te keren. Wellicht kan Voorschoten nog iets leren van andere deelnemers aan Steenbreek, zoals Leiden. De Gemeente zou meer kunnen uitdragen dat regentonnen nuttig zijn.
In dit kader zijn er recente beleidsontwikkelingen en zijn er doelen en voorgestelde maatregelen over opgenomen in het VO MBP. De opmerking heeft daarom geen aanpassingen tot gevolg. Uitleg: Stimuleren vervangen tegels door groen Zodra het bestaande bouw en particuliere ruimte betreft, heeft de gemeente beperkte invloed om mensen te stimuleren groen aan te leggen/onderhouden en het gebruik van stenen te beperken. Wat we nu doen is: het goede voorbeeld geven. Dit doen we door de openbare ruimte te vergroenen (zoals groene plantsoenen Alexander Adamskistraat en groen speelveld Van Hogendorpweg); communiceren. Zo is de website https://www.voorschoten.nl/inwoners-voorschoten/meedoen-metgroen_43973/ in het leven geroepen waarin we organiseren dat we deze opgave (meer groen in plaats van tegels) gezamenlijk gaan
#
Vraag / reactie
antwoord oppakken. Iedereen kan meedoen met het aanleggen van geveltuintjes en boomspiegels. Ook is er een maandelijkse rubriek in de Voorschotense Krant met aandacht voor groen. Stimuleren van regentonnen: Wat er in dit kader reeds gedaan wordt is het volgende: Vanuit de IWKP in Voorschoten wordt er in het najaar opnieuw een hemelwaterverordening voorgelegd door college aan raad. De hemelwaterverordening betekent dat het bij (ver)nieuwbouw verplicht is om hemelwater af te vangen en te hergebruiken. Wat er in dit kader reeds is opgenomen in het VO MBP, is het volgende: het promoten van het opvangen van hemelwater (zoals bijv. door een regenton) is ondervangen bij het volgende doel in hoofdstuk 5.5: “Het stimuleren, faciliteren en promoten om bij bestaande bouw hemelwater af te koppelen en op te vangen en hergebruiken.” N.a.v. deze inspraakreactie is een zinsnede aangepast in het MBP. In de tekst stond (foutief) dat de hemelwaterverordening reeds door college/raad was aangenomen.
4A1
De ambitie 2030 energieneutraal is in het coalitieakkoord opgenomen, dat is een feit. De ambitie is input en aanleiding geweest voor het (opstellen van) een VO MBP. Hierbij neemt het thema “energietransitie” (waarop de ambitie betrekking heeft) een prominente rol in. Het VO MBP geeft echter slechts richting aan de komende 3 tot 4 jaar. De ambitie 2030 blijft daarmee een ambitie, maar de praktijk, onderzoek voor het VO MBP en voortschrijdend inzicht leert ons echter dat er beperkte middelen zijn, en de opgave groot. In het VO MBP is daarom ook niet zozeer de focus gelegd op het jaartal 2030, maar is een meer algemene doelstelling geformuleerd, namelijk: “Het bevorderen van de klimaatrobuustheid, goede milieukwaliteit en duurzame energievoorziening in Voorschoten.” De reactie leidt niet tot aanpassingen in het MBP.
# 4A2
Vraag / reactie
antwoord Tijdens de ontwikkeling van het MBP zijn inwoners en gemeenteraad zoveel mogelijk betrokken. Daarbij waren tijd en middelen beperkende voorwaarden. Vanaf eind 2016 zijn sessies gehouden met een groep actieve inwoners en raad waarin is vastgesteld welke onderwerpen in het milieubeleidsplan aan de orde komen. Uit deze sessies zijn de drie hoofdthema’s van het VO MBP gekomen. Door verschillende oorzaken heeft de ontwikkeling van het MBP stilgelegen. Eind 2019 is de ontwikkeling van het MBP weer opgepakt. Daarbij waren de eerder op basis van participatie tot stand gekomen hoofdthema’s het uitgangspunt. Er zijn toen afstemmingssessies met de gemeenteraad gehouden en er is een flitspeiling uitgevoerd die de betrokkenheid van inwoners en ondernemers bij de verschillende thema’s van het MBP in beeld heeft gebracht. Hierin is de participatienota leidend geweest in het maken van de keuze voor de participatievorm. In de tweede helft van 2020 is er een uitgebreid participatietraject gepland. Samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen, zoals verenigingen, organisaties en bedrijven, wordt in dit traject een gemeenschappelijk actieprogramma CO2-neutraal Voorschoten opgesteld. Het actieprogramma gaat over elektriciteit en warmte (hoofdstuk 3 MBP).
Inspiratie-, kennis- en dialoogsessies, kennis- en informatiedelen, (straat)interviews en onderzoeken maken, afhankelijk van de voortgang, onderdeel uit van het traject. Het traject start met een opname van hoe Voorschoten ervoor staat op het gebied van elektriciteit en warmte. Daarbij wordt gekeken op het niveau van huishoudens, buurten, wijken, gemeente en provincie. De inbreng van alle betrokkenen bij dit traject wordt onderdeel van het actieprogramma.
4A3
De reactie leidt niet tot aanpassingen in het MBP. Op lokaal niveau stellen we momenteel een transitievisie warmte (TVW) op welke gereed zal zijn voor het einde van 2021. In deze visie worden alle mogelijke warmte-opties meegenomen. Dit kunnen dus individuele opties zijn zoals met warmtepompen of via hernieuwbare gassen zoals groen gas en waterstof. Daarnaast zijn er ook de collectieve warmte opties waar warmtebronnen warmte kunnen invoeden op het warmtenet en afgeven aan de gebouwde omgeving. Deze opties worden onderzocht op technische economische gronden en ook met inwoners besproken. Gezamenlijk vormt deze input de basis van de TVW: een visie waarin het warmte alternatief per wijk is opgenomen en wanneer deze wijk aardgasvrij gemaakt kan worden. Ook wordt bepaald welke wijken voor 2030 van het aardgas af gaan en dit wordt vervolgens uitgewerkt in een wijkuitvoeringsplan. Deze TVW zal vervolgens ook vastgesteld moeten worden door de raad. Het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving zal plaats vinden over een periode tot en met 2050. Elke vijf jaar zal de TVW worden herzien naar de laatste inzichten. Dit geeft ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en innovaties. Op regionaal niveau zijn we onderdeel van de RES Holland Rijnland. Parallel aan bovenstaand proces op lokaal niveau loopt dit regionale traject. De twee processen kunnen elkaar beïnvloeden. Zie ook antwoord 2.
#
Vraag / reactie
antwoord Tot slot: Waterstof is mogelijk interessant voor de toekomst. Het is echter geen energiebron maar een energiedrager: dit betekent dat om waterstof te maken, er energie nodig is (die ergens moet worden opgewekt). Groene waterstofproductie middels elektrolyse is momenteel inefficiënt en kostbaar. De verwachtingen van waterstof worden door sommige partijen erg hoog ingeschat. Sommige sectoren die geen alternatieven hebben (industrie of zwaar transport) kunnen met waterstof een hogere waarde creëren dan de gebouwde omgeving. In de toekomst zal blijken of groene waterstof daadwerkelijk een alternatief wordt voor de gebouwde omgeving. De reactie leidt niet tot aanpassingen in het MBP.
4A4 Suggesties zijn meegenomen bij het opstellen van het beknopt uitvoeringsoverzicht. De reactie leidt niet tot aanpassingen in het MBP.
4A5
A: Tweetaktmotoren. Een (beperkt) aantal afzonderlijke maatregelen in het kader van luchtkwaliteit is geëvalueerd op basis van draagvlak (van zowel raad als inwoners), kosten en effectiviteit. Er is hierbij een vergelijking gemaakt met andere gemeenten. Over de oude brom- en snorfietsen van voor 2011 is het volgende beschreven in het milieubeleidsplan: er zijn niet veel brom- en snorfietsen van voor 2011 meer; met invoering van de helmplicht is
#
Vraag / reactie
antwoord de verwachting dat ze zullen verdwijnen. Op basis van die evaluatie lijken andere maatregelen meer impact te hebben. B: Elektrische auto’s zelf kunnen opladen. Vooralsnog is er in Voorschoten een kleine groep inwoners die zelf duurzame energie opwekt middels zonnepanelen (zie figuur 3E). Het geschetste dilemma lijkt hiermee mogelijk een relevante kwestie voor de toekomst, maar in mindere mate een kwestie waarin we de komende 3-4 jaar mee te maken krijgen. Onderliggend aan het dilemma is de aanname dat op ieder dak voldoende stroom opgewekt kan worden om elektrische auto’s op te laden. Het is de vraag of deze aanname juist is: mogelijk wekt de zonnestroominstallatie net/niet voldoende op om het energieverbruik in het huishouden te compenseren. Wel zou de auto in de toekomst gebruikt kunnen worden als opslag voor energie. Hiermee zijn reeds proeven in andere gemeenten, welke gemeente Voorschoten met interesse volgt. De reactie leidt niet tot aanpassingen in het MBP.
4A6 Het afschaffen van vuurwerk is niet onderzocht of opgenomen in het milieubeleidsplan, omdat hier vanuit openbare orde en veiligheid reeds beleid op is (zie ook 1.3: er zijn enkel punten opgenomen waarvoor nog geen beleid is ontwikkeld). Huidig beleid is dat er, net als de afgelopen jaren, een aantal vuurwerkvrije plaatsen zullen worden aangewezen. Er wordt niet gewerkt aan een verbod of centrale vuurwerkshow georganiseerd door de gemeente. Mocht er als gevolg van landelijke ontwikkelingen aanleiding zijn om dit beleid te herzien, dan staat het college hiervoor open. Voornaamste argument achter deze redenatie is, dat als een dergelijk verbod enkel in eigen gemeente wordt uitgevoerd dit niet handhaafbaar is. Er is destijds met name gekeken naar het veiligheidsaspect, en niet zozeer naar het milieuaspect (uitstoot fijnstof). Echter, daarvoor geldt waarschijnlijk dat enkel een verbod in Voorschoten beperkte impact heeft omdat fijnstof zich niet aan gemeentegrenzen houdt (zie ook tabel 5.2A van het VO MBP).
5A1
Zienswijze in aparte bijlage Kort samengevat bevat de zienswijze een aantal algemene opmerkingen, er wordt een verzoek/aanbod gedaan om deel te nemen aan verdere participatieprocessen, en er wordt per hoofdstuk van het VO MBP tekstuele voorstellen gedaan, suggesties voor te nemen maatregelen,
De reactie leidt niet tot aanpassingen in het MBP. a) Om doelen SMART te kunnen formuleren, is een basis nodig. Met andere woorden: er moet precies bekend zijn wat het nulpunt is van waaruit wordt gestart, en er moet rekening gehouden worden met context die van invloed kan zijn op het behalen van de doelen. Hiernaast is niet alles te kwantificeren en zijn doelen relatief. Om doelen SMART te maken, is dus onderzoek en monitoring nodig opdat ook een precieze impactmeting kan plaatsvinden. Ook
#
Vraag / reactie en/of vragen gesteld. Per onderdeel van het VO MBP wordt een reactie gegeven, welke in deze kolom verkort wordt weergegeven. Beantwoording geschiedt eveneens per onderdeel. Algemene opmerkingen: a) Doelen zoveel mogelijk SMART formuleren. b) Verzoek tot deelname in participatie in vervolgproces en verduidelijking participatieproces. c) Suggestie tot aanpassing ondertitel naar “visie op energietransitie, klimaatadaptatie en milieukwaliteit”.
antwoord het doen van onderzoek en monitoring kost personele capaciteit, en middelen (ervan uitgaande dat data beschikbaar en meetbaar is). Ook in dit kader moeten keuzes worden gemaakt. Er is daarom voor gekozen om doelen zo SMART mogelijk te formuleren, daar waar mogelijk en data beschikbaar. b) Voor het opstellen van het beknopte uitvoeringsoverzicht, zal geen verdere participatie plaatsvinden. Voor de uitvoering zelf wel (zie ook antwoord 4A2 laatste alinea). Bij deze wordt u van harte uitgenodigd om mee te doen in dit participatie proces. c)De hoofdtitel van het document is Milieubeleidsplan 2021-2024. Deze titel is gekozen omdat het een gangbare term is die ook bekend is bij andere instanties, alsook omdat milieubeleidsplannen worden omgezet in de tijdelijke omgevingsvisie als de omgevingswet van kracht gaat. De ondertitel is gekozen om een aantal redenen: 1) enkel milieubeleidsplan dekte onvoldoende de lading, 2) hij is kort, 3) hij verwijst naar de overige thema’s die nog niet in de hoofdtitel zijn gedekt en 4) hij geeft aan dat het document nog geen concreet plan bevat maar wel denkrichtingen (visie). De reactie leidt niet tot aanpassingen in het MBP.
5A2
Opmerkingen met betrekking tot Aanleiding en achtergrond: a) Formele vaststelling uitvoeringsprogramma. b) Centrale doelstelling aanpassen met “goede milieukwaliteit.”
a) In het MBP wordt beschreven welke doelen het college wil bereiken, daarover moeten raad en college het eens zijn. Het uitvoeringsoverzicht is een manier waarop het college denkt deze doelen te bereiken. Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden; het college heeft de vrijheid om haar eigen weg te nemen en deze onderweg aan te passen. Daarom is het ook gebruikelijk om het uitvoeringsoverzicht niet formeel door de raad te laten vaststellen. b) De suggestie m.b.t. de centrale doelstelling dekt meer de lading en is doorgevoerd. Verder leidt bovenstaande reactie niet tot aanpassingen in het MBP.
5A3
Opmerkingen met betrekking tot Context en toekomstbeeld. a) rolbeschrijving gemeente toevoegen bij contextschets. b) toevoegen bodemkwaliteit, luchtkwaliteit en geluidsoverlast bij toekomstbeeld. c) meer helderheid over ambitie coalitieakkoord 2030.
a) De publieksversie van het milieubeleidsplan (zie regel “rol gemeente”) beschrijft de rol van de gemeente per thema. Het doel van de contextschets is aan te geven binnen welke kaders de gemeente kan opereren. Ook geeft het indien van toepassing een rolbeschrijving van de gemeente weer. b) Het toekomstbeeld is toegevoegd aan het MBP om een idee te geven waar inspanningen in het kader van milieu, energie en klimaat op de lange termijn onder andere toe zouden moeten leiden. Hierbij zijn enkele onderwerpen uitgelicht. Het toekomstbeeld poogt relatief beknopt en niet allesomvattend te zijn. Er is een zinsnede toegevoegd over milieukwaliteit, om zo ook goede bodemkwaliteit, luchtkwaliteit en beperking geluidsoverlast te omvatten. c) zie antwoord 4A1. De reactie leidt verder niet tot aanpassingen in het MBP.
5A4
Opmerkingen met betrekking tot hoofdstuk energietransitie: a) doelen ontbreken in het kader van energiebesparing b) 3.1 bijeenbrengen coöperatie en bedrijven en prestatieafspraken woningcorporaties c) 3.2 toetsing elektriciteitsleverancier laadpalen
a)In het VO MBP zijn meerdere doelen opgenomen die relateren aan energiebesparing, of hier een letterlijke weergave van zijn (zie 3.1 doel 2 en 3, 3.2 doel 1, 3.3 doel 4). Op de pijler energiebesparing zijn dus wel degelijk doelen opgenomen.
#
Vraag / reactie d) 3.2 uitwerking fiets en OV. e) 3.2 beschouwing gemeentelijk wagenpark f) 3.3 financiële prikkels, voorbeeld Leiden
antwoord b) Het bijeenbrengen van coöperaties en bedrijven is een goede suggestie en zou kunnen vallen onder het derde doel bij 3.1. Wat het benutten van de prestatieafspraken: dit is een goede suggestie en hier wordt reeds aan gewerkt: zowel gemeente als woningcorporaties hebben de ambitie om de grote duurzaamheidsopgaven gezamenlijk op te pakken en te zorgen dat op termijn woningen CO2 neutraal zijn en aardgasvrij. Dit en meer hierover is te vinden op: https://www.voorschoten.nl/inwonersvoorschoten/prestatieafspraken-voorschoten_44159/. c) dit punt is ondervangen op pagina 13: “De aanbesteding van het aanbod van laadinfrastructuur (…) hier wordt geprobeerd om duurzaamheid als een van de gunningseisen op te nemen (zie ook 4.1). d) zie antwoord 3A2. e) In het milieubeleidsplan zijn enkel thema’s opgenomen waarvoor nog geen sectoraal beleid is of wordt ontwikkeld (zie 1.3). Voor het gemeentelijk wagenpark wordt apart beleid ontwikkeld. f) gemeente Voorschoten volgt ontwikkelingen en voorbeelden in andere gemeenten met interesse. Verschillen in grootte en beschikbare middelen per gemeente, maken echter ook dat maatregelen per gemeente verschillen. In het kader van financiële prikkels is recent de duurzaamheidslening (https://www.voorschoten.nl/inwoners-voorschoten/subsidies-enleningen_45534/) opgenomen als maatregel.
Binnenkort volgt er een duurzaamheidsvoucher https://www.duurzaambouwloket.nl/tegoedboninwisselen. Eind september ontvangen alle Voorschotenaren hierover een brief. De reactie leidt niet tot aanpassingen in het MBP.
5A5
Opmerkingen met betrekking tot gemeente als voorbeeld: suggesties voor maatregelen, manieren waarop gemeente een voorbeeld kan stellen
Een deel van de suggesties en opmerkingen heeft betrekking op ander sectoraal beleid. Hoofdstuk 4 heeft niet tot doel gehad om uitputtend te zijn, eerder om te laten zien dat er binnen de gemeente al veel gebeurt maar ook niet over alles actief gecommuniceerd wordt. Eveneens wordt opgemerkt dat er keuzes moeten worden gemaakt. De reactie leidt niet tot aanpassingen in het MBP.
5A6
Opmerkingen met betrekking tot klimaatadaptatie en milieukwaliteit a) 5.1 aansluiting convenant klimaat adaptief bouwen b) 5.1 wat gaat gemeente doen met wensen die geopperd zijn in de flitspeiling? c) 5.2 extra suggesties voor maatregelen in het kader van schone lucht d) 5.3 suggestie om monitoren waterpeil op te nemen als doel e) 5.3 vervuiling lucht/water agrarisch gebied f) 5.4 correcte uitvoering maaibeheer g) 5.4 periodiek overzicht bomenkap en vervangende aanplant (toezegging college aan raad) h) 5.5 suggesties voor maatregelen waterkwaliteit i) 5.6 suggesties voor maatregelen geluid.
a) het derde doel van 5.1 relateert hieraan. Of er daadwerkelijk wordt aangesloten bij het convenant, is afhankelijk van de middelen die voor het MBP ter beschikking komen en keuzes die worden gemaakt. Het zal dus niet letterlijk worden opgenomen als doel in het MBP, wel kan het een middel zijn om het doel te bereiken. b) deze worden meegewogen bij het opstellen van het uitvoeringsoverzicht. c) Omdat de gemeente niet onbeperkte middelen ter beschikking heeft, is er een afweging gemaakt tussen maatregelen die kosten efficiënt zijn en waar draagvlak voor is. In het kader van luchtkwaliteit is in het specifiek gekeken naar het verminderen van fijnstof en stikstof: bomen zorgen weliswaar voor een vermindering van CO2, maar niet direct voor een vermindering van fijnstof en stikstof. Het ontmoedigen van autoverkeer is door ons positief geformuleerd als het stimuleren van autodelen.
#
Vraag / reactie
antwoord d) Dit is geformuleerd als kans, omdat het een mogelijke maatregel is die kan bijdragen het doel (voorkomen bodemverzakking) te bereiken. Het monitoren van het waterpeil is geen doel op zich. e) Luchtvervuiling als gevolg van veehouderij betreft inderdaad met name landelijke politiek: boeren dienen zich te houden aan landelijke wetgeving en het activiteitenbesluit. De controle hierop ligt als verantwoordelijkheid bij de omgevingsdiensten, en niet bij de gemeente. Wat de gemeente zou kunnen doen is een gesprek voeren of boeren een meer ecologische en biologische bedrijfsvoering kunnen gaan oppakken (stimuleren). Voor boeren heeft dit echter ook een financieel aspect, waarop de gemeente geen zeggenschap heeft. Het voeren van dergelijke gesprekken heeft op dit moment geen prioriteit voor het college. Wat betreft de waterkwaliteit is het Hoogheemraadschap (en niet de gemeente) de verantwoordelijke. Zij zouden daarover met boeren in gesprek kunnen gaan. f) Vanzelfsprekend is het correct uitvoeren van het maaibeheer de bedoeling. Het is doorgezet als een aandachtspunt naar de beheerders van groen. g) indien er een toezegging is gedaan door college aan raad, dan moet worden uitgezocht wat de stand van zaken is. Dit is een actie die geen onderdeel uitmaakt van het milieubeleidsplan. De reactie leidt dus niet tot wijzigingen in het MBP. h) Dank voor de suggesties.
Op dit moment vindt er vervolgonderzoek plaats naar de waterkwaliteit (zie ook antwoord 1), waarna er – indien nodig en middelen beschikbaar – een plan van aanpak met maatregelen aan de raad wordt voorgelegd om de waterkwaliteit te verbeteren. i) Dank voor de suggesties. Ten aanzien van de geluidsschermen A4 is reeds het volgende opgenomen in het MBP: “Ten aanzien van de geluidschermen langs de A4 wordt ingezet op een adequate uitvoering van de motie van Provinciale Staten. Hierbij vindt afstemming plaats met belangengroeperingen en de gebiedspartijen“. De overige suggesties voor maatregelen kunnen worden meegenomen bij het opstellen van het uitvoeringsoverzicht, waarbij keuzes zullen moeten worden gemaakt. De reactie leidt niet tot aanpassingen in het MBP.
6A
Zienswijze in aparte bijlage Kort samengevat is in de zienswijze uitgebreide achtergrondinformatie met bronverwijzing over elektrisch rijden gegeven. In algemene beleidsmatige zin wordt ervoor gepleit dat de gemeente zich proactief opstelt op het gebied van elektrisch rijden. Vervolgens is een aantal concrete voorstellen om verder onderzoek te doen naar, of praktische toepassing van een bepaalde techniek in relatie tot de projectontwikkeling van de nieuwbouwwijk Starrenburg III te doen. Tot slot staat er een specifieke opmerking over het VO MBP.
Achtergrondinformatie met bronverwijzing In MBP is bewust een beperkte hoeveelheid achtergrondinformatie opgenomen, om het aantal pagina’s van het stuk te beperken. De achtergrondinformatie is ter informatie doorgestuurd naar onze ambtenaar verkeer en vervoer. Pleidooi dat gemeente zich proactief op zou moeten stellen Specifiek worden er twee concrete voorbeelden gegeven over hoe de gemeente zich in het opzicht van de inspreker zich proactief zou moeten opstellen, namelijk: 1. Onderzoek de wenselijkheid van een snellaadstation. Dit is een regionaal regionaal vraagstuk waar Gemeente Voorschoten – als kleine gemeente met beperkt beschikbare middelen - beperkte invloed op heeft. Uiteraard kan het wel geopperd worden in regionale
#
Vraag / reactie
antwoord samenwerkingsverbanden. De reactie leidt niet tot aanpassingen in het MBP. 2. Gemeente Voorschoten faciliteert en stimuleert autodelen. Dit punt is opgenomen in het VO MBP (p.14), en eveneens als doel onder kopje 3.2 (“Beperken van de CO2 uitstoot door verkeer en vervoer door het stimuleren van autodelen (..)”. Bij de uitvoering moet nog worden uitgewerkt hoe dit punt concreet vorm te geven. De mate waarin dit gebeurd is afhankelijk van beschikbare middelen. De reactie leidt niet tot aanpassingen in het MBP. Starrenburg III Het VO MBP geeft algemene beleidslijnen voor de hele gemeente weer, en zoomt niet zozeer in op specifieke wijken. Alle opmerkingen en suggesties in het kader van Starrenburg III zijn daarom doorgestuurd naar projectleider Starrenburg III en projectontwikkelaars van deze wijk. De reactie leidt niet tot aanpassingen in het MBP. Specifieke opmerking op VO MBP In uw reactie geeft u aan dat de aanschaf van elektrische/hybride auto 10x genoemd is in de flitspeiling, maar dat dit niet wordt genoemd in het MBP. Dit klopt. Niet alle resultaten van de flitspeiling zijn letterlijk vermeld in het VO MBP. Het kan inderdaad wel gezien worden als kans. Daarom is er een zinsnede opgenomen hierover op pagina 15 van het MBP.
Zienswijze 7A 7A1
7A2
Scope van het plan en omgevingswet U merkt terecht op dat 4 jaar kort is in het kader van de energietransitie, en de omgevingswet zal zorgen voor het verschuiven van taken en verantwoordelijkheden. Beide constateringen zijn juist. Echter, het is niet mogelijk om het milieubeleidsplan niet van een einddatum te voorzien. Met de intreding van de omgevingswet (januari 2023), vormt het milieubeleidsplan samen met enkele andere documenten de tijdelijke omgevingsvisie waarna er een omgevingsvisie zal worden gemaakt. Het opstellen van de omgevingsvisie is eveneens een moment van evaluatie en herijking, maar een document met de titel ‘milieubeleidsplan’ zal niet meer bestaan (zie ook 1.1). De reactie leidt niet tot aanpassingen in het MBP. Rolopvatting energietransitie De rolopvatting moet gezien worden als het besef dat ‘de gemeentelijke organisatie’ slechts één van de vele partijen in de samenleving is, terwijl een goede samenwerking en afstemming tussen alle partijen essentieel is om de energietransitie te kunnen doen slagen. Ten opzichte van de regio is gemeente Voorschoten een relatief kleine partij voor wat betreft capaciteit, en is het simpelweg niet mogelijk om een voortrekkersrol te pakken. Ten opzichte van de inwoners van Voorschoten willen wij juist initiatieven stimuleren en faciliteren, maar niet opleggen. De reactie leidt niet tot aanpassingen in het MBP.
# 7A3
7A4
Vraag / reactie Vanuit (…) vragen wij ons af welke instrumenten de gemeente ter beschikking heeft (subsidies, kennis, procesbegeleiding, communicatie, regelgeving), heeft en welke van die zij wil inzetten of verder uit ontwikkelen om het burgerinitiatieven te stimuleren en te faciliteren.
antwoord Instrumenten om initiatieven te stimuleren en faciliteren Tijdens het participatietraject CO2-neutraal Voorschoten (zie 2e alinea bij antwoord 4A2) wordt duidelijk welke middelen, acties en ondersteuning vanuit gemeente, maar ook vanuit provincie en maatschappelijke organisaties, nodig zijn om doelen te bereiken en welke mogelijkheden deze partijen, waaronder de gemeente, hebben om deze te leveren. Mogelijke bijdrages van de gemeente zijn subsidie (ook vanuit andere overheden), opstellen en wijzigingen van regelgeving, communicatie, uitvoering en ondersteuning van voorbeeldprojecten en coördinatie, maar ook andere bijdrages van de gemeente aan het realiseren van de doelen zijn denkbaar. De reactie leidt niet tot aanpassingen in het MBP. Afwegingskader voor het maken van keuzes In het milieubeleidsplan is geen letterlijk kader opgenomen. Dit omdat de verschillende thema’s zich in verschillende fasen bevinden van een proces, te maken hebben met een andere context (regionale of nationale regelgeving) en niet alles te kwantificeren is (bijv. impact van communicatie). Daar waar mogelijk is een afwegingskader opgenomen, zie bijvoorbeeld 5.2 luchtkwaliteit: draagvlak, kosten en effectiviteit. Dit is indien van toepassing en mogelijk een denkbaar afwegingskader voor het maken van andere keuzes. De reactie leidt niet tot aanpassingen in het MBP.
7A5
De zinsnede is aangepast.