Beantwoording Technische vragen 654 CDA Integraal Waterketenprogramma 2024-2028
Tekst van het document
654 Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten
Datum
7 februari 2024
Steller vragen
Helma van der Wende, CDA
Over agendapunt
Integraal Waterketenprogramma 2024-2028
Het college wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:
1 In het IWKP is enerzijds sprake van onttrekking van water door Dunea ten behoeve van de drinkwatervoorziening in de duinen en anderzijds, met betrekking tot dat zelfde water (De Vliet) van een riooloverstort. •
Betreft de riooloverstort alleen hemelwaterafvoer (HWA) of niet?
•
Indien het niet alleen HWA betreft, is er bij de overstort een voorzuivering wenselijk dan wel mogelijk om het vervuilen van oppervlaktewater met onder andere E-coli bacteriën (d.m.v. fecaliën) en medicijnen tegen te gaan?
•
Indien het niet alleen HWA betreft, is het drinkwater dan uiteindelijk wel veilig?
Antwoord 1: Bij hevige regenval is de capaciteit van de waterzuivering van het Hoogheemraadschap onvoldoende om het afvalwater te verwerken. Hiervoor zijn overstorten aangelegd in het rioolstelsel, zodat afvalwater dat niet door het rioolsysteem kan worden verwerkt, op het oppervlakte water wordt geloosd. (en niet in de woningen) Overstorten zijn daarom noodzakelijk in het rioolsysteem. Een riooloverstort heeft betrekking op afvalwater en hemelwater. In een deel van de gemeente ligt een gemengd riool waardoor afvalwater en hemelwater gemengd worden afgevoerd. Het afkoppelen van het hemelwater is daarom in het IWKp opgenomen. Dit zorgt ervoor dat het riool wordt ontlast en er minder overstorten plaatsvinden. Het zuiveren van water tot drinkwater is een procedé dat door het waterleidingbedrijf wordt uitgevoerd en die de kwaliteit daarvan waarborgt. De functie van een riooloverstort is het overtollige water zo snel mogelijk te lozen. Het is daarom niet mogelijk dit water eerst te zuiveren. Het drinkwater van Voorschoten is niet afkomstig vanuit de Vliet. Het Hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. Voor het ontlasten van overstorten, bijvoorbeeld aan de Krimkade, wordt door het Hoogheemraadschap een overstort gerealiseerd aan de Korte Vliet.
Het afvalwater dat bij hevige regenval via de overstort op het oppervlaktewater wordt geloosd wordt in dit boezemwater meer verdund dan aan de Krimkade en is daarom een geschiktere locatie. 2. In het IWKP is sprake van een persleiding. a. Betreft dit een persleiding die rioolwater aanvoert naar de AWZI?
654 Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten
b. Zo ja, gaat de leiding ook onder de Vliet door naar de AWZI? c. Zo nee, is al bekend wat dit betekent mbt een toename van de hoeveelheid rioolwater wat via de overstort in het openbare water terecht komt. – graag een berekening die dit onderbouwt behorend bij de diverse type buien zoals vermeld in het IWKP. Antwoord 2: a. Het betreft een persleiding waar de wijken van Voorschoten op aansluiten en eindigt in het afnamepunt van het Hoogheemraadschap aan de Korte Vliet. b. Nee, afnamepunt ligt aan de zijde van Voorschoten aan de Korte Vliet. c.
Het effect van overstort Korte Vliet is in een modelberekening uitgevoerd waarbij ook andere maatregelen zijn doorgerekend. Uiteindelijk betekent dit een reductie in de hoeveelheid overstorten.
3. Er staat in het Integraal Waterketenprogramma (IWKP) dat bij actuele projecten wordt gewerkt met de eisen die in de Hemelwaterverordening in het klimaatadaptiebeleid staan en worden de eisen van het nieuwe IWKP waar mogelijk toegepast. Dat laatste klinkt nogal zacht. •
Is het IWKP bindend voor derden?
•
Is het wenselijk om onderdelen uit het IWKP wel bindend voor derden te maken?
Antwoord 3: Het IWKp is niet bindend voor derden. Het verplicht afkoppelen van gebouwen zou voor het rioolsysteem wenselijk zijn. Verplicht afkoppelen voor nieuwbouw is al een wettelijke eis sinds 2008. Overige eisen staan in de hemelwaterverordening en het huidige klimaatadaptatiebeleid. Infiltreren van hemelwater is niet altijd mogelijk door de samenstelling van de grond en de hoogte van de grondwaterstand. Daarom zijn sommige eisen, “indien mogelijk”. 4. In beslispunt 5 wordt besloten tot het instellen van een bestemmingsreserve Riolering. Volgens artikel 11 lid 2 van de Financiële Verordening van de gemeente wordt bij het instellen van een bestemmingsreserve minimaal aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. de voeding van de reserve; c. de maximale hoogte van de reserve; d. de functie van de reserve; e. de maximale looptijd;
654 Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten
•
Is beslispunt 5 in overeenstemming met de Financiële verordening?
•
Zo nee, wordt er nog een apart besluit voor het instellen van deze bestemmingsreserve aangeleverd voor de raad?
Antwoord 4: Het klopt dat in het raadsvoorstel het doel en gebruiksregels opgenomen moeten worden. Het raadsvoorstel zal hierop worden aangepast met het verzoek het aangepaste voorstel ter besluitvorming in de gemeenteraad te behandelen. Beslispunt 5 wordt dan als volgt geformuleerd: 5.
Een bestemmingsreserve Riolering in te stellen en het doel en gebruiksregels als volgt vast te stellen:
a. Doel: Reserve voor de kosten van onderhoud en vervanging van het riool. b. Stortingen: Overboeking vanuit de voorziening riolering. c. Maximale hoogte: Niet van toepassing. d. Functie van de reserve: Voor het verwerken van onvoorziene overschotten en tekorten op de rioolexploitatie wordt een bestemmingsreserve riolering ingesteld (efficiency en aanbestedingsvoordeel). Hiermee blijven ook deze middelen behouden voor gemeentelijke watertaken, wat in lijn is met het “bestemmingsprincipe”. e. Maximale looptijd: Onbepaald. Ja, instellen van de reserve is in overeenstemming met de financiële verordening.