CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

Gemeenteraad Voorschoten 10 juli 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Kadernota 20264.829 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

#

Fractie 1 D66

Vraagsteller

Schriftelijke vragen kadernota 2026 vraag# pagina# Progr. Tv. Vraag Antwoord fractie document 1 pag. 11 A08 Actualisatie dividendraming. Citaat 'We gebruiken het Werken met een vijfjarig gemiddelde kan een iets stabieler beeld geven, maar zal alsnog flinke laatst gerealiseerde dividend als uitgangspunt'. Kan er een bijstelling tot gevolg hebben. Dit ligt aan de onvoorspelbaarheid van het resultaat van Alliander, dat een gemiddelde van de afgelopen 5 a 10 jaar gebruikt mede door de energietransitie aan schommelingen onderhevig is. worden? Dat vangt de schommelingen beter op.

2 D66

2 pag. 12

A12. Correctie inrichting na ontvlechting WODV. Wat is die De inrichtingsfout houdt in dat er binnen de begroting geen rekening is gehouden met een deel van inrichtingsfout? Wat betekent dat? een formatieplaats. Door de begroting hierop aan te passen komt deze overeen met hoe de formatie uit de WODV is overgekomen. Door de organisatieontwikkeling en structuurwijziging is deze fout aan het licht gekomen. De voorjaarsnota 2025 en de kadernota 2026 zijn sindsdien de eerste P&Cdocumenten waarin dit kan worden hersteld.

3 D66

3 pag. 17 C5

Huishoudens laag inkomen; Is er vanuit de Meicirculaire 2025 meer bekend over de maatstaf huishoudens laag inkomen? Zo ja, wat is de (geschatte) financiële impact voor de gemeente Voorschoten?

De meicirculaire 2025 geeft weinig tot geen nieuwe informatie m.b.t. de huishoudens laag inkomen. Wel is bevestigd dat vanaf uitkeringsjaar 2025 de definitie van de maatstaf is gewijzigd. Hiermee wordt het nadeel zoals gemeld in de Nota van Wijzigingen 2025 ook werkelijkheid. Het exacte bedrag kan marginaal afwijken. Hierop wordt in de raadsinformatiebrief van de meicirculaire verder ingegaan. De geschatte impact van bijstelling van deze maatstaf bedraagt een nadeel van € 523.000, zoals in de kadernota is verwerkt, en bij de Nota van wijzigingen 2025 ook is aangegeven.

4 D66

4 pag. 19 D9

GR-en en A20 bijstellen precarioheffing. Doorschuiven BTW was niet geraamd, maar nu wel en dat leidt tot een voordeel. Kan hier meer uitleg over? Waarom leidt dit tot een voordeel?

Tot nu toe werd de deelnemersbijdrage inclusief btw geraamd, terwijl in de realisatie de bijdrage exclusief btw werd betaald. Door de bijdrage nu ook exclusief btw te ramen, geeft dat een voordeel in de begroting.

5 D66

5 pag. 21 E4

Zorgplicht bibliotheek; Graag een toelichting op de zorgplicht van de bibliotheek, waar bestaat deze uit? Daarnaast graag een toelichting of deze middelen ook aan een ander doel kunnen worden besteed gezien de zin "De insteek is om de middelen in te zetten voor een toekomstbestendige bibliotheek en hierover bestuurlijk overleg te voeren voorafgaand aan de begroting."

De exacte invulling van de zorgplicht is nog onderwerp van gesprek op landelijk niveau. Verplichtingen die aannemelijk zijn op dit moment: Zorgplicht • Elke gemeente beschikt over ten minste één volwaardige bibliotheekvoorziening. • Met een fysieke collectie. • Ten minste 15 uur per week open met professionele personeelsbezetting. • Gemeente stelt iedere vier jaar een meerjarenplan vast (en betrekt de lokale bibliotheek bij het opstellen). De provincie houdt toezicht op de uitvoering van zorgplicht door gemeenten. Het bedrag hoeft niet volledig aan de bibliotheek te worden toegeschreven. Voorschoten is wel voornemens het bedrag volledig aan de bibliotheek te laten toekomen.

6 D66

6 pag. 18-19

GR-en: waarom staat er niet bij alle GR-en iets over de 6 procent, conform FKGR?

De begrotingen van alle gemeenschappelijke regelingen zijn met de zienswijze al voorgelegd aan de gemeenteraad. In de kadernota vindt de financiële verwerking plaats. Daarom is de toelichting hier beknopt gehouden.

7 D66

7 pag. 23

abri's en buitenreclame, kan uitgelegd worden waarom deze nieuwe situatie geld overlevert? Op basis waarvan wordt deze aanname gedaan?

Het contract voor de huidige abri’s in Voorschoten dateert uit 2008 en levert de gemeente op dit moment geen kosten en ook geen inkomsten op. De gecontracteerde leverancier levert en onderhoudt de abri’s en verdient aan de reclameborden daarin. Van een marktspecialist horen we dat in de huidige tijd een abri met reclame tussen de € 1.000 tot € 5.000 per jaar kan opbrengen. Dit klopt met info uit buurgemeenten. Voorschoten beschikt over 42 abri’s, wat dus potentieel een structurele inkomstenbron kan betekenen. Ook is gemeld dat er in de huidige tijd ‘verdiend kan worden’ aan borden in lantaarnpalen (heeft de gemeente nu niet), borden die bij de ingangen van het dorp staan, ook borden op rotondes en losstaande borden (mupi’s).

8 D66

8 pag. 28

Naast de investeringsuitgaven in 6.1 zijn er ook Wensinvesteringen dienen gezien te worden als investeringen met ambities en gemeentelijke wensinvesteringen: Dit zijn de investeringen die niet eerder potentie namens het college, waarover nog besluitvorming moet plaatsvinden. Pas na besluitvorming in de investeringsplanning stonden opgenomen, omdat er worden de bijbehorende kapitaallasten onderdeel van de begroting. nog geen besluitvorming aan ten grondslag lag. Deze investeringen zijn wel een wens, en hun bijbehorende kapitaallasten zijn dan ook opgenomen in het verlengd meerjarenbeeld. Deze wensinvesteringen (buiten en binnen het gesloten systeem) staan in tabel 6.2.1. vragen hierover: van wie zijn deze investeringen een wens? en lag of ligt er geen besluitvorming?

9 D66

9 pag. 29

tabel 8.1.3 en 6.2.1 komen niet overeen. Waarom is dit? Er overlapt wel een jaar: 6.2.1: 2026-2029 en 8.1.3: 20262035

Het verschil tussen beide tabellen is dat 6.2.1 zich beperkt tot de periode 2026 t/m 2029, en dat tabel 8.1.3 daarop aanvullend de periode 2030-2035 laat zien.

10 D66

10 pag. 27

kosten sporthal/sportaccommodatie, we zien deze terug in meerdere tabellen en meerdere jaren 2 x 4 miljoen (6.1.1) en 6.2.1 en 8.1.1. Graag de samenhang van deze bedragen in de verschillende tabellen.

Tabel 6.1.1 en 6.2.1 geven de reeds besloten - en wensinvesteringen gedurende periode 2026-2029 aan. Over het opgenomen bedrag bij tabel 6.1.1 heeft reeds besluitvorming plaatsgevonden (na vaststelling van het sportaccommodatiebeleid). Over het opgenomen bedrag bij tabel 6.1.2 moet nog besluitvorming plaatsvinden en dit is het extra benodigde bedrag als gevolg van indexering. Tabel 8.1.1 geeft de 10 jaar investeringsplanning weer (langere looptijd), maar is verder identiek.

11 D66

11 pag. 10

autonome ontwikkelingen: waar gemeente geen directe Bij autonome ontwikkeling is er geen keuzevrijheid. Het kan hierbij gaan om ontwikkelingen die een invloed op heeft. Wat wordt bedoeld met invloed op heeft? wijziging inhouden op het bestaande beleid of nieuwe ontwikkelingen die vanuit wettelijke regelingen, In deze rubriek valt bijvoorbeeld flexibele schil. Heb je daar voorschriften of door Rijks- en/of provinciaal beleid op de gemeente afkomen. De flexibele schil kan geen invloed op? graag uitleg wat bedoeld wordt met eveneens als een autonome ontwikkeling worden gezien, omdat deze noodzakelijk is om autonome ontwikkelingen. piekbelasting op te kunnen vangen als gevolg van actuele ontwikkelingen.

12 D66

12 pag. 14 A22

Frictiekosten toezicht jeugd en Wmo; Wat wordt verstaan onder het toezicht op jeugd en wie voert dit uit? Graag een toelichting op waarom er frictiekosten ontstaan.

Het toezicht rechtmatigheid op jeugd en wmo houdt in dat er kan worden onderzocht of de geleverde zorg via Zorg in Natura of Persoonsgebonden Budget volgens de vastgelegde afspraken verloopt. Dit kan ook onderzoeken naar aanleiding van een vermoeden van fraude omvatten. Deze werkzaamheden waren belegd bij een interne medewerker, maar worden nu extern als dienst afgenomen bij de gemeente Leiden die dat voor meerdere gemeenten van de Leidse regio organiseert, maar zonder overgang van personeel. De salarislasten zijn daarom nog tijdelijk een kostenpost.

13 D66

13 pag. 14

A25: kosten inkoop, waarom zijn dit extra middelen? Kan dit worden toegelicht?

Als deelnemer aan Stichting RIJK moet de gemeente de jaarlijkse bijdrage betalen, zoals bij alle gemeenschappelijke regelingen het geval is. Omdat de deelname aan Stichting RIJK tot en met 2025 een pilot is, is er in 2026 en verder nog geen budget beschikbaar voor continuering. Een deel van de bijdrage wordt binnen de bestaande begroting opgevangen, maar omdat dit onvoldoende is, wordt aanvullend budget voorgesteld. Zie ook de kadernota 2025, onderdeel A6, waarin de middelen voor de proefperiode beschikbaar zijn gesteld.

14 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

1 pag. 42

Wat zijn de alternatieven om een dekking te vinden voor de wijziging van onttrekking uit de reserve sociaal domein van in totaal 350K naar onttrekking uit de concernreserve? Kunnen twee voorbeelden uitgewerkt worden?

Dit zijn in totaal 4 onttrekkingen. 1) voor de eenmalige kosten voor de aanschaf van het cliëntvolgsysteem 2) voor het onderzoek naar omklap van werk & inkomen 3) voor de restant werkzaamheden voor inzet naar onderzoek WMO light uit 2024 en 4) voor de laatste kosten voor de ontvlechting van het sociaal domein in 2024. Gezien dit allemaal incidentele kosten zijn mogen deze gedekt worden uit een reserve. Dit was de reserve sociaal domein. Omdat voorgesteld wordt deze reserve op te heffen en het saldo wat op dat moment in de reserve zit te storten in de concernreserve, wordt voorgesteld de nieuwe onttrekking uit deze reserve te laten plaatsvinden. De claim voor 2025 die eerst uit de reserve sociaal domein kwam komt nu uit de concernreserve. Er zijn twee alternatieven mogelijk: 1) de reserve sociaal domein per 31/12/2025 op te heffen en de onttrekkingen dit jaar via de reserve sociaal domein te laten verlopen. Dit heeft geen effect op het begrotingssaldo. 2) de uitgaven niet meer te dekken uit de reserve, maar uit het begrotingssaldo. Dit heeft een nadelig effect op het begrotingssaldo. Bij een nadelig jaarrekeningresultaat zal vervolgens alsnog een verrekening met de concernreserve plaatsvinden.

15 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

2 pag. 42

Waarom wordt de reserve volkshuisvesting opgeheven? Wat is de reden dat hiervan jarenlang geen gebruik werd gemaakt?

De doelstelling van de reserve is: Verevening van alle bijdragen uit grondexploitaties en boetes opgelegd aan projectontwikkelaars waarmee specifieke investeringen ten behoeve van het volkshuisvestingsbeleid van de gemeente worden gefinancierd. Binnen de gemeente loopt er maar een grondexploitatie en deze loopt op zeer korte termijn af. Daarnaast is er ook nog de reserve verevening Sociale woningbouw welke voor soortgelijke acties gebruikt kan worden.

16 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

3 pag. 6

Kunnen de resultaten van de meicirculaire nog verwerkt worden in de Kadernota van 2026 voor de raadsvergadering van 10 juli?

Nee dit is niet mogelijk in verband met de late publicatiedatum van de meicirculaire. Er volgt een aparte raadsinformatiebrief over de meicirculaire. De intentie is dat deze nog voor de raadsbehandeling van de kadernota aan de gemeenteraad wordt verstuurd.

17 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

4

Nee, bij afval is er een onderuitputting en bij riool juist een overbesteding. Het klopt dat de investeringen in riolering achterblijven en een langere doorlooptijd hebben. Als gevolg hiervan komen de bijbehorende kapitaallasten later tot financiële uiting. Echter staat hiertegenover dat de exploitatiekosten o.a. als gevolg van extra reparatie en onderhoud stijgen.

18 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

5

Klopt het dat uit de jaarrekening blijkt dat op de producten rioolheffing en de afvalheffing een overschot, een onder uitputting, van circa 300 k per taakveld, product is? Klopt het dat de investeringen in riolering achterblijven op de ramingen in 2024 waardoor kosten dalen? Wanneer dit klopt, waarom worden deze dan geïndexeerd? Uitgangspunten paragraaf: het college stelt voor de investeringen met 2% te indexeren. Geldt dit ook voor de investering in het gemeentehuis?

19 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

6 pag. 6

Indexatie investeringen onderwijshuisvesting. Het college Ja dit zijn de indexaties voor normbedrag voor 2025. Dit is het meest actuele beeld van indexaties stelt voor te indexeren met de VNG-norm van 5.6 % uit vanuit de VNG. 2025. Betreft dit percentage de index van 2024 naar 2025?

20 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

7 pag. 6

Bekend is dat de VNG-indexering voor onderwijshuisvesting (zeer) conservatief is. Wat zijn de budgettaire gevolgen c.q. wat is het verschil als we de dit percentage verhogen van 5.6 % naar 10%?

Het gemeentehuis is een nieuwe investering, en bovendien een wensinvestering. Het investeringsbedrag is opgenomen op basis van prijspeil 2026, en is gebaseerd op de schatting van de architect.

De totale investering voor de Fortgensschool wordt dan 230.000 hoger, die voor de Emmaus en voor de Nutsschool per school 227.000. Bij een afschrijving van 40 jaar is dit per school afgerond 6.000 meer aan afschrijving en een verhoogde rentelast van € 7.300 bij een rente van 3,41%.

21 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

8 pag. 6

Uitgangspunten, paragraaf 2: het college stelt voor de subsidies in 2026 te verhogen met 2.7% Huren stijgen in 2026 met 2.2% en tarieven met 2.2%. In 2024 en of 2025 zijn de subsidies niet geïndexeerd. Hoeveel procent gaan verenigingen er over de periode 2024 – 2026 op vooruit, gezien de (raming van) toename van baten en lasten over deze periode?

In 2024 zijn de budgetten voor subsidies structureel verhoogd met de indexatie van 4,4 % in 2025 heeft er geen indexatie plaatsgevonden. Per vereniging is het effect anders omdat de verhouding huurcompensatie, overige subsidie en huur per vereniging anders liggen.

22 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

9 pag. 6

Uitgangspunten, paragraaf 2: U stelt voor de tarieven te indexeren met 2.2 % in 2026. Geldt dit tarief ook voor de OZB en afvalstoffenheffing? Zo nee, waar staat de indexering van deze tarieven in de kadernota?

Ozb: Er wordt uitgegaan van een stijging van de baten van de ozb met 2,2%. Afhankelijk van de ontwikkkeling van het aantal objecten waarover de ozb geheven wordt, en de waarde-ontwikkeling van deze objecten, worden de te heffen ozb-tarief bepaald. Afvalstoffenheffing: binnen de begroting is het onderdeel afval een gesloten systeem. Afhankelijk van de totale kosten, en de ontwikkeling van bijvoorbeeld het aantal huishoudens wordt het tarief bepaald, met 100% kostendekkendheid als uitgangspunt. Omdat de ontwikkelingen waarvan de tarieven afhankelijk zijn nog niet stilstaan of geheel bekend zijn, kan in de kadernota nog niet worden aangegeven hoe de tarieven zich tot het tarief van 2025 zullen verhouden.

23 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

10 pag. 11

Post A06: Kan een uitgebreidere toelichting gegeven worden op de stijging van 183.000 euro op de uitvoeringskosten op het gebied van WenI?

De hogere bijdrage aan LV voor de uitvoering van de taken W&I zoals is afgesproken in de samenwerkingsovereenkomst met LV en Wassenaar wordt veroorzaakt door een toename van de personeelskosten en door een voor Voorschoten nadelig effect van de afgesproken verdeelsleutel. De verdeelsleutel die gebruikt wordt om de kosten te verdelen is opgebouwd uit 2 onderdelen. Het totaal aantal uitkeringsgerechtigden per 31-12-2024 en het saldo van de mutaties in de aantallen in een jaar (in– en uitstroom).

24 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

11 pag. 12

Post A12: Wat is de inrichtingsfout die is gemaakt bij de ontvlechting van de WODV die deels in de personeelsbegroting is opgevangen? Kunt u dit specifiek toelichten? Tot welk jaar wordt nog verwacht dat correcties op de ambtelijke ontvlechting uit 2020/21 in komende Jaarrekeningen/Kadernota’s doorlopen?

De inrichtingsfout houdt in dat er binnen de begroting geen rekening is gehouden met een deel van een formatieplaats. Door de begroting hierop aan te passen komt deze overeen met hoe de formatie uit de WODV is overgekomen. Door de organisatieontwikkeling en structuurwijziging is deze fout aan het licht gekomen. De voorjaarsnota 2025 en de kadernota 2026 zijn sindsdien de eerste P&Cdocumenten waarin dit kan worden hersteld.

25 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

12 pag. 12

Post A13: volgens de jaarrekening 2024 bedroeg het percentage inhuur in 2024 26%. In 2024 werd bovendien een overschot gerealiseerd van 325 k op de loonsom/overhead. Kan aangegeven worden wat de reden is van de aanvullende post 350K in de Kadernota 2026, terwijl er in de jaarrekening 2025 sprake is van een voordeel van 310K op de kosten voor personeel waarbij er sprake van inhuur van 26,3%? Kan specifiek aangegeven worden wat de doelstelling is van de aanvullende en structurele 350K personeelskosten in de Kadernota 2026? Dekt het overschot uit de jaarrekening van 2024 niet (vrijwel) geheel de kosten voor flexibele schil van 2026?

Het overschot uit jaarstukken 2024 betreft incidentele middelen, en daarmee een eenmalig voordeel. Dit betekent dat er dus geen sprake is van structurele ruimte in de begroting. Bij de kadernota 2026 wordt voorgesteld structureel middelen vrij te maken voor de flexibele schil. Het doel hiervan is om de dienstverlening op peil te houden en te verbeteren, ook wanneer er sprake is van piekbelasting, verzuim of vraag naar specifieke kennis. Gemiddeld gezien besteden gemeenten 18,8% van hun loonsom aan inhuurkosten. In Voorschoten is er het streven om dit te maximeren op 15% van de loonsom (per saldo ongeveer € 3 miljoen). Dit percentage heeft overigens een andere basis dan het percentage van 26,3% uit de jaarrekening 2024, en zijn daarom niet te vergelijken. Daarnaast wordt er stevig ingezet op het verminderen van de externe inhuur. De huidige budgetten die beschikbaar zijn voor de flexibele schil bestaan o.a. uit ruimte binnen de personeelsbegroting door vacatures, uit projectgelden, en uit een budget voor verzuim. Om tot 15% van de loonsom te komen resteert er nog een bedrag van €350.000. Dit wordt daarom nu aangevraagd in de kadernota.

26 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

13 pag. 12

Post A13: Op welke expertise ziet de flexibele schil toe? Op Op alle taakvelden is formatie beschikbaar. De flexibele schil is niet gericht op één specifieke welk taakveld is geen eigen formatie beschikbaar? Wat is expertise. Het budget is noodzakelijk om onder andere expertise in te huren die voor korte tijd het gevolg van het (deels) niet toekennen van de 350K voor noodzakelijk is en om de dienstverlening/bedrijfsvoering te kunnen continueren bij een onverwacht de flexibele schil? Welke taken zouden dan niet uitgevoerd hoog ziekteverzuim of piek in aanvragen. kunnen worden?

27 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

14 pag. 12

A14. Verzuim: recent heeft de raad structureel 300k Het bedrag van €300.000 in de kadernota 2023 was bedoeld om externe medewerkers te kunnen beschikbaar gesteld voor de aanpak van verzuim. Waarin inhuren. Zo kon bij verzuim de dienstverlening zoveel mogelijk doorgang vinden. De post A14 in de verschilt dat budget met het nu gevraagde aanvullende kadernota 2025 is bedoeld om het verzuim binnen de organisatie te verminderen en te voorkomen. Zo budget? Wat is het concrete beleidsdoel dat is gekoppeld wordt er ingezet op een preventief medisch onderzoek en het beschikbaar stellen van aan de impuls in verzuim en tot welke concrete daling is de vitaliteitscoaches. inzet gericht, gezien de reeds beschikbaar gestelde gelden van 300K?

28 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

15 pag. 13

De kosten voor 2027 t/m 2031 zijn opgenomen in het verlengd meerjarenbeeld. Het opstellen van het plan van aanpak zal de verwachte kosten verder verfijnen, waarna meer zekerheid volgt over welk bedrag precies nodig is. Dit bedrag wordt opgevoerd in de kadernota 2027.

29 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

16 pag. 15

Post A16: Waarom wordt de post implementatie omgevingswet in de Kadernota 2026 niet structureel tot 2030 met 225K verhoogd, omdat in de toelichting de bedragen wel indicatief zijn opgenomen? Klopt het dat er sowieso aanvullende kosten (dus niet 0) nodig zijn voor implementatie omgevingswet na 2027 die nu niet opgenomen zijn in de Kadernota 2026? Post B02. Wat is de reden van de structurele tegenvaller van 265.000 euro? Waarom is de taakstelling van 163.000 niet gerealiseerd?

30 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

17 pag. 15

BO3 indexatie overige lasten, blz. 15. Voorgesteld wordt om niet gespecificeerde overige lasten met 225k te verhogen. Is dit in aanvulling op de generieke indexatie genoemd op blz. 6 van de kadernota, dus dubbel? Overschrijdingen van 50 k moeten worden gespecificeerd. Op welke activiteiten, taakvelden ziet de toename van deze structurele kosten van 225 k toe? Betreft het ook formatie?

Op pagina 6 wordt aangegeven welk indexatiepercentage als uitgangspunt wordt gebruikt, en in onderdeel B03 wordt de financiële consequentie hiervan zichtbaar. Dit betreft dus geen dubbeling. Deze post is nog niet te specificeren naar bepaalde taakvelden, maar betreft nu een algemene stelpost om prijsstijgingen van materiële kosten (dus niet formatie) te kunnen opvangen. Bij de begroting wordt dit uitgerold naar de budgetten waar dit nodig blijkt. Bij de begroting worden alle verschillen van € 50.000 en groter toegelicht.

31 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

18 pag. 17

C3, blz. 17. Bij het verschuiven van het basisjaar ‘kan de gemeente rekenen’ op 1.15 mio aan extra structurele inkomsten. Waarop is deze uitspraak gebaseerd en is deze raming gegarandeerd?

Dit betreft een mutatie van technische aard. Een gemeente kan kiezen of het de systematiek van constante prijzen of lopende prijzen hanteert. Bij constante prijzen wordt alleen inflatie geraamd voor jaar t+1, bij lopende prijzen ook voor t+2, t+3 en t+4. Voorschoten hanteert constante prijzen. Dit leidt ertoe dat in de meicirculaire 2025 het jaar 2026 voor het eerst inclusief inflatie wordt geraamd. Dit wordt het verschuiven van het basisjaar genoemd, de meicirculaire is immers de eerste circulaire in het jaar 2025. Vooruitlopend op de meicirculaire kan hiervan al een inschatting gemaakt worden. In de uitwerking van de meicirculaire komt deze mutatie ook jaarlijks terug. Uit de raadsinformatiebrief over de meicirculaire zal blijken in hoeverre de huidige schatting overeenkomt met de werkelijke uitkomst uit de circulaire.

De taakstelling is gebaseerd op een eerder geschatte 5% kostenbesparing vooral vanwege efficiencyvoordelen maar dit is niet mogelijk gebleken. Het restantnadeel betreft een (prijs)bijstelling van de DVO die met name te maken heeft met indexatie, de servicedesk ICT op locatie in Voorschoten en de nieuwe Omgevingswet.

32 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

19 pag. 17

Post C5: Kan uitgelegd worden waar de negatieve bijstelling van de maatstaf huishoudens met lage inkomens vandaan komt?

De negatieve bijstelling komt doordat het Rijk de definitie van het aantal huishoudens met lage inkomens wijzigt vanaf 2025. Ten tijde van de septembercirculaire bleek dat er verwarring en discussie was over hoe dit moest worden geïnterpreteerd en verwerkt. Hierover is contact geweest tussen het ministerie en de gemeente. In het raadsvoorstel van de Nota van wijzigingen 2025 is bij de kanttekeningen melding gemaakt van dit mogelijk nadelig effect in 2025 en 2026. Inmiddels is duidelijk dat dit effect niet meer een mogelijkheid is, maar een zekerheid. Daarom is dit nu verwerkt in de voorjaarsnota 2025 en de kadernota 2026. In de raadsinformatiebrief van de meicirculaire wordt hierop verder ingegaan.

33 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

20 pag. 21

Post E4: Gelden er voor de 100K voor de bibliotheek aanvullende voorwaarden of wordt deze aanvullende subsidie verstrekt aan de bibliotheek?

In de Septembercirculaire 2024 (bijlage) is bekend gemaakt dat de gemeente Voorschoten het bedrag van € 100.000 in 2025 en nogmaals in 2026 krijgt toegekend via het Gemeentefonds, zodat de gemeente zich met de bibliotheek kan voorbereiden op de zorgplicht. De 100K hoeft niet volledig aan de bibliotheek te worden toegeschreven. Voorschoten is, conform het advies van de minister, wel voornemens het bedrag volledig aan de bibliotheek te laten toekomen.

34 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

21 pag. 29

In de tabel 6.2.1 is de post Gemeentehuis en bibliotheek scenario E opgenomen onder prijspeil 2026 (16,49 mln in totaal). In het erratum dat de raad heeft ontvangen wordt gesteld dat er sprake is van ‘consequenties voor het te hanteren prijspeil door uitstel van besluitvorming. In het erratum is opgenomen dat prijspeil 2027 leidt tot totale bouwkosten van 17,538mln. Klopt het dat dit verschil van 1,045 mln euro niet is opgenomen in de Kadernota?

Dit klopt. In de kadernota 2026 zijn alle investeringen opgenomen op prijspeil 2026. Als hiervan wordt afgeweken zou dit geen consistent beeld geven. Het erratum informeert over de financiële consequenties van een latere start van het project.

35 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

22 pag. 31

Het bedrag van 392.000 betreft het saldo van de kapitaallasten volgend uit de investering van 16,5 miljoen van scenario E (afschrijving 40 jaar), en wordt verminderd met de dekking die is genoemd in de aanvullende raadsinformatiebrief over het gemeentehuis.

36 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

23

Op blz 31 worden structurele lasten van 392K opgevoerd ter dekking van de investering in het gemeentehuis en bibliotheek. Indien we dit bedrag, 392K euro, kapitaliseren (voor rente en aflossing inzetten dus), tot welk investeringskrediet leidt dit, uitgaande van 40 jaar afschrijven en 50 jaar afschrijven? Afboeken boekwaarde gemeentehuis. Op het gemeentehuis rust een boekwaarde van circa 1 mio. Sloop betekent dat de boekwaarde in eenmaal moet worden afgeboekt. Waarom staat dit niet in de Kadernota?

37 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

24 Pag. 22

Wanneer wordt besloten tot het verder uitwerken van de businesscase van het gemeentehuis in fase 3, worden alle kosten verder uitgewerkt. Het afboeken van de restantboekwaarde op het pand is hier onderdeel van. Dit is niet verwerkt in de kadernota, omdat nog niet is besloten tot nieuwbouw van het gemeentehuis. Overigens is dit een incidentele last, waarvan de mogelijkheid bestaat om die te dekken uit een reserve. Het gebouw aan de Leidseweg is nu als een geheel opgenomen, dat moet nog gesplitst worden in het oude (historisch waardevolle) deel met een boekwaarde en het te slopen deel. Wat de af te boeken boekwaarde wordt is nu nog niet te zeggen.

Post G01. Zwembad en optie nieuw zwembad (07): biedt De € 289.000 zijn de aanvullende gevraagde middelen, er zijn tevens al middelen binnen de de dekking van 289 k voldoende ruimte voor een exploitatie voor het zwembad beschikbaar. De verwachting op basis van de berekeningen voor het vervangingsinvestering/kapitaallast in een nieuw zwembad besluit op 3 april is dat nieuwbouw niet duurder is dan de bestaande situatie. Dit zijn de berekeningen inclusief onderhoud? Is dit bedrag afgestemd met vanuit het onderzoeksbureau. De gemeente is constant in gesprek met Sportfondsen, en acteert Sportfondsen? zodra blijkt dat het mogelijk is om een nieuw zwembad te bouwen.

38 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

25 pag. 23

Post G07: Hoeveel 55+-eigenaren heeft de doorstroommakelaar sinds aanstelling weten te begeleiden naar een nieuwe woning? Hoeveel woningen zijn er daardoor naar schatting vrij gekomen voor jongeren?

De doorstroommakelaar die vijf woningcorporaties in de Leidse regio aanstelde om te ruim behuisde senioren te helpen kleiner te gaan wonen, heeft in het eerste jaar 22 eengezinswoningen vrijgespeeld. Dit leidde steeds tot een keten van verhuizingen waarvan uiteindelijk ook starters profiteren en andere groepen die maar moeilijk een woning kunnen vinden. De vrijgekomen eengezinswoningen bieden sindsdien, zoals verwacht, weer daadwerkelijk ruimte aan gezinnen. Woonden er eerst totaal 29 personen in, nu zijn dat er 75. Een groei van gemiddeld 1,3 naar 3,4 personen per woning. Deze cijfers hebben betrekking op de gehele Leidse regio, de aparte cijfers per gemeente zijn niet beschikbaar.

39 CDA

Bart van Horck en Mark van Oostrum

26 pag. 35

Verhogen OZB-niet-woningen: kan aangegeven worden in hoeverre er een verschil nodig is (blijkens uit jurisprudentie waarnaar wordt verwezen) in motivatie die nodig is om de OZB voor woningeigenaren te verhogen en de OZB voor niet-woningen eigenaren te verhogen? Is de lezing correct dat de verhoging OZB niet-woningen eigenaren anders en uitgebreider gemotiveerd moet worden dan een verhoging van de OZB van woningen eigenaren? Waarin zit het verschil? Leidt dit tot het mogelijk risico dat een verhoging van de OZB-nietwoningen door juridische gang sneller vernietigd kan worden?

Nee, er is geen verschil in de werkwijze bij verhoging van de ozb niet-woningen en die van de ozb woningen. Voor beide geldt dat een zorgvuldige belangenafweging en heldere motivering vereist zijn. Wel blijkt uit landelijke jurisprudentie dat een verhoging voor niet-woningen deels onverbindend is verklaard vanwege onzorgvuldige voorbereiding en gebrekkige motivatie. Voor een onevenredige verhoging ozb-tarief woningen is geen jurisprudentie bekend.

40 PvdA

Arnold Posthuma

1

OZB niet-woningen: Het College is van plan om de OZB niet-woningen (eigenaarsdeel) te laten stijgen. In hoeveel jaar is het gepland om tot het gemiddelde percentage van de OZB niet-woningen in de regio komen? Met andere woorden, kan er worden aangegeven welke opbouw er in de komende jaren voor ogen is?

Als mogelijke ombuiging is het additioneel verhogen van de OZB niet-woningen (eigenaarsdeel) opgenomen in het verlengd meerjarenbeeld. Bij deze ombuiging wordt het tarief gefaseerd in drie jaar opgetrokken naar het regionaal gemiddelde. Kanttekening blijft wel dat bij iedere tariefswijziging een zorgvuldige belangenafweging nodig is, evenals aandacht voor de gevolgen voor ozb-plichtige nietwoningen, zoals voor ondernemers een maatschappelijke instellingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=beeb1c74-8505-4c35-9c39-67667d7763d5