Beantwoording technische vragen 378 CDA over de raadsvoorstellen m.b.t. de omgevingswet.doc
Tekst van het document
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 378
Datum
19 mei 2021
Steller vragen
Cees Bremmer
Over agendapunt
Cie WRG 20 mei 2021, ag.punt 4, 5 en 6; vragen over de raadsvoorstellen omgevingswet
Het college wordt verzocht de volgende vraag/vragen* schriftelijk/mondeling te beantwoorden:
Belangrijk doel van de Omgevingswet, zoals ook blijkt uit de op de heden 19 mei nagezonden PP-presentatie “inzichtelijker omgevingsrecht”. Van een “wir war aan regels naar een inzichtelijker en voorspelbaar stelsel dat eenvoudig in gebruik is”.
Vragen in algemene zin over de raadsvoorstellen Vraag 1
De toegezonden stukken maken voor de CDA-fractie vooralsnog allesbehalve de indruk van een verandering naar eenvoudiger en minder regels. De stukken bij de Raadsvoorstellen zijn van een hoog abstract en juridisch gehalte. In de op 19.5.21 nagezonden “Bijlagen ter inleiding en verduidelijking van de voorstellen Omgevingswet”, is eveneens sprake van inzichtelijker regelgeving en minder regels”(zie pg 4, onder punt 1.)
1.a. Waar zit nu “de mismatch” in de perceptie van verondersteld inzichtelijker
omgevingsrecht en de door de CDA-fractie beleefde complexiteit; “het duizelde de fractie geregeld bij het lezen van deze stukken”.
Antwoord: Met de komst van de Omgevingswet gaan we van 26 wetten naar 1 wet, van 120 Algemene Maatregelen van Bestuur naar 4 Algemene Maatregelen van Bestuur en van 120
Ministeriele Regelingen naar 4 Ministeriele Regelingen. Zodoende dus “minder regels”. Echter, gemeenten dienen aansluiting te maken bij deze ene nieuwe wet, de Omgevingswet. Dit
brengt een aantal juridische aanpassingen, ofwel bouwstenen met zich mee. De voorliggende voorstellen kunnen gezien worden als juridische bouwstenen. Het niet mogelijk om
besluitvorming te laten plaatsvinden zonder juridische verankering. In de bijlagen is met name geprobeerd dit zo goed als mogelijk te vertalen naar concrete en meer praktische situatie zoals deze zich in Voorschoten voordoet.
De nagezonden presentatie beoogt de voorstellen “plat te slaan” en simpel inzichtelijk te maken hoe de situatie nu is en straks zal worden.
1.b. Hoe wordt deze materie begrijpelijk gepresenteerd aan de inwoners van Voorschoten?
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 378
Antwoord: Voorliggende voorstellen zijn als het ware “de techniek onder de motorkap” en hoeven niet als zodanig gecommuniceerd te worden met inwoners/initiatiefnemers. Wel
zullen we naar inwoners / initiatiefnemers gaan communiceren over de verandering die de
Omgevingswet met zich mee brengt. Er zal een handreiking participatie ontwikkeld worden waarmee initiatiefnemer inzicht krijgt hoe, afhankelijk van het initiatief en de impact, omgegaan kan worden met participatie. Daarnaast zullen we gebruik maken van
communicatiemateriaal dat vanuit het programma Aan de slag met de Omgevingswet en/of de VNG is ontwikkeld. De filmpjes die u afgelopen periode heeft bekeken zijn hier een voorbeeld van. Vraag 2
Door de navolgende vragen van de CDA-fractie, loopt als “rode draad”, de centrale vraag: 2.a. Wat besluiten we nu precies hiermee? 2.b. Waar zeggen we nu ja en nee op?
2.c. En wat betekent dit voor de “grip” en concrete invloed van de gemeenteraad op de besluitvorming, zoals bijv. bij het generiek delegatie-besluit
2.d. Is het niet wijs meer tijd te nemen voor besluitvorming terzake? Antwoord:
Dit is, in essentie, waar u mee in stemt t.a.v. de drie voorstellen:
Voorstel participatie-eis: bij instemming stemt u er mee in dat als er een initiatief ingediend wordt dat NIET binnen het vastgesteld Omgevingsplan valt EN waarbij sprake is van veel impact OF die in een beschermde leefomgeving plaatsvinden de participatie-eis van toepassing is.
Voorstel verzwaard adviesrecht: bij instemming stemt u er mee in dat u straks aangeeft in welke gevallen de raad WEL bindend advies wil geven. De raad treedt op als adviseur en
brengt advies uit naar het college. Dit advies is bindend. NU: ‘verklaring van geen bedenking’ van toepassing. Dit betekent dat de raad nu aangeeft waar zij geen advies wenst te geven. (de werkwijze is dus net anders om).
Voorstel delegatiebesluit aan college: bij instemming stemt u er mee in dat de huidige
wijzigingsbevoegdheid ook na invoering van kracht te laten zijn. (is voortzetting huidige
werkwijze). Aanvullend antwoord op vraag 2c: de “grip” en concrete invloed verandert met dit voorstel niet. Als extra borging is in het besluit een evaluatie opgenomen: dat de werking van dit besluit door het college van burgemeester van wethouders na één jaar na inwerkingtreding van dit besluit wordt geëvalueerd en dat die evaluatie uiterlijk twintig maanden na die inwerkingtreding aan onze raad wordt voorgelegd.”
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 378
Antwoord 2d: De voorstellen lijken erg complex. Middels bovenstaande toelichting beoog ik dit voor u “plat te slaan”. Waar het om gaat is dat we in de praktijk samen aan de slag gaan en aan de hand van concrete initiatieven de werking doorleven, leren en evalueren. Vraag 3
Het is hoogst onzeker of de Omgevingswet in de huidige vorm zal worden ingevoerd, evenals onzeker wanneer dit het geval zal zijn.
Waarom nu dan,“gelet op de politieke onzekerheid in Den Haag” al deze voorstellen aanbieden?
Antwoord: Het nu aanbieden van de voorstellen is nodig om “de technische zaken” geregeld
te kunnen regelen EN de vervolgstappen die nodig zijn voor de invoeringsdatum. Hierbij gaat het onder andere om: uitwerken handreiking participatie; voorbereidingen voor de in te stellen commissie Omgevingskwaliteit; Opzetten, inregelen en doorleven van de intake/Omgevingstafel enz.
Belangrijk uitgangspunt dat wij hierbij hanteren is dat wij alle voorbereidingen willen treffen zodanig dat inwoners, initiatiefnemers, raad, college en de organisatie zo goed als mogelijk
bekend is met wat de Omgevingswet betekend en klaar is om hier naar te kunnen handelen.
Vragen over de raadsvoorstellen 4 t/m 6 Agendapunt 4 - Adviesnota Buitenplanse activiteiten met een verplichte participatie-eis inclusief Toetsingskader Participatiebeleid Omgevingswet
Op pag van het RV wordt gesteld, dat “in dit voorstel aan de raad gevraagd om
a. Toetsingskader Participatiebeleid Omgevingswet zoals omschreven in bijlage 2 vast te stellen.
b.. twee categorieën van gevallen van buitenplanse omgevings-planactiviteiten aan te wijzen waarbij participatie van en overleg met derden verplicht wordt gesteld, te weten:
- initiatieven met veel impact, zoals bedoeld in het Toetsingskader Participatiebeleid Omgevingswet
- initiatieven die in een beschermde omgeving plaatsvinden”
Tegelijk zegt het RV dat dit voorstel na “akkoord nog verder moet worden uitgewerkt” (pg
5/7 onder kopje Financiën). En ook dat de praktijk duidelijk moet maken hoe de verplichte paticipatie bij buitenplanse initiatieven toegepast wordt”. Het RV noemt zelf ook “ dat dit
een belangrijk nadeel van dit RV is” (pg. 4/7 onder Kanttekeningen). En dat pas na verloop
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 378
van geruime tijd (“tijd en ruimte”) een goed oordeel kan worden gegeven. Vraag 1
Waarom dan dit complexe systeem optuigen met ingewikkelde soorten van impact, zie de matrices in bijlage 2 Toetsingskader?
Antwoord: Doel van het toetsingskader is dat in het voortraject (intaketafel/Omgevingstafel) en bij de behandeling van initiatieven vastgesteld beleid is waarop getoetst wordt. Hiermee wordt duidelijk voor initiatiefnemer waar hij/zij aan toe is mbt participatie. Het
toetsingskader is ook voor de nog in te stellen commissie Omgevingskwaliteit een beleidsinstrument voor de adviesrol.
Doet Voorschoten er niet wijs aan minder voorop te lopen en meer tijd te nemen om lering te trekken uit de praktijk en profijt te trekken van ervaringen van andere gemeenten,alvorens zelf met dit soort voorstellen te komen?
Antwoord: Voorschoten loopt niet voorop. Voorschoten heeft gekozen voor een gefaseerde invoering:
1) klaar zijn voor in werking treding van de Omgevingswet. 2) Omgevingsvisie. 3) omgevingsplan.
Voor deze fasering is gekozen zodat we optimaal kunnen leren van ervaringen van anderen. Agendapunt 5 - Buitenplanse activiteiten met een adviesrecht met instemming van de raad (verzwaard adviesrecht)
In de toelichting bij het RV lees ik op pag. 4/7 onder kopje Argumenten (zie 1.3.2.3,3.2) Voor de gemeenteraad specifiek betekent de Omgevingswet een verandering in bepaalde taken en bevoegdheden. Onder de nieuwe wet zal de raad zich meer focussen op
visievorming en kaderstelling enerzijds, en controle en verantwoording anderzijds. Deze formulering is een soort refrein formulering. Vraag 1
Wat gaat nu concreet veranderen v.w.b. de rol van de gemeenteraad bij het onderwerp Buitenplanse activiteiten met een adviesrecht met instemming van de Raad (verzwaard adviesrecht) t.o.v. de huidige praktijk/situatie? Zie RVnr. 5 op pag. 4/7 onder kopje Argumenten (zie 1.3.2.3,3.2). Antwoord:
NU: ‘verklaring van geen bedenking’ van toepassing. Dit betekent dat de raad nu aangeeft waar zij geen advies wenst te geven.
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 378
STRAKS: ‘verzwaard adviesrecht van de raad’ van toepassing. Dit betekent dat de raad, hierbij
geadviseerd door de adviescommissie Omgevingskwaliteit, aangeeft in welke gevallen de raad WEL bindend advies wil geven. De raad treedt op als adviseur en brengt advies uit naar het college. Dit advies is bindend. (zie nagezonden presentatie, dia 9 e.v.) Vraag 2
Kan met behulp van een enkel concreet praktijk voorbeeld worden aangegeven waarin het verschil zit tussen de oude/huidige en de nieuwe situatie? Antwoord: zie nagezonden presentatie, dia 8 en verder. Vraag 3
Idem wat gaat veranderen v.w.b. de rol of bevoegdheid van het College?
Antwoord: Een van de uitdagingen is om met raad en college samen ervaring op te doen aan
de hand van concrete initiatieven die, na invoeringsdatum, naar voren komen. Samen leren en doorleven is van belang om concreet inzicht en de schepte te krijgen in wat er vanuit de verschillende rollen gaat veranderen.
Bij instemming met het voorstel over het delegatiebesluit wordt de huidige mandaat aan het college voortgezet na invoering van de Omgevingswet. Er verandert mbt dit punt dan dus niks.
Vraag 4
Wat gaat er verloren v.w.b. de rol van de Raad, nu in de stukken doorlopend sprake is van een actievere rol aan de voor- en achterkant van verschillende processen (zoals bv vergunningverlening), Zie bv pg 3/7 van RV, nr.5 onder samenvatting.
Antwoord: Er gaat niks ‘verloren’, wat verandert is de rolneming van de raad: Waar de raad onder de huidige regeling aan moet geven wanneer níet advies benodigd is, dient de raad onder de Omgevingswet met behulp van het verzwaard adviesrecht juist aan te geven
wanneer wél advies wordt gegeven. Door gebruik te maken van het verzwaard adviesrecht kan min of meer dezelfde bevoegdheid en werkwijze gehanteerd worden als dat men nu toepast met behulp van de verklaring van geen bedenkingen. Vraag 5
Wat betekent concreet het nog al “vaag” gestelde, in de samenvatting op pg 3/7 “ min of
meer dezelfde bevoegdheid en werkwijze “ in de hierna geciteerde “Door gebruik te maken van het verzwaard adviesrecht kan min of meer dezelfde bevoegdheid en werkwijze gehanteerd worden als dat men nu toepast met behulp van de verklaring van geen bedenkingen”? Zie bv pg 3/7 van RV, nr.5 onder samenvatting.
Antwoord: Hiermee wordt bedoeld dat de huidige werkwijze en bevoegdheden gelijk blijft
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 378
waarbij het kan zijn door de verbreding van de Omgevingswet van sectoraal naar een
integrale aanpak er qua bevoegdheid en werkwijze een kleine aanpassing nodig blijkt te zijn. Dit zal bij concrete praktijksituaties vanzelf uitkristalliseren: leren door te doen.
In Bijlage 1 “verzwaard adviesrecht” in de toelichting , onder punt 3.1. (pg 10, Rol van de raad) staat “Toepassing van zoiets als een verzwaard adviesrecht dient daarbij een
secundaire rol te spelen” ……. En: alleen daar toegepast moet worden, waar advisering door de raad een toegevoegde waarde kan bieden, bijv. bij initiatieven met een significante omvang of van een bepaalde aard”… Vraag 6
Wie bepaalt hier of er sprake van is dat “de raad een toegevoegd waarde kan bieden”? Antwoord: U als raad bepaalt dit.
Agendapunt 6 - Besluit delegatie aan college partiële wijziging of actualisering omgevingsplan
In dit RV is sprake van het delegeren aan het college van B& W van een aantal nader genoemde delen van het omgevingsplan.
In de samenvatting van dit RV, lees ik op pg.3/6 “ Gezien de hoeveelheid wijzigings-
bevoegdheden en uitwerkingsplichten, de toepassingsmogelijkheden van deze bevoegdheden en plichten, en het feit dat het gewenst is onder de Omgevingswet ontwikkelingen onder
dezelfde voorwaarden plaats te kunnen laten vinden als dat momenteel het geval is, wordt geadviseerd de wijzigings-bevoegdheden en uitwerkingsplichten generiek te delegeren”. Vraag 1
Wat wordt hiermee concreet bedoeld?
Antwoord: De bedoeling van dit voorstel is de huidige wijzigingsbevoegdheid ook na
invoering van kracht te laten zijn. Hiermee wordt concreet invulling gegeven aan de 4e
doelstelling van de Omgevingswet: sneller en beter (zie presentatie, dia4). Zo kan snel vorm gegeven worden aan wenselijke ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving, binnen de gestelde behandeltijd. zie ook nagezonden presentatie, dia 11. En wat verandert hiermee t.o.v. de huidige situatie?
Antwoord: Het voorstel beoogt het met het generiek delegatiebesluit om de huidige situatie voort te zetten in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Bij instemming met dit voorstel ‘verandert er dus niks’: voortzetting huidige werkwijze, ook na invoeringsdatum Omgevingswet.
Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 378
Het valt op dat in de Bijlage 1 “Generiek delegatiebesluit” doorlopend gesproken wordt dat de raad zicht dient te focussen op “de voor- en achterkant” van het beleid. En dat de Raad
“nadrukkelijker belast wordt “met de hoofdlijnen en het toezicht op het beleidsproces”(zie bv 3.2. onder kopje Rol van de Raad). En wordt gesproken over de “algemeen veranderde
rolverdeling tussen raad en college die de Omgevingswet met zich mee brengt. Het College krijgt grotere rol bij de uitvoering van het beleid. Vraag 2
Als het College meer bevoegdheden krijgt bij de uitvoering, krijgt de Raad minder
bevoegdheden. Wordt de Raad hiermee niet op grotere afstand van de Voorschotenaar
geplaatst, terwijl de praktijk juist vaak laat zien dat inwoners betrokkenheid van de Raad bij de uitvoering een groot goed vinden, “omdat het hiermee lang niet altijd goed gaat”?
Antwoord: er is geen sprake van ‘verandering in bevoegdheden’ na instemming. De zinsnede meer versus minder is niet correct: Het college krijgt niet meer bevoegdheden. Voorste beoogt voortzetting van de huidige werkwijze en bevoegdheden. Vraag 3
En bepaalt de Raad zelf niet wat echt belangrijk is?
Antwoord: Ja, de raad bepaalt zelf wat belangrijk is. Echter, in de context van het voorstel
over het gedeeltelijk delegeren gaat het er om dat: “vaststelling van gedeeltelijke wijziging of actualisering van het omgevingsplan door de raad gedelegeerd wordt aan het college”. (en dus voortzetting van de huidige werkwijze).
En dient de Raad als hoogste orgaan dat ook niet zelf te blijven bepalen?
Antwoord: Ja. In de context van vorig antwoord is dit in het verleden zo ‘bepaald’. Voorgesteld wordt dit voort te zetten bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. * Aangeven wat van toepassing is. Toelichting (indien nodig):