Beantwoording Technische vragen 657 CDA Startnotitie Ontwikkelvisie Bedrijventerreinen
Tekst van het document
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten
Datum
27 februari 2024
Steller vragen
Patricia Kortekaas
Over agendapunt
7. Startnotitie ontwikkelvisie Bedrijventerreinen
Het college wordt verzocht de volgende vragen* schriftelijk te beantwoorden:
In Bijlage 1 – Startnotitie staat op -
Blz 2 Inventarisatie 2: De huidige en toekomstige behoefte naar bedrijfsruimte wordt in kaart gebracht en daarbij wordt een relatie gelegd met de regionale behoefte, zodat we de regionale afspraken een plek geven in het opstellen van lokaal beleid. Vraag 1: Krijgen lokale (bestaande) bedrijven die bijv. verplaatst moeten worden ten faveure van woningbouw of omwille van uitbreiding voorrang ? Ja, conform de regionale bedrijventerreinenstrategie moet een gemeente bedrijven die worden uitgeplaatst eerst binnen de eigen gemeentegrenzen opvangen, daarna wordt pas gekeken in de regio. Vice versa vanuit omliggende gemeenten zal dit dezelfde werking hebben. Ook wanneer bedrijven niet gedwongen verplaatst worden, maar bijvoorbeeld door groei behoefte hebben aan extra ruimte bestaat de mogelijkheid voorrang te verlenen. Met de inventarisatie proberen we deze eventuele behoefte inzichtelijk te krijgen. -
Blz. 3 Integrale aanpak : De scope van de ontwikkelvisie bedrijventerreinen gaat primair over de ontwikkeling van vestigingsplaatsen voor (nieuwe) bedrijven en de passende invulling van de huidige bedrijvenvoorraad. Vraag 2: Wat betekent voorgesteld integrale aanpak voor de op blz. 2 vermelde 3 deelonderwerpen ( inventarisatie, ontwikkel scenario’s opstellen en m.n. duurzaamheid) in relatie tot bestaande bedrijventerreinen, worden zij door scope buiten beeld gelaten? Nee, alle op pagina 3 onder “afbakening” genoemde bedrijventerreinen worden meegenomen. Eventuele uitbreiding wordt alleen onderzocht voor de Dobbewijk. -
Blz 3 – Kaders randvoorwaarden - Uit de inventarisatie zal blijken waar de behoefte ligt en voor welke Voorschotense vraag de gemeente moet ontwikkelen. Dit nemen we mee in de ontwikkeling van scenario's voor de Dobbewijk en de mogelijkheden voor optimalisatie van de overige gebieden. Vraag 3: Wat is de rol van de gemeente bij deze ontwikkelingen? Faciliterend? Mede ontwikkelaar? - Door bijvoorbeeld inzet van openbare ruimte bij eventueel aanleg van een warmtenet of leidingen tbv het delen van opgewekte energie/ een lokaal energie coöperatie of -gemeenschap?
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten
De rol van de gemeente zal afhankelijk zijn van het onderwerp, maar ten minste kaderstellend en faciliterend. Met de eventuele oprichting van een Regionale Herontwikkelmaatschappij Bedrijventerreinen (zie ook RIA Holland Rijnland) biedt dit instrument de mogelijkheid echt gestuurd te herindelen/herontwikkelen wanneer deze wens bestaat. Blz. 4 : voormalige Mexx terrein Hierover worden gesprekken gevoerd met de eigenaar. De betreffende kavel (nu in gebruik door Nippon Express) Gelijktijdig laat hij/de eigenaar het initiatief voor een verdergaande verkenning bij de gemeente. Vraag 4: Is dit een gebruikelijke constructie? En zo ja, wiens belang dient het? In dit geval is het in het belang van de gemeente (en eventueel regio) dat deze grond zo efficiënt mogelijk wordt gebruikt, waarbij beschikbare ruimte goed benut wordt door bedrijvigheid wat ook past binnen de Voorschotense maat en behoeften en bijvoorbeeld ook werkgelegenheid oplevert. In de inventarisatie nemen we de belangen of wensen van de grondeigenaar ook serieus mee. Omdat de gemeente nu initiatief neemt met het uitwerken van een ontwikkelvisie bedrijventerreinen is deze constructie ontstaan. Dit is niet per definitie gebruikelijk of ongebruikelijk.
Vraag 5: Waarom wordt niet gekozen om de ondernemers ( vereniging) te betrekken bij de startnotitie? De startnotitie schetst het proces en de kaders, na vaststelling worden de ondernemers in verschillende gremia juist expliciet betrokken. Vanaf bladzijde 6 van de startnotitie staat het participatieproces beschreven. Met betrekking tot de Dobbewijk is eerder al oriënterend gesproken met de BIZ-Dobbewijk. Belangrijk is dat ook andere stakeholders, zoals direct omwonenden worden meegenomen. Vraag 6: Komt er bij Fase 3, zoals die vermeld is op blz. 6, een uitvoeringsparagraaf bij met planning en financiële aspecten? Zo nee, waarom niet? Waar mogelijk ja. In fase drie proberen we zo concreet mogelijk te zijn, en helder vervolgstappen weer te geven. Hier bestaat wel enige afhankelijkheid van ontwikkelingen in de regio, zoals bijvoorbeeld het oprichten van de eerder genoemde Rhom. Op blz. 6 staat onder Participatietraject: de input halen we in verschillende participatierondes op en per ronde kan het participatieniveau verschillen doordat de samenstelling van de groep participanten kan verschillen. Vraag 7:
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten
Hoe voorkomt men bij het hanteren van verschillende participatieniveau’s het gevoel van willekeur? Wordt er vooraf a.d.h.v. de participatieladder een duidelijke participatietraject omschrijving opgesteld met daarbij een duidelijke rol voor de ondernemers? Ja, zie ook paragraaf participatie. We zullen met name peilen wat de behoefte is per bedrijventerrein van de stakeholders, dit zal ook per stakeholder en bedrijventerrein verschillen. We zullen zorgvuldig hiermee te werk gaan. Onder “participatie vragen” - onderaan blz. 6 – wordt alleen behoefte aan ruimte geïnventariseerd. Vraag 8: Waarom wordt hierbij niet gevraagd naar behoefte aan optimalisatie, waardoor inzichtelijk wordt welke bedrijven het beste waar kan/wil, of uitplaatsing of herverdeling een optie is? Daar wordt met name wel naar gekeken. Blz. 7 – Participatieronde 2 – Toetsing Daarna vragen we de regionale stakeholders en overige stakeholders naar hun reactie. Vraag 9: Op welke wijze vindt dit plaats? Wordt dit middels het indienen van zienswijze die ook ter beschikking worden gesteld aan de raad? De regionale stakeholders worden via ‘meedenksessies’ betrokken. In deze ‘meedenksessies’ worden meningen geïnventariseerd. Bij de tweede ronde is de raad heel nadrukkelijk betrokken. Zo worden de resultaten van de ‘meedenksessies’ meegenomen in de concept kaderstellende notitie. Dit concept wordt met de raad besproken.
Vraag 10: Herhaalde lezing van de startnotitie geeft de indruk dat de startnotitie (vooral) geschreven is vanuit perspectief voor en van de Dobbewijk. Klopt dit? En zo ja, is er een relatie, direct of indirect, met de regionale investeringsagenda? De Dobbewijk is in dit kader een belangrijk en in het oog springend gebied. Een gebied dat hiermee (extra) aandacht verdiend. Ook andere gebieden worden nader onderzocht. Er zijn meerdere relaties te benoemen met de RIA. De meest concrete is de oprichting van een Rhom. Hier zal in de RIA nog meer uitwerking voor nodig zijn. Toelichting (indien nodig):