Beantwoording schriftelijke vragen ex art 37 RvO 431 PvdA en GroenLinks Bouwsubsidies provincie Zuid-Holland
Tekst van het document
Schriftelijke vragen ex Artikel 39 Reglement van Orde gemeenteraad Voorschoten
Datum Nummer vraag Ons zaaknummer
3 februari 2026 431 Z/26/107961/480037
Datum verzending Behandelaar Portefeuillehouder Bijlage
Onderwerp
3 februari Martin Mulder Wethouder Van der Elst
Beantwoording schriftelijke vragen 431 PvdA en Groen Links Bouwsubsidies provincie Zuid-Holland
Geachte Raad, Door de fracties van PvdA en Groen Links zijn op 5 januari 2026 vragen gesteld met betrekking tot Bouwsubsidies provincie Zuid-Holland. Aanleiding: Uit eerdere schriftelijke vragen van PvdA en GroenLinks is gebleken dat het College in 2025, tot en met medio mei, geen gebruik heeft gemaakt van beschikbare subsidieregelingen van de provincie Zuid-Holland die bedoeld zijn om de bouw van betaalbare woningen voor starters, jongeren en ouderen te stimuleren. Ook gaf het College destijds bij de beantwoording van de vragen aan, niet voornemens te zijn om voor woningbouwprojecten in 2025 provinciale subsidies aan te vragen. Zie antwoorden: Schriftelijke vragen ex art. 37 RvO 397 PvdA GL over Subsidieregeling wonen provincie voorschoten - iBabs Publieksportaal. Voor 2026 heeft de provincie Zuid-Holland opnieuw een breed pakket aan subsidieregelingen beschikbaar gesteld, gericht op het versnellen en betaalbaarder maken van woningbouw, met bijzondere aandacht voor sociale huur, middenhuur, seniorenhuisvesting en flexibele woonvormen. Gezien de grote woningbouwopgave in Voorschoten en de druk op betaalbaarheid, roept dit vragen op over de inzet van deze regelingen door dit College. (Zie: Wonen ZuidHolland (SRW) - Provincie Zuid-Holland).
Naar aanleiding van bovenstaande hebben we de volgende schriftelijke vragen voor het College: De beantwoording van deze vragen treft u hieronder aan.
1
Context: De schriftelijk vragen over de bouwsubsidies nodigt uit om het binnenhalen van subsidies in het juiste perspectief te plaatsen. De subsidieregelingen die in vraag 1 worden genoemd zijn, met uitzondering van de Vliegende brigade, allemaal gericht op het meer betaalbaar maken van sociale woningen. De subsidieregelingen kunnen drempelverlagend werken voor een corporatie in de onderhandelingen met een ontwikkelaar/initiatiefnemer. Als de corporatie zelf ontwikkelaar is, kan hij zelf deze subsidies aanvragen. Voor het merendeel van deze regelingen geldt dus dat deze ten goede (moeten) komen aan de corporaties. De bijdrage die subsidies kunnen leveren aan de betaalbaarheid is evident. De bijdrage van subsidieregelingen aan het versnellen van projecten is niet vanzelfsprekend. Voor de Vliegende Brigade geldt dat deze is gericht op het aanvullen van noodzakelijke expertise (ambtelijke capaciteit) in een project die voor de voortgang van dat project relevant is: er zit op een expertise een gat in de projectgroep die de gemeente zelf niet kan vullen of er is extra capaciteit nodig om tot een aantoonbare versnelling te komen. Een voorbeeld betreft de inhuur van een jurist op de begeleiding van de procedure voor Bijdorp (begeleiding nota van beantwoording en vaststelling door de raad en het beroep richting Raad van State). Een heel afgebakende opdracht dus.
De Vliegende Brigade voorziet nadrukkelijk niet in een gehele projectorganisatie. Deze context is van belang omdat het binnenhalen van extra geld, voor zover dat al beschikbaar zou zijn om binnen de eigen ambtelijke organisatie aan te wenden, ons op dit moment niet zonder meer helpt als het gaat om het versnellen van projecten (extra handen). Extra geld voor bijvoorbeeld alleen een projectleider helpt ons nog niet verder, omdat we de toename in ondersteunende ambtelijke capaciteit dan nog niet hebben (b.v. stedenbouwkundig, juridisch, verkeerskundig, planologisch etc.). Als die toename in extra handen niet integraal wordt gerealiseerd, dan wordt alleen een bottleneck verlegd van de ene expertise naar de andere expertise zonder een toename in resultaat te realiseren. Daarbij komt dat de arbeidsmarkt op dit gebied nog altijd van dien aard is dat wij er niet in slagen om beschikbare budgetten volledig om te zetten in integrale additionele ambtelijke capaciteit. Binnen de ruimte die we hebben werken we bovendien aan een sterkere structuur en projectbeheersing. Niet alleen: meer capaciteit uitgedrukt in “extra handen”, maar ook: anders gestructureerde capaciteit. Naar aanleiding van bovenstaande hebben we de volgende schriftelijke vragen voor het College:
2
Vraag 1. Kan het College voor het jaar 2025 per subsidieregeling aangeven of hiervan gebruik is gemaakt, en zo nee, wat daarvoor de reden was? Graag een toelichting per regeling: Knelpuntenpot sociale huur, Knelpuntenpot middenhuur, Woonvormen senioren, Vliegende Brigade (tijdelijk extra ambtelijke capaciteit), Plankosten collectieve wooninitiatieven, Drinkwaterbesparing sociale huurwoningen, Opschalen houtbouw sociale huurwoningen, Versnelling realisatie asielopvang en Flexwonen Antwoord 1. In 2025 zijn geen subsidies aangevraagd. Met verwijzing naar ons antwoord op vraag 2 van de schriftelijke vragen 397 van 14 april 2025 overwegen wij in het algemeen een subsidie aan te vragen als wij overtuiging hebben dat we ook aan de subsidievoorwaarden kunnen voldoen en dat die regeling voor dat specifieke project een verschil gaat maken. Dat wij geen aanvragen hebben ingediend impliceert dat wij binnen de lopende projecten op dit moment geen kans hebben gezien om aan de voorwaarden te voldoen. Onderstaand lopen we de verschillende regelingen langs. Voor de knelpuntenpot en de knelpuntenpot middenhuur geldt dat er aantoonbaar sprake moet zijn van een exploitatietekort op het project (voorbeeld: Bijdorp). Voor de lopende projecten, waarbij de gemeente in de regel geen initiatiefnemer is, geldt dat er geen sprake is van een tekort op de exploitatie.
Van de subsidieregeling Woonvormen senioren hebben we met succes gebruik gemaakt voor het Winston Churchillplein (voorschot €200.000). Nu de initiatiefnemers niet meer samenwerken zijn we in gesprek met de provincie om de aanvraag voor nu in te trekken en weer met een nieuwe aanvraag te komen zodra een aangepast plan voldoende realistisch is. Voor de vliegende brigade geldt dat wij in 2025 niet hebben geconstateerd dat de voortgang op een project afhangt van een specifieke expertise die we niet of onvoldoende in huis hebben. Het gaat om benodigde integrale capaciteit, over de volle bandbreedte van alle benodigde expertises. De voortgang op projecten zit daarnaast veelal in andere factoren dan wat de vliegende brigade kan bieden. Denk daarbij aan: beroepsprocedures, de rol die de ontwikkelaar zelf speelt in de voortgang of locatiespecifieke aspecten als bodemdaling die extra aandacht vragen. Over factoren die de voortgang beïnvloeden, anders dan het ontbreken van expertise, hebben we ook periodiek afstemming met de versnellingstafel van Holland Rijnland. Zoals gezegd, de vliegende brigade voorziet niet in een volledige projectorganisatie. Voor de subsidiemogelijkheden op Plankosten collectieve wooninitiatieven, Drinkwaterbesparing sociale huurwoningen en Opschalen houtbouw sociale huurwoningen geldt dat deze zijn bedoeld voor corporaties en niet voor gemeenten.
Corporaties kunnen deze zelf aanvragen. 3
Van de subsidie Versnelling realisatie asielopvang is in 2025 geen gebruik gemaakt omdat de taakstelling voor de huisvesting van statushouders in 2025 ruimschoots is behaald. Wel wordt op dit moment onderzocht of in 2026 gebruik kan worden gemaakt van de bestaande subsidieregeling voor de huisvesting van aan de gemeente toegewezen statushouders, om de doorstroom efficiënter te laten verlopen. Een subsidie aanvragen voor flexwonen is niet opportuun omdat de gemeenteraad heeft besloten op 1 locatie voor permanente woningen te gaan. Vraag 2. Kan het College voor 2026 per bovengenoemde subsidieregeling aangeven of zij voornemens is hiervan gebruik te maken, en zo nee, waarom niet? Graag opnieuw een toelichting per regeling. Antwoord 2. Met verwijzing naar onze beantwoording op de schriftelijke vragen 397 geldt ook voor 2026 dat wij overwegen subsidie aan te vragen als we de indruk hebben dat we ook aan de subsidievoorwaarden kunnen voldoen. Concreet verwachten wij in 2026 een subsidie aan te vragen voor Churchillplein, de Jan Wagtendonkstraat en voor de versnelling realisatie asielopvang. Als wij lopende het jaar voor andere projecten mogelijkheden zien om succesvol subsidie aan te vragen, zullen wij dat doen.
Vraag 3 Op basis van welke criteria weegt het College af of een provinciale subsidieregeling wordt aangevraagd, en hoe wordt daarbij het belang van versnelling en betaalbaarheid van woningbouw meegenomen? Antwoord 3. Zie ons antwoord op vraag 1. Wij bepalen aan de hand van de subsidievoorwaarden of wij aan de subsidievoorwaarden kunnen voldoen en daarmee een aanvraag succesvol zal zijn. Als wij niet aan de voorwaarden kunnen voldoen komt de beoordeling of sprake kan zijn van versnelling of betaalbaarheid niet aan de orde. Het merendeel van de subsidies komt in de praktijk ten goede aan de corporaties of een vereniging of een woonvorm, afhankelijk van de regeling. Dit om een deel van de onrendabele top af te halen (betaalbaarheid). De corporaties kunnen ook zelf de meeste subsidies aanvragen. Waar dat kan zijn wij uiteraard bereid om samen met de corporaties te kijken of het aanvragen van een subsidie zinvol is (voorbeeld: projectsubsidie subsidieregeling sociale woningbouw voor het Fortuyn €100.000) en hoe dit het beste georganiseerd kan worden. Op dit punt voeren we regelmatig overleg met de corporaties. De Versnellingstafel van de regio Holland Rijnland is hier vanuit een adviserende rol bij betrokken.
4
Vraag 4. Heeft het college voldoende capaciteit beschikbaar voor het aanvragen en uitvoeren van deze provinciale subsidieregelingen? Antwoord 4. Ja. De capaciteit voor het aanvragen van een subsidie is geen factor om wel/niet een subsidie aan te vragen. Het aanvragen van een subsidie maakt onderdeel uit van een project. Binnen de projectorganisatie kan dit worden georganiseerd. Zoals in antwoord 3 al is aangegeven kan een corporatie ook zelf een subsidie aanvragen. Vraag 5. Hoe verhoudt het (beperkte) gebruik van provinciale subsidieregelingen zich tot de gemeentelijke ambities op het gebied van betaalbare woningbouw, zoals vastgelegd in de woonvisie en het coalitieakkoord? Antwoord 5. De ambities op gebied van betaalbare woningen zijn, zoals vraag 5 zelf al aangeeft, verankerd in beleid. Bij het vaststellen van dit beleid is het aanvragen van subsidies geen randvoorwaarde geweest. Ook zonder subsidies staan deze ambities overeind. In de context, die we hebben geschetst voorafgaand aan de beantwoording, hebben we aangegeven dat subsidies evident bijdragen aan de betaalbaarheid. Vanuit dit perspectief zullen we per project bekijken of het aanvragen van subsidies zinvol is. Gelijktijdig hebben we benadrukt dat we binnen de capaciteit die we hebben werken aan een sterkere structuur en projectbeheersing.
Het beperkt gebruik van subsidies in 2025 staat daarmee niet haaks op de gemeentelijke ambities. Vraag 6. Is het College bereid om de raad structureel te informeren over beschikbare externe subsidies (provinciaal en landelijk) voor woningbouw en over de afwegingen om deze al dan niet te benutten? Antwoord 6. Ja, het college kan zich voorstellen dat we de halfjaarlijkse projectenrapportage aan de raad benutten om voor de projecten die het betreft tevens aan te geven of er subsidiemogelijkheden liggen en, mocht dit het geval zijn, waarom deze wel/niet kunnen worden benut.
5
Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
E.A. van Wattingen, gemeentesecretaris
mw. drs. N. Stemerdink, burgemeester
Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.
6