CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische vragen 720 PvdA over Minimabeleid

Gemeenteraad Voorschoten 26 september 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Dynamisch minimabeleid 2024 en verder2.229 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen over lopende agendapunten 720

Datum

9 september 2024

Steller vragen

Rachel van Hellemondt en Arnold Posthuma

Over agendapunt

5. Dynamisch Minimabeleid 2024 en verder

Aanleiding: In het voorliggende Dynamisch Minimabeleid worden een aantal regelingen aangepast, geschrapt en samengevoegd. T.a.v. de individuele inkomenstoeslag: 1. Wat is de reden dat in deze regeling voor één bedrag (450,-) wordt gekozen en niet zoals in de oude situatie voor twee bedragen (450,- en 600,-)? Met het huidige minimabeleid wordt onderscheid gemaakt in 6 verschillende type huishoudens. Door inwoners wordt het als complex ervaren dat er onderscheid wordt gemaakt in verschillende groepen en huishoudtypen. Met het nieuwe minimabeleid wordt daarom voorgesteld om deze verschillen zoveel mogelijk te beperken. Voor de hoogte van de individuele inkomenstoeslag is daarom gekozen voor één bedrag voor alle type huishoudens. 2. Hoeveel huishoudens hebben in 2023 gebruik gemaakt van de individuele inkomenstoeslag? In 2023 hebben 184 huishoudens gebruik gemaakt van de individuele inkomenstoeslag. 3. Hoeveel huishoudens ontvingen toen de 600,-? In 2023 ontvingen 45 huishoudens €600,- voor de individuele inkomenstoeslag. T.a.v. Digitale middelen tegemoetkoming? 1. Wat is de reden dat de inkomensgrens van deze tegemoetkoming verlaagd is van 130% naar 110% van het sociaal minimum? Er zijn geen inkomensgrenzen verlaagd. Het college heeft met het nieuwe minimabeleid een bredere doelgroep de mogelijkheid gegeven om een 1

Technische vragen over lopende agendapunten 720

tegemoetkoming voor digitale middelen aan te schaffen. Met het huidige minimabeleid konden de volgende huishoudens een vergoeding aanvragen voor digitale middelen: Een huishouden met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm en met kinderen op het VO of MBO-bol konden één keer per 5 jaar een vergoeding van maximaal € 540 voor een computer of laptop per huishouden aanvragen. Een huishouden met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm en met kinderen in groep 7 en 8, VO of MBO-bol konden één keer per 5 jaar een vergoeding van maximaal € 310 voor een tablet per kind aanvragen. Met het nieuwe beleid kunnen de volgende huishoudens een vergoeding krijgen voor digitale middelen: -

-

huishoudens zonder kinderen met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm kunnen om de vijf jaar een tegemoetkoming digitale middelen van €200,aanvragen voor het aanschaffen voor bijvoorbeeld een computer, laptop, Chromebook of een tablet. huishoudens met kinderen met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm kunnen om de vijf jaar een tegemoetkoming digitale middelen van €300,aanvragen voor het aanschaffen voor bijvoorbeeld een computer, Chromebook, laptop en tablet.

Er zijn dus geen inkomensgrenzen verlaagd, maar er is nu een regeling voor volwassenen met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm bijgekomen. 2. Wat is de reden dat het bedrag dat bewoners 1x per jaar 5 kunnen aanvragen voor digitale middelen verlaagd is van 540,- naar 200,-? De tegemoetkoming digitale middelen is niet verlaagd van €540 naar €200. Zoals bij de vorige vraag is aangegeven krijgen meer huishoudens de mogelijkheid om een tegemoetkoming digitale middelen aan te vragen met het nieuwe minimabeleid. Er is nu één regeling voor alle kinderen voor alle typen digitale middelen én er is een regeling bijgekomen voor huishoudens zonder kinderen. De tegemoetkoming voor huishoudens zonder kinderen is €200. Een overzicht van de oude en nieuwe regelingen met betrekking tot de digitale middelen zijn in de vorige vraag weergegeven. 3. Hoeveel bewoners hebben het afgelopen jaar van deze regeling gebruik gemaakt?

2

Technische vragen over lopende agendapunten 720

In 2023 hebben 14 huishoudens gebruik gemaakt van de tabletregeling en 7 huishoudens van de computerregeling. Uit het onderzoek van de Lokale Rekenkamer bleek dat bewoners zich onvoldoende gehoord voelden. Het College komt nu met een vierjaarlijkse ‘klantervaringsonderzoek’. 1. Waarom is gekozen om één keer per 4 jaar een ‘klantervaringsonderzoek’ te doen? Het nieuwe minimabeleid zal in fases worden ingevoerd. In 2027 is het volledige beleidsplan geïmplementeerd. Om een goed beeld te krijgen van hoe bewoners het nieuwe minimabeleid ervaren, moet het nieuwe minimabeleid volledig in werking zijn getreden. Daarom is er gekozen om na vier jaar een klantervaringsonderzoek te doen. Minimaal twee keer per jaar vinden er verder ook nog bijeenkomsten plaats met maatschappelijke partners. De maatschappelijke partners hebben nauw contact met de inwoners. Door deze bijeenkomsten houdt het college contact met de maatschappelijke partners om het beleid en de dienstverlening te evalueren zodat tijdig bijgestuurd kan worden mocht dit nodig zijn. 2. Was het niet logischer geweest- zoals bij de WMO- om dit jaarlijks te doen? Graag een toelichting waarom niet dezelfde systematiek te gebruiken als bij de WMO.

Als jaarlijks een klanttevredenheidsonderzoek wordt afgenomen in plaats van eens in de vier jaar dan betekent dit dat hiervoor ook vier keer kosten voor worden doorbelast, of er moeten vier afgeslankte onderzoeken worden gedaan. Daarbij kan jaarlijks onderzoek juist als belastend worden ervaren door inwoners. Daarbij is het niet logisch is om na één jaar al een klantervaringsonderzoek te doen als nog niet het volledige minimabeleid is geïmplementeerd. 3. Is overwogen om dit jaarlijks te doen? Zo nee, waarom niet? Door de in vraag 2 genoemde redenen is ervoor gekozen om niet jaarlijks een klanttevredenheidsonderzoek te doen. Uit het Lokale Rekenkameronderzoek kwamen verschillende aanbevelingen naar voren. 1. Kan puntsgewijs worden aangegeven op welke wijze alle aanbevelingen van de Lokale Rekenkamer zijn overgenomen?’ Aanbeveling 1. Vindbare, heldere informatie over minimaregelingen te plaatsen op de eigen website; 3

Technische vragen over lopende agendapunten 720

In het beleidsplan van het nieuwe minimabeleid staat opgenomen dat we zorgen voor meer voorspelbaarheid en toegankelijkheid door vereenvoudiging van de regelingen en het systeem, verbetering van de dienstverlening en de versteviging van de maatschappelijke kracht waardoor mensen weten wat zij moeten aanvragen en waar ze recht op hebben. Hieronder valt ook de verbetering van de informatie over de minimaregelingen op de website van Leidschendam-Voorburg en Wassenaar. Door vindbare en heldere informatie te geven op de website, weten mensen wat zij aan minimaregelingen kunnen aanvragen. Aanbeveling 2. Aanvraagformulieren te vereenvoudigen en/of te combineren en digitale aanvragen mogelijk te maken In het beleidsplan staat opgenomen dat bij het aanvraagproces beter gebruikgemaakt gaat worden van de gegevens waar de gemeente over beschikt via SUWI (Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen) en het aantal aan te leveren documenten naar het minimaal noodzakelijke beperkt zal worden. Verder staat opgenomen dat bij het aanvragen van een algemene uitkering ook de minimaregelingen worden betrokken, waarbij het streven is om met één aanvraagformulier te werken dat digitaal toegankelijk is. Voor nietuitkeringsgerechtigden is ook het streven om het digitale aanvraagproces voor minimaregelingen mogelijk te maken. Aanbeveling 3.

Her-aanvragen te automatiseren en te vereenvoudigen In het minimabeleid is opgenomen dat er wordt gekeken naar wat er binnen de wet en technische systemen mogelijk is om het aantal aan te leveren documenten te verminderen en het aanvraagproces te versimpelen. Hieronder valt ook dat, tijdens de implementatie van het minimabeleid, er zal worden onderzocht wat er mogelijk is om inwoners actief te herinneren aan het opnieuw aanvragen van minimaregelingen. Aanbeveling 4. De vaste aanvraagdatum per inwoner los te laten In het minimabeleid is dit niet opgenomen omdat niet bij alle minimaregelingen, namelijk niet bij de individuele inkomenstoeslag, het loslaten van de aanvraagdatum mogelijk blijkt te zijn. De ingangsdatum van de individuele inkomenstoeslag kan in beginsel niet vóór de meldingsdatum liggen. Alleen bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding vormen toch individuele inkomenstoeslag met terugwerkende kracht te verlenen. De aanbeveling om de vaste aanvraagdatum los te laten, is door de Rekenkamer gedaan omdat het beeld was dat een inwoner een regeling misloopt als de regeling niet op tijd wordt aangevraagd. Deze opvatting is niet juist omdat bij de meeste regelingen er een ruime tijd is om de regeling aan te vragen. Er is wel in het minimabeleid opgenomen dat er meer voorspelbaarheid en toegankelijkheid zal komen waardoor inwoners weten wat ze kunnen verwachten.

Inwoners weten hierdoor waar ze recht op hebben, wanneer zij regelingen kunnen aanvragen en of daar een bepaald periode aan verbonden is.

4

Technische vragen over lopende agendapunten 720

Aanbeveling 5. De informatievoorziening over minimaregelingen te verbeteren en daarvoor inwoners, hulpverleners en eventuele cliëntenraden actief te betrekken; In het nieuwe minimabeleid staat opgenomen dat de maatschappelijk kracht (hulpverleners, vrijwilligers, maatschappelijke organisaties etc.) wordt versterkt en de dienstverlening wordt verbeterd. Hierdoor, en ook door de vereenvoudiging van de regelingen en het systeem, weten inwoners beter op welke regelingen zij recht hebben. Aanbeveling 6. Regelmatig onderzoek te doen naar de bekendheid en doeltreffendheid van minima- en participatieregelingen (o.a. op basis van de uitkomsten van de Armoedemonitor), en naar de beleving van inwoners; In het nieuwe minimabeleid is opgenomen dat er elke vier jaar een Armoedemonitor en/of Minima Effect Rapportage zal worden uitgevoerd, elke vier jaar een Klantervaringsonderzoek zal plaatsvinden, Management rapportages (Marap) zullen jaarlijks worden opgeleverd en twee keer per jaar bijeenkomsten met maatschappelijke partners zullen plaatsvinden. Aanbeveling 7. De beleidsdoelen specifiek, meetbaar en realistisch te maken, door concrete activiteiten en indicatoren te koppelen aan elk beleidsdoel; De thema’s en uitgangspunten die zijn opgenomen in het nieuwe minimabeleid zijn vertaald naar een aantal doelen. Deze doelen worden op verschillende manieren gemonitord.

De doelen en de wijzen waarop de doelen worden gemonitord staan opgenomen in het nieuwe minimabeleid. Aanbeveling 8. Bij extern onderzoek uit te gaan van dezelfde indicatoren als in eerder extern onderzoek gebruikt zijn; Het streven is om met de implementatie van het bij toekomstig extern onderzoek om zoveel mogelijk dezelfde indicatoren te gebruiken, waarbij we streven naar consistentie en vergelijkbaarheid met interne metingen. Aanbeveling 9. Verhoging van de inkomensgrenzen te overwegen (net als andere gemeenten in Nederland) Met het minimabeleid zijn geen inkomensgrenzen verhoogd. De financiële positie van de gemeente blijft de komende jaren onzeker waardoor de minimaregelingen en de bijzondere bijstand binnen het bestaande budget moeten blijven. Binnen de bestaande budgetten is het niet mogelijk om inkomensgrenzen te verhogen als ook de doelgroep verbreden, waardoor we meer kwetsbare inwoners kunnen helpen, en het bereik willen verhogen. 5

Technische vragen over lopende agendapunten 720

Aanbeveling 10. Te werken aan een klantgerichte cultuur bij consulenten; In het minimabeleid staat opgenomen dat er meer ruimte wordt georganiseerd voor de consulenten voor het leveren van maatwerk. Aanbeveling 11. Maatwerk te verlenen voor individuele inwoners (uitgangspunt is wat een inwoner nodig heeft) In het minimabeleid staat opgenomen dat door de driestapstoets de bijzondere bijstand vaker en met meer maatwerk wordt toegekend. Verder wordt de marginale afwijking verruimd waardoor er meer maatwerk kan worden toegepast bij inwoners met inkomens net boven de vastgestelde inkomensgrens. Aanbeveling 12. Het overleg tussen inkomensconsulenten en ketenpartners voort te zetten en verbetersuggesties te benutten; aan te geven wanneer de aanbevelingen worden uitgevoerd en u op de hoogte te houden van de voortgang. In het minimabeleid staat opgenomen dat de maatschappelijk kracht wordt verstevigd en de gemeente in gesprek en verbinding blijft met de maatschappelijke partners en er minimaal twee keer per jaar een overleg zal plaatsvinden. Aanbeveling 13. Aan te geven wanneer de aanbevelingen worden uitgevoerd en u op de hoogte te houden van de voortgang. Alle aanbevelingen zijn onderzocht en de meeste aanbevelingen zijn opgenomen in het nieuwe minimabeleid en zullen worden meegenomen tijdens de implementatie van het nieuwe minimabeleid. Enkele aanbevelingen zijn niet meegenomen.

De onderbouwing hiervoor staat hierboven weergegeven. 2. Op wat voor termijn is bekend wanneer consulenten op het gemeentehuis van Voorschoten hun spreekuren voor onze bewoners houden? Een consulent op locatie kan zorgen voor snellere en persoonlijke hulp, maar dit brengt ook extra kosten en logistieke uitdagingen met zich mee. We zullen dit zorgvuldig bekijken binnen de ontwikkeling van het Regionaal Werkcentrum en het hierin meenemen. Aangezien we momenteel nog bezig zijn met de ontwikkeling, is het moeilijk om een exacte termijn aan te geven. We zullen u tijdig informeren over de voortgang en verdere stappen. 3. Kunt u een systematische opsomming geven van de maatregelen die worden genomen om ‘klantvriendelijker’ richting bewoners te zijn, inzake het Minimabeleid? De minimaregelingen sluiten meer aan bij de behoeftes van de inwoners; 6

Technische vragen over lopende agendapunten 720

-

-

-

-

Er worden regelingen gebundeld om het voor de inwoners makkelijker te maken; Een instrument zoals ’BerekenUwRecht’ wordt aangekocht en beschikbaar gesteld waardoor maatschappelijke partners en consulenten inwoners kunnen helpen meer inzicht te krijgen in waar ze recht op hebben en wordt er meer perspectief geboden; De regelingen en het systeem worden vereenvoudigd; We organiseren meer ruimte voor het leveren van maatwerk aan inwoners; De marginale afwijking wordt verruimd, waardoor inwoners ondersteund worden die net boven de grens gaan verdienen; Bij het aanvraagproces wordt beter gebruikgemaakt van de gegevens waar de gemeente over beschikt via SUWI (Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; We beperken het aantal aan te leveren documenten naar het minimaal noodzakelijke; Bij het aanvragen van een algemene uitkering worden ook de minimaregelingen betrokken, waarbij het streven is om met één aanvraagformulier te werken dat digitaal toegankelijk is; Ook voor niet-uitkeringsgerechtigden is het streven om een digitaal aanvraagproces voor minimaregelingen mogelijk te maken.

4. Op bladzijde 33 van voor de planning van 2025 staat ‘Eventuele start invoering maatwerkbudget door gemeente Voorschoten.’ Waar hangt ‘eventueel’ van af? Op wat voor termijn kan het College een definitieve uitspraak doen dat maatwerk gaat worden ingezet voor onze bewoners? Het maatwerkbudget staat opgenomen in de menukaart. De extra mogelijkheden voor het minimabeleid die in de menukaart staan opgenomen, vragen verruiming van het budget. Het is aan de raad om te besluiten, dus ook voor het maatwerkbudget, om hiervoor extra budget vrij te maken.

7

Technische vragen over lopende agendapunten 720

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=799da7e0-d889-4c40-8951-03878015ec70