Beantwoording technische vragen 457 CDA over Beeldkwaliteitsplan Starrenburg III.docx
Tekst van het document
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 457
Datum
11 januari 2022
Steller vragen Bremmer/Kortekaas Onderwerp
Commisie WRG, 13.1.2022, agendapunt 5. Beeldkwaliteitsplan Starrenburg III
De CDA-fractie heeft de volgende vragen i.v.m. agendapunt 5. Beeldkwaliteitsplan Starrenburg III
1.Wat is precies de status van een Beeldkwaliteitsplan (BKP). Het BKP is het document waar de welstandcommissie een omgevingsvergunning op toets. 1.1.Is de constatering juist dat een BKP geen juridische status heeft en puur een “beleidsdocument” is? ja 1. 2.Wat is de relatie ervan tot het nog vast te stellen Stedenbouwkundig Plan (SBP) en uiteindelijk het Bestemmingsplan (BP)? Omdat we bij STB-III te maken hebben met een Uitwerkingsplan (bevoegdheid college) wordt het BKP nu aan de raad voorgelegd. Meestal is het BKP een bijlage bij het vast te stellen bestemmingsplan. 1.3.Kan een BKP of SBP afwijken van een eerder vast gesteld BP? Voor deze nieuwe ontwikkeling STB-III vormen juist het Beeldkwaliteitsplan en Stedenbouwkundig Plan input voor het Uitwerkingsplan, conform de uitwerkingsverplichting in het vastgestelde bestemmingsplan. Binnen de mogelijkheden die het bestemmingsplan/ uitwerkingsplan aangeven, is afwijken mogelijk. 1.4. Bij welke van deze drie plannen is sprake van naar burgers toe bindende werking? Een bestemmingsplan (en uitwerkingsplan) hebben naar burgers toe een bindende werking. Voor beide geldt: 1) een ontwerp wordt ter visie gelegd 2) zienswijze kunnen worden gegeven 3) besluit vaststelling en 4) eventueel bezwaar op het besluit. Bij het vaststellen van een bestemmingsplan is gemeenteraad bevoegd.
Bij het vaststellen van het Uitwerkingsplan is college van B&W bevoegd. Het Stedenbouwkundig Plan wordt met inbreng van burgers tot stand gebracht. 1.5 Wat is precies de bevoegdheid van de gemeenteraad bij elke van deze plannen En wat die van het College bij deze plannen? Zoals omschreven in het raadsvoorstel (RV): “Het vaststellen van kaders is voorbehouden aan de gemeenteraad en dat is de reden dat dit Beeldkwaliteitsplan Starrenburg-III nu voor ligt. Bij de verdere planontwikkeling kan met deze kaders rekening worden gehouden. Besluitvorming over het uitwerken van het bestemmingsplan ligt bij het college van B&W. Net zoals het vaststellen van Stedenbouwkundig Plan. Voor het afsluiten van de 1
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 457
anterieure overeenkomst, worden de financiële gevolgen tijdig voorgelegd aan de gemeenteraad, alvorens een collegebesluit plaatsvindt.” 2.Als het BKP eenmaal is vastgesteld, welke mogelijkheden hebben bewoners van de aangrenzende wijk Starrenburg II nog t.a.v. eventuele bezwaren die zij na vaststelling van het BKP behouden? Zoals in het RV omschreven: “Met de bewoners is afgesproken dat zodra de verschillende onderzoeken bijgewerkt zijn er opnieuw met een concept Stedenbouwkundig Plan naar de buurt gegaan wordt. In lijn met de bovengenoemde afspraak zal in het eerste kwartaal 2022 een nieuwe bewonersbijeenkomst worden georganiseerd. Daarin is ruimte om de opbrengsten uit de eerdere participatie te delen en de laatste stand van zaken met betrekking tot de planvorming te bespreken.” 3. De afgelopen jaren is in contacten - en voorlichting en trainingen- met de gemeenteraad benadrukt al zoveel mogelijk te gaan werken in de geest van en te anticiperen op de nieuwe Omgevingswet. 3.a.Waarom bij dit voorstel dan nu ineens afwijken van de lijn, “al zoveel mogelijk anticiperen op de nieuwe omgevingswet, zoals onder het kopje Risico’s in het RV weergegeven? Nog steeds handelen we zo veel mogelijk in de geest van de nieuwe omgevingswet, waarbij participatie een grote rol speelt.
Dat we nu deze besluitvorming neerleggen, heeft te maken met een risico voor mogelijke uitloop op de planning als het gaat om de realisatie van het Uitwerkingsplan (bevoegdheid college B&W). Als de lopende onderzoeken van de ontwikkelaar voorspoedig lopen, is de mogelijkheid om vóór het inwerking treden van de omgevingswet de juiste besluitvorming te nemen, conform het huidige bestemmingsplan, scheelt dat behoorlijk in tijd. 3.b.Wat is het verschil precies in huidige regelgeving en toekomstige van de Omgevingswet terzake bevoegdheden van het College? Deze vraag is erg breed, aangezien er heel veel veranderd met de komst van de Omgevingswet. Dit wordt per onderwerp met de raad besproken. Zo is vorig jaar door de raad het generiek delegatiebesluit (10 juni 2021) genomen. De huidige situatie is dat wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten in het bestemmingsplan wordt opgenomen waar de raad het college de bevoegdheid/plicht geeft om dat deel van het plan te wijzigen of uit te werken. Na het in werking treden van de Omgevingswet komt dit te vervallen. Het generiek delegatiebesluit maakt het mogelijk om de huidige situatie voort te zetten in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Een besluit over een volledig uitwerkingsplan valt buiten deze regeling en valt dan ook, na in werking treden Omgevingswet, onder de bevoegdheid van de gemeenteraad.
4.In eerdere inspraakronden, dan wel informatieavonden over Starrenburg III is door omwonenden gewezen op verkeersaspecten als ontsluiting van de nieuwe wijk, implicaties ervan voor StB II etc. (zie ook pg. 22,23 BKP) 4.1. Hoe verhouden zich verkeersmaatregelen en -besluiten tot het vast te stellen BKP? M.a.w. wat is de juridische relatie, wat zijn de juridische gevolgen cq implicaties voor het vast te stellen BKP op toekomstige Verkeerscirculatieplan en Verkeersbesluiten? Er is geen relatie tussen het vast te stellen BKP en de nog op te stellen Verkeersbesluiten die mogelijk kunnen afwijken van het BKP. 2
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 457
4.2.In welke mate beperkt een vastgesteld BKP de mogelijkheden voor inwoners om invloed uit te oefenen op een toekomstig Verkeerscirculatieplan en een Verkeersbesluit Het BKP gaat niet over de definitieve verkeersinrichting. Met burgers en ontwikkelaar is afgesproken met de bewonersgroepen (die specifieke verkeer gerelateerde vragen hebben gesteld) een separaat overleg te voeren zodra het aangepaste verkeersrapport gereed is. Daarna zal het aangepaste concept Stedenbouwkundig Plan weer aan geïnteresseerde getoond worden. 5.Betekent het terugbrengen van het aantal wijkontsluitingen, t.o.v. eerdere plannen van vier naar twee, geen aanzienlijke extra verkeersbelasting voor de wijk STB II? De proefverkaveling gaat uit van een drietal ontsluitingen, namelijk Vogelkerslaan, Zuiderzichtlaan en Hofvliet. De primaire ontsluiting voor STB-III is de Zuiderzichtlaan, deze is ook ontworpen op toekomstige uitbreiding. De verkeersintensiteiten zullen toenemen maar blijven acceptabel voor het soort weg dat de Zuiderzichtlaan is. In de aanpassingen van het lopende verkeersrapport zal ingegaan worden op de zorgen van de omwonenden en helderheid gegeven worden over toekomstige verkeersveiligheid. Een klein deel van STB-III dat volgens de proefverkaveling voor gemotoriseerd verkeer niet is verbonden met de rest van de ontwikkeling wordt via de Vogelkerslaan ontsloten.
Ook zal een deel gebruik kunnen maken van de Hofvliet (stadszijde). De verwachting is dat dit beperkt zal zijn omdat voor het merendeel van het verkeer de Veurseweg meest relevant is. De Hofvliet is daar geen logische verbinding voor. 5.1.Berust dit voornemen op een gehouden verkeersonderzoek? Zie antwoord bij 5. 5.2. Is cq wordt er voldoende rekening gehouden met de bouw van STB III van “de verkeersimplicaties” voor STB II en STB I., temeer nog nu lijkt te worden uitgegaan van een hoger autobezit (cq hogere parkeernorm) dan in eerdere fase plannen? Daarbij speelt nog extra dat delen van STBII onder ernstige verzakkingen te lijden hebben, zoals in de nabije omgeving van bv. de Hofvliet. Bij de eerste ontwikkelplannen voor STB-II en III samen is altijd uitgegaan van één wijkontsluitingsweg, voor beide gebieden. Deze weg is de Starrenburglaan / Middelgeestlaan. De (hoofd)ontsluiting van STB-III via de Zuiderzichtlaan en in mindere mate de Hofvliet en de Vogelkerslaan, volgen dit ontwerp. 5.3. De Hofvliet heeft verder een functie als waterkering ter voorkoming van wateroverlast elders in Starrenburg. Is het Hoogheemraadschap van Rijnland advies gevraagd cq betrokken geweest bij het voorzien van mogelijke effecten van de verbinding van Hofvliet met de nieuwe wijk STB III. Hoogheemraadschap wordt altijd betrokken bij dit soort planontwikkelingen en ook in dit geval.
6.Het voorgestelde BKP lijkt op een aantal punten aanzienlijk af te wijken van het eerdere BKP van einde jaren ’90 vorige eeuw voor zowel STB II als STB III, bijv terzake boskavels, niet doorlopen van “,de diagonaal”. Meerdere duurdere woningen aan het water. 6.1. Wat is de motivering van deze “andere, afwijkende invullingen” Het Ontwikkelingsdocument Starrenburg III van 13 maart 2018 is door het college van B&W vastgesteld. Hierin wordt verwezen naar de Welstandsnota 2008 als het vigerende kader. 3
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 457
Zoals in het raadsvoorstel onder 1.2 gesteld biedt deze nota te weinig houvast. Daarom is op basis van de proefverkaveling een BKP opgesteld als actueel toetsingskader. Deze proefverkaveling past bij de huidige tijd. Zo is de keuze van het eerder beëindigen van de diagonaal gemaakt, zodat het historische pad van de Veurseweg naar de monumentale boerderij gelegen in het open veld behouden blijft. 7. Gelet op eerdere recente ervaring bij nieuwbouw-wijk in Voorschoten: hoe kunnen de prijzen van de voorgenomen te bouwen woningen “beheersbaar”worden gehouden? In de raadsinformatiebrief van 4 oktober jl. staan indicatief de laatste gegevens over de voorgenomen verkoopprijzen. De prijzen van de vrije sector worden, rekening houdend met bouwkosten en marktwerking, bepaald door de ontwikkelaar. De gemeente heeft geen middelen om hierop te sturen. Wel zijn afspraken gemaakt over % sociale koop-en huurwoningen.
Toelichting schriftelijk indienen van vragen om inlichtingen. Ieder raadslid heeft het recht om vragen te stellen aan het college en de burgemeester. Het college en de burgemeester hebben namelijk een zgn. informatieplicht, zowel actief als passief. Dat is geregeld in de Gemeentewet, artikelen 155, 169 en 180.
Dit betekent niet dat het college en de burgemeester verplicht zijn alle gevraagde informatie te geven. De informatie moet nodig zijn om de raad in staat te stellen zijn taak uit te oefenen.
De wijze van het stellen vragen en de wijze van beantwoorden vereisen een zekere
discipline. Enerzijds is het verstandig goed na te denken wat wel of niet wordt gevraagd,
want elke vraag genereert werk en daarmee kostbare tijd. Anderzijds moeten het college en de burgemeester verstandig omgaan met de beantwoording, door snel en adequaat te reageren.
Om het proces van vragen stellen en beantwoorden in goede banen te leiden zijn voor de
verschillende soorten schriftelijke vragen zgn. formats ontwikkeld. De bedoeling daarvan is dat op de juiste wijze wordt voorgesorteerd en dus niet verschillende soorten vragen en
onderwerpen door elkaar gaan lopen. Door de ingediende vragen te registeren per format is er ook een betere regie op de beantwoording.
In de praktijk wordt onderscheid gemaakt tussen: 1.
vragen die bedoeld zijn om nadere uitleg/informatie te verkrijgen over
agendapunten (meestal raadsvoorstellen) in een aanstaande commissie- of raadsvergadering en: 2.
vragen die daar los van staan, vooral politiek-inhoudelijk.
4
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 457
3. Een aparte categorie vormen de verzoeken om informatie zoals bedoeld in de Verordening op de ambtelijke bestand. Het gaat dan om feitelijke informatie van geringe omvang en om documenten die reeds openbaar en dus beschikbaar zijn. Voor deze drie soorten vragen kennen we drie formats, t.w. resp.:
1. Het format technisch-informatieve vragen over lopende agendapunten 2. Het format schriftelijke vragen o.g.v. artikel 39 Regelement van Orde.
3. Het format vragen op grond van de Verordening ambtelijke bijstand c.a. Voor het indienen van vragen moet altijd een format worden gebruikt. Alle vragen moeten bij de griffie worden ingediend. Deze zorgt voor doorgeleiding naar het juiste orgaan.
5