Achtergrondinfo: Raadsvoorstel Uitgangspuntenkader regionaal warmtebedrijf en collectieve warmtetransitie met aanpassingen zichtbaar
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer:
Z/23/081881/438611
Datum collegebesluit:
25 maart 2025
Datum commissieverg.:
10 april 2025
Datum raadsvergadering:
15 mei 2025
Soort Voorstel:
Raadsvoorstel
Onderwerp:
Uitgangspuntenkader regionaal warmtebedrijf en collectieve warmtetransitie
Portefeuillehouder:
Wethouder Schokker
Programma:
7.4 Milieubeheer
Kernboodschap:
De warmtetransitie is het omschakelen van aardgas naar schone energie. In de transitievisie warmte 1.1 is vastgesteld dat collectieve warmte voor een groot deel van de gemeente het voorkeursalternatief voor aardgas is. Met het vaststellen van dit uitgangspuntenkader stelt de gemeenteraad kaders en geeft het richting aan de oprichting van een regionaal warmtebedrijf en de collectieve warmtetransitie in het algemeen.
Bijlagen:
1. Uitgangspuntenkader regionaal warmtebedrijf en collectieve warmtetransitie 2. Participatieverslag - uitgangspuntenkader regionaal warmtebedrijf en collectieve warmtetransitie
Beslispunten:
1. Het samenhangende ‘uitgangspuntenkader regionaal warmtebedrijf en collectieve warmtetransitie’ vast te stellen. 2. Het college op te dragen om een raadsvoorstel ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor te leggen ten aanzien van: a) een wijziging van de leidende principes of een van de andere uitgangspunten voor de warmtetransitie van Voorschoten;
Gemeente Voorschoten Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl BTW NL 00179762B01 | KvK 27381083 | IBAN NL43 BNGH 0285 0796 70 | BIC BNGHNL2G
b) de gewenste gemeentelijke financiering, investeringen en/of subsidies voor de oprichting van een regionaal warmtebedrijf en/of de warmtetransitie in het algemeen; c)
de inzet van een bevoegdheid tot het aanwijzen van aardgasvrije gebieden in het omgevingsplan;
d) een ruimtelijk besluit voor de plaatsing van een warmteoverdrachtsstation (WOS). Relatie met:
Pagina 2 van 14
Planning LTA
Inleiding en samenvatting De gemeente heeft de regierol in de warmtetransitie van Voorschoten. De warmtetransitie is het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving door de geleidelijke overstap op duurzamere manieren van verwarmen. Voor een groot deel van Voorschoten is een collectief warmtenet een goed alternatief voor aardgas. Binnen het programma Warmte Leidse Regio (WLR) werkt de gemeente Voorschoten daarom sinds 2021 samen met de gemeenten Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude aan de oprichting van een regionaal warmtebedrijf dat een collectief warmtesysteem kan realiseren. Met het uitgangspuntenkader stelt de gemeenteraad kaders en geeft het richting aan de mogelijke oprichting van een regionaal warmtebedrijf en de collectieve warmtetransitie in het algemeen. De uitgangspuntenkaders van de zes WLR-gemeenten samen vormen de kaders waarbinnen de oprichting van een regionaal warmtebedrijf kan plaatsvinden. De uitgangspunten zijn ook een manier om keuzes te maken over de leidende principes van de collectieve warmtetransitie en hoe een aantal nieuwe bevoegdheden en instrumenten in Voorschoten gaan worden ingezet. De gemeente krijgt via nieuwe wetgeving namelijk bepaalde bevoegdheden en instrumenten van het Rijk om de vormgeving van de lokale transitie naar duurzame collectieve warmte vorm te geven.
Om de gemeente goed voor te bereiden op deze verschillende onderwerpen is het wenselijk om nu deze uitgangspunten vast te stellen. Het gehele uitgangspuntenkader met achtergrondinformatie is bijgevoegd in bijlage 1. Het uitgangspuntenkader is geen wettelijke eis en er zijn geen vormvereisten. Het college stelt een afgewogen set van uitgangspunten voor. Zo kiest het college er proactief voor om goed naar de gemeenteraad en bewoners te luisteren en hen de mogelijkheid te bieden om mee te denken over de voorwaarden voor een collectief warmtesysteem en regionaal warmtebedrijf. Als minimale eis dient het uitgangspuntenkader aan te sluiten op het huidige en het voorziene juridische kader. Het gaat hierbij vooral om de Wet collectieve warmte (Wcw) en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Daarnaast moeten de uitgangspunten passen bij eigen beleid en regelgeving, zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de transitievisie warmte (in de toekomst: warmteprogramma) en het participatiebeleid. Het college is voornemens om op basis van de kaders in samenwerking met de andere WLRgemeenten een Samenwerkingsovereenkomst (SOK) vast te stellen, waarmee we afspraken maken over de oprichting van een regionaal warmtebedrijf. Hierbij moeten mogelijk ook compromissen gesloten worden tussen de uitgangspuntenkaders van de gemeenten.
Via een wensen- en bedenkingenprocedure later dit jaar kan de gemeenteraad terugkoppeling over de SOK geven aan het college, inclusief opmerkingen over eventuele compromissen.
Pagina 3 van 14
Verantwoordelijkheden gemeenteraad en college Met de nieuwe hierboven genoemde wetgeving is het college het bevoegd gezag voor een aantal besluiten in de warmtetransitie (zie ook bijlage 1). De gemeenteraad kan vooraf sturen met het uitgangspuntenkader en de omgevingsvisie, en achteraf met het vaststellen van het omgevingsplan. Een overzicht van besluitvorming en bevoegdheden in de warmtetransitie is opgenomen in onderstaande figuur. Bij iedere stap wordt de gemeenteraad geïnformeerd.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de verschillende besluiten die komende jaren te verwachten zijn, wat het bevoegd gezag is, wat de wettelijke grondslag is en hoe de gemeenteraad hierbij betrokken zal worden. De volgorde kan veranderen. Besluit
Bevoegdheid
1. Uitgangspuntenkader (dit raadsvoorstel) 2. SOK oprichting warmtebedrijf (W&B) 3. SOK oprichting warmtebedrijf (besluit) 4. Warmteprogramma 5. Oprichting warmtebedrijf (W&B) 6. Oprichting warmtebedrijf (besluit) 7. Vaststellen warmtekavel(s) 8. Aanwijzen warmtebedrijf of -gemeenschap 9. Vaststellen uitgewerkt kavelplan 10. Ruimtelijk besluit WOS (omgevingsplan) 11. Vaststellen uitvoeringsplan(nen) 12. Voornemen inzet aanwijsbevoegdheid 13. Opnemen aanwijsbevoegdheid omgevingsplan Algemeen: budgetsturing (meermaals) Algemeen: omgevingsplan (meermaals)
Raad Raad College College Raad College College College College Raad College College Raad Raad Raad
Wettelijke grondslag* Gemw Gemw Gemw Wgiw Gemw Gemw Wcw Wcw Wcw Ow Gemw Wgiw Ow Gemw Ow
Betrokkenheid gemeenteraad Besluit Wensen & bedenkingen Informatiebrief Informatiebrief Wensen & bedenkingen Informatiebrief Informatiebrief Informatiebrief Informatiebrief Besluit Informatiebrief Informatiebrief Besluit Besluit Besluit
* Gemw = Gemeentewet, Wgiw = Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie, Wcw = Wet collectieve warmte, Ow = Omgevingswet
Pagina 4 van 14
Inzet op collectieve warmte De warmtetransitie helpt Voorschoten op weg naar het doel om in 2050 een aardgasvrije gemeente te zijn. Uit de transitievisie warmte 1.1 blijkt dat collectieve warmte voor een groot deel van de gemeente het voorkeursalternatief voor aardgas is. Met het vaststellen van het warmteprogramma voor eind 2026 bepaalt het college (opnieuw) waar in de gemeente collectieve warmte de voorkeur heeft en wanneer dit verwacht wordt. Dit gebeurt na een uitgebreid proces met relevante betrokkenen en lokale initiatieven. Naast de inzet op een collectief warmtesysteem, behouden bewoners de mogelijkheid om voor individuele warmteoplossingen te kiezen. Wel stelt het college een aantal uitgangspunten voor om de tijd, geld en aandacht van de gemeente zo goed mogelijk te besteden. Uitgangspunten 1. Het college bepaalt in het warmteprogramma waar en wanneer er collectieve warmte komt als alternatief voor aardgas, op basis van de leidende principes. Totdat het warmteprogramma is vastgesteld blijft de transitievisie warmte 1.1 leidend. 2. Waar gekozen is voor collectieve warmte stimuleert het college de verduurzaming van woningen en andere gebouwen, blijven individuele warmteoplossingen mogelijk, en staat het mini-warmtenetten toe, zolang de activiteiten voldoen aan de geldende wetten, regels en beleid. 3.
Om de betaalbaarheid en haalbaarheid van een collectieve oplossing te vergroten, stimuleert het college individuele warmteoplossingen niet actief in de gebieden waar voor collectieve warmte is gekozen. 4. Alle gemeenten uit de samenwerking Warmte Leidse Regio stellen uitgangspunten vast; bij conflicterende uitgangspunten zoekt het college passende compromissen. Leidende principes Het college wil een aantal leidende principes vaststellen, zodat we vertrouwen, enthousiasme en steun krijgen en behouden voor de warmtetransitie. Alle stappen in de warmtetransitie zullen dan worden beoordeeld en gewogen op basis van deze leidende principes. Op deze manier geeft de gemeente Voorschoten invulling aan haar regierol in de warmtetransitie, als bewaker van publieke waarden en het algemeen belang. Deze waarden zijn in lijn met eerdere besluiten door de gemeenteraad en deze worden in de regio ook door andere gemeenten toegepast. Het gaat om betaalbaarheid, haalbaarheid, doelmatigheid, toegankelijkheid, betrouwbaarheid, beschikbaarheid, participatie, overlast, koppelkansen en de weging van deze publieke waarden.
Pagina 5 van 14
Uitgangspunten 5. Het college houdt de kosten voor individuele afnemers van warmte en de maatschappij als geheel zo laag mogelijk, en het volgt daarbij landelijke richtlijnen voor de beoordeling van de betaalbaarheid van warmte. 6. Bij planvorming en uitvoering toetst het college op de (technische, economische, ruimtelijke en organisatorische) haalbaarheid en de doelmatigheid van gekozen oplossingen. 7. Het college maakt de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving van Voorschoten zo snel mogelijk en uiterlijk in 2050 aardgasvrij. 8. Het college zorgt dat afnemers van warmte kunnen vertrouwen op een voor iedereen toegankelijke, functioneel betrouwbare en altijd beschikbare warmtevoorziening. 9. Afnemers van warmte en andere relevante betrokkenen worden door het college actief meegenomen bij planvorming, besluitvorming en uitvoering. 10. Overlast en andere negatieve effecten bij de uitvoering, voor afnemers van warmte, andere betrokkenen of andere opgaven, probeert het college zo klein mogelijk te houden. 11. Waar mogelijk en wenselijk maakt het college werk met werk (koppelkansen) en stemt ze de aanpak van de warmtetransitie af met die van andere gemeentelijke opgaven. 12. Het college is verantwoordelijk voor de weging van de leidende principes en kijkt daarbij integraal naar het hele energiesysteem.
Deelname aan een regionaal warmtebedrijf De toekomstige Wet collectieve warmte (Wcw) gaat uit van een nieuw marktmodel voor warmte. Dit betekent dat alleen een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of een warmtegemeenschap kunnen worden aangewezen om collectieve warmte te exploiteren in een warmtekavel, dat wordt vastgesteld door het college. Het meerderheidsbelang zorgt ervoor dat publieke partijen, zoals de gemeente, het beleid van het warmtebedrijf (mede) kunnen bepalen. Op deze manier kan de publieke partij sturen op verschillende dingen, zoals investeringen in warmtenetten, meebeslissen over de hoogte van tarieven voor afnemers van warmte, en het benutten van koppelkansen met andere opgaven in de buurt. Er zijn vooralsnog geen publieke partijen actief in Voorschoten en de bredere Leidse regio die de rol van een publiek warmtebedrijf op zich kunnen nemen. Daarom stelt het college voor dat de gemeente Voorschoten deelneemt aan een regionaal warmtebedrijf dat bewoners van warmte kan gaan voorzien. Zo kan de gemeente dus ook op basis van de uitgangspunten mede sturing geven aan het warmtebedrijf. Daarbij stelt het college wel enkele voorwaarden aan de oprichting van een warmtebedrijf. Het warmtebedrijf moet goed omgaan met risico’s, een
Pagina 6 van 14
efficiënte organisatie hebben en de financiële gevolgen goed inzichtelijk maken. Daarnaast wil het college al stappen kunnen zetten voordat het warmtebedrijf eenmaal is opgericht. Uitgangspunten 13. De gemeenteraad wil neemt financieel deelnemen en wordt mede-eigenaar worden in een regionaal publiek integraal warmtebedrijf, om zo gemeentelijke zeggenschap te organiseren en publieke slagkracht in de warmtetransitie te creëren. 14. Het college maakt een goede inventarisatie van risico’s en legt deze risico’s zoveel mogelijk neer bij die partijen die ze kunnen dragen en beïnvloeden. 15. Het college onderzoekt de mogelijkheden van een kleine efficiënte organisatiestructuur van het regionale warmtebedrijf, om onnodige winstmarges, risico-opslagen, faalkosten, tussenlagen en betrokken partijen te voorkomen. 16. Het college zal op basis van een businesscase een voorstel doen aan de gemeenteraad voor de gewenste (aanvullende) gemeentelijke financiering, investeringen en/of subsidies. De raad neemt hierover vervolgens een besluit. 17.
Om de warmtetransitie te versnellen blijft het college in de tussenfase - de periode tot de inwerkingtreding van de Wcw en de oprichting van het regionale warmtebedrijf - stappen zetten, om collectieve warmte te realiseren, op basis van de vastgestelde uitgangspunten, in anticipatie op komende wetgeving, en met de mogelijkheid dat projecten uit de tussenfase overdraagbaar zijn aan het regionale warmtebedrijf. Inzet wettelijke instrumenten: kavelstrategie & aanwijsbevoegdheid Met de introductie van twee nieuwe wetten krijgt de gemeente ook nieuwe wettelijke instrumenten en bevoegdheden. De Wet collectieve warmte (Wcw) introduceert een kavelsystematiek voor warmtesystemen. Met een aanwijzing door het college krijgt een warmtebedrijf vervolgens het recht om hier warmte te leveren. De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) geeft de gemeenteraad onder specifieke voorwaarden de bevoegdheid om in het omgevingsplan gebieden aan te wijzen die aardgasvrij gaan worden. Met het inzetten van de aanwijsbevoegdheid heeft de gemeenteraad ook aan de achterkant van het proces invloed op de richting van de warmtetransitie. Het inzetten van deze instrumenten kan een toekomstig warmtebedrijf helpen bij het uitvoeren van haar taken. Met de uitgangspunten maken we keuzes hoe we deze instrumenten inzetten. Uitgangspunten 18.
Het college stelt de omvang en begrenzing van kavels zo vast dat deze, binnen de wettelijke kaders, optimaal voldoen aan de leidende principes.
Pagina 7 van 14
19. Het college stemt de omvang en begrenzing van kavels af met relevante partijen in de gemeente, in de regio, met het aan te wijzen regionale warmtebedrijf en/of warmtegemeenschap(pen). 20. Voorafgaand aan de toewijzing van een warmtekavel inventariseert het college de aanwezigheid van lokale initiatieven en (potentiële) warmtegemeenschappen binnen de kavel, onderzoekt het gezamenlijk met het regionale warmtebedrijf en actieve warmtegemeenschappen de wensen en kansen tot samenwerking binnen de kavel, en onderzoekt het de mogelijkheid om een (warmtebedrijf van een) warmtegemeenschap zelfstandig aan te wijzen voor de kavel. 21. Het college wijst nieuwe warmtekavels toe aan het regionale warmtebedrijf, waaraan de gemeente Voorschoten zal deelnemen, tenzij uit onderzoek blijkt dat een andere toewijzing beter aansluit bij de leidende principes. 22. Het college zal op aanvraag van initiatiefnemer(s) binnen het wettelijke kader ontheffing verlenen voor de exploitatie van kleine collectieve warmtesystemen, tenzij het de situatie voor andere afnemers van warmte in de gemeente nadelig beïnvloedt of het de voorgenomen ontwikkeling van warmtekavels belemmert. 23.
Het college gebruikt de aanwijsbevoegdheid in die clusters waar een aanbod voor collectieve warmte gaat worden gerealiseerd, op voorwaarde dat de inzet van de aanwijsbevoegdheid voldoet aan alle wettelijke vereisten en collectieve warmte voor dat cluster in het warmteprogramma als het beste alternatief voor aardgas is beoordeeld. De gemeenteraad bekrachtigt de aanwijsbevoegdheid in het omgevingsplan. Lokale betrokkenheid Voor een succesvolle warmtetransitie is lokale betrokkenheid belangrijk. Daarbij zijn meerdere aspecten van belang: aandacht voor afnemers bij de oprichting van het warmtebedrijf, goede participatie tijdens de realisatie van de collectieve warmtevoorziening, en betrokkenheid van afnemers en lokale initiatieven als het warmtebedrijf operationeel is. Met de uitgangspunten geeft de gemeenteraad een stem aan afnemers van warmte en lokale initiatieven. Uitgangspunten 24. Het college onderzoekt de mogelijkheden van en zet zich in voor een vorm van zeggenschap, invloed of betrokkenheid voor de afnemers van warmte in het regionale warmtebedrijf, om te zorgen dat afnemers kunnen meedenken, meebeslissen en/of dat hun belangen altijd gediend blijven in de onderwerpen die voor hen belangrijk zijn. 25.
Het college onderzoekt de mogelijkheden voor een vorm van gedeeld belang, winstdeling en/of eigenaarschap van afnemers van warmte in het regionale warmtebedrijf, om een prikkel te realiseren voor het gezamenlijk reduceren van risico’s en kosten.
Pagina 8 van 14
26. Het college onderzoekt de mogelijkheden voor het regionale warmtebedrijf om samen te werken met lokale warmtegemeenschappen of andere lokale initiatieven. 27. De gemeenteraad en het college blijven lokale initiatieven stimuleren die zich inzetten voor het omschakelen naar een aardgasvrije buurt en deze initiatieven worden nauw betrokken bij het (opstellen van een) uitvoeringsplan. 28. Het college draagt zorg voor een inclusieve, duidelijke en transparante participatieaanpak, waarin maatwerk per gebied wordt toegepast. Dat betekent: laagdrempelig, toegankelijk voor iedereen en passend bij de doelgroep, met een duidelijke fasering en tijdspad. Beoogd effect Met het uitgangspuntenkader stelt de gemeenteraad kaders en geeft het richting, waarmee het college effectief invulling kan geven aan de oprichting van een regionaal warmtebedrijf en de collectieve warmtetransitie in het algemeen. Argumenten 1.1 Het uitgangspuntenkader geeft de gemeenteraad sturing aan de voorkant en de achterkant. De gemeenteraad kan vooraf sturen met het uitgangspuntenkader en achteraf met het vaststellen van het omgevingsplan. Bij wet is het college het bevoegd gezag voor de meeste besluiten in de warmtetransitie, zoals het vaststellen van een warmtekavel of het aanwijzen van een warmtebedrijf.
Aan de achterkant heeft de gemeenteraad de bevoegdheid om maatwerkregels op te nemen in het omgevingsplan voor de besluiten die bewoners raken. In de praktijk zal dit waarschijnlijk vooral zijn wanneer gekozen wordt om de aanwijsbevoegdheid in te zetten of rond het ruimtelijk besluit voor de WOS (amendement 296 d.d. 4-7-2024). Het uitgangspuntenkader biedt de gemeenteraad de mogelijkheid om ook aan de voorkant te sturen en met het aannemen van uitgangspunt 23 ook aan de achterkant. 1.2 Het uitgangspuntenkader is een volgende stap voor de samenwerking Warmte Leidse Regio en een voorbereiding op de oprichting van een regionaal warmtebedrijf. De gemeente Voorschoten werkt sinds 2021 binnen WLR samen en onderzoekt daarin de mogelijkheden van een regionaal collectief warmtesysteem (ORES) en de oprichting van een regionaal publiek integraal warmtebedrijf (RPIW). Het uitgangspuntenkader is een concretisering van deze samenwerking. Tegelijkertijd is het een voorbereiding op de volgende stappen. In de kadernota zal de gemeenteraad gevraagd worden om geld te reserveren voor de oprichting van een regionaal warmtebedrijf. Daarnaast werkt het college het komende halfjaar aan een samenwerkingsovereenkomst (SOK) voor de oprichting van een regionaal warmtebedrijf. De gemeenteraad krijgt in Q4 2025 de mogelijkheid om inbreng te leveren door middel van een wensen- en bedenkingenprocedure.
Pagina 9 van 14
1.3 Het voorstel past in het ingezette beleid. Zowel in de transitievisie warmte (TVW) 1.0 als de TVW 1.1, die in 2024 is aangenomen door de gemeenteraad, wordt een collectief warmtesysteem beschreven als een mogelijke oplossing voor een deel van Voorschoten. Daarnaast heeft de gemeenteraad meermaals besloten voor de (voortzetting van) deelname aan de samenwerking Warmte Leidse Regio (WLR). Een collectief warmtesysteem is voor een deel van Voorschoten de oplossing met de laagste individuele en maatschappelijke kosten, en waarbij de warmtetransitie haalbaar blijft en bewoners de meeste keuzevrijheid hebben. Voor de realisatie van een collectief warmtesysteem is de oprichting van een publiek warmtebedrijf nodig. Het uitgangspuntenkader is dus een voortzetting van het eerder ingezette beleid van de gemeenteraad. 1.4 Het uitgangspuntenkader schept duidelijkheid voor toekomstige collegebesluiten. Naast specifieke sturing voor de oprichting van een warmtebedrijf geeft het uitgangspuntenkader ook algemene sturing aan de warmtetransitie. Het uitgangspuntenkader wordt onder andere ook gebruikt bij het opstellen van het warmteprogramma, de opvolger van de transitievisie warmte 1.1, dat door het college zal worden vastgesteld.
2.1 Het beslispunt schept duidelijkheid over de te nemen besluiten door de gemeenteraad bij de oprichting van een regionaal warmtebedrijf en de warmtetransitie in het algemeen. Met beslispunt 1 wordt een set van 28 uitgangspunten vastgesteld die ook bevoegdheden van de gemeenteraad behandelen. Beslispunt 2 gaat specifiek in op de toekomstige besluiten van de gemeenteraad. Naast deze bevoegdheden heeft de gemeenteraad ook het recht om wensen en bedenkingen te uiten bij het aangaan van een samenwerkingsovereenkomst (SOK) over de oprichting van een regionaal warmtebedrijf, en wanneer daadwerkelijk wordt overgegaan tot de oprichting van het warmtebedrijf. Daarnaast zal de gemeenteraad tijdig worden geïnformeerd van iedere belangrijke stap in de warmtetransitie. Kanttekeningen 1.1 Het collectieve warmtesysteem en het regionale warmtebedrijf zijn afhankelijk van nieuwe en (soms) nog niet vastgestelde wetgeving. Het gaat hierbij vooral om de Wet collectieve warmte (Wcw) en Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). De Wgiw is inmiddels aangenomen door de Eerste Kamer (d.d. 10 december 2024) en de inwerkingtreding per 1 januari 2026 wordt voorbereid. De Wcw is aan de Tweede Kamer aangeboden en wordt naar verwachting in het tweede kwartaal van 2025 behandeld, om volgens de huidige planning per 1 januari 2026 in werking te treden.
In dit uitgangspuntenkader gaan we uit van de conceptwetstekst Wcw, zoals die aan de Tweede Kamer is aangeboden. Gezien de complexiteit en de lange tijdslijn van de warmtetransitie is het niet wenselijk om te wachten totdat deze wetten in werking getreden zijn.
Pagina 10 van 14
1.2 Bewoners hebben aandachtspunten genoemd voor de gevolgen van een collectief warmtesysteem voor hen. Als onderdeel van dit raadsvoorstel is er geparticipeerd met bewoners. Hierbij hebben bewoners over verschillende onderwerpen aandachtspunten geuit. Een samenvatting is opgenomen in het participatieverslag (bijlage 2). Deze zorgen zijn te begrijpen. Hoewel uit de transitievisie warmte blijkt dat een collectief warmtesysteem voor veel bewoners waarschijnlijk een goede keuze is, kan dit over de tijd veranderen. Als nieuwe inzichten in de toekomst andere besluiten verlangen, dan wordt het beleid waar mogelijk aangepast en komen we indien noodzakelijk bij de gemeenteraad terug. 1.3 Met het uitgangspuntenkader worden uitgangspunten vastgesteld die een intentie uitspreken die nog verder uitgewerkt moet worden. Het uitgangspuntenkader is geen wettelijke eis en geeft sturing aan het gemeentebestuur. Zoals is beschreven in bijlage 1 kan blijken dat het uitgangspuntenkader niet altijd volledig uitvoerbaar is. Er zijn voorbeelden te bedenken waar een afweging tussen de leidende principes of andere uitgangspunten gemaakt moet worden. In deze gevallen moet het uitgangspuntenkader gelezen worden als een sterke intentieverklaring. Een voorbeeld hiervan is uitgangspunt 13.
Hierin wordt de intentie uitgesproken voor een financiële deelname door de gemeente, zonder dat al in detail bekend is hoe hoog deze bijdrage gaat zijn. Uiteraard zijn er situaties te bedenken waarbij financiële deelname niet meer wenselijk is. Uitgangspunt 16 biedt daarbij uitkomst, omdat het financiële besluit aan de gemeenteraad wordt gelaten. Inwonersparticipatie en communicatie Voor dit raadsbesluit is een participatieavond georganiseerd op 4 maart 2025. De avond is met een persbericht aangekondigd en dit is overgenomen door verschillende lokale kranten. Tijdens de avond hebben de aanwezigen op basis van vragen en stellingen meegedacht over het uitgangspuntenkader. Het participatieverslag is te lezen in bijlage 2. Financiën Het besluit heeft geen directe financiële consequenties. Het daadwerkelijk oprichten van een warmtebedrijf heeft dat wel. Bij de presentatie van de kadernota zal een voorstel gedaan worden voor een te reserveren bedrag voor de oprichting van het warmtebedrijf. Op een later moment kunnen ook voorstellen gedaan worden voor investeringen in specifieke projecten. Juridisch kader Het uitgangspuntenkader bevat uitgangspunten en geen bindende juridische afspraken met andere partijen, maar het spreekt wel een intentie uit om een warmtebedrijf op te richten. Dit
Pagina 11 van 14
uitgangspuntenkader kan door de gemeenteraad worden vastgesteld op grond van artikel 147 van de Gemeentewet. Risico’s 1. De implementatie van nieuwe wetgeving wordt vertraagd of blijft uit. Het raadsvoorstel is opgesteld op basis van wetgeving die nog in voorbereiding is (Wcw) en moet worden behandeld in de Tweede Kamer en Eerste Kamer. Momenteel lijkt een meerderheid in beide Kamers voorstander van de nieuwe wetgeving. Wanneer de wetgeving toch wordt afgewezen, dan kan dit grote invloed hebben op de haalbaarheid van de warmtetransitie. De gevolgen hiervan zijn nog niet goed te overzien. 2. Geopolitieke ontwikkelingen hebben invloed op de energievoorziening. De afgelopen jaren kenmerkten zich door hoge en steeds veranderende energieprijzen, als gevolg van de oorlog in Oekraïne en andere geopolitieke ontwikkelingen. Schommelingen in energieprijzen hebben grote invloed op het (draagvlak van het) collectieve warmtesysteem, zowel in positieve als negatieve zin. De geopolitieke ontwikkelingen liggen buiten de invloedssfeer van de gemeente, maar kunnen wel worden meegewogen bij besluitvorming. 3. Massaal gebruik van individuele (hybride) warmtepompen kunnen de haalbaarheid van een collectief warmtesysteem verkleinen.
Als meer bewoners in een collectief warmtekavel kiezen voor een individuele oplossing, dan kan het warmtenet daarmee duurder worden voor bewoners en worden de voordelen van het collectieve systeem kleiner. Dit kan de haalbaarheid van het collectieve warmtesysteem verkleinen. Het is daarom wenselijk om niet onnodig te vertragen, zodat de warmtetransitie voor iedereen betaalbaar blijft. 4. Het oprichten van een warmtebedrijf kent financiële risico’s. De risico’s zijn op dit moment slecht in te schatten, mede doordat nog niet geheel duidelijk is welke financiële ondersteuning vanuit het Rijk te verwachten is. De komende tijd zullen de financiële risico’s verder onderzocht en waar mogelijk gemitigeerd worden. Dit zal dan ook aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Dit raadsbesluit heeft geen directe financiële consequenties. Op het moment dat investeringen moeten worden gedaan, zullen voorstellen gedaan worden aan de gemeenteraad, inclusief een inschatting van de financiële risico’s. Duurzaamheid Het aardgasgebruik in de gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor ongeveer 60% van het
Pagina 12 van 14
energieverbruik en de uitstoot van broeikasgassen in Voorschoten. De belangrijkste variabele voor de duurzaamheid van beleid voor de warmtetransitie is hoe snel het gebouwen van het aardgas afhaalt. Als we gebouwen eerder van het aardgas krijgen, dan stoot Voorschoten minder lang CO2 uit bij de verbranding van het aardgas. Dit raadsvoorstel legt een basis voor de warmtetransitie, waarmee de uitstoot van de gebouwde omgeving in 2050 naar nul wordt gebracht. Daarmee is het een belangrijke stap in de verduurzaming van de gemeente en het voorkomen van de nadelige gevolgen van klimaatverandering. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
E.A. van Wattingen, Gemeentesecretaris
Pagina 13 van 14
mw. drs. N. Stemerdink, Burgemeester
Besluit Zaaknummer:
Z/23/081881/438611
De raad van de gemeente Voorschoten; gelet op artikel 147 van de Gemeentewet, gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 maart 2025, besluit: 1. Het samenhangende ‘uitgangspuntenkader regionaal warmtebedrijf en collectieve warmtetransitie’ vast te stellen. 2. Het college op te dragen om een raadsvoorstel ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor te leggen ten aanzien van: a) een wijziging van de leidende principes of een van de andere uitgangspunten voor de warmtetransitie van Voorschoten; b) de gewenste gemeentelijke financiering, investeringen en/of subsidies voor de oprichting van een regionaal warmtebedrijf en/of de warmtetransitie in het algemeen; c)
de inzet van een bevoegdheid tot het aanwijzen van aardgasvrije gebieden in het omgevingsplan;
d) een ruimtelijk besluit voor de plaatsing van een warmteoverdrachtsstation (WOS). Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Voorschoten, gehouden op donderdag 15 mei 2025. de griffier,
de voorzitter,
drs. B.J. Urban
mw. drs. N. Stemerdink
Pagina 14 van 14