CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen 795 CDA Warmtebedrijf

Gemeenteraad Voorschoten 11 december 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Wensen- en bedenkingenprocedure voorgenomen oprichting van een Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio (RPIW WLR)1.994 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

795 Technische vragen over lopende agendapunten

Datum

8 oktober 2025

Steller vragen

Bart van Horck

Over agendapunt

Commissie WRG 9 oktober / Raadsvergadering 13 november Regionaal Warmtebedrijf Het college wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden: 1.

Er wordt gesproken over een aansluitpercentage van 80% in Noord-Hofland en in Boschgeest en Bloemenwijk (in totaal 4298 woningen). Over welke periode wil men dat aansluitpercentage van 80% halen?

In de businesscase wordt uitgegaan van een volloopsnelheid van 700 woningen per buurt per jaar. Dit betekent dat vanaf het moment dat de werkzaamheden in de straat starten het doel is om binnen 6 jaar tijd 80% van de woningen in een wijk van warmte te voorzien via een collectief warmtenet, uitgaande van een gefaseerde uitvoering per wijk. 2.

In 2027 moet er 188 mln aan eigen vermogen in RPIW WLR worden geïnvesteerd vanuit de aandeelhouders (tranche 1: 2027-2036) en in 2037 dient er 115 mln ingelegd te worden. In 2047 dient er 23 mln ingelegd te worden (tranche 3). Hoeveel dient Voorschoten bij elke tranche in te leggen en in welk begrotingsjaar worden deze uitgaven gedekt? Worden hier alleen kapitaallasten van de leningen voor verwerkt op de begroting van de gemeente? Zo ja, wat is de inschatting van de kapitaallasten uitgaande van de huidige rente met daarbij een opslag van 1%, vast rentepercentage voor 7 en voor 20 jaar?

De benodigde inbreng van eigen vermogen door de aandeelhouders wordt verdeeld naar rato van de aandelenverhouding. Voor de gemeente Voorschoten betekent dit een bijdrage van 3,24% van het totaal benodigde eigen vermogen voor de betreffende tranche. Het aandelenpercentage van de gemeente Voorschoten kan nog wijzigen op basis van de uitkomsten van de warmteprogramma’s van de deelnemende gemeenten. De eigenvermogensinbreng van de gemeente zal niet worden geactiveerd op de balans. Er is dus uitsluitend sprake van financieringslasten. Hoe deze lasten eruitzien en hoe ze worden verwerkt in de gemeentelijke begroting, zal in de kwartiermakersfase worden uitgewerkt. In het financieringsplan, zoals gedefinieerd in Bijlage 2 op pagina 21, wordt beschreven wanneer de stortingen van de aandeelhouders worden verwacht. In de kwartiermakersfase zal tevens worden uitgewerkt hoe de eigen bijdrage van de gemeente Voorschoten in de begroting wordt opgenomen. 3.

De maximale BAK in 2025 is E. 5251. Als aandeelhouders kiezen deze te verlagen via voorfinanciering, betekent dit extra financiële inbreng. Een nieuwe gasaansluiting (laagbouw) kost momenteel circa E 1380. Dit maakt een aansluiting op het warmtenet voor consumenten 3871 euro duurder. Indien het verschil van 3871 euro voor de helft via subsidie van de Rijksoverheid wordt gefinancierd en het RPIW WLR zelf de helft financiert (1935,50 euro per aansluiting), wat zou de inschatting zijn van de extra kosten die dit in de startperiode t/m 2036 met zich meebrengt?

Als het warmtebedrijf besluit de BAK te verlagen door een deel zelf te betalen, wordt het tekort in de businesscase groter. De BAK en het tekort in de businesscase zijn namelijk communicerende vaten: wat aan de ene kant minder wordt, wordt aan de andere kant meer. Een lagere BAK kan alleen worden gerealiseerd door de businesscase te verbeteren en/of door

795 Technische vragen over lopende agendapunten

nieuwe aanvullende subsidies vanuit het Rijk, of door uitbreiding van bestaande regelingen zoals de WIS en de SDE++. 4.

Voorschoten kent een potentiële warmtebron voor geothermie, maar de ontwikkeling daarvan stagneert door de uitspraak van de rechter op de bezwaren van Dunea. Wat is de prognose van de vertraging (grove) schatting van de ontwikkeling van een mogelijke warmtebron in Voorschoten? Kan er een uitspraak worden gedaan over het belang van de warmtebron, gezien de uitspraak op pagina 40 van het Globaal Ontwerp RPIW WLR dat een lokale bron noodzakelijk kan zijn om de warmteprojecten tijdig te kunnen realiseren?

In de gemeente Voorschoten komt een aftakking op de WarmtelinQ-leiding van Gasunie. Hierdoor krijgt de gemeente toegang tot een grote, duurzame warmtebron, waarmee een aanzienlijk deel van Voorschoten van duurzame warmte kan worden voorzien. Door deze aftakking is er op korte termijn geen grote druk om lokale bronnen, zoals geothermie, te ontwikkelen binnen de gemeente Voorschoten. Op langere termijn kan het wel noodzakelijk worden om regionale warmtebronnen te ontwikkelen als de warmtevraag toeneemt. Deze bronnenstrategie wordt momenteel uitgewerkt binnen het warmteprogramma. Als uit deze haalbaarheidsstudie blijkt dat geothermie inderdaad mogelijk is, dan zou er proactief naar locaties voor geothermie kunnen worden gezocht. Dit proces zal dan enigszins lijken op het huidige proces met het Liander onderstation. 5.

Aardgasverwarming wordt vanaf 2027 door de invoering van ETS-2 en de bijmengverplichting een steeds duurdere vorm. Kan er een vergelijking worden gemaakt in de prognose tussen de prijsontwikkeling voor aardgasverwarming en warmtenetten richting 2036?

De vergelijking tussen warmte en aardgasverwarming vanuit het perspectief van de bewoner, zoals opgenomen in Bijlage 7 (pagina 60), zal in de kwartiermakersfase worden herijkt om de effecten van ETS-2 inzichtelijk te maken. 6.

klopt het dat het aanpassen van de woning intern 6000 euro kost, voor kosten van de eigenaar/corporatie is, en deze nog niet gedekt zijn door subsidies vanuit het Rijks zoals bv de ISDE? Is hier vooral voorzien voor rijkssubsidie of is hier ook een gemeentelijke subsidie voor nodig?

Het RPIW WLR mag zich, vanwege de beperkingen in het wetsvoorstel Wcw, niet bezighouden met inpandige aanpassingen achter de warmteaansluiting. De kosten voor deze aanpassingen komen daardoor voor rekening van de woningeigenaar. De hoogte van deze kosten varieert sterk en is onder andere afhankelijk van de woninginrichting, type en het bouwjaar. De ISDE is een subsidie bedoeld voor de aansluiting op een warmtenet, en is niet specifiek bedoeld voor de kosten van inpandige aanpassingen. Er zijn hiervoor ook geen andere landelijke of lokale subsidies voorzien. 7.

Een van de risico’s die genoemd worden is dat er onvoldoende ruimte in de boven en ondergrond is voor het aanleggen van de infrastructuur. Is voor de wijken Noord-Hofland en Boschgeest en Bloemenwijk een inschatting gemaakt van de risico’s voor de aanleg van deze infrastructuur? Klopt het dat met name de Bloemenwijk een drukke ondergrond kent met veel infrastructuur en weinig ruimte (smalle straten) om deze infrastructuur aan te leggen?

Voor de wijk Noord-Hofland is een eerste studie uitgevoerd naar de inpassing van de primaire warmtedistributie. Uit deze studie kwamen geen noemenswaardige knelpunten naar voren. Omdat dit onderwerp tot de belangrijkste geïdentificeerde risico’s behoort, staat het hoog op de prioriteitenlijst om in de kwartiermakersfase verder uitgewerkt te worden. Tot slot kunnen via het

795 Technische vragen over lopende agendapunten

omgevingsplan regels worden opgesteld om de aanleg van kabels, leidingen en andere onderdelen van het warmtenet in de openbare ruimte makkelijker te maken. 8.

Het CDA heeft begrip voor de onzekerheden en dat er schattingen zijn. Desalniettemin is het voor de raad goed om verwachtingen te krijgen over mogelijke financiële gevolgen. Kunt u, waarbij het CDA accepteert dat er sprake is van een zeer grove schatting, een globale inschatting maken van de meerkosten voor RPIW WLR en op basis van het aandeelhouderspercentage van 3,24% een inschatting maken wat een mogelijke aanvullende bijdrage van gemeente Voorschoten zou zijn? Hoe groot zou die bijdragen kúnnen zijn?

Het is in deze fase nog niet te bepalen wat een mogelijke aanvullende bijdrage van de gemeente Voorschoten zou kunnen zijn. Dit wordt verder uitgewerkt in de kwartiermakersfase. In de aandeelhoudersovereenkomst (Bijlage 2) is in de artikelen 7.6 tot en met 7.8 vastgelegd dat geen van de aandeelhouders verplicht kan worden tot een additionele bijdrage bovenop het bedrag dat in het financieringsplan is gecommitteerd voor de betreffende tranche. 9.

In de globale businesscase is er sprake van een vastrecht van 760,77 euro per jaar en 47,64 euro per GJ per jaar (p. 35 globaal ontwerp RPIW WLR). Een gasaansluiting kent op dit moment circa 256 euro per jaar. Klopt het dat daarmee het verschil in vastrecht (zonder afgenomen energie) voor klanten van RPIW WLR bij eerste schatting ca 500 euro is? Wil RPIW WLR dit verschil voor klanten aantrekkelijk maken door extra subsidiëring via Rijksoverheid? Komt dit vastrecht voor een warmtenet bovenop de aansluitkosten?

Het is correct dat het vastrecht voor warmte, binnen de huidige prijsstructuur, hoger ligt dan dat voor aardgas. In Bijlage 7, pagina 60, is een vergelijking opgenomen tussen warmte en aardgas vanuit het perspectief van een bewoner. Hieruit blijkt dat, bij standaardverbruik over een looptijd van 30 jaar, het verschil in kosten minder is dan €12 per maand. Een bewoner rekent het vastrecht jaarlijks af bij het warmtebedrijf. De aansluitkosten zijn eenmalig. 10. In de globale businesscase wordt over de samenwerking met energiecorporaties en lokale energienetten. Hierin wordt gesteld dat een juridische vorm nog moet worden uitgewerkt, maar mogelijk gedacht wordt aan een aparte BV waarbij het meerderheidsbelang (agv eisen Wcw) in handen is van RPIW-WLR. Klopt de lezing dat daarmee de samenwerking asymetrisch zal zijn en het RPIW-WLR een doorslaggevende stem zal hebben in die samenwerking? De lezing is correct dat de samenwerking tussen het RPIW-WLR en een energiecoöperatie in een aparte BV bestuurlijk asymmetrisch is. Dit vloeit voort uit het meerderheidsbelang van het warmtebedrijf in de BV. De samenwerking tussen het RPIW-WLR en energiecoöperaties en lokale initiatieven is juridisch complex. Alle partijen hechten veel waarde aan een goede borging van de betrokkenheid van lokale initiatieven.

Daarom is in de kwartiermakersfase aanvullend onderzoek en verkenning ingepland om beter inzicht te krijgen in hoe deze borging vorm kan krijgen bij de oprichting van het warmtebedrijf. Onderdeel van dit onderzoek is onder meer de afweging tussen het oprichten van aparte BV’s en het instellen van een Raad van Advies, zoals beschreven in Bijlage 7, hoofdstuk 7.6. 11. Kan er een inschatting worden gemaakt wat er aan kosten nodig is om het aantal aandelen te vergaren om 13,1% van de aandelen te verkrijgen voor gemeenten Voorschoten, Oegstgeest, Leiderdorp en Zoeterwoude? Hoeveel zou dit extra kosten voor Voorschoten

795 Technische vragen over lopende agendapunten

(maar liefst per gemeente, van de groep van vier), wanneer de verdeelsleutel over deze vier gemeenten naar verhouding hetzelfde blijft? Het wijzigen van de aandeelpercentages om meer te investeren past niet binnen de huidige opzet van de aandeelhoudersovereenkomst. De huidige verdeling van de aandelenpercentages van de gemeenten is gebaseerd op de verhouding van het verwachte aantal woningequivalenten (weq) dat binnen een gemeente via collectieve warmte van het warmtebedrijf zal worden verwarmd. Deze verhouding is gekozen omdat de hoogte van de investering direct gerelateerd is aan het aantal weq dat een gemeente inbrengt. Om die reden worden de aandelenpercentages herijkt zodra de warmteprogramma’s van de gemeenten zijn vastgesteld. Door deze verdeling toe te passen, wordt geborgd dat elke gemeente naar rato van haar eigen warmtetransitieopgave investeert. Indien een gemeente een groter aandelenbelang neemt dan het aantal weq dat zij inbrengt, betekent dit dat zij mede investeert in de warmtetransitie van andere gemeenten. 12. Is het mogelijk om in de stemprocedure te werken met een dubbele meerderheid waarbij er sprake moet zijn van 5 aandeelhouders én minimaal 87% Andere stemprocedures dan die vermeld in Bijlage 1 en 2 zijn onderzocht. Op advies van advocatenkantoor AKD is gekozen voor de huidige governance-structuur.

In Bijlage 6, artikel 3.2, en Bijlage 7, hoofdstuk 2.2, wordt een alternatieve stemprocedure voorgesteld. Daarnaast worden in Bijlage 6, artikel 3.3, en Bijlage 7, hoofdstuk 4.1, voorstellen gedaan voor aangepaste minimale stempercentages bij reguliere en zwaarwegende besluiten, met als doel de belangen van kleinere gemeenten beter te borgen. 13. Het aantal woningen per jaar per buurt (realisatiesnelheid) is 907 woningen in Boschgeest en Bloemenwijk. Wat zijn de financiële gevolgen wanneer deze snelheid terugvalt naar 453 (dus halve snelheid) voor de wijken Boschgeest en Bloemenwijk? Deze specifieke casus is niet onderzocht binnen het programma. In Bijlage 7, pagina 28, is een gevoeligheidsanalyse opgenomen. In deze analyse is onder andere een wijziging in de volloopsnelheid meegenomen. Deze analyse biedt een eerste indicatie van de financiële gevolgen van een verandering in volloopsnelheid.

* Aangeven wat van toepassing is. Toelichting (indien nodig):

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=5afe77c7-f2a5-47a2-b67d-1d4ef4eb1241