Beantwoording Technische vragen 811 D66 over Najaarsnota 2025
Tekst van het document
Technische vervolgvragen over lopende agendapunten 811
Datum
9 december 2025
Steller vragen
Jolien Schroot
Over agendapunt
Raadsvergadering 11 december 2025 6. Najaarsnota 2025
Het college wordt verzocht de volgende vervolgvragen schriftelijk te beantwoorden: 1. Noortveer Citaat Projectenrapportage voorjaar 2023 pag 5: Doordat de woningbouwontwikkelingen in Roosenhorst en Noortveer trager verlopen dan oorspronkelijk gepland, worden de recreatieve en ecologische inrichtingsmaatregelen later uitgevoerd dan eerder gepland. De einddatum voor de inrichting is daarom, in overleg met de provincie en de gemeente Leidschendam-Voorburg verschoven van 31-12-2022 naar 3009-2025. De provincie heeft deze wijziging van de einddatum vastgelegd in een beschikking. Citaat najaarsnota 2024 pag 33 Doordat Noortveer nog niet in ontwikkeling is en doordat de bouwactiviteiten nabij het Laantje van Wissen nog niet zijn afgerond, kunnen wij de geplande recreatieve maatregelen dit jaar nog niet realiseren. Voorgesteld wordt om een bedrag van € 262.000 inclusief dekking door subsidie door te schuiven naar 2025. Citaat voorjaarsnota 2025 pag 31 We actualiseren de grondexploitatie voor de Duivenvoordecorridor financieel, tegelijk met de jaarrekening 2024. Voor het deelgebied Noortveer werken we aan de gunningsleidraad. De selectie van partijen die we uitnodigen om een (ontwikkel)plan te maken, volgt in het derde kwartaal van 2025.
Citaat begroting 2026-2029 pag 37 Er is voorzien in 2025 voor de aanleg van recreatieve wandelpaden nabij Noortveer en het Laantje van Wissen, inmiddels is bekend dat dit vervolg krijg in 2026 waar de raad via de najaarsnota over geïnformeerd wordt. Deze wandelpaden worden bekostigd vanuit een de subsidie van het Rijk voor recreatieve wandelpaden € 312.000 en de concern reserve € 40.000. a) Er wordt geschreven over rijks- en provinciale subsidie. Graag ontvangen we een overzicht met de aangevraagde toegekende en afgewezen subsidies voor de wandelpaden in Duivenvoordecorridor èn de uiterlijke termijn waarop deze besteed moeten zijn. Antwoord a) Het restantbudget voor de recreatieve wandelpaden bedraagt € 312.000. De tekst in de Begroting 2026 suggereert dat er daarnaast een bedrag van € 40.000 gedekt is door de concernreserve. Dit bedrag heeft echter betrekking op budget voor de Groenvisie, gedekt door de concernreserve en heeft niets te maken met de recreatieve wandelpaden. De volgende drie maatregelen zijn uitgevoerd: Aanleg van het Knippolderpad, het recreatief aantrekkelijk maken van het Laantje van Van Wissen, verbreden van een watergang en aanbrengen van natuurvriendelijke oevers waar een recreatief pad langs wordt gelegd.
In 2019 is een deel van het budget overgeheveld naar de grondexploitatie als bijdrage aan de te nemen maatregelen op het gebied van recreatie en biodiversiteit in Roosenhorst. In de laatste jaren zijn geen maatregelen uitgevoerd in afwachting van de onteigening Noortveer. De looptijd van de
Technische vervolgvragen over lopende agendapunten 811
provinciale subsidie liep tot 2025. In oktober 2025 en op 11 december 2025 hebben er informeel gesprekken plaats gevonden met de Provincie Zuid-Holland over deze subsidie en de te ondernemen acties om deze te behouden. De Provincie ZuidHolland staat positief tegenover een verlenging van de subsidie. b) De onteigening die voor vertraging zorgde is afgerond in 2024. Wat is de verklaring voor het uitstel voor de gunning van derde kwartaal 2025 naar eerste kwartaal 2026? Antwoord b) Dat is een combinatie van zaken: enerzijds de voorbereidingen op het aanbestedingstraject, anderzijds de uit te voeren (aanvullende) bodemonderzoeken die nog plaats moesten vinden aangezien deze direct van financiële invloed kunnen zijn op het uiteindelijke bod. Excessieve risico's (die een ontwikkelaar zal inprijzen in een bod) zijn hiermee verminderd. c)
Wat zijn de financiele gevolgen van dit uitstel van gunning? Antwoord c) De huidige prognose is dat dit waarschijnlijk geen negatief financieel effect heeft. De subsidies blijven beschikbaar. De woningmarkt heeft zich bovendien niet ongunstig ontwikkeld waar door het geprognosticeerde saldo ongewijzigd kan blijven.
d) Waar kan de Raad de verklaring vinden voor het verschil van 50.0000 voor de aanleg van de wandelpaden? In de najaarsnota 2024 staat namelijk 262.000 euro en in de begroting 2026-2029 staat 312.0000. Bovendien staat in die begroting het bedrag van 40.000 euro uit de concernreserve genoemd waar we graag (alsnog) uitleg over ontvangen of dit optelt bij de 312.000 euro. Antwoord d) De het restant van het budget recreatieve wandelpaden tellen op tot een bedrag van 312.000 euro (262.000 euro in de Najaarsnota 2024 en 50.000 euro is in de Jaarrekening 2024 doorgeschoven naar 2025). Zie verder onder antwoord a). e) Er is veel maatschappelijk debat geweest over de Duivenvoordecorridor. Onder andere over ‘groen en rood’, de molenbiotoop en de publieke toegankelijkheid. Waar verschillen de processtappen mbt het betrekken van de Raad tussen Noortveer en Roosenhorst en op basis waarvan is hiervoor gekozen? Hoe wordt discussie voorkomen nadat de aanbesteding heeft plaats gevonden en de Raad daar op wordt aangesproken door inwoners. Antwoord e) Het bestemmingsplan Noortveer is besloten in de raad medio 2018. Het bijbehorende exploitatieplan stelt tegelijkertijd nadere voorwaarden. De raad heeft bij Noortveer aan de voorkant de randvoorwaarden vastgesteld. En bij Roosenhorst werden de ruimtelijke voorwaarden pas vastgesteld ná de gunning. f)
Er zijn afspraken in Holland Rijnland en er is wetgeving over percentages sociale en betaalbare huur en koop. Hoe wordt aan deze afspraken voldaan in project Noortveer? En in het geval het om een uitzondering gaat lezen we graag hoe die uitzondering geborgd is. Antwoord f) De afspraken waar naar verwezen wordt dateren van een veel latere datum dan het exploitatieplan Noortveer. De gemeenteraad heeft in november 2018, gelijktijdig
Technische vervolgvragen over lopende agendapunten 811
met de vaststelling van het bestemmingsplan het exploitatieplan voor Noortveer vastgesteld. De gemeente heeft indertijd gronden verworven en gronden onteigend. Binnen het bestemmingsplan Noortveer is ruimte voor 2.000 m2 uitgeefbare grond. Binnen deze ruimte moest de grondexploitatie opgemaakt worden. Het programma (vrijstaande en half vrijstaande woningen) is gekoppeld aan de grondexploitatie. De raad heeft indertijd ingestemd met de uitgiftecategorieën in relatie tot de grondexploitatie. Bij dit besluit was duidelijk dat het gaat om vrijstaande en half vrijstaande woningen als belangrijke kostendrager voor de gewenste kwaliteitsimpuls in de Duivenvoordecorridor. Destijds is in het programma opgenomen dat er geen sprake zou zijn van sociale en betaalbare huur. Hier is een gewogen besluit genomen om "een duurzame landschappelijke structuur te realiseren en de aanwezigheid van een duurzame recreatiefunctie in een overwegend groen landschap te waarborgen". 2. Marijkelaan Citaat pag 28 IHP 2024-2039 Planning/locatie nieuwbouw Kindcentrum Fortgensschool Deze school staat in het huidige IHP reeds in het tijdvak 2023-2026. De verwachte uitwerking, waaronder het locatieonderzoek, heeft meer tijd gevraagd dan was voorzien. Inmiddels is een locatie gevonden: de plek waar nu nog het cultureel centrum van Voorschoten is gevestigd (Marijkelaan).
Dat betekent dat er een vastgoed carrousel ontstaat en de realisatie van de nieuwbouw is gekoppeld aan het sloopmoment van het cultureel centrum. Naar verwachting is dat uiterlijk 1 januari 2026. Vooruitlopend daarop kan het schoolbestuur alvast de gesprekken voeren met de gemeente over het bouwheerschap, met de kinderopvang-aanbieder en starten met de planontwikkeling voor de nieuwbouw. Dat houdt in dat vanaf 2024 de planontwikkeling vorm krijgt en de daadwerkelijke realisatie vanaf 2027 plaats kan vinden (bouwrijp maken; start bouw). a) Zowel bij de Evertsenlaan als de Wagtendonklaan als op het woonwagendossier is de Raad te laat in stelling gebracht om desgewenst bij te sturen op te nemen besluiten over doelgroepen, aantallen en volumes van de bebouwing. Het IHP is een vastgesteld plan voor scholenhuisvesting. In de vigerende woonvisie staat niets over de Marijkelaan. Er zijn geen raadsbesluiten genomen om de collegeplannen voor de Marijkelaan 2-4 te verwezenlijken. Wanneer en hoe wordt de Raad betrokken bij de herontwikkeling van Marijkelaan 2-4 zodat gedegen besluitvorming door de raad plaats kan vinden? Antwoord a): Op de Marijkelaan is gestart met een stedenbouwkundig concept om te zien hoe het programma van eisen van de school en kinderopvang kan 'landen' op het terrein, zoals ook vermeld in de raadsinformatiebrief (Z/24/083589) van 30 april 2025.
Tegelijkertijd is er gekeken of het mogelijk is om hier een woonprogramma aan toe te voegen. Deze studie is niet verder gegaan dan een onderzoek naar het aantal beschikbare en benodigde vierkante meters. Een voorstel over aantallen woningen, formaten en welke doelgroepen is nog niet gemaakt en kan nog niet worden bepaald in dit stadium. Door de stedelijke inklemming in een woonomgeving en het plaatsen van een kind centrum met specifieke eisen is dit stedenbouwkundig een uiterst ingewikkelde opgave. Om wonen, opvang en onderwijs goed te laten landen en draagvlak te krijgen in de buurt is hiervoor een gespecialiseerd bureau in de arm genomen; Ziegler Branderhorst. Zij begeleiden de gemeente met de uiterst complexe puzzel op het gebied van o.a. onderwijs, spelen, wonen, groen, parkeren en verkeer. Met name de verkeersveiligheid is belangrijk om aan de voorkant goed te borgen. Omdat dit allemaal communicerende vaten zijn met grote impact op de buurt is de buurt in dit stadium nu al betrokken. Uitgangspunt is dat het onderwijs leidend is en het wonen volgt. Het is de bedoeling dat de bevindingen worden
Technische vervolgvragen over lopende agendapunten 811
vastgesteld in een uitwerkingskader welke eind Q2 door de raad wordt vastgesteld. Indien gewenst kan er tussentijds een raadsinformatiebrief worden opgesteld zodra duidelijk is welke richting de ontwikkeling op gaat. Het betrekken van inwoners vinden wij heel belangrijk. Het momentum en communicatie over de (on)mogelijkheden van hetgeen de gemeente/ontwikkelaar doet met de opbrengst van de inspraak is van belang om participatie te laten slagen. Wat is de verklaring dat er reeds participatie heeft plaats gevonden met omwonenden terwijl er nog geen raadsbesluit is genomen over de toekomst van dit gebied? Antwoord: In het IHP is vastgesteld dat de nieuwbouw van de Fortgensschool wordt gerealiseerd op het vrijkomende perceel aan de Prinses Marijkelaan. Op dit moment wordt samen met stedenbouwkundig bureau Ziegler Branderhorst onderzocht op welke manier dit kan. Daarnaast is er de wens om, indien mogelijk, wonen te realiseren op de overblijvende delen. Daarbij is de nieuwbouw van de school leidend. Omdat het een complex project is met impact op de omgeving is besloten om de bewoners in een vroeg stadium te betrekken. Momenteel worden, samen met de bewoners de (on)mogelijkheden onderzocht, niets ligt nog vast.
b) Met welke andere stakeholders zijn gesprekken gevoerd en wat is daarin besproken? Antwoord b) Woningcorporatie De Sleutels heeft aangegeven geïnteresseerd te zijn om de ontwikkeling van de woningen in het project voor haar rekening te nemen. Daarnaast is de school betrokken en is er eenmaal een gesprek geweest met Norlandia, dat is de organisatie die nu de kinderopvang in de Fortgensschool verzorgt. Daarnaast is de gemeente actief met Pippeloentje in overleg over haar toekomstige locatie. Middels de gestarte participatie is de buurt betrokken. c) Op welke wijze worden in het participatieproces de belangen van woningzoekenden geborgd? Antwoord c) Vanuit regionaal en gemeentelijk beleid, middels de contacten met de coöperaties en de huurdersbelangenvereniging is de het belang van de toekomstige woningzoekende vertegenwoordigd. d) De jarenlange vertraging van nieuwbouw voor de Fortgensschool is het gevolg van de vastgoed carrousel. Is overwogen om de huisvesting van de school op andere wijze te realiseren? Graag een toelichting op het antwoord. Antwoord d) Sinds het door de raad vastgestelde IHP is er geen andere wijze van huisvesting van de school overwogen. Toelichting (indien nodig):