Amendement 119 ONS PvdA GL CDA over brief aan provincie (def.).doc
Tekst van het document
Amendement 119
Onderwerp: Agendapunt 10, Reactie toezichtsbrief provincie Zuid-Holland op de begroting 2021
De raad van de gemeente Voorschoten in zijn vergadering bijeen d.d. 29 april 2021 gezien het raadsvoorstel nr. Z/20/047975/235444-1 Constaterende dat:
a) Het college een meerjarenraming voor de jaren 2022, 2023 en 2024 heeft opgesteld, als onderdeel van de programmabegroting 2021;
b) De gemeenteraad op 5 november 2020 kennis heeft genomen van deze meerjarenraming;
c) Deze meerjarenraming, als onderdeel van de programmabegroting 2021, is toegestuurd aan het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland;
d) Het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hierop een reactie heeft gegeven door middel van een toezichtsbrief inhoudende, onder meer, de beoordeling: er wordt voldaan aan de criteria voor repressief toezicht;
e) Deze beoordeling is gebaseerd op een beeld dat is gevormd door het structurele en
reële resultaat in de begroting 2021 en de meerjarenramingen 2022, 2023 en 2024;
Voorts constaterende dat: f)
In de meerjarenraming 2022, 2023 en 2024 de zelfde restwaardesystematiek is toegepast als in de begrotingen 2020 en 2021,
g) Inmiddels is gebleken dat deze restwaardesystematiek volgens de richtlijnen van de BBV niet mag worden toegepast;
h) Dit feit een structureel nadelig effect heeft op de meerjarenramingen 2022, 2023 en 2024 van ongeveer 650 K EUR per jaar;
i)
Het college van Voorschoten heeft bevestigd dat het college van Gedeputeerde Staten
j)
Met de kennis van nu er geen sprake meer is van een structureel en reëel sluitende
via de ambtelijke lijn is geïnformeerd over de omvang van dit nadelig effect; meerjarenraming 2022, 2023 en 2024;
Overwegende dat:
a) De tekst in de concept reactiebrief, deel uitmakende van het voorliggende
raadsvoorstel, een zin bevat die is als volgt luidt: (1e zin in de 2e volledige alinea):
a. “ U constateert een reëel en structureel evenwicht voor de jaren 2021-2024.”;
b) In formele zin deze constatering niet onjuist is, maar dat het aannemelijk is dat deze
Amendement 119
constatering op 29 april 2021, gebaseerd op de actuele kennis m.b.t. het mogen toepassen van de gebruikte restwaardesystemathiek, door het college van
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland niet opnieuw zo zou worden gedaan;
c) De formulering van deze zin een onnodige confrontatie voor het college van
Gedeputeerde Staten in zich herbergt met het feit dat, met de kennis van nu, achteraf bezien, de constatering m.b.t de meerjarenraming wellicht anders had moeten zijn;
Besluit: het beslispunt behorende bij dit raadsvoorstel als volgt te wijzigen: De bij dit besluit behorende reactiebrief, in antwoord op de toezichtsbrief van college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 8 december 2020, te versturen met
inachtneming van de volgende wijzigingen:
De formulering van de eerste zin in de tweede volledige alinea is als volgt: “ U constateert een reëel en structureel evenwicht voor het jaar 2021.”
Ondertekening en naam:
Hans van der Elst, ONS Voorschoten Ad de Graaf, PvdA
Albert Deuzeman, GroenLinks René Zoetemelk, CDA
Aantekening griffier: Aangenomen zonder stemming.