Beantwoording technische vragen 763 VL over Uitgangspuntenkader regionaal warmtebedrijf
Tekst van het document
Technische vragen over lopende agendapunten 763
Datum
8-4-2025
Steller vragen
G-J van den Ende
Over agendapunt
Raadsvoorstel uitgangspuntenkader regionaal warmtebedrijf en collectieve warmtetransitie
Voorschoten Lokaal
Het college wordt verzocht de volgende vraag/vragen* schriftelijk te beantwoorden: 1. Kan het college iets zeggen over de verwachte kosten voor het oprichten van het regionale warmtebedrijf? Bij de kadernota wordt een voorstel gedaan voor de financiering van het regionale warmtebedrijf voor de komende jaren. Deze bestaan uit huidige kosten Warmte Leidse Regio (WLR), aanloopkosten voor de oprichting van een regionaal warmtebedrijf, projectontwikkelkosten en investeringen in de aanleg van het collectieve warmtesysteem. Naar verwachting zal het totaal van deze kosten hetzelfde tot tweemaal zoveel zijn als de huidige kosten van WLR. De huidige kosten WLR komen voort uit de SOK WLR 2024-2027, waarover de gemeenteraad heeft besloten. Bij de oprichting van een regionaal warmtebedrijf gaat de samenwerking WLR waarschijnlijk in 2027 over in een Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf (RPIW). De aanloopkosten zijn voor de oprichting, bemensing en algemene operatie van het regionale warmtebedrijf. Als de gemeente besluit om het regionale warmtebedrijf mede op te richten, zullen deze kosten er in ieder geval zijn. De kosten hiervan zullen vergelijkbaar zijn met de huidige kosten van het programma WLR. Deze kosten drukken direct op de begroting van de gemeente.
Daarnaast zal het regionale warmtebedrijf (na oprichting) collectieve warmteprojecten uitvoeren, waarvoor door het warmtebedrijf projectontwikkelkosten gemaakt en investeringen gedaan worden. De gemeente zal daarvoor waarschijnlijk ook een deel eigen vermogen moeten bijdragen. Dit deel kan door middel van een lening gefinancierd worden, waardoor alleen de financieringslasten op de begroting van de gemeente drukken. Deze investering kan zichzelf terugverdienen. Daarbij wordt nu aangenomen dat de gemeenten van de WLR samen een derde van het eigen vermogen van het warmtebedrijf inbrengen, dat Voorschoten 9,7% van het gemeentelijke deel zal inbrengen en dat de gemeente Voorschoten dit bedrag tegen marktconforme rentelasten kan financieren. De hoogte van deze bedragen en percentages wordt momenteel onderzocht en kan nog veranderen. Naar verwachting zullen de financieringslasten voor deze onderdelen lager zijn dan de aanloopkosten van het regionale warmtebedrijf. 2. Hoe langer het duurt hoe minder aansluitingen gerealiseerd kunnen gaan worden. Steeds meer inwoners gaan over op de warmtepomp en op thuis batterijen in combinatie met zonnepanelen. Kan uitstel van het warmtenet heel nadelig zijn voor het toekomstige warmtenet? Ja. Vertraging of uitstel is nadelig voor de collectieve warmtetransitie, mede door de in de vraag geschetste ontwikkelingen.
Tegelijkertijd heeft het niet realiseren van warmtenetten een nadelig effect op de netcongestie van het elektriciteitsnet. Dit kan het verergeren of ervoor zorgen dat het oplossen ervan langer duurt. Inwoners die overstappen op een individuele warmtepomp hebben meestal een zwaardere elektriciteitsaansluiting nodig. Hoewel dit nu nog niet vaak voorkomt, kan het in de toekomst zijn dat deze verzwaring (voorlopig) niet door Liander gerealiseerd kan worden. In dat geval, en waarbij er ook geen collectief warmtesysteem is, is er (tijdelijk) dus helemaal geen warmtetransitie mogelijk. De realisatie van een collectief warmtesysteem kan dus helpen om snelheid te behouden richting het doel van een aardgasvrij Voorschoten in 2050. 3. Hoofdstuk Haalbaarheid en doelmatigheid. Het college moet onder andere kijken naar technische, economische, ruimtelijke en organisatorische aspecten. Wij missen onder andere de financiële aspecten. Dit wordt ook niet bij de uitgangspunten vermeld. Waarom worden deze niet vermeld?
Technische vragen over lopende agendapunten 763
De financiële aspecten komen terug onder de economische aspecten. Verder komen financiële aspecten terug in uitgangspunten 5, 13 en 16. 4. Het geld dat gereserveerd wordt in de Kadernota, hoe gaat dat gebruikt worden? Wordt dat één gezamenlijke pot verdeeld onder de partners of komt dat geheel ten goede aan de gemeente Voorschoten voor de aanleg van warmtenetten in welke vorm dan ook? Zie het antwoord op vraag 1. De verwachte verdeling van de middelen van het warmtebedrijf wordt nog onderzocht. Het streven is om de gemeente Voorschoten evenredig te laten bijdragen t.o.v. de kosten voor het deel van het collectieve warmtesysteem dat in Voorschoten wordt aangelegd. 5. Als de gemeente mede-eigenaar wordt van het warmtebedrijf over wat voor 'n bedragen praten we dan? Er wordt gesproken over 20% eigen vermogen en 80% lening kan hier iets meer over gezegd worden? De investeringen door een regionaal warmtebedrijf worden naar verwachting met een verhouding van 80% vreemd vermogen en 20% eigen vermogen gefinancierd. Het eigen vermogen wordt opgebracht door de aandeelhouders, waarvan de gemeente Voorschoten er mogelijk één is. Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 1 kan deze inbreng van eigen vermogen door de gemeente zelf ook weer worden gefinancierd. 6. Hoofdstuk 4.1 Kavelstrategie. Als er meerdere kavels per gemeente zijn dan kunnen onderling de kosten verschillen.
Minder aansluitingen op het warmtenet houdt dus in hogere kosten per kavel voor de gebruikers? Dit klopt. Verschillende kavels kunnen verschillende kosten hebben. Door de tariefbepaling o.b.v. kosten, kan dit dus ook tot verschillende tarieven leiden voor die kavels. Bij grotere kavels kunnen de kosten over meer aansluitingen worden verdeeld. Minder aansluitingen leidt tot minder kosten per kavel (absoluut), maar hogere kosten per aansluiting (relatief). 7. Businesscase. De businesscase levert de onderbouwing waarom bijvoorbeeld een woningbouwcorporatie of een particuliere woningeigenaar wel of niet zal overstappen naar het warmtenet. Hoe gaat het college om met huurwoningen die door investeringsmaatschappijen verhuurd worden. Hoe gaat de gemeente daar mee om? Een businesscase geeft de onderbouwing waarom de gemeente wel of niet in een warmtebedrijf stapt, of waarom een warmtebedrijf wel of niet een collectief warmtesysteem gaat aanleggen. Op basis van de businesscase kan een warmtebedrijf een aanbod doen aan een woningcorporatie of particuliere eigenaar (en aan de bewoners van die gebouwen) om aan te sluiten op een warmtenet. Het college zal aan het warmtebedrijf vragen om ook een aanbod te doen aan particuliere eigenaren met grotere vastgoedportefeuilles. 8.
De 28 uitgangspunten die in dit document staan vermeld, zijn deze nu regionaal opgesteld of zijn die alleen uitgangspunten die Voorschoten heeft ingebracht? De gemeenten van de WLR stellen zelfstandig uitgangspunten vast. Die kunnen dus van elkaar verschillen. Er is voorafgaand wel goed contact geweest om de uitgangspunten op elkaar af te stemmen. Bijvoorbeeld, het voorgestelde uitgangspuntenkader van Voorschoten heeft inhoudelijk veel overeenkomsten met het voorgestelde uitgangspuntenkader van Leiden. De opzet en enkele uitgangspunten zijn verschillend. Toelichting (indien nodig):
Technische vragen over lopende agendapunten 763
Toelichting Ieder raadslid heeft het recht om vragen te stellen aan het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester. College en burgemeester hebben een informatieplicht, zowel actief als passief; zie Gemeentewet artikel 155, 169 en 180. Dit betekent niet dat zij verplicht zijn alle gevraagde informatie te geven. De informatie moet nodig zijn om de raad in staat te stellen zijn taak uit te oefenen. Er zijn drie soorten schriftelijke vragen: 1.
Technische vragen: vragen ter verduidelijking over een agendapunt in een komende commissie- of raadsvergadering. Het gaat om feitelijke vragen die ambtelijk beantwoord kunnen worden, dus niet om politieke vragen aan het college. Het is wenselijk om die vragen voorafgaand aan en niet tijdens de vergadering te stellen. De bespreking in de vergadering kan zo politiek-inhoudelijk zijn.
2.
Informatieve vragen: vragen over iets wat niet op de agenda staat. Het gaat om ambtelijke bijstand voor het krijgen van feitelijke informatie van geringe omvang en om documenten die openbaar zijn.
3.
Schriftelijke vragen op basis van artikel 39 Reglement van Orde. Het gaat om politiekinhoudelijke vragen. Omdat de vragen een politieke insteek hebben, stelt het college de beantwoording vast.
Voor schriftelijke vragen ad 2 en 3 zijn aparte formats beschikbaar. Technische vragen die zijn ingediend bij de griffie voor 12 uur op de woensdag voor een vergadering worden zo spoedig mogelijk schriftelijk beantwoord voor de vergadering, of zo nodig mondeling in de vergadering. Op later ingediende vragen komt mogelijk niet meer op tijd een antwoord. Tip: bedenk bij het opstellen wat je wilt bereiken, ook i.v.m. de benodigde ambtelijke capaciteit. Is de nadere toelichting nodig om je oordeel te kunnen vormen? Wil je de antwoorden gebruiken om iets te bereiken in commissie of raad?