CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen 661 PvdA Indexering gemeenschappelijke regelingen

Gemeenteraad Voorschoten 11 april 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Financiële indexatie gemeenschappelijke regelingen1.727 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten

Datum

6 maart 2024

Steller vragen

Arnold Posthuma

Over agendapunt

Indexering gemeenschappelijke regelingen Commissie B&B 4 april 2024

Ter voorbereiding op de bespreking in de commissie B&B van 4 april 2024 en in aanvulling op de antwoorden op de schriftelijke vragen van de PvdA van 6 februari 2024 leggen wij de volgende vragen ter beantwoording aan het college voor. A De werkgroep kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Het antwoord (inclusief bijlage) op onze schriftelijke vragen van 6 februari j.l. biedt enige informatie over genoemde werkgroep, maar leidt tegelijkertijd tot aanvullende vragen. Op heldere wijze wordt uiteengezet dat de definitieve hoogte (de indexering) van de loon- en prijscompensatie die een gemeente van het rijk ontvangt (septembercirculaire) afwijkt van de eerste ramingen. Na miljoenennota (t -1) vinden in meicirculaire en septembercirculaire (t) de bijstellingen plaats. Voor wat betreft de Gemeenschappelijke Regelingen is een extra complicatie dat het advies van de WKGR over toe te passen indexering in het jaar t gebaseerd is op ramingen vanuit het jaar t-2.

Vraag 1 Hanteert de werkgroep een systeem van nacalculatie bij vaststelling van het advies aan de GR’en over het te gebruiken gewogen percentage voor loon- en prijsontwikkeling? Anders gezegd, indien in het jaar t blijkt dat de definitieve compensatie x% lager is dan het (door de Gr’en opgevolgde) advies van de werkgroep, wordt dan in de berekening voor het advies voor het jaar t+2 uitgegaan van een neerwaartse bijstelling met diezelfde x%? NB: Hetzelfde geldt uiteraard als de definitieve compensatie vanuit het gemeentefonds voor loon- en prijsstijgingen in het jaar t y% hoger blijkt te zijn dan in het jaar t-2 geraamd. Antwoord: Ja, ook neerwaartse bijstellingen van loon- en prijsindexen worden vertaald naar toekomstige indexen. Dus valt een index voor bijvoorbeeld 2023 0,5% lager uit dan waar in de laatste kaderbrief van uit is gegaan, dan worden de nieuw af te geven index daarop gecorrigeerd. De werkgroep gaat daar in haar berekening steeds uit van de cijfers zoals deze in de MEV die gelijktijdig wordt opgeleverd met de septembercirculaire zijn opgenomen. Vraag 2 Uit bestudering van kaderbrieven en begrotingen van enkele GR’en in de periode 2020 -2025 is ons niet gebleken dat nacalculatie heeft plaatsgevonden.

Indien het antwoord op vraag 1 luidt dat wel nacalculatie heeft plaatsgevonden, waaruit blijkt dat dan? Antwoord: Dat blijkt uit bijlage 1 : onderdeel van de kaderbrief. Zie hieronder een voorbeeld van de bijlage 1 uit de kaderbrief voor de begroting 2022 (16 november 2020) ( Met blauw omcirkelde getallen). 1

Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten

Vraag 3 Gemeenschappelijke regelingen voeren eigenlijk gemeentelijke werkzaamheden waarvan de afzonderlijke gemeenten hebben vastgesteld dat die beter gemeenschappelijk kunnen worden uitgevoerd. Er kan dus een onderscheid worden aangebracht tussen gemeentelijke taken/werkzaamheden die door de gemeenste zelf worden uitgevoerd en die gemeentelijke taken die de gemeente uitbesteedt aan een gemeenschappelijke regeling. 3.1 Is het uitgangspunt dat gemeenschappelijke regelingen uit mogen gaan van hetzelfde indexpercentage voor respectievelijk loon- en prijsontwikkelingen als de gemeente uiteindelijk vanuit het gemeentefonds ontvangt? NB 1: Dit in de wetenschap dat het gewogen gemiddelde voor de GR’en iets afwijkt van dat waar het gemeentefonds vanuit gaat. NB 2: Dit staat los van een eventuele taken-middelen discussie die kan leiden tot extra toekenningen dan wel besparingen. 3.2 Indien het antwoord op vraag 3.1 ontkennend is (het geformuleerde uitgangspunt is niet van toepassing), welke redenering ligt hier dan aan ten grondslag? Antwoord: 3.1 Ja. De manier van indexeren is op aangeven van de WKGR in 2010 door alle college vastgesteld in een financieel kader waar de WKGR jaarlijks aan toetst. Deze 2

Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten

indexeringssystematiek is nagenoeg gelijk aan de systematiek van de indexering van het gemeentefonds. De WKGR gaat uit van de cijfers zoals opgenomen in de MEV ook voor het lopend uitkeringsjaar. Het gemeentefonds gaat uit van het CEP in het lopend uitkeringsjaar. Daarbij worden 2 percentages bepaald: een percentage voor lonen en prijzen. B De cijfers In de beantwoording op onze vragen wordt bevestigd dat de toekenning van de extra 2.2% niet voortvloeit uit de regels, maar gebaseerd is op het advies van de WKGR aan GR’en om van die regels af te wijken. Dit advies betekent een structurele extra uitgave van €106.000 voor de gemeente Voorschoten. Berekeningen van de PvdA leiden tot voorzichtige conclusie dat de extra uitgaven aanzienlijk groter zijn dan die €106.000. Hieronder treft u onze berekening aan, een toelichting hierop en enkele vragen.

2020 2021 2022 2023 2024 2025 Totaal

Gebruikte gewogen indexering door GR-en (1)

Werkelijke compensatie CEP jaar T , meicirculaire (2)

2.78 3.54 1.33 3.46 6.92 9.25

+ 2.4 % + 2,0 % + 3.7% + 4.1%

Raming miljoennota 2024 (sept. 2023 Gewogen 75% - 25%) (3)

MLT CEP 2024, van 22 februari 2024 (gewogen 75 % 25%) (4)

+ 5.9% + 4.5%

+ 5,6 % + 3.9 %

Verschil tussen gebruikte indexering (1) met werkelijke compensatie 2020-2023 (2) en raming MN 2024 /2025.(3) +0.38 % +1.54 % -2.37 % -0.64 % +1.02 % +4.75% +4.68

Verschil tussen gebruikte indexering (1) met werkelijke compensatie 2020-2023 (2) en raming MLT-CEP 2024 (5) +0.38% +1,54% -2.37% -0.64% +1.42% +5.35% +5.68%

Puntsgewijze toelichting • •

•

•

•

Kolom 1:Begrotingsjaren Kolom 2:Nagegaan is welke indexpercentages de afgelopen jaren zijn gehanteerd door de GR-en. We lazen begrotingen en kaderbrieven vanaf 2019 die ter zienswijze aan de raad zijn voorgelegd. Zeker niet allemaal, maar voldoende om het plausibel te achten dat elke GR hetzelfde percentage gebruikte. Voor het jaar 2025 hebben we het door de WKGR geadviseerde percentage van 9.25% opgenomen. Kolom 3: In het antwoord op schriftelijke vraag 4 van de PvdA van 22 januari 2024 staan voor de jaren 2020 – 2023 de percentages ‘werkelijke compensatie CEP jaar T (meicirculaire)’ voor de loon- en prijsontwikkeling. Deze percentages hebben we omgezet in een gewogen percentage gebaseerd op de verhouding 75% loonontwikkeling, 25% prijsontwikkeling (IMOC-index). Kolom 4: In de miljoenennota 2024 wordt uitgegaan van een loonvoet sector overheid van 6.7% in 2024 en van 5.3% in 2025. Voorts wordt uitgegaan van een IMOC van 3.5% in 2024 en van 2.2% in 2025. Gewogen gemiddelde bij 75% loon en 25% prijs bedraagt 5.9% in 2024 en 4.5% in 2025. Kolom 5:Deze cijfers zijn gebaseerd op de recente update MLT CEP van het Centraal Planbureau d.d. 22 3

Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten

•

februari 2024. Hierin wordt uitgegaan van loonvoet sector overheid van 6.4% in 2024 en 4.4% in 2025. Voorts wordt uitgegaan van een IMOC van 2.9% in 2024 en van 2.2% in 2025. Gewogen gemiddelde bij 75% loonontwikkeling en 25% prijsontwikkeling bedraagt dan 5.6% in 2024 en 3.9% in 2025. Kolom 6 en 7: Het verschil tussen de indexeringspercentages zoals gehanteerd door de GR’en enerzijds en de werkelijke respectievelijk (voor 2024 en 2025) geraamde percentages loon- en prijsstijgingen aan compensatie via het gemeentefonds anderzijds. Kolom 6 laat zien dat over de jaren 2020- 2025 de GR’en 4.68% meer compensatie ontvangen dan de gemeentes wanneer wordt uitgegaan van de ramingen uit de Miljoenennota 2024. In kolom 7 wordt de meest recente raming van het CPB van februari 2024 als uitgangspunt genomen, leidend tot overcompensatie van 5.68%.

Vraag 4 Zijn deze cijfers correct en zo niet, voor welke cijfers geldt dat en waarom is dat het geval. Antwoord Daar lijkt het niet op. Het percentage van 9,25 is niet de schatting die het MEV voor 2025 heeft gemaakt. In het percentage van 9,25 zijn ook de correcties uit eerdere jaren opgenomen (5,7 correctie loonindex (2022-2024) / 2,1 correctie prijsindex (2022-2024)) .

4

Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten

*) 2022 De definitieve inflatiecompensatie die via het gemeentefonds wordt gecompenseerd is gebaseerd op de CEP van het begrotingsjaar. Voor 2022 was dat CEP 2022. De WKGR hanteert voor de definitieve compensatie 2022 de bedragen uit de CEP 2023, daarin werd het percentage voor 2022 hoger vastgesteld.

Naar onze mening heeft het niet heel veel zin om verder terug te kijken dan de laatste kaderbrief de laatst vastgestelde begrotingen (2024) en laatste jaarrekeningen. De percentages die door de WKGR zijn afgegeven zijn richtinggevend. De algemeen besturen van de gemeenschappelijke regelingen hebben na zienswijze door de raden de begrotingen vastgesteld. Benadrukt moet worden dat de GR besturen een zelfstandig bestuursorgaan is dat zelfstandig besluiten neemt. De kaderbrieven zijn steeds opgesteld volgens de indexeringssystematiek die de 18 gemeenten ooit zijn overeengekomen. Alleen dit jaar wordt daar, gemotiveerd van afgeweken door ook voor 2022 extra structurele compensatie toe te kennen. Vraag 5 Indien • het antwoord op vraag 4 bevestigend is, • we beseffen dat het voor wat betreft de jaren 2024 en 2025 om ramingen gaat, en • uitgegaan wordt van de vooronderstelling dat de GR’en in hun kaderbrieven en begrotingen uit zullen gaan van een percentage voor loon- en prijsstijgingen van 5

Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten

9.25%, is dan de conclusie aannemelijk dat de gemeente Voorschoten vanaf het begrotingsjaar 2025 om en nabij de 5% structureel meer afdraagt aan de GR’en dan het zelf (cumulatief) in de periode 2020- 2025 uit het gemeentefonds ontvangt? Antwoord Het antwoord op vraag 4 was niet bevestigend. Vraag 6 Indien het antwoord op vraag 4 en 5 bevestigend is, is het dan juist dat Voorschoten in dat geval binnen de begroting niet €106.000 maar structureel ongeveer €250.000 op jaarbasis moet besparen ter dekking hiervan? Antwoord: Naar ons beeld is dat indicatief € 106.000 voor 2025 e.v. Daarbij er van uitgaande dat de verhouding loonkosten/prijzen gemiddeld bij de GR-en op 75:25 % uitkomt. Dit verschilt enorm per GR. De omvang van de taakstelling wordt pas definitief duidelijk als de begroting 2025 van de gemeenschappelijke regelingen door de AB’s zijn vastgesteld en of de conceptbegrotingen 2025 naast de indexatie nog andere mutaties bevatten. Eventueel teveel toegekende compensatie aan gemeenschappelijke regelingen in eerdere jaren (van voor 2022) maakt al onderdeel van de ramingen in onze meerjarenbegroting. De bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen zijn immers gebaseerd op de laatst vastgestelde GR-begrotingen. Dit zorgt nu niet voor een nieuw extra structureel tekort of een extra ombuigingsopgave.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=dcb15077-ee52-4c62-b420-ce913d2e499e