5. Conversietabel verordening oud 2014 - nieuw 2021.docx
Tekst van het document
Conversietabel waarin de wijzigingen tussen de oude verordening en nieuwe verordening inzichtelijk worden gemaakt.
Verordening Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden Voorschoten 2014
Verordening Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden Voorschoten 2021
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: – commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet; – commissielid: lid van een commissie, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. – college: college van burgemeester en wethouders.
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: – commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet; – commissielid: lid van een commissie, bedoeld in artikel 3.1, onderdeel f, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. college: college van burgemeester en wethouders. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. raadslid: lid van de gemeenteraad.
Niet aanwezig.
Artikel 2a Vergoeding voor het bijwonen van raadsvergaderingen 1. Indien een raadslid in een kalenderjaar 25% of meer van de gehouden raadsvergaderingen niet heeft bijgewoond, wordt van de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, 20% uitgekeerd op basis van het aantal bijgewoonde raadsvergaderingen afgezet tegen het aantal gehouden raadsvergaderingen. Indien na afloop van een kalenderjaar blijkt dat een raadslid in het daarvoor liggende jaar 25% of meer raadsvergaderingen niet heeft bijgewoond dan vindt op basis van nacalculatie een verrekening of terugvordering plaats. 2. Het recht op 20% van de vergoeding uitgekeerd op basis van het aantal bijgewoonde raadsvergaderingen afgezet tegen het aantal gehouden raadsvergaderingen, wordt berekend volgens de formule (a/b)20% x 12 x c, waarbij: a. ‘a’ staat voor het totaal in het kalenderjaar bijgewoonde raadsvergaderingen; b. ‘b’ staat voor het totaal in het kalenderjaar gehouden raadsvergaderingen; c. ‘c’ staat voor het bedrag bedoeld in artikel 3.1.1., eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 3. In een verkiezingsjaar wordt het aantal gehouden raadsvergaderingen geteld met ingang van de raadsvergadering waarin de nieuwe gemeenteraad wordt geïnstalleerd.
Artikel 2 Vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen 1. Aan commissieleden wordt een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies toegekend die gelijk is aan het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse vastgestelde bedrag in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. 2. In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd; 3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als commissielid een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96, tweede lid van de Gemeentewet ontvangt. 4. De leden – niet zijnde de burgerleden - van de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed worden voor het bijwonen van de vergaderingen van deze commissie vergoed op basis van het aantal uren dat zij in een vergadering aanwezig zijn. De vaststelling van het uurtarief geschiedt door burgemeester en wethouders. 5. De burgerleden van de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed ontvangen voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie een vergoeding, die door burgemeester en wethouders wordt vastgesteld.
Artikel 2b Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed 1. De leden – niet zijnde de burgerleden - van de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed worden voor het bijwonen van de vergaderingen van deze commissie vergoed op basis van het aantal uren dat zij in een vergadering aanwezig zijn. De vaststelling van het uurtarief geschiedt door burgemeester en wethouders. 2. De burgerleden van de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed ontvangen voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie een vergoeding, die door burgemeester en wethouders wordt vastgesteld.
6. Artikel 3 Reis- en verblijfkosten 1. Aan raadsleden worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte reis- en verblijfkosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed. 2. Aan commissieleden worden de reis- en verblijfkosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed. 3. De vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid is: a. voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde;
Artikel 3. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente 1. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt . 2. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid
b. voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het
overeenkomstig in artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde. 4. De reiskosten worden voor ten hoogste één vergadering per dag vergoed. 5. In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd. 6. De reis- en verblijfkosten worden alleen vergoed als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze verordening.
3. 4.
5.
of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veeren tolkosten vergoed; Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed.
Artikel 4 Buitenlandse excursie of reis 1. De gemeenteraad kan een delegatie uit de gemeenteraad of een raadscommissie toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland als deze door of vanwege de gemeente wordt georganiseerd. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. 2. De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van de gemeente.
Vervallen.
Artikel 5 Scholing 1. Raads- of commissieleden die aan scholing als bedoeld in artikel 13, eerste lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden willen deelnemen, die niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. Aanvragen tot maximaal EUR 500,00 per jaar per raads- of commissielid kunnen worden gehonoreerd. 3. Uit de aanvraag blijkt dat de scholing van belang is in verband met de vervulling van het raads- of commissielidmaatschap. 4. Aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze verordening worden ingediend komen niet voor vergoeding in aanmerking. 5. De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 6. Het presidium beslist over ingediende aanvragen.
Artikel 4 Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3. De maximale vergoeding van de scholing bedraagt: a. € 500,- per jaar per raadslid; b. € 500,- per jaar per commissielid. 4. Het presidium beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken.
Artikel 6 Computer en internetverbinding 1. Raads- of commissieleden aan wie een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, ondertekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente. 2. De hoogte van de tegemoetkoming voor het gebruik van de eigen computer is voor een periode van maximaal drie jaar gelijk aan 30% van de aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en software die aan de overige raads- en commissieleden in bruikleen ter beschikking wordt gesteld. 3. Raads- en commissieleden die voor vergoeding van gebruik van de aanschaf van een computer in aanmerking willen komen dienen daarvoor bij de griffier een aanvraag in vergezeld van de bewijsstukken van de aanschaf van de computer. Het maximaal vergoede bedrag voor de aanschaf van een computer is niet hoger dan de aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en software die aan de overige raads- en commissieleden in bruikleen ter beschikking wordt gesteld. 4. De vergoeding voor de aanleg- en abonnementskosten voor een internetverbinding voor de computer bedoeld in dit artikel, bedraagt ten hoogste € 10 per maand, waarbij alleen in aanmerking komen de extra abonnementskosten die gemaakt worden voor een goede vervulling van het raads- of commissielidmaatschap. 5.
Een aanvraag om een vergoeding als bedoeld in dit artikel wordt gedaan bij de griffier en gaat vergezeld van de benodigde bewijsstukken. De griffier stuurt deze aanvraag ter beoordeling aan het college. Het college beslist op de aanvraag.
Artikel 5 Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld als bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenoverkomst vast. 2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.
Artikel 7 Werkkostenregeling Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
Artikel 6 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder
aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964. Artikel 8 Voorzieningen voor commissieleden met functionele beperking 1. Het college kan aan een commissielid met een naar het oordeel van een arts structurele functionele beperking op aanvraag aan het commissiewerk gerelateerde voorzieningen toekennen. 2. Onder voorzieningen als bedoeld in het eerste lid worden uitsluitend verstaan: a. vervoersvoorzieningen die er toe strekken dat het commissielid, bedoeld in het eerste lid, commissie- en fractievergaderingen kan bijwonen; b. vervoersvoorzieningen die er toe strekken dat het commissielid overige bijeenkomsten in het kader van het commissiewerk buiten het grondgebied van de gemeente kan bijwonen: c. de onder lid b genoemde vervoersvoorzieningen worden verstrekt tot een maximum van € 1000,- per jaar, waarbij per reis een eigen bijdrage geldt gelijk aan de kosten van deze reis per openbaar vervoer tweede klasse; d. intermediaire activiteiten ten behoeve van een commissielid met een visuele, auditieve of motorische handicap; e.
noodzakelijke persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van het commissiewerk, indien die ondersteuning een compensatie vormt voor zijn beperkingen. 3. Het college kan aan een raadslid met een naar het oordeel van een arts functionele beperking een voorziening toekennen zoals onder 2b en 2c genoemd.
Vervallen.
Artikel 9 Betaling vaste vergoedingen De betaling van de vergoeding voor werkzaamheden, de onkostenvergoedingen en declaraties geschiedt maandelijks of in
Artikel 7 Betaling vaste vergoedingen Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt
maandelijkse termijnen als er sprake is van een vergoeding op jaarbasis tenzij het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden anders bepaalt.
de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering.
Artikel 10 Rechtstreekse facturering bij de gemeente 1. Raads- en commissieleden dragen ten behoeve van het vergoeden van kosten zorg voor rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente. 2. Facturen komen alleen voor vergoeding in aanmerking als voldaan wordt aan de bepalingen in deze verordening en het bedrag van de factuur de hoogte van de verleende vergoeding niet overschrijdt.
Artikel 8 Betaling en declaratie van onkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, b. betaling vooruit uit eigen middelen. 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een daarvoor vastgesteld declaratieformulier en bewijsstukken. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen twee maanden na de betaling cq de datum van de gemaakte autorit volledig ingevuld en ondertekend door het raads- of commissielid en ingediend bij de griffier. 4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 4 weken na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.
Artikel 11 Declaratie van vooruit betaalde kosten 1. De declaratie van de kosten die uit eigen middelen vooruit zijn betaald en de vergoeding van reiskosten met de eigen auto vindt plaats door gebruikmaking van een daarvoor vastgesteld formulier. 2. Het formulier wordt binnen twee maanden na de betaling cq de datum van de gemaakte rit volledig ingevuld en ondertekend door het raads- of het commissielid en ingediend bij de griffier, onder bijvoeging van de bewijsstukken.
Vervallen.
Artikel 12 Brutering vergoedingen Als de gemeente toepassing geeft aan artikel 39c van de Wet op de Loonbelasting 1964 is artikel 7 niet van toepassing en wordt artikel 16 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden toegepast.
Vervallen.
Artikel 13 Intrekking oude regeling
Artikel 9 Intrekking oude regeling
De Verordening voorzieningen raads- en commissieleden Voorschoten 2003 wordt ingetrokken.
De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Voorschoten 2014 wordt ingetrokken.
Artikel 14 Inwerkingtreding 1. Deze regeling treedt in werking op de dag volgende op die van zijn bekendmaking en werkt terug tot en met 1 juli 2014. 2. Artikel 5 werkt terug tot en met 27 maart 2014. Artikel 15 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Voorschoten 2014.
Artikel 10 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de dag volgende op die van zijn bekendmaking. Artikel 11 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Voorschoten 2021.