CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen 366 CDA over afschrijving restwaarde.docx

Commissie Burger & Bestuur Voorschoten 22 april 2021, gemeente voorschotenBij agendapunt: Informatiebrief 013 Restwaardesystematiek jaarrekening 20202.188 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 366

Datum Steller vragen Over agendapunt

24 maart 2021 CDA-fractie – raadslid Van Oostrum Cie B&B 25 maart 2021; ag. punt 4 - Afschrijven op restwaarde

Het college wordt verzocht de volgende vragen te beantwoorden: De CDA-fractie heeft vragen over de gang van zaken rondom afschrijven tot restwaarde. Met het oog hierop geven wij eerst de chronologie van dit onderwerp in de P en C cyclus weer. 7 november 2019 – begrotingsbehandeling 2020 Bij de begrotingsbehandeling 2020 – in november 2019 – heeft het CDA Voorschoten in schriftelijke vragen opgemerkt dat ‘de CIE BBV de toepassing van generieke restwaarde percentages afraadt en het college gevraagd waarom het college de zienswijze van de Cie niet volgt ‘(vraag 28). Uw college antwoordde ‘dat de CIE BBV aangeeft dat de restwaarde reëel en per actief dient te worden geschat. Het hanteren van een vast percentage restwaarde van het totale vastgoed doet onvoldoende recht aan de individuele kenmerken van MVA’. En: ‘Het college heeft zorgvuldig de verschillende activagroepen bekeken en doet daar per verschillende activagroepen een voorstel voor. Hierin wordt het advies van die CIE BBV derhalve gevolgd. (…). Hiermee past het college consistent voor de verschillende activagroepen dit beleid toe. Deze lijn is tevens afgestemd met en geniet de steun van de accountant’. Een aantal fracties dient motie 126 in. Deze motie verzoekt de indiende fracties het college ‘per actief de aanvaarde aannames en ontwikkelingen vast te leggen en aan te geven of onderbouwing en bestemming nog actueel zijn’.

Motie 126 wordt niet overgenomen maar in de CIE P en C besproken. Wethouder Cramwinckel merkt bij de bespreking van de motie op: ‘ik maak een heel lang verhaal kort: ‘ik wil het in de CIE P en C goed uitleggen maar hier komt het eigenlijk op neer. U zegt: wethouder en college, houd de risico’s goed in de gaten want we zijn hier in de boekhouding aan het rommelen, maar we houden die risico’s dus goed in de gaten. Dat is ingebakken in onze systematiek. Dit is wat we vinden, klaar’. Zie blz. 42 verslag raadsvergadering 7 november 2019. 20 januari 2020 – notitie CIE BVV MVA 1

Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 366

Op 20 januari 2020 geeft de CIE BBV over de waarderingsgrondslagen en restwaarde aan dat ‘de restwaarde een schatting is van de opbrengst die na de gebruiksduur nog kan worden gerealiseerd verminderd met de kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen van) het actief’ (blz. 27 notitie BBV MVA d.d. 20 januari 2020). Op blz. 28 van de notitie geeft de CIE BBV aan dat ‘de restwaarde reëel en per actief dient te worden bepaald’. 26 februari 2020 – Nota Activabeleid In het raadsvoorstel bij de nota Activabeleid op blz. 3 geeft het college aan dat ‘een restwaarde van 50 % door onze accountant wordt afgeraden (argument; te hoge schatting) waarbij is aangeven dat de restwaarde zou moeten liggen tussen de 25% en 45 %. Uitgangspunt is het hanteren van een gewogen gemiddelde van 35 % waarbij voorzichtigheidshalve is gekozen voor een restwaarde van 30 %‘. Ook geeft het college op blz. 3 van het raadsvoorstel aan dat het hanteren van 30 % restwaarde ‘een laag risico oplevert’. In schriftelijke vragen bij dit raadsvoorstel signaleert het CDA dat bij het afstoten / nieuwbouw van Fortgensschool en Nutsschool € 1.000.000,- moet worden afgeschreven op boekwaarden van deze activa ten laste van de reserve. Commissie P en C d.d. 22 april 2020 Motie 126 wordt besproken.

In de CIE P en C geeft de wethouder aan dat ‘effecten van de herbestemming van de boekwaarde en afschrijvingen via de reguliere P en C cyclus wordt gemonitord. Risico’s worden verzameld en daarvan wordt de impact bepaald’. (…). ‘De restwaardes worden over het algemeen niet gezien als een hoog risico’. Zie verslag CIE P en C van 24 april 2020. Begrotingsbehandeling 2021 d.d. 5 november 2020 In de top 10 van de belangrijkste risico’s van de gemeente Voorschoten genoemd in de begroting op blz. 122 – 126 wordt het risico op herwaardering van de activa niet genoemd. Algemene reactie college: Alvorens op de vragen in te gaan wil het college een paar algemene opmerkingen maken. Het college vindt, terugkijkend, dat zij bij het raadsbreed onderschreven streven naar meer lucht op de begroting, waar het de afschrijvingen betreft anders had moeten handelen. Het college heeft, achteraf gezien, onvoldoende expliciet geverifieerd of haar uitleg van de regelgeving klopte en waarschuwingen niet voldoende op waarde geschat. Het college betreurt dit.

2

Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 366

De afschrijvingensystematiek is in beeld gekomen als gevolg van een dieper liggend probleem namelijk de volstrekt onvoldoende beleidsruimte en structureel tekort schietende financiering door het Rijk voor taken op met name de jeugdzorg en het sociaal domein. Die maakten en maken het noodzakelijk andere instrumenten in beeld te brengen om de begroting structureel te laten sluiten. Een daarvan was de afschrijving tot een bepaalde restwaarde. Die maakt mogelijk om een klein deel van het vermogen in te zetten voor maatschappelijke doeleinden. De methode is als principe aanvaard, het probleem zit in de gekozen uitwerking. De effecten en oplossingsmogelijkheden zullen voor de lopende begroting in beeld worden gebracht bij voorjaarsnota en meerjarig bij kadernota. Voor de goede orde: het loslaten van de methodiek betekent niet dat geld verloren gaat. Hogere afschrijvingen leiden immers weer tot een toename van de “stille” reserves. Het loslaten betekent wel dat ingrijpende keuzes die in 2019 konden worden ontlopen dit jaar nodig zullen zijn om de structurele tekorten op te vangen. Het verdient aanbeveling die discussies te voeren in het geheel van de kadernota en de begroting '22 en volgende jaren. Vragen: 1. Klopt de chronologische weergave zoals hier weergegeven ? Antwoord: Opgemerkt kan worden dat over de restwaardesystematiek veel is geschreven en gesproken.

De hier opgenomen weergave betreft fragmenten hiervan en mist daarmee de oorspronkelijke context. Zo is bijvoorbeeld motie 126 gewijzigd overgenomen: het derde deel van het dictum is overgenomen en het gesprek over de monitoring van de risico’s is vervolgd in de commissie Planning & Control. De nota activabeleid is op 5 maart 2020 als hamerstuk in de raad vastgesteld. 2. Op diverse momenten (in november 2019 en op 26 februari 2020) geeft het college aan de aanpassing van de systematiek van afschrijven te hebben afgestemd met de accountant en met hem op één lijn te zitten. Merk op dat 26 februari 2020 een maand later is dan de publicatie van de notitie MVA van de CIE BBV op 20 januari 2020. Is het juist dat het college bij de nota activabeleid in februari 2020 heeft aangeven dat de accountant akkoord is gegaan met de toepassing van een restwaarde van 30 %? Antwoord: De accountant is akkoord gegaan met het principe van toepassing van de systematiek van restwaarde voor bepaalde activagroepen gebaseerd op een 3

Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 366

percentage van de historische aanschafwaarde. Daarbij is door de accountant aangegeven dat de hoogte van het toe te passen restwaardepercentage onderbouwd moet zijn. De notitie MVA van de cie BBV 20 januari verschillende overigens op het onderdeel restwaarde niet van de notitie MVA die daaraan vooraf ging. 3. In informatiebrief 013 van 18 februari 2021 geeft u college aan dat ‘het principe van restwaardesystematiek is akkoord voor de accountant en provincie, en onderdeel van goedgekeurde begroting en financiële verordening. De uitwerking is dat op onderdelen niet’. a. Op welke onderdelen is de uitwerking van de systematiek niet geaccordeerd door de accountant ? Antwoord: De gekozen uitwerking, groepsgewijs in 7 groepen met als onderbouwing (dat de boekwaarde niet hoger is dan) de WOZ-waarde per pand, is niet geaccordeerd. b. Wat stond er in de notitie van de CIE BBV van januari 2020 over de onderdelen die niet door accountant zijn geaccordeerd? Antwoord: ‘6.2.5. Waarderingsgrondslagen en restwaarde De waarderingsgrondslagen moeten vastgesteld zijn in het activeringsbeleid van de gemeente. Dit beleid moet consistent worden toegepast voor dezelfde activa categorieën en consistent in de tijd. …’ … ’De restwaarde dient reëel en per actief te worden geschat.

Het hanteren van een vast percentage restwaarde voor bijvoorbeeld het totale vastgoed doet onvoldoende recht aan de individuele kenmerken van de materiële vaste activa. ….’ De op 3 december 2020 uitgebrachte vraag en antwoord bij de commissie BBV gaf nog stringentere voorwaarden aan de uitwerking van de restwaardesystematiek. Restwaarde mag alleen gebruikt worden als duidelijk uit de investeringsbeslissing van de raad en/of een ander raadsbesluit blijkt wat de gebruiksduur van dat specifieke object is, alsmede de intentie tot bijvoorbeeld verkoop na de gebruiksduur. c. waar zit het verschil tussen de instemming van de accountant met een restwaarde van 30% in februari 2020 en de zienswijze van de accountant op de uitwerking van de systematiek zoals geformuleerd in informatiebrief 013 van 18 februari 2021? Antwoord: De instemming van de accountant betreft de toepassing van de restwaarde als systematiek. Bij de uitwerking van de systematiek verwachtte de accountant naast een onderbouwing van de gehanteerde restwaardepercentages ook een onderbouwing van de toepassing van de restwaardesystematiek per actief.

4

Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 366

Wij hebben als uitwerking het toepassen van restwaarde voor alle activa binnen een activagroep en een onderbouwing per actief dat de (boekhoudkundige) restwaarde niet boven de WOZ-waarde uitkomt. 4. In informatiebrief 013 van 18 februari 2021 geeft u college aan ‘in november 2020 een position paper te hebben aangeleverd bij de accountant’. Is het juist dat u een meningsverschil over de toepassing van de systematiek toen al sluimerend was? Zo ja, waarom is de raad bij de begrotingsbehandeling 2021 niet geïnformeerd over een mogelijk verschil van zienswijze over de toepassing van systematiek tussen accountant en uw college en het risico voor de dekking van de begrotingen 2020 en 2021 die in dat interpretatieverschil besloten ligt ? Antwoord: Dat is niet juist. 5. Heeft het college tussen de publicatie van de notitie van die CIE BBV in januari 2020 en november 2020 overleg met de accountant gehad over de uitwerking van de systematiek ? Zo ja, kunt u de verslaglegging van die overleggen aan de raad zenden? Antwoord: Naar aanleiding van de evaluatie controle 2019 is afgesproken dat vraagstukken aan de voorkant zoveel mogelijk met de accountant afgestemd worden. De uitwerking van de restwaardesystematiek is in de vorm van een position paper in november 2020 aan de accountant aangeboden.

Tussen de genoemde data is geen overleg over een uitwerking van de restwaardesystematiek met de accountant geweest. 6. Op diverse momenten in de P en C cyclus heeft het college gecommuniceerd dat het risico op de restwaardesystematiek laag is. In informatiebrief 013 van februari 2021 meldt het college echter dat niet-toepassing van de restwaardesystematiek leidt tot een structureel nadelig begrotingseffect van 650 k per jaar. En dat het college mogelijkheden onderzoekt om het negatieve effect op de exploitatie te verkleinen. Hoe beoordeelt uw college uw eerdere kwalificaties van dit risico als ‘laag’ bezien in het licht van uw noties in brief 013 dat niet toepassing van de restwaardesystematiek leidt tot een structureel negatief effect van 650k op de begroting ? Antwoord: Het college zag hier op het risico van de restwaardesystematiek als waarderingsgrondslag. Als beheersmaatregel is de jaarlijkse controle of de boekhoudkundige/ restwaarde niet onder de WOZ-waarde is gedaald. Er is geen rekening gehouden met het risico van het technisch niet in te kunnen voeren van deze systematiek vanwege een mogelijk anders uitgelegde en/of tussentijds aangescherpte BBV-wetgeving.

5

Technische/informatieve vragen over lopende agendapunten 366

7. Bij de begrotingshandeling 2019 merkte de wethouder op dat het college de risico’s goed in de gaten houdt en dat de P en C cyclus / systematiek hierin voorziet. - waarom is het structurele risico van 650 k op boekwaarden c.q. restwaardesystematiek niet opgenomen in het risico-register van de begrotingen 2020 en 2021? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 6. - hoe kan het gebeuren dat dit effect zowel over boekjaar 2020 moet worden gecorrigeerd (dus met terugwerkende kracht) als prospectief (dus in het lopende boekjaar 2021 en verder) ? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 6. 8. Bij de jaarrekening 2019 werd uw college geconfronteerd met een interventie van de accountant (onder meer over voorzieningen versus reserves en de boeking van wachtgeld). Bij de jaarrekening 2020 werd uw college andermaal geconfronteerd met een interventie van de accountant. Voorziet het college bij jaarrekening 2021 een derde interventie van de accountant ? Antwoord: De producten waarvoor en de wetgeving waaronder de jaarrekening moeten worden opgesteld zijn breed en divers. Wij proberen deze zo goed mogelijk in te vullen, o.a. door het opstellen van position papers bij belangrijke financiële vraagstukken en deze af te stemmen met de controlerend accountant.

Het is niet te voorzien of er toch onderwerpen zijn die, naar aanleiding van eigen signalering of die van de accountant, anders moeten worden uitgelegd of dat er, ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid, afwijkende meningen zijn. 9. Met ingang van 2021 is het college zelf verantwoordelijk voor controle van de begroting op rechtmatigheid. Voorziet u dat die taak goed kan worden uitgevoerd? Antwoord: De inspanningen, waaronder het oefenjaar 2020 waarin wij de VIC hebben opgezet, zijn daar zeker op gericht. * Aangeven wat van toepassing is. Toelichting (indien nodig):

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=b0684929-deb3-4b4b-9340-30db2fb02f14