Beantwoording technische vragen 464 PvdA over het AB huis.docx
Tekst van het document
Schriftelijke vragen ex Artikel 39 Reglement van Orde gemeenteraad Voorschoten
Datum Nummer vraag
wo 9 februari 2022 464 (technische vragen)
Datum verzending Behandelaar
Ons zaaknummer
Z/18/024375/289180
Portefeuillehouder Bijlage
Onderwerp
Ambachts- en Baljuwhuis
T. Hoefnagels/J. van Ginneken Wethouder Spil 0
Geachte Raad, Door de PVDA-fractie zijn op maandag 7 februari 2022 vragen gesteld met betrekking tot Ambachts- en Baljuwhuis. De beantwoording van deze vragen treft u hieronder aan. Ter voorbereiding op de bespreking over het raadsvoorstel Z/18/024375 Verkoopproces AB huis op 10 februari 2022 legt de PvdA de volgende vragen aan u voor. Met deze vragen beoogt onze fractie mogelijke interpretatieverschillen naar aanleiding van uw raadsvoorstel weg te nemen met het oog op ordentelijke besluitvorming. Onze vragen richten zich op de (onderlinge) positie van 1)belangstellende kopers, 2) de beoogd koper, 3) het college i.c. de portefeuillehouder en 4) de raad. Belangstellende kopers. Op bladzijde 1 onder kernboodschap schrijft het college dat hij heeft vastgesteld dat het verkoopproces niet op voldoende zorgvuldige en transparante wijze heeft plaatsgevonden. Vraag 1. Is de toezegging van de wethouder (blz 2 5e streepje) ‘dat zij na de raadsvergadering en nadat alle commotie (persaandacht) was afgelopen, samen met Boris Bayer Beheer wil kijken naar de mogelijke gezamenlijke koop …etc’ één van de redenen waarom het college heeft vastgesteld dat het verkoopproces niet op voldoende zorgvuldige en transparante wijze heeft plaatsgevonden’? Kan het college het antwoord Ja dan wel Nee van een nadere toelichting voorzien. Antwoord 1. Ja.
Doordat de wethouder het genoemd heeft, heeft er feitelijk een wijziging van de rechtsbetrekking tussen de gemeente Voorschoten en Boris Bayer Beheer plaatsgevonden nog voordat de koopovereenkomst definitief tot stand is gekomen en is uitgevoerd. Beoogd koper Vraag 2. Wat is de juridische relevantie en betekenis van de mededeling van Boris Bayer Beheer op 23 september 2021 dat hij de koopovereenkomst op 10 september 2021 onder protest heeft getekend? Antwoord 2. De mededeling van Boris Bayer Beheer heeft geen juridische relevantie. De betekenis van de gedane mededeling is dat Boris Bayer Beheer voornemens was om het eigenaarschap van het Ambachts- en Baljuwhuis te delen met zijn vader. Dit is in strijd met zijn bieding. In eerste instantie is dit door de gemeente afgewezen. Het had Boris Bayer Beheer vrij gestaan niet te tekenen indien hij het niet eens was met de koopovereenkomst of zijn bieding niet gestand wilde doen. Nu hij toch getekend heeft, heeft hij ingestemd met de voorwaarden van de koopovereenkomst.
Pagina 1 van 3
Het college schrijft dat op basis van ander verkregen inlichtingen aannemelijk is dat Boris Bayer Beheer ‘niet overeenkomstig de gedane bieding de koopovereenkomst zal kunnen uitvoeren’. Vraag 3. Indien het aannemelijk wordt gedacht dat Boris Bayer Beheer de door hem op 10 september 2021 ondertekende overeenkomst niet overeenkomstig de gedane bieding zal kunnen uitvoeren, waarom wordt de raad dan het voorliggende voorstel voorgelegd? Anders gezegd, indien de koper de contractueel vastgelegde verplichtingen niet kan nakomen, biedt dat dan niet voldoende mogelijkheden om de koopovereenkomst direct nietig te verklaren? Indien het antwoord op de laatste vraag negatief is, wil het college dit dan toelichten. Antwoord 3. Op grond van artikel 26.4, onder ii, van de koopovereenkomst moet uw raad nog goedkeuring geven alvorens de koopovereenkomst daadwerkelijk tot stand komt. Er is derhalve op dit moment geen sprake van het nietig verklaren van de koopovereenkomst, omdat de koopovereenkomst nog geen formele rechtskracht heeft verkregen. Het college is voornemens de verkoopprocedure te stoppen. Het college is bevoegd om een dergelijke beslissing te nemen.
Op grond van artikel 169, vierde lid, van de Gemeentewet en de Tweede Wijziging Financiële Verordening Voorschoten 2018 bestaat de verplichting alvorens een dergelijke beslissing te nemen, de wensen en bedenkingenprocedure te doorlopen. Daarvoor dient het voorliggende raadsvoorstel. Vraag 4. Vanaf welke datum is er een aanvraag voor een Bibob-toets naar de koper Boris Bayer Beheer gedaan. Antwoord 4. Het onderzoek is gestart na het besluit van de raad van 7 oktober. College i.c. portefeuillehouder In uw voorstel staat dat de wethouder op 23 september heeft aangegeven ‘dat zij na de raadsvergadering (PvdA: op 6 oktober) en nadat alle commotie (persaandacht) was afgelopen, samen met Boris Bayer Beheer wil kijken naar de mogelijkheden van een gezamenlijke koop van Boris Bayer Beheer en de vader van de aandeelhouder van Boris Bayer Beheer’. Vraag 5. Wat is in de Adviesnota aan de Raad de relevantie van de passage op bladzijde twee 4e streepje “… na de raadsvergadering en nadat alle commotie “(persaandacht) was afgelopen….? “ Antwoord 5. Doordat de wethouder het genoemd heeft is er sprake van gedeeltelijke vervreemding van het ABhuis na het formeel rechtskracht krijgen van de koopovereenkomst, in strijd met de koopovereenkomst. Vraag 6. Wat is de formele betekenis van deze toezegging voor het ordentelijk verloop van het verkoopproces na publicatie van het biedboek? Antwoord 6.
De toezegging heeft als gevolg dat er feitelijk een wijziging van de rechtsbetrekking tussen de gemeente Voorschoten en Boris Bayer Beheer heeft plaatsgevonden nog voordat de koopovereenkomst definitief tot stand is gekomen en is uitgevoerd. De gemeente Voorschoten handelt hiermee in strijd met het gelijkheids- en transparantiebeginsel. Dit is in artikel 3:14, van het Burgerlijk Wetboek verboden. Gemeenteraad Bij de behandeling van het voorstel op 7 oktober 2021 heeft het college i.c. de portefeuillehouder de raad niet geïnformeerd over het feit dat de beoogd koper had kenbaar gemaakt de verkoopovereenkomst samen met de vader van de aandeelhouder van Boris Bayer Beheer te willen tekenen. Ook is de raad niet geïnformeerd over de toezegging van de wethouder op 23 september 2021.
Pagina 2 van 3
Vraag 7. Waarom is deze informatie bij de behandeling van het voorstel op 7 oktober 2021 niet gedeeld met de raad? Antwoord 7. De wethouder was in de veronderstelling dat na het tekenen van de koopovereenkomst, de gesprekken niet meer juridisch relevant waren. Nu blijkt achteraf dat dit element wel van belang is. Deze kennis was er niet op het moment dat de wethouder de raad informeerde op 7 oktober 2021. Zodra de wethouder zich bewust was van deze omissie heeft zij direct de raad geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
A. R. de Graaf, gemeentesecretaris
drs. N. Stemerdink, burgemeester
Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.
Pagina 3 van 3