Beantwoording technische vragen 517 D66 over zienswijze Regionale Woonagenda en huisvestingsverordening HR
Tekst van het document
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 517
Datum
7-2-2023
Steller vragen
Jolien Schroot – D66
Over agendapunt
Cie WRG 9 feb. 2023, ag.punt 4; Zienswijze Regionale Woonagenda - en Huisvestingsverordening Holland Rijnland
Het college wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden : Naar aanleiding van mediaberichten dat een ontwikkelaar plannen heeft voor het bebouwen van het land van Rodenburg en wellicht zijn er ander ontwikkelplannen waar de Raad nog geen informatie over heeft ontvangen. Op grond van o.a. deze voorliggende regionale woonagenda, vigerend beleid, aankomend beleid zoals de gemeentelijke woonvisie die voor Q4 23 staat gepland worden de percentages sociale huur, middenhuur, goedkope koop en vrije sector en de looptijden daarvan vastgesteld voor deze ontwikkelplannen 1. a) Wanneer (in het proces) gebeurt dit? b) Kan iemand aanspraak maken op het vigerende beleid terwijl de gemeente/regio in een transitieperiode naar nieuw beleid verkeert? Graag een toelichting. Antwoord 1a: Met de vaststelling van de Regionale Woonagenda committeren gemeenten zich eraan om de nieuwe percentages per 2025 op te nemen in alle woningbouwplannen. Echter weten we nu al welke percentages vereist zijn, dus bij nieuwe ontwikkelingen wordt al voorgesorteerd op de nieuwe programmering. Antwoord 1b: Ja, formeel kan er aanspraak gedaan worden op het vigerende beleid, echter is het aan de gemeente(raad) om ruimtelijke kaders vast te stellen met gewenste percentages en kan/mag zij dus afwijken van het op dat moment vigerend beleid met oog op toekomstig beleid. 2.
Naast een capaciteitsprobleem voor elektriciteit en infra, liggen er ook vraagstukken voor voldoende rioolwaterzuivering en drinkwater. a) Wat is de reden dat deze niet zijn opgenomen in deze woonvisie? b) Hebben deze water capaciteit vraagstukken invloed op de daadwerkelijke realisatie? Graag een toelichting. c) Zo ja hoe worden deze opgaven opgepakt en aangepakt door in HR verband om vertraging in de realisatie van nieuwbouw zoveel als mogelijk is te voorkomen? Of staan we daar als gemeenten zelf voor? Antwoord 2a: De woonagenda richt zich specifiek op de visie rondom de gewenste woningbouwprogrammering en de huisvesting van (specifieke) doelgroepen. Randvoorwaarden voor bouw, zoals watercapaciteit e.d. worden altijd meegenomen als voorbereidingen voor de daadwerkelijke bouw. B: Op dit moment is er net aan voldoende rioolwaterzuivering en drinkwater. Bij nieuwbouw kunnen we daar waarschijnlijk ook aan voldoen. Indien er mogelijk problemen optreden in de toekomst dan moeten er nieuwe waterwingebieden en drinkwaterputten komen. Hier voert het college in februari gesprekken over met Dunea om potentiële nieuwe putten te aan te boren.
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 517
C: Vanuit de Realisatieagenda wordt er in regio een ‘Versnellingstafel’ opgericht, waarbij gemeenten met provincie en Rijk in gesprek kunnen wanneer blijkt dat realisatie van de plannen stagneert. 3. N.a.v. de groene tabel op pag. 9. Hoe borgt HR gesteggel van gemeenten over wanneer in het proces precies de percentages definitief worden vastgelegd? En nagekomen. Antwoord 3; in de Regionale Woonagenda wordt afgesproken dat gemeenten per 2025 alle percentages hanteren bij de nieuwbouwprogrammering. De afspraken uit de Regionale Woonagenda worden jaarlijks gemonitord door Holland Rijnland. 4. N.a.v. de groene tabel op pag. 15. Gelden de bij afspraak 9 genoemde termijnen voor iedereen (dus niet uitsluitend de corporaties). En mag dat wettelijk gezien? En hoe wordt dat gehandhaafd? Antwoord 4: ervan uitgaande dat u doelt op de instandhoudingstermijnen (afspraak 9, pag. 12); deze instandhoudingstermijnen legt de gemeente vast in haar doelgroepenverordening. Dit is een publiekrechtelijk instrument en daarmee bindend voor alle partijen. Op dit moment zijn de instandhoudingstermijnen belegd in de Bro (Besluit ruimtelijke ordening), welke komt te vervallen wanneer de Omgevingswet in werking treedt. 5. Bijlage 4 de zienswijzebrief. Citaat ‘Daarnaast stelt de gemeente Voorschoten voor om flexibel om te gaan met de 130% plancapaciteit.
Zij stelt voor hier een bandbreedte in aan te houden tot maximaal 150%.’ Waar staat de onderbouwing hiervoor? Antwoord 5: de reden dat er een bandbreedte wordt voorgesteld is omdat er meer plannen kunnen afvallen van 130% naar 100%. 6. Onder het kopje lokaal maatwerk in de zienswijzebrief staat een tekst die verduidelijking behoeft. Wordt hier gesuggereerd dat Voorschoten voorstander is van 50% lokaal maatwerk? Wanneer heeft de Raad hier toe besloten of ligt dit nu ter besluitvorming voor? Antwoord 6: in het coalitieakkoord is aangegeven dat de inzet van lokaal maatwerk voor eigen inwoners voorkeur heeft. Er is nog geen besluit genomen over eventueel uitbreiden van lokaal maatwerk, dit hangt af van de vaststelling van de nieuwe Huisvestingswet. Met die reden is het opgenomen in de zienswijze. Toelichting (indien nodig):