Beantwoording Technische vragen 766 PvdA over Uitgangspuntenkader regionaal warmtebedrijf
Tekst van het document
766 Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten Datum:
7 april 2025
Steller vragen:
Arnold Posthuma en Fabienne Miltenburg
Over:
5. Uitgangspuntenkader regionaal warmtebedrijf en collectieve warmtetransitie
Naar aanleiding van het raadsvoorstel hebben we de volgende technische vragen: 1. Op welke wijze behouden gemeenteraden structureel zeggenschap over de koers van het regionale warmtebedrijf, zodra het eenmaal operationeel is? Het plan voor de governance van het regionale warmtebedrijf is nog in ontwikkeling. In de samenwerkingsovereenkomst (SOK) en bij de oprichting van een regionaal warmtebedrijf kunnen afspraken gemaakt worden waarover de gemeenteraad zeggenschap behoudt. Naar verwachting zal de gemeente Voorschoten vertegenwoordigd worden in het bestuur van een regionaal warmtebedrijf. Daarbij wordt wel opgemerkt dat het voor de bestuurbaarheid van het warmtebedrijf en de voorspelbaarheid voor afnemers wenselijk is om afstand te behouden tussen de leiding van het warmtebedrijf en veranderlijke politieke voorkeuren, denk bijvoorbeeld aan de governance van bedrijven als Dunea of Alliander. De gemeenteraad wordt via de reguliere P&C-cylus en zoveel vaker als nodig geïnformeerd over de (financiële) situatie van een warmtebedrijf en kan via die route invloed uitoefenen op de vertegenwoordiging van de gemeente in het warmtebedrijf. 2. Worden strategische besluiten – zoals tariefstelling, investeringskeuzes of uitbreiding van het warmtenet – ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraden? Zie het antwoord op vraag 1. 3.
Is er sprake van één of meerdere aandeelhoudersovereenkomsten? En zo ja, hoe wordt daarin de stem van kleinere gemeenten als Voorschoten gewaarborgd?
Het plan voor de governance van het regionale warmtebedrijf is nog in ontwikkeling. Daarbij is het doel om de stem van de gemeente Voorschoten goed te waarborgen. Het college zal zich inspannen om een goede balans te vinden tussen de wensen van verschillende gemeenten en eventuele andere partners. 4. Wat wordt precies bedoeld met de formulering dat warmte ‘niet duurder mag zijn dan gas’? Is dat inclusief netwerkkosten, aansluitkosten en eventuele verbouwingen aan woningen? Het is onduidelijk naar welke formulering verwezen wordt. Het wetsvoorstel Wet collectieve warmte regelt, en de ACM ziet erop toe, hoe verschillende kosten worden doorberekend in de tarieven die het warmtebedrijf aan inwoners mag rekenen. 5. Welke maatregelen worden getroffen om huishoudens met lage inkomens te beschermen tegen een stijging van de woonlasten als gevolg van de warmtetransitie? Betaalbaarheid van de warmtetransitie voor inwoners is een begrijpelijk punt van zorg en het heeft de volle aandacht van het college. De gemeente is daarvoor echter grotendeels afhankelijk van besluiten en regelingen vanuit de Rijksoverheid. De zorg is ook erkent door de minister van Klimaat en 1
766 Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten Groene Groei in een kamerbrief over randvoorwaarden voor de verdere uitrol van warmtenetten. Daarin worden verschillende zoekrichtingen aangegeven. Het college kijkt uit naar de resultaten hiervan en houdt hoop op passende maatregelen. 6. Bestaat er een plan voor financiële ondersteuning, zoals subsidies of leningen, specifiek voor bewoners die de overstap naar warmte financieel niet zelfstandig kunnen maken? Er is nog geen concrete set van maatregelen voor minder draagkrachtige inwoners uitgewerkt. Als er signalen zijn dat inwoners de overstap naar collectieve warmte financieel niet zelfstandig kunnen maken, dan zullen deze maatregelen onderzocht en ontwikkeld worden. Op basis van uitgangspunt 5 houdt het college de kosten voor afnemers zo laag mogelijk en is betaalbaarheid een belangrijk leidend principe voor de warmtetransitie van Voorschoten. Dit is dus ook de betaalbaarheid voor bewoners met minder financiële ruimte. Bij de ontwikkeling van een collectief warmtesysteem is het doel om zoveel mogelijk mensen aan te sluiten en het voor iedereen toegankelijk te maken (uitgangspunt 8).
2