Beantwoording Technische vragen 818 D66 over aankoop Zilverfabriek
Tekst van het document
818 Technische vragen over lopende agendapunten
Datum
5 mei 2026
Steller vragen
Esther Mieremet, D66
Over agendapunt
Zilverfabriek
Het college wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:
1.
In bijlage 1 - Scenario's Fase 2 Gemeentelijke Huisvesting behorende bij het raadsvoorstel Z/23/078134/385981 van 6 maart 2025 staat is een staatje met potentiële gebouwen opgenomen (p.3). Hierbij wordt benoemd dat de 5 betreffende panden niet geschikt zijn vanwege de afstand tot het centrum en dat het daardoor minder makkelijk is om contact te maken met inwoners. De verborgen ligging van het klantcontactcentrum was 1 van de redenen om het huidige gemeentehuis te verbouwen. Welke redenen of argumenten zijn er waardoor hier nu anders over wordt gedacht?
Antwoord 1. Het staatje refereert aan scenario A, het huurscenario. De kaders voor een huurpand (inclusief bibliotheek) hadden inderdaad betrekking op de afstand tot het centrum. Daarbij was de uitdrukkelijke wens dat het pand in of dicht tegen het centrum aan zou liggen. Scenario F gaat uit van de aankoop van de Zilverfabriek. In het raadsvoorstel is benoemd dat de afstand tot het centrum als minder zwaarwegend kan worden geacht omdat de bibliotheek in het centrum blijft gehuisvest en de Zilverfabriek zowel per auto, fiets als openbaar vervoer minstens even goed te bereiken is als het huidige gemeentehuis. 2.
Bij de Zilverfabriek hoort een flink stuk grond dat onlosmakelijk bij het monument hoort maar geen noodzakelijke functie heeft voor de huisvesting van de ambtelijke organisatie. a) Welk deel van het aankoopbedrag is voor de grond en welk deel is voor het pand zelf? b) Op de zeer lange termijn zou scenario E goedkoper uit kunnen pakken ondanks de hogere startinvestering omdat scenario F niet afschrijft op de grondwaarde. Dus dit drukt permanent op de exploitatie. Is deze conclusie juist? Vanaf welk jaar kunnen we deze omslag verwachten en zijn hier oplossingen voor? c) Waar zijn de jaarlijkse beheerkosten zoals van de tuin (en de witte gevel) te vinden in de stukken?
Antwoord 2. a) Op basis van de taxatie wordt uitgegaan van een grondwaarde van € 2,8 miljoen voor de grond. Het restant van de aanschafwaarde van € 5,4 miljoen is voor het pand. b) Deze conclusie delen wij niet. Voor beide scenario’s geldt dat als er in de toekomst vervangingen nodig zijn, hier nieuwe afschrijvingslasten uit voortvloeien. c) Deze beheer- en onderhoudskosten zijn niet apart becijferd, maar zijn te overzien en zullen worden meegenomen in de reguliere budgetten voor groen- en vastgoedbeheer. 3.
Zware metalen die in de bodem zitten verdwijnen niet met een biologische reinigingsmethode, tenzij de organismen worden verwijderd. Die metalen zijn namelijk immobiel en logen hoogstens uit op zeer lange termijn. a) Klopt deze stelling? b) Contractueel is afgesproken dat de saneringskosten van bodemverontreiniging bij de verkoper blijven liggen. Stel dat over X tijd, bijvoorbeeld 100 jaar, de gemeente het pand wil verkopen. Wat gebeurt er dan met die afspraak? Hoe realistisch is het om erfgenamen van de huidige verkoper hierop aan te spreken? Bestaat het risico dat we toekomstige gemeenteraden met een probleem opzadelen dat nu te voorzien is?
818 Technische vragen over lopende agendapunten
Antwoord 3. De verkopende partij heeft zich verplicht om de grond geschikt voor het beoogde gebruik als gemeentehuis op te leveren. Saneringskosten van bodemverontreiniging die dit gebruik in de weg staan zijn dan ook voor rekening van verkoper. 4.
Op basis van het raadsvoorstel hebben wij vragen over de kosten (voor verwerving, verbouwing en onderhoud), de wijze van afschrijving en de impact op schuldenpositie en kapitaallasten). a) Is er advies gevraagd aan onze accountant over bovenstaande aspecten? b) Zo ja, wanneer is er advies gevraagd en kunnen wij dat advies inzien? c) Zo nee, waarom niet? Is het college voornemens om alsnog advies te vragen?
Antwoord 4. Nee, het college heeft geen advies aan de accountant gevraagd. De rol van de accountant is het toetsen van de getrouwheid en baten en lasten en bezittingen en schulden, of financiële handelingen zijn uitgevoerd volgens de wet- en regelgeving en of interne controles goed zijn ingericht en effectief zijn. De accountant kan adviseren op verbetering van het financieel beheer, maar zal dat niet doen op afzonderlijke voorstellen. Daarom is het niet opportuun om over de bovenstaande aspecten advies te vragen aan de accountant. 5.
Wij hebben signalen ontvangen dat het riool van de zilverfabriek via de Benvenutolaan tot aan de Leidseweg aan vervanging toe is. Naast de vervangingskosten lijkt ons dit een extra complicatie vanwege graafwerkzaamheden in vervuilde grond en risico op vertraging als gevolg van vergunningverlening. Wat is hierover bekend?
Antwoord 5. Het college doet onderzoek naar de rioolsituatie ter plekke en zal de raad informeren over de uitkomsten. 6.
In het raadsvoorstel wordt een afschrijvingstermijn van 40 jaar gehanteerd. Op basis waarvan is gekozen voor een periode van 40 jaar? Graag een onderbouwing hierbij.
Antwoord 6. De financiële verordening Voorschoten 2023 kent voor nieuwbouw van kantoorpanden een maximale afschrijftermijn van 40 jaar. Aankoop van bestaande panden en renovatie van panden heeft een maximale afschrijftermijn van 25 jaar. Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moet de afschrijving aansluiten bij de reële economische gebruiksduur. De gemeente heeft de intentie om het pand De Zilverfabriek voor een lange periode in te zetten. De complete renovatie brengt het gebouw in een technisch-functionele staat die een gebruiksduur van 40 jaar rechtvaardigt. Om deze redenen is het passend om – in afwijking van de financiële verordening – zowel de aanschaf als de renovatie over een periode van 40 jaar af te schrijven. 7.
Is onderzocht wat de consequenties zijn om voor onbepaalde tijd dubbele lasten en verantwoordelijkheid te dragen? Dus voor zowel het huidige gemeentehuis als de optionele Zilverfabriek. Denk aan verzekeringen, GLW, toezicht, belastingen.
Antwoord 7. Dit is momenteel niet opgenomen in de cijfers. Bij besluit tot aankoop van de Zilverfabriek zal dit in de begroting worden verwerkt. Het betreft een kostenpost van beperkte omvang, en beduidend kleiner dan de dubbele lasten die bij tijdelijke huisvesting in scenario E geraamd zijn. 8.
Het formaat van de Zilverfabriek zou passend zijn voor huidige ambtelijke organisatie + maatschappelijke organisaties (en niet voor de bieb). Hoe flexibel is het gebouw om krimp danwel groei op te vangen in de toekomst?
818 Technische vragen over lopende agendapunten
Antwoord 8. De indeling van het pand zal modulair zijn, zodat bij krimp ruimte is voor andere organisaties. Ten opzichte van scenario E is meer ruimte beschikbaar dus kan de verwachte groei de komende jaren zonder problemen worden gerealiseerd. Bij een uitgebreide groei is aanbouw mogelijk. 9.
Gelden de opgelopen kosten voor variant E ook voor de andere varianten in raadsvoorstel Z/23/078134/385981 van 6 maart 2025? Graag een toelichting.
Antwoord 9. Voor de varianten C, D en E gelden de opgelopen kosten in dezelfde mate, omdat hier ook sloop en gedeeltelijke vernieuwing plaatsvindt. Voor het renovatiescenario B geldt dat in mindere mate. Er is niet berekend wat de tegenvallers voor de verschillende scenario's betekenen. De verduurzaming van het Oude Raadhuis is een apart project. De kosten daarvan zijn niet opgenomen in het raadsvoorstel.
Toelichting (indien nodig):