Beantwoording technische vragen 612 PvdA over reguliere herziening APV - messenverbod
Tekst van het document
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 612
Datum
20 september 2023
Steller vragen
Arnold Posthuma
Over agendapunt
Cie B&B 21 september 2023, ag.punt 14: Reguliere herziening APV Messenverbod Het college wordt verzocht de volgende vraag/vragen* schriftelijk te beantwoorden:
1. Bij Artikel 2.50a ‘Verbod messen en andere steekwapens’: Waarom wordt er bij lid 2 verwezen naar de wet ‘Wapens en Munitie’? Is dat geen overbodige en daarmee onnodige toevoeging, die tevens verwarring schept voor de politie of opsporingsambtenaar? 2. Waarom is er in de APV niet gekozen voor het aanwijzen van gebieden (of zelfs het hele dorp) voor het messenverbod, zoals in andere gemeenten ook gebeurt? 3. Wanneer denkt het College deze bevoegdheid nodig te hebben en in te zetten? * Aangeven wat van toepassing is.
Toelichting (indien nodig): 1. In de APV mogen geen onderwerpen worden geregeld die al in een hogere regeling zijn opgenomen. De verwijzing naar de Wet wapens en munitie dient dus ter afbakening. Voor de opsporingsambtenaren schept dit geen verwarring. Zij zijn op de hoogte van de inhoud van de Wet wapen en munitie. 2. Net als elders in het land is gekozen voor een aanwijzingsbesluit. Met het aanwijzingsbesluit kan op een snelle en eenvoudige manier maatwerk worden geleverd. Als ontwikkelingen in een deel van Voorschoten daartoe aanleiding geven, kan de burgemeester voor dat gebied het messenverbod activeren. Het inspelen op actuele ontwikkelingen is lastiger en tijdrovender als gebieden in de APV zijn opgenomen (dan is immers wijziging van de APV nodig). 3. De landelijke trend is dat het aantal incidenten (onder jongeren) met messen toeneemt. Steeds meer gemeenten nemen daarom een dergelijke bepaling op in hun APV. Artikel 2:50a APV wordt uit voorzorg in de APV Voorschoten opgenomen. Dit maakt bestuursrechtelijke handhaving mogelijk.
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 612