Beantwoording technische vragen 670 GL over Koers voor het nieuwe minimabeleid
Tekst van het document
Technische vragen over lopende agendapunten 670
Datum
19-03-2024
Steller vragen
Paul ‘t Lam, GroenLinks
Over agendapunt
Commissie M&S 21 maart 2024
Marja Nell, GroenLinks
Koers voor het nieuwe minimabeleid
Het college wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden: Wederom wordt geconstateerd dat het bereik van de minimaregelingen in Voorschoten (te) laag is (p. 3 Evaluatie minimabeleid 2019-2022).
In de evaluatie van het bereik van de minimaregelingen kan geen vergelijking met de vorige
armoedemonitor gemaakt worden omdat de voorgaande berekeningen dateren van 2016, en op een andere wijze berekend werden dan nu, en diverse regelingen veranderd zijn (p. 8). 1/ Waarom heeft het zo lang geduurd om na 2016 de volgende armoedemonitor uit te voeren?
De vertraging tussen de armoedemonitor van 2016 en de volgende wordt veroorzaakt door verschillende factoren, waaronder capaciteitstekort, personeelsgerelateerde kwesties zoals ziekte en personeelswisselingen, evenals prioritering van urgente zaken zoals de COVID-19pandemie en beleidskwesties met betrekking tot energietoeslagen. Daarnaast speelde ook de lange doorlooptijd van het proces voor het uitvoeren van een armoedemonitor een rol. 2/ Waarom is bij deze armoedemonitor er niet voor gekozen een zodanige opzet te maken dat er een zinnige vergelijking met 2016 gemaakt kan worden?
Er zijn twee redenen waarom dit niet mogelijk was: 1. Om het bereik van de armoederegelingen te berekenen, is informatie nodig over het aantal gebruikers in zowel 2016 als 2022, per regeling (voor een aantal regelingen aanwezig). Ook is een adequate inschatting nodig van het aantal huishoudens dat in aanmerking komt voor een regeling. Om dit laatste te berekenen heeft Kwiz, het bureau dat de kwantitatieve evaluatie heeft uitgevoerd, een schattingsmodel gemaakt. Dit model was er nog niet in 2016. 2. In 2018 zijn er wijzigingen doorgevoerd in het minimabeleid, wat heeft geleid tot veranderingen in een aantal regelingen. Hierdoor zijn de regelingen in 2016 en 2022 niet meer direct vergelijkbaar. Er zijn bijvoorbeeld regelingen die inhoudelijk zijn veranderd of samengevoegd, en er zijn regelingen waarvan de voorwaarden zijn gewijzigd, waardoor een andere, vaak bredere, doelgroep ervoor in aanmerking komt. Dit maakt een vergelijking tussen de twee periodes moeilijk, omdat het zou lijken alsof men appels met peren vergelijkt. Deze armoedemonitor gaat over 2022, en is intussen ook een beetje gedateerd.
Technische vragen over lopende agendapunten 670
3/ Waarom is deze armoedemonitor niet eerder ter beschikking gesteld aan de Raad?
Het aanleveren van de data (volgens alle regels die de AVG hieraan stelt) is een onverwacht bewerkelijk proces geweest dat veel tijd heeft gekost. Ook de evaluatie zelf heeft veel tijd gekost. De eindrapportage is pas in december 2023 opgeleverd. In de armoedemonitor wordt verwezen naar het dashboard (p. 2).
4/ Kan de Raad toegang krijgen tot dit dashboard, en welke URL is daarvoor beschikbaar?
Het dashboard is niet openbaar toegankelijk: er moet op persoonsbasis toegang toe worden aangevraagd bij Kwiz. Tegelijkertijd is het dashboard niet geheim. Als de raad dit wil, is het mogelijk om een sessie te organiseren waarmee in het dashboard kan worden gekeken. De belangrijkste elementen uit het dashboard zijn verwerkt in het overkoepelende evaluatierapport. In de evaluatie van het minimabeleid 2019-2022 wordt verwezen naar de AVG als reden
waarom de kwijtscheldingsgegevens van de gemeentelijke belastingen niet zijn meegenomen in de evaluatie (p. 10). De AVG zelf bepaalt niet of iets wel of niet gebruikt mag worden, dat gaat via een interpretatie van de AVG en op basis van een toepasselijke grondslag.
5/ Wat waren de overwegingen waarom deze gegevens niet meegenomen mochten worden in de ogen van het college?
Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) heeft aangegeven dat op grond van hun Besluit gegevensverstrekking BSGR alleen geanonimiseerde gegevens aangaande kwijtschelding worden verstrekt en dus zonder het Burger Service Nummer (BSN). Dit komt doordat er in beginsel geheimhoudingsplicht rust op belastinggegevens. Deze plicht weerhoudt BSGR ervan om persoonlijke belastinggegevens aan het college te verstrekken. Dit besluit in samenhang met fiscale wetgeving biedt dus niet de ruimte om gegevens aan de gemeente te verstrekken die nodig zijn voor de armoedemonitor. De BSGR wordt niet beschouwd als een verwerker onder de AVG, maar als een zelfstandig verwerkingsverantwoordelijke. Dit houdt in dat de BSGR persoonsgegevens rechtstreeks uit de Basisregistratie Personen (BRP) ontvangt en deze gebruikt voor belastingdoeleinden. De gegevens die betrekking hebben op individuele burgers en hun verzoeken om kwijtschelding vallen onder deze belasting gerelateerde gegevens en mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt, zoals het monitoren van armoede. 6/ Waarom heeft het college niet gekozen voor een route/grondslag waarbij deze kwijtscheldingsgegevens wel gebruikt mogen worden?
Aangezien de gegevens die de gemeente nodig heeft voor de armoedemonitor niet beschikbaar zijn zonder het BSN en de BSGR deze niet verstrekt vanwege hun eigen beperkingen en interpretatie van de AVG, is het college van mening dat het gebruik van deze gegevens voor andere doeleinden dan belastingheffing niet in overeenstemming is met de geldende wet- en regelgeving, met name de AVG.
Technische vragen over lopende agendapunten 670
Ook het gebruik van een te beperkte BRP-set is een reden waarom de evaluatie van het
minimabeleid onvolledig is uitgevoerd (p. 10). Ook hier wordt de AVG gebruikt als reden.
7/ Wat waren de overwegingen van het College om deze BRP-set niet mee te nemen in de Armoedemonitor?
De BRP-gegevens waren nodig om informatie over het gebruik van persoonsgerelateerde regelingen te koppelen en deze vervolgens om te zetten naar huishoudniveau. Het proces van koppelen van datasets is altijd uitdagend. Hoe meer gegevens beschikbaar zijn, hoe waarschijnlijker het is dat koppelingen succesvol zijn. Met een beperkte BRP-set zijn er echter vaker situaties waarin het gebruik van regelingen op individueel niveau niet kan worden omgezet naar huishoudniveau, wat de basis vormde voor deze evaluatie. Kwiz vroeg om een volledige BRP-set, maar kreeg alleen de BRP-gegevens van de personen die in de bestanden voorkwamen, om het risico op datalekken te verkleinen. Er werd immers geoordeeld dat het niet proportioneel zou zijn om persoonsgegevens van alle inwoners van de gemeente te verwerken, terwijl ditzelfde doel grotendeels ook bereikt kon worden met een aanzienlijk kleinere selectie van personen uit de BRP. Overigens heeft ook Leidschendam-Voorburg en Wassenaar gekozen voor een beperkte BRP-set. 8/ Waarom heeft het college niet gekozen voor een route/grondslag waarbij deze BRP-set wel gebruikt mag worden?
Zie het antwoord op vraag 7. In de evaluatie van het minimabeleid van Leidschendam-Voorburg lijken er geen problemen
te zijn met het verkrijgen van eerdere genoemde kwijtscheldingsgegevens en volledige BRPset.
9/ Zijn de kwijtscheldingsgegevens en BRP-set van Wassenaar en/of Leidschendam-Voorburg wel meegenomen in de evaluatie van hun minimabeleid?
De kwijtscheldingsgegevens en BRP-set van Wassenaar zijn niet meegenomen in de evaluatie, omdat zij ook te maken hebben met de BSGR. In Leidschendam-Voorburg zijn de kwijtscheldingsgegevens wel meegenomen in de evaluatie, aangezien zij zelf verantwoordelijk zijn voor belastinginning als gemeente. 10/ Zo ja, waarom konden die gegevens daar wel gebruikt worden en was de AVG geen belemmering?
De gegevens van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen zijn eerder altijd in de (4 jaarlijkse) armoedemonitor betrokken. De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft voor deze armoedemonitor deze gegevens ook weer betrokken en heeft, ook in het kader van de AVG, geïnterpreteerd dat dit mogelijk was.
Toelichting (indien nodig):
Technische vragen over lopende agendapunten 670