Beantwoording technische vragen 641 GL SP PvdA RKC onderzoek minimabeleid
Tekst van het document
641 Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten
Datum
11-01-2024
Steller vragen
Paul ‘t Lam, GroenLinks Erik Maassen, SP
Rachèl van Hellemondt, PvdA Over agendapunt
Onderzoeksrapport Rekenkamercommissie minimabeleid
Het college wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden: In het Rekenkamercommissie onderzoeksrapport over het minimabeleid komt de GroenLinks fractie een aantal teksten tegen die nadere uitleg wenselijk maken. Hieronder hebben we deze in vragen vertaald en tevens enkele gerelateerde vragen opgenomen:
In de begeleidende brief van de RKC wordt op pagina 3 bij aanbeveling 6 de Armoedemonitor genoemd. Ook in het Purpose rapport wordt de Armoedemonitor genoemd op onder andere p. 14. (“Gebruik de uitkomsten van de Armoedemonitor (2023) als externe sturingsinformatie”)
1. Kan de Raad de beschikking krijgen over deze armoedemonitor?
Antwoord: Eind november 2023 is de armoedemonitor opgeleverd door het onderzoeksbureau. Dit in de vorm van een armoededashboard en een duidingsrapport. Het dashboard en het duidingsrapport zijn geanalyseerd en worden samen met andere onderzoeken gebundeld in een rapport ‘evaluatie beleid minimaregelingen 2019-2022’. Dit rapport en de onderliggende stukken zullen samen met een ‘koersbrief minimabeleid’ in het eerste kwartaal 2024 aan uw raad worden aangeboden. 2. Waarom is deze armoedemonitor niet eerder naar de Raad gestuurd?
Antwoord: De evaluatie is pas recent, eind november 2023, door het onderzoeksbureau voor een eerste lezing opgeleverd. De armoedemonitor werd later gepubliceerd vanwege moeilijkheden bij het veilig versleutelen van gegevens. Het proces nam extra tijd in beslag vanwege de zorgvuldige aanpak om de privacy te waarborgen en de gegevens veilig te houden. De armoedemonitor wordt elke vier jaar uitgevoerd lees ik in het rapport. Op de website van Voorschoten kan ik alleen de armoedemonitor van 2012 vinden. Via iBabs zie ik vermelding van de armoedemonitor 2016 (in sommige informatiebrieven wordt 2017 genoemd), maar
kan ik de armoedemonitor zelf niet vinden. Ik lees ook in een enkele informatiebrief dat er in 2021 een armoedemonitor gaat komen, maar heb deze nergens getraceerd. Ik vermoed intussen dat de armoedemonitor 2021 er nooit gekomen is.
3. Klopt het dat de Armoedemonitor van 2016 de meest recente armoedemonitor van Voorschoten is en kan deze armoedemonitor ook ter beschikking komen van de Raad?
641 Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten
Antwoord: De armoedemonitor van 2016 is de laatst beschikbare monitor voor Voorschoten. Deze is bijgevoegd als onderdeel van de reactie op deze technische vragen. De geplande update in 2020 (niet 2021) is uitgesteld vanwege corona. Op p. 34 van het Purpose rapport staan cijfers over het minimabudget van de vier gemeenten. 4. Waarom is het budget van Voorschoten sinds 2018 jaarlijks gedaald? Loopt de armoede in Voorschoten terug?
Antwoord: De budgetten in het rapport betreffen de ramingen, niet de realisatie. De bedragen zijn niet de raming uit de primitieve begroting maar het resultaat na bijstelling in de najaarsnota van het betreffende jaar. In de najaarsnota worden de budgetten bijgesteld op basis van het te verwachten resultaat aan het einde van het jaar. De daling van 2020 naar 2021 wordt voor ruim 50% verklaard door afname van het gebruik van de gemeentepolis. De afname van uitgaven voor het minimabeleid heeft deels te maken met positieve zaken, zoals meer banen en een groeiende economie, waardoor minder mensen bijstand nodig hebben. Ook hebben maatregelen om de koopkracht te versterken en extra steun voor Stichting Leergeld geholpen om de financiele situatie van huishoudens te verbeteren. Tegelijkertijd speelt de nasleep van de toeslagenaffaire nog een rol. Dit heeft nog steeds invloed op het vertrouwen in de overheid. 5. Wat wordt er uit dit budget betaald?
Antwoord: De uitgaven betreffen de lasten voor verschillende voorzieningen in het kader van het minimabeleid, zoals de regeling maatschappelijke participatie, individuele inkomenstoeslag, bewindvoering, etc. en de lasten voor de premies van de gemeentepolis. Tijdelijke regelingen zoals de TONK (in het kader van corona) of de energietoeslag zijn hierin niet meegenomen. Ook de lasten voor trajecten op het gebied van schuldhulpverlening maken hier geen onderdeel van uit. 6. Is deze verlaging bewust of veroorzaakt door onder uitputting?
Antwoord: Zie ook het antwoord op vraag 4. De budgetten zijn bijgesteld op basis van de verwachtte uitputting aan het einde van het jaar. Als de prognose lager lag dan de raming, werd de begroting naar beneden bijgesteld. In het onderzoeksrapport staat op pagina 8 dat relatief vaak, eens per twee jaar, kwantitatief onderzoek gedaan wordt naar het minimabeleid.
7. Wat is het meest recente kwantitatieve onderzoek over het Voorschotense minimabeleid en waar kunnen we deze vinden?
Antwoord: De uitvoeringsorganisatie stelt elk half jaar een rapportage op waarin verslag gedaan wordt van de voortgang in de geleverde prestaties. In deze managementrapportage
641 Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten
zijn cijfers opgenomen op het terrein van werk & inkomen, minimaregelingen en schuldhulpverlening. Gemeentelijk noodfonds:
8. Klopt het dat Voorschoten het gemeentelijk noodfonds van € 100.000 ondergebracht heeft bij SUN?
Antwoord: De €100.000 is (nog) niet bestemd voor een gemeentelijk noodfonds, omdat Stichting Urgente Noden (SUN) in Voorschoten al voorziet in diverse vormen van noodhulp. SUN biedt ondersteuning aan mensen in acute financiele noodsituaties, gefinancierd door donaties van diverse particuliere fondsen op lokaal, regionaal en nationaal niveau. De gemeente Voorschoten draagt bij aan de bureau- en kantoorkosten, een vereiste van de particuliere fondsen. Deze financiele bijdrage wordt bepaald op basis van het aantal hulpverzoeken, waarbij de cijfers van 2022 als referentie dienen voor 2024 (t-2). Deze aanpak geldt voor alle SUN-kantoren in Nederland. 9. Wat zijn de afspraken die hierover gemaakt zijn? Is de gemeente nog steeds leidend bij het besteden van deze gelden?
Antwoord: zie het antwoord op vraag 8. 10. Is er al geld besteed uit het gemeentelijk noodfonds van € 100.000?
Antwoord: zie het antwoord op vraag 8. Bij de najaarsnota is de onttrekking uit de reserve teruggedraaid, waardoor de volledige €100.000 nog in de reserve beschikbaar is. 11. Wie moet de aanvraag doen voor het gemeentelijk noodfonds? Voorschoten voor Elkaar of de inwoner? En mocht dit via Voorschoten voor Elkaar lopen, zijn de medewerkers hiervan op de hoogte?
Antwoord: SUN behandelt alleen aanvragen van professionele hulpverleners, zoals Vluchtelingenwerk en Voorschoten voor Elkaar. Hoewel zij op de hoogte zijn gebracht van deze mogelijkheid, blijven we continue werken aan bewustwording en informatieverstrekking. Zowel SUN als de gemeente zetten zich actief in om professionals aan te moedigen gebruik te maken van de diensten van SUN ter ondersteuning van inwoners in financiële noodsituaties. Het is niet vereist dat de hulpverlenende instantie gevestigd is in Voorschoten; de woonplaats van de persoon is leidend. 12. Klopt het dat de aanvraag voor het noodfonds pas, of alleen, kan worden gedaan
nadat een aanvraag voor bijzondere bijstand is afgewezen? Met andere woorden, is een afwijzing bijzondere bijstand een voorwaarde voor het kunnen aanvragen van gelden uit het noodfonds?
Antwoord: Een afwijzing voor bijzondere bijstand is geen voorwaarde om een aanvraag in te dienen bij het noodhulpbureau van SUN. Bijzondere bijstand wordt beschouwd als een
641 Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten
voorliggende voorziening voor SUN. Als deze standaard hulpverlening niet beschikbaar is, niet adequaat is of niet tijdig een oplossing biedt, zal SUN kijken naar de specifieke situatie. Bij de vorige verandering van verzekeraar voor de gemeentepolis raakten we daar tamelijk
veel verzekerde inwoners kwijt, en nu lezen wij dat er nog steeds veel mensen geen gebruik
maken van de gemeentepolis. Het RKC rapport stelt op pagina 7 dat dit komt door de keuze voor één aanbieder in plaats van twee. 13. Is deze conclusie herkenbaar?
Antwoord: Tot een paar jaar geleden was keuzevrijheid belangrijk voor gemeenten, maar door minimale verschillen in premies en voorwaarden tussen verzekeraars met gemeentepolissen is de keuze nu beperkter. Hierdoor is het voor inwoners lastig om de juiste polis te kiezen. Voor een gemeente heeft samenwerken met één verzekeraar het voordeel om samen te werken op het gebied van preventie (zoals gezondheid en schulden), wat het verschil kan maken. Als er twee verzekeraars betrokken zijn, dan zijn ze vaak minder bereid om extra inspanningen te leveren. Bij de vorige overstap verloor de gemeente mogelijk verzekerden vanwege de voorkeur voor Zorg en Zekerheid, door tevredenheid over dekking, service en bestaande relaties. Sinds dit jaar zijn we als Voorschoten terug bij Zorg en Zekerheid voor de gemeentepolis, versterkt door het regionale karakter en vertrouwen in deze verzekeraar. 14. Heeft Voorschoten ooit meerdere aanbieders voor de gemeentepolis gehad en wat is de overweging geweest om daarvan af te stappen?
Antwoord: ja Menzis en Zorg en Zekerheid. Leidschendam-Voorburg heeft in de vorige ronde gekozen om een formele aanbesteding in te zetten (conform de aanbestedingswet) en aan de hand van het bestek en de toegekende punten heeft Menzis de aanbesteding gewonnen. Voorschoten ging hier automatisch in mee. 15. Kan aangegeven worden hoeveel mensen er gebruik maakten van de gemeentepolis van 2018 t/m 2023, en hoeveel mensen er gebruik (hadden) kunnen maken van de gemeentepolis in die jaren?
Antwoord: zie hieronder
Alle verzekerden inclusief kinderen <18 jaar
641 Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten
Alleen de 18+ verzekerden
* Aangeven wat van toepassing is. Toelichting (indien nodig):
641 Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten
Toelichting schriftelijk indienen van vragen om inlichtingen.
Ieder raadslid heeft het recht om vragen te stellen aan het college en de burgemeester. Het college en
de burgemeester hebben namelijk een zgn. informatieplicht, zowel actief als passief. Dat is geregeld in de Gemeentewet, artikelen 155, 169 en 180.
Dit betekent niet dat het college en de burgemeester verplicht zijn alle gevraagde informatie te geven. De informatie moet nodig zijn om de raad in staat te stellen zijn taak uit te oefenen.
De wijze van het stellen vragen en de wijze van beantwoorden vereisen een zekere discipline. Enerzijds is het verstandig goed na te denken wat wel of niet wordt gevraagd, want elke vraag genereert werk en daarmee kostbare tijd. Anderzijds moeten het college en de burgemeester verstandig omgaan met de beantwoording, door snel en adequaat te reageren.
Om het proces van vragen stellen en beantwoorden in goede banen te leiden zijn voor de verschillende soorten schriftelijke vragen zgn. formats ontwikkeld. De bedoeling daarvan is dat op de juiste wijze wordt voorgesorteerd en dus niet verschillende soorten vragen en onderwerpen door elkaar gaan lopen. Door de ingediende vragen te registeren per format is er ook een betere regie op de beantwoording.
In de praktijk wordt onderscheid gemaakt tussen:
1. vragen die bedoeld zijn om nadere uitleg/informatie te verkrijgen over agendapunten (meestal raadsvoorstellen) in een aanstaande commissie- of raadsvergadering en:
2. vragen die daar los van staan, vooral politiek-inhoudelijk. 3. Een aparte categorie vormen de verzoeken om informatie zoals bedoeld in de Verordening op de ambtelijke bestand. Het gaat dan om feitelijke informatie van geringe omvang en om documenten die reeds openbaar en dus beschikbaar zijn.
Voor deze drie soorten vragen kennen we drie formats, t.w. resp.:
1. Het format technisch-informatieve vragen over lopende agendapunten 2. Het format schriftelijke vragen o.g.v. artikel 39 Regelement van Orde.
641 Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten
3. Het format vragen op grond van de Verordening ambtelijke bijstand c.a.
Voor het indienen van vragen moet altijd een format worden gebruikt. Alle vragen moeten bij de griffie worden ingediend. Deze zorgt voor doorgeleiding naar het juiste orgaan.