Beantwoording technische vragen 762 over GR Holland Rijnland
Tekst van het document
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 762
Datum
25 maart 2025
Steller vragen
Cees Bremmer
Over agendapunt
Commissie B&B 27 maart 2025
agendapunt 8 Vaststelling gewijzigde gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland
Op 1 juli 2022 is de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden, die o.a. de positie van gemeenteraden bij Gr-en versterkt. In dat licht bevat de voorgestelde Gemeensch.Regeling Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland een artikel, in casu artikel 25, lid 1,met de belangrijke optie van een op voorstel van de Raden van de Deelnemende gemeenten gezamenlijk, door het Algemeen Bestuur in te stellen “gemeenschappelijke Raadsadviescommissie, zoals bedoeld in art. 24a Wgr. Ik verwijs verder naar de tekst van dit onder “de paraplu van Hoofdstuk 6” voorgestelde artikel. Vraag van de CDA-fractie is, hoe dit artikel precies moet worden gelezen en geïnterpreteerd. 1.Betekent in dit verband het woord “gezamenlijk” bijvoorbeeld dat alle 13 gemeenten een dergelijk voorstel aan het Algemeen Bestuur van H.R. dienen te onderschrijven, voordat dit in behandeling kan komen? En dat dus in wezen unanimiteit vereist is vóórdat een dergelijk voorstel vanuit een of meer gemeenteraden materiële betekenis kan krijgen? Antwoord: Een nieuw instrument in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is de gemeenschappelijke raadsadviescommissie, WGR, artikel 24a.
Citaat: [Op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk stelt het algemeen bestuur van een openbaar lichaam een gemeenschappelijke adviescommissie in die het algemeen bestuur van advies kan voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling kan voorbereiden of de raden van advies kan voorzien.] Alle raden van de deelnemende gemeenten moeten dus instemmen met het voorstel om het AB te verzoeken een RAC in te stellen. Een gemeenschappelijke raadsadviescommissie (RAC) wordt vervolgens door het AB ingesteld. Het proces zoals in GR HRL, artikel 25 is geschetst bestaat uit vijf stappen om een RAC in te stellen: 1 2 3 4 5
Wat Initiatiefvoorstel voor instellen RAC Ontwerpregeling RAC: bevoegdheden taken en werkwijze Wensen en bedenkingenprocedure ontwerpregeling RAC Definitieve regeling RAC vaststellen Aanwijzen leden van de RAC
Wie Alle raden van de deelnemende gemeenten Algemeen bestuur Alle raden van de deelnemende gemeenten Algemeen bestuur Raden van de deelnemers
1
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 762
Wat punt 5 Aanwijzen leden van de RAC betreft, er is geen deelnamevereiste aan het RAC, nadat deze op voordracht van alle gemeenten door het AB is ingesteld. Raden kunnen ervoor kiezen geen lid aan te wijzen. 2.Vraag is verder hoe verloopt de besluitvorming in het Algemeen Bestuur van H.R. wanneer een dergelijk voorstel vanuit de gezamenlijke Raden bij het A.B. is neergelegd? Antwoord Zie bovenstaand antwoord. 3. Tenslotte; is in de afgelopen tijd al eens met een soortgelijke constructie ervaring opgedaan? Antwoord Een gezamenlijke raadsadviescommissie is een nieuw instrument in de Wgr, het is voor het eerst dat raden van dit instrument gebruik kunnen maken. Wel kon (en kan) het DB, of de voorzitter, aan het AB voorstellen om vaste commissies van advies in te stellen. Daar wordt gebruik van gemaakt. Er zijn op dit moment zeven inhoudelijke commissies waarin portefeuillehouders het DB adviseren. Dat zijn commissies ten behoeve van advisering over de taken van het DB, geregeld in GR HRL artikel 23. Deze commissies zijn dus wezenlijk anders dan een RAC, die bedoeld is om de rolneming van de raad (kaderstelling en controle) te versterken. Wgr, artikel 24a lid 1 geeft drie mogelijkheden aan: 1. Advies aan het algemeen bestuur 2. Voorbereiden van besluitvorming door de raden met betrekking tot de gemeenschappelijke regeling 3. Advies aan de raden
* Aangeven wat van toepassing is. Toelichting (indien nodig):
2
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 762
Toelichting schriftelijk indienen van vragen om inlichtingen. Ieder raadslid heeft het recht om vragen te stellen aan het college en de burgemeester. Het college en de burgemeester hebben namelijk een zgn. informatieplicht, zowel actief als passief. Dat is geregeld in de Gemeentewet, artikelen 155, 169 en 180.
Dit betekent niet dat het college en de burgemeester verplicht zijn alle gevraagde informatie te geven. De informatie moet nodig zijn om de raad in staat te stellen zijn taak uit te oefenen.
De wijze van het stellen vragen en de wijze van beantwoorden vereisen een zekere
discipline. Enerzijds is het verstandig goed na te denken wat wel of niet wordt gevraagd,
want elke vraag genereert werk en daarmee kostbare tijd. Anderzijds moeten het college en de burgemeester verstandig omgaan met de beantwoording, door snel en adequaat te reageren.
Om het proces van vragen stellen en beantwoorden in goede banen te leiden zijn voor de
verschillende soorten schriftelijke vragen zgn. formats ontwikkeld. De bedoeling daarvan is dat op de juiste wijze wordt voorgesorteerd en dus niet verschillende soorten vragen en
onderwerpen door elkaar gaan lopen. Door de ingediende vragen te registeren per format is er ook een betere regie op de beantwoording.
In de praktijk wordt onderscheid gemaakt tussen: 1.
vragen die bedoeld zijn om nadere uitleg/informatie te verkrijgen over
agendapunten (meestal raadsvoorstellen) in een aanstaande commissie- of raadsvergadering en: 2.
vragen die daar los van staan, vooral politiek-inhoudelijk.
3. Een aparte categorie vormen de verzoeken om informatie zoals bedoeld in de Verordening op de ambtelijke bestand. Het gaat dan om feitelijke informatie van geringe omvang en om documenten die reeds openbaar en dus beschikbaar zijn. Voor deze drie soorten vragen kennen we drie formats, t.w. resp.:
1. Het format technisch-informatieve vragen over lopende agendapunten
3
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 762
2. Het format schriftelijke vragen o.g.v. artikel 39 Regelement van Orde.
3. Het format vragen op grond van de Verordening ambtelijke bijstand c.a. Voor het indienen van vragen moet altijd een format worden gebruikt. Alle vragen moeten bij de griffie worden ingediend. Deze zorgt voor doorgeleiding naar het juiste orgaan.
4