Beantwoording technische vragen 432 en 435 over programmabegroting 2022 Voorschoten.pdf
Tekst van het document
Format schriftelijke vragen bij de programmabegroting 2022 Nr.
blznr. Programmabegroting
College
Programma
Taakveld
Onderwerp
Fractie
Naam vraagnr. vragensteller Fractie
Vraag
Beantwoording
1
Cramwinckel
20
Diversen
Allen
Investeringsruimte
VVD
Katrien van Meenen
1
Omdat deze 15,1 miljoen investeringsruimte nog niet concreet is ingevuld zijn de daaruit Hierbij moet u denken aan mogelijke investeringen op het gebied van het MFA, IHP, voortvloeiende bedragen nog niet in de voorliggende meerjarenbegroting verwerkt. huisvesting ambtelijke organisatie en andere beleidsterreinen. Investeringsbedragen naast die Graag een overzicht met investeringen die de komende 10 jaar zullen concurreren om de van het MFA ad € 4,6 mljoen zijn hiervan nog niet bekend. beschikbare investeringsruimte met daarbij schattingen van bedragen.
2
Cramwinckel/ Stemerdink
38
0 Bestuur en ondersteuning
0.4
Overhead
VVD
Katrien van Meenen
2
Bij taakveld 0.4 nemen de baten t.o.v. de begroting 2021 voor het jaar 2022 toe van 20 De toename van de lasten betreft de verwachte kostentoename a.g.v. het volledig opnemen naar 2019 en de lasten nemen in 2022 toe van 8240 naar 10.427. Graag toelichting op van de kosten voor het onderdeel MO. De toename van de baten betreft de doorbelasting van deze toename. Is dit het gevolg van de DVO met Wassenaar? Graag meer informatie kosten van MO aan de gemeente Wassenaar. over deze DVO structuur en bijbehorende kosten
3
Spil
96-99
7 Volksgezondheid en milieu
7.4
Energiestrategie
PvdA
Ad de Graaf
1
Het pva Lokale energiestrategie bevat geen (meer)jarenbegroting 2022 en verder. A) welke budgetten zijn in de meerjarenbegroting 2022 opgenomen voor de uitvoering van het plan van aanpak? B) Is het juist dat in de meerjarenbegroting is uitgegaan van een afname van het beschikbaar budget voor uitgaven behorend tot het programma 7.4 (milieubeheer) van k 1.343 in 2021 en k 901 in 2022 naar k 668 in 2025? C) Zijn er andere begrotingsposten waarin budget is opgenomen voor de het beleidsterrein dat wordt beschreven in de Visieop Energie en Klimaat, welke zijn dat en welk budget is daarvoor begroot?
A) In de meerjarenbegroting is voor 2022 en 2023, 150 k opgenomen voor de uitvoering RES 1.0 en voorbereiding RES 2.0. B) Ja, dat klopt. We gaan er van uit dat het rijk nog komt met extra middelen voor klimaat. C) De raad heeft bij de Visie Energie en Klimaat, 100 k structureel beschikbaar gesteld voor klimaatadaptatie, overige milieukwaliteiten en duurzaamheid.
4
Spil
5
Diversen
Diversen
Verduurzaming bouw/ PvdA burgerparticipatie
Ad de Graaf
2
Op blz 5 schrijft het college dat verduurzaming voor bestaande bouw is besproken met de eigenaren en bewoners en dat alle nieuwe projecten duurzaam moeten zijn , halve oplossingen worden niet geaccepteerd. A) Met welk deel van alle eigenaren en bewoners in Voorschoten is voor bestaande bouw gesproken met de eigenaren en bewoners? B) Over welke instrumenten beschikt het college om invulling te geven aan de toezegging dat halve oplossingen niet worden geaccepteerd? Hoe kunnen 'hele oplossingen 'worden afgedwongen?
A) De tekst is overdrachtelijk gesteld. We benaderen inwoners gericht per brief zoals over zonnepanelen en energiebesparing (RREW). Met groepen bewoners hebben we contact in de participatie trajecten. De energiecoaches hebben nauw contact met inwoners waar een warmtescan wordt afgenomen. B) Halve oplossingen zijn bijvoorbeeld goedkope isolatie waarbij te weinig isolatiemateriaal wordt aangebracht. Bij nieuwbouwvergunningen schrijven we Bijna Energie Neutraal voor (niveau Bouwbesluit).
5
De Bruijn
64 e.v. en 182
5 Sport, cultuur en recreatie
5.3
Cultuur
PvdA
Ad de Graaf
3
A) Het college wordt verzocht om een financiële meerjarenreeks met de uitgaven behorend tot taakveld 5.3 over de periode 2017 - 2022. B) Welk deel van het bedrag van k 93 onder thema 3 op blz 182 (subsidies) is beschikbaar voor cultuur? Maakt dit bedrag onderdeel uit van het bedrag zoals genoemd onder taakveld 5.3 of is dit bedrag aanvullend?
A)
6
De Bruijn
89
6 Sociaal Domein
Diversen
Jeugd
PvdA
Ad de Graaf
4
7
Cramwinckel
108
0 Bestuur en ondersteuning
Diversen
Lokale lastendruk
PvdA
Ad de Graaf
5
Op blz 108 staat dat de lokale lastendruk in reële termen gelijk blijft. Dit is een uitspraak De lokale lastendruk blijft gelijk, er is geen onderscheid in inkomensgroepen. De lokale op macro-niveau. Is dit ook het geval voor verschillende delen van de Voorchotense heffingen zijn niet gebaseerd op inkomen en/of vermogen, inkomenspolitiek is slechts bevolking? Anders gezegd, blijft de lokale lastendruk voor elk huishouden in reële voorbehouden aan het Rijk. Het opleggen van, bijvoorbeeld, OZB, Afval en riool is niet termen gelijk en is er geen verschil tussen bijvoorbeeld de lagere en de hogere inkomensafhankelijk (dit is ook niet bekend), het betreft hier een objectieve belastingheffing. inkomensgroepen, huurders of eigenaren van een eigen woning? Indien die verschillen optreden, wil het college dat dan in kwantitatieve zin toelcihten.
8
Cramwinckel
181
Diversen
Diversen
Afschrijvingslasten
PvdA
Ad de Graaf
6
Tijdens tafeltjesavond is vastgesteld dat er fouten zijn geslopen in de tabel op blz 181. Het college wordt verzocht een gecorrigeerde tabel te presenteren waarbij tevens uitgegaan wordt van het bestaande beleid met betrekking tot de toegestane toename van de jaarlijkse afschrijvingslast.
In de huidige tabel zijn in de jaarschijf 2023 onterecht de investeringsbedragen voor het IHP en gemeentewerf opgenomen. De telling was overigens wel juist. In de bijlage is de juiste tabel opgenomen. Het bestaande beleid is zoals de tabel in de begroting 2022, net zoals deze in de begroting 2019 t/m 2021 is gepresenteerd. In de cie p&c is aangegeven dat er geen cumulatieve afschrijvingslast gehanteerd zou mogen worden. Dit zou wel betekenen dat de huidige meerjaren investeringsbegroting (net als in de begroting 2019 t/m 2021) niet aan deze norm zou voldoen.
9
Cramwinckel
169
0 Bestuur en ondersteuning
0.4
Ontvlechting WODV
PvdA
Ad de Graaf
7
De provincie vroeg in de toezichtsbrief van april 2021 om in de begroting 2022 de ontvlechting van de werkorganisatie in cijfers zichtbaar te maken. Waar zien wij in de begroting 2022 dat dit advies is opgevolgd?
In Programma 0 Bestuur en Ondersteuning wordt voor het jaar 2022 het restant, te weten € 425.000 uit de reserve Ontvlechting onttrokken ter dekking van reorganisatielasten. Daarnaast is in de Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing een risico opgenomen genaamd "Structurele meerkosten als gevolg van de ontvlechting van de WODV", zie pagina 117 en 121.
10
Cramwinckel/ Spil
93 en 112
7 Volksgezondheid en milieu
7.2 & 7.3
afvalstoffen- en rioolheffing
PvdA
Marjolijn Eshuis
8
De stijging van de lokale lasten met 17,1% in 2022 komt vooral door de stijging rioolen afvalstoffenheffing. Hoe ziet het college het perspectief voor wat betreft de stijging van de lokale lasten voor de jaren daarna, gegeven de ambitie om het aantal kg afval en restafval, de komende jaren behoorlijk te reduceren?
De genoemde stijging betreft enkel de afvalstoffenheffing, rioolheffing stijgt (afzonderlijk) nagenoeg niet (€ 0,48). Het aangenomen grondstoffenplan, van 7 oktober 2021, geeft een doorkijk naar de ambitie met betrekking tot (verwachte) reducering afval met hieraan gerelateerd de tarieven afvalstoffenheffing.
11
Spil
47
2 Verkeer en Vervoer Verkeer
Verkeersveiligheid
PvdA
Marjolijn Eshuis
9
Het komend jaar worden de fietsknelpunten uit het plan van aanpak fietsveiligheid In het landelijk beleid zijn we bezig met een mobiliteitstransitie. Dit betekend dat we mensen verder aangepakt, waarvoor middelen zijn gereserveerd. Is het college bereid een start meer gebruik willen laten maken van andere mobiliteiten dan de auto. Zo stimuleren we te maken en middelen te reserveren om de komende jaren toe te werken naar meer voetgangers, fietsers en openbaar vervoer. Dit landelijk beleid voeren we ook in Voorschoten. ruimte voor de fiets, naar Voorschoten als fietsgemeente 2025? Dit gezien 1) de Gezien de financiële mogelijkheden binnen Voorschoten werken we op creatieve manieren om toenemende verkeersdrukte, die verder toeneemt door woningbouw in de voetgangers, fietsers en OV te stimuleren. We proberen werk met werk te maken. Dus wanneer gemeente/regio, en de negatieve effecten van die toenemende verkeersdrukte op er een geplande rioleringswerk of een herbestrating is, dan proberen we bijvoorbeeld met inwoners en bedrijven; 2) de verkeersveiligheid van 'kwetsbare verkeersdeelnemers subsidie van provincie of het Rijk de fiets nog meer te stimuleren binnen een project.
Het waaronder kinderen en ouderen; 3) de opgave voor CO-2 reductie en verbetering van de stimuleren van fiets vraagt naast de keuzes door de ambtenaren ook keuzes van burgers en de luchtkwaliteit; 4) de opgave in het Gezondheidsbeleid Voorschoten 2020-2022 politiek. Dit vraagt om anders denken, door niet altijd de auto op nummer één te zetten maar (bewegen). eerst de voetganger en fietser op nummer één te zetten. Het toewerken een prettige en veilige omgeving om te wonen en werken is voor ons een doel, het toewerken naar fietsstad 2025 is dit niet. Bij nieuwbouwlocaties en herbestratingsprogramma’s moeten trottoirs en fietspaden daarom voldoende breed gemaakt worden volgens de huidige normen. Dit kan vervolgens betekenen dat het parkeren van auto’s dan een opgave kan worden. We kunnen de openbare ruimte immers maar één maar vergeven. Dit is een mobiliteitskeuze waarbij we de gemeenteraad ook nodig hebben om hierin succesvol te zijn.
2017: € 253.000 2018: € 296.000 2019: € 264.000 2020: € 282.000 2021: dit jaar is nog niet afgerond. De raming bedraagt € 246.000. 2022: vanzelfsprekend zijn er in 2022 nog geen uitgaven gedaan. De raming bedraagt € 175.000 B) van de € 93.000 staat € 56.000 geraamd op taakveld 5.3 van cultuur. C) Het bedrag van € 56.000 is onderdeel van de raming van taakveld 5.3, zoals weergegeven op 69 amendement van de begroting. Diteriseen dusbesparing niet aanvullend. Op blz 89 wordt een specificatie gegeven van het financiële voordeel van k272 bij Op pagina basis van 125 is in de begroting verwerkt van € 332.000 op taakvelden 6.72 en 6.92. Is er in de begroting nog een extra financiële taakstelling op de de lasten voor jeugdhulp. Naast deze besparing is er geen verdere taakstelling opgenomen. De jeugdzorg opgenomen bovenop de besparing jeugdhulp die het gevolg is van lagere lasten in 2022 ten opzichte van 2021 zijn te verklaren door hogere incidentele lasten in amendement 125 (besparing jeugdhulp k 273)? 2021, bijvoorbeeld voor het omklappen van het sociaal domein.
Format schriftelijke vragen bij de programmabegroting 2022 Nr.
College
blznr. Programmabegroting
Programma
Taakveld
Onderwerp
Fractie
Naam vraagnr. vragensteller Fractie
Vraag
Beantwoording
12
Spil
94 e.v.
7 Volksgezondheid en milieu
7.4
energiearmoede
PvdA
Ad de Graaf
10
In Nederland leven volgens TNO ongeveer 550.000 huishoudens in energiearmoede. Nee, die voornemens staan er niet in. Bevat de begroting 2022 gerichte voornemens dan wel inititieven om huishoudens in Voorschoten met hoge energiekosten, woonachtig in een huis dat niet goed geïsoleerd is en een laag inkomen hebben (definitie TNO energiearmoede) financieel dan wel anderszins te ondersteunen?
13
Spil
Nvt
7 Volksgezondheid en milieu
7.4
kosten verduurzaming PvdA
Ad de Graaf
11
Volgens TNO blijkt dat bijna de helft van alle huishoudens (48%) in een slecht of matig geïsoleerd huis woont maar daar zelfstandig niet iets aan kan doen. Het betreft zowel huurders die voor verduurzaming afhankelijk zijn van de verhuurder als eigenaren van huizen met een relatief lage energetische kwaliteit die het geld niet hebben om daar in te investeren. Bevat de begroting 2022 specifieke (en nieuwe) beleidsvoornemens die ten doel hebben om het beleid meer te focussen op bedoelde groepen?
Nee, ook niet.
14
Cramwinckel
133 e.v.
Diversen
Diversen
Paragraaf financiering PvdA
Arnold Posthuma 12
Dank voor de heldere uiteenzetting van deze paragraaf. De schuldquote van de gemeente Voorschoten groeit de komende jaren sterk, tot 81,6% in 2030. Naast de vervangingsinvesteringen, kunnen we tot 2030 15,1 miljoen investeren. Wat betekent dit voor de ambities van de gemeente op het gebied van bijvoorbeeld woningbouw, duurzaamheid, MFA etc. Beperkt de groeiende schuldquote deze ambities van de gemeente voor de komende jaren?
De netto schuldquote kan beperkend werken, echter is dit niet het getal waar op gestuurd wordt. Leidend is namelijk het schuldenplafond van € 53 miljoen. Zolang de nieuwe investeringen hieronder blijven kunnen deze doorgang vinden. Het schuldenplafond is wel een harde grens die niet overschreden mag worden en deze werkt dus wel beperkend. Dat de schuldquote groeit is enerzijds een gevolg van de groei van de benutte ruimte onder het schuldenplafond en anderzijds een gevolg van het feit de begroting in totaliteit is toegenomen. Wanneer de schuldquote als kader wordt gehanteerd in plaats van het schuldenplafond dan leidt dit tot meer investeringsruimte.
15
De Bruijn
56
6 Sociaal Domein
6.3
financiele zelfredzaamheid
D66
Jolien Schroot
1
Hoe voorkomen we diepere financiele problemen voorkwetsbare groepen als gevolg van de snelle stijging van de energieprijzen? Bij kwetsbare groepen denken wij aan ondernemers die de gevolgen nog voelen van de pandemie-sluiting èn aan mensen die in de schulden zitten, onder andere door de toeslagenaffaire.
Naast het reguliere armoedebeleid en de intensivering om de Corona-gevolgen te verlichten, is het Rijk nu bezig om een compensatieregeling op te tuigen voor de stijgende energiekosten.
16
De Bruijn
63
5 Sport, cultuur en recreatie
5.1
Sportaccomodaties
D66
Esther Mieremet
2
De metingen van niet-sporters van 2020 ontbreken, laatste meting is 2016. Er staat echter 'de volgende meting is in 2020'. Zijn deze gegevens beschikbaar?
Helaas zijn deze nog niet beschikbaar. De bron, waarstaatjegemeente.nl, toont helaas nog de oude gegevens van het CBS/GGD/RIVM. Via het sportakkoord wordt er actief gestuurd op versterking van de sport in Voorschoten en dus stimulering van sportdeelname.
17
De Bruijn
72
6 Sociaal Domein
6.1
Samenkracht
D66
Esther Mieremet
3
Op basis waarvan wordt bepaald dat langer thuiswonen budget van 2021 incidenteel is? Wat zijn de redenen aan te nemen dat dit niet ook in 2022 zou moeten gebeuren?
18
De Bruijn
89
6 Sociaal Domein
6.3
Inkomensregelingen
D66
Esther Mieremet
4
Waarom is project suicidiepreventie incidenteel. Is dit project niet elk jaar van toepassing?
In de kadernota 2019 is het voorstel gedaan tot een incidenteel budget voor Langer thuis wonen. Bij vaststellen van de Begroting 2019 is dit budget door uw raad toegekend voor de periode 2019-2021. Het uitgangspunt was dat de extra maatregelen die destijds werden voorgesteld incidenteel van aard waren en vervolgens in de reguliere uitvoering worden opgenomen. Het uitgangspunt was dat de extra maatregelen die destijds werden voorgesteld incidenteel van aard waren en vervolgens in de reguliere uitvoering worden opgenomen. Suicidepreventie is dus een incidenteel project, maar de bewustwording bij gemeente en partijen in het veld zorgt voor borging van deze kennis.
19
De Bruijn
89
6 Sociaal Domein
6.6
Maatwerkvoorzieninge D66 n
Esther Mieremet
5
Op grond waarvan wordt aangenomen dat extra capaciteit niet ook in 2022 nodig is?
Bij de kadernota is een voorstel gedaan tot capaciteitsuitbreiding voor de afdeling Mens en Samenleving, en deze is in de begroting verwerkt. Deze lasten staan in 2022 op taakveld 6.71, en niet op taakveld 6.6. Er is in de begroting 2022 dus wel ruimte voor extra capaciteit.
20
Cramwinckel
140
Diversen
Diversen
Huisvesting/ MFA
CDA
M. van Oostrum
1
Waarom wordt (de besluitvorming omtrent de) nieuwe ambtelijke huisvesting niet geintegreerd met de MFA? Gaan aldus synergievoordelen zo niet verloren ?
De raad heeft in december 2020 besloten, na afweging van verschillinde varianten, variant 1 uit te werken tot een definitief ontwerp. Bij variant 1 wordt geen rekening gehouden met de ambtelijke huisvesting. Dit is een aparte opgaven zoals vermeld op pagina 140.
21
Cramwinckel
172
5 Sport, cultuur en recreatie
Diversen
Nieuw beleid
CDA
M. van Oostrum
2
Uit overzicht 'nieuw beleid ' blijft dat er dekking voor de MFA in de begroting is opgenomen. Is de financiering van de MFA - vreemd vermogen - ook in de begroting meegenomen ? Zo nee, waarom niet ?
22
Cramwinckel
181
Diversen
Diversen
Kapitaallasten
CDA
M. van Oostrum
3
in de tabel op blz 181 lijkt de sommatie van cijfers niet juist te zijn weergegeven. Klopt dat ? Kan uw college een nieuwe tabel met de juiste sommatie aanleveren?
De norm voor de MFA was dat een MFA niet tot meer lasten mag leiden. Of deze lasten door huur of afschrijving ontstaan is niet als normering meegegeven. Hierdoor is er ook geen rekening gehouden met een eventueel noodzakelijke investering met bijbehorende financiering. De financiering van deze investering wordt verwerkt in de begroting wanneer deze definitief bekend zijn.
23
Cramwinckel
181
Diversen
Diversen
Kapitaallasten
CDA
M. van Oostrum
4
In de (tabel) investeringsplanning op blz. 181 staat bij IHP, jaar 2023, een kapitaallasten Er is een afschrijvingstermijn van 40 jaar gehanteerd. van 37.5k. Correspondeert dit met een investering van 1.500 k ?
24
Cramwinckel
181
Diversen
Diversen
Kapitaallasten
CDA
M. van Oostrum
5
25
Cramwinckel
181
Diversen
Diversen
Kapitaallasten
CDA
M. van Oostrum
6
De tabel op blz. 181 sluit niet aan op het overkoepelend financieel kader uit 2015 en Zie antwoord op vraag 6. evenmin (aan) op de nota schuldbeheersing. Kan een tabel worden opgemaakt (en nagezonden) die in overeenstemming is met de genoemde beleidskaders zodat de fractie een vergelijk kan maken ? Op grond van artikel 4, lid 2 van de financiele verordening geeft de raad bij de Dit is een vraag die u bij de behandeling van de begroting kunt stellen. begrotingsbehandeling aan van welke nieuwe investeringen hij op een later moment een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De CDA vraagt het college in dit verband van elke investering op blz 180 / 181 [> 300 k ] een apart voorstel aan de raad voor te leggen. Stemt het college hiermee in ?
26
Cramwinckel
180 / 55
4 Onderwijs
4.2
investeringen
CDA
M. van Oostrum
7
27
De Bruijn
55
4 Onderwijs
4.3
NPO
CDA
M. van Oostrum
8
28
De Bruijn
55
4 Onderwijs
4.2
onderwijs
CDA
M. van Oostrum
9
Op blz. 56 staat dat de Fortgensschool de bouw van een nieuwe school in 2022 zal voorbereiden. Heeft uw college daarvoor een voorbereidingskrediet in 2022 aan het schoolbestuur toegekend conform de unaniem aangenomen motie 157? Zo nee, waarom niet ? Zijn de toegekende middelen voor het NPO opgenomen in de begroting ? Zo nee, waarom niet ?
Dat klopt. Zie antwoord op vraag 6.
Op dit moment is een voorbereidingskrediet voor 2022 aangevraagd. Deze aanvraag moet nog worden beoordeeld, waarbij nog een aantal aspecten moeten worden onderzocht. Dit gaat dan over o.a. medegebruik en gecombineerde bouw met andere kostendragers.
Bij het opstellen van de begroting waren de middelen voor het Nationaal Programma Onderwijs nog niet bekend. Deze zijn daarom nog niet in de voorliggende begroting verwerkt. Bij de najaarsnota 2021 wordt voorgesteld de baten en bijbehorende lasten in de begroting op te nemen. Volgens artikel 93 Wpo wordt het bekostigingsplafond [voor onderwijshuisvesting] De kosten voor de bouw van de Fortgensschool zijn opgenomen in de investeringsplanning, zodanig vastgesteld dat redelijkerwijs kan worden voorzien in de huisvesting van scholen jaarschijf 2023. In 2022 wordt de verordening onderwijshuisvesting geactualiseerd voor wat op het grondgebied [van Voorschoten]. Op welk onderzoek, kaders en onderbouwing is betreft de VNG-normen en de tekstuele aanpassingen. Op basis van de nieuwe normen kan in de geraamde 1.500.000,- voor de nieuwbouw van de Fortgenschool 2022 een realistische raming worden gegeven. gebaseerd/geobjectiveerd en toereikend geacht? Kan het college de raad een kopie van de onderbouwing c.q. het onderzoek toezenden ?
Format schriftelijke vragen bij de programmabegroting 2022 Nr.
College
blznr. Programmabegroting
Programma
Taakveld
Onderwerp
Fractie
Naam vraagnr. vragensteller Fractie
29
De Bruijn
181
4 Onderwijs
4.2
kapitaallasten
CDA
M. van Oostrum
10
30
De Bruijn
42
5 Sport, cultuur en recreatie
5.1
Sport
CDA
P. Kortekaas
11
31
De Bruijn
42
Sport(gala)
32
De Bruijn
42
33
De Bruijn
44
34
De Bruijn
44
35
Spil
52
5 Sport, cultuur en 5.1 recreatie 5 Sport, cultuur en 5.1 recreatie 5 Sport, cultuur en 5.1 recreatie 5 Sport, cultuur en 5.1 recreatie 2 Verkeer en Vervoer 2.1
Leidseweg
CDA
36
De Bruijn
62
6 Sociaal Domein
6.6
Maatwerkvoorzieningen
37
De Bruijn
62
6 Sociaal Domein
6.6
Maatwerkvoorzieningen
38 Cramwinckel
133
Diversen
Diversen
Paragraaf financiering ONS Hans van der Elst 1 Vooschot en
12
Sport
CDA
P. Kortekaas
13
Sport
CDA
P. Kortekaas
14
Sport
Vraag In het IHP is de nieuwbouw voor de Fortgens geraamd op 3.3 mio. In de investeringsplanning is 'slechts' 1.5 mio opgenomen. Welke aanvullende jaarlijkse kapitaallast is ten opzichte van de opgenomen dekking van 1.5 mio nodig om te komen tot een investeringskrediet van 3.3 mio (uitgaand van afschrijving in 40 jaar tot boekwaarde nihil) Wie draagt de kosten voor organisatie van een sportgala – de gemeente?
Wanneer dit ook door de verenigingen betaald moet worden graag indicatief welk percentage van de kosten ? Komt hier iets voor terug en wat voor uitwerking heeft dit op de onderhoudskosten voor de gemeente? Wat voor uitwerking heeft dit op kosten voor (de) vereniging(en)?
Beantwoording Bij verhoging van het investeringbedrag met € 1,8 miljoen zouden de aanvullende afschrijvingslasten € 45.000 per jaar bedragen.
Het sportgala als inititatief is belegd als onderwerp bij de kerngroep sportakkoord. Uit het onderzoek en de gesprekken komt voort welke budgetten hiervoor zullen worden aangewend. Eventuele consequenties voor de gemeentebegroting zullen in de voorjaarsnota worden verwerkt. Zie antwoord vraag 30. Zie antwoord vraag 30. Zie antwoord vraag 30.
15
Zo nee, welk percentage verhoging wordt hierbij toegepast
Zie antwoord vraag 30.
P. Kortekaas
16
Wanneer de voordeel van €40.000,-- hiermee wordt weggestreept welk budget resteert er nog voor tegenvallers bij realisatie van het laatste deel van Leidseweg Noord?
CDA
P. Kortekaas
17
Worden inwoners bij het verstrekken van voorlichting gestimuleerd om verhuizing als oplossing te kiezen voor hun behoefte aan een aangepast woning?
CDA
P. Kortekaas
18
Zo ja, welke woningen zijn straks hiervoor beschikbaar?
Voor de laatste stand van zaken omtrent de Leidseweg Noord wordt verwezen naar de Raadsinformatiebrief van 12 oktober 2021 met als onderwerp 'Verwachte overschrijding risicoprofiel Leidseweg Noord deel zuid'. Na de Wmo-melding wordt in het keukentafelgesprek informatie ingewonnen over de situatie van de client en de mogelijke oplossingen voor de problemen die de client ervaart bij het participeren in de samenleving. Het verhuizen naar een (aangepaste) woning is één van die oplossingen. Dat is afhankelijk van de specifieke situatie van de client. Dat kan bijvoorbeeld een reguliere gelijkvloerse woning zijn of een aangepaste woning, in de koop- of huursector.
Het college wordt verzocht de volgende vraag schriftelijk te beantwoorden: In de adviesnota aan de Raad registratie nummer Z/18/026293/107111 d.d. 20 november 2018 behorende bij de Nota Schuldbeheersing staat dat er op dat moment voor de periode 2019-2029 een investeringsruimte is van 30 mln. EUR., bovenop de jaarlijkse vervangingsinvesteringen van 2,5 mln. per jaar. In de Programmabegroting 2022 staat dat er voor de periode tot en met 2030 (dat is een jaar langer dan de in de nota schuldbeheersing genoemde periode) nog 15,1 mln. EUR geïnvesteerd kan worden boven op de vervangingsinvesteringen. Kan het college aangeven hoe de halvering van de resterende investeringsruimte in 3 jaar tijd tot stand is gekomen ?
Bij het vaststellen van de nota schuldenbeheersing 2018 is als beslispunt 1 opgenomen dat ‘Het plafond van de korte en lange schuld te bepalen op maximaal € 53,0 mln.’ Bij de invoering van dit schuldenplafond stond deze € 53 miljoen gelijk aan een netto schuldquote van 100%. In de nota schuldenbeheersing 2018 wordt op pagina 14 een maximale investeringsruimte 2019 t/m 2029 aangegeven van (de in vraagstelling genoemde) € 30 miljoen. Dit is het verschil tussen (alleen) de voorziene lange financiering van € 23 miljoen en de € 53 miljoen als maximale schuld. Wat wij met elkaar afgesproken hebben is dat voor het schuldenplafond gekeken moet worden naar zowel de korte als lange schulden. De op pagina 13 aangegeven (investerings)ruimte onder het schuldenplafond voor de periode 2019 t/m 2029 van € 25,1 miljoen is dus de ruimte waarnaar gekeken moet worden. Bij deze benadering van de schuldpositie wordt ook de kortlopende financiering betrokken bij de maximale schuld van € 53 miljoen: € 4,5 miljoen kortlopend en € 48,5 miljoen langlopend. In de nota schuldenbeheersing 2018 wordt dus aangegeven dat de ruimte onder het schuldenplafond voor de periode 2019 t/m 2029 € 25,1 miljoen is. In de begroting 2022 is de ruimte onder het schuldenplafond van 2022 t/m 2030 € 15,1 miljoen. Dat is € 10 miljoen minder.
Waar komt dit door? In de nota schuldenbeheersing werd de investeringsruimte voor de periode 2019 t/m 2029 berekend. In de begroting 2022 wordt gekeken van 2022 tot en met 2030. De reeds gerealiseerde investeringen in 2019, 2020 en 2021 en het investeringsplan 2022-2025 zorgen per saldo voor een afname van de investeringsruimte ten opzichte van de (vrije) investeringsruimte in de nota schuldenplafond van 2018 met zo’n € 6 miljoen. Daarnaast blijkt de balanspost vorderingen op het rijk hoger dan waarmee in de nota Schuldenbeheersing rekening werd gehouden: dit vraagt € 4 miljoen extra te financieren activa en daarmee financieringsruimte inneemt die niet (meer) aan investeringen besteed kan worden. Voor de goede orde, op pagina 133 van de Begroting 2022 wordt hierover nog vermeld: ‘Bij dit jaarlijks beschikbare investeringsniveau wordt eind 2030 een netto schuldquote bereikt van 81,6%. Dit ligt onder de 100% omdat het structurele batentotaal van de exploitatie dan € 61,2 miljoen bedraagt: € 8,2 miljoen meer dan het schuldenplafond dat in 2018 nog overeenkwam met het verwachte meerjarig batentotaal van de exploitatie. Omdat het plafond voor de korte en lange schuld destijds veiligheidshalve op de absolute waarde van € 53 miljoen is bepaald, is dit leidend en niet de netto schuldquote.’