Beantwoording technische vragen 399 PvdA over Regionale Energiestrategie 1.0 (RES).doc
Tekst van het document
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 399 Datum
8 juni 2021
Steller vragen
Marjolijn Eshuis, PvdA-fractie
Over agendapunt
Raadsvergadering 10 juni 2021, ag.punt 14; Vaststellen Regionale
Energie Strategie (RES) 1.0 Holland Rijnland (Z/20/042310/241404)
Met betrekking tot beslispunt 2: ‘Geeft het college de opdracht de haalbaarheid van zonnevelden in Voorschoten te onderzoeken’. Vragen:
1. Wat kan de opwek van zonne-energie op grote daken in de gemeente Voorschoten totaal opleveren? Wat de grote daken kunnen opleveren is een lastige vraag omdat niet bekend is welke grote daken geschikt zijn wat betreft zwaarte, isolatiemateriaal en ander gebruik. We gaan de komende maanden projecten uitvoeren gericht op zon op huurwoningen, particuliere woningen, bedrijfsdaken en gemeentelijk vastgoed. 2. Wat is er daarnaast nog aan opwek van zonne-energie nodig om aan de Voorschotense bijdrage aan de RES 1.0 te voldoen? Daken alleen zijn zeker niet voldoende om de totale benodigde hoeveelheid duurzame elektriciteit op te wekken. Bij voorkeur zijn aanvullende hectaren zonnevelden nodig. Het haalbaarheidsonderzoek is nodig om de overige opties in beeld te krijgen om het tussendoel van 2030 te realiseren. 3. Hoe is Holland Rijnland of een andere partij tot de keuze van de twee genoemde zoekgebieden (Duivenvoordecorridor en Papenwegsepolder) voor opwek van zon op land gekomen? De werkgroep Energie en Ruimte van Holland Rijnland heeft aan de hand van een methodiek per gemeente de kansrijke gebieden ingetekend. Gedurende het proces van voorbereidingen voor het Energieakkoord Holland Rijnland tot aan de Kansenkaart voor duurzame opwekking zijn op diverse momenten en manieren afwegingen gemaakt in relatie tot de ruimtelijke kwaliteit.
In de toelichting zijn de belangrijkste afwegingen opgesomd. Alleen Natura 2000 gebieden en NNN zijn uitgesloten. Beschermde landschappen niet omdat dit aan te passen bestuurlijke afspraken zijn. Doel van de arcering is dat de gemeente gaat onderzoeken welke zoekgebieden een kans maken. 4. Zijn er andere terreinen binnen de Voorschotense gemeentegrens overwogen? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet? Tot nu toe zijn alleen de hierboven genoemde gebieden, op basis van de onderzoeksmethodiek, genoemd als kansrijke gebieden. De gemeente kan komen tot andere locaties die kansrijk zijn en waarvoor draagvlak is. Dit kunnen we samen met inwoners uitzoeken.
Toelichting (indien nodig): 1
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 399 Overwegingen voor plaatsing zonnevelden en windmolens : • Opwek langs grootschalige infrastructuur (A4, A44 en N11) is interessant doordat deze gebieden veelal zijn aangewezen als hinderzones voor andere ontwikkelingen; • Door duurzame opwek langs grootschalige infrastructuur te realiseren, worden wegen extra geaccentueerd en ontstaan er zogenaamde energiewegen door het (stedelijk) landschap; • Zonneparken en/of windturbines bij infrastructurele knooppunten zorgen voor extra markering van deze knooppunten; • Het benutten van de rand van dorpen en steden voor wind- en zonne-energie benadrukt de overgang tussen stad en land; • Meervoudig ruimtegebruik met zonnepanelen op (grote) daken, spoorbaan en geluidsschermen zorgt voor het optimaal benutten van restruimtes binnen en buiten de stad en het dorp. Daarnaast zijn er ook keuzes gemaakt op basis van andere aspecten: • Op basis van recreatie- en natuurwaarden zijn de Natura 2000-gebieden, NNN-gebieden en ISGgronden in de bollenstreek gevrijwaard van zonnepanelen en windturbines; • Het betrekken van meer A- en N-wegen voor zon en wind (langs kleinschaligere infrastructuur) vergroot de keuzemogelijkheden en daarmee het totaalpotentieel; • De fysieke omstandigheden van de landbouwgrond verandert door bodemdaling, toenemende verzilting en een slechte waterkwaliteit.
Aan de rand van veenplassen kunnen landbouwpercelen met zonnepanelen worden getransformeerd tot nieuwe natuur; • De bijdrage van het zoekgebied voor ‘wind langs vaarwegen’ is gering na het vrijwaren van de Natura 2000, NNN gebieden en ISG-gronden in de bollenstreek. Deze is daarom komen te vervallen; • Door onvoldoende (bestuurlijk) draagvlak is het zoekgebied voor ‘molens geclusterd in droogmakerijen’ en ‘wind op bedrijventerreinen’ komen te vervallen.
2