Amendement 381 CDA VVD Warmtebedrijf - Betaalbaarheid en Informatievoorziening
Tekst van het document
Amendement 381
Onderwerp: vaststellen Wensen- en bedenkingenprocedure voorgenomen oprichting van een Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio (RPIW WLR) De raad van de gemeente Voorschoten in zijn vergadering bijeen d.d. 13 november 2025 gezien het raadsvoorstel vaststellen Wensen- en bedenkingenprocedure voorgenomen oprichting van een Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio (RPIW WLR) Constaterende dat: Ten algemene Nederland zich collectief politiek verbonden heeft om in 2050 aardgasvrij te zijn en dit gezien de geopolitieke veranderende situatie en de klimaatverandering een goede zaak is. Er voor dit doel noodzakelijke wijzigingen nodig zijn die aanzienlijke maatschappelijke gevolgen zullen hebben. De oprichting van een Regionaal Warmtebedrijf een complexe aangelegenheid is. Er nog een groot aantal onzekerheden zijn omtrent de uitgangspunten: betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid. De Wet Collectieve Warmte (Wcw) nog niet door de Eerste Kamer is aangenomen De rol van EBN en FIRAN nog niet is vastgesteld Betaalbaarheid EY Parthenon in haar second opinion betaalbaarheid als aandachtspunt noemt wat zou moeten worden toegevoegd aan de wensen en bedenkingen. Consumenten met een aansluiting op een warmtenet in 2023 22% (309 euro) en in 2024 43% (535 euro) meer kwijt waren voor hun energierekening vergeleken met een gemiddelde gasaansluiting1.
Een aansluiting voor een warmtenet op dit moment €5.337,39 waarbij er een subsidiemogelijkheid bestaat van €3.325 en de netto aansluitingskosten daarmee €2.012,39 bedragen en dit hoger is dan een nieuwe gasaansluiting is die momenteel €1304,06 zijn (tarief vaste gasaansluiting, Liander, 2025). De kosten van de verduurzaming van de woning die nodig is om deze geschikt te maken voor een aansluiting op dit moment niet meegenomen worden in de berekeningen. Vollooppercentage/participatiepercentage De Globale Businesscase (GBA) uit gaat van 80% participatiegraad. In bijlage 3 van de Second Opinion van Beerenschot het percentage van 80% wordt omschreven als een “hoge inschatting van volloop van 80% terwijl er nog onzekerheid is over de de aanwijsbevoegheid en in hoeverre de tarifering op het maximum volgens de ACM wordt gezet”. Realisatiesnelheid: Er geen historisch precedent is van een participatiegraad in de korte tijd zoals beschreven in de GBA. Er voor de warmtetransitie zeer veel werkzaamheden nodig zullen zijn. Overwegende dat: Ten algemene: In diverse rapporten er gepleit wordt voor meer realistische aannames om zo tot een meer realistischere businesscase. In de wensen en bedenkingen van het college hier aandacht voor is, maar deze algemeen uitgewerkt zijn en deze scherper uitgewerkt kunnen worden.
1 https://www.gaslicht.com/nieuws/verschillen-stadswarmte-gasaansluitingen-en-vaste-energiecontracten
Amendement 381
-
Tegenvallende resultatie a.g.v. optimistische schattingen zullen leiden tot financiële tegenvallers die door de aandeelhouders (en dus het college) zullen moeten worden gecorrigeerd. Het college met een scherper mandaat zo een duidelijk signaal kan geven over de RPIW WLR om zo te voorkomen dat er aanvullende financiële claims worden ingediend. Betaalbaarheid, pariticipatiegraad en realisatiesnelheid drie cruciale succesfactoren zijn die een realistische businesscase bepalen en derhalve zo realistisch mogelijk en dus niet zo optimistisch mogelijk mogen worden geformuleerd. Er tijdens de looptijd van de SOK een groot aantal zaken moet worden uitgewerkt. De gemeenteraden van de zes deelnemende gemeenten na dit raadsbesluit nog maar een moment hebben om over de oprichting van het warmtebedrijf te kunnen debatteren en besluiten.
Betaalbaarheid Hoe betaalbaarder een aansluiting wordt voor inwoners, hoe meer inwoners geneigd zullen zijn om een aansluiting op een warmtenet te overwegen. Betaalbaarheid van aansluiting en aanpassing van de woning een cruciale succesfactor is voor voldoende deelname en daarmee een succesvolle rendabele businesscase. De betaalbaarheid van warmtenetten wordt verslechterd doordat de gebruiker voor het warmtenet ook de kosten van de infrastructuur betaalt, terwijl dit voor elektriciteit en gas collectief bekostigd is. Voor de betaalbaarheid het van belang is dat er voldoende bijdragen van het Rijk beschikbaar wordt gesteld. De benodigde kosten voor de verduurzaming van de woning om deze geschikt te maken voor een aansluiting van belang zijn voor de uiteindelijke deelname aan een warmtenet en een schatting hiervan (op basis van energielabel en woningtype) meegenomen zou kunnen worden in de businesscase. Vollooppercentage/participatiegraad De participatiegraad (volgens het rapport van EY Parhenon) (zeer) hoog ingeschat wordt en het volloopercentage in de eerste jaren doorgaans bij vergelijkbare projecten veel lager ligt (bijvoorbeeld 30-50%). Een lager percentage in de eerste jaren aanzienlijke gevolgen zal hebben voor de businesscase en daarmee ook de betaalbaarheid voor bewoners van het systeem wat weer gevolgen zal hebben voor de volloopsnelheid van het systeem.
Realisatiesnelheid Er geen precedent ligt van een dergelijke operatie in een dichtbevolkt stedelijk gebied waarbij de hoofdinfrastructuur moet worden aangepast. Realistische snelheid leidt tot een minder positieve maar realistischere businesscase.
Besluit: Het beslispunt te wijzigen in: De wensen en bedenkingen van de gemeente Voorschoten bij het ontwerpbesluit tot de oprichting van de vennootschap Regionaal Publiek Warmtebedrijf Leidse Regio B.V. zoals deze zijn uitgewerkt in bijlage 6 ter kennis van het college van burgemeester en wethouders te brengen met de volgende wijzigingen: Aan bijlage 6, pagina 21 bij bedenking 6.2 in te voegen:
Amendement 381
Werk de businesscase verder uit tijdens de Kwartiermakersfase, waarbij de nadruk moet liggen op het valideren en verbeteren realistischer inschatten van de aannames en invoer, niet op het aanpassen van de businesscase om een gewenste uitkomst te verkrijgen. Bij het uitwerken dient nadrukkelijk aandacht te zijn voor de betaalbaarheid van de aansluiting voor de consument, waarbij de relatie tussen betaalbaarheid, aanlegsnelheid en participatiegraad een cruciale succesfactor voor een financieel haalbare businesscase is. Mogelijke oplossingsrichtingen zijn: a. Oorspronkelijke tekst. b. Oorspronkelijke tekst. c. Oorspronkelijke tekst. d. Het verlagen van de realisatiesnelheid naar een praktisch onderbouwde snelheid die de gemiddelde landelijke historische realisatiesnelheid als uitgangspunt neemt. e. Een duidelijke onderbouwing van de betaalbaarheid voor de gebruiker waarbij de gebruiker goedkoper uit zou moeten zijn bij een warmtenet. De kosten die nodig zijn om de woning geschikt te maken voor een warmtenet dienen meegenomen te worden. Hierbij zou rekening gehouden moeten worden met energielabel van de woning en het woningtype. f. Een realistischere inschatting van een participatiegraad binnen 8 jaar na start van werkzaamheden waarbij in plaats van 80% uitgegaan dient te worden van 65-70% participatie (te bereiken 8 jaar na start project).
In bijlage 6 pagina 22 sub 6.3 de volgende tekst toe te voegen: Gezien de complexiteit en onzekerheden die tijdens de kwartiermakers-fase moeten worden uitgewerkt worden de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten iedere 3 maanden vanaf het moment van ondertekening van de SOK ingelicht over de voortgang van de Kwartiermakers-fase en in het bijzonder de ontwikkeling van de Business-case met oog op de betaalbaarheid van de eindgebruiker van de in de toekomst te leveren collectieve warmte en de mogelijke risico’s die de deelnemende gemeenten lopen.
Ondertekening en naam: Bart van Horck – CDA Jaap Haubrich – VVD Aantekening griffier: