Beantwoording technische vragen 393 D66 over afwegingskader woningbouw.doc
Tekst van het document
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 393
Datum
31 mei 2021
Steller vragen
Jolien Schroot – D66
Over agendapunt
Afwegingskader woningbouw
Het college wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden: 1) Op pag 4 van het raadsvoorstel staat een tabel met het afwegingskader. Als 2e onder hoofdpunt woonbeleid staat: ‘150 woningen sociaal toevoegen aan
programmering (ijkmoment actualisatie woonvisie april 2019)’. Begrijp ik het goed dat er naast de er boven genoemde ‘25% sociaal (vanaf april 2019); 20 % middenhuur vanaf december 2020 (doelgroepenverordening)’ 150 extra sociale woningen komen? Of zijn de 150 sociale woningen gewoon conform de afspraak en veroorzaakt het woord
‘toevoegen’ verwarring. Zoals ook het woord ‘extra’ elders in het stuk. Graag een toelichting.
Antwoord: Met de vaststelling van de actualisatie van de woonvisie in april 2019 is naast het percentage sociaal (25%) een extra taakstelling van 150 sociale huurwoningen afgesproken.
2) In diezelfde tabel (pag 5) staat onder werkwijze: ‘Voorstel gaat uit van het principe: zodra er ruimte ontstaat stijgen projecten in prioriteit.’
Graag een toelichting wat hier precies bedoeld wordt. Gaat het bijvoorbeeld om arbeidscapaciteit op het gemeentehuis of om fysieke ruimte op het bouwterrein, of arbeidscapaciteit bij de ontwikkelaar?
Antwoord: Ruimte refereert hier naar beschikbare personele capaciteit om projecten op te pakken. Als een project afgerond is kan binnen dezelfde capaciteit ruimte ontstaan om volgende projecten op te pakken.
3) Op pag 5 van het afwegingskader staat dat de eerste ideeën van Churchillplein in mei 2021 worden toegelicht. Wanneer kunnen we die verwachten?
Antwoord: Wij hebben geconcludeerd dat het goed is om de plannen voor de noordkant van het centrum (plannen van Woonzorg voor Churchillplein en
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 393
nieuwe ideeën voor de Kruispuntkerk) met elkaar in samenhang te brengen.
Belangrijk is dat de plannen bijdragen aan de versterking van het centrum en dat een voldoende programma voor de doelgroepen uit de woonvisie wordt
gerealiseerd. Daarom willen we stedenbouwkundige uitgangspunten voor dit gebied laten uitwerken. Daarmee kan de gemeente regie voeren op het
gewenste eindbeeld en ligt er een basis om gesprekken met belangrijke
stakeholders aan te gaan. We denken die uitgangspunten na de zomer te kunnen communiceren.
4) Kan de wethouder in 2 minuten de krachtenveldanalyse toelichten. Het gaat mij vooral om ‘aanbod’ en ‘aanbieders’. Het komt over alsof zij losse elementen zijn terwijl we hen ook actief kunnen benaderen met een taak/opdracht.
Antwoord: In de analyse wordt gepoogd om een weergave te geven het van
het krachtenveld waarin de gemeente werkzaam is. In het krachtenveld zijn aanbieders vooral eenzijdig weergeven omdat deze aanbieders een eigen
verantwoordelijkheid hebben. Tegelijkertijd voert de gemeente regie op het proces door via contracten en publiekrechtelijke regels in goede samenwerking tot woningbouw te komen.
5) Om een beetje gevoel te krijgen bij de realisatie van alle projecten van fase 1 tot en met 4 een theoretische vraag. Stel dat alles optimaal verloopt zoals en er geen andere factoren een rol spelen etc. (Dit is puur theoretisch want er
zijn nu eenmaal altijd complicaties). Hoeveel ambtelijke fte’s zijn nodig voor de realisatie van deze projecten en hoeveel zijn er beschikbaar? Deze vraag hoeft niet helemaal uitgewerkt te worden, het gaat om een grove raming.
Antwoord: Het aantal benodigde fte’s is gerelateerd aan de prioritering en
planning. Ten tijde van de feitelijke splitsing (september) is duidelijk hoeveel fte voor Voorschoten beschikbaar is.
We verwachten de prioriteiten 1 en 2 met de huidige bezetting te kunnen
bemensen. Dit vanuit de wetenschap dat niet alle projecten in dezelfde fase zitten en niet gelijktijdig pieken. Daarnaast onderzoeken we, in samenhang
met de inrichting van de nieuwe organisatie, hoeveel capaciteit c.q. tijdelijke extra capaciteit nodig is om de totale opgave van de komende jaren in de
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 393
verschillende projecten gezamenlijk goed te organiseren en financieren. * Aangeven wat van toepassing is.
Toelichting (indien nodig):
Toelichting schriftelijk indienen van vragen om inlichtingen.
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 393
Ieder raadslid heeft het recht om vragen te stellen aan het college en de burgemeester. Het college en de burgemeester hebben namelijk een zgn. informatieplicht, zowel actief als passief. Dat is geregeld in de Gemeentewet, artikelen 155, 169 en 180.
Dit betekent niet dat het college en de burgemeester verplicht zijn alle gevraagde informatie te geven. De informatie moet nodig zijn om de raad in staat te stellen zijn taak uit te oefenen.
De wijze van het stellen vragen en de wijze van beantwoorden vereisen een zekere
discipline. Enerzijds is het verstandig goed na te denken wat wel of niet wordt gevraagd,
want elke vraag genereert werk en daarmee kostbare tijd. Anderzijds moeten het college en de burgemeester verstandig omgaan met de beantwoording, door snel en adequaat te reageren.
Om het proces van vragen stellen en beantwoorden in goede banen te leiden zijn voor de
verschillende soorten schriftelijke vragen zgn. formats ontwikkeld. De bedoeling daarvan is dat op de juiste wijze wordt voorgesorteerd en dus niet verschillende soorten vragen en
onderwerpen door elkaar gaan lopen. Door de ingediende vragen te registeren per format is er ook een betere regie op de beantwoording.
In de praktijk wordt onderscheid gemaakt tussen: 1.
vragen die bedoeld zijn om nadere uitleg/informatie te verkrijgen over
agendapunten (meestal raadsvoorstellen) in een aanstaande commissie- of raadsvergadering en: 2.
vragen die daar los van staan, vooral politiek-inhoudelijk.
3. Een aparte categorie vormen de verzoeken om informatie zoals bedoeld in de Verordening op de ambtelijke bestand. Het gaat dan om feitelijke informatie van geringe omvang en om documenten die reeds openbaar en dus beschikbaar zijn. Voor deze drie soorten vragen kennen we drie formats, t.w. resp.:
1. Het format technisch-informatieve vragen over lopende agendapunten 2. Het format schriftelijke vragen o.g.v. artikel 39 Regelement van Orde.
3. Het format vragen op grond van de Verordening ambtelijke bijstand c.a. Voor het indienen van vragen moet altijd een format worden gebruikt. Alle vragen moeten bij de griffie worden ingediend. Deze zorgt voor doorgeleiding naar het juiste orgaan.