CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording van technische vragen 824 Zilverfabriek PRO VVD D66

Gemeenteraad Voorschoten 4 juni 2026, gemeente voorschotenBij agendapunt: Wijziging voorstel fase 2 huisvesting gemeentehuis Voorschoten811 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten

Datum

31-5-2026

Steller vragen

Albert Deuzeman, Esther Mieremet en Piet Hein Reidsma.

Over agendapunt

7. Wijziging voorstel fase 2 huisvesting gemeentehuis Voorschoten – Gemeenteraad 04-06-2026 Het college wordt verzocht de volgende vraag/vragen* schriftelijk te beantwoorden: Naar aanleiding van het memo van 29 mei 2026 over meerjarenprognose en de Programmabegroting 2026-2029 van 6 november 2025, hebben we op basis van de genoemde cijfers in beide documenten vragen over de oplopende schuldquote van de gemeente Voorschoten. In de Programmabegroting op bladzijde 79 staat geschreven: ‘Op basis van de huidige inzichten in de ontwikkeling van de exploitatiebegroting en de investeringen, is het beeld dat we de grenswaarde van de netto schuldquote, 130 procent, tot en met 2035 niet zullen overschrijden.’ Hieronder een kort overzicht van de verschillen in schuldquoten in de genoemde documenten. Tabel: schuldquote Programmabegroting vs Memo Jaar Programmabegroting Memo Verschil 2026 36,0% – – 2027 49,9% 82,0% +32,1 pnt 2028 63,3% 109,0% +45,7 pnt 2029 72,4% 126,0% +53,6 pnt 2030 – 149,0% –

1. Hoe wordt het grote verschil in schuldquoten tussen de Programmabegroting 2026-2029 uit november 2025 en de memo van 29 mei 2026 over de schuldquoten tot en met 2029 verklaard? Antwoord 1. De schuldquote geeft de verhouding tussen de gemeentelijke schulden en inkomsten weer en is een prognose gebaseerd op de geplande investeringen en verwachte baten. Het nieuwe cijfer in de memo is een actualisatie aan de hand van de bestuurlijke besluitvorming sinds het opstellen van de programmabegroting. De belangrijkste factor in de stijging van de schuldquote is de toevoeging van een aantal nieuwe projecten aan het investeringsprogramma: de Kruispuntkerk, een Integraal Kindcentrum bij de Fortgensschool, het nieuwe sportcentrum alsmede de nieuwe gemeentelijke huisvesting. Daarnaast werken diverse autonome ontwikkelingen en bijstellingen door in de schuldquote, waarover wij uitgebreider zullen rapporteren in de Kaderbrief. Het college hecht eraan de betekenis van het kengetal netto schuldquote in het juiste perspectief te plaatsen: 1. De schuldquote is een prognose uitgaande van de huidige stand van besluitvorming en het financiële beeld. Hoe verder weg in de tijd, hoe groter de onzekerheid. 2. De schuldquote is slechts één van de kengetallen waarop de financiële gezondheid van de gemeente wordt beoordeeld.

Ook solvabiliteit, weerstandsratio, grondexploitatie(risico), (onbenutte) belastingcapaciteit en de structurele exploitatieruimte zijn relevante criteria.

Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten

3. De schuldenlast bestaat hoofdzakelijk uit investeringen waarmee concrete maatschappelijke voorzieningen worden gerealiseerd; er wordt publieke waarde voor de lange termijn en ten dienste van onze inwoners gecreëerd. 2. Welke financiële keuzes zorgen ervoor dat de schuldquote veel hoger uitkomt dan eerder werd verwacht? Antwoord 2. Zie het antwoord op vraag 1.

* Aangeven wat van toepassing is.

Toelichting (indien nodig):

Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten

Toelichting schriftelijk indienen van vragen om inlichtingen. Ieder raadslid heeft het recht om vragen te stellen aan het college en de burgemeester. Het college en de burgemeester hebben namelijk een zgn. informatieplicht, zowel actief als passief. Dat is geregeld in de Gemeentewet, artikelen 155, 169 en 180. Dit betekent niet dat het college en de burgemeester verplicht zijn alle gevraagde informatie te geven. De informatie moet nodig zijn om de raad in staat te stellen zijn taak uit te oefenen. De wijze van het stellen vragen en de wijze van beantwoorden vereisen een zekere discipline. Enerzijds is het verstandig goed na te denken wat wel of niet wordt gevraagd, want elke vraag genereert werk en daarmee kostbare tijd. Anderzijds moeten het college en de burgemeester verstandig omgaan met de beantwoording, door snel en adequaat te reageren. Om het proces van vragen stellen en beantwoorden in goede banen te leiden zijn voor de verschillende soorten schriftelijke vragen zgn. formats ontwikkeld. De bedoeling daarvan is dat op de juiste wijze wordt voorgesorteerd en dus niet verschillende soorten vragen en onderwerpen door elkaar gaan lopen. Door de ingediende vragen te registeren per format is er ook een betere regie op de beantwoording. In de praktijk wordt onderscheid gemaakt tussen: 1.

vragen die bedoeld zijn om nadere uitleg/informatie te verkrijgen over agendapunten (meestal raadsvoorstellen) in een aanstaande commissie- of raadsvergadering en: 2. vragen die daar los van staan, vooral politiek-inhoudelijk. 3. Een aparte categorie vormen de verzoeken om informatie zoals bedoeld in de Verordening op de ambtelijke bestand. Het gaat dan om feitelijke informatie van geringe omvang en om documenten die reeds openbaar en dus beschikbaar zijn. Voor deze drie soorten vragen kennen we drie formats, t.w. resp.: 1. Het format technisch-informatieve vragen over lopende agendapunten 2. Het format schriftelijke vragen o.g.v. artikel 39 Regelement van Orde. 3. Het format vragen op grond van de Verordening ambtelijke bijstand c.a. Voor het indienen van vragen moet altijd een format worden gebruikt. Alle vragen moeten bij de griffie worden ingediend. Deze zorgt voor doorgeleiding naar het juiste orgaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=85481880-f3fb-4bd8-992f-d36a14200d59