CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen 764 VVD over Uitgangspuntenkader regionaal warmtebedrijf

Commissie Wonen, Ruimte & Groen Voorschoten 10 april 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Uitgangspuntenkader regionaal warmtebedrijf en collectieve warmtetransitie1.866 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten

wDatum

07-04-2025

Steller vragen

Jaap Haubrich

Over agendapunt

WRG 10-04-2025 Uitgangspuntenkader regionaal warmtebedrijf en collectieve warmtetransitie Het college wordt verzocht de volgende vraag/vragen* schriftelijk te beantwoorden:

Meerdere bedrijven in de petrochemische industrie in de Rotterdamse haven hebben recent aangekondigd NL te verlaten of van plan zijn dat te doen. https://www.rijnmond.nl/nieuws/1984485/dit-zijn-de-vijf-bedrijven-waar-ontslagen-vallenin-de-rotterdamse-haven 1) Is het bekend wat dit gegeven voor effect heeft op een voldoende hoeveelheid beschikbare warmte in het Warmtelinq systeem? Deze vraag is ook recent gesteld aan WarmtelinQ (dochterbedrijf van Gasunie), bij een bestuurlijk gesprek met Wethouder Schokker. Het antwoord is gebaseerd op de informatie die met de gemeente is gedeeld. WarmtelinQ wil als marktmeester optreden bij de bemiddeling tussen vraag en aanbod. Er zijn verschillende redenen waarom de hoeveelheid beschikbare restwarmte in de Rotterdamse haven in de toekomst zou kunnen veranderen. Stoppende bedrijven is één van de redenen. Op dit moment is er een veelvoud aan restwarmte beschikbaar in de Rotterdamse haven, vergeleken met wat er nodig is voor WarmtelinQ. Ook na het stoppen van enkele bedrijven heeft dit geen grote invloed op de beschikbaarheid van voldoende warmte. Er zijn zelfs individuele bedrijven die meer restwarmte produceren dan WarmtelinQ in totaal nodig heeft. De meeste bedrijven zullen naar verwachting overstappen op waterstof of elektriciteit in plaats van aardgas.

De restwarmte uit de primaire processen blijft bestaan en kunnen geleverd worden aan WarmtelinQ. Bij de productie van waterstof zelf komt ook veel restwarmte vrij. Er zijn dus ook ontwikkelingen die de beschikbare hoeveelheid restwarmte in de Rotterdamse haven doen toenemen in plaats van afnemen. Hieronder staat een afbeelding uit een presentatie die eerder door het Havenbedrijf van Rotterdam is gegeven. Ter referentie: WarmtelinQ Rijswijk-Leiden heeft een vermogen van 84 MW, wat neerkomt op 2 tot 3 PJ per jaar. De beschikbare restwarmte is enkele tientallen PJ.

Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten

Op 2 maart 2025 bleek dat de aftakking Rijswijk- Leiden van het Warmtelinq systeem problemen kent waaronder vertraging en forse kostenoverschrijdingen. https://www.omroepwest.nl/nieuws/4941209/nieuwe-pijpleiding-voor-50000-huizen-forsduurder-geworden-plan-komt-onder-druk-te-staan 2) Geeft dit reden om pas door te gaan met stappen zetten voor (participatie in) een regionaal warmtebedrijf voordat duidelijk is óf, wanneer en tegen welke extra kosten die hoofdleiding er komt? Zo nee, waarom niet? Nee. Gasunie heeft zelfstandig besloten om door te gaan met de aanleg van WarmtelinQ. Er zal vertraging zijn, maar de pijpleiding komt er. De oplevering van WarmtelinQ wordt nu medio 2028 verwacht. Zelfs met de vertraging zal deze eerder klaar zijn dan dat er in Voorschoten huizen op een collectief warmtesysteem worden aangesloten. Het college ziet dus geen reden om te vertragen. Het behouden van de koers en duidelijkheid geven aan WarmtelinQ kan omgekeerd juist een manier zijn om de uiteindelijke kosten laag te houden. De genoemde hoofdoorzaak voor de vertraging en budgetoverschrijding van de aftakking Rijswijk-Leiden is “gebrek aan personeel voor de aanleg en de gestegen kosten van de materialen”.

3) Is het aannemelijk dat deze zelfde problematiek zich zal voordoen wanneer lokale warmtenetten in aangewezen warmtekavels gerealiseerd zullen moeten worden? Zo ja, wat heeft dit voor gevolgen voor de (financiële) haalbaarheid? Zo nee, waarom niet? Ja. Het gebrek aan goed technisch personeel en gestegen kosten van materialen spelen overal in de energiemarkt. Dit is niet uniek voor WarmtelinQ, maar ook niet voor collectieve warmtesystemen. Ook bij de verzwaring van het elektriciteitsnet, dat nodig is voor individuele warmtepompen, speelt dit. Voor de haalbaarheid van lokale warmtenetten ten opzichte van andere alternatieven voor aardgas heeft dit waarschijnlijk niet meer of minder effect. De samenwerking binnen de regio zorgt ervoor dat kosten waarschijnlijk lager gehouden kunnen worden. Medio 2024 werd in de Gemeente Leiden reeds becijferd dat aansluiting op de WarmtelinQ 7.400 euro per huishouden zou gaan kosten: https://www.leidschdagblad.nl/regio/leiden/aansluiting-op-botlekwarmte-kost-leidsehuizenbezitter-volgens-laatste-studies-bijna-7400-euro/14585420.html

Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten

Aangezien de kosten van de aanleg van WarmtelinQ sinds medio 2024 alleen maar gestegen zijn (zie ook vraag 2 daarover): 4) Kan het college eenzelfde doorrekening (laten) maken als Leiden wat de aansluiting van een huishouden in Voorschoten (Noord Hofland) gaat kosten? Zo nee, waarom niet? Ja. Ter voorbereiding op het besluit om met de gemeente Voorschoten deel te nemen aan het warmtebedrijf zal een businesscase met aansluitkosten per huishouden worden bepaald. Ook voor individuele buurten, zoals Noord-Hofland, zal dit t.z.t. worden gedaan. Op basis van uitgangspunt 5 zal voor ieder belangrijk besluit, dat groot effect kan hebben op de aansluitkosten van inwoners, zal een (bijgewerkte) kostenraming gemaakt worden. Uitgangspunt 16) in raadsvoorstel luidt: “het college zal op basis van een businesscase een voorstel doen aan de gemeenteraad voor de gewenste (aanvullende) gemeentelijke financiering, investeringen en/of subsidies. De raad neemt hierover vervolgens een besluit”. 5) Zijn de volgende gegevens onderdeel van de business case?: -

Wat zal het op te richten regionale warmtebedrijf moeten betalen aan WarmtelinQ voor aansluiting op de hoofdleiding?

-

Wat zijn de kosten van het noodzakelijke WOS met piek-en backup installatie?

-

Wat zijn de kosten van het aanleggen van het lokale warmtenet naar- en in Noord Hofland?

-

Hoeveel woningen in Noord Hofland zijn momenteel reeds uitgerust met een (hybride) warmtepomp?

-

Hoeveel overige woningen in Noord Hofland zullen aan (willen) sluiten op het collectieve warmtenet? Graag per item aangeven of deze data bekend zijn of inzichtelijk worden gemaakt tbv de business case? En zo nee, waarom niet?

Ja. Voor elk van de bovenstaand onderdelen zal een inschatting worden gemaakt en worden meegenomen in de businesscase. Het detailniveau van deze inschattingen hangt af van de fase van een project en het benodigde kennisniveau voor het dan voorliggende besluit. In Uitgangspunt 3) van het raadsvoorstel wordt er voor gekozen om in Noord Hofland individuele / buurtinitiatieven te ontmoedigen. 6) Wat betekent dit in de praktijk voor de inwoners van Noord Hofland? Oftewel: welke mogelijkheden krijgen de inwoners van Noord Hofland niet tov inwoners van Voorschoten in andere wijken? Individuele oplossingen worden o.b.v. uitgangspunt 3 niet ontmoedigd. Deze worden in sommige buurten alleen niet actief gestimuleerd. Voor de Krimwijk is bijvoorbeeld een uitvoeringsplan vastgesteld, waarbij individuele warmtepompen voor een deel van de woningen het voorkeursalternatief zijn. Voor deze woningen voert de gemeente activiteiten uit die het gebruik van individuele warmtepompen stimuleren. Dit soort activiteiten zullen niet worden uitgevoerd in buurten waar een collectief warmtesysteem de voorkeur heeft, zoals voor Noord-Hofland. 7) Klopt het dat als Noord Hofland aangewezen wordt als warmtekavel dat het gasdistributienetwerk in Noord Hofland dan ontmanteld zal worden? Zo ja, wat betekent dit feit voor de mogelijkheid van de in de Wgiw wettelijk voorgeschreven “opt-out” van individuele bewoners?

Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten

Er is nog geen besluit genomen over de ontmanteling van het gasdistributienetwerk. Dit besluit kan genomen worden als de aanwijsbevoegdheid uit de Wgiw wordt ingezet. Met uitgangspunt 23 wordt daar wel op voorgesorteerd. Om de aanwijsbevoegdheid in te kunnen zetten, moet worden voldaan aan een reeks wettelijke eisen. Zo is er bijvoorbeeld een minimale ‘redelijke termijn’ van bedenk- en uitvoertijd van 8 jaar en is er altijd keuzevrijheid in de vorm van een ‘opt-out’. Dit betekent dat bewoners altijd de mogelijkheid krijgen om te besluiten om wel of niet aan te sluiten op het collectieve warmtesysteem. Als individuele bewoners niet willen aansluiten op het collectieve systeem wordt hen minimaal 8 jaar de tijd gegeven om een individueel alternatief te realiseren, voordat er sprake kan zijn van afsluiting van het gasdistributienetwerk door netbeheerder Liander. In Informatiebrief 75 Aanpak Warmtetransitie 2025-2029 dd 19 nov 2024 staat onderstaande planning opgenomen. Hieruit blijkt dat een apart ruimtelijk besluit over een WOS in Voorschoten, zoals besloten middels amendement 296 vastgesteld in de raadsvergadering van juli 2024, ergens medio 2027 aan de Raad zal worden voorgelegd,

8) Klopt het dat het College eerder in de tijd een beslissing wil nemen over (de financiering van en participatie in) een regionaal warmtebedrijf dan de besluitvorming aangaande het ruimtelijk besluit WOS gepland medio 2027? Ja, dit klopt. 9) Zo ja, wat zijn de gevolgen van een potentieel negatief besluit van de Raad over een WOS op Voorschotens grondgebied voor de positie van Voorschoten in dit regionale warmtebedrijf? Het is de verantwoordelijkheid van het warmtebedrijf om warmtebronnen voor het collectieve warmtesysteem te contracteren of te realiseren. Met het ruimtelijke besluit stelt de gemeenteraad het warmtebedrijf in staat om gebruik te maken van de WOS, en daarmee van WarmtelinQ, als één van die bronnen. Als de gemeenteraad hier tegen stemt, dan is er in Voorschoten een belangrijke warmtebron minder voor het regionale warmtebedrijf. Het warmtebedrijf zal dan op zoek moeten gaan naar andere warmtebronnen voor de gemeente Voorschoten en Leiden-Zuidwest, zoals geothermie of aquathermie. Dit kan als gevolg hebben dat deze bronnen duurder of later te realiseren zijn. Dit maakt het collectieve warmtesysteem duurder voor inwoners van Voorschoten. * Aangeven wat van toepassing is Toelichting (indien nodig):

Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten

Toelichting schriftelijk indienen van vragen om inlichtingen. Ieder raadslid heeft het recht om vragen te stellen aan het college en de burgemeester. Het college en de burgemeester hebben namelijk een zgn. informatieplicht, zowel actief als passief. Dat is geregeld in de Gemeentewet, artikelen 155, 169 en 180. Dit betekent niet dat het college en de burgemeester verplicht zijn alle gevraagde informatie te geven. De informatie moet nodig zijn om de raad in staat te stellen zijn taak uit te oefenen. De wijze van het stellen vragen en de wijze van beantwoorden vereisen een zekere discipline. Enerzijds is het verstandig goed na te denken wat wel of niet wordt gevraagd, want elke vraag genereert werk en daarmee kostbare tijd. Anderzijds moeten het college en de burgemeester verstandig omgaan met de beantwoording, door snel en adequaat te reageren. Om het proces van vragen stellen en beantwoorden in goede banen te leiden zijn voor de verschillende soorten schriftelijke vragen zgn. formats ontwikkeld. De bedoeling daarvan is dat op de juiste wijze wordt voorgesorteerd en dus niet verschillende soorten vragen en onderwerpen door elkaar gaan lopen. Door de ingediende vragen te registeren per format is er ook een betere regie op de beantwoording. In de praktijk wordt onderscheid gemaakt tussen: 1.

vragen die bedoeld zijn om nadere uitleg/informatie te verkrijgen over agendapunten (meestal raadsvoorstellen) in een aanstaande commissie- of raadsvergadering en: 2. vragen die daar los van staan, vooral politiek-inhoudelijk. 3. Een aparte categorie vormen de verzoeken om informatie zoals bedoeld in de Verordening op de ambtelijke bestand. Het gaat dan om feitelijke informatie van geringe omvang en om documenten die reeds openbaar en dus beschikbaar zijn. Voor deze drie soorten vragen kennen we drie formats, t.w. resp.: 1. Het format technisch-informatieve vragen over lopende agendapunten 2. Het format schriftelijke vragen o.g.v. artikel 39 Regelement van Orde. 3. Het format vragen op grond van de Verordening ambtelijke bijstand c.a. Voor het indienen van vragen moet altijd een format worden gebruikt. Alle vragen moeten bij de griffie worden ingediend. Deze zorgt voor doorgeleiding naar het juiste orgaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=42e5f01a-1bd3-463f-baa1-1a0ddaa18fd8